Ook op een doorsnee dinsdagochtend, vlak voor het middaguur, zit een rij patiënten te wachten op de bruinleren banken van de spoedpost van ziekenhuis Medisch Spectrum Twente (MST). De bezoekers ogen bezorgd. Maar niet omdat ze met spoed zijn binnengebracht. Tijdens kantooruren doet dit deel van het ziekenhuis in Enschede momenteel dienst als huisartsenpraktijk voor passanten.
Huisartsenpraktijk Thoen is vorig jaar opgericht voor inwoners van Enschede die geen eigen huisarts hebben, laat praktijkmanager Miranda Verleun zien aan de hand van een grafische schets. Het ging na het faillissement van Co-Med om naar schatting – een officieel aantal is er niet – tienduizend mensen. „Urgentie!” staat met stift op het kaartje geschreven, boven een tekening van een grote groep poppetjes die de huisartsloze populatie voorstellen.
Het hangt van zoveel zaken af, als er een simpele verklaring was hadden we het allang opgelost
Enschede kampte sowieso al jaren met een fiks huisartsentekort – een van de grootste van Nederland. Maar door de gedwongen sluiting van de commerciële keten Co-Med kwamen daar nog eens 8.600 mensen bij. Dat was een „hele zware domper”, zegt Foke Dijkstra. Ze is regiomanager huisartsenzorg Twente bij Menzis, de zorgverzekeraar met het grootste marktaandeel in Enschede. Dijkstra: „Maar in plaats van de moed te verliezen, hebben we er echt onze schouders onder gezet. En zo zijn er veel nieuwe initiatieven gekomen.”



Foto’s Eric Brinkhorst
Oorzaken
Hoe valt het grote huisartsentekort in Enschede te verklaren? Niemand die daar een eenduidig antwoord op heeft. Zelfs niet de spin-in-het-web van de Twentse huisartsenzorg, Marieke Nijhof. Naast praktijkhoudend huisarts is ze voorzitter van belangengroep Huisartsenzorg Twente, een van de aanjagers van Thoen en ook oprichter van een nieuwe huisartsenpraktijk, Twentse Oorsprong. Die opent deze maand de deuren en zal zo’n vierduizend Enschedeërs een eigen huisarts geven.
Dijkstra van Menzis doet een poging: „Het hangt van zoveel zaken af, als er een simpele verklaring was hadden we het allang opgelost. In andere regio’s is de dekking van geneeskundeopleidingen misschien beter. Drenthe wordt voorzien door studenten uit Groningen, Arnhem heeft Nijmegen, Zeeland heeft Rotterdam. Wij hebben alleen de dependance van de huisartsenopleiding van de Vrije Universiteit in Amsterdam, maar daar zitten vooral studenten die toch al uit Twente komen. Het brengt geen extra aanwas.”
Het liefst had Menzis gezien dat het eerdere plan voor een zogeheten ‘nulpraktijk’ in Enschede tot stand was gekomen, een huisartsenpraktijk zonder patiënten die gestaag zijn patiëntenpopulatie kon opbouwen. Maar dat kwam niet van de grond: er waren geen huisartsen voorhanden die het zagen zitten om praktijkhouder te worden. Dat is over de gehele breedte van de Nederlandse huisartsenzorg een probleem: praktijkhouders die met pensioen gaan en geen opvolger kunnen vinden, omdat beginnende huisartsen het vaak niet zien zitten om eindverantwoordelijk te zijn. Veel liever willen ze in het vak groeien onder de vleugels van ervaren huisartsen, zonder ondernemersrisico en zonder lange werkweken. Daarom ziet Menzis vooral toekomst voor huisartsenposten in gezondheidscentra.
Lees ook
Ja, er is echt een huisartsentekort: een op de twintig mensen kan geen dokter vinden


Bij de huisartsenpraktijk Thoen kunnen mensen terecht die geen eigen huisarts hebben.
Foto Eric Brinkhorst
Plan B
De oprichting van een passantenpraktijk, zoals Thoen genoemd wordt, was in die zin plan B. Bij het netwerk van Thoen zijn tientallen Twentse huisartsen aangesloten, onder wie gepensioneerde artsen. Zij kunnen zich, op momenten dat ze zin en tijd hebben, inschrijven op diensten, zodat huisartsloze Enschedeërs toch een huisarts kunnen zien.
Vóór Thoen moesten inwoners van Enschede zelf rondbellen of ze bij een huisarts terecht konden. Daarbij stuitten ze keer op keer op een dichte deur. Zeker in de eerste maanden na opening van Thoen zagen de huisartsen veel mensen die geen Nederlands spreken. Mensen die al zo lang geen huisarts hadden gezien dat ze niet voor één maar voor een veelheid van problemen kwamen.
In een half uur kun je veel over elkaar te weten komen. En in dat half uur kun je ook een binding aangaan met de patiënt
De zorg van Thoen doet niet veel onder voor die van een reguliere huisarts. Patiënten kunnen er op afspraak terecht, worden er gewoon doorverwezen naar het ziekenhuis of naar de geestelijke gezondheidszorg. Alleen zien ze bij Thoen steeds weer een ander gezicht. Daarbij staan sommige patiënten nergens op naam ingeschreven. Niemand beheert hun patiëntendossier. Dijkstra: „Als patiënten ’s nachts bij de spoedpost zijn geweest, is er geen huisarts die dat overdag weer oppakt.”
Op termijn een eigen huisarts
Huisarts Marloes van Geenen heeft in haar tijd bij Thoen gemerkt dat vooral mensen met psychische klachten moeite hebben „om hun verhaal bij een vreemde dokter op tafel te leggen”. Zelf ziet ze daar vooral een uitdaging in. „In een half uur kun je veel over elkaar te weten komen. En in dat half uur kun je ook een binding aangaan met de patiënt.”
Toch moeten de inwoners van Enschede „op termijn” allemaal een eigen huisarts krijgen, benadrukt Marieke Nijhof van Huisartsenzorg Twente. „Een vaste huisarts is een bekend gezicht, biedt continuïteit, een vervolg. Ik ben zelf tien jaar huisarts, je bouwt met je patiënten echt iets op. Je hebt voldoende onderling vertrouwen opgebouwd om te zeggen: u hoeft niet naar de specialist. Als een vreemde dokter je dat vertelt, kan bij de patiënt toch het idee ontstaan: hoe weet u dat nou, u kent mij helemaal niet! Mijn patiënten voelen dat ik ze ken. Dat is de kracht van de Nederlandse huisartsenzorg.”
Lees ook
Einde Co-Med zorgelijk voor artsen én patiënten: ‘Niemand neemt me aan, want niemand heeft plek’
