Handig, die ondergrondse containers – totdat je trouwring, je sleutelbos of je kat erin valt

Het zichtbare stukje van de ondergrondse container is het topje van de ijsberg. Onder dat kleine kastje met de klep hangt een stalen bak van drie meter diep, waarin tot vijfhonderd kilo afval zo onder de grond kan verdwijnen. Heel praktisch, heel hygiënisch, heel opgeruimd-staat-netjes. Het nadeel: er verdwijnt meer in dat diepe gat dan afval alleen. „Een envelop met geld, een aktetas met erfenispapieren, een kunstgebit – mensen laten er van alles in vallen.” En dat heb je er niet zomaar weer uit.

Op de afdeling Inzameling en Transport van de Gemeente Utrecht zien ze „de gekste dingen” voorbijkomen, zegt teamleider Dennis Mulder (50). Is het zo extreem als het verhaal van de de 39-jarige James Howells uit Wales? De vriendin van Howells gooide per ongeluk een harde schijf met daarop 8.000 bitcoins (huidige waarde: zo’n 750 miljoen euro) bij het afval. Hij maakte deze week bekend dat hij, met ondersteuning van investeringspartners, de vuilnisbelt wil opkopen om de harde schijf te kunnen opspeuren.

Nee, zó extreem hebben ze het in Utrecht nog niet meegemaakt, maar ze hebben genoeg gezien. Vanochtend nog kregen ze een mailtje binnen van een man die zijn bloeddrukmeter in een ondergrondse had laten vallen. „En vorige week”, zegt Mulder terwijl hij een foto oproept op zijn computerscherm, „verloor een vrouw door de kou haar trouwring in een volle container”.

Op de achtergrond van de foto op zijn scherm is een complete ondergrondse container zichtbaar, alsof de ijsberg uit het water is getild. De onderkant van de bak is een klein stukje geopend, op de grond liggen een paar vuilniszakken, maar de container zit zo vol dat de rest van de zakken zichzelf heeft klemgezet in de opening. Op de voorgrond staat een vrouw breed lachend met in haar hand: haar trouwring. „De mannen hebben zo netjes gewerkt, voorzichtig zak voor zak eruit, dat ze bijna niet op hoefden te ruimen.”

Hydraulische pers

Mulder werkt op het kantoor aan de Tractieweg tegenover Mustapha Lazaar (52), die werkzaam is als coördinator. Hij werkt hier, zegt hij met een zucht, nu dertig jaar. „Ik heb de ondergrondse op zien komen. Eerst was het allemaal nog containers en zakken ophalen, nu is het vooral ondergronds allemaal.” Mulder, die zelf „achter de wagen begon” en in totaal ook al twintig jaar werkzaam is voor de gemeente, vult aan: „Hij heeft de ondergrondse groot gemaakt, zeg maar.” Utrecht telt op dit moment vijfduizend ondergrondse containers, maar dat worden er veel meer.

„Door nieuwbouwwijken zoals Leidsche Rijn, maar ook omdat oudere wijken zoals Lombok overstappen”, zegt Mulder. „We gaan dit jaar naar 6.800 ondergrondse containers.” Deels zijn dat reguliere ondergrondse containers, deels zijn het perscontainers. „Die drukken zelf de inhoud samen met een hydraulische pers”, zegt Lazaar. „Dan past er 1.500 kilo afval in één container. Dat is natuurlijk handig, maar wat je daar per ongeluk in laat vallen is door de pers wel écht verloren.”

De ondergrondse containers zijn slimmer dan ze lijken. Ze houden zelf bij hoe vol ze zijn, laat Mulder op zijn computerscherm zien. „Als de inhoud op 80 procent zit, krijgen we een melding, dan wordt er automatisch een route gegenereerd voor de mannen op de wagen.” Nu worden er dagelijks elf ophaalroutes door vuilniswagens afgelegd, dat worden er veertien. Sommige containers worden dagelijks geleegd, maar de meeste zijn pas na acht dagen vol. Sommige wagens komen tijdens hun route ook buiten de stad om in omliggende gemeenten afval op te halen. „Kijk maar, de glaswagen is nu in Houten, want daar hebben ze geen eigen glaswagen.”

Foto Olivier Middendorp

Soms vier meldingen op een dag

In Nederland wordt jaarlijks 60 miljoen kilo afval geproduceerd. Utrecht zamelt het afval vooraf gescheiden in. De naar schatting 490 kilo afval per persoon wordt ingeleverd in bakken voor papier, glas en textiel. Voor compostafval, van tuinafval tot etensresten, hebben de mensen met een achterom een bruine container. En voor het overige, natuurlijk, een container voor restafval.

Tussen al dat afval zit dus ook weleens iets dat expliciet níét weg moest. Hoe vaak dat gebeurt? „Dat is niet te zeggen, soms gebeurt er dagen niks en dan opeens krijgen we vier meldingen op één dag”, zegt Mulder. Mensen bellen in sommige gevallen in blinde paniek.

„We proberen ze zo snel mogelijk gerust te stellen. Zodra we weten welke container het is, kunnen we zien of die al is geleegd, hoe vol hij zit en of er een wagen in de buurt is.” Als dat duidelijk is, wijken ze af van hun route en komen ze langs.

De beste methode is dus níét, zoals een Rotterdamse man dacht, om zelf in de container te klimmen

„We laten aan de telefoon ook weten dat er kosten aan verbonden zijn”, zegt Mulder. „Maar dat vinden we meer een symbolisch bedrag”, vult Lazaar aan. De 50 euro die ze vragen staat „niet in verhouding tot de hoeveelheid moeite” die het kost om het eruit te halen. „Soms zijn onze jongens drieënhalf uur aan het zoeken, maar het is een sport wat iemand verloren is wel te vinden natuurlijk.” De één is er beter in dan de ander, zegt Mulder. „Er zijn pro’s, die weten de beste methode, zoals gebeurde met die trouwring.”

De beste methode is dus níét, zoals een Rotterdamse man begin vorig jaar dacht, om zelf de papiercontainer in te klimmen om zijn tas met daarin zijn sleutels terug te halen. Op een filmpje, verspreid door Rijnmond, is te zien hoe zijn benen – gek genoeg met zijn broek op zijn enkels – uit de klep van een blauwe bak steken. Een team van twee politieagenten en een veelvoud brandweermannen probeert hem er aan zijn boxershort, uit te trekken. „Doe het dus écht niet zelf”, zegt Lazaar.

Het zijn overigens niet altijd particulieren die bellen. „De politie belt ook weleens, als ze denken dat een verdachte iets heeft weggegooid”, zegt Mulder. Hij spiekt even op de post-its voor hem. Op het bovenste velletje heeft hij, om het niet te vergeten in het gesprek, een aantal van de meest voorkomende én opvallendste voorwerpen opgeschreven.

„Natuurlijk zijn het regelmatig sleutelbossen, een autosleutel, telefoon of een portemonnee. Soms, gelukkig niet zo vaak, worden we gebeld dat iemand een dier hoort.” Dat kunnen dieren zijn die gedumpt zijn, maar een keer zagen studenten op de Ina Boudier Bakkerlaan tijdens een feestje vanaf het balkon een kat zélf in de ondergrondse papiercontainer klimmen, weet hij nog. „Die was drie meter naar beneden gevallen, maar ongedeerd. Het baasje was zo opgelucht.”

En soms is het geld. „Een envelop met 10.000 euro, soms nog wel meer.” De laatste keer was het een jongen die dacht even lekker zijn keuken op te ruimen. „Hij zag een pakje rijst dat over de datum was en gooide het weg. Pas toen hij de zak in de ondergrondse had gegooid, realiseerde hij zich dat hij in dat pakje rijst zijn contante geld had verstopt.”

Dan gaat het niet altijd zo netjes als in het geval van de trouwring. Meestal ligt de inhoud van de container gewoonweg op straat. „We hebben liever niet dan mensen dan helpen met zoeken. Onze mannen weten wat ze doen, hoe ze met die zakken om moeten gaan, maar er zitten vaak veel scherpe objecten in, dat is best gevaarlijk.” De mannen hebben in tegenstelling tot degene die iets verloren is beschermende kleding. Dat is belangrijk, want als je je openhaalt aan afval is het hop, naar het ziekenhuis, voor een tetanusprik. „En wat eruit komt, moet er ook weer in”, zegt Lazaar. Dat kost tijd én is heel vies. „In de zomer werken de mannen tussen de maden.”

Lazaar en Mulder spreken trots over „hun mannen”. Weet je wat het is, zegt Mulder, vraag jij maar eens aan „een gewone burger” of die tussen afval van onbekenden wil zoeken naar iets wat jij kwijt bent. „Dat doen ze niet, hoor.” Maar de mannen van de ophaaldienst maken geen onderscheid in wat ‘belangrijk genoeg’ is om op te vissen uit een berg afval en wat niet. „Dat is niet aan ons. Als iemand belt, dan zorgen we dat we er zijn.”