
Bijna drie weken terug had Trump voor het oog der camera’s Zelensky nog toegebeten dat hij „de kaarten niet had” om eisen te stellen. Afgelopen dinsdag werd duidelijk dat Trump zelf een lege hand heeft. Telefonisch werd Trump simpel afgetroefd door Poetin.
Dat was logisch. Sinds 12 februari, toen de Amerikaanse regering haar handen van Oekraïne en Europa aftrok, had Trump er alles aan gedaan om het Poetin naar de zin te maken. Zijn onderhandelingstechniek was met de dag ontluisterender geworden. Consequent liet Trump zich in de kaarten kijken zonder er iets van waarde voor terug te krijgen.
Meteen na een eerste gesprek met Poetin eiste Trump van Oekraïne dat het grondgebied zou opgeven zonder het aangevallen land serieuze veiligheidsgaranties in het vooruitzicht te stellen. Meermaals beschuldigde hij Kyiv ervan de oorlog te zijn begonnen en kwalificeerde hij Zelensky als een „dictator” omdat die in oorlogstijd geen verkiezingen had willen organiseren. In de VN vertaalde die dolkstoot in de rug van Oekraïne zich in een ongekend bondgenootschap met Rusland, Israël en Noord-Korea: broederlijk stemden de VS en deze landen tegen een Europese resolutie waarin het Kremlin als agressor was aangemerkt.
Stiekem polste Trumps team intussen bij oud-president Porosjenko en ex-premier Timosjenko of deze twee politici uit het ancien régime te porren waren voor een politieke coup in Kyiv. Zelensky werd intussen in het Witte Huis in een hinderlaag gelokt om zich publiekelijk te laten afblaffen door vicepresident Vance. Omdat Zelensky niet meteen in de houding sprong, schortte Trump daarop de Amerikaanse steun op.
De finale mededeling dat Oekraïne verder kon fluiten naar het westerse bondgenootschap delegeerde hij aan de Nederlander Rutte. Zonder ruggespraak met de 31 andere lidstaten verklaarde de secretaris-generaal na een gesprek in de Oval Office dat het NAVO-lidmaatschap „van tafel was”. Geïnterviewd door Bloomberg beaamde Rutte desgevraagd dat normalisering van de betrekkingen met Rusland op termijn ook weer denkbaar moest zijn.
Alsof ze nog niet genoeg door de knieën was gegaan voor het Kremlin, ging de Amerikaanse regering onverdroten door. Mogelijk in overleg met Moskou besloot ze om Oekraïne, behalve wapens, ook geen inlichtingen meer te leveren, waarna Russische troepen na zeven maanden gezichtsverlies ineens hun provincie Koersk wel wisten te heroveren. De beslissing van Washington geen geld meer te fourneren voor het internationale centrum dat oorlogsmisdaden onderzoekt, kon als een volgende vrijgeleide voor het Kremlin worden ingeboekt.
De laatste acties – van Trumps bewering dat Oekraïne „grondgebied en assets” moet opgeven, zoals misschien de kerncentrale bij Zaporizja, tot de suggestie van veiligheidsadviseur Waltz dat de VS de annexatie van de Krim gaan erkennen – laten we voor wat ze waren: handreikingen.
Zo begreep het Kremlin ze ook. Kort nadat beide presidenten dinsdag hadden beloofd dat er een maand lang over en weer geen aanvallen op energie-infrastructuur zouden worden uitgevoerd, liet Poetin twee ballistische Iskander-raketten en 72 drones op Oekraïense doelen afvuren.
Ruim een maand dacht ik dat de Amerikanen ergens een adder onder het gras zouden hebben verstopt. Maar die adder kwam 18 maart niet tevoorschijn. Poetin zweeg, wachtte en won.
Het enige wat de onderhandelingstafel van de caesaristische presidenten kan doen kantelen is overmoed in Moskou. Met twee voorwaarden zou Poetin zijn hand kunnen overspelen: de eis dat niet alleen Amerika maar ook Europa afziet van wapen- en inlichtingenleveranties aan Oekraïne en de vordering dat Oekraïne geen soldaten meer mobiliseert voor zijn eigen krijgsmacht. Daar gaat Trump niet over. Die kaarten hebben het (nog) soevereine Oekraïne en Europa in handen.
Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.
