Hollywood dat de draak steekt met Hollywood: het levert hits en zeperds op. Recentelijk vooral zeperds: denk aan actiekomedie The Fall Guy, een ode aan de stuntman met Ryan Gosling die niemand echt interesseerde. Of aan Babylon, een uitzinnige, maar jammerlijk geflopte satire op Hollywood in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Of serie The Franchise op HBO Max, over het maken van een superheldenfilm.
The Franchise nam iets op de hak dat op zichzelf al ridicuul is: superhelden in spandex. De hectische, cynische en fatalistische toon reflecteert mogelijk Hollywoods huidige gemoedstoestand: een verweerd, panikerend filmbastion onder druk van streaming, staking, bosbrand, AI, Trump en afstervende verdienmodellen.
Ook in Apple’s serie The Studio is Hollywood geen droomfabriek, eerder een abattoir waar dromen worden geslacht en uitgebeend. Ook hier wint geld altijd van goede smaak. Toch is het gezien de eerste vijf afleveringen – woensdag zet Apple TV+ er weer twee online – balsem op de gekwelde ziel van de filmindustrie.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208582-66a613.jpg|https://images.nrc.nl/oEtFP_qKOSgkT-yqYa57xGzzfDc=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208582-66a613.jpg|https://images.nrc.nl/2WE88rZe6v4lTSGRoyjLCVDOB3M=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208582-66a613.jpg)
In tranen
Acteur-schrijver-producer Seth Rogen vertelt dat een filmbons hem in tranen belde omdat hij zichzelf, geheel ten onrechte, zag als inspiratie voor de hoofdpersoon van ‘The Studio’: studiobaas Matt Remick. Rogen doseert azijn en suiker slim in deze geestige, bij flarden hilarische serie over een grote filmstudio in Los Angeles. ‘Executives’ of ‘suits’ met wier opportunisme, inhaligheid en wansmaak Hollywoodkomedies doorgaans de draak steken, zijn in The Studio eerder beklagenswaardig en eenzaam in hun kolossale villa’s met zwembad.
Remick krijgt in de serie de leiding over de in een kitscherige Azteken-tempel gehuisveste studio Continental als haaibaai Patty Leigh (Catherine O’ Hara) na een serie filmfiasco’s het veld ruimt – van haar is hij nog lang niet af. Rogen, zelf al ruim twintig jaar op de top van Hollywoods apenrots, speelt Remick als een liefhebber die hoogstaande films ambieert en ‘auteur-vriendelijk’ wil zijn. Het is hem alleen niet gegund. „Ik ging hier ooit aan de slag omdat ik van films hou, nu is het mijn taak ze te ruïneren”, zucht hij op zeker moment – Rogen hoorde dat ooit zelf van de huidige baas van 20th Century toen die hem dwong met het oog op de leeftijdskeuring de pittigste grappen uit een scenario te verwijderen.
Studiobaas Remick is een ‘pleaser’ die oprecht treurt over de rotzooi die hij maakt, waardeloos is in slechtnieuwsgesprekken en zijn paniek dempt met zelfbedrog. Hij waant zich een ‘mensenmens’ en vergeet steeds dat ze niet hem willen, maar iets ván hem willen. Algemeen directeur Griffin Mill (Bryan Cranston) waardeert de enthousiaste filmkneus Remick vermoedelijk vooral om zijn buigzame ruggengraat, maar ondervraagt hem bij de sollicitatie argwanend: klopt het gerucht dat hij ‘arty-farty’ is en kunstfilms wil maken?
Welnee, natuurlijk niet! Matt Remick moet zijn neus voor ‘the bottom line’ (lees: winst) bewijzen door een blockbusterfilm rond frisdrankmerk Kool-Aid te verzinnen, liefst een hitfilm van het kaliber Barbie. Even droomt Remick kunst en commercie te verenigen als zijn idool Martin Scorsese met een project van 250 miljoen dollar komt over Jonestown, waar sekteleider Jim Jones in 1978 ruim negenhonderd volgelingen dwong vergif te drinken. De sarcastische term ‘drinking the Kool-Aid’ verwijst naar die gruwel: Remick besluit Scorsese’s film te realiseren onder de titel Kool-Aid. Een weinig plausibel plot, maar The Studio komt ermee weg omdat de rest zo hilarisch is: Remick camoufleert zijn blunder als een machiavellistisch manoeuvre, reduceert daarmee Scorsese tot een jammerend hoopje ellende en verzekert zich zo van de diepe minachting van de ‘creatieven’ en filmsterren naar wier goedkeuring hij hengelt: Charlize Theron, Steve Buscemi.
/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208549-919292.jpg|https://images.nrc.nl/ky2uhrv0PvZk823aK-Q3a9Jzk6Q=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208549-919292.jpg|https://images.nrc.nl/uKL4jGnZEGoP7G7BhYP0JSb4XuM=/5760x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data130208549-919292.jpg)
Cameo’s
Qua gastoptredens en cameo’s van sterren kan The Studio zich meten met Ricky Gervais’ legendarische serie Extras. De gasten hebben altijd een functie; zo is er een aflevering waarin Remick met hulp van acteur Anthony Mackie regisseur Ron Howard moet overhalen een afschuwelijke en ellenlange scène uit een film te knippen die verder perfect is. Voor Howard blijkt die scène evenwel zeer persoonlijk te zijn. En Howard is een enorme ploert, ondanks zijn reputatie van ‘aardigste man van Hollywood’. Wie vertelt hem dat de scène niet deugt?
The Studio toont Hollywood als plek waar gedrag intens berekenend is en relaties extreem persoonlijk zijn; alles ligt zo delicaat dat communicatie onmogelijk indirect is. Uiteraard put The Studio humor uit de hypocriete cultuur van pluimstrijken en de onstilbare honger naar bevestiging, schouderklopjes en prijzen. Gefleem dat met alle stress en fragiele ego’s zomaar omslaat in lachwekkend gekrijs en gescheld.
Neem aflevering ‘The Oner’, waar het kersverse studiohoofd Matt Remick er beslist bij wil zijn als regisseur Sarah Polley rond zonsondergang in ‘magisch licht’ een ingewikkelde ‘long take’ opneemt. Niemand wil de baas op de set, maar niemand durft nee te zeggen terwijl iedereen weet dat Remick enorm in de weg gaat lopen – al verrast de schaal van de verwoestingen die hij aanricht alsnog. Na zo’n catastrofe rijdt de studiobaas dan in zijn vintage cabrio snel weg met zijn sidekick, feestbeest en veelsnuiver Sal Saperstein (Ike Barinholtz). ‘In denial’: dat had erger gekund toch?
Seth Rogen blijkt eens te meer een kanjer in ‘cringe’ die zich graag in gênante situaties manoeuvreert en dan onze sympathie wint door dapper voort te ploeteren. The Studio is een spitse en grappige show met een scherp oog voor slapstick: een ongelukkig geworpen sandwich kan zomaar een filmset verwoesten. Venijnig wordt het niet: onder het groteske en verwende gedrag en de pathetische intriges schemeren altijd kwetsbare ego’s door.
Door zo geestig en overtuigend aan te tonen dat het huidige Hollywood niet in staat is iets van blijvende waarde te produceren, bewijst zedenschets The Studio tegelijk het tegendeel. Apple TV+ zet zijn ‘winning streak’ met deze serie voort. Met films wil het nog steeds niet zo lukken, qua series staat het op nummer één.
