De rechtbank Amsterdam heeft donderdag drie relschoppers veroordeeld voor hun rol in de rellen op het Amsterdamse Plein ’40-’45. Twee van hen krijgen een onvoorwaardelijke celstraf, schrijft de rechtbank. De ongeregeldheden vonden enkele dagen na de grootschalige rellen rondom de wedstrijd Ajax-Maccabi Tel Aviv plaats. De straffen komen overeen met wat het Openbaar Ministerie had geëist.
11 november, drie dagen na de wedstrijd, werd het onrustig op het plein in Amsterdam. Een groep zwartgeklede jongens blokkeerde het openbare vervoer, mishandelde meerdere personen en bracht vernielingen aan. Zo werd een houten balk door de voorruit van een bus gegooid en werd een tram bekogeld met stenen en vuurwerk. In die tram ontstond uiteindelijk brand, nadat passagiers het voertuig hadden verlaten. Uiteindelijk werd de ME ingezet. „Het leek wel oorlog”, zei een getuige.
De 20-jarige Adam A. krijgt de hoogste straf. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen onder meer een trambestuurder en een conducteur. Hij is daarnaast veroordeeld voor drugsbezit. Hicham el H. krijgt vijf maanden cel voor het mishandelen van meerdere personen. Volgens de rechtbank heeft hij „een forse en actieve” rol in het geweld gespeeld. De jongste verdachte, de achttienjarige Burak Ö. heeft 120 uur werkstraf gekregen en een maand voorwaardelijke jeugddetentie.
De drie verdachten moeten ook een schadevergoeding betalen, variërend van ruim 63.000 euro tot 4.000 euro. Volgens ANP liet Adam A. eerder in de rechtbank weten zich „kapot” te schamen voor zijn acties. Ook de Amsterdamse Ö zei twee weken geleden dat hij de mishandelde man „geen pijn” had willen doen. „Ik was gewoon even boos.”
Lees ook
Hoe Amsterdam even strijdtoneel werd van de Gaza-oorlog
AZ heeft zich met de grootst mogelijke moeite voor de bekerfinale geplaatst. De club uit Alkmaar klopte Heracles Almelo na een gelijke stand na reguliere speeltijd en verlenging (2-2) en twaalf strafschoppen (3-4). AZ stuit op 21 april op Go Ahead Eagles in de eindstrijd in De Kuip. De formatie uit Deventer stuntte woensdag bij kampioen PSV (1-2).
Doelman Rome-Jayden Owusu-Oduro van AZ stopte strafschoppen van Justin Hoogma, Ivan Mesik en zag Bryan Limbombe de laatste penalty op de paal schieten. Keeper Fabian de Keijzer van de thuisploeg keerde een strafschop van Troy Parrott en zag Denso Kasius hoog overschieten. AZ verspeelde in reguliere speeltijd tweemaal een voorsprong na doelpunten van Ernest Poku en Mayckel Lahdo. Damon Mirani en Suf Podgoreanu maakten gelijk voor Heracles.
AZ kan de KNVB-beker voor de vijfde keer winnen. Heracles slaagde er niet in voor de tweede keer de finale te bereiken, na een nederlaag tegen PSV (3-0) in de eindstrijd van 2012. De nummer 4 van de ranglijst van de Eredivisie schakelde eerder dit seizoen FC Groningen, Ajax en Quick Boys uit. Heracles, dat vijftiende staat, was op weg naar de halve eindstrijd te sterk voor FC Winterswijk, NEC, De Graafschap en FC Utrecht.
AZ miste nog steeds de geblesseerde vleugelspitsen Ruben van Bommel en Jayden Addai. Ibrahim Sadiq, eveneens een buitenspeler, was nog onvoldoende fit voor een basisplaats. Toch waren het de vleugelaanvallers die zich voor rust lieten zien in Almelo. Linksbuiten Lahdo bereidde in de twaalfde minuut de openingstreffer van rechtsbuiten Poku voor en tekende in de 27e minuut ook voor 1-2, nadat Mirani de thuisploeg in de negentiende minuut op gelijke hoogte had gekopt. AZ domineerde een groot deel van de eerste helft en zag Peer Koopmeiners nog op de paal schieten. Jan Zamburek kopte al in de derde minuut namens Heracles op de paal.
Na rust was de wedstrijd meer in evenwicht. Invaller Mario Engels was dicht bij de gelijkmaker en Seiya Maikuma verzuimde AZ naar 1-3 te schieten. Invaller Kristijan Belic leidde na tachtig minuten met een te zachte terugspeelbal de gelijkmaker in. Podgoreanu reageerde attent en schoot de thuisploeg naar een verlenging, waarin de bij AZ ingevallen Sadiq een grote kans niet wist te benutten.
Britse diplomaten zullen tevreden zijn. Voorlopig komen er geen Amerikaanse importheffingen voor het Verenigd Koninkrijk. In plaats daarvan beginnen de twee landen nieuwe onderhandelingen over een handelsakkoord. De Amerikaanse president Donald Trump zwaaide met een hartelijke brief van koning Charles, een uitnodiging voor een „historisch staatsbezoek”. En Trump noemde Starmer „een harde onderhandelaar”, wat in zijn belevingswereld als compliment is bedoeld.
De Britse premier Keir Starmer (Labour) was donderdag op bezoek in Washington, als tweede Europese regeringsleider sinds Trump weer in het Witte Huis zit. Vooral op ‘binnenlandse’ onderwerpen haalde Starmer belangrijke toezeggingen binnen – wat de Europese defensiebelangen betreft was hij minder succesvol.
Net als de Franse president Emmanuel Macron bij zijn bezoek afgelopen maandag, had ook Starmer als prioriteit om afspraken over Amerikaanse veiligheidsgaranties te maken, om Rusland blijvend te kunnen afschrikken na een mogelijk vredesakkoord in Oekraïne. En weer, net als bij Macron, deed Trump geen harde toezeggingen over een Amerikaans „vangnet” na een staakt-het-vuren. Trump herhaalde wel dat de grondstoffendeal die de VS en Oekraïne vrijdag waarschijnlijk ondertekenen praktisch ook als veiligheidsgarantie zou werken, omdat die Amerikaanse aanwezigheid in Oekraïne tot gevolg zal hebben. „We gaan daar graven, graven, graven”, zei hij.
Goede onderlinge verhoudingen
De afgelopen maanden, ook in aanloop naar Trumps herverkiezing, bouwden Starmer en Trump een goede relatie op: ondanks hun grote onderlinge verschillen in ideologie, achtergrond en charisma. De één is onvoorspelbaar en vindt het internationaal recht onbelangrijk, de ander maakte juist carrière als degelijke mensenrechtenadvocaat en staat bekend als a bore, een saaierd. Voor elke regeringsleider neemt Starmer bij een eerste ontmoeting een standaard cadeautje mee: een gepersonaliseerd T-shirt van zijn favoriete voetbalclub Arsenal.
Beide leiders haalden donderdag uitgebreid de special relationship tussen de VS en het VK aan, de term die politici, diplomaten en media al sinds de Tweede Wereldoorlog gebruiken om de hechte band tussen de twee landen te omschrijven. De twee landen delen veel van hun geheime inlichtingen, net als kennis en technologie rond kernwapens. Tegelijk staat de wederkerigheid van die ‘bijzondere relatie’ vaak ter discussie, omdat de verhoudingen nooit echt in balans zijn geweest: de VS zijn veel machtiger en invloedrijker. En onder leiderschap van Trump is het belang van zo’n historische verbintenis al helemaal relatief.
President Trump en premier Starmer aan het begin van hun gesprek, geflankeerd door de Britse minister van Buitenlandse Zaken David Lammy en de Amerikaanse vice-president JD Vance. Foto Carlo Court via Reuters
Maar donderdag was president Trump mild gestemd en noemde hij premier Starmer „een bijzondere man” en het VK „een prachtig land”. Misschien hielp mee dat Starmer die officiële uitnodiging voor een staatsbezoek op zak had. Koning Charles ontvangt Trump graag binnenkort op één van zijn landgoederen in Schotland, in de buurt van een van de twee golfterreinen die Donald Trump daar bezit. De premier legde het er dik bovenop: zo’n tweede staatsbezoek van een Amerikaanse president – Trump kwam ook in 2018 langs – „is nog nooit voorgekomen”. Koninklijke pracht en praal doen het vast goed bij Trump, moeten Starmer en zijn staf hebben gedacht.
Tegelijk moest de Britse premier oppassen niet te veel mee te gaan in Trumps retoriek en zijn vaak feitelijk onjuiste beweringen. De meeste Britten hebben geen positief beeld van Trump. „De regering hoopt een beetje dat de pestkop in de speeltuin haar niet opmerkt”, zei Ed Davey daar vorige week over, de leider van oppositiepartij de Liberaal-Democraten. „Ik heb er sympathie voor dat ze dat proberen, maar het gevaar is dat het niet werkt.” Volgens hem zou premier Starmer Trump juist meer weerwoord moeten bieden. Dat lukte donderdag matig. Zijn sterkste moment was toen de recente uithaal van vicepresident JD Vance naar Europa, over het beknotten de vrijheid van meningsuiting, ter sprake kwam. „Wij hebben al heel lang vrijheid van meningsuiting en daar zijn we trots op”, onderbrak hij Trump. Verder omzeilde Starmer de meeste lastige vragen van journalisten.
VK wil graag de leiding
Sinds bekend werd dat Trump met de Russische president Poetin had gebeld over vredesgesprekken voor Oekraïne, nu ruim twee weken geleden, neemt Starmer initiatieven om de Europese positie rond die onderhandelingen te versterken. De Britten zijn bereid militairen naar Oekraïne te sturen, kondigde de premier aan, en afgelopen dinsdag maakte hij bekend dat de Britse defensie-uitgaven de komende twee jaar stijgen naar 2,5 procent van het bruto binnenlands product. Hij werkt daarmee op twee sporen: aan de ene kant paait hij Trump ermee, aan de andere kant zijn het besluiten die er juist voor zorgen dat Europa minder afhankelijk wordt van de VS.
Starmer zei eerder dat hij voor het VK „een brugfunctie” voor zich ziet, een spil tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Dat herhaalde hij donderdag niet – en in het VK was er zeker ook kritiek op het nut van die ambitie. „Voor zover we weten heeft geen Europese regeringsleider een belletje van de Amerikaanse president geweigerd, om hem in plaats daarvan door te verwijzen naar Starmer”, schreef bijvoorbeeld het rechtse blad The Spectator.
Aan de andere kant vallen de belangen van het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie en Oekraïne nu zo overduidelijk samen dat samenwerken bijna vanzelf lijkt te gaan. Premier Starmer belde eerder deze week met de Franse president Macron om zijn ervaringen in het Witte Huis uit eerste hand te horen. En komende zondag ontvangt de premier in Londen de belangrijkste Europese regeringsleiders, de Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen en NAVO-baas Mark Rutte om verder te spreken over Oekraïne en Europese investeringen in defensie.
Amper vijf jaar na zijn lancering heeft het Deense mediabedrijf Podimo een belangrijke mijlpaal bereikt: 1 miljoen betalende luisteraars. Het onderstreept de snelle internationale groei van het bedrijf, dat behalve in Denemarken ook podcasts en audioboeken aanbiedt in Duitsland, Nederland, Noorwegen, Finland, Spanje en Mexico. Het bereiken van 1 miljoen betalende luisteraars bewijst volgens directeur Morten Strunge de kracht van Podimo’s lokale aanpak. „Door te investeren in lokale content en in de relatie met lokale makers creëren we een uniek platform”, zegt hij in een interview met NRC.
Nederland speelt een belangrijke rol in de groeistrategie van Podimo. Het bedrijf nam de afgelopen jaren de Nederlandse podcastbedrijven Dag en Nacht Media en Tonny Media over, waardoor het nu een grote speler is op de Nederlandse markt (hoeveel luisteraars ze precies hebben in Nederland wil Strunge niet zeggen). Ze bieden podcasts aan van populaire makers als presentator Jort Kelder (De Snobcast), columnist Sander Schimmelpenninck (De Zelfspodcast), influencer Monica Geuze (Geuze en Gorgels), en het media- en techduo Alexander Klöpping en Ernst-Jan Pfauth (POM).
Dit soort podcasts, die grotendeels draaien om de persoonlijkheid van de makers, zijn onontbeerlijk voor Podimo’s groei, zegt Strunge (38) via een videoverbinding vanuit het hoofdkantoor in Kopenhagen. „Makers die al een naam en een publiek hebben opgebouwd op sociale media, zijn een belangrijke motor voor onze groei. Als ze een show lanceren, dan brengen ze veel nieuwe luisteraars naar ons platform. Maar je hebt wel een stabiel aanbod van hoge kwaliteit content nodig, anders behoud je die luisteraars niet. Ons groeivliegwiel is dus in hoge mate creatief .”
Maar hoe haal je mensen over om te betalen als er ook zo veel podcasts gratis te beluisteren zijn? Makers raken vaak luisteraars kwijt als hun content achter een betaalmuur verdwijnt. Dat ziet Strunge ook. Daarom heeft Podimo een model ontwikkeld om luisteraars geleidelijk richting een abonnement te dirigeren. „We zagen dat dit in Nederland goed werkte met de content van Dag en Nacht Media en Tonny Media. We zorgden dat die breed beschikbaar was op mondiale platforms als Spotify, Apple, en YouTube, zodat het makkelijker was om een publiek te vinden en op te bouwen voordat we ze verleiden tot een abonnement.”
U gaat prat op de lokale aanpak van Podimo. Wat behelst die precies?
„Mensen luisteren liever naar podcasts in hun eigen taal. Dat komt niet door een gebrek aan Engelstalige content. Integendeel, die is binnen handbereik. Maar veel mensen luisteren nu eenmaal liever naar podcasts in hun eigen taal. Enerzijds worden er meer onderwerpen besproken die relevant voor hen zijn. Maar het is ook een intiemere luisterervaring. Dus richten we ons volledig op lokale content.”
„Op die manier kunnen we ons ook onderscheiden van platforms als Spotify en Apple, die eveneens (gratis) podcasts aanbieden en een wereldwijd bereik hebben. Maar die staan veel verder af van de podcastmakers, terwijl wij in elke markt een studio hebben en samenwerken met lokale makers. We praten met ze, we maken samen content, en we bewerken en vermarkten die ook. We hebben een volledig pakket aan diensten op lokaal niveau.”
„Podimo kan niet profiteren van Engelstalige content die in alle markten aftrek vindt. Maar we zien wel steeds vaker dat vertaalde content ook in andere landen aanslaat. Gescripte content, zoals Deense true crime podcasts, kunnen we bijvoorbeeld één op één vertalen. Een andere manier om de grens over te gaan, is door het ontwikkelen van succesvolle formats die we in andere landen kunnen kopiëren. Zoals Endemol deed met het format van het tv-programma Big Brother. Dus er zijn zeker mogelijkheden tot schaalvergroting. Maar een deel van onze content zal alleen beschikbaar zijn in Denemarken of in Nederland.”
Om vanuit Denemarken uit te breiden naar andere Scandinavische landen, Nederland en Duitsland klinkt logisch. Maar waarom koos u voor Spanje en Latijns-Amerika?
„Onze uitbreiding naar Spanje was erg gedreven door kansen op de markt. Want de consumptie van podcasts is de afgelopen jaren geëxplodeerd in Spanje. In Mexico ligt het aantal mensen dat podcasts luistert zelfs nog hoger (36 miljoen in 2024). De bereidheid om te betalen is duidelijk lager in Spanje en Mexico vergeleken met Noord-Europese markten, maar daar staat de omvang van het publiek tegenover. Met Spaanstalige content kun je in principe een groot deel van Latijns-Amerika bereiken.”
„Vanuit Spanje was het logisch om naar Mexico te gaan vanwege de schaalvoordelen wat betreft content, distributie, partnerschap, en mediaovereenkomsten. We werken in Spanje samen met mediabedrijf Grupo Prisa, dat ook actief is in Latijns-Amerika. We zien we nu al dat 40 procent van onze nieuwe abonnees in Mexico woont. Dat biedt op de langere termijn wellicht ook mogelijkheden om voet aan de grond te krijgen in de VS.”
Podimo werkt in Spanje samen met een groot mediabedrijf. Hoe ziet dat partnerschap er precies uit? En hoe zit het met samenwerkingen in andere landen?
„Grupo Prisa is eigenaar van de landelijke krant El Pais en El Pais Audio, het grootste radiostation, en een van de grootste podcasts en eigenaren van intellectueel eigendom in Spanje. We produceren samen content, en we bundelen onze producten. Als je een abonnement neemt op El Pais, krijg je tegen een gereduceerde prijs ook toegang tot Podimo. En je kunt op Podimo naar de podcasts van El Pais luisteren zonder advertenties. Het is dus een partnerschap met meerdere lagen, dat we elders hopen te kopiëren.”
„In Denemarken werken we samen met TV2, het grootste tv-netwerk, waarmee we samen een dagelijks nieuwsformat en andere shows produceren . Ook op Nederlandse markt zien we kansen in samenwerking met mediabedrijven die al journalistieke content maken en daarmee een groot publiek bereiken. Dat is belangrijk voor ons omdat we content willen produceren met dezelfde frequentie als andere media. Daartegenover staat dat Podimo die mediabedrijven helpt om hun journalistieke content te verspreiden onder een groter publiek en te zorgen dat ze er ook geld aan kunnen verdienen.”
Moeten we de overname van het Nederlandse Tonny Media, mede opgericht door Sander Schimmelpenninck, ook in dit licht zien?
„Tonny Media heeft een geweldig team dat in korte tijd veel heeft bereikt. En het bedrijf past goed bij de andere productiestudio’s van Podimo. Sommige zijn meer gericht op documentaires. Tonny Media maakt vooral podcasts die draaien om de persoonlijkheid van de maker. Je kunt ons vergelijken met een platenlabel zoals Universal Music, waar sublabels onder hangen die zich richten op diverse soorten muziek. We willen een thuishaven zijn voor alle makers, daarom hebben we verschillende podcaststudio’s.”
„Door de overname van Dag en Nacht Media en Tonny Media hebben we een grotere schaal, waardoor het voor adverteerders aantrekkelijker wordt om met ons samen te werken. Wij denken dat dit de grootste horde is die we als modern mediabedrijf moeten nemen. Als we willen concurreren met radio en televisie dan hebben we een groot bereik nodig. Als het makkelijker wordt om aanzienlijke advertentiebudgetten te distribueren, dan zijn we een aantrekkelijkere partner voor adverteerders en reclamebureaus.”
Hoe staat de advertentiemarkt voor podcasts er eigenlijk voor?
„De advertentiemarkt voor podcasts groeit op dit moment snel. We verdienen in Nederland ongeveer evenveel aan advertenties als aan abonnementen. Onze verwachting is dat de groei op beide fronten de komende tijd doorzet. Advertentie-inkomsten hebben veel te maken met schaal. En we zien dat adverteerders meer prioriteit beginnen te geven aan middelgrote mediabedrijven. Dus daar valt nog veel groei te behalen. Met ons model laten we zien dat we zowel onze inkomsten uit abonnementen als onze advertentie-inkomsten kunnen laten groeien. Hierdoor zorgen we voor een gezond ecosysteem waar uiteindelijk de hele sector van profiteert.”