Curaçao en Sint Maarten stappen over op Caribische gulden – maar is de transitie echt nodig?

Het zijn drukke dagen voor de staf van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). De afgelopen weken zijn de laatste voorbereidingen getroffen voor de distributie van tientallen miljoenen vers gedrukte Caribische guldens naar de commerciële banken. Ook zijn er bij de centrale bank loketten gebouwd en is extra personeel ingehuurd voor het wisselen. Het is de eindfase van een traject dat zes jaar geleden begon.

De introductie van de nieuwe valuta, die de oude Antilliaanse gulden (afgekort NAf) vervangt, start formeel op 31 maart, maar dit is feitelijk een overgangsdag. Op maandag worden de geldmachines bevoorraad met Caribische guldens. De banken sluiten dan om 12 uur om hun systemen over te zetten naar de nieuwe valutacode XCG van de Caribische gulden. Internetbankieren en betalingen doen met creditcard is in de nacht van 1 april beperkt mogelijk.

Nog niet alle geldmachines zullen de komende week nieuwe biljetten uitspuwen. „Om logistieke redenen is dit niet in één keer mogelijk”, vertelt Nancy Guttenberg-Van der Wal, woordvoerder van de CBCS. „Over twee weken zitten er in alle geldmachines nieuwe guldens, hebben de commerciële banken beloofd.” Aan winkeliers is gevraagd om zo veel mogelijk wisselgeld in de nieuwe munt te geven, al is dit nog niet direct overal mogelijk.

Het ontwerpthema van de Caribische gulden is de onderwaterwereld: vissen, zeeschildpadden en zeepaardjes sieren de biljetten en munten. De kustwateren zijn de trekkers voor het toerisme, dat op beide eilanden de belangrijkste economische pijler is. De vissen vervangen de vogels op de oude Antilliaanse guldens. De oude biljetten worden later versnipperd.

Beeld CBCS

De CBCS schat dat er op de twee eilanden 580 miljoen NAf (295 miljoen euro) aan contant geld in omloop is. „Er is dus voor eenzelfde bedrag aan Caribische guldens gedrukt, al ligt een deel van de voorraad nog bij de leverancier”, aldus Guttenberg-Van der Wal. „Wij kunnen de hele voorraad aan oude en nieuwe guldens hier niet huisvesten.”

Van 1 april tot en met 30 juni circuleren de oude en nieuwe gulden naast elkaar. Vanaf 1 juli kan alleen nog met Caribische guldens worden betaald. Bij de commerciële banken kunnen rekeninghouders tot 31 maart 2026 Antilliaanse guldens wisselen, al worden hier mogelijk kosten voor berekend.

Dertig jaar wisselen

Bij de centrale bank kunnen de oude guldens nog dertig jaar lang gratis worden ingeruild. „Bedragen tot 2.500 NAf kunnen mensen direct wisselen aan de balie van de CBCS”, zegt Guttenberg-Van der Wal. Voor bedragen boven de 2.500 NAf moeten waar nodig documenten worden overlegd om de herkomst aan te tonen. Zo wil de CBCS witwassen tegengaan.

Toch verwacht de CBCS drukke eerste weken. „Toen we vorig jaar begonnen met de campagne zag je enige aarzeling. Op voorlichtingsbijeenkomsten vroeg men: waarom is die nieuwe munt nodig? Maar we zien nu enthousiasme. Mensen willen het nieuwe geld zelf in handen hebben.”

De Antilliaanse gulden, die in 1952 werd ingevoerd, is al enige tijd aan vervanging toe. De oude biljetten – de laatste versie dateert uit 1998 – voldoen niet meer aan de veiligheidseisen en kunnen vrij gemakkelijk worden nagemaakt, vooral biljetten van honderd gulden. De nieuwe gulden heeft hoogwaardige echtheidskenmerken, waaronder een watermerk, hoge reliëfdruk en een 3D-strip.

De tweede reden voor de nieuwe munt is politiek: de Nederlandse Antillen, waarnaar de oude gulden verwijst, zijn vijftien jaar geleden opgeheven.

Daarna werd er „weinig haast gemaakt” met het vervangen van de munt, zegt Guttenberg-Van der Wal. „Dit veranderde toen de geldvoorraad begon op te raken en leverancier Koninklijke Joh. Enschedé in 2016 aangaf te stoppen met het drukken van bankbiljetten.”

De CBCS moest op zoek naar een andere leverancier, en al snel werd duidelijk dat er een upgrade van de oude biljetten nodig was – en die zou net zoveel kosten als het invoeren van een nieuwe valuta. In 2019 gaven beide landen groen licht voor de Caribische gulden. De afkorting wordt Cg, al is de officiële valutacode XCG – een valuta die in meerdere landen wordt gebruikt moet met een X beginnen. De nieuwe biljetten worden geleverd door Crane Currency in Malta, de munten zijn geslagen bij Royal Canadian Mint in Canada. De totale kosten van de transitie bedragen 7,7 miljoen euro.

Discussie over dollar

De meeste ondernemers op de eilanden zijn redelijk onbezorgd over de transitie. Op Curaçao, waar veel met pin wordt betaald, merken sommigen dat burgers al zijn begonnen oude guldens die ze thuis hebben liggen uit te geven.

Anderen zetten vraagtekens bij de nieuwe valuta. „Zo’n nieuwe munt is eigenlijk een overbodige exercitie”, zegt Bert Evers, eigenaar van Zanzibar Beach. „Het kost de staat handenvol geld. Je kan ook overstappen op de dollar, ook omdat we hier steeds meer Amerikaanse toeristen hebben.”

Het is een debat dat vaker oplaait in de Caribische regio: wel of niet dollariseren. Nadat de Nederlandse Antillen in 2010 waren opgeheven, stapten Bonaire, Saba en Sint Eustatius, die Nederlandse gemeenten werden, over op de dollar, vanwege het Amerikaanse toerisme en de handel met buurlanden die de dollar gebruiken. Vooral op Bonaire leidde dit tot forse prijsstijgingen.

Met de overstap naar de Caribische gulden lijkt het risico op hogere prijzen beperkt. De oude gulden wordt een-op-een ingeruild voor de nieuwe, en de koers blijft 1,79 ten opzichte van de dollar. De koppeling van de gulden aan de dollar dateert al van 1940, toen Europees Nederland werd bezet.

„De discussie over de dollar invoeren wordt hier steeds gewonnen door de tegenstanders”, stelt Etienne Ys, oud-premier van de Nederlandse Antillen. Een nadeel van overstappen op de dollar is volgens hem dat je afhankelijker wordt van de VS, en dat je over een voorraad dollars moet beschikken. „Voor Bonaire is dat gemakkelijker: die hebben back-up van De Nederlandse Bank.”

Zelf vindt Ys de overstap naar de Caribische gulden geen vooruitgang. „Het woord ‘Nederland’ valt weg, terwijl dat juist vertrouwen schept, ook internationaal. En Curaçao en Sint Maarten horen nog steeds bij het Koninkrijk. Maar als landen autonoom worden, zie je altijd twee dingen gebeuren: men wil een eigen vlag én een eigen munt.”

Aruba heeft al sinds 1986 de florin. Ys vindt het onverstandig dat de drie autonome eilanden verschillende munten hebben, want er is onderling veel handels- en personenverkeer. „Europa heeft een gezamenlijke munt, maar wij niet. Dat is kortzichtig.”

Mensen zonder bankrekening

Op Sint Maarten heeft de overstap naar de Caribische gulden minder impact, want door de vele Amerikaanse toeristen wordt hier veelal in dollars betaald. „Ambtenaren worden in guldens uitbetaald, en de energierekening betaal je in guldens”, stelt Statenlid Ludmila de Weever. „De overstap is een fait accompli: het stond gepland en nu gebeurt het. Je merkt wel dat de betalingen langer duren omdat banken hun systemen omzetten.”

De centrale bank voert al maanden een voorlichtingscampagne, maar volgens sommige ondernemers hadden de overheid, commerciële banken en ook de media meer informatie kunnen bieden over de nieuwe gulden. John Leone, eigenaar van het Seaview Hotel in Philipsburg, vindt dat de voorlichting „beter en pro-actiever kan, zeker als je bedenkt dat de overstap zo dichtbij komt”.

Omdat de informatie over de introductie nog niet overal duidelijk doorkomt, ontstaan er ook misverstanden. „Een bekende van mij zei dat hij voor eind juni al zijn oude cash moet inwisselen, maar daar hebben we nog dertig jaar de tijd voor”, zegt Rufus van Barneveld, die docent is op Curaçao. „Veel mensen die ik spreek over de nieuwe gulden zeggen: ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Men maakt zich hier pas druk over dingen als het zover is: als ze het nieuwe geld in handen hebben.”


Lees ook

Zelfstandig Curaçao is een schadelijke illusie

Toeristen kijken naar de handelskade op Curaçao, waar ook het regeringsgebouw staat.

Van Barneveld is wel bezorgd over de mensen aan de onderkant van de samenleving. Op Curaçao heeft 12 procent van de bevolking geen bankrekening, op Sint Maarten is dat 17 procent. „Hier circuleert veel zwart geld. Denk aan dagloners en illegalen uit Venezuela.” Volgens de UNHCR wonen er 15.000 Venezolanen zonder verblijfsvergunning op Curaçao, die werken in de bouw, schoonmaak en informele handel. „Je ziet ze vaak in lange rijen staan bij Western Union-kantoren, waar ze cash overmaken naar hun familie overzee.”

De vraag is: kunnen ook deze mensen straks hun Antilliaanse guldens inwisselen voor Caribische guldens? Woordvoerder Nancy Guttenberg-Van der Wal zegt van wel: „Iedereen die zich kan legitimeren, kan straks bij de CBCS terecht.”