Leidt Öcalans oproep daadwerkelijk tot vrede? Vier vragen en antwoorden over de strijd tussen Turkije en de PKK

Na meer dan veertig jaar strijd tegen de Turkse staat riep Abdullah Öcalan, oprichter van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), zijn partijgenoten donderdag op de wapens neer te leggen. Mogelijk is dat de start van een ommekeer in de geschiedenis van de Koerden, Turkije en de rest van de regio. Hoe zit dat met die geschiedenis? En wordt er aan Öcalans aankondiging gehoor gegeven? Vier vragen en antwoorden op een rij.

1Waarom roept Öcalan juist nu op tot het ontbinden van de PKK?

De huidige PKK is niet meer de PKK van de jaren tachtig en negentig, toen het in het zuiden en oosten van Turkije een guerrillaoorlog uitvocht tegen de Turkse staat en door het hele land angst wist te zaaien met het plegen van aanslagen. Ze eisten een onafhankelijke staat voor de Koerden, die een kleine 20 procent van de bevolking vormen.

Hoewel de aanslagen van de PKK nooit helemaal zijn gestopt, is de organisatie vandaag de dag op militair vlak vleugellam. Het lukte het Turkse leger de afgelopen tien jaar om de militanten te verdrijven uit het zuidoosten van het land.

Tegenwoordig verschuilen PKK-leiders zich met een groot deel van hun manschappen in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Maar ook daar zijn ze niet veilig voor de Turkse drone-aanvallen waarmee ze regelmatig worden bestookt.

Zelf zit Öcalan (75) al sinds 1999 vast in de Turkse gevangenis. In die tijd leek zijn retoriek milder te worden, al kon hij als gevangene ook lang niet altijd meer vrijuit spreken. De PKK zou volgens hem niet meer vechten voor een eigen staat, maar voor meer Koerdische autonomie en rechten. „Ik wil vrede zien voordat ik sterf,” zou Öcalan daarbij ook in 2013 hebben gezegd.

Aan de andere kant leek de Turkse regering de afgelopen maanden toenadering te zoeken. Zo hintte de rechtsnationalistische Devlet Bahceli, een politiek bondgenoot van president Recep Tayyip Erdogan, op strafvermindering voor Öcalan als hij de PKK zou oproepen de wapens neer te leggen. Öcalan lijkt daar nu gehoor aan te hebben gegeven.

Oproep van Koerdische leider Öcalan doet hoop herleven op einde gewapende strijd PKK

2Wie zijn de Koerden?

Niet alleen Turkije heeft een Koerdische bevolking. Met grofweg veertig miljoen mensen – schattingen lopen uiteen – zijn de Koerden in omvang de vierde etnische groep in het Midden-Oosten (na de Arabieren, Perzen en Turken). Het Koerdische volk woont verspreid over de regio, voornamelijk in Irak, Iran, Syrië en Turkije. Ze delen een eigen cultuur en spreken verschillende dialecten van de Koerdische taal. De meeste Koerden zijn soennitische moslims, maar er zijn ook Koerdische sjiieten en christenen.

Na de Eerste Wereldoorlog beloofden de Westerse mogendheden de Koerden een eigen staat. Een belofte die werd verbroken met het Verdrag van Lausanne in 1923, dat de grenzen van het huidige Turkije vastlegde. Met de Koerden werd daarentegen niets afgesproken, en dat bleef zo. De afgelopen honderd jaar vonden er Koerdische opstanden plaats in verschillende landen. Tevergeefs: van een eigen staat kwam het nooit, al verwierven de Iraakse Koerden een grote mate van autonomie. In plaats daarvan werd de Koerdische taal en cultuur vaak als een bedreiging gezien en onderdrukt.

3Wat betekent dit voor de Koerden in Syrië?

De aanwezigheid van de Koerden in de buurlanden van Turkije vormde lang een rode draad in het Turkse buitenlandbeleid. Ankara vreesde dat als Koerden in andere landen aan invloed zouden winnen, dat onrust onder de eigen Koerdische bevolking verder zou kunnen aanwakkeren.

De afgelopen jaren waren vooral de Koerdische strijdgroepen (SDF) in het noordoosten van Syrië een doorn in het oog van Ankara. Die groepen kregen tijdens de Syrische burgeroorlog meer dan een kwart van het land in handen en onderhouden bovendien nauwe banden met de PKK. Turkije greep zijn kans door na de val van het Assad-regime afgelopen december, de strijd met de Syrische Koerden op te voeren met luchtaanvallen en het steunen van vijandige lokale milities.

Ook was er sprake van Turkse troepenopbouw aan de Syrische grens. Turkije „bereidde zich voor om een volledige oorlog te beginnen, maar we vroegen hen te wachten om ruimte te geven voor onderhandelingen,” zei de nieuwe Syrische leider Ahmed al-Sharaa daarover in een interview met The Economist. Al-Sharaa wil dat de Koerdische strijdgroepen de wapens neerleggen en zich voegen bij een nationaal Syrisch leger.

„Als er vrede komt in Turkije, is er geen excuus meer om ons in Syrië te blijven aanvallen”, zei SDF-leider Mazloum Abdi donderdag tegen persbureau Reuters. Het is nog maar de vraag of Ankara het daarmee eens is.

4Is vrede daadwerkelijk op komst?

Dat is niet zeker. Eerdere onderhandelingen tussen de Turkse staat en de PKK liepen spaak in zowel 2011 als 2015. En hoewel Öcalan veel aanzien geniet binnen de PKK, is niet duidelijk of het leiderschap in Noord-Irak het eens is met zijn koerswijziging. Toen Bahceli afgelopen oktober met zijn voorstel kwam voor strafvermindering voor Öcalan in ruil voor zijn oproep aan de PKK om de wapens neer te leggen, volgde de dag erop een grote aanslag van de PKK op het hoofdkwartier van een bedrijf voor militaire technologie nabij Ankara. Vijf mensen kwamen daarbij om.