Een Amber Alert, dat is met twee woorden direct duidelijk maken: dit is serieus

De melding komt maandagochtend rond 08.00 uur bij de politie binnen. Twee kinderen, zes en elf jaar, broer en zus, zijn vermist. Ze zijn voor het laatst gezien op het station van Dalfsen. Een kleine zes uur later worden ruim twee miljoen Nederlanders via Burgernet ingelicht over de vermissing van de kinderen, hun foto is overal te zien. Dinsdag, in alle vroegte, volgt een update: „Beide kinderen zijn in goede gezondheid aangetroffen. We bedanken iedereen voor het uitkijken.”

Elke dag raken in Nederland kinderen zoek, maar een Amber Alert verstuurt de politie alleen bij hoge uitzondering. Hooguit een paar keer per jaar gaat er een oproep uit die binnen tien minuten honderdduizenden telefoons, televisies, radio’s, matrixborden, beeldschermen in stations, supermarkten, tankstations en bioscopen bereikt, en soms zelfs op pinautomaten verschijnt. Burgers worden opgeroepen informatie over een mogelijke verblijfplaats, over voertuigen of betrokkenen bij de vermissing te delen. „Dit is ons allerzwaarste middel”, laat een politiewoordvoerder weten. Het wordt alleen ingezet als een kind mogelijk in levensgevaar is.

De politie schat in via een Amber Alert in een klap zo’n twaalf miljoen mensen te kunnen bereiken. Overal waar je communicatie ziet, kan de oproep worden getoond, zei landelijk coördinator Vermiste personen Izanne de Wit er eerder over. „Met twee woorden kun je direct aan het publiek duidelijk maken: dit is serieus. Daarnaast geef je meteen een handelingsperspectief mee. Je zegt: ‘Kijk mee en help ons!’”

Waarschuwingssysteem

Amber Alert dankt zijn naam aan een Amerikaans meisje. In 1996 werd de negenjarige Amber Hagerman in Texas dood aangetroffen, enkele dagen eerder was ze tijdens het buitenspelen ontvoerd. Na deze gebeurtenis drongen inwoners van de staat aan op een snel en effectief waarschuwingssysteem, zodat burgers beter zouden kunnen meehelpen bij toekomstige vermissingen. Wat begon met meldingen op de lokale radio groeide uit tot een landelijk initiatief met de naam AMBER: America’s Missing: Broadcast Emergency Response.

In Nederland bestaat Amber Alert sinds 2008. Twee mannen, IT’er Frank Hoen en oud-politieman Carlo Schippers, bundelden hun krachten om een vergelijkbaar systeem op te zetten als in de Verenigde Staten. Ze zagen kansen in de opkomst van sociale netwerken zoals Hyves, vertelde Hoen bij het tienjarig jubileum aan het AD. Met steun van diverse partijen ontwikkelden ze software die niet alleen massaal sms-berichten kon versturen, maar ook gekoppeld kon worden aan systemen van bijvoorbeeld Rijkswaterstaat en de NS. De veelbesproken verdwijning van de Britse peuter Madeleine McCann in 2007 versterkte de behoefte aan een Nederlands Amber Alert. Niet lang daarna besloot de overheid Netpresenter, het bedrijf van Hoen en Schippers, in te huren.

De eerste Amber Alert was meteen succesvol. Op 14 februari 2009 raakte de vierjarige Lorenzo zoek in het centrum van Rotterdam. Binnen twee uur werd hij gevonden: medewerkers van de McDonald’s hadden hem op televisie gezien en in de ballenbak herkend.

Waar burgers toen nog via sms werden ingelicht, gebeurt dat sinds 2021 met een app. Nadat de aanbesteding van Amber Alert werd betwist, verhuisde de dienst naar Burgernet: het platform waarop burgers, politie en gemeenten samenwerken. De politie kocht de merknaam voor 1,8 miljoen euro, onthulde Vrij Nederland. Het opsporingsmiddel werd een overheidsdienst.

Als een vermissing is opgelost, wordt een Amber Alert weer ingetrokken. Hoe vaak de oproep succesvol is, is volgens de politie moeilijk uit te drukken: „Die extra ogen van de burger zijn voor ons heel waardevol, maar het middel staat nooit op zichzelf.” Er is altijd een landelijke meldkamer betrokken waar „24/7” beslissingen worden genomen over de inzet van opsporingsmethodes als speurhonden, een helikopter of het checken van telefoongegevens.

De zoektocht naar de broer en zus uit Dalfsen leidde maandag naar een huis in het midden van België. Daar werden de kinderen ’s nachts gevonden, samen met hun biologische ouders. Die zijn aangehouden op verdenking van het onttrekken van de kinderen – die in een pleeggezin zitten – aan het wettelijk gezag.

De politie deed al gauw een „dringend verzoek” aan iedereen de foto’s te verwijderen en de namen van de betrokkenen niet verder te delen. Vanwege de privacy deelt de politie bij een Amber Alert ook bewust geen achternamen. „Informatie kan nog lang rondgaan op het internet.”