Decartes kan wel een scheut maatschappelijk bewustzijn gebruiken

In april is het denken geblazen: het is weer de jaarlijkse Maand van de Filosofie. Nu is er het hele jaar genoeg stof tot nadenken, maar deze maand vestigt de organisatie speciaal de aandacht op het thema ‘Mij een zorg’. Volgens de website ontvouwt dit thema zich rond essentiële vragen als: ‘Wat is zorg? Wie heeft zorg nodig?’

Dat dit tegenwoordig een urgente kwestie is, staat buiten kijf: zorg is essentieel. Ieder mens heeft tijdens één of meerdere periodes van diens leven behoefte aan zorg. Ook máken we ons vooral veel zorgen. Drie op de vier Nederlanders maakt zich bijvoorbeeld zorgen over het klimaat. Hier zien filosofen bij uitstek een schone taak voor zich weggelegd. Met name lang geleden gestorven denkers (meestal mannen) worden aangehaald om ons bij te staan tijdens momenten van existentiële zorgenmakerij. Niet zelden gaat dit gepaard met twijfelachtige interpretaties van de ideeën van bijvoorbeeld de stoïcijnse denkers, die door allerlei zelfhulpgoeroes worden ingezet op manieren die deze stoïcijnen vermoedelijk allerminst zouden bevallen. Hoe kunnen we de denkers van weleer dan wél lezen in deze tijd? Hebben ze ons überhaupt nog wel iets te zeggen, en zo ja, wat?


Lees ook

Misbruik de filosofie niet voor hippe zelfhulp

Misbruik de filosofie niet voor hippe zelfhulp

Recent is het eerste deeltje uitgekomen van de serie De originelen: een reeks waarin eigentijdse denkers de ideeën van oude filosofen nieuw leven inblazen. Het eerste deel, Ik denk dat ik ben, is een door filosoof en schrijver Coen Simon geïnterpreteerde vertolking van René Descartes’ Meditaties over de eerste filosofie. Het boekje volgt nauwgezet de vorm van de originele Meditaties, en Simon schrijft in nieuwe woorden op wat er misschien door het hoofd van de filosoof ging.

In tegenstelling tot de eerder genoemde zelfhulpstoïcijnen geeft Ik denk dat ik ben een goed beeld van de aard van Descartes’ gedachtegoed: nietsontziend aan alles twijfelend, altijd zoekend naar de waarheid. In de serie staan voor later dit jaar David Hume en Simone de Beauvoir nog op het programma, die op hun beurt op soortgelijke wijze weer tot leven zullen worden gewekt, maar dan in het nu. Ik kijk ernaar uit; vooral De Beauvoir, schrijver van De tweede sekse, heeft waarschijnlijk nog wel het één en ander in te brengen.

Twijfelen

Dit geldt ook voor Descartes. Simon laat zien dat de beroemde Cartesiaanse twijfel ook uitstekend in toegankelijke, moderne taal kan worden uitgelegd: ‘Zelfs als ik aan alles twijfel, weet ik zeker dat ik besta, anders kan ik immers niet twijfelen’. Dit soort filosofische gedachten zijn niet per se tijd- of plaatsgebonden, en ze kunnen soms een beetje losgezongen lijken van hun maatschappelijke context. Simon laat echter ook overtuigend zien hoe de Cartesiaanse twijfel maatschappelijk bewustzijn kan creëren. Hiermee voegt hij echt iets toe aan de originele filosofie: het besef ‘dat ik niet alleen op de wereld ben’.

Dat is een goede zaak. Descartes zelf twijfelde namelijk wel aan alles, maar op een hele abstracte manier. Hij twijfelde niet aan de wereldorde van zijn tijd, althans niet openlijk, en heeft geen politieke filosofie nagelaten. Ook vond hij het pijnigen van dieren geen probleem (hoewel het nooit is bewezen dat hij daadwerkelijk anatomische studies uitvoerde op levende dieren). Kunnen we, in deze filosofiemaand met zorgthema, de werken van zo’n figuur wel lezen en hervertellen zonder de persoon erachter te bevragen?

Je kunt filosofie namelijk ook gebruiken om concreet over dingen in het hier en nu na te denken. In Op de schouders van reuzen kiest de Duitse denker en schrijver Michael Schmidt-Salomon voor deze invalshoek. Het boek is niet opgedeeld per filosoof, maar in plaats daarvan aan de hand van thema’s waar we filosofen bij kunnen gebruiken. Niet de filosofen staan op één, maar hoe ze ons ‘helpen de wereld te begrijpen’. Epicurus, een denker die meer dan tweeduizend jaar geleden leefde, wordt bijvoorbeeld aangehaald als iemand wiens werk nog steeds kan helpen met de ‘zoektocht naar zin’.

Zowel de abstracte, tijdloze lezing van oude teksten als de concrete, maatschappelijk bewuste lezing hebben hun voor- en nadelen. We moeten er wel voor waken dat we geen ideeën zomaar uit hun context trekken. Aan de andere kant is er het risico dat we juist aan die context te veel waarde toekennen en zo opgescheept komen te zitten met een canon van onbruikbare ideeën, die mijlenver van de huidige wereld afstaan. Waar de balans ligt, is aan ons.