Geheimhouding in de wetenschap, die bezigheid waar juist openheid zo goed werkt, dat intrigeerde natuurkundige Machiel Kleemans mateloos. „Vooral de soms nogal losse manier waarop wetenschappers daarmee omgaan.”
Een voorbeeld: „Na mijn afstuderen als natuurkundige werkte ik bij Reed Elsevier, en was uitgever van wetenschappelijke tijdschriften over kernfysica. Daarvoor kwam ik ook bij de grote Amerikaanse nucleaire laboratoria, waar nog altijd onderzoek gedaan wordt aan kernwapens. Ik ging in een van die labs met twee Amerikaanse onderzoekers praten over een nieuw tijdschrift. Dat kon, maar onder strenge voorwaarden. Wij werden in een kamertje gestopt, ergens in dat lab, en een mevrouw van de beveiliging kwam ons vertellen dat we daar absoluut niet uit mochten. Alles was echt superstrikt. En zij loopt de kamer uit, en die twee kijken elkaar aan en zeggen: kom, we gaan naar de kantine.”
In zijn proefschrift onderzoekt Kleemans hoe Nederland samen met Noorwegen in 1951 de eerste kernreactor voor open wetenschappelijk onderzoek kon starten: de Joint Establishment Experimental Pile (JEEP) in het Noorse Kjeller. Dit ondanks een monopolie op nucleaire kennis en draconische geheimhouding door de VS, die de eerste atoombom ontwikkelden.
„Geheimhouding kwam ik dus in mijn werk al tegen, en dat zette me aan het denken”, vertelt Kleemans in zijn woonkamer in Oegstgeest, „Wie besluit dat iets geheim is? Waarom is dat zo, en waarom wordt het weer vrijgegeven? Hoe werkt dat?”
Kernfysica, de natuurkunde van atoomkernen, begint in de jaren dertig als gewone, open wetenschap zonder duidelijke toepassingen. In 1932 was het neutron ontdekt en begon het duidelijk te worden hoe iedere atoomkern een klontje is van protonen en neutronen.
Maar in 1938 ontdekken Duitsers dat kernen van het zware element uranium uit elkaar vallen als je er een neutron op afschiet. Daarbij komen weer nieuwe neutronen vrij, wat kan leiden tot een kettingreactie, waarbij immense hoeveelheden energie vrijkomen: een kernexplosie.
Kleemans: „Wetenschappers beseffen heel snel: het is niet handig om dit allemaal in de openbaarheid te doen, zeker met de oorlog die er duidelijk aan zit te komen. Dus besluiten ze zelf om nieuwe details niet openbaar te maken.” De stroom publicaties droogt op, maar het onderzoek gaat door.
Hoofdrol voor Nederland
Nederland speelt op dat moment een hoofdrol in Europese natuurkundenetwerken, en de Leidse natuurkundige Wander de Haas zoekt contact met de regering. Samen met minister-president Hendrikus Colijn wordt snel besloten tot de aanschaf van tien ton yellowcake, uraniumoxide uit Belgisch Congo. Dat was te koop als pigment om glas een gele of groenige kleur te geven.
Kleemans loopt naar een kabinet. „Kijk, ik heb hier een glaasje dat met uraniumoxide gekleurd is.” Het borrelglaasje schittert gifgroen in het zonlicht.
Als de oorlog uitbreekt worden tweehonderd vaatjes verstopt in een kelder in het hoofdgebouw van de Technische Hogeschool in Delft, de latere Technische Universiteit. Werner Heisenberg, de leider van het Duitse atoomproject, komt er nog op bezoek, maar de vaatjes blijven verborgen.
Intussen starten de VS het Manhattan Project, het geheime project om een atoomwapen te ontwikkelen onder leiding van natuurkundige Robert Oppenheimer, die eerder nog in Nederland studeerde. Onder strikte geheimhouding werken meer dan honderdduizend mensen aan de atoombom – wetenschappers, technici en ondersteunend personeel. In augustus 1945 worden de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki vernietigd door een Amerikaanse atoombom. Japan geeft zich over, de oorlog is voorbij.


Foto Norsk Teknisk Museum
Kleemans: „Wetenschappers verwachten dat de informatie nu wel vrij snel openbaar zal worden.” De jonge Noorse astronoom Gunnar Randers, geïnteresseerd in het ontwikkelen van kernenergie en zelfs een Noorse atoombom, reist in 1946 naar de VS en krijgt van bevriende collega-wetenschappers cruciale en geheime informatie, zoals het aantal neutronen dat per kernsplijting vrijkomt. Kleemans: „Dat was geheime informatie, maar doorslaggevend voor Randers. Hij komt tot de conclusie dat het mogelijk moet zijn om zelf een kernreactor te bouwen.” Randers, later bekend als ‘Atom Gunnar’, is ambitieus, en heeft het oor van de minister van Defensie. Kleemans: „Zij gingen het gewoon doen.”
Noorwegen heeft al ruim voor de Duitse bezetting in juni 1940 een fabriek voor zwaar water, gebruikmakend van overvloedige waterkracht-elektriciteit. Zwaar water, waarin de waterstofatomen zijn vervangen door het waterstof-isotoop deuterium, is een van de stoffen die kunnen dienen als ‘moderator’: een stof die neutronen kan afremmen. In een kernreactor helpt een moderator om een gecontroleerde kettingreactie op gang te brengen, essentieel voor het onderzoek en het produceren van plutonium, een ingrediënt voor atoomwapens. Het Noorse verzet speelt een hoofdrol in het vernietigen van de voorraden zwaar water en de fabriek, zodat die niet in Duitse handen komen.
Ook heel zuiver grafiet kan dienen als moderator, maar dat gegeven wordt met succes geheim gehouden voor de Duitse onderzoekers. Zij testen wel grafiet, maar door lichte verontreinigen komt het uit de bus als een slechte moderator.
Maar anders dan verwacht, komt de Amerikaanse openheid er na de oorlog niet. Op het lekken van nucleaire geheimen komt de doodstraf te staan. Wel publiceren de VS een technisch rapport over de nucleaire technologie.
Kleemans: „Dat biedt veel theoretische informatie, maar geeft ook scherp de grens van de openheid aan: over hoe je zaken werkelijk moet maken, zegt het niets. Randers vindt het heel frustrerend, hij zegt: het is een kookboek, maar er staat niet bij hoeveel van alle ingrediënten je nodig hebt.”
De wanhopige Noren zaten zonder splijtstof
Europese landen pionieren zelf, dromend van goedkope energie of zelfs eigen kernwapens. Frankrijk, ook voor de oorlog al vergevorderd in kernfysica, bouwt een eigen reactor, en Randers krijgt Franse medewerking. Maar aan eigen splijtstof ontbreekt het. „Randers probeert overal Noors zwaar water te ruilen tegen uranium, maar vangt steeds bot. Een poging om in Noorwegen uranium te delven loopt op niets uit: het erts is niet rijk genoeg. Zijn kernreactor in aanbouw dreigt zonder splijtstof te komen zitten. Kleemans: „Randers is eigenlijk wanhopig.”
Dan besluit de invloedrijke Nederlandse natuurkundige Hans Kramers, met goedvinden van de overheid, het Nederlandse geheim te onthullen. „Als Kramers op reis gaat naar Noorwegen krijgt hij toestemming om die informatie te delen als dat goed uitkomt.” Het Nederlandse uranium blijkt de perfecte bruidsschat om mee te doen aan het reactorproject. De Noorse kernwapenambities zijn dan al opgegeven – frustratie van Randers, die later nog een rol speelt bij het ontwikkelen van een Israëlische atoombom.

Wel vragen de Nederlanders braaf toestemming aan de VS. Kleemans: „Kramers stuurt voor de zekerheid toch een brief aan Oppenheimer, een huisvriend van de Kramers.” Die adviseert om dit vooral eerst met de Amerikaanse overheid te bespreken, niet als wetenschappers onderling. De Amerikanen gaan met frisse tegenzin akkoord. Nederland en Noorwegen zijn tenslotte „the best of the lot”, schrijft een Amerikaans politicus in 1950: de meest Atlantisch gezinde Europese staten buiten het VK.
De grootste druk is dan al van de ketel: in 1949 brengt de Sovjet-Unie een atoombom tot ontploffing. Geen loslippige wetenschappers hebben de atoomgeheimen verklapt, maar de spion Klaus Fuchs, die midden in het Manhattan-project werkte.
In juli 1951 wordt JEEP officieel geopend, in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders. Tot 1960 werken er onderzoekers en gaandeweg worden veel van de atoomgeheimen alsnog openbaar. Kleemans: „Ze meten bijvoorbeeld de kans op het splijten van uranium bij verschillende neutron-energieën, waar de Amerikanen slechts één waarde hadden vrijgegeven.” Nederland begint met het verrijken van uranium onder natuurkundige Jaap Kistemaker, wat leidt tot een complete verrijkingsindustrie.
Een radicale beleidswijziging
In 1953 kondigt Eisenhower het Atoms for Peace-programma aan, een radicale beleidswijziging, met nadruk op openheid en civiele toepassingen in plaats van kernwapens. De VS leveren complete reactoren met splijtstof aan bondgenoten. Kleemans: „Het was het einde van de geheimhouding, met als zeer bewust doel om invloed terug te winnen. De Noors-Nederlandse samenwerking heeft daarmee zijn beste tijd gehad, maar de Nederlandse wetenschappers hebben wel het gevoel: kijk dat hebben wij voor elkaar gekregen, met onze ontdekkingen. Volgens Kistemaker zeggen Amerikanen dat ook met zoveel woorden. Maar ik heb daarover helemaal niets terug kunnen vinden in de verslagen van de vergaderingen die de Amerikanen, Canadezen en Engelsen hielden over het ‘derubriceren’ van geheimen.” De plotselinge Amerikaanse openheid was vooral bedoeld om invloed te houden in het kernfysisch onderzoek, en om commerciële kansen niet voorbij te laten gaan.
Gaandeweg wordt het Kleemans duidelijk hoe geheimhouding en openheid twee kanten van een medaille zijn. „Zowel openheid als geheimhouding wordt voortdurend gebruikt om machtsverhoudingen te beïnvloeden. Eerst houden de VS alles geheim, daarna komen ze juist naar buiten. Ook Nederland zegt niets over zijn uraniumvoorraad, tot het juiste moment.”
Voor zijn onderzoek, verspreid over tien jaar, dook Kleemans in archieven in Nederland, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Noorwegen. „Ik spreek geen Noors, maar dat bleek helemaal niet moeilijk te lezen. Verstaan is overigens een ander verhaal.”
Duidelijk werd ook dat zelfs in dit ruim zeventig jaar oude dossier de grenzen van de geheimhouding nog altijd schuiven. „Ik was vooral geïnteresseerd in besprekingen over het vrijgeven van materiaal. Die verslagen heb ik eind 2018 in Engeland ingezien, en ik kon ook foto’s maken. Maar in de maanden dat ik ze heb gezien, zijn ze allemaal uit het archief verdwenen. Heel veel nucleaire geschiedenis is niet meer te vinden. Ik kan wel raden waarom: het is nog altijd gevoelig materiaal: duizenden pagina’s geschiedenis, bouwtekeningen, procesbeschrijvingen, formules. Een herevaluatie was ook aangekondigd. Maar als je aan de beheerders vraagt waarom dit is verdwenen, krijg je geen antwoord. Dat is geheim.”
