
„De mazelen zijn terug, en dat is een wake-upcall.” Met die woorden luidde Hans Kluge, de Europese regiodirecteur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), afgelopen week de noodklok.
Sinds 1976 was het aantal mazelenpatiënten in Europa niet zo hoog als afgelopen jaar (2024), blijkt uit een onderzoek van de WHO en Unicef. Het aantal besmettingen bereikte in 2016 een dieptepunt, maar stijgt sindsdien geleidelijk tot 127.000 gevallen afgelopen jaar, een verdubbeling van het jaar ervoor. Meer dan een derde van álle mazelengevallen ter wereld kwam het afgelopen jaar uit Europa, met grote uitbraken in Roemenië, Rusland en Kazachstan.
Dat treft ook Nederland, want ook hier lijkt het slechter te gaan dan afgelopen jaren. De teller van het aantal mazelenpatiënten staat halverwege maart op 108, meldde het RIVM woensdag, met 45 nieuwe besmettingen in de afgelopen twee weken. Afgelopen jaar werd het aantal van 100 besmettingen pas in juni bereikt. Alle besmettingen zijn te herleiden tot clusters op vier basisscholen in de GGD-regio’s Amsterdam, Brabant-Zuidoost, Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond. Van twintig patiënten die in 2025 ziek werden is bekend dat zij mazelen in Marokko (17 gevallen) en Roemenië (3 gevallen) opliepen. In beide landen woeden grote mazelenepidemieën.
„Uit onderzoek van het RIVM, dat monsters verzamelt van de kinderen die nu ziek zijn geworden, blijkt dat het allemaal nét andere virusvarianten zijn”, zegt viroloog Rik de Swart van het Erasmus MC. „Dat zijn varianten die los van elkaar geïmporteerd zijn en niet al in Nederland rondgaan. Ze komen bijvoorbeeld het land in via arbeidsmigranten uit Roemenië of van Nederlanders die familie bezochten in Marokko.”
Uitbraak in 2013
Tot nu toe beperkt de situatie in Nederland zich – net als vorig jaar – nog tot uitbraken in clusters, herleidbaar tot groepjes mensen die elkaar besmetten. Vorig jaar ging de ziekte ook rond in zulke clusters, totdat iedereen in de groep die daar vatbaar voor was de ziekte had doorgemaakt en het weer uitdoofde. Volgens het RIVM is het nog te vroeg om te zeggen of dat dit keer ook zal gebeuren, of dat de infectie zich verder en sneller zal verspreiden.
Sinds de invoering van het Rijksvaccinatieprogramma in 1976 is er in Nederland iedere tien tot veertien jaar sprake van een mazelenuitbraak. Die treft vooral gebieden waar weinig mensen gevaccineerd zijn. De cijfers die het RIVM deze week bracht, en die niet erg afwijken van de cijfers van vorig jaar, geven volgens het instituut geen aanleiding om een landelijke uitbraak te vermoeden.
Volgens De Swart is het niet de vraag óf er een mazelenuitbraak komt, maar wanneer. „Vorig jaar leek het al een beetje die kant op te gaan, maar gebeurde het niet. Het zit er dik in dat het ergens de komende jaren gebeurt.” De laatste landelijke mazelenuitbraak in Nederland was tussen 2013 en 2014. Toen werden bij het RIVM 2.688 gevallen gemeld, maar het daadwerkelijke aantal besmettingen was toen vermoedelijk tien keer zo hoog. Bij die uitbraak ging de mazelen rond onder ongevaccineerde kinderen in de Biblebelt, een strook protestants-christelijke gemeenten die loopt van Zeeland tot de Kop van Overijssel waar de vaccinatiegraad laag is.
Dat is nu anders, ziet De Swart. „De Biblebelt lijkt nog niet betrokken, het gaat juist om de grote steden.” Daar is sinds een paar jaar iets opvallends aan de hand: de vaccinatiegraad in wijken met lage inkomens is er gekelderd, in sommige buurten tot 50 procent, terwijl een vaccinatiegraad van boven de 95 procent nodig is om ervoor te zorgen dat de ziekte zich niet door de samenleving verspreidt. „Een mazelenpatiënt besmet in een goed gevaccineerde populatie zo’n twee tot drie patiënten. In wijken met een lage vaccinatiegraad kan dat snel leiden tot clusters van tien, twintig of dertig gevallen”, zegt De Swart.
Het cluster in Amsterdam, zo werd donderdag bekend, is een school in Amsterdam-West. Albertine Baauw, kinderarts en hoofd van het opleidingsinstituut voor internationale gezondheid, werkt zelf in het Kabouterhuis, een zorginstelling voor jonge kinderen met problemen, in diezelfde buurt. Ze ziet dat het wantrouwen tegen alle vaccins daar „heel hoog” is. „Dat gaat verder terug dan de scepsis die ontstond tijdens corona. Er heerst een diepgeworteld wantrouwen tegen alles wat de overheid implementeert.”
Ook buiten de landsgrenzen bestaan zorgen over de dalende vaccinatiegraad. Door corona misten in Europa en Centraal-Azië in 2023 een half miljoen kinderen hun eerste mazelenvaccinatie. In Bosnië, Montenegro, Noord-Macedonië en Roemenië werd in 2023 gemiddeld slechts 80 procent van de kinderen gevaccineerd.
In coma
„In een rijk land als Nederland zijn de gevolgen van mazelen op individueel niveau te overzien”, zegt De Swart. „Maar op populatieniveau zijn de risico’s juist enorm.” Bij één op de zeshonderd kinderen die mazelen krijgen onder de leeftijd van één jaar kan het virus SSPE veroorzaken, een ernstige ziekte die het gevolg is van een persistente mazelen virus infectie van het centrale zenuwstelsel, zegt hij. Het gaat dan om kinderen die daarna gewoon zijn genezen, maar jaren later ineens achteruitgaan. „Ze doen het minder goed op school, hun motoriek gaat achteruit, en uiteindelijk raken ze in coma en komen ze te overlijden.” Ja, het is zeldzaam, zegt De Swart, maar na de uitbraak in 2013 zijn op die manier wel twee kinderen overleden.
