‘Je krijgt dus géén hulp. Je probeert zo goed en zo kwaad als het gaat met de klachten verder te leven, en misschien gaan ze vanzelf weer over.” Op de eerste pagina van een boekje dat conservator Mieneke te Hennepe openslaat staat een relaas over wat er gebeurt als een vrouw bij de dokter komt. Er wordt in beschreven hoe klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en depressiviteit worden afgedaan als gebruikelijke vrouwenklachten waar niets aan te doen is. Het boekje, getiteld Vrouwen over hulp bij ziekte en problemen, werd uitgegeven door feministische uitgeverij De Bonte Was in 1978.
Het is bijna vijftig jaar later, maar nog altijd is de meerderheid van de mensen met onverklaarbare gezondheidsklachten vrouw. Ook krijgen mannen gemiddeld sneller dan vrouwen een diagnose bij hart- en vaatziekten, en bij cyclus- en hormoongerelateerde aandoeningen, zoals endometriose, duurt het vaak jaren voordat er een diagnose wordt gesteld. Ongelijkheid op basis van sekse en gender zit ook in geneesmiddelenonderzoek. Tot het einde van de vorige eeuw werden vrouwen meestal uitgesloten van deelname aan studies naar geneesmiddelen, onder meer vanwege de aanname dat hun hormonale cyclus invloed kon hebben op de onderzoeksresultaten.

Deze ongelijkheid, ook bekend als gender bias, krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht, merkt Te Hennepe op. Ze stelde de tentoonstelling Ongezien. Ongelijkheid in Geneeskunde samen die vanaf 7 maart te zien is in Rijksmuseum Boerhaave in Leiden.
Ze is sinds 2006 conservator van de medische collectie van het wetenschapsmuseum. Daarnaast doceert ze een dag per week medische geschiedenis aan studenten geneeskunde in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Ze heeft meer vrouwelijke dan mannelijke studenten tegenover zich in de collegebanken. In haar colleges besteedt ze onder meer aandacht aan de eerste vrouwelijke artsen die een strijd moesten voeren om een voet tussen de deur te krijgen in de geneeskunde. Aletta Jacobs werd in 1871 als eerste vrouw in Nederland officieel toegelaten tot de universiteit. Ze studeerde geneeskunde en werd de eerste vrouwelijke arts.
Hardnekkige vooroordelen
„De eerste lichting schikte zich veelal naar het idee dat zij zich alleen mochten bezighouden met vrouwen en kinderen”, vertelt Te Hennepe. Ondanks de komst van vrouwen in het vakgebied verdwenen stereotypen en vooroordelen over vrouwen en hun gezondheidsklachten vaak niet. Dit zette haar op het spoor voor deze nieuwe tentoonstelling in het museum, waarin ook de invloed van feministische pioniers zoals Jacobs aan bod komt.

Ze vindt het een positieve ontwikkeling dat het aantal vrouwen bij de studie geneeskunde is toegenomen. Toch zorgt het volgens haar niet automatisch voor de oplossing van genderongelijkheid in de geneeskunde en de gezondheidszorg. „Het verbaast mij weleens dat wordt gedacht dat met een grotere groep vrouwen verandering vanzelf zal komen”, zegt ze. Het ligt ook aan wat studenten leren tijdens hun studie. In een studieboek anatomie, dat ongeveer twintig jaar geleden is uitgegeven, staan voornamelijk nog mannen afgebeeld. Artsen en zorgmedewerkers zijn met dit soort studieboeken opgeleid, stelt Te Hennepe. Pas recent is daarin meer diversiteit te zien.
Het mannelijk lichaam is in de geneeskunde vrijwel altijd de norm geweest. De oorsprong daarvan wordt vaak gelegd bij de Griekse wijsgeer Aristoteles, die vrouwen zag als een misvormde versie van de man, legt Te Hennepe uit. Naar de Oudheid wordt wel vaker verwezen als het over de geschiedenis van gender bias in de geneeskunde gaat, zo valt haar op. Het Griekse woord hystera betekent baarmoeder; het orgaan werd door de oude Grieken al in verband gebracht met allerlei problemen bij vrouwen.
Te Hennepe besloot echter om zich vooral te richten op andere periodes in de geschiedenis. Voor de tentoonstelling bracht ze museale objecten samen die dateren van de Middeleeuwen tot en met de eenentwintigste eeuw.

Beroemde anatomische atlas
Het is voor het eerst dat de ongelijkheid op basis van sekse en gender centraal wordt gezet bij de vertoning van de museumstukken. Zo wordt de beroemde anatomische atlas van Bernhard Siegfried Albinus (1697-1770) uit de collectie gekoppeld aan gebrekkige aandacht voor de vrouwelijke anatomie. Albinus toonde in zijn atlas het skelet van de homo perfectus. Deze ideale mens, door Albinus afgebeeld, was een man en geen vrouw. „Albinus klaagde er wel over dat er geen goede vrouwelijke skeletten te vinden waren”, vult Te Hennepe aan. Of Albinus daadwerkelijk geen geschikte vrouwelijke skeletten kon vinden en wat hiervoor de reden was, blijft onbekend.
Albinus maakte wel een kleine prent van de huid van een zwarte vrouw, die ook op de tentoonstelling te zien is. Hij wilde met deze afbeelding het verschil laten zien tussen een lichte en een donkere huid, die dikker zou zijn en minder pijngevoelig. Dit is een mythe, maar ongeveer een eeuw later bestond de aanname dat er onderscheid is in de pijnbeleving nog steeds, legt Te Hennepe uit. Hysterische (witte) vrouwen zouden het meest gevoelig zijn voor pijn, arbeiders, baby’s en mensen met een donkere huid het minst.
Mythes, vooroordelen en stereotypen sijpelden door naar modernere tijden; ze bleven bestaan of werden in ieder geval niet volledig ontkracht. De tentoonstelling is daarom niet chronologisch, maar thematisch opgebouwd. Het begint bij het thema ‘ongezien’, waarin het vooral gaat over het gebrek aan aandacht in de medische wetenschap voor vrouwen. Hun achtergestelde positie werd eeuwenlang niet erkend, waarmee het probleem van gender bias eveneens onopgemerkt en ongezien bleef.
De objecten in het museum zijn vooral door mannen verzameld
Voor de vormgeving van de tentoonstelling werd samengewerkt met ontwerpbureau Maison the Faux. Hoewel de tentoonstelling gaandeweg steeds kleurrijker wordt treed je als bezoeker eerst binnen in een wachtkamer zoals we die kennen bij de dokter. Aan de muur hangen oude voorlichtingsposters met stereotype afbeeldingen van mannen en vrouwen. Hier wilde Te Hennepe de subtiele kracht van gender bias voelbaar maken.

Het thema ‘miskend’ volgt hierop, waarbij de gevolgen aan bod komen. Het gaat over de consequenties van late en verkeerde diagnoses, maar ook over de opkomst van experimentele behandelingen voor ‘vrouwenklachten’ die in het verleden soms meer kwaad dan goed deden.
„Wat je soms tegenkomt, het huilen staat je nader dan het lachen”, zegt Te Hennepe. Dit gevoel bekroop haar toen ze negentiende-eeuwse beschrijvingen over hysterie las, mede omdat ze wist hoe vrouwen hiervoor werden behandeld. Destijds was de chirurgie in opmars. Er werd door artsen een verband gelegd tussen hysterie en de eierstokken. „In een tijd waarin de chirurgie erg in opkomst is, wordt de oplossing: weghalen”, zegt Te Hennepe.
Een gynaecologische onderzoeksstoel uit het begin van de vorige eeuw werd speciaal voor de tentoonstelling gerestaureerd. „Het was een onderzoeksstoel, maar er werden ook operaties op uitgevoerd”, vertelt Te Hennepe. De stoel komt uit een periode waarin de gynaecologie als specialisme in ontwikkeling was en er nog altijd veel optimisme heerste over de inzet van chirurgie. Welke specifieke ingrepen erop zijn uitgevoerd, is niet bekend.
Je weet meteen hoe het voelt om erin te liggen
Het lijkt op een martelwerktuig, kreeg Te Hennepe van een collega in het museum te horen. „Zodra je deze stoel ziet, weet je meteen hoe het voelt om erin te liggen”, zegt ze. Juist de weerstand die het opriep, vond ze interessant en was voor haar een reden om het in de tentoonstelling op te nemen. De stoel werd gemaakt met oog voor de comfortabele positie van de medisch behandelaar, maar er was geen aandacht voor de ervaring die een vrouwelijke patiënt erin had.
„Er zit een verzamel-bias in onze collectie”, vertelt Te Hennepe. Toen het Leidse wetenschapsmuseum in 1928 werd opgericht – en ook in de decennia daarna – was de geneeskunde een wit mannenbolwerk. Vooral mannen hebben ook de museale objecten verzameld. De medische collectie reflecteert grotendeels wat zij belangrijk vonden om te bewaren en tentoon te stellen aan publiek. Als conservator probeert Te Hennepe historische objecten en medische instrumenten te verwerven om de medische collectie uit te breiden.

Op de tentoonstelling zijn ook hedendaagse kunstwerken te zien die een reactie zijn op het verleden. Het museum kocht een sculptuur aan van beeldend kunstenaar Nathalie Latour. Ze maakt realistische beelden die overeenkomst vertonen met anatomische modellen uit de achttiende eeuw. Latour werkt met dezelfde methode en materialen uit die tijd, maar haar sculpturen hebben een androgyne uitstraling, waarmee ze zowel mannelijk als vrouwelijk ogen.

Het museum toont daarnaast ook het kunstwerk Atlas of Queer Anatomy van ontwerper Kuang-Yi Ku, dat werd gemaakt in samenwerking met hoogleraar Henry de Vries van het Amsterdam UMC. Het is een reactie op Atlas of Human Anatomy, een bekend standaardwerk over anatomie uit 1957 van de Amerikaanse chirurg Frank H. Netter. Het kunstwerk reageert op de westerse en heteronormatieve dominantie in het anatomieonderwijs.
Te Hennepe wil de medische collectie van het museum verder uitbreiden met actuele verhalen van patiënten en ervaringsdeskundigen. Het vastleggen en bewaren van deze verhalen wordt in het museum ‘participatief verzamelen’ genoemd. In 2021 verzamelde Te Hennepe in samenwerking met belangenvereniging Freya, die zich inzet voor mensen met vruchtbaarheidsproblemen, verhalen van patiënten en ervaringsdeskundigen over hedendaagse vruchtbaarheidsbehandelingen.
Behandeling van endometriose
In aansluiting op de nieuwe tentoonstelling wil ze een vergelijkbaar project beginnen. De verhalen zullen niet meer in de tentoonstelling terechtkomen, maar kunnen bijvoorbeeld wel worden opgenomen in een publicatie, legt ze uit. De diagnose en behandeling van endometriose wil ze centraal stellen. Endometriose is een aandoening waarbij weefsel, dat lijkt op het slijmvlies in de baarmoeder, buiten de baarmoeder wordt aangetroffen. De symptomen lopen uiteen van pijnlijke menstruatie en ovulatie tot chronische bekkenpijn, vermoeidheid en onvruchtbaarheid. Het kan grote invloed hebben op het leven. Bij deze aandoening duurt het gemiddeld zeven tot acht jaar voordat de juiste diagnose is gesteld.
De tentoonstelling belicht ook hoe in opstand werd gekomen tegen ongelijkheid in de geneeskunde. Er liggen feministische boekjes en er wordt een video vertoond waarin artsen en pleitbezorgers van gendersensitieve geneeskunde en zorg aan het woord komen. Tot slot gaat het in ‘ongezien’ over wat er vandaag de dag moet veranderen. We zien en erkennen de ongelijkheid in de geschiedenis van de geneeskunde, maar gender bias is nog steeds een probleem dat onderzoek behoeft. Door wat ze in de voorbereiding van deze tentoonstelling meekreeg, merkt Te Hennepe dat dit nodig is. „Er zijn altijd vragen die opgelost moeten worden in wetenschappelijk onderzoek, maar hier is veel werk te doen. Daar ben ik van overtuigd geraakt.”
