Europa begint ver uit te lopen op VS met hulp aan Oekraïne, met Oost-Europa en Scandinavië voorop

Oost-Europese en Scandinavische landen hebben sinds de Russische invasie drie jaar geleden Oekraïne het meest gesteund. Gerekend naar de omvang van hun economie gaven deze landen meer dan twee keer zoveel als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Nederland gaf van de West-Europese landen het meest aan Oekraïne.

Dat blijkt uit de Ukraine Support Trackervan het Duitse Kiel Instituut waarvan vrijdag een geactualiseerde versie is gepubliceerd. In totaal heeft Europa in drie jaar 62 miljard euro aan militaire hulp gegeven, en 70 miljard euro aan financiële en humanitaire hulp. De VS gaven 64 miljard euro aan militaire hulp en 50 miljard euro aan financiële en humanitaire hulp. Met toezeggingen die zijn gedaan loopt Europa ver uit op de VS: dan gaat het om bedragen van 115 miljard van Europa tegenover 5 miljard van de VS. Of dit bedrag zo blijft is onduidelijk, vooral gezien de aankondiging deze week van president Trump dat hij met de Russische president Poetin over Oekraïne gaat onderhandelen. Minister van Defensie Pete Hegseth zei donderdagavond dat hij er vanuit gaat dat de toekomstige hulp van de VS onderdeel wordt van die onderhandelingen.

De rol van de VS nam af in 2023 omdat de hulpstroom gedurende negen maanden werd geblokkeerd door verzet van het Amerikaanse congres. De afgelopen maanden nam de Amerikaanse hulp weer toe, maar het Kiel Instituut verwacht met de terugkeer van president Trump dat de militaire hulp weer gaat stagneren.

Hobbyproject

Het Kiel Instituut vindt de bijdrage van het Westen aan Oekraïne in historisch perspectief laag, in vergelijking met eerdere oorlogen en crises. „Als je naar de begrotingen van de meeste Europese donorlanden kijkt, lijkt de hulp aan Oekraïne van de afgelopen drie jaar meer op een klein politiek hobbyproject dan op een grote financiële inspanning”, aldus Christoph Trebesch, hoofd van de financiële onderzoeksafdeling bij het Kiel Instituut. In het rapport van vrijdag schrijven de onderzoekers: „In de meeste westerse landen bestaan er twijfelachtige subsidieprogramma’s, bijvoorbeeld voor bedrijfsauto’s of dieselbrandstof, die jaarlijks veel grotere bedragen aan belastinggeld kosten dan wat is gemobiliseerd voor Oekraïne.”.

Geen grote verrassing uit het onderzoek is dat de westerse hulp in toenemende mate aan wapens wordt besteed. In de beginfase van de oorlog kwam de militaire hulp aan Oekraïne vooral uit bestaande arsenalen van donorlanden, stelt het rapport, maar deze zijn sindsdien leeggeraakt. Tegenwoordig bestaat het overgrote deel van de militaire hulp uit nieuw geproduceerde wapens van de westerse defensie-industrie, met een kleine maar groeiende rol voor multilaterale initiatieven voor wapenaanschaf.

Nederland staat ook hoog op de lijsten die het Kiel Instituut heeft gemaakt over concrete wapenleveranties. Zo gingen vanuit Nederland 104 tanks, 269 pantservoertuigen en 23 houwitsers richting Oekraïne.