De zorg is afhankelijk van zzp’ers, maar nu mogen de meesten van hen er niet meer werken

Er is ‘druk op de zorg’ en er zijn onvoldoende ‘handen aan het bed’. Dat terwijl er te midden van de grote personeelstekorten, vanwege de vergrijzing, juist steeds meer mensen zijn die zorg nodig hebben. De verwachting is dat het tekort zal toenemen, met name in ziekenhuizen en verpleeghuizen.

Sinds 1 januari is daar een complicatie bijgekomen. Omdat de Belastingdienst dit jaar actiever handhaaft op schijnzelfstandigheid – werkzaamheden die eigenlijk in loondienst verricht zouden moeten worden – stoppen veel zorginstellingen de samenwerking met zorgpersoneel dat zich als zzp’er laat inhuren, vaak ook als het om échte zelfstandigen gaat. Ze willen het risico op naheffingen simpelweg niet lopen.

Dat zorgt voor problemen op de werkvloer en hoofdbrekens in de bestuurskamers, want veel werkgevers in de zorg zijn sterk afhankelijk geworden van zelfstandigen. De zorg-zzp’ers vullen gaten in roosters door bij te springen als er collega’s uitvallen. Ze zijn deel van de ‘flexibele schil’ waar veel organisaties hun personeelsbeleid op hebben ingericht. Fijn voor de zorginstelling, en voor de zelfstandigen, want die kunnen hun eigen tijd indelen. Ze zijn gewend geraakt aan een hoog nettobedrag op hun rekening, omdat werkgevers voor zelfstandigen geen sociale premies hoeven af te dragen.

Mijn werk lijkt soms op fabrieksarbeid: het moet allemaal vlug-vlug-vlug. Ik geef graag zorg op maat maar dat lukt niet altijd

Reynold Pinas
geeft psychogeriatrische en somatische zorg

Met zzp’ers stoppen blijkt nog niet zo simpel. Diverse zorginstellingen die eerst nog per 1 januari wilden stoppen met de inhuur, blijven voorlopig toch met zzp’ers werken – maar dan wel met de mededeling dat het over een paar maanden écht afgelopen moet zijn. Andere instellingen huren personeel in via bemiddelingsconstructies, wat hen vaak meer geld kost. Met grote vrees kijken zorginstellingen uit naar komende zomer, als veel zorgmedewerkers op vakantie gaan. Zal het dan lukken om zonder zzp’ers de roosters rond te krijgen?

Grote zorgen

De beroepsorganisatie van verpleegkundigen en verzorgenden NU’91 constateerde eerder deze week dat onder zorgmedewerkers grote zorgen leven over de nieuwe situatie. Meer dan de helft van de ondervraagden geeft aan dat de kwaliteit van de zorg door het wegvallen van zzp’ers negatief wordt beïnvloed en constateerde een hogere werkdruk voor vaste medewerkers. De beroepsorganisatie stelt dat verzorgenden en verpleegkundigen de prijs betalen van „een ondoordachte aanpak”.

Uit cijfers van de Kamer van Koophandel blijkt dat het aantal zzp’ers in de zorg sinds december afneemt, wat een trendbreuk is na jaren van toenemende flexibilisering. In december 2024 verloor de zorgsector 1.700 zelfstandigen, in januari van dit jaar bijna 2.000 . Het is nog niet bekend waar zij zijn terechtgekomen: in dienst, bij een bemiddelingsbureau of in een andere sector. Grote zorgkoepels geven aan dat het nog te vroeg is om conclusies te trekken, dus sprak NRC vier (ex-)zorg-zzp’ers over de impact van de nieuwe situatie op hun professionele leven.


Kraamverzorger Karin de Graaf: „Ik kan als zzp’er zelf bepalen wanneer ik werk.”
Foto Bram Petraeus

Karin de Graaf (57, kraamverzorger)

„Ik ben al sinds mijn negentiende kraamverzorgende en sinds 2017 doe ik dat als zzp’er. Dat was voor mij een uitkomst, want ik heb gezondheidsklachten en kan als zzp’er zelf bepalen wanneer ik werk. Ik werk in een bevalcentrum in het ziekenhuis, maar ook voor een verloskundigenpraktijk. Daarnaast heb ik een eigen netwerk rond bevallingen en ik help bij de eerste opstart thuis. Ik vind de bevallingen in het bevalcentrum het mooist: de dynamiek en de adrenaline van meerdere bevallingen tegelijk. Elke bevalling kijk ik waar ik het beste kan ondersteunen, zodat de baring goed verloopt voor alle betrokkenen.

„De regelmaat en afgebakende diensten van het bevalcentrum zijn voor mij ideaal, ik doe daar vijf à zes diensten per maand. Als je thuis naar een bevalling gaat, dan weet je nooit wanneer je klaar bent. Eind vorig jaar hoorde ik van het bevalcentrum dat ik tot maart als zzp’er kon werken. In het bevalcentrum is er een vast team kraamverzorgenden met daarnaast vier zzp’ers. Wij zzp’ers zijn goed inzetbaar als er een dienst vrij komt door ziekte van een collega.

„Er is ons een nulurencontract aangeboden, maar ik heb in januari laten weten dat maart mij te snel is. Als ik in dienst zou gaan, verdien ik veel minder. Ik heb gelukkig een partner met een goed inkomen, maar voor wat ik nu bij het bevalcentrum verdien zou ik straks meer dan twee keer zoveel diensten moeten draaien. Dus ik zal dan meer ander werk moeten doen buiten het bevalcentrum om hetzelfde inkomen te behouden als nu. Ik moet echt goed nadenken over hoe ik het ga invullen.”


Verpleegkundige Fara Eleonora: „De nieuwe benadering van zzp’ers zorgt voor veel onrust.”
Foto Bram Petraeus

Fara Eleonora (46, verpleegkundige in de nacht)

„Ik ben inmiddels vier jaar zzp’er. Toen ik in loondienst werkte, wat ik 25 jaar heb gedaan, miste ik flexibiliteit. Na wat jaren op een afdeling merkte ik dat ik mijn motivatie kwijtraakte en wilde ik weer wat anders. Een vriendin kwam met het idee om voor mezelf te beginnen. Ik wilde mijn werk in loondienst aanvankelijk combineren met werk als zelfstandige, maar toen ik dat aangaf werd ik meteen naar een andere afdeling overgeplaatst. Waar ik minder ging verdienen. Ik was not amused en heb mijn ontslag ingediend. Toen ben ik fulltime als zzp’er begonnen.

„Ik ben alleenstaande moeder en als zzp’er kan ik ervoor kiezen om in het weekend, in de vakantie en op feestdagen thuis te zijn bij mijn kinderen. Toen ik nog in loondienst werkte als coördinator, nam ik mijn werk mee naar huis. In plaats van beschikbaar te zijn voor mijn kinderen, zat ik verslagen te maken en overleggen voor te bereiden.

„De nieuwe benadering van zzp’ers zorgt voor veel onrust. Veel van mijn vaste opdrachtgevers zijn gestopt met de inhuur van zzp’ers. Ik krijg wekelijks drie tot vier nachtdiensten van instellingen die nog wel zelfstandigen durven in te huren, maar het wordt steeds schaarser. Daarom ben ik wel proactief andere opdrachtgevers aan het zoeken. Ik pak alles wat ik pakken kan. Ik let niet op de centen, als ik maar werk heb. Stress heb ik nog niet. Wat er ook gebeurt: ik ga niet in loondienst. Ik weet namelijk niet of ik dan mijn pensioen wel red.”


Voormalig verpleegkundige Liesbeth Huiskamp: „Als zorgmedewerker miste ik waardering.”
Foto Bram Petraeus

Liesbeth Huiskamp (48, verliet onlangs de zorg)

„Ik heb dertig jaar in verschillende ziekenhuizen en een privékliniek als verpleegkundige gewerkt, waarvan vijftien jaar als zzp’er. Mijn man en ik kregen vier kinderen in zes jaar tijd. Na de derde ben ik als zelfstandige begonnen, geïnspireerd door buren die dat ook deden. Het was mij niet te doen om het geld, maar om de flexibiliteit. Ik heb altijd vrijwel alle diensten gedraaid, want ik denk niet dat het collegiaal is om als zzp’er geen weekenddiensten te draaien. Alleen ’s zondags werkte ik bij voorkeur niet. Dan ben ik het liefst actief in de kerk.

„Als zorgmedewerker miste ik waardering. Ik vind het bijvoorbeeld heel cru dat een docent meer verdient dan een verpleegkundige. Niet dat een docent geen belangrijk werk doet – integendeel. Maar een verpleegkundige heeft zulke onregelmatige werktijden. Het is echt zwaar. De afgelopen jaren werkte ik avonddiensten op de spoedeisende hulp en die waren zo intensief dat ik er steevast een dag van moest bijkomen.

„Het hele gedoe omtrent schijnzelfstandigheid is voor mij de laatste druppel geweest om de zorg te verlaten. Ik voldeed gewoon aan de voorwaarden om als zelfstandige te werken, maar merkte dat mijn opdrachtgevers bang waren. Als dat niet het geval was geweest, had ik best nog een paar jaar in de zorg willen blijven. Deze ontwikkelingen zijn niet goed voor de sector. Je gaat tekorten krijgen en de uitzendbureaus gaan daarvan profiteren. Ik weet nog niet wat ik nu ga doen. Eerst een sabbatical van een half jaar.”


Reynold Pinas (65, psychogeriatrische en somatische zorg)

„Eigenlijk wilde ik vroeger medisch laborant worden, maar dat kon in Suriname niet. Daarom ben ik in Paramaribo in de zorg begonnen. Het was geen bewuste carrièrekeuze.

„Ik heb jarenlang fulltime voor een woningcorporatie gewerkt, en zorg er een beetje bij gedaan. Om ouderen palliatieve zorg te kunnen verlenen heb ik me 25 jaar geleden ingeschreven bij een bemiddelingsbureau. Daar was een inschrijving bij de Kamer van Koophandel voor nodig. In 2011 heb ik besloten om te stoppen bij de woningcorporatie en – aanvankelijk ter overbrugging, was het idee – fulltime in de zorg te gaan werken. Maar ik ben er toch in blijven hangen. Het vak geeft me een goed gevoel, de meeste mensen zijn dankbaar voor de tijd en aandacht die je ze geeft. De wereld kan ik niet veranderen, maar mensen helpen geeft wel voldoening.

„Maar soms heb ik spijt van mijn keuze voor de zorg. Het goede gevoel dat ik eerst had wordt verstoord door de recente ontwikkelingen. Er wordt steeds meer gekort op personeel, waardoor de kwaliteit omlaag gaat. Mijn werk lijkt soms op fabrieksarbeid: mensen uit bed halen, eten geven, het moet allemaal vlug-vlug-vlug. Ik geef graag zorg op maat maar dat lukt niet altijd.”


Lees ook

De problemen met zzp’ers in de zorg zijn een symptoom van een systeemprobleem

Foto Saskia van den Boom