N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Opvoeden Influencer Andrew Tate, verdacht van mensenhandel en verkrachting, heeft veel aanhang onder puberjongens. Afkeuren is het laatste wat je moet doen, is het advies van deskundigen aan bezorgde ouders.
Andrew Tate begin deze maand bij de rechtbank in Boekarest.
Foto Inquam
‘De vrouw is een slot en mannen zijn sleutels. Een slot waar veel sleutels op passen, is kapot. Die wil je niet”, zei een 14-jarige jongen uit Rotterdam tegen zijn moeder. En andersom, vroeg de moeder, als een jongen met veel meisjes naar bed gaat? „Een sleutel die op alle sloten past is The Master Key”, zei hij.
In zijn ogen mogen meiden niet dezelfde vrijheden hebben als jongens, zegt de moeder, die om privacyredenen niet met haar naam in NRC wil, „en dat komt door Andrew Tate”.
Tate is een 36-jarige Brits-Amerikaanse influencer die op sociale media poseert met wapens en snelle auto’s of sigaar rokend boven een sporttas vol dollarbriefjes hangt. In december werd de voormalige professioneel kickbokser opgepakt in Roemenië, waar hij sindsdien vastzit op verdenking van mensenhandel, verkrachting en deelname aan georganiseerde misdaad. Sinds zijn arrestatie is hij geregeld in het nieuws en ontdekken veel ouders wie hij is en hoe hij jongeren, jongens vooral, beïnvloedt.
Zo vindt Andrew Tate dat vrouwen thuis horen te zijn en het eigendom zijn van hun man. Ook zegt hij dat slachtoffers van verkrachting „verantwoordelijkheid moeten dragen” voor het feit dat ze zijn aangevallen. Tate heeft het liefst relaties met jonge vrouwen (18 of 19 jaar), „omdat ze dan nog kneedbaar zijn” en hij „invloed op ze kan uitoefenen”, zegt hij in video’s die wijdverspreid zijn via TikTok en Instagram. In 2016 werd hij uit realityshow Big Brother gezet nadat gefilmd was dat hij zijn toenmalige geliefde sloeg met een riem. In een ander, recenter filmpje beeldt hij uit hoe hij een vrouw zou aanvallen als die hem zou beschuldigen van vreemdgaan.
Hij richtte de Hustler’s University op, een „exclusieve community” waar hij in de stijl van een zelfhulpgoeroe leden leert hoe ze geld kunnen verdienen met onder meer crypto-investeringen en dropshipping, een vorm van digitale tussenhandel.
Ondanks zijn misogyne en homofobe opvattingen is hij ongekend populair, op TikTok werden zijn filmpjes ruim 11,6 miljard keer bekeken. TikTok, Facebook en Instagram hebben zijn account geblokkeerd, maar fans blijven zijn filmpjes verspreiden.
Onbegrijpelijk dat jongeren vallen voor deze bagger
„Onbegrijpelijk dat jongeren vallen voor deze bagger”, zegt de moeder van de 14-jarige jongen. „Ook slimme kinderen. Mijn zoon doet havo en heeft overwogen om 49 dollar per maand te betalen voor de Hustler’s University. En sinds een half jaar heeft hij een hekel aan feministen.”
Ook andere ouders maken zich zorgen, nationaal en internationaal – in tal van blogs, columns, krantenartikelen en sociale media posts uiten ouders hun frustratie over de invloed van Tate op hun tieners, de meesten tussen 13 en 18 jaar oud. Aan de BBC vertelt een moeder dat haar 13-jarige zoon het steeds voor Andrew Tate opneemt en ontkent dat hij is gearresteerd, hij zegt dat „de media hem niet mogen en verhalen over hem verzinnen”. Op de Britse site mumsnet.com zegt een moeder dat haar 17-jarige zoon is „gebrainwashed” door Tate, „hij gelooft dat Tate onschuldig is en dat de overheid hem wil laten opdraaien voor iets dat hij niet heeft gedaan”.
Ook op Britse scholen is er onrust over Tate. Pedagoog Allison Ochs noemde in een gids voor docenten en opvoeders een aantal opmerkingen, gehoord van leerlingen in de klas: „Niemand let op onze mentale gezondheid, hij wel. Tate zegt dat we geen e-sigaretten moeten gebruiken. Hij is een goed mens dus” en „Mannen zijn eenzaam, hij begrijpt ons tenminste. Sommige uitspraken zijn misschien niet best, maar hij heeft wel gelijk: vrouwen kunnen niet rijden”.
Foto Alexandru Dobre/AP
Ook Nederlandse scholen zitten vol Tate-fans, zei mediapedagoog Jacqueline Kleijer onlangs in talkshow Op1: „Het maakt eigenlijk niet uit op welke middelbare school ik kom. Of het nou vmbo, havo of een gerenommeerd gymnasium is, er zijn altijd vier of vijf jongens die ongelofelijk fan van hem zijn en net zo willen worden als hij.” Zij legde ook uit wat Tate zo begeerlijk maakt voor jonge jongens: „Hij doet iets heel interessants in de manier waarop hij praat. Hij spreekt ze aan op hun mannelijkheid, maar snapt ook dat ze soms eenzaam zijn. Jongeren voelen zich begrepen door hem. Hij overtuigt ze dat ze rijk kunnen worden en motiveert ze. Hij praat ze uit hun depressie, dat spreekt ze aan.”
De moeder uit Rotterdam probeerde haar zoon met verschillende tactieken tot inzicht te laten komen: ze nam de tijd om rustig in gesprek te gaan, vroeg hoe de meiden in zijn omgeving hierover denken, probeerde haar emoties buiten het gesprek te houden en schotelde hem feiten voor over de rechten van vrouwen. Ze nodigde een goede vriend uit, zodat de informatie eens van iemand anders kwam. „Maar hij lijkt wel bekeerd”, zegt ze. „Het gevaarlijke vind ik dat hij er ook naar handelt: op school gooit hij er met de pet naar, hij loopt rond als een alpha male en zegt dat hij geen opleiding nodig heeft, want hij wordt toch rijk met ‘crypto currency en dropshipping’. Hoewel ik op verschillende manieren en momenten met hem erover praat, heb ik niet het gevoel dat ik tot hem doordring.”
Veel ouders die geconfronteerd worden met een zoon die gecharmeerd is van Tate, zijn waarschijnlijk geneigd hem af te keuren en hun kind ervan te overtuigen dat deze man geen voorbeeld is. Maar dat is het laatste wat je moet doen, zeggen drie deskundigen.
Negen adviezen om met een Tate-fan in huis om te gaan
1Houd je frustratie in
Om te beginnen moeten ouders zich realiseren dat ze te maken hebben met een gesprekspartner die geen volgroeid brein heeft, zegt Steven Pont, ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut. Eerder was hij docent op een middelbare school. „Pubers delen de wereld simpel in: goed en fout, zwart en wit, wel en niet. Genuanceerd denken lukt vaak nog niet. Vraag je dus niet gefrustreerd af waarom jouw kind zich aangetrokken voelt tot de uitspraken van Tate. Zijn simpele gedachten met een vereenvoudigd beeld van de wereld doen het goed bij pubers omdat ze het leven overzichtelijk maken. Het geeft jongeren de illusie dat ze de wereld begrijpen, een prettig gevoel.”
2Zie wat zij zien
Bekijk online wat jongens precies over Andrew Tate zien, zegt Peter Nikken, lector Jeugd & Media aan Hogeschool Windesheim. Daarvoor is geen TikTok-account nodig, via Google zijn filmpjes en compilaties van de meest verontrustende uitspraken te vinden. „Je kunt ook tegen je kind zeggen: ‘Laat eens zien wat je op TikTok tegenkomt over Andrew Tate’ en dan samen die video’s bekijken.” Omdat jongeren filmpjes bekijken op hun eigen, kleine schermpje met een koptelefoon, krijgen ouders er weinig van mee, zegt hij, maar het is hun taak om de online wereld te verkennen, net zoals je dat met de offline omgeving doet.
3Luisteren in plaats van de les lezen
Stel open vragen en laat je kind zo veel mogelijk praten. Nikken: „Als je begint met: dit is gevaarlijk en belachelijk en hij is niet voor niets opgepakt, dan ben je de aandacht van je kind direct kwijt.” Vraag: wat is hier interessant aan? Hoe voel jij je over de filmpjes die je hebt gezien? Zijn er andere standpunten mogelijk? Therapeut Steven Pont: „Luister naar de argumenten. Pubers vinden het fijn om serieus genomen te worden – hun grootste allergie is dat ze als kind worden behandeld en dat ouders vertellen hoe het zit. Ga niet harder praten of jezelf herhalen, dat klinkt als: je bent te dom om het in één keer te begrijpen. Hoe feller jij bent, hoe meer je kind de hakken in het zand zet.”
4Blijf inhoudelijk en feitelijk
Als je kind iets zegt dat beledigend is, kun je dat corrigeren, zegt Susan Branje, hoogleraar Pedagogische wetenschappen aan de Universiteit Utrecht. „Benoem dat iets discriminerend is.” En kom met feiten. Als je zoon zegt dat vrouwen meer geld verdienen, kun je cijfers van het CBS erbij halen die laten zien dat vrouwen op hoge posities minder verdienen dan mannen op dezelfde posities. Als het gaat over dat vrouwen niet goed autorijden: pak cijfers van verzekeringsmaatschappijen erbij die laten zien dat vrouwen minder schade rijden dan mannen. En over het plan om zonder opleiding rijk te worden, kun je zeggen dat dit voor een enkeling is weggelegd, er zijn veel meer mensen met flinke schulden. Pont tekent daar wel bij aan dat sommige pubers ongevoelig zijn voor deze tactiek. „Ouders veronderstellen dat kennis gedragsverandering teweegbrengt, maar dat is niet altijd waar. Anders was iedereen al gestopt met roken.”
5Shockeren mag
Nikken: „Als je zoon een zus heeft, kun je hem vragen of hij vindt dat de regels van Tate ook voor haar gelden. Mag zij niet met haar vriendinnen naar een bar?” Van Pont mogen de vragen behoorlijk stevig zijn: „Zeg: ‘Stel dat je zusje in het donker naar huis loopt en kiest voor de snelle route door het park. Onderweg wordt ze verkracht. Ga jij dan zeggen dat het haar eigen schuld is?’ Als de zoon zegt: ‘Ja, had ze maar niet door het park moeten gaan’, vraag dan door. Hoe ziet die verantwoordelijkheid eruit? Zou je dit voor de rechter ook verklaren, als de zaak van je zus voorkomt?’” Houd het gesprek gaande, zegt hij, ook al ben je het totaal oneens. „Vergelijk het met een kind dat leert lopen: door te oefenen gaat hij het leren. Misschien luisteren ze niet, maar ze horen het wel.”
6Stimuleer contact met anderen
Andrew Tate is een rolmodel, hij laat pubers zien dat ze alles kunnen bereiken wat ze willen, zegt Branje. Blijkbaar krijgen sommige jongens dat gevoel niet van iemand uit hun eigen omgeving. Zoek uit of er een neef, iemand op school of op de sportclub is met wie hij zich kan identificeren en probeer dat contact subtiel te stimuleren.”
Er kan ook meer aan de hand zijn, zoals eenzaamheid, angst, een negatief zelfbeeld, gemis van een vader, somberheid. „Als je merkt dat je kind negatief over zichzelf praat, sterk afhankelijk is van de mening van anderen, zich makkelijk laat beïnvloeden, niet goed voor zichzelf opkomt, moeilijk nee zegt of bang is voor wat anderen van hem of haar vinden, kunnen dat signalen zijn. Het is soms lastig om dat te beoordelen, het kan ook pubergedrag zijn, maar als het gedrag van je kind opvallend verandert, schoolresultaten teruglopen, er concentratieproblemen zijn of het kind geen plezier meer ervaart, ook niet met vrienden, kan dat duiden op een onderliggend probleem. Het is niet gezegd dat een zoon daarom ook Tate-fan is, maar kan wel verklaren waarom hij gevoelig is voor zijn aanpak. Waarom heeft uw zoon het gevoel dat hij te weinig mogelijkheden heeft om succesvol te worden? Als het lukt om daarachter te komen, kunt u een kind daarmee helpen, al dan niet met professionele ondersteuning.”
7Gebruik humor
Steven Pont: „Een vader zou na het gesprek tegen zijn zoon kunnen zeggen: ‘Zullen deze twee superieure wezens even de hond uitlaten samen?’ Dan maak je een punt op een niet-bedreigende manier. Je kunt een kind ook uitdagen: ‘Als ik kan bewijzen dat het niet waar is wat jij zegt, dan verzorg jij het toetje vanavond’. Hoe frustrerend ook, probeer het leuk te maken. Veel ouders zeiden zelf ook maar wat toen ze vijftien waren.”
8Praat over aanverwante thema’s
Het kan helpen om de zaak-Tate te bespreken door het over verwante thema’s te hebben, zegt Branje. „Een gesprek over gelijkheid tussen mannen en vrouwen, fake news of hoe sociale media gebruikers beïnvloeden. Kijk samen naar de documentaire The Social Dilemma. Als je kind begrijpt hoe sociale media in het algemeen te werk gaan, kunnen ze die mechanismes herkennen bij Tate.” Laat je kind ook zien hoe ze vrouwonvriendelijke of haatdragende berichten op sociale media kunnen blokkeren of rapporteren. Veel jongeren weten niet dat daar een knop voor is.
9Heb geduld
Verwacht niet dat één gesprek voldoende is, zeggen alle deskundigen. Pubers kunnen moeilijk toegeven, zegt Pont. „Van mening veranderen heeft tijd nodig. De eerste stap is dat de zoon gaat twijfelen aan zijn standpunten. Als dat gebeurt moet je hem even met rust laten, want het is een verlieservaring, hij moet het verwerken.”
‘Mijn ouders trouwden in 1933, mijn vader was smidsknecht. In 1935 begonnen ze voor zichzelf in Gees, een zanddorp in Drenthe.
Het was hard werken, ook voor mijn moeder. Zij was smidsknecht, boekhoudster en winkelmevrouw, later bediende ze zelfs de benzinepomp. Daarnaast was ze huisvrouw en moeder van uiteindelijk vier kinderen.
Vanaf april 1939 was mijn vader gemobiliseerd. Na de capitulatie wist hij een burgerfiets en burgerkleren te bemachtigen en is hij naar huis gefietst. Mijn moeder kreeg eind mei bericht dat hij ‘vermist, mogelijk gesneuveld’ was. Gelukkig was hij toen al twee weken thuis.
De oorlog begon in Drenthe redelijk rustig, maar geleidelijk aan raakte mijn vader bij het verzet betrokken. Bovendien was er een onderduiker. En soms waren er Duitse soldaten ingekwartierd. Later kwamen er ‘etenhalers’ en evacués uit Arnhem. Onder de ‘etenhalers’ waren in het laatste jaar ook Rotterdamse politiemensen, die met een overvalauto het eten kwamen halen dat mijn vader thuis op zolder had verzameld. Vooral voor mijn moeder was de oorlog een angstige tijd.
Na de bevrijding hoopten mijn ouders dat de oude zuilen in de samenleving niet opnieuw zouden worden opgetrokken. Maar nee: al vrij snel werd van de kansel van de kerk afgeroepen dat men beslist geen klant moest worden bij deze ‘rooie smid’. Vanaf zijn tijd als smidsknecht waren mijn ouders namelijk socialistisch; ze lazen Het Vrije Volk en waren groot fan van Drees.
Rond 1950 kwam er waterleiding in het dorp. De boeren wilden allemaal drinkbakjes in de stal voor hun koeien. Mijn vader was ondertussen behalve smid ook loodgieter en elektricien en kreeg het steeds drukker.
In 1960 stopten mijn ouders met het bedrijf. Ze gingen in Assen wonen, waar mijn vader een baan kreeg. Mijn moeder heeft zich daar nooit thuis gevoeld. Rond 1970 gingen ze terug naar hun geboortegrond, waar zij opbloeide en ze nog een goede tijd hadden, tot mijn vader in 1980 overleed. Mijn moeder overleed 18 jaar later, 91 jaar oud.”
In Provo, een stad gelegen tussen de witte bergtoppen van Utah, staat een wonderkliniek. Zo noemen sommige patiënten het zandbruine gebouw met Griekse pilaren. Hun ‘patient stories’ hangen ingelijst aan de muren.
Stephanie, na negen jaar vermoeidheid en duizeligheid: „Ik geniet weer van het leven.”
Carlien, die in een coma heeft gelegen: „Mijn lijden is in leven omgezet.”
Mariska, die jarenlang constant hoofdpijn had: „Ik kan weer dansen met mijn kinderen.”
De kliniek, Cognitive FX (CFX), is naar eigen zeggen het meest „effectieve” behandelcentrum ter wereld voor klachten die ontstaan zijn na een hersenschudding of hersenletsel. Patiënten betalen 13.000 dollar (een week) of 24.700 dollar (twee weken) om een ‘toonaangevende’ behandeling te ondergaan. Hoe gaat het er in de kliniek in Utah aan toe?
Klappen en stampen
„Rood-groen-oh nee…”
Terwijl Ninja Bakermans (40) een lijst woorden moet voorlezen – blauw in geel lettertype, rood in groen lettertype, enzovoort – moet hij op het ritme van een metronoom met zijn voeten stampen en in zijn handen klappen.
„Blauw-paars-rood… Waar was ik? Ah shit…”
„Kom op”, zegt de behandelaar. „Doorgaan.”
„Bruin-zwart-rood-blauw…” Even het ritme kwijt. Doorgaan. De metronoom, 54 beats per minuut: tik-tik-tik. Linkervoet, rechtervoet, klap. „Geel-rood-bruin. Oranje.”
„Goed zo!”
Ninja wil gaan zitten, op adem komen, maar hij is nog niet klaar.
„Laatste rijtje, nog één keer. En andersom nu.”
Volgende oefening. Nieuw hok, nieuwe therapeut.
„Hoe voel je je vandaag Ninja?”
„Best oké.”
„Klinkt niet heel overtuigend.”
Gelach.
Dan een half uur ‘Dynavision’: terwijl Ninja op een groot zwart bord snel oplichtende lampjes moet aanklikken, stelt de behandelaar vragen.
„Hoe vind je het hotel?”
„Wat heb je gisteren gegeten?”
„Heb je het zelf gekookt?”
En door. Ninja ademt zwaar. Even rusten, dat mag. Tien minuutjes in de donkere relaxkamer. Koptelefoon op met brainwaves: zoom-zoom-zoom. En daar komt de volgende behandelaar alweer aanlopen.
Het is woensdag 22 januari, dag drie van Ninja’s behandeling van twee weken, en zo gaat het elke dag. Om 8 uur beginnen patiënten met cardio om de hersenen klaar te stomen, dan drie uur therapie, lunchen, nog eens twee tot vier uur therapie en weer het busje in naar het hotel.
Prepare, activate, recover. Er zijn tieners en ouderen, rijke Amerikanen die de behandeling voor de tweede keer doen, en mensen die crowdfunding op gang moesten brengen om het te kunnen betalen. Op het eerste gezicht zien ze er kerngezond uit. Maar, blijkt tussen de trainingen door, stuk voor stuk zijn ze op zoek naar een verloren versie van zichzelf. Zonder klachten.
Een Texaan is uitgegleden met hardlopen: „Drie jaar hoofdpijn en duizeligheid.”
Een patiënt uit Wisconsin heeft vijf maanden geleden een auto-ongeluk gehad. Klachten? „The whole bingo card, maar vooral moeite met praten.”
Een vrouw uit Nebraska heeft van jongs af aan al hoofdpijn, „Opgegroeid op een boerderij, ik heb elf hersenschuddingen gehad”.
Een Deen heeft zijn hoofd gestoten toen hij opstond uit een stoel: „Vier jaar bijna niet geslapen, hoofdpijn, ik kan zeven uur per week werken, máx.”
Van over heel de wereld zijn de patiënten naar Provo gevlogen. Wie de behandeling volgt, mag een speldje prikken op de wereldkaart die in de lunchruimte hangt. Eén land is zo volgeprikt, dat het nauwelijks meer zichtbaar is: Nederland. Na Amerikanen vliegen Nederlanders het vaakst naar Utah om de behandeling te ondergaan. Er staan klompen met de Friese vlag op het bureau van de radioloog en neptulpen naast de computer van het hoofd marketing.
Dat steeds meer Nederlanders de tocht naar Utah maken, is opvallend. De afgelopen jaren nam ook de kritiek van Nederlandse experts op de behandeling toe. Hersenwetenschappers en artsen die hun patiënten naar de kliniek zagen gaan, wijzen erop dat de behandeling niet bewezen effectief is, zoals de kliniek claimt, en dat het wetenschappelijke fundament onder de behandeling rammelt.
Toch heeft de kliniek al bijna zevenhonderd Nederlandse patiënten gehad. Sinds een aantal jaar bestaat 10 procent van de patiënten uit Nederlanders.
Arnold Schwarzenegger
Met zijn linkerhand, de hand die hij nog altijd met moeite kan bewegen, haalt Ninja Bakermans aan de keukentafel van zijn nieuwbouwwoning in Eindhoven zijn telefoon tevoorschijn. Het is twee maanden voordat hij naar Utah zal gaan. Ninja laat een filmpje zien: vier mannen om een rood aangelopen spierbonk heen. „Dat ben ik.” De spierbonk gaat door z’n knieën en – oef, oef, oef – tilt 320 kilo aan gewichten van de grond. „Lékker jongen!”, klinkt het.
Tot het uiterste gaan, alles eruit halen wat erin zit, dat maakt powerliften zo mooi. Ninja doet het sinds zijn veertiende. Op de muur achter hem hangt een ingelijste poster van bodybuilder Arnold Schwarzenegger. ‘Never ever think small, THINK BIG, ignore the NAYSAYERS.’
Op zijn hoogtepunt trainde Ninja twee keer per dag, naast zijn baan als verkoper bij een technologiebedrijf, waarvoor hij veel moest reizen, en een druk gezinsleven met twee jonge kinderen.
In de zomer van 2023 kwam er ruw een einde aan Ninja’s weg naar groter en sterker. Binnen een week kreeg hij een hartaanval en een herseninfarct, met ernstige hersenschade als gevolg. Vier weken lag hij in het ziekenhuis, de linkerzijde van zijn lijf verlamd. Zijn eerste uitdaging was om weer rechtop te kunnen zitten in bed. „Dat duurde een week.”
Daarna volgden acht weken in een revalidatiekliniek, en nog maanden elke dag therapieën en trainingen. Hij zag ergotherapeuten, neurologen, trainers. Na zes maanden kon hij weer – voorzichtig – lopen en een boterham smeren. Toen was hij uitbehandeld. „Have a nice life!”
Na een paar uur inspanning moet Ninja nu nog altijd een uur op bed liggen. Dan is hij „neuromoe”. Het advies van zijn artsen: rust houden, de grenzen van je lichaam aanvoelen. Maar met dat begrensde bestaan wilde Ninja, hij wijst even naar de Schwarzenegger-poster, geen genoegen nemen.
Begin vorig jaar zag hij een berichtje op LinkedIn. Er waren, zo schreef een BMX’er met hersenschade, zoveel opties buiten de „reguliere zorg”. Ninja sloeg aan het googelen. Via LinkedIn kwam hij in contact met ene Eva Krook die hem een ‘wonderbaarlijke’ behandeling in de VS aanraadde, waar al honderden Nederlanders waren geweest. Ja, er was ook kritiek van experts, hoorde hij. Maar met zoveel positieve verhalen moesten ze daar toch wel iets goed doen?
Hij stuurde een mailtje naar de kliniek en een week later voerde hij via Zoom een gratis intakegesprek met Alina Fong, een neuropsycholoog, die uitlegde wat hun behandeling uniek maakt. Zij is de eigenaar van de kliniek, samen met cognitief wetenschapper Mark Allen. Fong voorzag „een grote stap” in zijn herstel.
De theorie
Prikkels, daar kunnen de patiënten niet goed tegen. Toch is de behandeling er juist op gericht zoveel mogelijk gebieden van de hersenen tegelijk te stimuleren, legt Alina Fong uit in haar kantoortje in een hoek van de kliniek. De theorie van de kliniek is dat de klachten voortkomen uit een beschadigde verbinding tussen bloedvaten en cellen in delen van de hersenen; de zogeheten neurovasculaire koppeling. „Hierdoor krijgen sommige delen te weinig of juist te veel energie, met hoofdpijn, duizeligheid of andere klachten tot gevolg”, zegt Fong. Multitask-oefeningen zouden, samen met cardiotrainingen en periodes van rust, het brein forceren meerdere hersengebieden tegelijk te gebruiken, waardoor de doorbloeding weer wordt hersteld.
Met een hersenscan en een algoritme waarmee het brein van de patiënt vergeleken wordt met gezonde breinen, zegt de kliniek precies te kunnen zien waar het misgaat. Op basis van de resultaten wordt de behandeling afgestemd op iedere patiënt. Aan het eind van de behandeling wordt de scan herhaald om de vooruitgang vast te stellen.
En met succes, toch? Vraag het medewerkers of patiënten in de kliniek en ze beginnen over „the Dutch study”. Eind 2023 publiceerden de universitaire ziekenhuizen van Groningen en Amsterdam een onderzoek naar de behandeling van CFX. Hieruit bleek dat 77 procent van de 64 deelnemende Nederlandse patiënten een half jaar na de behandeling een „betekenisvolle” afname in klachten ervoer.
Ze zijn op zoek naar een verloren versie van zichzelf
Dat percentage prijkt sindsdien met grote blauwe cijfers op de website van de kliniek. Veel patiënten zien in het onderzoek bewijs dat zij niet voor niets duizenden euro’s betaald hebben voor de behandeling en ook volgens de eigenaren van de kliniek laat het percentage zien dat hun behandeling bewezen effectief is.
Maar met de ‘Dutch study’ is de effectiviteit nog niet bewezen, had Marsh Königs, neurowetenschapper in het Amsterdam UMC en hoofd van het onderzoek, tijdens de online presentatie van het onderzoek al gewaarschuwd.
Deze boodschap herhaalt hij aan de telefoon. „De resultaten zijn interessant en verdienen meer onderzoek. Maar effectief is de behandeling pas als die resultaten het placebo-effect overstijgen, en dat is nooit onderzocht.” Het is problematisch dat de kliniek iets anders claimt, zegt Königs. „Het kan niet anders dan dat de directeuren weten dat de huidige staat van het onderzoek naar hun behandeling niet voldoende is om te stellen dat die bewezen effectief is.”
De kliniek stelt dat hun behandeling gebaseerd is op „tientallen jaren” aan onderzoek en verwijst naar studies die de relatie laten zien tussen hersenschuddingen en doorbloedingsproblemen die zichtbaar zijn op hersenscans.
Volgens de Nederlandse studie is de theorie achter de behandeling omstreden. „Ik denk dat er wel honderden studies zijn die relaties aantonen tussen de gevolgen van hersenschade en waardes die te meten zijn in hersenscans”, zegt Königs. „Maar het is nog de vraag welke relaties ook direct oorzakelijk zijn voor de gevolgen van hersenschade, dat tonen die studies nog niet aan. Onlangs werd in een gezaghebbend wetenschappelijk tijdschrift nog geconcludeerd dat we als wetenschap simpelweg nog niet goed begrijpen wat dit soort klachten verklaart. Dat het zeker is dat een verstoring in de neurovasculaire koppeling langdurige klachten na hersenschade veroorzaakt, zoals de kliniek stelt, is niet in lijn met de huidige stand van de wetenschap”, zegt Königs. Het lijkt vooral een manier om de behandeling te presenteren.”
Ook hoogleraar neuropsychologie Caroline van Heugten, van de Universiteit Maastricht, ziet weinig bewijs voor de theorie van de kliniek. „Bij een hersenschudding gebeurt er echt wel wat in het hoofd, maar uit onderzoek blijkt dat er geen verband is tussen hersenschade en hoe lang klachten aanhouden. Vaak is er op hersenscans helemaal geen schade te zien.”
‘Geweldig!’
Positiviteit staat voorop. Dat merk je al als je in het pendelbusje stapt dat patiënten van het hotel naar de kliniek vervoert. „Life changing stuff”, zal chauffeur Mark tegen je zeggen. Bij binnenkomst wordt iedere patiënt vriendelijk begroet door de talloze behandelaars die zich als werkbijen door het gangenstelsel van de kliniek bewegen.
„Hey, hoe gaat het?”
„Best oké.”
„Geweldig!”
Loop langs de receptie en je leest op een bordje dat je brein „amazing” is. Als je doorloopt, over het grijze tapijt, zie je overal patiëntenverhalen Iedereen wordt vriendelijk verzocht hun ervaringen via QR-codes aan de muur te delen op Google Reviews of Facebook – zelfs bij het handenwassen na een toiletbezoek. „Om anderen te helpen.”
Centrale plek in de kliniek is de patiëntenlounge, een grijze kamer met gedimde lichten en tafeltjes waar de patiënten hun voorverpakte lunches kunnen opeten en Fong tussen de bedrijven door neerstrijkt om vragen te beantwoorden. De dokters hebben overal een antwoord op. In de kastjes staan snacks – beef jerky en knijpfruit – en op de tafels liggen legpuzzels die niemand oplost. Op een prikbord polaroidfoto’s en tips van ‘CFX-alumni’.
Illustratie XF&M
Het is woensdagmiddag, en Ninja heeft het moeilijk. Hij ademt zwaar, ook tijdens de oefeningen zonder lichamelijke inspanning. Hij kijkt glazig uit zijn ogen terwijl hij de volgende therapeut probeert te vinden. Slaat soms linksaf als hij rechtsaf moet. En waar is die pen om aantekeningen te maken nou weer gebleven?
Hij slaakt een diepe zucht. Dit is het moment dat hij normaal gesproken rustiger aan moet doen. „Anders is het system shutting down.” Ogen, balans, lopen – alles stopt ermee. Een paar dagen terug gebeurde dat nog, toen hij uit Nederland vertrok. Eerst Schiphol, al die mensen, toen vliegen, turbulentie erbij. Eenmaal geland moest vriend Diederick, die ter ondersteuning is meegereisd, hem naar de dichtstbijzijnde stoel begeleiden. „Kotsen jongen…”
Maar nu moet Ninja door, naar de volgende oefening.
Vastgelopen patiënten
„Leer leven met je klachten”, dat zinnetje, of een variant erop, hebben alle patiënten in de kliniek weleens gehoord. Van een psycholoog, arts of ergotherapeut. Een moeilijk te accepteren boodschap, want aanleiding voor de klachten was voor de patiënten vaak een simpel ongeluk.
De meeste patiënten in de kliniek hebben een hersenschudding gehad. In Nederland worden jaarlijks zo’n 80.000 mensen met een hersenschudding geregistreerd. Zij kunnen last krijgen van hoofdpijn, duizeligheid of visuele problemen. Normaal gesproken trekken deze klachten na enkele dagen of weken weg, maar bij zo’n 10 tot 30 procent van de mensen houden die langer dan drie maanden aan.
Die groep loopt vaak vast in de Nederlandse hersenzorg, ziet neurowetenschapper Marsh Königs. „Ze moeten twee weken rust houden, zegt de huisarts vaak tegen hen. En als dat niet werkt nog twee weken. Als het niet over gaat kan een neuroloog in sommige gevallen een hersenscan maken, maar daarop is vaak niks te zien. En dan houdt de reguliere zorg in veel gevallen op.”
De afgelopen jaren is er meer erkenning gekomen voor het feit dat mensen na een hersenschudding nog lang klachten kunnen houden, ziet Königs. „Als je op de scan niks ziet, dan is er niks, was lang de gedachte van neurologen. Daar zijn veel mensen die wel degelijk heftige klachten ervoeren tegenaan gelopen. Zij moeten op een of andere manier opgevangen worden.”
CFX behandelt vooral de vastlopers met een hersenschudding, maar de afgelopen jaren ook mensen met ernstig hersenletsel als gevolg van bijvoorbeeld een herseninfarct of hersenbloeding.
De patiënten in de kliniek vertellen dat ze doktoren en therapeuten hebben gezien, oproepen op sociale media hebben geplaatst, bij alternatieve zorgverleners als chiropractors en osteopaten zijn geweest, maar niemand kon hen van hun klachten afhelpen. Waarom waren die niet weg na een paar weken rust, zoals artsen voorspelden? Waarom denkt iedereen telkens dat ze weer de oude zijn als ze een keer een koffietje komen doen op werk? En waarom is er geen officiële naam voor hun ‘ziekte’?
In de kliniek krijgen ze erkenning voor hun leed, en niet alleen van alle behandelaars, therapeuten en doktoren die zich over de patiënten ontfermen.
Terwijl de geur van kip-kerrie woensdagavond de hotelkamer vult, bladert Ninja door zijn aantekeningenboekje. Hij is op een kwart van zijn behandeling en voelt zich „fantastisch”. Hij deed balansoefeningen met Andy. Geheugentraining met Michelle en Natalie. Multitasken met Ian en Taylie. „Zoveel indrukken!”, zegt Ninja. „En zonder tussendoor te slapen hè.”
Vanmiddag, na de behandeling, hebben ze nog boodschappen gedaan, vertelt vriend Diederick. De supermarkt waar Ninja dit weekend „totaal overprikkeld” de deur uitliep. „Echt bizar”, zegt Ninja. „Maar ik moet niet té enthousiast worden.”
Angst voor klachten
„Dat mensen zo lang klachten houden na een hersenschudding, lijkt in sommige gevallen het gevolg te zijn van iets wat op een angststoornis lijkt. Angst dat klachten weer ontstaan, terwijl daar vaak geen reden voor is”, zegt hoogleraar Neuropsychologie Caroline van Heugten.
Mensen raken ‘gewend’ aan hun klachten en blijven vastzitten in dit patroon. Van Heugten: „Stel: iemand gaat naast een spoor wonen en heeft last van het geraas van voorbereidende treinen. De meeste mensen horen de trein op een gegeven moment niet meer. Andere raken juist geobsedeerd en krijgen er alleen maar meer last van. Bij een hersenschudding en de klachten die hierbij komen kijken lijkt dit soms ook het geval.”
Dit kan voor „vermijdingsgedrag” zorgen, zegt Van Heugten. „Stel dat je in de eerste dagen na je hersenschudding gevoelig bent voor licht, dan kan je een zonnebril opzetten. Maar als je constant licht vermijdt, word je daar ook gevoeliger voor.”
Maar wat verklaart dan de positieve resultaten van de kliniek? Vraag het Nederlandse experts en de woorden ‘erkenning’ en ‘placebo’ vallen snel. „Het placebo-effect speelt zeker een grote rol”, zegt klinisch neuropsycholoog en hoogleraar Joke Spikman van het Universitair Medisch Centrum Groningen. „Mensen betalen veel geld, ze moeten helemaal naar Amerika, worden daar in een indrukwekkend apparaat gelegd, behandelaren zijn heel de dag met ze bezig en erkennen hun problemen. Dat zijn hele krachtige ingrediënten als je daar gevoelig voor bent.”
Amerikaanse influencers krijgen een gratis scan in ruil voor promotie
De oefeningen kunnen patiënten ook opnieuw vertrouwen in zichzelf geven, zeggen Nederlandse experts. Spikman: „Juist mensen die zijn vastgelopen en ervan overtuigd zijn dat ze niks meer kunnen door hun klachten, kunnen gebaat zijn bij twee weken lang oefeningen. Zij beseffen daardoor dat ze veel meer kunnen dan ze denken.”
Een vorm van exposure therapie, daar lijkt het op, zegt Spikman. „Je stelt iemand bloot aan iets waar ze bang voor zijn, prikkels, waardoor mensen langzaam beseffen dat ze misschien niks hoeven te vrezen.”
Ook neuropsycholoog Van Heugten denkt dat de blootstelling aan prikkels en intense oefeningen positieve effecten kan hebben. Zij doet onderzoek naar intensieve exposure therapie bij mensen die aan een hersenschudding lange tijd klachten overhielden. De eerste resultaten lijken veelbelovend. Vier onderzochte patiënten zeiden dat ze „hun leven terug hadden” na de behandeling. „Hierna zijn nog zestien patiënten succesvol behandeld. Inmiddels zijn er twee revalidatiecentra die proefdraaien met deze vorm van exposure therapie bij mensen met aanhoudende klachten”, zegt Van Heugten.
Niet iedereen staat open voor de „psychologische verklaring”, merkt Van Heugten als ze haar theorie uitlegt aan patiënten. Sommige mensen denken dan dat de boodschap is dat ze zich de klachten inbeelden, of dat die hun eigen schuld zijn. „De boodschap van Utah, het is hersenletsel, is wat dat betreft een stuk prettiger.”
Hotel inbegrepen
Aan de noordzijde van het gebouw houdt Stacy Harker, de marketingdirecteur van de kliniek, kantoor. Ze kijkt uit op Mount Timpanogos, een berg met een witte top die op grijze dagen in de wolken verdwijnt. Hier denkt Harker de marketingstrategie uit. „Het is hard werken”, zegt ze. Op het whiteboard achter haar staat een lange todolijst: filmpjes die opgenomen moeten worden voor YouTube. TikTok, Reddit, podcasts. Dokter Fongs ‘Instagram persona’ verdient ook aandacht.
In dit kantoor doet Harker ook, samen met Alina Fong, gratis Zoom-consultaties. Dan legt Fong snel uit wat hun kliniek „uniek” maakt en beoordeelt ze na een kwartier of ze een patiënt zouden willen ontvangen. Meestal zegt ze: „I would take you.” In hoog tempo en met veel jargon vertelt Harker daarna over het verloop van de behandeling. Tot slot wijst ze Amerikaanse patiënten erop dat het hotel inbegrepen is in de prijs, als ze binnen een week een behandeling kopen.
Een kwart van de geïnteresseerden wordt tijdens de consultaties afgewezen, schat Harker. Mensen die drugs gebruiken of suïcidaal of te depressief zijn, behandelt de kliniek niet. Ze omschrijft haar werk, net als Fong, als een „labor of love”, een missie om zo veel mogelijk patiënten te helpen. En soms, zegt Fong tijdens de lunch, voelt het zelfs alsof ze op een bepaalde manier „een helpende hand” van boven krijgen.
Jeff Gaufin is een verdieping hoger achter drie beeldschermen met facturen en mailtjes in de weer. Voorheen werkte Gaufin in het vastgoed. In de kliniek noemen ze hem de money guy. „We groeien”, zegt Gaufin. Sinds een paar jaar behandelt de kliniek niet acht, maar vijftien patiënten per week. In een goed jaar maken ze tussen de 1 en 2 miljoen dollar winst, op een omzet van 7 tot 10 miljoen.
Die groei kwam niet vanzelf. Een verdieping lager knikt Stacy Harker naar het whiteboard. Er hangt een rijtje post-its met namen van Amerikaanse influencers die in ruil voor een positief praatje een gratis scan krijgen. „De meeste komen naar ons toe, maar wij benaderen ook mensen.” Vooralsnog geen Nederlanders, zegt Harker. „Maar daar staan we zeker voor open.”
‘Alumni’, zoals de kliniek oud-patiënten noemt, maken kosteloos reclame. Een fotoboek van een alumni-bijeenkomst in Utrecht met Alina Fong ligt in de wachtkamer. Er zijn Nederlandse Facebook-groepen voor mensen die in CFX geïnteresseerd zijn.
De Nederlandse belangstelling begon met Eva Krook. Zij werkte in de marketing en kreeg in 2017 een hersenschudding. Als een van de eerste Nederlanders maakte ze in 2018 de tocht naar de kliniek in Utah. „Een wonderbaarlijke behandeling”, schreef ze na afloop op LinkedIn. „De beste beslissing die ik ooit nam (…) Ik heb mezelf weer terug. Nu jij nog.”
Het bericht ging viral en binnen de kortste keren stond Krooks leven „totaal” in het teken van de kliniek, vertelt ze aan de telefoon. Ze kreeg „een missionarisrol”, zegt ze. Haar inbox stroomde vol. Al gauw ontstond er een „kerngroepje” van alumni dat „factsheets” begon te maken, tips gaf voor crowdfundacties en meehielp met het organiseren van informatieavonden met Alina Fong.
Deze „ambassadeurs”, zoals Fong dit groepje noemt, betekenen veel voor haar, zegt ze in haar kantoor. „Ik bedoel: hoe kun je geen vrienden worden met deze mensen?” Met Krook gaat ze regelmatig op vakantie, onder andere naar Fongs pied-à-terre in Parijs. „Onze kinderen kunnen het goed met elkaar vinden.”
De kliniek betaalt de ambassadeurs niet, zegt Fong. Af en toe, als ze in Nederland is voor een informatieavond, geeft ze iemand geld voor benzine, sommige mensen kunnen nog steeds niet werken. „Ik heb geprobeerd om meer te betalen, want ik wil niet dat ze denken dat ik gebruik van hen maak”, zegt Fong. Maar dat accepteren de ambassadeurs niet. „Het verspreiden van hun verhaal zorgt ervoor dat al het lijden waar zij doorheen zijn gegaan iets waard wordt.”
Euforisch
„Man, wat een avond!” Het is het einde van de eerste behandelweek en Ninja en Diederick zitten in hun huurauto, onderweg naar Last Call, een typisch Amerikaanse zuipschuur. De stemming is euforisch. De jeugdvrienden hebben na een week teleurstellende fast food éíndelijk een goed stuk vlees gegeten bij een Amerikaanse diner: bourbon steak.
Ninja voelt zich „kiplekker”. Al de hele avond doet hij met getuite lippen en hakkelige armbewegingen het ‘Trump-dansje’ na dat hij telkens voorbij ziet komen op Facebook. Hij draagt een trui met de vlag van Utah. De radio kan gewoon aan, Billy Idol en Red Hot Chili Peppers komen voorbij. De felle lichten van de auto’s die langsrijden schijnen in Ninja’s ogen en hij hoeft niet eens zijn zonnebril op te zetten.
Ninja zegt tegen Diederick dat hij een sjaaltje wil kopen in het stadion waar ze morgen met 20.000 andere supporters basketbal gaan kijken. „Je gaat wel los met je geld hè”, zegt Diederick. „Man”, zegt Ninja. „Ik heb twee jaar niks gedaan! Mag ik effe.”
Even is het stil en kijken de twee jeugdvrienden voor zich uit, de nacht in. Voor even is alles weer zoals het was.
Illustratie XF&M
Het is mogelijk dat exposure therapie niet bij iedereen werkt, denkt neuropsycholoog Joke Spikman. Bij sommige patiënten kun je alleen goede resultaten boeken áls er een vorm van misleiding plaatsvindt, denkt Spikman. „Het hocus pocus-element is vaak een belangrijk ingrediënt voor mensen om zich beter te voelen.”
Dat zorgt voor een „dubbel gevoel”, zegt Spikman. „Bij sommige patiënten denk ik, ga maar naar CFX, want waarschijnlijk heb je er wel wat aan.” Maar het blijft moeilijk, benadrukt zij. „Voor sommige patiënten, die ernstige hersenschade hebben na bijvoorbeeld een herseninfarct, is deze behandeling misschien veel te zwaar. Als je een beetje te goeder trouw bent, heb je daar moeite mee. Maar de mensen van Cognitive FX hebben dat blijkbaar niet. De kassa rinkelt wel.”
Epileptische aanval
In de trainingsruimte, op dag zes van Ninja’s behandeling, kijken drie medewerkers bezorgd naar een meisje met paarse legging die met haar handen in het gezicht in een stoel zit. „Een epileptische aanval”, zegt een medewerker ernstig tegen haar telefoon. In een rolstoel wordt het meisje, dat verward voor zich uitkijkt, door twee medewerkers afgevoerd naar een relaxroom.
Het gezelschap passeert Ninja, die net aan de eerste behandeldag van week twee is begonnen.
„Hey vriend, hoe gaat het met je?”, vraagt verpleegkundige Annie, die de rolstoel duwt. Ze glimlacht alsof er niets aan de hand is. Het meisje in de rolstoel slaat haar handen weer in het gezicht. „Erg goed!”, zegt Ninja.
Een dag later, op dinsdag, zit Ninja voor de eerste keer alleen aan het ontbijt, Diederick is terug naar Nederland. Ninja heeft wat opgedroogde yoghurt in zijn mondhoek. Toen hij vanochtend opstond, heeft hij een half uur bij de wc gestaan. Hij is misselijk, duizelig. Hij herkent dit gevoel, hij is overtraind. „Als ik naar mijn werk had gemoeten, dan had ik me nu ziek gemeld.”
„Hoort erbij”, zegt een kok van het hotel die al jaren CFX-patiënten in haar ontbijtzaal ontvangt. „Just keep going.” Even later stapt Ninja toch maar in het busje.
„Hé Ninja, hoe gaat het?” Een van de trainers komt hem ophalen voor zijn eerste training van de dag. „Wakker blijven is moeilijk. Als ik nu iets doe, moet ik overgeven.”
De trainer pakt een zakje met een watje met pepermuntextract. Ninja ruikt eraan, een paar keer, kriebelt aan zijn neus. De trainer heeft ook nog een gembersnoepje voor hem, maar Ninja krijgt het nauwelijks mee. Hij ruikt nog eens. En knippert steeds langzamer totdat hij zijn ogen sluit. Toch een klein lachje: „Ik val in slaap.”
Met kleine stapjes wordt Ninja naar de zwarte leren stoel in een van de brainwaves-ruimtes begeleid. „Hier”, zegt de trainer, „een kotszak”. Hij sluit de deur.
Het is even schrikken, zegt Ninja als hij weer wat is bijgekomen. Tot nu toe was het „up-up-up”. Al heel de week is hij moe, maar niet „neuromoe”. Nu voelt hij druk op zijn hoofd, alsof iemand op zijn slaap duwt. Toch gaat hij, op aanraden van de behandelaars, door met zijn therapieën, op een iets lager pitje. Later op de dag voelt hij zich „niet verschrikkelijk” meer, maar „zeker niet fit”.
‘Kan niet veiliger’
Het is benauwd in de ‘conference room’, een krap kamertje met vergadertafel in een hoek van de kliniek. De gezichten van Alina Fong en Mark Allen, de eigenaren van de kliniek, staan in de lachstand. Zojuist hebben ze een filmpje voor de sociale media opgenomen.
Kent de behandeling risico’s? Fong trekt een serieus gezicht. „Onze behandeling kan niet veiliger.” Ze gaat wat rechterop zitten. „Voor zover wij weten hebben wij nooit een situatie gehad waarin wij een patiënt een verhoogd risico op een beroerte of iets dergelijks hebben bezorgd.”
Uit de Nederlandse studie bleek dat 9 procent van de onderzochte patiënten méér klachten ervoer na de behandeling. Ja, zegt Mark Allen, „de Nederlandse onderzoekers vonden het leuk om dat uit te lichten. Maar dat betekent niet dat het kwam door onze behandeling.”
Tot nu toe was het „up-up-up”. Nu is hij al de hele week moe
De kritiek over het mogelijke placebo-effect en de onderbouwing en effectiviteit van de behandeling bestrijden Fong en Allen.
Ze wijzen op hun eigen studies, zoals een onderzoek waarbij vijftien patiënten door de kliniek gescand zijn maar vervolgens om persoonlijke redenen niet de behandeling hebben gevolgd. Pas nadat deze groep een aantal maanden later de behandeling alsnog volgde namen symptomen af en was op scans verbetering te zien. Deze groep is ook vergeleken met een groep van 28 mensen die de behandeling wel volgde. Zowel kort na de behandeling als na bij een jaar was bij hen op de scan verbetering te zien. „Dit is het beste wat je kunt doen om effectiviteit aan te tonen zonder gerandomiseerd onderzoek met een controlegroep.”
Marsh Königs zegt hierover: „Ik heb al hun stukken gelezen maar die bieden geen bewijs voor effectiviteit. De studie waar ze naar verwijzen, werkt onder andere met veel te kleine groepen en er is niet gecontroleerd voor placebo-effecten. Absoluut onvoldoende om de effectiviteit van de behandeling aan te tonen.”
De laatste dag
Het is de vrijdag, de laatste dag van Ninja’s twee weken. Hij wandelt relaxed door de kliniek. Nadat hij dinsdag was ingestort, kwam hij er na een nacht goed slapen weer bovenop. Hij heeft net de resultaten van de tweede scan met verpleegkundige Annie doorgenomen. Annie praatte snel, en hij heeft niet alles wat ze zei begrepen. Maar wat maakt het ook uit, had-ie vanochtend tijdens het ontbijt al gezegd. „Ik voel me al 90 procent beter.”
De verpleegkundige heeft Ninja erop geattendeerd dat hij in ruil voor een Google Review een gratis shirt kan ophalen bij de receptie.
Daar lopen Stacy Harker en een jonge vrouw met grijze capuchontrui langs. Zij heeft „een goed verhaal”, tipt Harker.
De jonge vrouw heet Kira en komt uit Almere, vertelt ze. In maart 2021 is ze van een paard gevallen. Twee weken geleden heeft ze voor de tweede keer de behandeling afgerond, de variant die 24.700 dollar kost. De eerste behandeling leek succesvol, maar terug in Nederland ging het na een paar dagen weer helemaal mis. Ze ontwikkelde zelfs klachten waar ze eerst geen last van had, ze was zo duizelig dat ze niet meer kon rennen.
In de hoop een tweede terugval te voorkomen blijft ze na de behandeling minimaal twee maanden in Utah, zodat ze nog elke week langs kan komen voor een „check-in”. Ze overnacht in de buurt, op de boerderij van een patiënt met wie ze tijdens haar eerste trip bevriend raakte. „Af en toe help ik met het borstelen van de paarden.” Ook deze keer heeft de behandeling nog niet geholpen, zegt ze.
Kira gebruikt veel Engelse woorden die ze met Amerikaans accent uitspreekt. Ze groet elke therapeut die langsloopt en noemt hun naam. „Ik zou hier wel kunnen werken”, grapt ze. Kira voelt zich hier serieus genomen. Het is in elk geval niet haar „eigen schuld”, zoals ze in de woorden van een Nederlandse psycholoog dacht te horen. Eigen schuld? „Oké, dat woord heeft hij niet gebruikt. Volgens hem was mijn angst dat het erger zou worden de reden dat ik niet herstelde.”
Nu herstelt ze toch ook niet? „Het enige wat ik kan doen is hier volledig in geloven. Daar doe ik heel hard mijn best voor. Weet je wat een leap of faith is?”
Illustratie XF&M
Terug in Eindhoven
Het is dinsdag 25 maart, bijna twee maanden na de behandeling, en in de woonkamer van Ninja in Eindhoven hangt een Amerikaanse vlag. Op zijn bureau, tegenover de Schwarzenegger-poster, liggen een cowboyhoed en de bidon van de kliniek, hij draagt een paar keer per week zijn CFX-shirt. „Hij is wel een beetje gehersenspoeld hoor”, grapt Cokkie, Ninja’s vriendin. „Maar goed, we hebben er ook veel voor teruggekregen.”
Ninja voelt zich een stuk beter dan voor de behandeling. Hij is nog niet aan het werk, naar schermen kijken is vermoeiend. Maar hij is allang blij dat hij niet meer overdag hoeft te slapen. „Op aanraden van CFX ga ik naar een neuro-optometrist, iemand die naar mijn visuele functies kijkt.” Zijn visie zou uit balans zijn, maar dat is behandelbaar.
„Ik weet dat het werkt”, zegt Ninja over de behandeling van CFX. „Ik voel het.”
Voor Toyota Nederland was 2024 een goed jaar, en dat was mede dankzij de hybrides. Die verkopen door de stijgende kosten voor elektrisch rijden andermaal uitstekend. Nu ze net als anderen wegenbelasting moeten betalen en de fiscale privileges voor EV’s zijn afgeschaft, grijpen ook stekkerrijders terug op het betaalbare compromis van een beetje benzine en een beetje elektrisch. De nieuwe concurrenten van de elektrische middenklassers staan weer met één been in de fossiele wereld. De evolutie is behoorlijk van de leg, mag je zeggen.
Fijn voor Toyota en Toyota-topmerk Lexus, die hun geloof in de hybride nooit verloren en de formule uitrolden in alle prijsklassen en genres, met en zonder stekker. In dat spectrum speelt de vijfdeurs C-HR met zijn reuzenwalvisbek onverwacht glansrijk de rol van gekke oom. De tweede generatie van deze interessant genoeg vooral door ouderen begeerde crossover, misschien doet hij aan hun rebelse jonge jaren denken, is nog excentrieker dan de eerste. Puntvormige achterdeuren prikken als reuzenbalpennen in het vlees van een desgewenst pikzwart gespoten achterkant, die door een pestkop in een inktpot lijkt te zijn gedoopt. Een concept car voor op de openbare weg, blufte Toyota trots de schuldcomplexen over generaties saaie auto’s van zich af, toen de Corolla-keurigheid begon te schuren met de exhibitionistenkermis die je deze tijd inmiddels wel mag noemen.
Zoom in voor alle details van de Hybride Toyota C-HR 2.0Klik op de punten voor uitleg over de details.
De rebellie werd bij Toyota nuchterheid ‘in drag’, het doe-eens-gek van de keurige burgerij die in carnavalsprovincies elk jaar één keer uit haar dak gaat en daarna weer braaf de lange arm van het systeem wordt. Onder de huid is de C-HR een oerdegelijke Toyota met techniek die je in Priussen en Corolla’s terugvindt. Een benzinemotor met elektrohulp en een traploze automaat, in de plugin-versies gekoppeld aan een 13,6 kWh batterij met een opgegeven bereik van 66 kilometer.
De machinerie is het slaperige rijkarakter van de Prius-jaren duidelijk ontgroeid. Met 223 pk en een voor Toyota’s wakker rijgedrag plaatst de testauto een interessante voetnoot bij het krachtvertoon in de elektrische middenklasse. In de C-HR ervaar je met terugwerkende kracht hoe log veel puur elektrische zwaargewichten rijden. Je voelt het ten opzichte van vergelijkbaar grote EV’s lage gewicht zelfs bij plug-in hybrides met een relatief groot batterijpakket als deze. De 1.625 kilo wegende C-HR ligt heerlijk op de weg en vooral de koersstabiliteit is ten opzichte van veel vaag en wollig sturende EV’s een verademing.
Alsof Zorro met zijn zwaard de koplampen in het front kerfde.
Pookje mooi in het verlengde van de middenarmsteun, draadloos oplaadplateau perfect bereikbaar.
Foto’s Merlijn Doomernik
Uit de losse pols
Ook voorbij de rijeigenschappen is deze Toyota aangenaam vervoer, afgezien van de hallucinante dode hoeken door de micro-achterzijruitjes die het crossoverkoekoeksei op iets sportievers moesten laten lijken. Binnen was de menselijke maat weldadig ouderwets het leidende principe. De stoelen zijn wat hard maar goed van vorm, met veel steun voor de bovenbenen en een lange rugleuning. De bediening van de cruise control, vroeger een onhandig stengeltje aan de stuurkolom, zit nu net als bij haast alle concurrenten praktisch op het stuur. Kijk hoe slim het schakelpookje op de middentunnel zo in het verlengde van de armsteun is geplaatst dat je het met je onderarm in de relaxstand uit de losse pols kunt bedienen, perfect. Geeft een enorm comfortabel gevoel, en dat geldt ook voor het klimaatcluster, uitnemend bedieningsvriendelijk knoppenbalkje met twee digitale temperatuurdisplays. De draadloze smartphonelader ligt perfect in het zicht. Daarboven fijne knopjes voor camera, parkeerhulp, stuurverwarming en usb-aansluiting. Geen rare kronkels ook op beide beeldschermen. Het meterhuis is digitaal met klassieke trekken. Ronde klok voor de snelheidsmeter, links het datahoekje met uitsluitend heuglijke berichten over de efficiency van Gekke Henkie. Die drinkt bij consequent laden tijdens de testweek niet meer dan 3,4 liter benzine op 100 kilometer, meesterlijk. Met een gemiddelde elektrische actieradius van 50 à 60 kilometer bespaar je fors op benzine, hoewel de stroomtarieven intussen ook de pan uitrijzen. Gelukkig blijven de idiote prijzen bij de snellader het C-HR-publiek bespaard, want daar kan hij niet terecht.
Natuurlijk hoor ik onverbiddelijk te zijn voor alles met verbrandingsmotor. Maar ik kan me voorstellen dat mensen denken: pak maar in. Wie geen zin heeft in scheuren en laadkabels kan vanaf 36 mille uitwijken naar een140 pk sterk basismodel zonder stekker, al lijkt het prijsverschil van circa 3.500 euro te gering om van het evidente stekkervoordeel af te zien. Tenzij de wegenbelasting punt van overweging wordt, want de basis-C-HR is nog eens ruim 200 kilo lichter dan de plug-in.