
Op zijn wekelijkse persconferentie haalde toenmalig premier Jan Peter Balkenende (CDA) een ansichtkaart tevoorschijn. Het was vrijdag 4 oktober 2002, en de ministers van zijn eerste kabinet van CDA, LPF en VVD maakten al weken openlijk ruzie. Paul Rosenmöller, leider van GroenLinks, had gevraagd of er nog eenheid in het kabinet was.
Balkenende hield de ansichtkaart voor zich, zodat die goed in beeld kwam. Het was een potloodtekening van de Trêveszaal, waar het kabinet toen vergaderde. „Geachte voorzitter, In antwoord op de mondelinge vragen van g.a. Rosenmöller e.a. groeten wij u in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad.” De handtekeningen van de ministers stonden onder de tekst.
Twee weken later was het kabinet gevallen.
De ansichtkaart van Balkenende is niet vergeten in Den Haag. Een bewindspersoon van het kabinet-Schoof begint er uit zichzelf over, als het gaat over de eenheid van dít kabinet. Ook anderen blijken het zich te herinneren. Ze zien er een waarschuwing in: je kunt wel steeds zéggen dat er eenheid is, zoals Dick Schoof nu doet, maar wat heb je daaraan als kiezers alleen maar ruzie zien?
Vechtkabinet
Het kabinet-Balkenende I regeerde 87 dagen. Het kabinet-Schoof van PVV, VVD, NSC en BBB bestaat al acht maanden, en is er nog steeds. En ook verder gaat de vergelijking mank, zeggen bewindspersonen en mensen rond het kabinet. Balkenende I was een vechtkabinet, het kabinet-Schoof is dat niet, zeggen bewindspersonen. Maar, erkent iedereen, het gaat niet goed. Het onderlinge wantrouwen groeit, de sfeer verslechtert. De eenheid is weg. En het gezag van premier Schoof in het kabinet daalt hard.
De afgelopen week wordt in het kabinet gezien als een dieptepunt. Schoof en minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) moesten in de Tweede Kamer over de zogeheten lintjesaffaire praten. Faber had geweigerd koninklijke onderscheidingen toe te kennen aan vijf voormalige vrijwilligers van het COA. Schoof en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) hadden toen getekend. Schoof en Faber moesten de Kamer uitleggen waarom dat niet in tegenspraak was met de eenheid van het kabinetsbeleid. Het leidde onder meer tot een motie van wantrouwen tegen Faber, die door een groot deel van de oppositie werd gesteund. Kwestie afgedaan. Maar in het kabinet is deze week woede en schaamte te horen over Faber, kritiek op Schoof, en zorgen over de interne verhoudingen. En in het kabinet klinkt het dat de positie van Marjolein Faber onhoudbaar is geworden.
Vorig jaar zomer sloten de leiders van vier rechtse partijen na een moeizame formatie een hoofdlijnenakkoord. De vier leiders, Geert Wilders (PVV), Dilan Yesilgöz (VVD), Pieter Omtzigt (NSC) en Caroline van der Plas (BBB) spraken af dat zij in de Tweede Kamer zouden blijven. Het kabinet, was de afspraak, zou min of meer uitvoeren wat zíj wilden. De partijloze premier, voormalig topambtenaar Dick Schoof, stelde zich dienstbaar op. Het regeerprogramma van het kabinet was niet veel meer dan een gedetailleerdere versie van de afspraken van de partijleiders.
Constructie
Die constructie had een nadeel voor het kabinet: de bewindspersonen, met name Schoof, hadden vanaf het begin weinig gezag. Maar het had ook een voordeel: ruzies werden vooral gevoerd tussen de partijleiders, die toch al een groot gebrek aan chemie hebben. Ze verwijten elkaar te lekken naar de pers, wantrouwen elkaar, denken dat anderen erop uit zijn het kabinet te laten vallen.
In het kabinet zélf gaat het er anders aan toe, werd lange tijd gezegd. Er heerste een collegiale sfeer. Er werd, zeker in het begin, veel gelachen. De twijfels van de buitenwereld hielpen juist voor die sfeer, zei minister Femke Wiersma (Landbouw, BBB) vorig jaar zomer nog: „Juist omdat het ter discussie wordt gesteld, denken wij: laten we die vier jaar dan ook maar gaan volmaken.”
Dick Schoof kreeg complimenten van bewindspersonen over de manier waarop hij werkte: als een procesmanager, een echte ambtenaar die risico’s al vroeg zag en handige formuleringen kon verzinnen. Hij organiseerde uitjes, waarbij partners en kinderen soms ook welkom waren. Een bewindspersoon herinnert zich hoe vrolijk het was toen ze op excursie naar de Haagse brandweer gingen, partners erbij. Er kwam een sportgroepje op vrijdagochtend, zoals de kabinetten voor hem dat ook hadden.
Weeffouten
Maar er zaten vanaf het begin al weeffouten in het kabinet. Die zetten de persoonlijke verhoudingen steeds meer onder druk. Een voorbeeld: iedere partij kreeg het min of meer alleen voor het zeggen over de voor die partij belangrijkste onderwerpen: voor de PVV is dat asiel en migratie, voor BBB landbouw, voor NSC binnenlands bestuur, en voor de VVD financiën. Dat werkte profileringsdrift van bewindspersonen in de hand en leidde tot ergernissen.
Nog een structurele fout: het ontbreekt aan een gezamenlijk verhaal, of een gedachte die de coalitie bindt. De vier coalitiepartijen zijn weliswaar allemaal rechts, maar verder lijken ze niet op elkaar. Dat betekent dat ministers niets hebben om op terug te vallen. Mede daardoor houdt de onervaren ministersploeg zich al vanaf het begin niet aan de eenheid van kabinetsbeleid, zoals voorgeschreven in artikel 45 van de Grondwet. Ministers en staatssecretarissen mogen volgens die regel in hun uitspraken niet afwijken van het beleid van het kabinet.
Op vrijdagochtend komen de ministers samen voor de ministerraad in het Catshuis, de statige ambtswoning van de premier in Den Haag. Veel van die vrijdagen verlopen op dezelfde manier: een minister is boos over iets wat het kabinet wil, zegt er niets van te weten, of wil „een stevig gesprek” met Schoof. Na enkele uren komen de ministers weer naar buiten en is de kwestie opgelost, of even weer gesust. Daarna mag Schoof in zijn persconferentie zeggen dat de sfeer nog altijd goed is, dat misverstanden zijn opgehelderd, dat de eenheid niet in gevaar is. Die rituele dans herhaalt zich bijna wekelijks.
Vicepremier Fleur Agema (Volksgezondheid, PVV) schond de eenheid binnen het kabinet al een paar keer. Zo was ze het niet eens met nieuwe bezuinigingen in de zorg, en met de 3,5 miljard euro die Schoof aan Oekraïne had beloofd. Over die belofte waren meer ministers ongelukkig, maar die hielden hun kritiek binnenskamers.
Solistisch
Minister Marjolein Faber bezorgt het kabinet grotere problemen. Haar gedrag is solistisch, zien kabinetsleden. Zo zei ze op een vrijdag, vlak voor de ministerraad, dat de Oekraïense president Zelensky „niet democratisch gekozen” is. Vorige week vrijdag was ze openlijk boos op Schoof, omdat die had geweigerd haar plannen om de spreidingswet in te trekken op de agenda van de raad te zetten.
De slechte sfeer tussen de vier Kamerfracties slaat steeds meer over op het kabinet. Het onderlinge wantrouwen van de vier fractievoorzitters is nu ook dáár te horen. Aan teambuilding wordt niet meer gedaan. Het sportclubje wordt nog maar door een paar ministers trouw bezocht: de ministers Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken, NSC) en David van Weel (Justitie, VVD). Anderen komen zelden of niet.
In de onervaren kabinetsploeg (slechts twee bewindspersonen hebben bestuurlijke ervaring) groeien ergernissen. VVD’ers ergeren zich aan BBB’ers. PVV’ers aan VVD’ers en NSC’ers. Maar meestal ligt het aan de persoonlijke relatie, niet aan partijkleur. Zo liggen sommige PVV-bewindslieden, zoals staatssecretaris Ingrid Coenradie (Justitie) en minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken), goed bij andere kabinetsleden.
In het kabinet is vooral de ergernis over Faber groot. Voor elke ministerraad mogen bewindspersonen actuele onderwerpen agenderen. Veel te vaak, wordt gezegd, gaat het over iets dat Faber heeft gezegd of gedaan. Haar grillige gedrag bepaalt het beeld dat kiezers van het kabinet hebben: een ruziënde club, die niets voor elkaar krijgt. Bewindspersonen vinden dat niet eerlijk. Waarom is er zo weinig aandacht voor hún plannen? Moeten zij de prijs betalen voor Fabers eigenzinnigheid?
Vorige maand raakten Marjolein Faber en Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) in conflict tijdens de vergadering. Faber wil dat statushouders sneller asielzoekerscentra verlaten en huisvesting krijgen, Keijzer wil de voorrang van statushouders op sociale huurwoningen juist afschaffen. Het leidde tot een ruzie in de ministerraad. Daarbij werd volgens aanwezigen niet geschreeuwd, maar het is zeldzaam dat conflicten in de ministerraad tot uitbarsting komen. Dat gebeurt eerder in de onderraden, vooroverleggen van groepjes bewindspersonen.
Toenemende irritatie bij Schoof
Aanwezigen in de ministerraad zien dat ook premier Schoof zich steeds meer aan Faber ergert, en dat hij haar wantrouwt. De irritatie over Faber is zo groot, dat hij deze week geen zin had, zo leek het, om haar te komen helpen in de Tweede Kamer. Vrijwel de hele oppositie had om Schoofs aanwezigheid tijdens het Kamerdebat gevraagd, omdat dat zou gaan over de eenheid van kabinetsbeleid, zijn portefeuille. Schoof kwam pas toen de oppositie er bij het begin van het debat nogmaals om vroeg. Tijdens het debat keek hij Faber nauwelijks aan.
In en rond het kabinet zien ze dat Faber alle aandacht naar zich toetrekt, maar vrijwel niets bereikt. Sommigen vermoeden hier een bewuste strategie van Geert Wilders achter: als haar asielplannen niet door de Tweede en Eerste Kamer komen, en daar rekent iedereen op, blijft het beeld hangen van een minister die wordt tegengewerkt, en die niet toegeeft onder druk. Bovendien: hoe meer het over asiel en migratie gaat, het onderwerp dat kiezers associëren met de PVV, des te beter is dat voor Wilders.
Toch leven ook in de PVV zorgen over Faber. Sommige PVV’ers hadden gehoopt dat het kabinet een succes zou worden, en dat de radicaal-rechtse partij zou bewijzen volwaardig te kunnen regeren. De val van het gedoogkabinet-Rutte I (VVD en CDA), waar de PVV van de andere twee partijen de schuld van kreeg, heeft de partij immers jaren achtervolgd. Door Marjolein Faber dreigt nu hetzelfde te gebeuren. Twee PVV’ers uit het kabinet namen deze week afstand van Faber: Fleur Agema en Ingrid Coenradie. Zij zouden de aanvraag voor de lintjes wél hebben getekend, zeiden ze.
Dick Schoof moet iets doen, vinden sommigen in het kabinet. Hij moet haar tot de orde roepen en desnoods ontslaan. Dat had zijn voorganger Mark Rutte in 2021 met Mona Keijzer gedaan. Zij was als staatssecretaris van Economische Zaken (namens het CDA) openlijk kritisch op het coronabeleid van het kabinet. Maar een ontslag is hoogst zeldzaam, en zou in dit geval vrijwel zeker de val van het kabinet betekenen.
Deze week is Marjolein Faber op vrijdagochtend als een van de eerste ministers aanwezig in het Catshuis. Ze heeft een moeilijke week gehad, zegt ze bij de ingang, maar ze houdt goede moed. Vanavond gaat ze biefstuk eten. De intrekking van de spreidingswet staat opnieuw niet op de agenda van de ministerraad. Ze had geen tijd de plannen verder uit te werken, zegt ze, door de twee debatten over de lintjeskwestie.
Kabinetsleden die de waarschuwing uit het verleden willen zien, kunnen de ansichtkaart van Jan Peter Balkenende bezichtigen. Die ligt nog altijd in het archief van de Tweede Kamer, zegt een woordvoerder.
