Vrouwelijke voorzitters van beursgenoteerde bedrijven zijn schaars, en geen van hen leidt al zolang een hoofdfonds als Nancy McKinstry (66). Maar de baas van uitgever Wolters Kluwer heeft nu, bij de presentatie van de cijfers over 2024, haar vertrek aangekondigd. Dat bericht Het Financieele Dagbladvanochtend.
In een interview met NRC zei ze vijf jaar eerder: „Ik geloofde sterk in een meritocratie, en dat vrouwen met de tijd vanzelf in leiderschapsfuncties terecht zouden komen. Tot twee, drie jaar geleden, toen ik besefte hoe weinig vooruitgang er was geboekt. In bestuurskamers hoorde ik mensen nog steeds zeggen dat er niet genoeg gekwalificeerde vrouwen zijn.”
De geboren Amerikaanse wordt in februari 2026 opgevolgd door Stacey Caywood, huidig voorzitter van de medische uitgeeftak. McKinstry is dan ruim 22 jaar topvrouw geweest bij het bedrijf.
Van ’s ochtends vroeg tot laat in de avond is ze bezig met haar werk, zei ze in het interview met NRC. Om half zes staat ze op en begint ze met het doornemen van de dossiers die gedurende de dag aan bod komen. „Zodat we daar geen tijd meer aan hoeven besteden, maar meteen kunnen overgaan tot besluitvorming”, zei ze destijds.
Onder haar leiding is Wolters Kluwer getransformeerd van een ‘papieren’ uitgever, van onder meer wetenschappelijke boeken en tijdschriften, tot een digitale informatieleverancier. McKinstry zorgde ook voor „zeer stabiele en voorspelbare resultaten”, aldus het FD.
Nancy McKinstry, bestuursvoorzitter van Wolters Kluwer. Foto Jeroen Jumelet/ANP
Het zou begonnen zijn met drie kleuters in het Congolese dorpje Boloko die van een vleermuis zouden hebben gegeten, en vervolgens overleden. Inmiddels zijn er in deze nieuwe uitbraak van een dodelijke ziekte meer dan vierhonderd ziektegevallen gemeld en zeker 53 doden. Genetische tests in Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo, hebben uitgesloten dat het hier gaat om een uitbraak van ebola of marburg. Dat schrijft het regionale Afrikaanse kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie in een tussentijds rapport.
De drie kinderen met wie de uitbraak begon overleden al tussen 10 en 13 januari. Daarna zijn in het dorp Boloko in de Evenaarsprovincie nog enkele mensen overleden, evenals in het naburige dorp Danda. De slachtoffers hadden symptomen als koorts, overgeven, diarree, vermoeidheid, buikpijn, spierpijn en hoofdpijn. Bij enkele patiënten kwamen ook bloedingen voor, zoals die ook kunnen optreden bij hemorragische virusziekten als ebola en marburg. Vier bloedmonsters en een monsters van een overleden patiënt bleken eind januari echter negatief voor deze virussen bij pcr-testen in het National Institute of Biomedical Research in Kinshasa.
Geen ebola of marburg
De Congolese gezondheidsautoriteiten ontdekten vanaf 9 februari een tweede cluster van deze uitbraak van de onbekende dodelijke ziekte in de iets grotere plaats Bomate, honderdvijftig kilometer ten noordoosten van Bokolo. De onderzoekers konden geen link leggen tussen beide uitbraken, maar de symptomen kwamen overeen. In Bomate werden meer dan 400 ziektegevallen gemeld, en overleden zeker 45 mensen. Ook hier werden monsters genomen, die eveneens negatief testten op ebola en marburg.
Rond beide uitbraken zijn de medische hulpposten overbelast geraakt. Vanwege de afgelegen locatie en de zwakke gezondheidszorg-infrastructuur bestaat er „een verhoogd risico” dat de uitbraak zich nog verder zal uitbreiden, schrijft de WHO in het rapport. Of er een dodelijke infectieziekte of een levensgevaarlijke giftige stof in het spel is durven de autoriteiten nog niet te zeggen. Malaria, een onbekende virale hemorragische koorts, voedsel- of watervergiftiging, tyfus en meningitis behoren tot de oorzaken die de artsen nader onderzoeken.
Verspreiding naar Europa
„Wij hoeven niet bang te zijn dat deze ziekte zich snel naar Europa zal verplaatsen, want het gaat om een zeer afgelegen gebied met nauwelijks reisverkeer met Europa”, zegt professor Martin Grobusch, hoofd van het Centrum voor Tropische Geneeskunde en Reizigersgeneeskunde in Amsterdam UMC. „Maar voor de mensen in het getroffen gebied is dit wél zorgelijk”. Het gebrek aan goede gezondheidsvoorzieningen in combinatie met de armoede en gewapende conflicten maakt de lokale bevolking kwetsbaar, zegt hij.
Die omstandigheden kunnen bovendien het herkennen van een bekende ziekteverwekker ingewikkeld maken. „Afgelopen december was er ook een mysterieuze uitbraak in het zuidwesten van het land. Later bleek dat malaria, maar in combinatie met bloedarmoede en ondervoeding gaf dat een andere presentatie dan we van de ziekteverwekker kennen.”
In Congo steken regelmatig mysterieuze ziektes de kop op. Het is een van de armste landen ter wereld en inwoners zijn voor hun voedselvoorziening voor een groot deel afhankelijk van het eten van wilde dieren, reservoirs voor allerlei ziekteverwekkers. Vleermuizen staan erom bekend veel virussen bij zich te dragen.
Nieuwe verwekker
Toen Grobusch hoorde over de klachten van de drie kleuters, was hij in eerste instantie enigszins verbaasd dat ebola en marburg werden uitgesloten. „In combinatie met dat vleermuizenverhaal zou ik toch gelijk aan een van die twee virussen denken. Toen bleek dat er meer brandhaarden waren, werd dat al minder waarschijnlijk. En de pcr-test sloot dat helemaal uit.”
Er zou in theorie ook sprake kunnen zijn van een nieuwe, nog onbekende ziekteverwekker. Die besmet mensen juist op dit soort plekken, zegt Grobusch: in afgelegen regenwouden waar het contact tussen mens en dier groot is. „Maar logisch beredeneerd is de kans op vaak voorkomende virussen groter dan de kans op iets nieuws.”
De huidige stand van zaken vraagt om meer antwoorden, zegt Grobusch. „Dat de drie kinderen door iets anders ziek zijn geworden dan door de vleermuis is onwaarschijnlijk, maar we weten nog niet of die andere uitbraken rechtstreeks aan die drie gevallen gerelateerd kunnen worden.”
Lees ook
Lees ook: Welke ziekte zorgt voor een dodelijke uitbraak in Congo? Het zou malaria kunnen zijn
Schimmels en planten zijn voor hun voedingsstoffen van elkaar afhankelijk. Schimmels spelen bovendien een grote rol bij opslag van CO2 in de bodem. Over hoe schimmelnetwerken groeien en de ‘handel’ in voedingsstoffen aanpakken is echter nog veel onbekend.
Nieuw onderzoek laat drie strategieën zien die de schimmels gebruiken om de uitwisseling van voedingsstoffen efficiënt te laten verlopen. Onderzoekers van natuurkundig onderzoeksinstituut Amolf en de VU Amsterdam bouwden hiervoor een robot die ontwikkeling van schimmelnetwerken in ruimte en tijd in beeld kan brengen. Ze publiceren er woensdag over in Nature.
Tot wel 70 procent van het totaal aan koolstof in de bodem is opgeslagen in de grote kluwen van ragfijne draden van zogenoemde mycorrhizaschimmels. Dit maakt schimmels van groot belang voor de CO2-huishouding van de aarde. Mycorrhiza komt overal ter wereld voor. De schimmel groeit op koolstof afkomstig van planten en op hun beurt leveren de schimmels stikstof en fosfor aan de plant.
„Deze symbiotische relatie vraagt veel van de schimmels”, zegt Toby Kiers, auteur van het onderzoek en hoogleraar evolutionaire biologie aan de VU. „Ze moeten eerst voedingsstoffen verzamelen, die transporteren naar de plant en pas dan krijgen ze de voedingsstof waar ze zelf op groeien. Zo’n aanvoerketen moet efficiënt zijn, maar we hadden geen idee hoe schimmels dat aanpakken. Schimmels hebben geen centraal zenuwstelsel.”
Microscopisch klein
Schimmelnetwerken kunnen bovendien kilometers groot zijn, de individuele draden juist microscopisch klein en alles gebeurt ondergronds. Dat maakt onderzoek ingewikkeld. Bij eerdere experimenten in het lab werd alleen de begin- en de eindsituatie gemeten, vertelt Kiers.
Dankzij de nieuwe robot is de ontwikkeling van schimmelnetwerken in real time te volgen. „Kort gezegd legt hij 40 schimmelnetwerken die groeien in een petrischaaltje elke twee uur onder de microscoop, 24 uur per dag”, zegt Tom Shimizu, eveneens auteur, groepsleider bij Amolf en hoogleraar biofysica aan de VU. „Met de computer konden we vervolgens de ontwikkeling van een half miljoen vertakkingen gelijktijdig analyseren, de architectuur van het netwerk.”
Met een andere microscoop, waar de schimmels door een mens onder worden gelegd, zijn specifieke knooppunten in meer detail in beeld gebracht. „We zoomden in op de beweging van de voedingsstoffen binnen deze schimmeldraden, het gedrag van het verkeer op de weg als het ware”, zegt Shimizu. „Er is nog zo weinig onderzocht aan deze schimmels, bijna alles wat we zien is een nieuwe ontdekking.”
Schimmels blijken actief op zoek te gaan naar plekken waar veel voedingsstoffen zijn. Dit doen ze niet via exponentiële groei, zoals in de natuur vaak gebeurt, maar met specialistische schimmeldraden die verkennend werk uitvoeren. Die trekken eropuit, en in het kielzog ontwikkelen zich vertakkingen die net dik genoeg zijn voor het transporteren van bijvoorbeeld fosfaat. De verkenners blijken in hun zoektocht voorkeur te hebben voor grote winst in de toekomst boven beperkte winst op korte termijn.
Ook werd duidelijk dat binnen de schimmeldraden tweerichtingsverkeer plaatsvindt. Koolstof – in de vorm van suikers en vetten – wurmt zich langs fosfor en stikstof. „Dat gaat niet via aparte ‘rijstroken’”, zegt Kiers. „Stel het je voor als een chaotisch kruispunt met auto’s, fietsers en wandelaars. Verrassend genoeg botst er niemand.” Om opstoppingen te voorkomen passen schimmels de snelheid aan en op plekken waar veel voedingsstoffen nodig zijn vergroten ze de vaten.
Kruispunten die ontstaan
Verder blijkt dat de schimmeldraden onderling samenwerken op basis van ‘lokale regelgeving’. Als verschillende draden elkaar tegenkomen, dan ontstaat er een kruispunt in plaats van dat ze langs elkaar heen gaan en alles via eigen vertakkingen transporteren.
„We staan nog maar aan het begin van wat er mogelijk is met deze manier van onderzoeken”, zegt Shimizu. „We werken inmiddels aan een nieuwe versie van de robot, die sneller werkt en 200 netwerken tegelijk in beeld kan brengen. Hij kan ook het inzoomen zelf organiseren, een mens is niet meer nodig.”
„We hebben nu pas één type schimmel bekeken, maar er zijn er nog zoveel meer”, zegt Kiers. „Ook het bodemleven is eindeloos divers, wat gebeurt er als je bacteriën toevoegt? Of meerdere planten aan een schimmelnetwerk koppelt?”
Veel vragen zijn er ook over de relatie tussen schimmels en de CO2huishouding van de aarde. Hoe reageren ze op temperatuurverandering en andere verstoringen? Shimizu: „Er gaat ongelooflijk veel koolstof om in schimmels, maar welke mechanismen er spelen weten we nog helemaal niet.”
Lees ook
Toby Kiers kijkt het liefst omlaag, want daar bevindt zich het schimmelrijk
Klimaatverandering zal de belangrijkste zeestroming in de Atlantische Oceaan deze eeuw niet stilleggen, zoals soms wordt gevreesd. Zou die stroming stil komen te vallen dan kan het klimaat in West-Europa sterk afkoelen. Onderzoekers van het Met Office in Exeter concluderen op basis van een analyse met 34 klimaatmodellen dat deze zogeheten AMOC (Atlantic meridional overturning circulation) deze eeuw weliswaar afzwakt, maar wel blijft stromen. De studie is gepubliceerd in Nature.
De AMOC representeert het Atlantische deel van een groot systeem van zeestromingen. Vanuit de warme Golf van Mexico stroomt de AMOC richting West-Europa, waardoor hier een verhoudingsgewijs mild klimaat heerst. Verder naar het noorden, in het Arctisch gebied, dikt het zeewater als gevolg van verdamping in en zinkt het af naar de diepte. Het stroomt vervolgens langs de kust van de Amerika’s zuidwaarts, naar de Zuidelijke Oceaan, waar de stroming als gevolg van felle winden weer aan het zee-oppervlak komt. Van daaruit gaat hij noordwaarts richting de Golf van Mexico.
Extra smeltwater
Klimaatverandering kan de AMOC verstoren, bijvoorbeeld via het smelten van de ijskap op Groenland en de aanvoer van grote hoeveelheden extra smeltwater. Dat zoete water maakt het in het Arctisch gebied ingedikte zoute water lichter, waardoor het minder makkelijk afzinkt. Daardoor zou de stroming vanuit de Golf van Mexico richting West-Europa – en daarmee de aanvoer van warmte – verstoord kunnen raken. Er zijn aanwijzingen dat de AMOC inderdaad aan het vertragen is. Maar komt het ook tot een volledige stilstand, met alle gevolgen van dien?
In het laatste stand-van-zakenrapport concludeert het IPCC, het klimaatbureau van de Verenigde Naties, dat de AMOC deze eeuw hoogstwaarschijnlijk verder zal vertragen. Maar dat de stroming vóór 2100 abrupt zal instorten, daarin heeft het IPCC medium confidence. Dat het vertrouwen matig is, heeft er onder meer mee te maken dat klimaatmodellen moeite hebben om de AMOC goed te simuleren. Uit nieuwe observaties, zo schrijft het IPCC, blijkt dat sommige sleutelprocessen nog niet worden meegenomen.
We hebben bewust extreme scenario’s gekozen, om de grenzen van AMOC’s reactie te testen
In de nu gepubliceerde studie gebruiken de onderzoekers 34 klimaatmodellen. „Dat is meer dan gebruikelijk”, zegt klimaatwetenschapper Jonathan Baker van het Met Office, en eerste auteur van de publicatie. Daarnaast testten ze vrij extreme scenario’s, zoals een concentratie CO2 in de lucht van vier keer het pre-industriële niveau. Dat was destijds 270 ppm en is inmiddels opgelopen tot circa 425 ppm, maar de onderzoekers testten dus 1.080 ppm. „We hebben bewust extreme scenario’s gekozen, om de grenzen van AMOC’s reactie te testen”, zegt Baker.
Nieuw aan deze studie is dat de rol van de Zuidelijke Oceaan en van de stroming in de Stille Oceaan nader worden onderzocht, zegt Henk Dijkstra, hoogleraar fysische oceanografie aan de Universiteit Utrecht. „Voorheen gingen we er een beetje van uit dat hun gedrag een gevolg was van veranderingen in de AMOC. Maar deze modelstudie laat zien dat het gedrag van met name de Zuidelijke Oceaan ook van grote invloed is op de AMOC.”
Westenwinden
In alle modellen zagen de onderzoekers de stroming in de Zuidelijke Oceaan sterker worden, doordat de westenwinden in kracht verder toenemen. „De Zuidelijke Oceaan houdt de boel min of meer aan de gang”, zegt Dijkstra. De AMOC zelf zwakte in de meeste modellen af, tussen de 20 en 80 procent, maar stilvallen deed hij niet.
Dijkstra heeft nog wel bedenkingen. „Ze hebben de rol van de winden in de Zuidelijke Oceaan wel meegenomen, maar er spelen ook allerlei kleinere stromingen, zogeheten eddies, die niet expliciet zijn meegenomen.” Daarnaast, zegt Dijkstra, schrijven de auteurs dat de AMOC deze eeuw niet stil zal vallen. Dat is volgens hem niet heel gewaagd. „Want het proces van compleet stilvallen neemt bijna een eeuw in beslag.”
Tot slot, zegt Dijkstra, testten de onderzoekers in hun modellen een heel plotselinge overgang naar een extreem scenario. Zo zal het in het echt niet gaan. „We hebben zelf meer geleidelijke veranderingen getest, en wij zien de AMOC wel stilvallen.” Voor hem is de angst dat de AMOC nooit zal stilvallen met deze studie niet weggenomen. „Nee, helaas.”