Faber hoeft van de Tweede Kamer niet weg, Wilders komt met dubbele boodschap

PVV-minister van Asiel Marjolein Faber probeert het een paar keer, in het kabinetsvak van de grote debatzaal: oogcontact maken met premier Dick Schoof, die naast haar zit. Na bijna een uur leunt ze naar voren en kijkt opzij, en ze blijft kijken. Maar Schoof kijkt niet naar haar. Hij pakt zijn pen en schrijft iets op, al is onduidelijk waarover dat kan gaan. In het debat over de lintjes voor vrijwilligers die Faber niet had willen ondertekenen, wordt op dat moment niets aan hem gevraagd.

Schoof vindt dat hij er niet had hoeven zitten. Hij wilde ook niet en had dat woensdagochtend aan de Tweede Kamer laten weten, wat door de anderen, ook in de coalitie, werd gezien als: het is Fabers probleem, vindt Schoof. Háár hangt een motie van wantrouwen boven het hoofd, ze moet het zelf maar oplossen. Pas nadat de oppositie had gedreigd om hoofdelijk te gaan stemmen over zijn aanwezigheid, besloot hij toch te komen.

Op dinsdagavond had hij in Gent op een topbijeenkomst met de Vlaamse regering moeten zijn. In plaats daarvan zat hij op zijn werkkamer in Den Haag, van half zeven tot half elf samen met de vier fractievoorzitters van de coalitie: PVV-leider Geert Wilders, Dilan Yesilgöz van de VVD, Nicolien van Vroonhoven van NSC die bij coalitieoverleg steeds Pieter Omtzigt vervangt, en BBB-leider Caroline van der Plas. Ze hadden ook samen gegeten: Indisch buffet. Met frisdrank, geen alcohol. Het ging de hele avond over Marjolein Faber, die er zelf niet bij was. Er was wel contact met haar. Het was de bedoeling van Schoof dat ze aan de Tweede Kamer iets van spijt zou laten merken.


Lees ook

Faber weigerde, maar Schoof en Uitermark blijken wel bereid om COA-vrijwilligers te onderscheiden met een lintje

Lintjes tijdens de jaarlijkse lintjesregen in Amsterdam.

Irritatie over Faber

Rond premier Schoof is al een tijdje duidelijk dat hij er genoeg van begint te krijgen hoe Faber hem elke keer weer in de problemen brengt en zijn gezag onderuit haalt. Vorige week vrijdag nog was ze voor de wekelijkse vergadering van de ministerraad voor de camera’s over hem uitgevallen. Ze was er „klaar mee” dat haar voorstel om de spreidingswet in te trekken wéér niet op de agenda stond. Dat was omdat die wet nog niet af is, maar volgens Faber kwam het door Schoof. Die had haar in het Catshuis daarna eerst apart gesproken, om haar duidelijk te maken dat je het zo niet doet.

Schoof wist toen al, via het Kapittel van de Civiele Orden, dat Faber geen zin had om te tekenen voor de koninklijke onderscheidingen van vijf mensen die zich vrijwillig hadden ingezet voor asielzoekers. Het stond volgens haar „haaks op” haar „strenge asielbeleid”. Schoof dacht het opgelost te hebben door zelf voor de lintjes te tekenen, samen met minister van Binnenlandse Zaken Judith Uitermark. Als het daarna niet naar buiten was gekomen, zegt Schoof in het debat op woensdag, „dan had u er nooit iets over gehoord”. Dan was „in de boezem van het kabinet” gebleven dat er verschillend werd gedacht over die vijf lintjes.

En daarover gaat het de hele woensdag in de Tweede Kamer: Faber heeft volgens het grootste deel van de oppositie de eenheid van kabinetsbeleid doorbroken. En dat mag niet, ministers en staatssecretarissen spreken altijd namens het hele kabinet. In een brief die ze op dinsdagavond laat naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, probeert Faber dat idee weg te nemen. Zoals de coalitie met Schoof had besproken in zijn werkkamer. Ze „betreurt” het dat ze in het Vragenuur op dinsdag te vaak had benadrukt waarom ze haar handtekening niet had willen zetten. En ze schrijft dat ze „100%” achter het besluit van Schoof en Uitermark staat en dus niet de eenheid ondermijnt. Maar ze zegt niet dat ze haar handtekening wél had moeten zetten, of dat de volgende keer zal doen.

‘Ruggengraat’

Een dubbele boodschap, die woensdag in de grote zaal óók klinkt uit de mond van Wilders. Hij prijst Faber om haar „ruggengraat”. „Ze zegt wat ze vindt.” Op X had Wilders dagenlang gezegd hoe geweldig hij haar verzet vond tegen de lintjes. In de debatzaal komt hij er ineens mee dat het van die vrijwilligers „heel fatsoenlijk” is dat ze „mensen helpen”. Een lintje verdienen ze volgens hem níet omdat ze meewerken aan „het totaalpakket van de aantrekkelijkheid van Nederland voor buitenlanders”.

Wilders zegt ook dat Faber wél achter de eenheid van het kabinetsbeleid staat. Ze had volgens hem alleen maar „het voornemen uitgesproken” om haar handtekening te weigeren. Er was dus „formeel geen moment” van verschil in kabinetsbeleid geweest. Een procedureel argument, nauwelijks te begrijpen.

Ook Schoof had veel woorden nodig en spreekt zichzelf tegen: ze had de eenheid van het kabinet niet geschonden, die was nu wel „hersteld”. Ondanks zijn irritatie over Faber, blijft hij haar steunen. Hij zegt dat hij „vertrouwen” in haar heeft en dat ze „snoeihard” werkt.

De motie van wantrouwen tegen Faber, ingediend door GroenLinks-PvdA-leider Frans Timmermans, wordt gesteund door D66, CDA, SP, ChristenUnie, Denk, Volt en de Partij voor de Dieren maar haalt het niet. De coalitiepartijen stemmen tegen. VVD’er Yesilgöz zegt wél dat ze „narrig” is omdat Faber volgens haar dringend écht „aan de slag” moet om steun te zoeken voor haar beleid in de Tweede en de Eerste Kamer. NSC’er Van Vroonhoven vindt dat Faber het aan zichzelf te wijten heeft dat er urenlang over haar is gedebatteerd. „Dat was onnodig en kinderachtig.”

Helemaal aan het eind van het debat kijken Schoof en Faber elkaar wél aan, ze lachen en praten even met elkaar. Schoof had in de pauzes niets tegen journalisten willen zeggen omdat het debat toen nog aan de gang was. Maar als het klaar is, ontloopt hij de camera’s nog steeds. In het voorbijgaan zegt hij alleen: „Ik heb net een heel debat gehad.” Faber, een paar seconden later, zegt precies hetzelfde.


Lees ook

Coalitie: nog altijd op zoek naar eenheid

Marjolein Faber (PVV), minister van Asiel en Migratie, voorafgaand aan de wekelijkse ministerraad in het Catshuis. Foto Bart Maat