Hoe realistisch VR ook is, ‘er blijft een verschil met het echte leven’

Bevalt het hem in Tilburg? I love it, zegt Alex Fisher hartgrondig. De 26-jarige Britse filosoof roert enthousiast in zijn thee in een lunchroom in het hartje van de Noord-Brabantse textielstad. „Ik ben hier voor een jaar, maar nog eens drie jaar met een nieuwe beurs zou me geweldig lijken.”

Wat is er zo geweldig aan Tilburg? Fisher hoeft er niet lang over na te denken „Allereerst het collegiale contact bij de afdeling filosofie op de universiteit. Je spreekt hier je collega’s veel vaker dan in Engeland, dat vind ik erg prettig.” In Cambridge, waar hij promoveerde, is de cultuur anders. „Daar werk je vooral in isolement. Dat komt ook een beetje door de organisatie van de universiteit in gescheiden colleges.” Hij lacht. „Er werken fantastische mensen in Cambridge, het probleem is dat je ze nooit ziet! Hier kun je zo bij collega’s binnenlopen om een praatje te maken of van gedachten te wisselen.”

Geldt dat zelfs onder filosofen, die bekendstaan om hun kritische professionele mores en graag elkaars theorieën aan flarden schieten? „Ja hoor. Ik heb ook in New York gestudeerd en daar is de competitie echt cut throat. Hier is het constructiever en gaat het er meer om samen na te denken dan om een twistgesprek te winnen.”

En dan hebben we het nog niet gehad over de fietspaden! „Ik fiets graag en hemel, de fietspaden hier zijn zo glad als een biljartlaken! In Cambridge kun je geen twee meter vooruit of je zit in een gat.”

Nou ja, één probleem (behalve het matige eten) is er wel: iedereen spreekt Engels. „Niet alleen in Tilburg, overal in Nederland. Ik heb in een half jaar tijd maar twee keer gehad dat ik me ergens met Engels niet kon redden. Dat is natuurlijk best handig, maar voor mij heeft het ook een nadeel. Zo leer ik nooit Nederlands.”

Postdoc-onderzoeker

Fisher verblijft als postdoc-onderzoeker in Tilburg, met een beurs van de Leverhulme Trust, een van de grootste particuliere sponsors van academisch onderzoek in Groot-Brittannië. Het fonds verleent academici beurzen voor wereldwijd onderzoek, maar hij koos voor Tilburg. „Mijn filosofische interesse is vrij specialistisch en hier werken heel goede mensen op hetzelfde gebied. Er zijn veel filosofen die zich bezighouden met kunstmatige intelligentie, dat is nu hét ding, maar ik wilde me toeleggen op virtual reality.”

Hij werkt op het snijvlak van filosofie van de geest, esthetica en ethiek en promoveerde in Cambridge op een studie naar waarheid in fictie. „Er is al best veel filosofisch werk gedaan over de relatie tussen waarheid en literatuur, maar ik ben geïnteresseerd in interactieve fictie, waar je van alles mee kunt doen. Games, VR-reizen maken, dat type ervaring. Wat doet dat met ons besef van realiteit en de mogelijkheid om morele oordelen te vellen?”

Eén grote naam op dat gebied is de beroemde Australische filosoof David Chalmers (1966), die onverkort betoogt dat wat we beleven in virtual reality net zo echt is als de gewone werkelijkheid. In metafysisch opzicht – de leer van wat echt bestaat – is er geen enkele relevant verschil, meent hij. Chalmers boek Reality+ (2022), een verdediging van ‘virtueel realisme’, maakte ook hier furore.

Chalmers radicalisme gaat Fisher te ver. In een recent artikel, Emotion and Ethics in Virtual Reality verdedigt hij contra Chalmers een ‘virtueel fictionalisme’, dat zowel recht wil doen aan het fictieve karakter van VR als aan de reële emoties die het oproept. Ondanks die echte emoties blijven VR-games fictief. Niettemin – en dat is het punt – kunnen we er wel degelijk morele oordelen aan verbinden of zelfs straffen voor uitdelen – bijvoorbeeld voor fictief kindermisbruik in games. Het spel mag fictief zijn, de handelingen van de persoon die het speelt zijn dat niet. Fisher haalt het vonnis aan van een Nederlandse rechter die in 2012 twee tieners veroordeelde wegens ‘virtueel stelen’ tijdens het videogame RuneScape.

Vluchtelingen

Het verschil tussen virtuele ervaringen en die in de ‘echte’ wereld blijft meespelen, zegt hij. Ook in vluchtsimulators of experimenten met VR-brillen. „Je kunt mensen een VR-bril opzetten en ze een reis laten maken als vluchteling. Dat zou empathischer maken. Maar het is een vergissing om te denken dat mensen dan echt weten wat een vluchteling doormaakt. De ervaringen blijven verschillend.”

Hij wil zich nu meer gaan toeleggen op de manier waarop mensen zich online presenteren en hoe zich dat verhoudt tot waarheid en bedrog. „Denk aan online profielen die je van jezelf maakt of aan online dating. Wat zijn daar de morele regels voor?” Relevante vragen nu online en offline levens steeds meer in elkaar verwikkeld raken. „Daarom vind ik mijn onderzoek ook best belangrijk. We kunnen met nadenken over online morele dilemma’s beter niet wachten tot de technische ontwikkelingen ons hebben ingehaald.”

Over virtuele relaties gesproken: Fishers verloofde werkt aan de universiteit van Cambridge. Maar de bilocatie is geen probleem, zegt hij, wéér een pluspunt van de stad. „We zien elkaar vaak. Vanaf Eindhoven Airport ben je zo in Londen. En de prijzen zijn belachelijk laag! Echt, het is ingewikkelder om er te komen vanuit Schotland.”

O ja, toch nog een minpuntje voor Tilburg, of heel Nederland: de biljarttafels zijn te groot. Fisher is een enthousiast biljarter, hij speelde in studententoernooien – en won. „Een mentaal zeer uitdagende sport. Eén fout en je moet minuten lang toekijken hoe je tegenstander met het spel aan de haal gaat. Dat vergt mentale discipline. In dat opzicht lijkt het op filosofie.” Maar de tafels en ballen zijn hier te groot. „In Engeland is het een pub sport, met een kleinere tafel, hier is alles op Amerikaanse maat gesneden. Te groot.”