De nieuwe speelfilm van de Nederlandse regisseur Halina Reijn, Babygirl, is door de jury van het filmfestival van Venetië geselecteerd voor de officiële competitie van het festival. De film maakt met twintig andere inzendingen kans op de Italiaanse filmprijs de Gouden Leeuw. Dat heeft de organisatie dinsdag bekendgemaakt. Eind augustus begint de 81ste editie van het filmfestival, dat het oudste ter wereld is. Het evenement is onderdeel van de befaamde kunstmanifestatie de Biënnale van Venetië.
Babygirl is de derde film onder regie van Reijn, die ook het script schreef. Nicole Kidman speelt de directeur van een bedrijf, die een affaire krijgt met een stagiair (Harris Dickinson). Antonio Banderas fungeert als echtgenoot van de directeur. De thriller is onder Amerikaanse vlag uitgebracht bij studio A24. Na de première in Venetië wordt de film in december wereldwijd in de bioscoopzalen verwacht.
„Ik ben trots en dankbaar voor iedereen die bij de film betrokken is”, zegt Reijn op Instagram over de selectie van Babygirl. Martin Koolhoven was met Brimstone in 2016 de laatste Nederlandse regisseur die voor een Gouden Leeuw werd genomineerd.
Lees ook
Halina Reijn sprak met NRC over haar eerste film in de Verenigde Staten: ‘Wie zijn we nog als de wifi uitvalt?’
Honderdduizenden Palestijnen zijn donderdag Rafah ontvlucht, nadat grondtroepen van het Israëlische leger de stad verder zijn binnengetrokken. Dat meldt persbureau Reuters. Verspreid over de Gazastrook zijn donderdag zeker 62 inwoners gedood bij Israëlische aanvallen, schrijft Al Jazeera.
Woensdag kondigde Israël aan dat het „grote delen” van Gaza militair zal innemen. Het zou om ruim een kwart van het gebied gaan. Daarmee wil Israël „veiligheidszones” in Gaza uitbreiden.
Een dergelijke strategie is strijdig met het internationaal recht. De mensenrechtenchef van de VN sprak eerder al over de kans op een „oorlogsmisdaad”.
Israël heeft zogenaamde ‘veilige zones’ aangewezen, waaronder het zuidelijke al-Mawasi, maar het bombardeert die locaties evenzeer. Volgens Reuters zijn veel ontheemde Palestijnen uit Rafah donderdag naar de naburige stad Khan Younis getrokken.
„Rafah wordt weggevaagd”, zegt een man op de vlucht tegen Reuters. „Ze breken af wat er nog over is aan huizen en eigendommen.”
Palestijnen met hun bezittingen op de vlucht in Gaza. Foto Omar Al-Qatta/AFP
De Amerikaanse president Trump zette woensdag concrete stappen in de handelsoorlog met zijn belangrijkste handelspartners. Hij kondigde invoerheffingen aan per land die nog hoger waren dan economen vreesden. Volgens Trump zijn het ‘wederkerige’ heffingen, waarmee hij reageert op het in zijn ogen oneerlijke handelsbeleid van de betrokken landen. Wat bedoelt hij en wat wil hij bereiken? Vijf vragen over de laatste salvo’s in de door de VS ontketende handelsoorlog.
1. Wat zijn importheffingen ook alweer?
Invoerrechten, tariffs, importheffingen, handelstarieven: al deze termen verwijzen naar de extra belasting die een land heft op goederen. Meestal wordt die extra belasting berekend als een percentage van de prijs van die geïmporteerde goederen. Landen houden heel precies, per product, bij wat de heffingen moeten zijn in het zogeheten Harmonised System (HS).
Bedrijven die de buitenlandse producten invoeren, betalen de heffingen zoals bepaald in het HS door de import ervan te melden bij de Amerikaanse belastingdienst. Als de VS importheffingen instellen, betaalt de Amerikaanse importeur dus de heffingen, niet de exporteur. In veel gevallen rekenen bedrijven de extra belasting door aan hun consumenten. De opbrengst van de heffingen gaat naar de overheid.
Soms komt de rekening uiteindelijk bij de exporteur te liggen: de exporteur kan ervoor kiezen de verkoopprijs te verlagen om zo een deel van de importheffing voor eigen rekening te nemen. Zo kan de exporteur proberen zijn product toch voor een aantrekkelijke prijs te kunnen verkopen in het land dat de extra belasting heft. Hoe hoger het tarief, des te lastiger dat zal zijn. De winstmarges in de internationale handel zijn vaak al erg smal, waardoor er weinig ruimte is voor prijsverlagingen.
Handelstarieven belemmeren de wereldwijde vrijhandel en zijn bedoeld om de nationale industrie te beschermen. De hogere prijzen moeten consumenten stimuleren om binnenlandse alternatieven te zoeken, waardoor de binnenlandse productie groeit.
2. Wat hoopt Trump ermee te bereiken?
Volgens Trump zal door zijn handelsbeleid de Gouden Eeuw van de Verenigde Staten aanbreken, en is het een belangrijke stap „to make America wealthy again”, zoals hij woensdag zei. Zijn belangrijkste doel is om de internationale economische positie van de VS te versterken en Amerikaanse werknemers te beschermen.
In eerste instantie wil hij een eind maken aan de handelstekorten die de VS hebben met talloze landen. Amerika importeert veel meer dan het exporteert (vorig jaar was het verschil 1.200 miljard dollar) en dat is slecht voor de VS, vindt Trump. Om dit te veranderen, voert hij de importheffingen in, die import moeten afremmen door die duurder te maken.
Bij de bekendmaking van zijn handelsmaatregelen kwam Trump met een lange lijst bedrijven op die volgens hem al „miljarden en miljarden dollars” hebben geïnvesteerd in de VS sinds zijn aantreden. De lijst bestond overigens goeddeels uit oude toezeggingen. De import beperken is immers een middel om het uiteindelijke doel van de president te bereiken: bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid in de VS vergroten. „Als je een tarief van nul procent wilt, moet je je product gewoon hier in Amerika produceren”, aldus Trump.
Trump lijkt zich met zijn plannen vooral te richten op het tevredenstellen van fabrieksarbeiders, die hij ook had uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de aftrap van de handelsoorlog. Dat is opmerkelijk, omdat in de VS, net als in Europa, het merendeel van de mensen in de dienstensector werkt.
3. Waar heeft Trump zijn wederkerige heffingen op gebaseerd?
Al op de dag van zijn aantreden kondigde Trump aan een team aan het werk te zetten om oneerlijke handelspraktijken van andere landen in kaart te brengen, en woensdag was de dag dat de resultaten daarvan bekend zouden worden. Trumps wederkerige tarieven zouden een antwoord zijn op allerlei handelsbeperkende maatregelen van de handelspartners van de VS, zoals belastingen als de btw, maar ook valuta-manipulatie en overheidssubsidies. Die maatregelen zouden worden omgerekend naar de facto invoerheffingen, waarop de importheffingen van de VS zouden worden gebaseerd.
De lijst met tarieven die Trump woensdag presenteerde, kwam echter voor velen als een grote verrassing. De Europese Unie, die volgens de gangbare handelsregels een gemiddeld tarief van iets meer dan 3 procent hanteert voor Amerikaanse goederen, stond ineens voor 39 procent op de lijst. Zelfs als de btw zou worden meegeteld, waar Trump op had gezinspeeld, komt dat nog niet in de buurt. Hoe kon dit? Welke som had team-Trump gemaakt?
Al snel sloegen economen aan het rekenen. Hoe kwam het Witte Huis aan de lijst met oneerlijke ‘tarieven’? Het antwoord is ontluisterend in zijn eenvoud: de Amerikaanse regering heeft de omvang in dollars van het handelstekort in goederen dat de VS hebben met een bepaald land gedeeld door het totale bedrag waarvoor uit dat land is geïmporteerd. Volgens Trump hangt dat handelstekort direct samen met de hoeveelheid oneerlijke maatregelen die een land tegen de VS neemt. Het Witte Huis bevestigde min of meer deze methode toegepast te hebben: een economische formule met een hoop Griekse letters moet exactheid en deskundigheid uitstralen, maar het is niet meer dan rekenen op basisschoolniveau.
Een voorbeeldje: met Bangladesh heeft Amerika een handelstekort van 6,2 miljard dollar. De totale Amerikaanse import van goederen uit Bangladesh bedroeg vorig jaar 8,4 miljard dollar. Als je 6,2 deelt door 8,4 kom je uit op 0,738. En inderdaad staat Bangladesh voor 74 procent op het bord dat de president omhooghield. China? Handelstekort van 295 miljard, totale import 438 miljard: 295/438 = 0,68. En ja hoor: China staat voor 68 procent op de ‘oneerlijke heffingen’-lijst.
De laatste stap, het bepalen van de wederkerige tarieven, is daarna simpel. Deel het tarief van het land door twee en je hebt het ‘milde’ of zelfs ‘vriendelijke’ Amerikaanse wederkerige tarief.
Simpel is het zeker, maar economisch gezien totaal onbegrijpelijk, zoals veel analisten schrijven. Het doel, de handelsbalans terugdringen naar nul, heiligt hier de middelen. Met handelseconomie, laat staan handelseconomie binnen de mondiale afspraken in de Wereldhandelsorganisatie, heeft het allemaal weinig meer te maken.
4. Wat zullen Nederlandse bedrijven merken die exporteren naar de VS en hoe gaan zij hiermee om?
Bedrijven hebben nu vooral last van extreme onzekerheid. Hoewel de heffingen niet uit de lucht komen vallen en Trump tijdens zijn ‘Bevrijdingsdag’ concrete stappen in de handelsoorlog heeft gezet, hebben bedrijven nog steeds een hoop vragen over de invulling ervan. „We weten nog niet hoe de Europese Unie gaat reageren”, zegt Marc ter Haar, directeur van Amcham, belangenbehartiger voor Amerikaanse bedrijven in Nederland. Gaat de EU terugslaan met eigen importheffingen tegen de VS, waardoor het importeren van Amerikaanse producten hier duurder wordt? Lukt het de EU om te onderhandelen over lagere heffingen op Europese goederen?
Naast alle onzekerheid die ze veroorzaken, zullen de Amerikaanse maatregelen Nederlandse bedrijven zeker pijn doen. De woensdag aangekondigde heffingen zijn hoger dan wat de meeste economen vreesden (al noemde Trump ze ‘mild’). Ter Haar: „Nederland wil geen enkele handelsbeperking. Wij exporteren voor 51 miljard euro per jaar naar de VS. En die producten worden duurder gemaakt. Dat is niet goed voor onze export.” VNO-NCW, de grootste ondernemersorganisatie van Nederland: „De maatregelen zullen waarschijnlijk grote gevolgen gaan hebben voor de internationale handel.”
Wijnmaker Neleman Organic Vinyeards ziet de handelsoorlog nu al terug in hun magazijn in Zutphen. „De handel is in shock, orders worden gecanceld of op z’n minst vooruitgeschoven”, mailt de wijnmaker naar zijn klanten. „Ook voor ons is het slikken. Orders, containers die klaarstonden om naar Amerika te gaan, zijn geannuleerd.” Neleman maakt van de nood een deugd en roept zijn klanten op Europese wijn te kopen. Made in Europe kopen is een sentiment dat steeds meer voet aan de grond lijkt te krijgen.
De Woerdense aardappelverwerkingsmachinefabrikant Kiremko ziet dat de heffingen vooral impact hebben op „de organisatie”, zegt directeur Marcel van Huissteden. Het bedrijf werkt samen met een Amerikaans partnerbedrijf in Idaho: dat bouwt al langer af en toe machines voor Amerikaanse klanten van Kiremko. Het contact is in de aanloop naar de heffingen „geïntensiveerd”, zodat ze in Idaho meer machines kunnen bouwen. „We hebben meer bouwtekeningen overgedragen.” Kiremko krijgt daar een licentiebetaling voor terug, de omzet is voor het partnerbedrijf.
Zo kan het Amerikaanse klanten blijven bedienen zonder al te grote financiële impact. Maar praktisch verandert er veel. „Wij sturen nu mensen daarheen voor de productie, en om de productielijnen op te starten.” Gelukkig, grapt Van Huissteden, zitten er nog geen heffingen op de invoer van medewerkers.
5. Wat betekent dit voor de portemonnee van Nederlandse consumenten?
Voorlopig helemaal niks. De importheffingen van Trump maken goederen die naar Amerika gaan duurder, ze doen niets met de goederen die elders op de wereld geproduceerd en geconsumeerd worden.
Dat wordt anders als landen vergeldende maatregelen nemen. Als de EU in reactie op Trumps heffingen tegenheffingen gaat invoeren op Amerikaanse producten, zullen die hier duurder worden. Dan zouden ook Europese consumenten er wat van kunnen merken.
Europa weet dit en probeert daarom een zorgvuldige reactie met minimale schade voor de eigen burgers te formuleren. Zo overweegt de EU maatregelen die de consument niet direct treffen, zoals het dwarszitten van Big Tech en grote Amerikaanse banken. Voor het eerste pakket tegenmaatregelen (na de heffingen op aluminium en staal) was bijvoorbeeld gekozen voor heffingen op Amerikaanse producten waarvoor de Europese consument makkelijk een alternatief kan vinden (zoals spijkerbroeken) of die alleen door een kleine groep liefhebbers worden aangeschaft (Harley Davidson-motoren). Van de voorgestelde Amerikaanse producten waar Europese heffingen op kunnen komen, is soja met een importwaarde van 2 miljard euro het grootst in omvang. Maar die soja kan even makkelijk uit landen als Brazilië worden gehaald en verdwijnt vooral in veevoer.
Er is nog een andere route waarlangs Europese en andere consumenten iets kunnen gaan merken van de Amerikaanse heffingen: het verplaatsen van handelsroutes. Als het voor China niet meer aantrekkelijk is om producten naar Amerika te exporteren, kan dat land ervoor kiezen om ze in Europa af te zetten. Dat leidt tot overaanbod ten opzichte van de huidige situatie en kan dus prijsverlagingen met zich meebrengen. Dit dumpen van producten is in eerste instantie goed voor consumenten (lagere prijzen) maar kan uiteindelijk Europese producenten uit de markt drukken, met alle nadelige economische gevolgen van dien (minder bedrijvigheid, meer werkloosheid, lagere economische groei).
Dit is al gebeurd met bijvoorbeeld zonnepanelen: die mocht China niet meer aan de VS leveren, waarna de Europese markt werd overspoeld met goedkope Chinese panelen. Daar konden Europese panelenbouwers niet tegenop en velen gingen failliet.
De militaire actie op de grond wordt uitgebreid, meer gebied wordt ingenomen en er komt een extra oost-westcorridor. Israël is, in de woorden van premier Benjamin Netanyahu, „van versnelling veranderd” in zijn strijd tegen Hamas.
De ruim twee miljoen inwoners van Gaza krijgen het ene na het andere bevel van het Israëlische leger om te evacueren. Zo moeten de inwoners van een wijk in Gaza-Stad en van de zuidelijke stad Rafah opnieuw hun huizen verlaten. De meesten komen terecht in Al-Mawasi, een gebied aan de kust dat Israël tot ‘veilige zone’ verklaard heeft – al bombardeert het dit gebied ook.
Inmiddels valt 64 procent van Gaza onder een bevel tot gedwongen verplaatsing of een bufferzone, zegt Jonathan Whittall, de hoogste VN-hulpfunctionaris voor bezet Palestijns gebied. „Niemand is ook maar ergens in Gaza veilig.”
Volgens een verklaring van minister Israel Katz (Defensie) wil Israël „grote delen” van Gaza „innemen”. Dat zou kunnen duiden op een strategische wijziging sinds de hervatting van de oorlog, twee weken geleden. In de eerste fase van de strijd waren de Israëlische militaire acties op land steeds tijdelijk van aard.
Toch is het de vraag of er van een echte koerswijziging sprake is, zegt brigadegeneraal Han Bouwmeester, hoogleraar militair-operationele wetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie. „De tijd zal uitwijzen of Israël echt van plan is om dat ingenomen gebied permanent te annexeren.”
Bouwmeester ziet overwegend hetzelfde beeld als voor de oorlog: de Israëliërs hebben de kaart van Gaza in ‘vierkantjes’ opgedeeld, en per gebiedje bekijken ze of ze het binnenvallen en of er geëvacueerd moet worden. „Dat is een beproefde strategie tegen terroristische organisaties als Hamas, waarvan de strijders zich tussen de bevolking begeven en soms ondergronds gaan.”
Morag-corridor
Wel nieuw is de Morag-corridor. Tot nu toe beheerste Israël twee oost-westverbindingen in Gaza. In het noorden loopt de Netzarim-corridor, waarmee Israëlische troepen de bewegingen tussen het noordelijke en zuidelijke deel van Gaza kunnen beheersen. En in het uiterste zuiden bezetten de Israëliërs de Philadelphi-corridor: het gebied langs de grens met Egypte.
De Morag-corridor, genoemd naar een voormalige Israëlische nederzetting op die plek, scheidt Rafah van de iets noordelijker gelegen stad Khan Younis. Er hoeft niets voor te worden gesloopt; de bebouwing in die zone was al vernietigd. Onduidelijk is nog waar de nieuwe corridor aan de westkant zal eindigen. Daar stuit hij op Al-Mawasi, het tentenkamp waar de bewoners van Rafah juist naartoe worden gedwongen.
Met deze nieuwe corridor en het evacuatiebevel hoopt Israël dat het Rafah kan belegeren, om Hamas er volledig uit te schakelen. Bouwmeester acht het waarschijnlijk dat inlichtingen uitwijzen dat Hamas-strijders zich vooral in Rafah bevinden.
Voor elke strijder die je doodt, staan er twee nieuwe op
Al met al ziet de brigadegeneraal vooral een intensivering van de strijd, aangevoerd door de ‘hardliner’ Eyal Samir, die afgelopen maand aantrad als de nieuwe chef-staf van het Israëlische leger. „Maar één punt blijft hetzelfde als voor het staakt-het-vuren: Hamas roei je niet zomaar uit. Het is een ideologie, die voortkomt uit frustratie over de manier waarop Israël de Gazanen behandelt. Voor elke strijder die je doodt, staan er twee nieuwe op.”
Palestijnen op de vlucht uit het oosten van Gaza-Stad.
Foto Haitham Imad/EPA
Ontheemding
De inwoners van Gaza worden door alle invasies en evacuatiebevelen naar een steeds kleiner gebied gedwongen. Hierdoor neemt hun angst voor permanente ontheemding toe, zeker omdat Israëlische leiders hebben gezegd dat ze van plan zijn het vrijwillige vertrek van Palestijnen uit Gaza mogelijk te maken. Eerder riep de Amerikaanse president Donald Trump al op alle ruim twee miljoen Gazanen weg te sturen en het gebied te herontwikkelen als een kustresort onder Amerikaans gezag.
De acties van Israël in Gaza „schenden op meerdere manieren het oorlogsrecht”, zegt Marten Zwanenburg. Hij is hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en de Nederlandse Defensie Academie. Zo mag een oorlogvoerende partij volgens het internationaal recht alleen eigendommen vernietigen als daar een strikte militaire noodzaak voor is, aldus Zwanenburg. „En die lijkt hier te ontbreken.”
Ook evacuatiebevelen mogen niet zomaar uitgevaardigd worden. Die moeten óf noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de burgers, óf er moet een strikte militaire noodzaak voor zijn. „En dan nog moet de evacuatie op een menselijke manier gebeuren, met een duidelijke bestemming, en er moet onder meer voldoende voedsel en water voor de geëvacueerden zijn.”
Palestijnen verlaten hun buurt in Gaza-Stad na een Israëlisch evacuatiebevel.
Foto Mahmoud Issa/Reuters
Aan geen van de voorwaarden wordt volgens Zwanenburg echt voldaan. „Israël heeft de hulp aan Gaza juist afgesloten, naar eigen zeggen omdat er tijdens het staakt-het-vuren genoeg binnen zou zijn gekomen. Maar de Verenigde Naties spreken dat tegen. Bovendien is het simpelweg een verplichting van Israël om de hulp door te laten.”
Lees ook
Waarom sluiten de bakkerijen in Gaza? En vier andere vragen over voedselhulp
Volgens sommigen kan de gedwongen verplaatsing van bewoners „etnische zuivering” worden genoemd, maar dat is volgens Zwanenburg geen afgebakend juridisch begrip. „Wel kun je het hebben over de vraag of Israëliërs oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid plegen. Die laatste zijn in essentie ernstige mensenrechtenschendingen die worden gepleegd als onderdeel van een systematische of wijdverbreide aanval op de burgerbevolking. Het zou mij niet verbazen als deze gebeurtenissen de discussie daarover aanwakkeren.”