Wethouders van Financiën zijn over het algemeen geen opgewonden standjes. En als geen ander weten ze dat je je op de tribune bij een debat in een volksvertegenwoordiging rustig hoort te gedragen. Maar deze woensdagmiddag in de Tweede Kamer sissen ze. Klinkt er hoongelach en diep gezucht. En op enig moment zelfs een verontwaardigd: „Dat kan niet!”
Met z’n honderdvijftigen zijn ze uit het hele land naar de Tweede Kamer gekomen voor een commissiedebat over ‘financiën decentrale overheden’. Of hoe het in gemeenteland wordt genoemd: het ravijn.
Vanaf 2026 krijgen gemeenten 2,4 miljard euro minder van het Rijk in het zogenoemde Gemeentefonds, wat goed is voor gemiddeld 70 procent van hun inkomsten. Daarbovenop speelt nog de financiering van de jeugdzorg: vrijwel alle gemeenten maken meer kosten dan het Rijk vergoedt. En daarbovenop speelt dat opeenvolgende kabinetten steeds meer taken naar de lokale overheden hebben overgeheveld, soms zonder bijpassende vergoeding.
De landelijke overheid en lokale overheden liggen inmiddels op dusdanige ramkoers over geld en taken dat als er half april in de Voorjaarsnota van het kabinet niet op z’n minst meer geld komt voor jeugdzorg, de gemeenten naar de rechter stappen. De ene bestuurslaag zou de ander dan aanklagen wegens ingebrekestelling.
Ook heroverwegen gemeenten deelname aan het woonakkoord (de plannen die zijn gemaakt om woningbouw te versnellen) en de zorgakkoorden (om gezondheidszorg goed en betaalbaar te houden). „Minder geld betekent minder doen”, aldus koepelorganisatie Vereniging Nederlandse Gemeenten vorige week.
Lees ook
In alle gemeenten is door geldgebrek ‘een auto-ongeluk in slow motion’ gaande
Lachgascilinders
Als je de wethouders naar voorbeelden vraagt van taken die ze volgens eigen zeggen „zonder knaken” doen, hebben ze die in overvloed, groot en klein. De Rijswijkse wethouder Werner van Damme (VVD) noemt lachgascilinders. Lachgas valt sinds 2023 onder de Opiumwet: „De politie is met 13 miljoen euro gecompenseerd om te handhaven. Wij moeten die cilinders opruimen, maar ze blijken te ontploffen in vuilniswagens en verbrandingsinstallaties. Wij krijgen geen extra geld.”
In Zwijndrecht is het gemeentehuis nu één dag in de week dicht, vertelt wethouder Tycho Jansen (ChristenUnie-SGP). Dat scheelt in de beveiligingskosten. Ruim 5 miljoen euro heeft deze gemeente al bezuinigd. Hij zegt: „We zijn verplicht uitkeringen één op één uit te keren. Structureel krijgen we daar te weinig geld voor.”
Driekwart van de gemeenten verwacht volgens accountantskantoor BDO de komende vier jaar een begrotingstekort, oplopend tot gezamenlijk 5,2 miljard euro. Uit onderzoek van NRC bleek vorige maand, op basis van brieven van de provincies, die toezicht houden op de gemeentelijke financiën, dat slechts 40 van de 342 gemeenten alle vier de jaren in hun meerjarenbegroting „structureel en reëel in evenwicht” krijgen, zoals wettelijk verplicht is.
Het ‘ravijn’ gaat gevolgen hebben voor alle voorzieningen in gemeenten. Bibliotheken en zwembaden worden vaak genoemd, maar daar is vaak al op bezuinigd. Lasten – meestal de onroerendezaakbelasting – zijn al verhoogd. Veel gemeenten verwachten komend najaar in de begroting voor 2026 hardere keuzes te moeten maken, en te moeten snijden in zaken als armoedebestrijding, veiligheid op straat of onderhoud van scholen, wegen en bruggen.
Lees ook
Lees ook over de financiën van Tiel
Wethouder Philip van Veller (VVD) uit Leidschendam-Voorburg zegt: „Ik snap dat de miljarden niet in de rondte vliegen, maar hun keuzes wentelen ze nu op ons af, en wij mogen dat aan de inwoners gaan uitleggen.” Eva Boswinkel (GroenLinks) uit Zutphen zegt: „Ik voel dat ik mijn inwoners moet beschermen tegen de rijksoverheid.” Hanneke Steen (CDA) uit Hengelo: „Het allerergste is dat we hier moeten zijn om onze hand op te houden.”
Zo druk is het dat de wethouders deze woensdag niet in de zaal passen en er reserveruimtes moeten worden ingericht. Hun actiebordjes en buttons hebben ze moeten afgeven.
Inspanningen
Minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) zegt „de zorgen te begrijpen”. „Die zijn luid en duidelijk bij mij overgekomen.” Ze zegt „stappen” te zullen nemen en „inspanningen” te zullen doen. Ze zal vooral „de problemen nogmaals naar voren brengen” in het kabinet. Als minister is zij verantwoordelijk voor de mede-overheden, maar níét voor hoeveel geld er in het Gemeentefonds komt (dat is aan de staatssecretaris van Financiën) of welke taken er allemaal naar lokale overheden gaan (dat is aan andere ministers).
Tweede Kamerlid André Flach (SGP) zegt dat het dus „appeltje, eitje” moet zijn om meer geld te regelen. Andere ministers willen immers hun ambities waarmaken, en voor woningbouw of de energietransitie kunnen die niet zonder gemeenten worden gerealiseerd.
De oppositie is eensgezind: het is „code rood” (Glimina Chakor, GroenLinks-PvdA) in de gemeenten, er dreigt een „sociale kaalslag (Michiel van Nispen, SP) en de „basis van onze samenleving wordt uitgehold” (Mirjam Bikker, ChristenUnie).
De coalitie is verdeeld. Waar Natascha Wingelaar van NSC het heeft over „verschillende perspectieven op het ravijn”, Aukje de Vries van de VVD zegt dat er „heel veel uitdagingen zijn”, ook bijvoorbeeld bij defensie, en Marco Deen (PVV) zegt dat er „eenmaal keuzes gemaakt moeten worden”, schaart Henk Vermeer van de BBB zich achter de zorgen van de wethouders.
Vermeer zegt: „Een ravijn suggereert dat je er uit kunt klauteren, maar dat is hier niet zo. Aan de andere kant is een vlakte. Dit is niet anders op te lossen dan met structureel geld voor gemeenten.” Dan heeft hij het over „serieus geld”.
Uitermark blijft terughoudend. Ze heeft het niet over een bezuiniging maar over „een terugval” in inkomsten. Ze erkent dat er „een disbalans is”, maar wil niet vooruitlopen op de Voorjaarsnota, noch vertellen of en hoeveel geld ze heeft gevraagd van het ministerie van Financiën voor deze herziening op de begroting van 2025. De wethouders hadden dat ook eigenlijk niet verwacht.
Lees ook
‘De gemeenten 3 miljard korten, gaat álle ministeries pijn doen’
