
Toen ik een twintiger was vroeg ik aan mijn moeder wanneer het huwelijk van mijn ouders ingewikkeld werd. „Eerst was er de hevige verliefdheid”, zei ze. „En daarna kwam de sleur.”
„O, vreselijk”, zuchtte ik mee. Ze keek me aan. „Maar die sleur was het beste deel”, zei ze. Het was juist het verbreken van de regelmaat waardoor het ging het wringen. Tenminste, zo zag het er van de buitenkant uit.
Aan het begin van de verkering is chaos welkom, omdat je zo vreselijk veel zin hebt in alles wat de ander is. Aan het einde van een huwelijk – en met huwelijk bedoel ik iedere langdurige relatie – breekt avontuur de boel in stukken. Of, erger nog, maken de pogingen te veranderen geen enkele indruk meer.
Toch is het ‘de sleur’ die de slechte naam heeft. Sleur is geabonneerd zijn op meerdere streamers en vergelijken waar The Pelican Brief het goedkoopst is. Het is West-Afrikaanse vegetarische stoof, huispakken en droge kusjes, „jij zou toch”, handcrème als Valentijnscadeau, tijdens de halfjaarlijkse administratieavond De Groene opzeggen en een week later toch weer een abonnement nemen, steeds ingewikkelder muesli, uren scrollen naar nieuwe kinderschoenen, heel lang douchen ’s avonds, nog maar één koosnaampje voor elkaar gebruiken, jezelf met lood in het hart afvragen of dit nou de broer-en-zusfase is, elkaar eraan herinneren dat je weer eens vis moet eten.
Sleur is ook nodig om het huwelijk als politiek instituut te doen slagen: er is een gelijkmatige omgeving nodig om de deelnemers aan het huwelijk (kinderen en volwassenen) tot geslaagde burgers te kneden. Dat doet vooral de vrouwen weinig goed: sleur vereist immers een ‘staakt het verzet’. Zo vinden vrouwen zichzelf geketend terug, met matige carrières en mannen die stiekem kleine tirannen blijken, tot over hun oren in de organisatie van andermans leven en door die vermoeiende mix veroordeeld tot een afgekalfde versie van zichzelf.
Zo bezien is iedereen, en zeker vrouwen, beter af in een leven waarin er iedere dag de mogelijkheid bestaat een andere afslag te nemen, voortgestuwd door de belofte het uiterste uit het bestaan te halen, in volledige vrijheid en met steeds nieuwe en tijdelijke gezellen.
Ik denk vaak aan mijn parallelbestaan, zonder verplichtingen. Aan de vrouw die ik ook had kunnen zijn, werkelijk onafhankelijk, met een huis waar iedere dag maar één bordje vies wordt en ik met niemand hoef te overleggen. Die vrouw, die we vroeger zielig vonden, is al lang geen curiosum meer. Ze is overal en ze lacht om haar zusters die fluisterend ruzie maken boven de gootsteen.
En toch. Die sleur. Die taaie toffee, dat drogend cement. Het is ook iets om te bewonderen. Hoe mannen en vrouwen, met al die kokende verlangens, er toch voor kiezen om soebattend, ruimte scheppend, in zoekende verbinding, met weerzin en plotselinge vlagen van tederheid, proberen de ander gelukkig te maken. Het einde van een lange dag, waarin niets tot volle wasdom kwam, maar iedereen toch min of meer tevreden gaat slapen: wat een wérk. Wat een grootmoedige keuze om steeds maar weer voor de ander te kiezen, in weerwil van alles wat aan mogelijkheden uitgestald ligt.
Sleur is niet de trage dood. Het is niet gênant. Het vereist moed om een klein kunstwerk voor de ander op te richten, iedere dag weer.
schrijft elke week een column. Ze is de auteur van boeken, essays en toneelstukken.
