Na drie kwart wedstrijd kan hij de frustratie niet langer onderdrukken. Viktor Gyökeres, een van de gevaarlijkste spitsen van Europa, zit op het Eindhovense gras, heft moedeloos zijn armen en laat ze tussen zijn voeten ploffen. Weer een duel, wéér van de bal gezet. Als hij opkijkt, ziet de aanvaller van Sporting Lissabon nog net de naam op het rood-witte shirt van de schuldige: Flamingo. Alweer.
Ryan Flamingo (22) glimlacht bijna verlegen als hij eraan wordt herinnerd, die oktoberavond in de Champions League. De verdediger van PSV zit deze ijskoude en stormachtige januariochtend in de kantine van de Herdgang, het sportcomplex van de club. Hij is net klaar met trainen, de voorbereiding voor de tweede seizoenshelft is in volle gang. Een blok waarin PSV nog speelt om het kampioenschap, de beker én de volgende ronde van de Champions League.
Een halfjaar zit Flamingo nu bij PSV, dat deze dinsdag een cruciaal Europees duel speelt tegen Rode Ster Belgrado. De wedstrijd tegen Sporting was pas zijn tiende voor de club. Vooraf was veel aandacht uitgegaan naar de Zweed Gyökeres. De man die honderd miljoen euro moet kosten. Die bij vlagen ongrijpbaar lijkt voor verdedigers, en in de voorgaande veertien maanden 54 keer scoorde voor zijn club. Vaker dan Erling Haaland, vaker dan Kylian Mbappé.
Vanaf de eerste minuut hadden de fysieke duels uitgevochten. Soms botsten Flamingo en Gyökeres zo hard met de schouders tegen elkaar dat ze allebei omvielen. Voortdurend zocht Sporting in de opbouw de sterke, snelle, balvaste spits, vrijwel steeds was Flamingo nét iets sneller, harder, feller. Na negentig minuten bleef Gyökeres steken op twee aannames in het vijandige strafschopgebied en één geblokt schot. Tegenover zestien keer balverlies.
Eén-op-één spelen
Het zijn dit soort krachtmetingen waar Flamingo als rechter centrale verdediger naar kan toeleven, zegt hij. Zeker bij PSV, dat onder trainer Peter Bosz achterin vaak één-op-één speelt. Zonder vrije laatste man is er geen ruimte om fouten te maken en is het zaak een tegenstander „echt uit te schakelen”, aldus Flamingo. „Ik kan daar wel van genieten, als je man helemaal níks meer kan.”
Lees ook
Sportief succes brengt financieel succes, ziet PSV, maar de club blijft afhankelijk van transfers
Zulke confrontaties bereidt hij met de staf uitgebreid voor. Samen analyseren ze dan de voorhoede van een tegenstander, smeden ze een plan van aanpak. Gaat de spits het duel aan, of juist veel diep? Hoe probeert hij vrij te lopen? Het liefst zou Flamingo ook een keer zo’n plannetje maken voor Mbappé. „Die is zó snel en kan zo veel dingen goed, dat lijkt me echt een uitdaging. En Haaland ook, een grote spits die altijd ready is voor het doel.”
Tegelijkertijd beseft Flamingo dat hij als verdediger van PSV veel vaker spitsen treft die lang niet van wereldniveau zijn. In zulke wedstrijden is PSV de favoriet en kan de koploper door een moment van onderschatting of slordigheid achterin een nieuwe landstitel verspelen. Die duels zijn „misschien nog wel belangrijker” dan wedstrijden tegen Sporting of PSG, zegt hij. „Dus dan moet je éxtra geconcentreerd zijn.”

Italiaans verdedigen
Half verscholen onder de mouw van Flamingo’s felgroene trainingspak zijn nog net de zwierige letters van de tatoeage op zijn onderarm zichtbaar. Roberto, de naam van zijn vader. „En aan de binnenkant staat die van mijn moeder.” Hij is er nog niet over uit of hij nog meer tattoo’s wil. „Ze moeten wel iets betekenen.” Hij wil er achteraf geen spijt van krijgen.
Bij zijn ouders is dat ondenkbaar, zegt hij. Zijn vader, moeder en tante noemt hij de belangrijkste mensen in zijn leven én voetballoopbaan. Vader Roberto, een bekende vechtsporttrainer die jarenlang kickbokskampioen Alistair Overeem begeleidde, leerde hem „het harde gedeelte”. De discipline om altijd keihard te werken voor wat je wilt. Zijn moeder en tante brachten hem „het sociale” en het „lief zijn” bij.
Niet dat zijn vader hem ooit dwong, zegt hij meteen daarna. Als jong ventje had hij zelf al de droom om voetballer te worden. „Als ik niet had gewild, zou hij me nooit pushen. Maar omdat hij wist hoe graag ik de top wilde halen, leerde hij me dat je er dan ook alles voor moet doen. Dus ook gaan trainen als het regent en je even geen zin hebt.” Op zijn dertiende ging hij al met zijn vader mee naar de sportschool, om te werken aan zijn kracht en uithoudingsvermogen.
Met voetballen begon hij op zijn zesde. Flamingo groeide op in Bussum en speelde zijn eerste wedstrijden bij de lokale club BFC, destijds een vijfdeklasser. Al snel werd zijn talent zichtbaar. Als jongen van acht liep hij hier al op de Herdgang stage bij PSV. „Mijn vader of moeder reed me dan helemaal hierheen. Heel speciaal, want ik vond PSV altijd al een mooie club.”
Toch besloot hij een aanbod af te slaan. Zijn ouders wilden niet weg uit Bussum en zagen het niet zitten om hun zoon al zo jong bij een gastgezin onder te brengen. Zijn jeugdopleiding doorliep hij vanaf zijn elfde daarom dicht bij huis, bij Almere City FC, waar Flamingo al snel met jongens speelde die een of twee jaar ouder waren. Hij knikt richting het trainingsveld en grijnst. „Uiteindelijk is het toch nog goedgekomen.”

Hartje coronapandemie
De route die hij in de tussentijd doorliep is vrij ongewoon. Net negentien jaar oud verhuisde Flamingo naar Noord-Italië, om zijn voetbalopleiding af te maken bij de beloften van US Sassuolo. Het was eind 2020, hartje coronapandemie, en bij Almere was het voorgaande voetbalseizoen voortijdig afgebroken. Toen dat voor de tweede keer gebeurde, begon Flamingo te vrezen voor zijn ontwikkeling. Hij wilde blijven spelen en in Italië gingen de competities wel door.
Voor het eerst was hij op zichzelf aangewezen. Flamingo woonde in het Noord-Italiaanse stadje in een flatje met een teamgenoot die vrijwel alleen Italiaans sprak. Dat vond hij „niet heel eng ofzo”, zegt hij nu. „Toen ik negen was, vloog ik al in mijn eentje naar Miami, toen mijn vader daar woonde voor wedstrijden. Ik heb ook niet echt heimwee en voel me snel ergens thuis.”
In Italië leerde hij, beter dan elders, de kunst van het verdedigen, zegt Flamingo. „Dat is heel belangrijk daar, de nul houden.” Bij Sassuolo konden ze hele trainingen eraan besteden. Dan speelden ze situaties na om uit te leggen hoe verdedigers moeten lopen en dekken. Zulke trainingen waren „slomer” dan in Nederland, waar de nadruk volgens hem veel meer ligt op positiespel. „Dat deden we in Italië soms niet eens.”
Om die reden heeft hij nu ook de hulp van Winston Bogarde ingeschakeld, de loeisterke verdediger die rond de eeuwwisseling naam maakte bij Ajax en FC Barcelona. Om de paar weken spreken ze af, om beelden terug te kijken van zijn laatste wedstrijd. Bogarde legt hem dan uit wat er beter had gekund. „Hij is nooit tevreden, ook als je goed speelt, is hij kritisch.”
Na anderhalf jaar keerde hij terug naar Nederland, omdat een plek in het eerste elftal er niet meteen inzat. Hij werd door Sassuolo verhuurd aan Vitesse, waar hij meteen basisspeler werd. Aanvankelijk wilde hij daar nog een jaar blijven, maar vanwege de bestuurlijke onzekerheid in Arnhem werd dat op het laatste moment toch FC Utrecht. Nog voordat zijn eerste seizoen daar was afgelopen, klopte PSV aan, dat Flamingo voor vijf jaar vastlegde.
‘Beter aanpassen aan veranderingen’
Vijf jaar, vijf verschillende clubs – het was niet altijd uit eigen keuze, maar Flamingo kan er ook de voordelen van inzien. „Ik denk dat ik me daardoor beter kan aanpassen aan veranderingen.” Hij kan snel contact leggen met een groep, maakt makkelijk vrienden. Tegelijkertijd wil hij nu wel eens wat langer bij één club blijven, en om de prijzen meedoen. „Met onze kwaliteiten moeten we gewoon kampioen worden en de KNVB-beker winnen.”
Onder Peter Bosz kan Flamingo zich bovendien voor het eerst op één positie toeleggen. Bij vorige clubs werd regelmatig met hem geschoven, van centraal achterin naar verdedigend op het middenveld – en een enkele keer ook rechtsback. Nu is zijn plek duidelijk: centraal achterin. „Dat vind ik wel fijn, ik denk ook dat het beter is dan steeds wisselen.”

Het nadeel van die positie, zeker als je één-op-één speelt: als iets fout gaat, is het meteen ook heel zichtbaar. Dat overkwam hem bijvoorbeeld bij zijn debuut, in augustus tegen Feyenoord om de Johan Cruijff Schaal (4-4, PSV verloor na penalties). Door zwak ingrijpen was Flamingo toen verantwoordelijk voor drie van de vier tegendoelpunten. Na afloop twijfelden clubvolgers en analisten over hem: was hij niet te licht voor het hoge niveau in Nederlandse en Europese topduels?
Van zulke opmerkingen probeert hij zich zo veel mogelijk af te sluiten. Want het topvoetbal is een „best harde wereld”, vindt hij. „Je kan tien wedstrijden heel goed spelen en iedereen heeft het over je. Maar één slechte wedstrijd en je bent meteen ook de slechtste speler.” De beste manier om jezelf daartegen te beschermen is volgens hem om niet te veel terug te blikken. „Of ik nou goed heb gespeeld of slecht, ik probeer meteen de knop weer om te zetten.”
Duels met topspitsen
Het maakt de voetbalwereld ook een haastige, merkt Flamingo. Toen hij als jongetje droomde van een leven als prof had hij gedacht dat hij het bewuster mee zou maken, het succes, de duels met topspitsen. „Maar je hebt niet echt tijd om te denken: wat is het mooi allemaal. Soms denk ik dat ik er meer van zou moeten genieten, maar dat is lastig als je alweer bezig bent met de volgende wedstrijd. Dat komt denk ik pas na mijn carrière, dat je die wedstrijden terugkijkt en denkt: wow.”
Flamingo speelde tot dusver meer dan iedere andere speler van PSV. Sinds Sporting is alle kritiek verstomd en zingen de fans in Eindhoven zijn naam, zoals ze ook deden in Utrecht, waar de carnavalshit „Ferry de Roze Flamingo” elke week van de tribunes schalde. Slippertjes maakt hij tot dusver zelden, alleen tegen SC Heerenveen half december, toen PSV verloor nadat hij een simpele bal verspeelde.
Zulke wedstrijden zul je hebben, had Bogarde hem op het hart gedrukt toen ze elkaar kort daarna spraken. „Je kan niet altijd goed spelen, zei hij, maar je kan er wel alles voor doen.” Want dat is óók een gevolg van topwedstrijden zoals die tegen Sporting. „Daarna verwachten mensen dat je altíjd zo speelt. Die wedstrijd meteen daarop, dat is misschien wel de moeilijkste.”
