Is er nu wel of geen landelijk huisartsentekort? Nee, schreef oud-minister Pia Dijkstra (Medische Zorg, D66) vorig jaar aan de Tweede Kamer. Ja, dat is er wel, stelden onderzoeksinstituut Nivel en de Landelijke Huisartsen Vereniging. Om aan alle onduidelijkheid een einde te maken, ging de Algemene Rekenkamer aan de slag met de vraag: wie heeft er gelijk? Na vier maanden presenteert Ewout Irrgang, collegelid van de Algemene Rekenkamer, deze woensdag het verlossende antwoord in het rapport Focus op huisartsentekort.
Zegt u het maar, wel of geen tekort?
Irrgang: „Ja, er is een tekort. Een op de twintig mensen is op zoek naar een huisarts. Een deel heeft helemaal geen huisarts. De schattingen variëren van 45.000 tot 194.000 mensen, al is het moeilijk er een exact cijfer op te plakken. Ruim 730.000 mensen hebben nu wel een huisarts, maar ze willen wisselen en dat kan niet. Ze zijn bijvoorbeeld verhuisd en er is geen huisarts in hun nieuwe buurt.”
Als je op internet zoekt, vind je door heel Nederland praktijken met patiëntenstops of wachtlijsten.
„60 procent van de huisartsen had vorig jaar een patiëntenstop. Het tekort zal verder toenemen: 56 procent van de huisartsen gaat de komende twintig jaar met pensioen of op zoek naar een andere baan. Er is echt wel iets aan de hand.”
Waar gaan mensen naar toe als ze geen huisarts hebben?
„Je kunt bij een acute klacht uiteindelijk wel als ‘passant’ terecht bij een huisarts, maar vaak stellen patiënten dat uit. Dat is echt onwenselijk. Je gaat noodzakelijke zorg mijden, dat kan later tot duurdere en meer ingrijpende zorg leiden.”
De Rekenkamer schrijft dat de meeste patiëntenstops vorig jaar in de regio’s Haaglanden, Gooi en Vechtstreek, de Drechtsteden en Amersfoort waren. De Nederlands Zorgautoriteit (NZa) constateerde vorige maand dat het aantal mensen dat via bemiddeling bij de zorgverzekeraar een huisarts probeert te vinden in een jaar is gestegen, van zo’n vijfduizend tot zo’n zevenduizend.
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/data130215855-ce6384.png|https://images.nrc.nl/m8KVxTqgcg8QPfZQamGR96eMGmc=/1920x/filters:no_upscale():format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/data130215855-ce6384.png|https://images.nrc.nl/EqN-NS7LxoYsxvGkR1xFh5_epZ0=/5760x/filters:no_upscale():format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/images/gn4/data130215855-ce6384.png)
Den Haag, Het Gooi? Niet de regio’s die je direct zou verwachten…
„Je kunt niet makkelijk zeggen: ‘daar is het huisartsentekort het ernstigst’. Neem Haaglanden, waar 75 procent een patiëntenstop heeft. Dat is een verstedelijkt gebied. Misschien kun je je bij die andere 25 procent gewoon inschrijven, en zijn die ook nog in de buurt. In bijvoorbeeld Friesland, Drenthe en Zeeland is het aantal patiëntenstops kleiner. Maar als daar een patiëntenstop is en je moet vervolgens twintig kilometer rijden, heb je geen huisarts meer in je directe omgeving.”
Waarom vragen zo weinig mensen hulp van hun zorgverzekeraar?
„Onbekendheid, vermoeden we. Veel mensen weten niet dat ze zich kunnen melden. Maar zorgverzekeraars weten misschien wel waar nog ruimte is. Of ze vragen een huisarts om toch nog iemand aan te nemen, omdat het echt nodig is.”
Minister Fleur Agema (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, PVV) vindt het belangrijk dat iedereen zich kan inschrijven bij een huisarts in de buurt, schreef ze eerder aan de Kamer. Het kabinet ziet een belangrijke rol voor de huisarts, als iemand die moet voorkomen dat mensen te snel worden doorverwezen naar dure, specialistische zorg. Het goede nieuws is dat de Rekenkamer stelt dat het aantal huisartsen tussen 2000 en 2024 is gegroeid van 8.600 naar 14.300. Tegelijkertijd daalde het aantal patiënten per huisarts van ruim 1.800 naar 1.250.
Als die huisartsen allemaal wat extra patiënten nemen, is het tekort dan niet opgelost?
„Rekenkundig klopt dat. Maar het gaat voorbij aan de dubbele vergrijzing. Er komen steeds meer ouderen die steeds ouder worden, en die gaan vaker naar de huisarts. Ook wordt er zorg verplaatst vanuit het ziekenhuis naar de huisarts. En soms is er ruimtegebrek: dan kunnen er gewoon geen patiënten meer bij.”
Wat verder speelt, zegt Irrgang, is dat patiënten op de wachtlijst van de ggz en de jeugdzorg zich – ter overbrugging – bij de huisarts melden. Zo krijgt die er nog meer taken bij. „De huisarts is de frontlinie van de samenleving; die sluit nooit zijn deuren.”
Maar terwijl de vraag stijgt, neemt het aanbod van dokters juist af. Huisartsen die met pensioen gaan, hebben moeite een opvolger te vinden voor hun praktijk. Jonge huisartsen werken vaker in deeltijd of worden waarnemer.
U schrijft ook dat een kwart van de huisartsen na vijftien jaar iets anders gaat doen.
„Dat is heel veel. Administratieve lasten spelen een rol, werkdruk, de werk-privébalans. Het aantal opleidingsplaatsen is de afgelopen jaren verhoogd, maar lang niet alle plekken worden opgevuld. Het zou goed zijn om te kijken of we iets aan die in- en uitstroom kunnen doen.”
Dokters krijgen steeds meer ondersteunend personeel zoals doktersassistenten en praktijkondersteuners. Is dat de oplossing?
„Ook daar zijn personeelstekorten, die zie je overal in de zorg.”
En digitalisering, zoals thuisarts.nl of apotheek.nl?
„Ik ben zelf ook enthousiast, maar vier miljoen Nederlanders kunnen niet goed omgaan met digitale mogelijkheden. Digitalisering is geen magic bullet.”
Onze huisartsenzorg, zegt Irrgang, „is een heel mooi systeem waar ook internationaal met enige jaloezie naar wordt gekeken. Laagdrempelige, toegankelijke basiszorg, met een huisarts die de patiënten kent. Dat systeem moeten we koesteren. Maar het piept en het kraakt.”
Lees ook
De dokter zit straks gewoon in je achterzak: de digitalisering in de huisartsenzorg neemt rap toe
