Ze steken uit kieren in bakstenen muren, liggen tussen de inheemse vlinderplanten in plantenbakken, bezaaien de stoep voor ziekenhuizen. Langs rivieren, in het park, in rioolputten, tussen de schelpen op het strand. Er zwerven zo veel sigarettenfilters rond dat we ze nauwelijks meer zien.
Chris Jansen, staatssecretaris namens de PVV voor Milieu, heeft met de filters een ongemakkelijk dossier op zijn bord. Elk jaar belanden in Nederland vermoedelijk vele miljarden sigarettenfilters met plastic op straat en in het milieu. Muizen drinken door peuken vervuild water, visseneitjes ontkiemen er niet door in beekjes, gewassen nemen de giftige stoffen op. Tegelijk is er geen wetenschappelijk bewijs dat filters roken minder ongezond maken.
Voormalig staatssecretaris Vivianne Heijnen (CDA) beloofde na aandringen van de Tweede Kamer het filterprobleem op te lossen door op Europees niveau te pleiten voor een verbod op de sigarettenfilter bij de herziening van een wet op plastic. Nu die tijd is aangebroken, is de vraag: gaat haar opvolger, PVV’er Jansen, dat doen?
Nederlanders roken zo’n tien miljard sigaretten per jaar. Rokers steken een smeulende sigarettenfilter niet in hun zak. Als er geen prullenbak dichtbij is, belanden de peuken op de grond. Om hoeveel het gaat is gissen, zo blijkt uit de enorme bandbreedte die onderzoeksbureau CE Delft hanteerde in een onderzoek uit 2022. Het kwam uit op ergens tussen de 240 miljoen en meer dan 7 miljard filters per jaar.
Peukenfilters zijn meestal gemaakt van celluloseacetaat, een kunststof. Het zijn eigenlijk stevig samengeperste plasticvezels, waar de roker allerlei giftige en kankerverwekkende stoffen doorheen zuigt (denk aan nicotine, maar ook nikkel, lood en zink). Eenmaal in de berm valt het filter door zonlicht langzaam uit elkaar tot de microplastics overblijven. Via regenwater vervuilen ze bodem en water.
Trimbos zette in 2022 wetenschappelijk onderzoek naar de filters op een rij. De filters zijn teruggevonden in de magen van vissen, vogels en walrussen. Bij embryo’s van vissen kunnen resten van sigarettenfilters zorgen voor een verhoogd sterftecijfer. Bij de zoetwatermossel zorgen ze bijvoorbeeld voor dna-schade. Onderzoek laat zien dat één gerookte peuk genoeg verontreinigende stoffen kan afgeven om ongeveer duizend liter water te vervuilen.
Bij landdieren werd aangetoond dat muizen die zijn blootgesteld aan filters (door het drinken van water met sigarettenresten) minder goed kunnen vluchten voor een roofdier.
De nicotine komt ook in gewassen terecht. In de omgeving van nicotine ontkiemen minder zaden van planten. Voorbeeld: bij één peuk per vierkante meter was al een hoge nicotinevervuiling in basilicum- en pepermuntplantjes te zien.
Tegelijk doen filters eigenlijk weinig voor de roker. „Er zijn geen bewezen gezondheidsvoordelen aan het roken van sigaretten met filter”, zo schreef Heijnen in 2023 in een Kamerbrief.
Zogenaamd veiliger alternatief
Eigenlijk zijn filters in één ding echt goed: misleiden. Toen in de jaren vijftig door wetenschappelijk bewijs begon door te dringen dat roken longkanker kan veroorzaken, kwamen de moderne filtersigaretten op de markt. Die werden door tabaksproducenten gepromoot als een veiliger alternatief. Maar in vroege varianten van de filters zat het gevaarlijke asbest verwerkt.
„Filters zijn de dodelijkste fraude uit de geschiedenis van de menselijke beschaving”, zo zei Robert Proctor, een professor wetenschapsgeschiedenis aan Stanford in 2012 tegen The New York Times.
Filters zouden minder teer en nicotine afgeven, dat zou blijken uit metingen door rookmachines. Maar die gaven een bedrieglijk lage uitkomst.
„In de praktijk bleek vooral dat longkanker dieper in de longen kwam te zitten door het dieper inhaleren”, zegt Wanda de Kanter namens de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose. De Kanter is anti-rookactivist en longarts. „Veel mensen denken nog steeds dat filters veiliger zijn.” Wel geeft het een fijner mondgevoel dan filterloze sigaretten. „Zonder voelt het nattiger, het geeft meer een tabakssmaak in de mond.”
De vorige Tweede Kamer zette Heijnen aan het werk om het filterprobleem op te lossen. Zo werd een motie aangenomen om te onderzoeken hoe de overheid ervoor kan zorgen dat er in 2026 70 procent minder peuken in het milieu terechtkomen.
Heijnen liet CE Delft onderzoeken hoe dat haalbaar zou zijn. Zo werd een statiegeldsysteem op filters als optie genoemd, maar dat geeft tabaksproducenten de kans om reclame te maken voor roken. En niet helemaal zeker was of een nationaal verbod op sigarettenfilters juridisch haalbaar zou zijn vanwege het vrije verkeer van goederen: zou Nederland wel peuken uit het buitenland kunnen weren?
„Als de Rijksoverheid echt werk wil maken van de 70-procent-doelstelling”, adviseerde CE Delft om „te onderzoeken of het in Europees verband mogelijk is om een verbod op filtersigaretten te organiseren”. De onderzoekers wezen erop dat vanaf 2025 het Europese Single-Use Plastics Directive (SUPD) wordt geëvalueerd, een richtlijn tegen wegwerpplastic (zoals filters).
Op dit moment is in deze richtlijn afgesproken dat fabrikanten consumenten met een logo moeten vertellen dat er plastic in peuken zit. Dat logo blijkt alleen weinig verschil te maken in de praktijk, schrijft CE Delft. Ook werd afgesproken dat tabaksfabrikanten vanaf begin 2023 zouden meebetalen aan het opruimen van peukenfilters.
Filters opruimen kost gemeenten ongeveer 40 miljoen euro per jaar, berekende het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Maar de tabaksfabrikanten waren kritisch op dat bedrag. In een reactie noemden ze de rekenmethode „twijfelachtig en onduidelijk”. Ook zou het niet eerlijk zijn als tabaksbedrijven moeten meebetalen aan het opruimen van sigaretten die in het buitenland worden gehaald. Het ministerie zegt er nu „hard aan te werken” met een definitieve berekening te komen. Gemeenten wachten nog altijd op het geld.
Een financiële vergoeding voor gemeentelijke afvaldiensten lost het milieuprobleem niet op. Heijnen beloofde de Tweede Kamer te „starten met voorbereidingen” om samen met andere Europese lidstaten „een verbod op eenmalige sigarettenfilters te agenderen bij de herziening van de SUPD of eventuele andere relevante Europese regelgeving”. Ook zou ze de mogelijkheden voor een nationaal verbod verder verkennen.
In de tijd van Heijnen is er informeel overleg geweest tussen Nederland en andere lidstaten, laat het ministerie los. Nu is het de beurt aan Jansen om zijn positie te bepalen. Om aandacht te vragen voor de vervuilende filters, lanceert ngo Fair Resource Foundation deze week de campagne No Plastic Filter.
Durft het kabinet, en de EU, door te duwen met een verbod op filters? Waarschijnlijk hangt dat mede af van de vraag: hoe populair is een filterverbod onder kiezers?
