
Zijn zaakwaarnemer noemde Juan Soto de „Mona Lisa” van het honkbal, een uniek talent dat maar eens in een generatie voorbijkomt. Dus dat het wat zou gaan kosten om de transfervrije slagman uit de Dominicaanse Republiek in te lijven, dat was wel duidelijk aan het begin van de winterse transferperiode van de Amerikaanse honkbalcompetitie MLB. Het was alleen nog de vraag hoeveel Soto precies zou krijgen, en welk team bereid zou zijn om dat te betalen.
Maandagochtend kwam er duidelijkheid: voor 765 miljoen dollar (724 miljoen euro) verbindt Soto zich de komende vijftien seizoenen aan de New York Mets. Onderdeel van de verbintenis is een tekensom van 75 miljoen dollar (71 miljoen euro) en ongeacht blessures of andere onvoorziene omstandigheden zal Soto het gehele bedrag gegarandeerd ontvangen.
Het is een recordcontract; nooit kreeg een sporter meer geld voor zijn of haar diensten. Soto gaat nog meer verdienen dan Shohei Ohtani, de Japanse honkballer die zowel slaat als gooit – een zeldzaamheid in professioneel honkbal – en vorig jaar voor 700 miljoen dollar (650 miljoen euro) en tien jaar tekende bij de Los Angeles Dodgers.
Risicovolle beslissing
Voor Soto is het een beloning na de risicovolle beslissing die hij twee jaar geleden nam. Toen bood zijn toenmalige team Washington Nationals de buitenvelder ook een vijftienjarige contractverlenging, voor een bedrag van 440 miljoen dollar (416 miljoen euro). Maar Soto had geen vertrouwen in de toekomst van het team en sloeg het aanbod af. Daarna werd hij geruild naar de San Diego Padres en de New York Yankees, tot dit najaar zijn contract afliep.
Ongeacht of hij driekwart miljard dollar waard is, staat buiten discussie dat Soto een uitzonderlijke honkballer is. Als linkshandige slagman slaat hij én veel homeruns én heeft hij de discipline om weg te blijven van worpen buiten de slagzone, een combinatie die niet vaak voor komt. In zijn carrière heeft Soto al vier seizoenen telkens 25 homeruns geslagen en 125 vrije lopen (na vier keer een wijdbal) naar het eerste honk gekregen – in de geschiedenis van de MLB deden slechts drie spelers dat vaker. Gemiddeld komt Soto meer dan vier op de tien keer op de honken als hij aan slag is; een absurd hoog percentage in een sport waarbij slagmensen zich al onderscheiden als ze in een derde van hun pogingen een honk bereiken.
De pas 26-jarige Soto presteerde dat allemaal in de eerste zeven jaar van zijn carrière. Hij brak op de voor honkbal zeer jonge leeftijd van 19 jaar door en bereikte daardoor voor het eerst een transfervrije status, die elke honkballer in de MLB pas na zes jaar krijgt, terwijl zijn beste jaren nog voor zich liggen. Nu is hij tot zijn veertigste verzekerd van een inkomen, tenzij hij besluit gebruik te maken van een clausule die hem in staat stelt over vijf jaar uit de overeenkomst te stappen en opnieuw transfervrij te worden.
Biedoorlog
Jong en goed, het zijn de belangrijkste maar niet de enige redenen voor de recordhoogte van Soto’s contract. Hij heeft optimaal geprofiteerd van de interesse die er in hem was en de biedingenstrijd die daarop volgde. Een aantal van de rijkste teams in de competitie mengde zich daarin, en tot op het laatst ging het tussen de twee ploegen uit New York: de recordkampioen Yankees uit de Bronx, die dit seizoen nog mede dankzij Soto de World Series haalde, en de eeuwige underdog Mets uit Queens.
Amerikaanse media schrijven dat de eigenaar van de Mets, de hedgefondsmanager Steve Cohen wiens vermogen op 20 miljard euro wordt geschat, zich had voorgenomen koste wat kost te willen winnen van de succesvollere stadsgenoot en zo een sterspeler binnen wilde halen in zijn pogingen de World Series te winnen; iets wat de Mets voor het laatst lukte in 1986. Dus toen de Yankees 760 miljoen dollar voor een contract van zestien jaar boden, deden de Mets daar nog eens 5 miljoen bovenop voor een jaar minder (en dus een hoger gemiddeld salaris per jaar) en trokken zo Soto naar zich toe.
Vijftien jaar is nog steeds het langste contract in de geschiedenis van het honkbal. Zulke contracten komen steeds vaker voor sinds superster Alex Rodriguez in 2001 de eerste tienjarige verbintenis ondertekende. Sindsdien zijn er 27 spelers bijgekomen die voor een decennium of langer zijn vastgelegd. Clubs willen zich zo voor lange tijd verzekeren van een sterspeler, maar hebben daar ook financiële redenen voor: door het totaalbedrag aan het begin vast te leggen, neemt de waarde van het contract gedurende de looptijd af door onder meer inflatie. Zo wordt de reële waarde van de overeenkomst van Ohtani, waarvan het grootste gedeelte van de geldsom van 700 miljoen dollar pas in de laatste jaren van het contract zal worden uitgekeerd, door experts eigenlijk op 460 miljoen dollar (435 miljoen euro) geschat.
De deal met Soto is nog niet officieel aangekondigd door de Mets, want de flamboyante Dominicaan met zijn kenmerkende grijns moet nog door de medische keuring heen. Dat lijkt echter een formaliteit – fans van de New Yorkse club kunnen zich gaan verheugen op het nieuwe seizoen, en Soto wordt de rijkste sporter ter wereld.
