Het verhaal van de Hofmans-affaire hield nooit op

Greet Hofmans. Haar naam wordt vrijwel nooit uitgesproken zonder de toevoeging ‘-affaire’. Want een affaire – met in de hoofdrollen een zelfbenoemde gebedsgenezeres en haar entourage, een emotioneel aangedane koningin en een overspelige prins-gemaal – was het zeker. Alleen, wat zich allemaal afspeelde op paleis Soestdijk in Baarn drong in het bedompte en gesloten Nederland van de jaren vijftig van de vorige eeuw aanvankelijk maar nauwelijks door. Het koningshuis stond als gevolg van allerlei intriges aan het hof op instorten, maar het land wederopbouwde onder leiding van ‘vadertje’ Drees nietsvermoedend verder. Daar overheerste het „pro Juventutebeeld” van de gelijknamige jaarlijkse verschijnende kalender van het Fonds voor Jeugdhulp met foto’s van het modelgezin dat koningin Juliana en prins Bernhard met hun vier kinderen vormden.

Totdat buitenlandse perspublicaties, het Duitse weekblad Der Spiegel voorop, Nederland in 1956 letterlijk een spiegel voorhielden. Terwijl de Nederlanders op 13 juni van dat jaar in verband met Tweede Kamerverkiezingen naar de stembus gingen, verscheen het weekblad met op de omslag een foto van prins Bernhard met daaronder de tekst „Zwischen Königin und Rasputin.” Binnenin een zes pagina’s tellend verhaal over wat zich achter de paleismuren onder aanvoering van gebedsgenezeres Greet Hofmans voltrok.

De belangrijkste conclusie: het huwelijk tussen Bernhard en Juliana was door Hofmans’ toedoen zwaar onder druk komen te staan en haar bij Juliana ingefluisterde pacifistische theorieën brachten het internationale aanzien van NAVO-partner Nederland in gevaar. Het was een goed gedocumenteerd verhaal waarvan, naar later bleek, prins Bernhard een belangrijke bron was.

De regering probeerde de kwestie nog, zoals dat later zou gaan heten, onder de pet te houden. De Nederlandse importeur Van Ditmar werd verzocht Der Spiegel niet te verspreiden en Nederlandse hoofdredacteuren kregen van minister Beyen van Buitenlandse Zaken het dringende verzoek geen melding te maken van het verhaal. Zo deed men dat toen in een journalistieke omgeving die werd beheerst door „gezagsfanatisme en zwijmellust” zoals journalist H.J.A. Hofland in 1972 in zijn baanbrekende boek Tegels lichten schreef.

De oproep tot zelfcensuur slaagde slechts ten dele. De communistische krant De Waarheid en het liberale weekblad Elsevier berichtten er elk op hun eigen manier wel over. Daarna konden andere kranten niet anders dan (bescheiden) volgen. De overheersende teneur was dat de berichtgeving had geleid tot een „ongehoorde inbreuk” op de privacy van het koninklijk gezin. Zo riep het Arnhems Dagblad riep de lezers op „in deze moeilijke uren te bidden voor ons Koninklijk Gezin”.

Wijze mannen

Buitenlandse media storten zich daarentegen gretig op het Nederlandse koningsdrama en de ‘sekte’ die zich op Soestdijk had genesteld. Er moest dus wat gebeuren en naar goed Nederlands gebruik werd een commissie van drie wijze mannen, onder leiding van oud-premier Louis Beel, aangesteld om de zaak te onderzoeken. De commissie rapporteerde twee maanden later, op 24 augustus 1956, en adviseerde dat vanwege de onhoudbare situatie koningin Juliana alle banden met Greet Hofmans moest verbreken. De Hofmans-getrouwen binnen de hofhouding dienden eveneens te vertrekken. Koningin Juliana legde zich morrend bij de conclusies neer, crisis bezworen. Tot zover het verhaal in een notendop.

Maar het verhaal hield niet op. Door de jaren heen bleef informatie naar buiten sijpelen als er weer eens een boek geschreven was, een interview gegeven (prins Bernhard aan de Volkskrant), een toneelstuk op de planken gebracht of een archief geopend (historicus Cees Fasseur kreeg dit privilege begin deze eeuw persoonlijk van koningin Beatrix). Dat de Greet Hofmans-affaire doorgaat tot aan de dag van vandaag, blijkt uit de nu verschenen wetenschappelijke biografie over haar van historicus en koningshuiskenner Han van Bree.

De titel laat geen twijfel bestaan over de inhoud: Het vertroebelde oog. Het onbegrepen leven van Greet Hofmans. Van Bree zegt in zijn inleiding weliswaar de lezer de vrijheid te geven eigen conclusies te trekken, maar de ondertoon van zijn 651 pagina’s tellende biografie is onmiskenbaar. Greet Hofmans was niet de zweverige, godsdienstwaanzinnige Raspoetin en intrigante zoals zij door velen is afgeschilderd, maar een door God geïnspireerde persoon die de wereld beter wilde maken door aan „ontelbaar veel gelovigen troost en hoop te bieden”. Deze stelling durft hij aan na gedegen en diepgravend archiefonderzoek en tevens door Greet Hofmans bijna driekwart eeuw later in een breder perspectief te plaatsen.

Dat laatste is een beproefde methode. Talloos zijn de boeken en studies die nadat er een tijd is verstreken een nieuw licht werpen op een bepaalde zaak. Nieuwe inzichten, nieuwe feiten, meer afstand, het werkt allemaal mee aan een andere kijk op historische gebeurtenissen. En dan is de vraag: is het boek van Han van Bree op dit punt overtuigend?

Deels. Voorop staat: hij is zeer grondig te werk gegaan. Zo heeft Van Bree bijvoorbeeld een serieuze studie gemaakt naar de Russische monnik Grigori Raspoetin, met wie Greet Hofmans veelvuldig is vergeleken. Deze „losbandige boer” had aan het begin van de vorige eeuw de Russische tsaar Nicolaas II en zijn vrouw Alexandra volledig in zijn macht. Althans: zo werd gefluisterd. Net als Greet Hofmans in de jaren vijftig was deze zonderlinge man met zijn religieus-spirituele gedrag aan het hof geroepen in de hoop dat hij het jongste kind van de tsaar en de tsarina van zijn hemofilie kon afhelpen. Greet Hofmans’ entree bij koningin Juliana (op voorspraak van prins Bernhard) hield verband met de oogziekte van prinses Marijke – later ging zij Christina heten – waarvan de verwachting was dat zij deze met haar goddelijke gaven zou kunnen genezen.

Zowel Raspoetin als Hofmans kregen te maken met meedogenloze, negatieve beeldvorming, stelt Van Bree om daarna te concluderen: „De duivelse mythe ‘Raspoetin’ stond mijlenver af van de persoon Raspoetin, net zoals de duivelse mythe ‘Hofmans’ geen ruimte liet voor de betekenis die zij had voor de velen die zij bijstond.”

Oncontroleerbare invloed

De overeenkomst tussen Raspoetin en Greet Hofmans is frappant maar ook niet meer dan dat. Dankzij Der Spiegel is het Raspoetin-stempel op Hofmans een afschrikwekkend eigen leven gaan leiden. Maar de kritiek op haar persoon was niet dat zij een Raspoetin zou zijn, maar dat zij in de woorden van de onderzoekscommissie Beel uit 1956 een „oncontroleerbare beïnvloeding” op koningin Juliana en haar hofhouding had. Rondom die vraag concentreerde zich alle kritiek op Greet Hofmans. Liet de koningin zich leiden door een vrouw die zei „doorgevingen” van boven te krijgen en wat deed zij met die wetenschap?

Een eenduidig antwoord op deze vraag is in deze biografie boordevol interessant en onthullend materiaal helaas niet te vinden. Je gelooft in de goede bedoelingen van (dixit Juliana) „lieve engel” Greet Hofmans of niet. Van Bree neemt het in zijn biografie duidelijk voor haar op maar komt niet met het onomstotelijke bewijs dat er niets onoorbaars is gebeurd. In die zin is er sinds 1956 niets veranderd.


Lees ook

Allemaal brieven van Greet Hofmans, zomaar op zolder

Nederland, Heemstede, 15-05-2011 De vinder van de brieven Edwin Tegel. Brieven geschreven door Greet Hofmans die regelmatig bij het koninklijk huis kwam gericht aan Maria en Jo Noorduijn. De brieven zijn gevonden op de zolder van zijn overleden ouders door Edwin Tegel. foto: Bram Budel