Geen overleg, vluchtend in oneliners: minister Faber vaart stoïcijns haar eigen koers

Als minister zou Marjolein Faber „geen partijpoliticus” meer zijn, beloofde ze afgelopen zomer, als kandidaat-minister van Asiel en Migratie namens de PVV. „Ik wil dat er iets gaat veranderen, en veranderen kan ik alleen maar door samen te werken”, zei ze tijdens haar hoorzitting met de Tweede Kamer. Samenwerking was volgens haar niet alleen nodig met Kamerleden, maar ook „met mijn toekomstige collega’s binnen het kabinet”.

De minister lag deze week, opnieuw, overhoop met Kamer en kabinet, omdat ze had geweigerd te tekenen voor de koninklijke onderscheiding van vijf vrijwilligers die zich jarenlang inzetten voor asielzoekers en erkende vluchtelingen. In haar plaats besloten premier Dick Schoof en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) het Koninklijk Besluit te ondertekenen.

Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil

Eduard Nazarski
voormalig directeur van Vluchtelingenwerk

Het gedoe rond de lintjes laat zien hoe Faber in haar ministerschap staat. „Hun werk staat haaks op mijn beleid”, verklaarde ze over de vrijwilligers. „Ik sta voor streng asielbeleid.” Het asieldossier was voor de PVV, groot winnaar van de verkiezingen, de belangrijkste reden om in het kabinet te stappen. In het hoofdlijnenakkoord spraken PVV, VVD, NSC en BBB af dat ze het „strengste asielbeleid” ooit zouden voeren. Het belonen van „mensen die meewerken aan het pamperen van asielzoekers” past daar niet bij, vindt ook partijleider Geert Wilders.

Strenger asielbeleid

Waar wil Faber naartoe? „Ik denk dat ze een heel goed oog heeft voor wat ze uiteindelijk wil”, zegt Eduard Nazarski, voormalig directeur van Vluchtelingenwerk. Ze moet weten dat haar beleid „bepaald niet zal helpen om alles soepeler te laten lopen”, zegt hij. Faber weet volgens hem dat „een groot deel van de bevolking” haar steunt „in haar wens tot een strenger asielbeleid te komen”.


Lees ook

Minister Faber komt opnieuw weg met een blunder

Minister Faber komt opnieuw weg met een blunder

Vorig jaar bleek uit een onderzoek dat ze een van de bekendste kabinetsleden is, met een sterk polarisende werking („enthousiasme en afkeuring”. Het is moeilijk om géén mening over haar te hebben. Zeker bij PVV-kiezers kan zij op veel waardering rekenen. Woensdag bleek uit een panelonderzoek dat tweederde van de PVV-stemmers achter haar keuze staat om niet te tekenen voor de lintjes.

Faber laat zien dat ze „onvoldoende in de gaten heeft wat het ministerschap behelst”, zegt een oud-bewindspersoon op het asieldossier. Weliswaar speelt „partijpolitiek een rol bij het maken van beleid”, maar bewindspersonen die hun beleid doorgevoerd willen zien worden moeten ook bereid zijn om te „luisteren”. De minister is degene die bepaalt, legt de oud-bewindspersoon uit, maar „ik wilde alle argumenten voor en tegen horen”.

Al voor haar aantreden als minister baarde Faber opzien met controversiële uitspraken.

Foto Bart Maat

‘Niet onomstreden’

Ze was tweede keus voor het asielministerschap. Wilders had eerst PVV-Kamerlid Gidi Markuszower voorgedragen, maar die was niet door de veiligheidscheck van de inlichtingendienst gekomen.

Ook zij was „niet een onomstreden kandidaat”, vond VVD-leider Dilan Yesilgöz. NSC had ook bezwaren. Na een crisisoverleg met Wilders bonden deze partijen afgelopen zomer in. Met Faber kreeg het kabinet een duidelijk PVV-signatuur.

Ze was sinds 2011 actief voor de PVV, als Statenlid in Gelderland en als senator. Ze deed in het verleden verschillende controversiële uitspraken. Zo noemde ze Tweede Kamerleden „nep-volksvertegenwoordigers”. Ze suggereerde dat de kabinetten-Rutte opereerden als „vijfde colonne”. Ze verkondigde de radicaal-rechtse complottheorie rond omvolking. En bleef volhouden dat haar tweet over de afkomst van een vermeende dader van een steekincident klopte, zelfs nadat het slachtoffer het tegendeel had verklaard.

Dat was het verleden. Met haar voordracht als minister is „een nieuwe situatie” ontstaan, zei ze tijdens de hoorzitting in de Kamer. Ze zou het allemaal anders doen, beloofde ze. „Een bewindspersoon dient zich natuurlijk te gedragen zoals een bewindspersoon betaamt”, zei ze plechtig. Dat is niet gelukt.

Controverses

Inmiddels geldt ze als een omstreden minister, met meerdere controverses op haar naam. Ze opperde het plaatsen van terugkeerborden bij de ingang van asielzoekerscentra, naar niet-bestaand Deens voorbeeld. Liet terugkeerflyers maken voor Syriërs, met de boodschap dat ze het Suikerfeest weer in eigen land kunnen vieren. Zei dat de Oekraïense president Volodymyr Zelensky „niet democratisch gekozen” is. En ze viel premier Schoof openlijk aan, omdat hij haar intrekkingsplannen voor de spreidingswet nog niet op de agenda van de ministerraad wilde zetten.

Inhoudelijk trekt ze met twee asielwetten haar eigen pad, doof en blind voor waarschuwingen en noodkreten van uitvoeringsorganisaties als de IND en COA, de rechtspraak, de Raad van State, de politie, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Nationale Ombudsman.

Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen vaak als persoonlijke aanvallen opvat.

Foto Bart Maat

Haar asielwetten, specifiek de ‘asielnoodmaatregelenwet’ en het wetsvoorstel over de invoering van een tweestatusstelsel, betekenen een ingrijpende verbouwing van het asielsysteem. Gevreesd wordt voor grotere werkdruk bij de IND en de rechtspraak, maar ook voor de rechtsbescherming van asielzoekers en vluchtelingen. Toch besloot Faber een beperkt aantal uitvoeringsorganisaties slechts een week de tijd te geven om te reageren op de wetten. Vervolgens adviseerde de Raad van State haar dringend om de wetten pas naar de Kamer te sturen als deze op belangrijke punten zouden zijn aangepast en verduidelijkt. Faber legde ook dat advies volledig naast zich neer.

Nog geen kennis gemaakt

Ze lijkt veel vertrouwen te hebben in de meerderheid die de coalitie in de Tweede Kamer heeft. Dat vertrouwen lijkt zo groot dat ze tot zeker eind vorige maand nog geen kennis had gemaakt met Kamerleden die het woord voeren over asiel, zelfs niet die van VVD en NSC. Evenmin heeft ze haar oor te luisteren gelegd bij senatoren wier instemming van cruciaal belang is voor de doorgang van haar wetten.

De coalitie heeft immers geen meerderheid in de Eerste Kamer, de partijen komen acht zetels tekort. De asielminister is aangewezen op rechtse oppositiepartijen als CDA, SGP en JA21 – samen goed voor elf senaatzetels. Handreikingen van deze partijen slaat ze weg. „De wetten zijn goed”, zei ze vorige maand tijdens een asieldebat toen haar werd gevraagd of ze openstaat voor aanpassingen van haar wetten.

De rechtse oppositie is niet ongevoelig voor de grote zorgen bij uitvoeringsorganisaties en de rechtspraak. Die doet Faber echter af als „onzekerheden” die horen bij grote veranderingen. Op vragen van Kamerleden geeft ze nauwelijks inhoudelijk antwoord. „Dit is gewoon hoe het in elk migratie- en asieldebat gaat. Als de vraag één slagje dieper gaat, dan komt er niks. Dan wordt er lucht verplaatst”, verzuchtte CDA-leider Henri Bontenbal woensdag in de Kamer.

Ook buiten de Tweede Kamer wordt het zelden inhoudelijk. Lokale bestuurders vinden haar nog altijd te weinig betrokken. Er is nauwelijks contact. Bijvoorbeeld waar het gaat om de crisis in de asielopvang. Verzoeken om naar Ter Apel te komen, om met eigen ogen te zien hoe het ervoor staat, sloeg ze steeds in de wind. Pas in februari stapte ze in de auto om met de burgemeesters van de gemeentes Westerwolde en Groningen te praten.

Begin december ging Faber kijken bij het begin van de grenscontroles, op de A2 net over de grens bij Eijsden.

Foto Chris Keulen

Bestuurders die gewend zijn om inhoudelijk over problemen te praten, zien dat Faber kritische vragen als persoonlijke aanvallen opvat. Net als in de Tweede Kamer reageert ze dan met oneliners: „Er waait een nieuwe wind”, „de kiezer heeft gesproken” en „wen er maar aan”. Of zoals een commissaris het eerder samenvatte: „De minister heeft heel weinig nodig om een bestuurlijk gesprek te ervaren als een politiek debat met tegenstanders”.

Steun

„In de geschiedenis is het hobbelen van crisis naar incident naar crisis, en dat heeft voortdurend geleid tot strenger asielbeleid”, zegt Nazarski. Problemen en incidenten met asielzoekers hebben vanaf de tweede helft van de jaren tachtig (met de komst van Tamil-vluchtelingen uit Sri Lanka) „steeds weer opnieuw” tot maatschappelijke discussies geleid, en vervolgens tot „aanscherping van asielbeleid”.

Nazarski denkt dat Faber en Wilders zich bewust zijn van die dynamiek. Hij heeft „geen enkele minister meegemaakt” die niet voor strenger asielbeleid was. Maar niemand was zo duidelijk uit op chaos en mislukking als Marjolein Faber, die met haar eigengereidheid en controverses een „rechtvaardiging voor strenger asielbeleid” aan het creëren is, zegt hij.

De lintjesaffaire van eerder deze week had óók een kans kunnen zijn voor de asielminister om zich iets toegeeflijker op te stellen, om aan Kamer en kabinet te laten zien dat ze wel degelijk wil samenwerken. Ze maakte geen excuses, en kon evenmin beloven dat ze het voortaan anders zou aanpakken. Maar ze moest wel iets kwijt. „Weet u, ik doe enorm mijn best op het ministerie, om het beleid om te zetten. En natúúrlijk maak ik fouten. We maken allemaal fouten. Ik ben ook maar een mens. Maar ik ga nog steeds iedere dag met plezier naar mijn werk.”


Lees ook

Ongrijpbaar voor haar ambtenaren, onbereikbaar voor de buitenwereld: minister Faber opereert ‘volstrekt ongebruikelijk’

Marjolein Faber tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer.