Iets kleins en liefs om te maken voor Valentijnsdag

Valentijnsdag. Het is heel lang geleden dat ik daar iets aan deed in NRC. Omdat ik echt niet meer wist wanneer ik er het laatst over schreef, en welk recept ik u toen voorschotelde, dook ik in mijn archief. Daar kwam ik twee documenten tegen waarvan ik het bestaan volslagen vergeten was, en die me beide ontroerden.

Het eerste was een Word-bestandje met daarin alles wat ik blijkbaar ooit heb kunnen vinden over de naam van mijn oudste kind. ‘Valentinus, Fallatijn, Teinie , Valentius, Valentijn; fra Valentin; du Val, Valentin, Valentinus, Velten; eng Valentine’. Kijk, daar was de eerste vertederde glimlach al. Bijna alle genoemde varianten zijn in de loop van zijn bijna 25-jarige leven als roepnaam gebruikt voor Valentijn, die overigens tegenwoordig de voorkeur geeft aan Val.

Het tweede document bleek een half-affe column, geschreven in het jaar van mijn scheiding. Gek hoe door het lezen van zoiets het verdriet van toen opeens weer tastbaar wordt. ‘In het jaar dat hij haar verliet viel ze tien kilo af. Bij alleen al de gedachte aan eten snoerde haar keel dicht. Ze voedde zich met smoothies en dikke soep; vloeistoffen gingen nog net. Bananen en avocado’s, ze leek wel een baby. Kauw, zei ze tegen haar kaken. Slik, moedigde ze haar slikspieren aan.’

Kennelijk zat ik er nog te veel middenin om in de ik-vorm te schrijven. Het lukte alleen als ik afstand nam. ‘Ze zeggen weleens dat de liefde van de man door de maag gaat. Maar voor haar voelde het andersom. Het was haar liefde geweest die zich manifesteerde in al dat eten dat ze voor hem had bereid. Nu hij weg was, was niet alleen haar eetlust, maar ook haar kooklust verdwenen. Hoe deed je dat ook alweer? Boodschappen doen, groente snijden, een pan op het vuur zetten, het voelde net zo zinloos als de rest van haar leven.’

Teruglezend ben ik blij dat de column nooit gepubliceerd is. Hij was gewoon te verdrietig. Te bitter misschien zelfs. Zo luidde de openingszin: ‘Je kunt vinden wat je wilt van Valentijnsdag. Dat het een door de commercie gehypete flauwekulfeestdag is. Of dat het voor hopeloze romantici is. Maar echt leuk is het niet om op deze dag alleen te zijn.’ Gezellig, Vreugdenhil. Nee, zo krijgen je lezers er ook echt zin in.

Enfin. Ergens onderaan bungelde een los zinnetje dat nog geen plek had gekregen in het verhaal, maar dat direct alle zwaarte die zich van mij meester dreigde te maken door deze achterwaartse sprong in de tijd verdreef, en waarvan ik hartelijk in de lach schoot. ‘Via via had ze gehoord dat zijn nieuwe vriendin niet kon koken.’

Jaja, wraak is zoet, mensen. Zéker zo zoet als Valentijnsdagreclames. Kom, we maken iets kleins en liefs van aanstaande vrijdag, een intiem vierinkje van de liefde in de breedste betekenis van het woord. Of u mijn mini-Valentijnstaartjes nu maakt voor uw Grote Liefde, voor uw oude moeder of voor de schoonmaakhulp over wie u zo tevreden bent, de boodschap is hetzelfde: ik zie u graag. En dat kunnen we niet vaak genoeg tegen elkaar zeggen.