Kamercommissie stuurt brief aan Orbán: herroep wetgeving die Pride-mars verbiedt

Een Kamermeerderheid heeft een brief ondertekend die de Hongaarse regering aanspoort de omstreden anti-lhbti-wet te herroepen. Het wetsvoorstel van afgelopen dinsdag maakt nieuwe anti-lhbti-maatregelen in Hongarije mogelijk, zoals het verbieden van de jaarlijks terugkerende Pride-mars in Boedapest.

De Kamercommissie Europese Zaken roept Hongarije op „onmiddelijk” de plannen in te trekken en doet in de brief ook een beroep op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie: „De rechten van de lhbti-gemeenschap in Hongarije moeten worden gerespecteerd en beschermd.”

Wij staan niet voor het inperken van vrijheden

Laurens Dassen
Volt-leider

GroenLinks-PvdA, VVD, NSC, D66, BBB, SP en Partij voor de Dieren scharen zich achter de oproep van de initiatiefnemer van de brief, Volt-fractievoorzitter Laurens Dassen. Alleen de SGP stemde tegen, want volgens Kamerlid Diederik van Dijk betreft het een „binnenlandse aangelegenheid” en gaat de Europese Unie niet over „seksualiteit- en gezinszaken”.

De overige partijen – PVV, FVD, ChristenUnie, JA21 en Denk – hebben zich onthouden van stemming. Ondanks de onthouding en de tegenstem wordt de brief door een Kamermeerderheid gesteund. Een oproep vanuit de Kamer om een wet in het buitenland terug te draaien komt volgens Volt zelden voor. Initiatiefnemer Dassen onderstreept dat het meer is dan symboolpolitiek. „We komen op voor de waarden van vrijheid en gelijkheid.”

Hokjesdenken

Ook de BBB maakt zich „zorgen” over het Hongaarse wetsvoorstel en heeft besloten de brief te steunen, terwijl BBB niet bekendstaat om steunbetuigingen aan de lhbti-gemeenschap. Zo deed partijleider Caroline van der Plas in een Kamerdebat in 2024 ‘lhbti’ nog af als een „letterbak”.

BBB-Kamerlid Martin Oostenbrink, lid van de commissie Europese Zaken, zegt dat deze uitspraak niet bedoeld was om mensen „weg te zetten”, maar om ze als „volwaardig individu” te benaderen en daarom de gemeenschap niet „te reduceren tot een letter”.

Oostenbrink vindt het zaak de „vrijheid van meningsuiting” en het „demonstratierecht” tegenover Hongarije te onderstrepen. Het Kamerlid is geen fan van „hokjes”, en zegt dat hij achter zijn „persoonlijke waarden” kan staan en tegelijkertijd de grondrechten „van een ander” kan waarborgen. Oostenbrink ziet het als taak op te treden wanneer de vrijheid van mensen „bedreigd wordt”.

Geloofwaardigheid

Een officiële reactie van het huidige kabinet op de Hongaarse anti-lhbti-wet blijft uit.

Vorig jaar juli liet de Europese Commissie weten niet deel te nemen aan de bijeenkomst voor EU-ministers in Hongarije. De boycot was een reactie op premier Viktor Orbán die kort daarvoor een ‘vredesmissie’ was begonnen met Poetin en Xi. Minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD), vertrok ondanks de Europese gevoeligheid en eerdere kritiek van Ruttes kabinetten, toch naar Hongarije.

Dassen beschouwt de brief als een belangrijk signaal aan Orbán: „Wij staan niet voor het inperken van vrijheden.” Dat PVV-leider Geert Wilders en Orbán „twee handen op één buik” zijn, doet volgens Dassen geen afbreuk aan de geloofwaardigheid van de brief van Kamercommissie.