Wordt het na 131 jaar tijd voor een vrouwelijke IOC-baas?

Vorig jaar interviewde ik Anita DeFrantz, een van de meest invloedrijke vrouwen uit de geschiedenis van het Internationaal Olympisch Comité. De Amerikaanse werd in 1997 als eerste vrouw verkozen tot vice-voorzitter, onder Juan Antonio Samaranch, en kreeg in 2017 een tweede termijn onder Thomas Bach. Toen ik vroeg of ze trots was op het predikaat ‘eerste vrouw’, zei ze: „Het is een eer om de eerste in iets te zijn, maar het is belangrijker om niet de laatste te zijn.”

Ik heb vaker teruggedacht aan het gesprek met DeFrantz, die me raakte door haar vastberadenheid en bescheidenheid. Als zwarte vrouw, opgegroeid in Indianapolis, „de meest noordelijke stad in het Amerikaanse zuiden”, weet ze wat het betekent om te worden achtergesteld. Nooit zal ze de dag vergeten dat haar vader haar als meisje een bord liet zien met de tekst: Don’t be here after dark – nigger.’ Alsof er een zaadje werd geplant, zei ze: spreek je uit tegen onrecht.

DeFrantz (72) was in 2002 ook de eerste vrouw die zich kandideerde voor het voorzitterschap van het IOC. Ze nam het op tegen vier mannen: de Belg Jacques Rogge, de Zuid-Koreaan Un Yong Kim, de Canadees Richard Pound en de Hongaar Pál Schmitt. Rogge kreeg de meeste stemmen (46), DeFrantz de minste: negen. Het zou nog 22 jaar duren voordat zich weer een vrouw zou kandideren: oud-zwemster Kirsty Coventry, winnares van zeven olympische medailles, tegenwoordig minister van sport in haar geboorteland Zimbabwe.

Coventry neemt het op tegen zes mannen: de Britse voorzitter van de wereldatletiekbond Sebastian Coe, de Jordaanse prins Feisal Al Hussein, de Spaanse vicevoorzitter van het IOC Juan Antonio Samaranch jr (zoon van de voormalige IOC-baas), de Franse voorzitter van de internationale wielrenunie David Lappartient, de Japanse voorzitter van de internationale gymnastiekfederatie Morinari Watanabe en de Zweeds-Britse baas van de internationale ski- en snowboardfederatie Johan Eliasch.

Op 30 januari presenteren de kandidaten hun programma’s aan de 105 IOC-leden, tijdens een besloten vergadering in het Zwitserse Lausanne. Daarna is het nog zo’n anderhalve maand wachten op het IOC-congres in Griekenland, waar tijdens een geheime stemming de opvolger van Thomas Bach wordt gekozen. Die zou Coventry prefereren boven de gedoodverfde winnaar Coe, die zich als atleet in de jaren tachtig twee keer tot olympisch kampioen liet kronen.

DeFrantz, sinds 1986 IOC-lid, mag volgens de reglementen geen commentaar geven op de kandidaten. Haar taalgebruik is wat omfloerst, en ik wil haar niet in de problemen brengen. Dus draaien we tijdens een Zoom-gesprek wat om elkaar heen. Wat staat haar het meest bij van de verkiezingen van toen? Maakt een vrouw nu meer kans om IOC-voorzitter te worden? En stel dat Coventry wordt verkozen, moeten we dat dan als een mijlpaal zien?

DeFrantz vertelt dat de verkiezing veel van haar vergde. Ze voelde „veel druk” en huilde toen het achter de rug was. „De dag voor de verkiezing verloor ik elf stemmen. Leden kwamen naar me toe om te vertellen dat ze voor iemand hadden gekozen die ‘kon winnen en leiding kon geven aan het IOC’. Niet leuk, maar ik kon het wel waarderen dat ze dat aan me vertelden, dat hadden ze niet hoeven doen.”

Ze laat in het midden of Coventry meer kans maakt dan zij destijds, maar zegt wel dat er in de afgelopen kwarteeuw veel ten positieve is veranderd bij de olympische beweging. 41 procent van de IOC-leden is nu vrouw. Hoe hoog dat percentage begin deze eeuw was weet ze niet, maar veel kan het niet zijn geweest. „Ik denk dat het belangrijk is dat we bewijzen dat we om mannen én vrouwen geven”, zegt DeFrantz, die de uitkomst van de verkiezing een „article of faith” noemt.

Ik denk even dat ik een duidelijke voorkeur hoor, maar ze zegt óók dat de sekse van de nieuwe voorzitter minder belangrijk is dan zijn of haar kwaliteiten. En op mijn vraag wat een overwinning van Coventry zou betekenen voor de vrouwensport, antwoordt ze: „Dat valt te bezien, maar positief is in elk geval dat vrouwen ernaar streven om voorzitter te worden.”

Eenzelfde geluid hoor ik van Els van Breda, tussen 2001 en 2008 IOC-lid namens Nederland, de enige Nederlandse vrouw sinds 1894. „Of het nou een man of een vrouw wordt vind ik niet belangrijk”, zegt ze. „Als de nieuwe voorzitter maar capabel is, van sport houdt en een goed diplomatiek kompas heeft.” Want de invloed van de voorzitter is beperkt, benadrukt ze. Sportbonden krijgen geld van het IOC en kunnen dat naar eigen inzicht besteden. Een voorzitter kan hooguit een „indringend gesprek” voeren met een bond. Zo van: jullie hebben veel aandacht voor het mannenbasketbal, zouden jullie je niet wat meer op de vrouwen richten? „De macht van de IOC-voorzitter ligt in stille diplomatie”, aldus Van Breda.

Kirsty Coventry is pas de tweede vrouw die meedingt naar de hoogste functie bij het IOC

Vorige maand zette het IOC de ‘manifesten’ van de zeven kandidaten online. Het is interessant om te lezen hoe ze tegen vrouwensport aankijken. Coe (68), Eliasch (62) en Samaranch jr (65) willen heldere scheidslijnen tussen de mannen- en vrouwencategorieën „Ik zal pleiten voor duidelijke, op wetenschap gebaseerde beleidsmaatregelen die de vrouwelijke categorie beschermen”, schrijft Coe, die als voorzitter van World Athletics met strenge regels kwam voor transgendervrouwen en intersekse personen. „Er kan geen grijs gebied zijn”, schrijft Eliasch, hoe groot de culturele druk ook.

In het manifest van Watanabe (65) komt het woord ‘vrouw’ niet voor. Lappartient (51) belooft zich hard te maken voor meer vrouwelijke bestuurders. Feisal Al Hussein (61) wil van het IOC „een baken voor de wereldwijde beweging richting gendergelijkheid” maken. En Coventry (41) pleit voor „gelijke kansen voor vrouwen op alle vlakken”, maar geeft niet aan hoe. Meerdere verzoeken om een toelichting leveren geen antwoord op. Wil ze geen kleur bekennen?

Volgens Els van Breda zou Anita DeFrantz een geschikte IOC-voorzitter zijn. Als ik de boodschap overbreng reageert ze op de haar kenmerkende bescheiden manier. „Dank voor het compliment, maar mijn tijd is geweest. Ik ben oud nieuws, het is tijd voor nieuw nieuws.”


Suzanne Schulting: „Ik had echt besloten: ik ga nu een normaal mens zijn. Maar zo leuk vond ik dat niet”

Dit gesprek kent een lange voorgeschiedenis. Het begint in maart 2023, op het WK shorttrack in Seoul, met het mislopen van de wereldtitel op ‘haar’ afstand, de 1.000 meter, waarop ze tweevoudig olympisch kampioen is. Na afloop staat Suzanne Schulting in tranen de pers te woord en zegt: „Ik voel me helemaal leeg.”

Schulting blijkt ‘overreached’ te zijn, een vorm van overbelasting. Ze moet die zomer noodgedwongen pauze nemen. Geen ijs, geen fiets, maar rust. Ze brengt veel tijd door in haar appartement in Amsterdam. Op foto’s die de dan 25-jarige Schulting zelf op sociale media zet, zie je haar koffietjes halen, op terrasjes zitten en op festivals staan – het leven leiden van zoveel andere jonge mensen in de grote stad.

Daarom benadert NRC haar eind 2023 met een verzoek voor een interview over het ‘gewonemensenleven’. Hoe vond ze het, heeft ze er dingen van opgestoken? En in hoeverre heeft het haar kijk op haar bestaan als topsporter veranderd?

Schulting wil wachten tot ze terug is op haar oude niveau. Door drukke agenda’s en andere omstandigheden komt het er lang niet van. De afspraak wordt verplaatst naar het voorjaar van 2024, direct na afloop van het shorttrackseizoen. Maar in de laatste wedstrijd van het jaar, op het WK shorttrack in Ahoy in Rotterdam, breekt Schulting haar enkel. Ze wordt geopereerd en begint opnieuw aan een lange revalidatie.

In het najaar wordt een datum gevonden in december. De afspraak is nog niet gemaakt of er zijn nieuwe ontwikkelingen: Schultings relatie met televisiepresentator Sam van Royen, die werkt bij Ziggo Sport, is na ruim twee jaar ten einde. En Schulting zal dit seizoen niet meer shorttracken, omdat ze daarbij nog te veel last heeft van haar enkel. In plaats daarvan gaat ze langebaanschaatsen, wat ze wel pijnvrij kan doen. Dat doet Schulting bij Team Essent, de commerciële ploeg waar ze zich deze zomer bij aansloot.

Als ze de dag na dat besluit in een hotel in Wolvega neerploft op een bank onder een afbeelding van tweevoudig Elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem zegt ze: „Ik zeg weleens voor de grap: mijn leven is echt een soap. Er is altijd wel wat, dat hoort blijkbaar bij mij.”

Hoe is het nu met je?

„Nou, eigenlijk gaat het heel erg goed. Ik ben gelukkig en zit supergoed in mijn vel. Ik geniet heel erg van de nieuwe prikkels die ik krijg van het langebaanschaatsen. Ik heb het gevoel dat ik mezelf aan het ontwikkelen ben. Als sporter heb ik voor het laatst in zo’n flow gezeten richting de Winterspelen van Beijing, in 2022, en het is heel fijn om dat weer te ervaren en me niet druk te hoeven maken om allerlei randzaken.”

Je relatie is uit, je kunt niet shorttracken, maar dit gevoel overstemt dat?

„Het is geen makkelijke periode geweest, ik heb moeilijke keuzes moeten maken op relatiegebied en over het shorttracken, maar dit is het leven waar ik gelukkig van word.”

Is die focus op het positieve ook een vorm van zelfbescherming?

„Nee, ik ben een open boek, dus als ik niet gelukkig ben of veel stress heb, dan zie je dat aan me. Ik kan zoiets niet faken.”

Speeltuin Thialf

Schulting (1997) groeide op in Tijnje, een gehucht omringd door weilanden en slootjes op een paar kilometer van Heerenveen. Voor haar ouderlijk huis ligt een grote vijver, daarop leerde ze schaatsen. „Bij ons thuis ging het altijd over schaatsen. Mijn moeder had het altijd over Bart Bips, zoals ze Bart Veldkamp noemde, en ik keek op naar Shani Davis, Ireen Wüst en Sven Kramer.”

Schaatsbaan Thialf van voor de verbouwing in 2014-2017 was haar speeltuin, vertelt Schulting. „Ik heb daar mijn beste vriendinnen leren kennen. We waren er altijd, kenden elk plekje, schreven overal onze naam op. Ik herinner me vooral alle fun die we er hadden.” Al op jonge leeftijd combineerde Schulting langebaanschaatsen met shorttrack en dat wilde ze blijven doen, ook toen ze steeds beter werd. Daarom besloot ze als tiener niet in te gaan op een uitnodiging voor het talententeam langebaanschaatsen van het Gewest Fryslân; daar mocht ze de twee disciplines niet allebei beoefenen. Bij het nationale jeugdteam van het shorttrack kon dat wel.

Foto Kees van de Veen

En daar nam de shorttrackcarrière van Schulting een vlucht. Als 17-jarige mocht ze mee met het Nederlands team naar internationale wedstrijden, op haar 20ste werd ze verrassend olympisch kampioen op de 1.000 meter in Pyeongchang (2018). „Het ging allemaal zo snel. Ik ben altijd blijven langebanen omdat ik het belangrijk vond, maar shorttrack ging voor.” De jaren erna domineerde ze het internationale shorttrack, met twee gouden, een zilveren en een bronzen medaille op de Winterspelen van Beijing (2022) als voorlopig hoogtepunt.

Na die Spelen merkte Schulting dat ze behoefte had aan iets anders. „Ik wilde uit de schaatsbubbel kunnen stappen, ik zocht een toevluchtsoord.” Ze had net een relatie met Van Royen, die in Amsterdam woonde. Schulting besloot er een huis in De Pijp te kopen, waar ze samen in trokken. Schulting pendelde tussen haar huurhuis in Heerenveen en – als ze daar tijd voor had – haar appartement in Amsterdam.

Volgens je vriendin Freya Reitsma had je FOMO, ‘fear of missing out’, vanwege het leven dat andere mensen van jouw leeftijd hadden.

„Het was meer nieuwsgierigheid, ik wilde het gewoon heel graag ervaren. En Amsterdam heeft me altijd getrokken; het is toch de hoofdstad, ik vond het interessant wat daar gebeurde, dat er altijd wat aan de hand was, ik kan verder ook niet per se zeggen waarom.”

Wat doe je graag als je in Amsterdam bent?

„Dat is niet zo spannend, gewoon een rondje wandelen, of een hapje eten ergens. In Heerenveen kan ik echt niet anoniem over straat, en in Amsterdam voor mijn gevoel wel; al zei mijn ex wel dat ik vaak herkend werd. Maar ik ben er daar niet zo mee bezig. Er lopen zoveel verschillende soorten mensen rond, ik kan opgaan in het stadse leven.”

Het ‘gewonemensenleven’.

„Daar was ik ook wel weer vrij snel klaar mee hoor. Voor mij is het normale leven dat je de vrijheid hebt om altijd met mensen te kunnen afspreken. Maar dat is op een of andere manier ook heel vermoeiend. Topsport is een routine: je staat op, gaat trainen, eten, rusten, weer trainen, naar huis, eten en naar bed. Nu had ik ineens tijd voor plannen met vriendinnen, restaurantjes, koffietjes. Ik werd er onrustig van, dacht bij mezelf: is het ook oké als ik even niks doe?”

Je moeder Hannie zei: het genieten van het normale leven viel een beetje tegen voor Suzanne.

„Misschien had ik er wel meer van verwacht ja. Ik had echt besloten: ik ga nu een normaal mens zijn. Maar zo leuk vond ik dat niet, ik ging heel slecht op die onrust. Dat was een realiteitscheck voor mij. Nu ik dat gehad heb, weet ik nog beter wat ik wil: rust, reinheid en regelmaat, alleen maar bezig zijn met beter worden.”

Je wilde terug naar het topsportbestaan.

„Ik voel me bevoorrecht dat ik dat leven mag leiden. Ik wil heel graag nog heel veel jaren topsporter zijn.”

Foto Kees van de Veen

Zijtakje

Ondanks de leuke tijd in Amsterdam, zegt Schulting, was de zomer van 2023 een moeilijke periode. Door haar overbelasting wist ze niet waar ze aan toe was, wanneer ze weer mocht trainen en opbouwen naar het nieuwe seizoen. Ze moest geduld betrachten, sporten met de handrem erop.

Het lukte haar terug te komen op topniveau. Schulting was op tijd fit voor het WK shorttrack in Ahoy in maart van dit jaar. Daar haalde ze de finale van de 1.000 meter, en reed daarin comfortabel op de tweede positie achter de Belgische Hanne Desmet.

Tot ze in de laatste ronde met een ultieme poging probeerde haar concurrente in te halen en de wereldtitel te pakken. Maar Desmet blokkeerde haar, op hoge snelheid ging Schulting onderuit, en toen ze de boarding ingleed, brak ze haar enkel. Dezelfde avond moest ze in het gips. Nog altijd is Schulting niet helemaal van die blessure af.

Heb je spijt van die inhaalactie?

„Een paar weken geleden moest ik daar voor het eerst aan denken. Ik had natuurlijk heel erg boos op mezelf kunnen zijn: waarom moest ik op het WK per se inhalen? Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad. Dat is wie ik ben, het zit niet in mijn aard om genoegen te nemen met zilver.”

Kun je zoiets beter relativeren dan vroeger?

„Ik heb deze zomer weinig gerelativeerd, kan ik je zeggen. Ik zat meteen na mijn blessure in de revalidatiemodus en ik heb gewoon doorgeramd om zo snel mogelijk weer goed te zijn.”

Dan lijkt het me lastig om telkens te horen dat je enkel nog steeds niet volledig hersteld is.

„Dat is niet leuk. Maar ja, dan denk je: ‘Oké, we gaan weer door.’”

Heb je twijfel gehad over of je ooit je oude niveau weer zal halen?

„Ik denk weleens: ik zit nu fysiek in mijn prime, dit zijn mijn beste jaren, en ik ben geblesseerd. Dat is kut. Maar ik merk dat ik nog steeds aan het groeien ben als sporter, en ik geloof in mijn eigen kunnen. Dus nee, ik heb me daar totaal geen zorgen over gemaakt en dat doe ik nu ook niet. Ik ben best een twijfelaar, maar niet hierover.”

Waar twijfel je wel over?

„Ik heb het vooral in mijn persoonlijke leven. Met mijn sport weet ik wat ik wil bereiken, wat ik daarvoor moet opofferen. Het zijn meer de zijtakjes die ik lastig vind.”

Wat is voor jou een zijtakje?

Ze is even stil. Twijfelt zichtbaar over wat ze wil vertellen, en zegt dan: „Nou bijvoorbeeld: doe ik er nu goed aan om mijn relatie door te zetten of niet? Is het alleen een dalletje waar we in zitten en gaat het straks weer goed, of blijft het zo als het is? Ik ben al 27 jaar, is dit het? Is dit mijn toekomst? Ik heb de neiging om dan allerlei mensen advies te vragen, maar ik realiseerde me dat ik naar mezelf moest luisteren en mijn hart moest volgen.”

En je hart zei: ‘Schaatsen is belangrijker in je leven dan een relatie’?

„Schaatsen is niet het belangrijkste in mijn leven, schaatsen ís mijn leven.”

De rest komt erna?

„Het moet aansluiten op mijn schaatsleven. Toen ik Sam tegenkwam, zat ik in de fase dat ik een normaal leven wilde leiden. En hij leidde zo’n leven. Maar naarmate ik weer dichter bij de topsportversie van mezelf kwam, had ik daar minder behoefte aan. Ik denk dat dat de reden is geweest waarom het op een gegeven moment niet meer werkte tussen ons. Onze levens gingen uit elkaar lopen.

„Dat neemt niet weg dat ik met Sam een superleuke tijd heb gehad en dat een relatie belangrijk voor me is. Leuk als schaatsen je leven is, maar als je geen mensen om je heen hebt met wie je het kan leven, is er ook geen fuck aan.”

Het klinkt alsof je je aan het verontschuldigen bent. Vind je dat nodig?

„Nee, zo bedoel ik het niet, maar het klinkt, als ik er nu over nadenk en het mezelf hoor zeggen, heel triest ofzo. Zeggen dat je werk je leven is, dat klinkt best negatief. Maar dat is wel hoe het is. Ik wil gewoon elke dag met plezier naar het schaatsen gaan.”

Per ongeluk topshorttracker

Het plezier was even ver te zoeken toen Schulting in december moest besluiten dit seizoen niet meer te shorttracken. Maar ze kon niet anders: in de krappe bochten op de kleine shorttrackbaan wordt de druk op haar enkel te hoog, en voelt ze een scherpe pijn als ze aanzet om te versnellen. Bij het langebaanschaatsen, waar de bochten ruimer zijn, blijft de pijn vooralsnog weg, zegt Schulting. „Het heeft mijn keuze een stuk makkelijker gemaakt. Anders had ik het shorttracken geprobeerd, en geprobeerd, en nog eens geprobeerd. Nu heb ik er vrede mee omdat ik in ieder geval pijnvrij kan schaatsen.”

Schaatsen is niet het belangrijkste in mijn leven, schaatsen ís mijn leven

Eigenlijk is ze „per ongeluk” een topshorttracker geworden, zegt Schulting. „Ik denk dat als ik het shorttracken had mogen combineren met langebaanschaatsen bij het Gewest Fryslân, dat ik daarvoor had gekozen en carrière had gemaakt op de langebaan. Ik wilde vroeger topschaatser worden, geen topshorttracker.”

Schulting combineerde beide disciplines al onder haar oude coach Jeroen Otter, en ze plaatste zich in 2021 voor het EK sprint – al deed ze daar vanwege haar shorttrackprogramma niet aan mee. Dit seizoen sloot ze zich voor het eerst aan bij een commercieel team. Onder leiding van coach Jac Orie maakte ze een spectaculaire ontwikkeling door, met een zilveren medaille op de 500 meter tijdens de wereldbekerwedstrijden in Beijing als voorlopig hoogtepunt. Afgelopen weekend werd ze tweede op het NK sprint en plaatste ze zich weer voor het EK sprint (10 en 11 januari in Heerenveen); dit keer zal ze wel meedoen.

Wanneer werd Team Essent een reële optie?

„Deze zomer pas. Ik was op zoek naar die afwisseling tussen shorttrack en langebaan. Jeroen kon me begeleiden op beide disciplines, Niels [Kerstholt, bondscoach van de shorttrackers] kon dat niet. Dus ik ben gaan kijken naar een externe oplossing en ben ik bij Team Essent terechtgekomen.”

Je zegt vaak dat je blij bent met Orie. Waarom werken jullie zo goed samen?

„Hij heeft een autoritaire stijl, en dat heb ik gewoon nodig. Jac weet wat hij wil, is constant bezig om zichzelf te ontwikkelen en te vernieuwen en hij stelt me een duidelijk doel voor ogen: als je dít doet, dan komt er hoogstwaarschijnlijk dát uit. Daar ga ik heel erg goed op.”

Jac Orie heeft een autoritaire stijl, en dat heb ik gewoon nodig

Je kunt nu intensief langebaanschaatsen, maar het gaat ten koste van het shorttracken. Geeft dat een dubbel gevoel?

„Het kan naast elkaar bestaan, denk ik. Ik ben verdrietig dat ik niet meer kan shorttracken, maar dat heb ik geparkeerd, dat is een zorg voor later. Ik vind het heel leuk dat ik nu zo met langebaanschaatsen bezig kan zijn. Ik had daar niet meer op gerekend. Het voelt een beetje als die onbevangenheid die ik had toen ik twintig was.”

Op de Winterspelen van Milaan in 2026 wil je op beide disciplines uitkomen.

„Ik ga sowieso naar de Spelen, en ik wil gewoon alle twee. Het schema is gunstig; de afstanden die ik zou willen rijden, passen allemaal heel mooi qua planning. Het zou een teleurstelling zijn als het me niet lukt om me voor beide te kwalificeren.”

Is dat realistisch, gezien je enkelblessure?

„Natuurlijk is het lastig. Kijk alleen al naar het kwalificatietoernooi voor het langebaanschaatsen; dat is geen appeltje-eitje. En als ik met beide sporten de Spelen wil halen, dan moet mijn enkel gewoon goed zijn. Daar gaan we vrij snel achter komen; als ik in de zomer niet in staat ben om normaal te trainen met shorttrack, dan weet ik wat me te doen staat. Maar ik ga ervoor om het onmogelijke mogelijk te maken.”


Welke Lewis Hamilton haalt Ferrari binnen?

Oortjes in, zonnebril op en een potige beveiliger die de weg voor hem vrijmaakt. Zo loopt Lewis Hamilton op een zondagmiddag begin december vanuit het Mercedes-teamverblijf op het circuit in Abu Dhabi naar de achteringang van de pitbox. Langs de volledige vijftien meter die Hamilton aflegt staan tv-ploegen, vips en een klein meisje met een rode pet. Ze vangt Hamiltons blik. Hij stopt, pakt een viltstift uit haar uitgestoken hand en zet een handtekening op de pet, precies naast het iconische gele embleem met het zwarte steigerende paard.

Dan loopt Hamilton verder, de garage in. Over een paar weken treedt hij in dienst bij Ferrari, maar nu staat er nog één keer een zwart-zilveren Mercedes op hem te wachten. Straks zal hij de auto instappen en de pits uit rijden, naar de startopstelling. Daar zal Hamilton, de man van zeven wereldtitels en 105 grandprix-overwinningen, deze keer niet op de eerste startplek parkeren. En ook niet op de tweede, of de derde.

Lewis Hamilton zal zijn laatste Grand Prix bij Mercedes aanvangen vanaf de zestiende plaats.

Hamilton kleedt zich aan voor de Grand Prix van Qatar in december.

Foto Florent Gooden/Shutterstock

Een passender slot kan Hamiltons seizoen niet hebben. Net in het laatste racejaar voor hij de grootste F1-transfer van het decennium maakt, bereikt Hamilton een dieptepunt in zijn carrière. Hij wordt verslagen door zijn teamgenoot, voelt zich maar niet op z’n gemak in zijn auto, maakt fouten die hij vroeger nooit maakte.

Kan de Lewis Hamilton die in maart 2025 – twee maanden na zijn veertigste verjaardag – debuteert bij Ferrari, nog hetzelfde niveau halen als de Hamilton die de Formule 1 in een Mercedes jarenlang domineerde?

Toch vatbaar voor pech

Drie dagen vóór zijn laatste race bij Mercedes zit Hamilton op een bank in een zaaltje met witte lichtbakken in het plafond ongemakkelijk aan een kabel te trekken. Hij is in Abu Dhabi aangeschoven voor de officiële persconferentie, en nu blijkt dat het snoer van zijn microfoon om de poot van de bank heen zit gevouwen. Hoe hard hij ook trekt, Hamilton krijgt de microfoon niet goed naar zijn mond.

Een op het oog onbenullig incident. Maar na een jaar als 2024 is het op een bepaalde manier ook wel weer treffend dat juist Hamilton bij de microfoon met het te korte snoer gaat zitten. Terwijl hij het afgelopen decennium meestal de indruk wekte dat zoiets de onaantastbare heerser in de Formule 1 nooit zou overkomen.

De Brit won in die periode de ene wereldtitel na de andere. Hij was zelden op een fout te betrappen en leek onkwetsbaar voor materiaalpech en andere problemen. Hoe moeilijk of chaotisch een race ook verliep, uiteindelijk was het toch weer de auto met nummer 44 die als eerste langs de finishvlag kwam – zelfs als dat op drie wielen was, zoals bij zijn thuisrace op Silverstone in 2020.

Hamilton werd in 2008 voor het eerst wereldkampioen, toen nog rijdend voor McLaren. In 2013 volgde de overstap naar Mercedes, waar een gouden periode aanbrak. Onder een nieuw motorreglement ontwierp het Duits-Britse team in 2014 namelijk veruit de beste hybride aandrijving van iedereen, waarna Hamilton in zeven seizoenen zes titels veroverde.

Lees ook

Heeft de beste coureur gewoon de snelste auto in de Formule 1?

Hamilton is de enige F1-ster die de sport echt overstijgt. Hij verdient tientallen miljoenen per jaar, verschijnt in extravagante designerkleding op het Met Gala in New York, gaat met Leonardo DiCaprio naar het basketbal en met Kim Kardashian naar de Paris Fashion Week. Onder meer via zijn Instagram (38 miljoen volgers) voert hij actie voor gelijkheid en inclusie.

Die Lewis Hamilton pakt nu, op de bank onder de witte lichtbakken, dan maar de microfoon van de coureur die naast hem zit, en vertelt over de keer in februari dat hij de Mercedes-monteurs mee uit paintballen nam. Eén dag nadat zijn Ferrari-overstap was aangekondigd. Grinnikend: „Dat leverde heel wat blauwe plekken op.”

Ook op het circuit was Hamilton in 2024 niet meer onaantastbaar. De problemen begonnen nadat Max Verstappen Hamilton eind 2021 nipt van zijn achtste titel had afgehouden. In 2022 ging een nieuw technisch reglement in, waarbij Mercedes de plank mis sloeg – de auto’s gingen bij hoge snelheid stuiteren en waren verder geen partij voor de Red Bulls en Ferrari’s. Ook in 2024 bleken de Mercedessen weer wispelturige wagens, die alleen bij héél specifieke combinaties van circuitkenmerken en omgevingsfactoren prettig reden.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="

Foto Bryn Lennon/Getty Images Hamilton na het winnen van zijn zevende wereldtitel, in 2020.

” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="

Foto Bryn Lennon/Getty Images Hamilton na het winnen van zijn zevende wereldtitel, in 2020.

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/03150835/data126191439-836637.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-12.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-10.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-11.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-12.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-13.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/Y_k4LDqL8Sex_cFiv75M4ABGVkM=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/03150835/data126191439-836637.jpg 1920w”>

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="

Foto Jakub Porzycki/Shutterstock In een Ferrari-rode outfit arriveert Hamilton op het circuit in Abu Dhabi, waar hij afscheid neemt bij Mercedes.

” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="

Foto Jakub Porzycki/Shutterstock In een Ferrari-rode outfit arriveert Hamilton op het circuit in Abu Dhabi, waar hij afscheid neemt bij Mercedes.

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-2.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/03150836/data126191445-1bc50c.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-16.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-14.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-15.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-16.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/01/welke-lewis-hamilton-haalt-ferrari-binnen-17.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/QHi9krooxv8g8slIzriR_GM-jUs=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/01/03150836/data126191445-1bc50c.jpg 1920w”>

Hamilton na het winnen van zijn zevende wereldtitel, in 2020. In een Ferrari-rode outfit arriveert Hamilton op het circuit in Abu Dhabi, waar hij afscheid neemt bij Mercedes.

Foto’s Bryn Lennon / Getty Images en Jakub Porzycki / Shutterstock

Dat terwijl vertrouwen alles is in de autosport. Instinctief wéten wat de auto gaat doen als je op het laatst mogelijke moment remt, en op de limiet van de grip een bocht instuurt. Alleen als coureurs de toestand bereiken waarin de auto haast aanvoelt als een deel van hun lichaam, kunnen ze de laatste tiende van een seconde van hun rondetijd af schrapen.

Aan dat vertrouwen ontbrak het bij Hamilton de afgelopen seizoenen; het klikte niet tussen hem en de auto. Ondanks zijn grote aanpassingsvermogen, dat hem tijdens zijn succesjaren in staat stelde moeilijke situaties de baas te worden, kon hij de Mercedessen van 2022 en later niet op gevoel rijden. Hamilton moest nadenken over zijn handelen achter het stuur.

„Het is deze generatie auto’s”, zei Hamiltons teambaas Toto Wolff er onlangs nog over. „Hij [Hamilton] remt altijd heel laat, en neemt veel snelheid mee de bocht in. De auto kan dat niet hebben.” Het late remmen leidde tot blokkerende wielen. In de bochten gleden zijn achterwielen weg wanneer hij het niet verwachtte.

Hamilton moest de laatste jaren nadenken over zijn handelen achter het stuur

Vooral tijdens de kwalificatie ging het afgelopen seizoen vaak mis bij Hamilton, die nota bene meer pole positions (104) op zijn erelijst heeft dan wie dan ook. Terwijl zijn teamgenoot George Russell hem in 2024 in een identieke auto negentien keer te snel af was, waren er bij Hamilton telkens weer kleinere en grotere fouten die hem terugwierpen tot gemiddeld slechts de achtste of de negende startplek. „Ik ben gewoon langzaam, zoals elk weekend”, verzuchtte hij eind november in Qatar, nadat hij het in de kwalificatie weer eens ruim had afgelegd tegen zijn dertien jaar jongere teamgenoot.

In de races waren er dit najaar ook meer zwakke optredens dan ze bij Mercedes van Hamilton gewend waren. De grindbak in gespind in Austin, opnieuw traag in São Paulo. De Grand Prix van Qatar was het dieptepunt. Hamilton maakte een valse start, reed lek, kreeg een straf voor te hard rijden in de pits, worstelde met een auto die de bochten niet wilde insturen. Het is dat zijn race engineer Peter Bonnington het via de radio uit zijn hoofd wist te praten, maar op een gegeven moment stond de voormalige alleenheerser van de Formule 1 op het punt zijn auto te parkeren, uit te stappen en de race op te geven.

Plastic paaltje

In zijn laatste raceweekend bij Mercedes worden Hamiltons dromen over een mooi afscheid al tijdens de kwalificatie op zaterdag ogenschijnlijk de nek omgedraaid. De boosdoener is een paaltje, dat als bochtmarkering langs de baan staat onder het futuristische, met led-lampen beklede luxehotel dat het circuit in Abu Dhabi overspant. De Deen Kevin Magnussen rijdt het paaltje ondersteboven, waarna het uitgerekend pal voor Hamilton over het asfalt stuitert. Hij rijdt eroverheen, het plastic object komt vast te zitten onder zijn auto. Weg kans op een goede startplek.

Op zondagmiddag, een etmaal later, galmt het gebrul van motoren vlak na de start tegen de glazen balustrades van de hotelbalkons, waar de gasten zien dat Hamilton al direct in de eerste ronde vier plekken heeft gewonnen; hij komt als twaalfde voorbij. De anderhalf uur daarna snijdt hij door het veld. In de slotfase dicht hij een gat van 14 seconden met Russell, die hij in de laatste ronde gewaagd buitenom inhaalt. Hamilton komt als vierde over de finish, stopt voor de hoofdtribune, klimt uit de cockpit, knielt bij zijn auto en geeft hem twee zachte klopjes.

Tussen het racen door hult Hamilton zich graag in extravagante designerkleding, zoals hier bij de Grand Prix van Monaco in mei vorig jaar.

Foto Ryan Pierse/Getty Images

Ruim een uur later heeft Hamilton zijn bezwete racepak verruild voor een Mercedes-shirt en een baggy spijkerbroek. Zo’n goede laatste race voor zijn oude team, vraagt NRC hem, is dat belangrijk voor het vertrouwen dat hij straks voelt achter het stuur van zijn Ferrari?

„Dat had ik niet nodig”, antwoordt Hamilton, de blik strak. „Vertrouwen heb ik altijd gehad.”

De ‘oude’ Hamilton was er in 2024 op sommige momenten ook. Tijdens races was zijn tempo vaak nog prima – al reed hij vanwege zijn matige kwalificaties dan dikwijls al op achterstand. Soms blonk hij uit. Zoals toen hij in Las Vegas subliem van de tiende naar de tweede plek klom, of toen hij in België (na diskwalificatie van Russell) de race won. Eerder werd hij al eerste op ‘zijn’ Silverstone, waar hij tijdens de uitloopronde in tranen was om zijn eerste GP-zege in drie jaar. Het was een hectische race vol regenbuien, waarin hij samen met zijn team de juiste tactische beslissingen nam en zich perfect aanpaste aan de wisselende omstandigheden. Net als vroeger.

Lees ook

Lewis Hamilton toont zich op Silverstone na lange tijd weer de geniale recordkampioen

Lewis Hamilton toont zich op Silverstone na lange tijd weer de geniale recordkampioen

Deze versie van Lewis Hamilton hoopt Ferrari in huis te halen. En dat moet ook wel. Op geen enkele coureur in de Formule 1 staat zoveel druk als die van de Scuderia. Bij Ferrari, het oudste en bekendste team, is er altijd de hoop op succes – de laatste jaren vaak gevolgd door teleurstelling. Het laatste wereldkampioenschap dateert alweer uit 2007. Toch zijn de verwachtingen van de fanatieke fanschare en de Italiaanse pers elk jaar even hoog, en is de kritiek vernietigend wanneer de titeldromen niet uitkomen.

En dan is er nog de druk van de geschiedenisboeken. Nog meer dan de achtste wereldtitel, lonkt voor Hamilton het vooruitzicht van een nieuwe wereldtitel bij Ferrari. Een illustere rij kampioenen probeerde hun erelijst bij het Italiaanse team uit te breiden. Alleen Juan Manuel Fangio en Michael Schumacher lukte dit; Alain Prost, Fernando Alonso en Sebastian Vettel faalden.

Bij welke rij gaat Hamilton zich vanaf 2025 voegen? Als hij tijdens de officiële testdagen eind februari voor het eerst met zijn nieuwe Ferrari het circuit op rijdt, zal hij aan een paar ronden genoeg hebben om te voelen of de klik er is – of niet.

Foto Mohd Rasfan


Wout Van Aert zet een dikke streep onder 2024. ‘Ik was meer patiënt dan sporter’

De zon scheen uitbundig en de lucht was strakblauw toen Wout Van Aert in april met zijn gezin incheckte in het La Réserve Resort, een luxueus vijfsterrenhotel in de Vlaamse badplaats Knokke-Heist met een spa, een wijnkelder en een parfumerie. Perfecte omstandigheden voor een weekendje aan zee met zijn vrouw Sarah en zoontjes Georges (3) en Jerome (1), die lekker konden spelen op het strand. „Alles was aanwezig om je goed te amuseren”, herinnert Van Aert zich.

Anderhalve week eerder was de Belgische toprenner met een snelheid van ruim 70 kilometer per uur tegen het asfalt gekwakt in de koers Dwars door Vlaanderen. Hij brak zijn borstbeen, een sleutelbeen en meerdere ribben. In zijn eerste Instagram-post na de val, bij een uitzichtfoto vanuit het hotel in Knokke, schreef Van Aert optimistisch dat hij zich eindelijk weer een beetje mens begon te voelen.

Maar nu, ruim een half jaar later, blikt hij anders terug op dat weekend. „Het idee was om niet thuis weg te gaan zitten kwijnen nadat ik was gevallen. Maar het was helemaal niet leuk.”

Van Aert is inmiddels in voorbereiding op het nieuwe wegseizoen en heeft zijn eerste veldritten er alweer op zitten. Hij herinnert het zich nog goed: hij was er dat hele weekend aan zee met zijn hoofd niet bij. Zijn gedachten waren 240 kilometer verderop, bij het met kasseien bestrate plein voor het kasteel van het Franse stadje Compiègne.

Wout Van Aert doet zijn warming-up voor de race.
Foto Aurelien Goubau

Daar ging die zondag het wielermonument Parijs-Roubaix van start, de koers die de Belg het allerliefst zou winnen. Maar meedoen was voor de kopman van de Nederlandse ploeg Visma-Lease a Bike (LAB) geen optie; daar herinnerde de mitella om zijn arm hem wel aan, en anders de pijn aan zijn ribben die hij bij elke ademteug voelde. „Wielrennen is mijn passie, maar ik kon het niet beoefenen. Dat is een van de vreselijkste dingen die je kunt hebben.”

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Wout Van Aert is warming up before his race.
Foto Aurelien Goubau

De dertigjarige Van Aert begint uit zichzelf over het weekend aan zee, ter illustratie van het jaar dat hij heeft gehad. De Belg hoort tot de beste wielrenners ter wereld, samen met namen als Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar. Hij won grote koersen als Milaan-San Remo, de Amstel Gold Race, Strade Bianche en meerdere etappes in de Tour de France (9) en de Spaanse Vuelta (3). Ook is hij drievoudig wereldkampioen veldrijden. Sprinten, tijdrijden, klimmen; als Van Aert op zijn best is, kan hij het allemaal.

Maar afgelopen seizoen werd getekend door twee zware valpartijen. Eind maart ging het mis in Dwars door Vlaanderen, kort voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, de voorjaarsklassiekers waar Van Aert zich maandenlang monomaan en minutieus op had voorbereid. De val kostte hem ook zijn debuut in de Giro d’Italia. Het zou maanden duren voordat Van Aert weer zijn oude topniveau haalde.

‘Verkrampt in mijn zetel’

Van Aert had zich juist aan het begin van het wielerseizoen voorgenomen er een topjaar van te maken. In 2023 was hij voor zijn gevoel nooit in topvorm geweest. „Ik had de ploeg niet kunnen bieden wat ik te bieden heb, dingen pakten niet helemaal goed uit, de resultaten kwamen er niet bij. Ik had aan het einde van het jaar even geen behoefte om te sporten. Achteraf gezien had ik toen niet veel te klagen”, zegt hij met enige zelfspot.

Terugkijkend naar afgelopen seizoen voelde hij zich geregeld „meer een patiënt dan een sporter”, zegt Van Aert. „In het voorjaar bleef ik na mijn val maar last houden van mijn ribben. Op een gegeven moment kon ik weer drie of vier uur trainen. Had ik tijdens het fietsen nergens last van, maar dan lag ik na afloop weer helemaal verkrampt in mijn zetel. Op die momenten is het moeilijk in te zien dat je voor je plezier fietst. ”

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. A shop is selling pictures of famous Belgian and international cyclists.
Foto Aurelien Goubau
Foto Aurelien Goubau

Hoe ben je daar doorheen gekomen?

„In het begin vooral dankzij de steun van mijn vrouw en familie, mensen uit de ploeg en anderen om mij heen. En toen het wat beter ging, hielp het heel erg om mezelf doelen te stellen. De eerste keer weer op trainingskamp, de eerste keer weer meedoen aan een koers, toewerken naar de Tour de France. Zo begon ik me weer een sporter te voelen, dat miste ik het meest. Maar daarin moet je wel geduld hebben, en dat vond ik niet altijd makkelijk.”

Waarom miste je dat topsportgevoel zo?

„Ik ben er zo aan gewend om veel te sporten, en ineens waren alle endorfines die daarbij vrijkomen weg. Zonder dat vitale gevoel werd ik snel ongelukkig. Het is raar om te beseffen, maar ik miste een deel van mijn identiteit.

„Het was een soort illusie waar ik mee worstelde: ik wilde niets liever dan fietsen, maar toen ik dat eindelijk mocht, viel het ontzettend tegen. Want toen besefte ik ineens hoeveel pijn ik nog had, hoeveel fitheid ik verloren was. Trainen met beperkingen is nog vervelender dan helemaal niks doen. Toen heb ik me wel gerealiseerd hoe waardevol het is als je kunt fietsen zonder pijn.”

Team Visma-Lease a Bike (LAB), bood je uitgerekend in die periode een contract voor het leven aan [dat Van Aert in september ondertekende], uitzonderlijk in het wielrennen.

„Dat was heel bijzonder. Omdat ik voor mijn gevoel in 2023 al niet had kunnen laten zien wat ik in me heb, had ik niet verwacht dat we in het voorjaar over een contractverlenging zouden gaan praten. En toen die gesprekken net waren begonnen, viel ik. Ik dacht: dan zal het allemaal wel niet meer gaan gebeuren. Dat er toch zo’n aanbod uit de ploeg kwam, dat heeft me ontzettend geholpen. Het gaf me rust en vertrouwen.”

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Atmosphere around the cycling course.
Foto Aurelien Goubau
Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Atmosphere around the cycling course.
Foto Aurelien Goubau

Traumaverwerking

Na de revalidatie van de val in Vlaanderen ging Van Aert van start in de Tour de France, de etappekoers waarin hij al eens de groene trui voor beste sprinter won. Maar in Frankrijk was de Belg zichzelf nog niet; twee keer een tweede plek was zijn beste resultaat. Op de Olympische Spelen in Parijs pakte hij brons op de tijdrit.

De topvorm was pas helemaal terug in het najaar, waar hij in de Vuelta drie etappes won en nog vier podiumplaatsen behaalde. Hij leek geschiedenis te gaan schrijven door zowel de trui voor beste klimmer als de sprinttrui te gaan winnen. Maar Van Aert ging opnieuw onderuit: in een gevaarlijke afdaling op een natte weg schoof hij tegen een rotswand. Met een open wond in zijn knie moest de Belg opgeven.

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Wout Van Aert is speaking to the press before the race.
Foto Aurelien Goubau

Nog altijd kan hij daar niet goed over praten, zegt Van Aert. „Het is een enorme teleurstelling geweest. Ik was bezig met iets unieks met het behalen van die twee truien, ik had eindelijk weer het gevoel dat ik fysiek kon doen wat ik wilde. Als ik had bedacht dat ik mee wilde zitten in de kopgroep, dan zat ik mee.” De eerste dagen na de val in Spanje deed de pijn in zijn knie hem niks, zegt Van Aert, al bleek het later wel een serieuze blessure te zijn. „De grootste klap was dat ik in een keer alles kwijt was wat ik in de Vuelta had neergezet.”

Hoe probeer je dat een plek geven?

„Ik hoop dat dat lukt als ik in 2025 weer goede resultaten ga neerzetten. Maar voor mijn gevoel heb ik mentaal lang stilgestaan.”

Pas toen hij begin november weer zonder pijn kon trainen en met zijn ploeggenoten op trainingskamp naar Spanje ging, lukte het Van Aert om vooruit te kijken. „Het heeft lang geduurd, maar toen ik pijnvrij kon fietsen, keerde het plezier snel weer terug.” Nog altijd is hij niet topfit, maar in november ging hij wel met zijn ploeg mee op verkenning van de parcoursen van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Wout van Aert will cross the finish line on fourth position and adresses the press afterwards.
Foto Aurelien Goubau

In de Belgische media werd gesuggereerd dat de verkenningen traumaverwerking voor je waren.

„Ik heb net verklaard dat het me helpt als ik me weer een sporter kan voelen, dus ja, het deed me goed. Maar de ploeg is niet speciaal een aantal dagen naar de Vlaamse Ardennen en Noord-Frankrijk gegaan omdat het Wout Van Aert goed zou doen. We hebben dat elk jaar, voor belangrijke materiaaltests. En het was een goed moment om samen te komen met de groep renners die de voorjaarsklassiekers gaat rijden.”

Is het moeilijker geworden om terug te komen?

„Het is moeilijker dan vroeger. Het stapelt zich gewoon op. Als je de eerste keer valt, dat maakt elke renner wel mee, dan sta je op en ga je door. Maar als het je vaker overkomt, zeker als het zo stevig is als dit jaar, dan wordt het moeilijk om aan de kant te schuiven.”

Ik kan me ook voorstellen dat dingen naast wielrennen belangrijker worden in je leven. Je hebt twee jonge kinderen, dit jaar deed je mee aan de tv-show The Masked Singer in België. Nam je bewust meer tijd voor andere zaken?

„Voor alle duidelijkheid: ik had mijn deelname aan The Masked Singer al in de zomer van 2023 toegezegd. Het is niet zo dat ik een kans zag andere dingen te doen omdat ik een paar keer gevallen was. Ik twijfel altijd over zulke aanbiedingen, hoe graag ik het ook wil doen, want er zullen steevast mensen thuis denken dat ik mijn sport niet serieus neem. Maar ik heb dit jaar heel veel momenten gehad dat ik met niets liever bezig zou zijn geweest dan de koers.”

Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury.
Foto Aurelien Goubau
Belgium, Loenhout, December 27, 2024. Wout van Aert is competing at the Exact Cross in Loenhout, his first competition since injury. Wout van Aert will cross the finish line on fourth position and adresses the press afterwards.
Foto Aurelien Goubau

Geen toeval

In het kielzog van Van Aert had zijn ploeg Visma-LAB, in 2023 nog de trotse winnaar van alle grote rondes (Giro, Tour, Vuelta), eveneens „geen superjaar”, beaamt de Belg. Het grote succes bleef mede uit omdat naast Van Aert ook de andere kopman van het team, klassementsrenner Jonas Vingegaard, hard ten val kwam. Door de val in de Ronde van Baskenland belandde de Deen op de intensive care met een aantal gebroken ribben, een gebroken sleutelbeen en een klaplong.

Van Aert zag het thuis voor de televisie gebeuren, zegt hij. „Ik zal het gevoel dat ik toen kreeg nooit vergeten. Ik wil niet uitspreken wat ik toen dacht dat er gebeurd was. Gelukkig kwam later op die dag het goede nieuws dat Jonas bij bewustzijn was.”

Lees ook

‘Zwarte donderdag’ in het Baskenland: de horrorcrash die het wielerseizoen overhoop haalde

Het peloton aan het begin van de vierde etappe van de Ronde van het Baskenland, donderdag 4 april 2024. In het roze: Sean Quinn. In het zwart: Remco Evenepoel. In het geel: Jonas Vingegaard.

Niet alleen Jonas en jij, maar jullie hele ploeg was bij bovengemiddeld veel valpartijen betrokken.

„Het leek wel alsof het allemaal tegelijkertijd moest gebeuren, het bleef maar duren. Ik werd er moedeloos van. Wat dat betreft kijken we allemaal uit naar een nieuwe start in 2025.”

Van Aert eindigde de race in Loenhout als vierde.
Foto Aurelien Goubau

Visma-LAB is een ploeg die de beste ter wereld wil zijn en niets aan het toeval overlaat. Kijken jullie naar een manier om komend seizoen minder te vallen dan afgelopen jaar?

„Ik denk dat we heel veel pech hebben gehad afgelopen seizoen, maar we zijn er wel mee bezig, ja. Ik ben na het voorjaar vaker gevallen en achteraf gezien was die eerste valpartij in Dwars door Vlaanderen misschien wel de oorzaak. Vallen heeft soms met vertrouwen te maken, en het helpt niet als je met 70 kilometer per uur tegen de grond bent gekegeld en dan tussen dezelfde gekken terug in het peloton moet fietsen. We zijn nu als team aan het bekijken of we daar wat aan kunnen doen.”

Hoe?

„Daar ga ik liever niet op in. Anders wordt dat weer zo’n ding.”

Heb je dit jaar wel eens gedacht: wordt het na die valpartijen ooit nog zo goed en zo mooi als vroeger?

„Ja natuurlijk, dat vraag ik me altijd af. Het zou mooi zijn als ik op het moment zelf zou kunnen zeggen: dit is het hoogtepunt van mijn carrière en vanaf nu wordt het minder. Maar dat weet ik pas nadat ik ben gestopt. Ik heb veel geleerd dit jaar: dat ik in de Vuelta weer zo goed kon zijn na de zwaarste crash uit mijn carrière gaf veel vertrouwen, en ik geloof er 100 procent in dat ik terug kan komen. Mijn talent is er nog steeds.”

Een medewerker van de organisatie geeft aan hoeveel rondjes er nog moeten worden gereden.
Foto Aurelien Goubau


Het gat achter Virgil van Dijk, de sprint van Ollie Watkins en de fatale stap van Stefan de Vrij: hoe Oranje in de laatste seconde verloor van Engeland

Aan de zijlijn in het stadion in Dortmund, legt Gareth Southgate zijn rechterhand even om de nek van Ollie Watkins. De bondscoach van Engeland geeft snel nog wat instructies, waar Watkins vooral oog heeft voor de wedstrijd. Met een kort gebaar lijkt Southgate duidelijk te maken dat de spits de diepte moet zoeken als hij zo meteen invalt.

Met trompet spelen Engelse fans een vrolijk melodietje, dat vaak klinkt als een overwinning van de nationale ploeg bijna zeker is. Maar het staat 1-1, in de 78ste minuut van de halve finale van het EK tussen Engeland en Nederland. Laat op de avond ligt alles nog open, deze woensdag 10 juli in het voormalige Westfalenstadion.

Zeker honderdduizend Nederlanders zijn naar de oude industriestad getrokken. Rond het stadion in Dortmund, iets ten zuidwesten van het centrum, is het een opgewonden toestand. Bijna overal waar je kijkt, wordt gedronken, gedanst, gefeest. Wanneer de spelersbussen rond half acht met loeiende sirenes het terrein opdraaien, staan fans tegen hekken gedrukt voor een glimp.

Aanvoerders Virgil van Dijk en Harry Kane gunnen elkaar geen blik, als ze in de spelerstunnel naast elkaar staan. Bij de laatste woorden van het Wilhelmus, trekt rechtsback Denzel Dumfries met zijn linkerhand nerveus aan het trainingsjack van zijn maatje Stefan de Vrij. De Vrij, een centrale verdediger die doorgaans niet gek te krijgen is, schreeuwt het uit.

Oranjesupporters op de dag van de halve finale op het EK tussen Nederland en Engeland.

Foto’s Ramon van Flymen/ANP

Ongebruikelijke route

Niemand die dan oog heeft voor Ollie Watkins (28). De Engelse reservespits staat in de schaduw van Kane, topscorer aller tijden. Een positie waar hij bekend mee is. Watkins, zoon van Jamaicaanse ouders, groeit op in een gezin van vijf in Newton Abbot in het zuidwesten van Engeland. Vader Steven vertrekt op jonge leeftijd, moeder Delsi-May (zangeres van beroep) neemt de opvoeding op zich.

Watkins voetbalt veel op straat met vriendjes, tot hij op zijn negende wordt gescout door Exeter City, dat in de krochten van het Engels profvoetbal speelt. Het ventje wordt na een proefperiode afgewezen. Als hij later toch welkom is, verdient hij een contract – maar vervolgens krijgt hij weinig speeltijd. Op zijn achttiende wordt Watkins verhuurd aan Weston-super-Mare AFC. De club is actief in een regionale competitie in het zuiden, op het zesde landelijke niveau, en vecht tegen degradatie. Bij zijn debuut in december 2014 zitten 130 toeschouwers.

Tien jaar geleden speelde Ollie Watkins nog op het zesde niveau in Engeland

Normaal is zo’n stap terug het begin van het einde van een jonge profcarrière. Maar Watkins begint meteen te scoren. Hij leert van het harde fysieke spel, moet flink meeverdedigen. Na een half jaar keert hij terug bij Exeter City en groeit daar, op het derde profniveau (League Two), gaandeweg uit tot eerste spits. Watkins valt op en dwingt een transfer af naar Brentford, actief op het tweede niveau (Championship), om in 2020 te tekenen bij Premier League-club Aston Villa.

Hoewel relatief onbekend ontwikkelt hij zich daar tot een van de beste, productiefste Europese spitsen. Dat Aston Villa zich voor het eerst plaatst voor de Champions League (sinds 1992), komt mede door het sterke seizoen van Watkins, met 27 goals en 13 assists in alle competities. Zijn ongebruikelijke route naar de top zorgt ervoor dat hij blijft investeren in zijn fysieke ontwikkeling en mentale weerbaarheid, zegt Watkins in een podcast. Gevraagd naar zijn grootste kracht noemt hij de twijfel die er altijd over hem bestaat.

Il Muro

Een fractie van een seconde is Declan Rice de controle kwijt. Meteen zit Xavi Simons er tussen. De jonge aanvaller pikt de bal af. Een tikje met links, dan buitenkant rechtervoet, mee in de loop. 21 meter is de afstand. Hij legt aan, haalt uit, zwaait door met zijn rechterbeen.

De bal roteert nauwelijks, zo strak en hard (116 kilometer per uur) vliegt hij in de linker bovenhoek. 1-0 na bijna zeven minuten. Simons klimt op de reclameboarding, vlak voor de oranje-massa op de Gelbe Wand, de bekende tribune van Borussia Dortmund. Van Dijk roept wat. Houd de concentratie, lijkt hij te zeggen.

Zeven minuten later gaat het al fout.

Op rechts is er miscommunicatie tussen aanvaller Donyell Malen en back Dumfries. Zonder dat ze het zien, wijzen de twee vrijwel gelijktijdig naar elkaar dat ze Jude Bellingham moeten dekken in de as. Beiden bewegen naar Kieran Trippier, de opkomende linksback op de flank. Opeens heeft Bellingham alle ruimte. Uit die aanval krijgt Engeland een strafschop vanwege „roekeloos” inkomen van Dumfries op Kane, beslist de arbitrage. Kane benut zelf de penalty (1-1).

Doelman Bart Verbruggen duikt naar de hoek bij de 1-1 van Harry Kane uit een strafschop. Foto’s Koen van Weel/ANP

Door veel variatie speelt Engeland zijn beste duel van het toernooi. Dumfries haalt ternauwernood een bal van de lijn van Phil Foden, die even later van grote afstand op de paal schiet. Oranje creëert niets uit open spel – Dumfries kopt op de lat uit een hoekschop. Plots gaat spits Memphis Depay zitten, wijst naar zijn hamstring. Ergens is zijn blessure een uitkomst; het middenveld is uit balans, moet versterkt worden. Met spelverdeler Joey Veerman voor Depay krijgt Oranje meer grip.

Lees ook

Oranje wilde als Michael Jordan zijn: hoe achter de schermen werd gebouwd aan een strijdbare ploeg

Oranje had dit EK momenten van strijdlust, momenten waarop spelers alles deden om een tegengoal te voorkomen, zoals Denzel Dumfries liet zien tegen Engeland.

Wat ook helpt, is het spel van Stefan de Vrij. Die zit overal tussen. Of het nou in duel is met Bellingham op de achterlijn, of wanneer hij tot ver over de middenlijn doordekt op Kane: de centrale verdediger domineert. De halve finale is een demonstratie van de investeringen die hij door zijn loopbaan heen in zijn spel heeft gedaan.

De Vrij (32) is nooit de meest atletische verdediger geweest. Foto’s van rond zijn debuut bij Feyenoord, in 2009, tonen een vrij iele jongen. Vijftien jaar later oogt hij nog steeds niet bijzonder krachtig en snel. Toch is hij een van de beste centrale verdedigers ter wereld. Il Muro (de muur) noemen fans van zijn club Internazionale hem.

Oriëntatie is de sleutel in het spel van centrale verdediger Stefan de Vrij

Hij verdiept zich met hulp van experts in vrijwel alle onderdelen van het topvoetbal. Door gedetailleerde tactische analyse, leert hij zich slim te positioneren en situaties op te lossen vóór ze een probleem kunnen worden. Oriëntatie is daarbij de sleutel: door goed te kijken weet hij waar gevaar dreigt. Maar het is het hele pakket: hij slijpt zijn looptechniek bij een atletiektrainer, doet ademhalingsoefeningen, ordent zijn gedachten bij een mental coach.

Stefan de Vrij in duel met Jude Bellingham, die een gele kaart krijgt.
Foto Alex Grimm/Getty Images

Tegen Engeland wordt De Vrij met de minuut beter. Hij wint zijn duels en verliest de bal niet. Kane staat bekend als een fysiek sterk aanspeelpunt, meestal met zijn rug naar de goal. Sprints in de diepte maakt hij minder vaak door zijn gebrek aan snelheid, weten ze bij Oranje. Dat maakt hem voor De Vrij een prettige tegenstander om in vast te bijten. Hij leest Kane steeds beter, maakt hem in de tweede helft onschadelijk.

Zodanig dat Kane in de 80ste minuut wordt gewisseld. Zijn vervanger is een spits met een compleet ander profiel.

Liefde en vertrouwen

Ollie Watkins krijgt nog twee aanmoedigende tikjes op zijn schouder van Southgate. Affectie doet hem goed, weten ze in de technische staf van Engeland. „Hij heeft iemand nodig die in hem gelooft, hem liefde en vertrouwen geeft”, zegt voormalig topspits Jerrel Hasselbaink, assistent van Southgate, terugblikkend. „Zo haal je het beste uit hem.”

Het plan met Watkins is duidelijk. Na de sterke eerste helft breekt Engeland in de tweede helft moeilijk door de defensie van Oranje. Southgate wil voorin meer energie, beweging en diepgang. De snelheid van Watkins tegen de relatief trage en inmiddels vermoeide Nederlandse verdediging, kan het verschil maken.

Watkins komt niet alleen. Cole Palmer wordt ingebracht voor Foden, tot dan de gevaarlijkste speler. Die ochtend heeft Watkins tegen Palmer gezegd dat ze beiden gaan invallen en dat hij scoort uit een pass van de talentvolle middenvelder die dit jaar is doorgebroken bij Chelsea.

De realiteit is dat Watkins’ bijdrage op het EK tot dan klein is. Twintig minuten speelt hij in het tweede groepsduel tegen Denemarken. Daarin scoort hij bijna na een goede loopactie. Maar dat raakt snel naar de achtergrond door het teleurstellende resultaat (1-1).

De Engelse bondscoach Gareth Southgate geeft Ollie Watkins instructies voor zijn invalbeurt, tien minuten voor tijd.
Foto Dave Shopland/Shutterstock

Tot zijn frustratie speelt Watkins in het vervolg geen minuut meer. Een andere reservespits, Ivan Toney, groeit in zijn rol als pinchhitter wanneer Engeland moet forceren en directer gaat spelen. Toney is belangrijk in de achtste finale tegen Slowakije en in de kwartfinale tegen Zwitserland, beide na verlenging gewonnen.

Tegen Oranje is iets anders nodig. „Met zijn dynamiek was Ollie beter voor dit moment”, zegt Hasselbaink. „We hadden nog de controle.” Opportunistisch voetbal is niet nodig.

Bij Oranje kunnen de verdedigers weten wat Watkins brengt. De snelle spits zoekt vaak de diepte achter de laatste lijn van de tegenstander, is een van de belangrijkste punten in de scoutinganalyse die wordt gedeeld met de spelers. Zeker Van Dijk moet zijn kwaliteiten kennen: in oktober 2020 verloor hij met Liverpool met 7-2 bij Aston Villa. Watkins maakte een hattrick.

De waarschuwingen

Watkins zorgt meteen voor meer beweging en diepgang. Na nog geen twee minuten sprint hij weg in de rug van Van Dijk. Maar verdediger John Stones passt niet. Het moment laat wel zien dat er veel ruimte ligt achter linker centrale verdediger Van Dijk.

Weer twee minuten later, wenkt Watkins als Stones met de bal het middenveld inloopt. De spits sprint weg richting doel, tussen De Vrij en Van Dijk in. De bal komt nu wel. Zijn acceleratie is zichtbaar beter dan die van de verdedigers. Maar De Vrij positioneert zich goed en grijpt in met een kopbal.

De loopacties onderstrepen dat de aanvalsopzet van Engeland plots totaal anders is. Waar Kane meestal ‘in’ de bal kwam, stormt Watkins nu keer op keer richting het doel. In de vijftien minuten die Watkins deze halve finale speelt, komt hij tot evenveel sprints in de diepte (zes) als Kane in de eerste tachtig minuten.

Door de offensieve impuls van Engeland staat Oranje onder druk. Watkins krijgt zijn eerste kans na een pass van Luke Shaw vanaf de linkerflank, maar mist net de bal. Die waarschuwingen leiden niet tot een tactische tegenzet bij bondscoach Ronald Koeman – invallers worden niet klaargestoomd.

Koeman is druk met iets anders. Hij is, zoals heel Oranje, geïrriteerd dat Cody Gakpo na 88 minuten en 40 seconden wordt teruggefloten. Hij snoept de bal af van Marc Guéhi na licht contact, Engeland krijgt een vrije trap. Het is de inleiding op een dramatische ontknoping.

Onmogelijke hoek

Engeland speelt geduldig rond, zoekt een opening. Zonder dat het meteen opvalt, gaat het na 89 minuten en 45 seconden fout in de defensieve organisatie bij Oranje. Dat zet een kettingreactie in gang.

Het begint met Palmer die diep gaat op de rechterflank. Middenvelder Tijjani Reijnders sprint met hem mee. En komt zo’n tien meter achter Van Dijk uit. Die blijft zelf ‘hoog’ staan. Logischer is dat Van Dijk overneemt en de verdediging op één lijn houdt. Nu vallen er grote gaten.

Directe gevolgen heeft het niet, want Palmer krijgt de bal niet. Het werkt wel desastreus door op de situatie daarna. Reijnders loopt uit positie waardoor hij geen druk kan geven op de middenlinie van Engeland. Kobbie Mainoo komt hierdoor vrij, rechts op het middenveld. Rice ziet dat en geeft een cruciale pass die de aanval versnelt, precies tussen Gakpo en Veerman door.

De bal is niet op maat, wordt iets te ver voor Mainoo gespeeld. Die heeft het voordeel dat hij niet onder druk staat, Reijnders is nog onderweg. Mainoo reikt naar de bal, raakt die nog met de punt van zijn rechtervoet. Reijnders is te laat, de bal hobbelt langzaam naar Palmer. Acht seconden nadat hij werd overgeslagen, komt hij nu wel aan de bal.

Hij krijgt tijd en ruimte – Van Dijk laat hem begaan. Precies wat je niet moet doen bij Palmer. Bij Oranje is geanalyseerd dat hij een goede steekpass heeft en aan de bal altijd dreigend is. De defensie oogt nu machteloos – iedereen kijkt naar de bal, naar Palmer. En naar Mainoo en Bukayo Saka, die op rechts diepte zoeken.

Maar het grootste gevaar komt van een andere kant.

Tijjani Reijnders in duel met Cole Palmer, op de achtergrond kijken Nathan Aké en Bukayo Saka toe.
Foto Jonathan Moscrop/Getty Images

Dat Palmer aan de bal verschijnt, lijkt een signaal voor Ollie Watkins. Hij snijdt meteen op volle vaart vanuit de as richting de hoek van het strafschopgebied. Een diagonale run die vrijwel identiek is aan zijn loopactie tegen Denemarken, die bijna tot een goal leidde. Watkins valt de ruimte aan die open ligt achter Van Dijk. Palmer ziet het en steekt hem weg door het hart van de defensie, precies in de looplijn.

De sprint van Watkins is vrijwel identiek aan zijn loopactie in het groepsduel tegen Denemarken die bijna tot een goal leidde

Het gaat nu razendsnel. De Vrij reageert alert, zit dicht op Watkins bij zijn achtervolging. De spits beweegt naar de hoek van het strafschopgebied en lokt De Vrij zo naar onbekend terrein: hij speelt dit toernooi en deze halve finale voornamelijk in de rechterzone van de defensie. Nu komt hij uit in de linkerzone en ‘kruist’ met kompaan Van Dijk. Het illustreert de wanorde bij Oranje.

Watkins staat half met zijn rug naar het doel, een fractie voor hij de bal aanneemt. Dan gaat het fout bij De Vrij. Hij volgt Watkins, die de bal afschermt en subtiel meeneemt met de punt van zijn rechtervoet. Juist op dat moment duwt De Vrij hem met beide handen even laag in de rug. Het werkt averechts. De Vrij geeft een halve meter prijs, waar Watkins het zetje gebruikt om zich te lanceren voor een schot uit de draai.

Watkins schiet door de benen van De Vrij, keeper Verbruggen kan er niet bij, de bal vliegt in de uiterste hoek en Watkins draait zich al om om zijn doelpunt te vieren. Foto’s ANP, Getty Images

De korte hoek is afgedekt door keeper Bart Verbruggen. Die staat dicht bij de eerste paal – op minder dan een meter. Hierdoor geeft hij misschien iets te veel ruimte weg in de verre hoek. Dat is de hoek die moet worden afgeschermd door De Vrij.

Het lijkt een onmogelijke hoek, denken ze bij Oranje, zo scherp. De spits kijkt niet, doet alles intuïtief. Of hij het ziet, valt dus te betwijfelen, maar er ontstaat een gaatje. Net voor Watkins vanuit de draai schiet, steekt De Vrij zijn rechtervoet uit in een poging de bal te blokken.

Een fatale stap. Watkins schiet precies door de benen van De Vrij. Hard, diagonaal, met een stuit op het vochtige gras. De bal schampt nog de rechterkuit van De Vrij. Verbruggen duikt, komt tekort.

Precies in de ene tel van 89:59 naar minuut 90:00, suist hij binnen. Watkins draait zich om, juicht uitgelaten. Na vijf minuten extra tijd schiet De Vrij wild de bal de tribune in, waarop wordt afgefloten. Diezelfde avond kijkt hij de beelden van de goal een keer of tien terug. Bij de aanname van Watkins had hij er korter op moeten zitten, concludeert hij.

De ontgoocheling bij keeper Verbruggen en middenvelder Veerman, waar de Engelse spelers Cole Palmer en Ollie Watkins juichend wegrennen.
Foto Anna Szilagyi / EPA


KNVB ziet dat de sneller geel trekken bij mekkeren tegen de scheids werkt

Op hoge poten in discussie met de scheids? Dan volgt een gele kaart. Het is te vroeg om met harde cijfers te komen – of de KNVB wil ze nog niet delen – maar de voetbalbond ziet dat deze aangescherpte maatregel die scheidsrechters in het amateurvoetbal beter moet beschermen tegen agressie en scheldkanonnades lijkt te werken. „We krijgen alom positieve reacties”, schreef Nico Baars, arbitrageplanner bij de KNVB, begin december in een mail aan amateurscheidsrechters in de regio West. „Laten we hopen dat deze trend zich ook in het nieuwe jaar voortzet.”

Met ingang van het nieuwe voetbalseizoen in augustus nam de KNVB de richtlijn over die de UEFA al bij het EK voetbal in juni had ingevoerd: alleen de aanvoerder mag aanmerkingen op de arbitrage maken. Andere spelers die dat doen, of begeleiders in de dug out, krijgen daarvoor voortaan meteen een gele kaart. De aangescherpte regel zou scènes moeten voorkomen die de laatste jaren bij voetbalwedstrijden zo gebruikelijk waren: dat een scheids- of grensrechter na een vermeende verkeerde beslissing massaal wordt belaagd.

Recordaantal incidenten

Alleen de aanvoerder spreekt dus nog tegen de scheidsrechter en houdt zijn spelers weg bij de arbitrage. Als een medespeler dat negeert, krijgt hij of zij geel. Deze UEFA-aanscherping kwam voor de KNVB op een goed moment. In de jaarlijkse analyse van ongeregeldheden in het amateurvoetbal, begin september, meldde de bond een recordaantal aan incidenten, tuchtzaken en rode kaarten. Het spel, zo luidde de conclusie, is sinds de hervatting van de competities na de coronacrisis verder verruwd. Waar het aantal gestaakte wedstrijden door „wanordelijkheden zoals vechtpartijen of ernstig verbaal wangedrag” in de seizoenen vóór de coronajaren, tussen de 1.200 en 1.400 per jaar lag, waren dat er in het seizoen 2023-2024 ruim 1.800. Ook het aantal rode kaarten en ‘zware tuchtzaken’ was vorig jaar opgelopen. Wekelijks worden er zo’n 30.000 wedstrijden gespeeld.

Met de scherpere handhaving op commentaar op de wedstrijdleiding hoopt de KNVB minder (verbale) agressie tegen scheidsrechters te bereiken.

Volgens Michael ter Riet, hoofd arbitrage amateurvoetbal bij de KNVB, klopt de indruk die Nico Baars in zijn regio al signaleerde. „Ook ik heb echt een goede indruk”, zegt hij in een telefonische reactie. Hij baseert dat op enkele themabijeenkomsten met scheidsrechters in de afgelopen maanden en regulier overleg met belangenvereniging COVS. Ter Riet: „Ik heb nog geen concrete cijfers over incidenten of stakingen, maar op deze manier hebben we de mening van zeker duizend scheidsrechters uit het hele land kunnen polsen.” Doorgaans, zegt hij, zijn scheidsrechters kritisch op vernieuwing van de regels, „maar op de vraag of de aanscherping van deze bestaande regel goed bevalt reageert men unaniem positief.”

Aan het eind van het seizoen komt de KNVB met nieuwe cijfers over wedstrijdincidenten. Ter Riet verwacht overigens niet dat het aantal stakingen per se zal dalen. „We hebben verenigingen en scheidsrechters immers gevraagd om ook op dat punt scherper te handhaven en bij incidenten wedstrijden eerder stil te leggen.”

Verschil tussen A- en B-categorie

Amateurscheidsrechter Menno Bruning uit de regio Leiden – die al jaren wedstrijden fluit op zowel A- als B-niveau – heeft een wisselend beeld van het effect van de aangescherpte ‘gele kaart-maatregel’. Hij ziet allereerst een groot verschil tussen wedstrijden op het hoogste niveau en de lagere teams uit de B-categorie. Teams uit de A-categorie nemen de maatregel serieus omdat zij geen schorsingen willen riskeren voor latere wedstrijden. „Ik vermoed dat de positieve signalen bij de KNVB vooral daarvandaan komen.”

Bij ‘gewone amateurs’ op B-niveau is de gedragsverandering in zijn ogen minder. Bij deze competities kan een gele kaart niet leiden tot een schorsing, maar is beperkt tot tien minuten verbanning naar de kant. Bruning: „Dat schrikt niet echt af, merk ik. Daarna gaat het gezeur vaak gewoon verder.”

Ook, ziet Bruning, zijn verenigingsscheidsrechters terughoudend met het sneller trekken van een gele kaart aan een speler van de bezoekende club. „Je krijgt al snel het verwijt een thuisfluiter te zijn, omdat het tijdelijk wegsturen van een speler de wedstrijd wel direct kan beïnvloeden.”

Aan het begin van het seizoen, zegt Bruning, leken de meeste teams en begeleiders nog wel onder de indruk van de scherpere handhaving en werden scheidsrechters met meer respect behandeld. Maar volgens Bruning lijkt „de nieuwigheid en het doel van de sanctie er inmiddels wel weer van af.”


Na een knuffel met Brobbey verliest Sparta-trainer Steijn van zijn oude club Ajax

Als Brian Brobbey even voor de aftrap Sparta-trainer Maurice Steijn spot bij de dug-out, loopt de spits van Ajax zonder aarzeling naar hem toe. Stevig slaat hij zijn arm om zijn oud-trainer, die moet lachen om het onderonsje dat volgt. Niet veel later weet ook Jorrel Hato, klaar met de warming-up, Steijn met een vluchtige handdruk te vinden.

Bij de spelers van Ajax met wie Steijn samenwerkte zit een jaar later ogenschijnlijk geen oud zeer meer uit de donkere herfst van 2023. Zowel op als naast het veld was het die periode een zooitje bij de Amsterdammers. Een historisch slechte seizoensstart, met een zeventiende plek na elf wedstrijden, kostte de die zomer van Sparta overgekomen Steijn zijn baan. Op 23 oktober 2023 werd hij ontslagen – een week later stond Ajax zelfs laatste in de Eredivisie.

Geen revanchegevoelens

Anders zijn de gevoelens bij de supporters van Ajax, die het spel onder Steijn nog niet zijn vergeten. Na de gouden jaren onder Erik ten Hag was Ajax vorig seizoen het lachertje van de competitie. Op het Kasteel in Rotterdam-West komt de wrok zondag even voor het einde van de wedstrijd naar boven, als Bertrand Traoré in de 87ste minuut de eindstand op 0-2 heeft bepaald. Het uitvak zet een schertsend lied in richting Steijn. „Maurice, neem je rotzooi mee”, klinkt het. Steijn hoort het, maar reageert niet. „Het hoort erbij”, zal hij na afloop zeggen.

Zelf was de Sparta-trainer in aanloop naar het duel met Ajax opvallend mild over het weerzien. Elke interviewer die ernaar vroeg, kreeg hetzelfde antwoord te horen. „Ik ben geen haatdragende man”, zei hij, „revanchegevoelens koester ik niet”. Liever focuste hij zich op de belangen van Sparta, dat onderin de Eredivisie bungelt en al drie maanden niet meer wist te winnen.

Begin oktober keerde Steijn terug bij de club, als opvolger van zijn oud-assistent Jeroen Rijsdijk. In Rotterdam is de hoop dat Steijn zijn kunststukje uit zijn eerste periode weet te herhalen. Met hem behaalde Sparta in 2022-2023 een knappe zesde plaats, waarna FC Twente in de play-offs om Europees voetbal net te sterk was.

Maar tot nu toe gaat het nog niet zoals gepland. Onder Steijn verloor Sparta vijfmaal en verspeelde het vorige week in de laatste minuut de overwinning tegen NEC. Woensdag was Go Ahead Eagles in de beker na 120 minuten voetbal in de strafschoppenserie te sterk. Toch putte Steijn naar eigen zeggen vertrouwen uit die wedstrijden, waarin Sparta „veel strijdlust toonde”.

Farioli grijpt gefrustreerd in

Tegen Ajax, de nummer twee van de Eredivisie, houdt Sparta lange tijd gemakkelijk stand. De Amsterdammers lijden veel balverlies, waarbij Wout Weghorst en Remko Pasveer in de eerste helft vaak de bal inleveren. Liefst veertien keer stuitert de bal van de voet van de spits, of ziet de doelman zich onder druk genoodzaakt de bal ver van zijn doel te trappen. Coach Francesco Farioli staat gefrustreerd langs de lijn.

In de rust grijpt de Italiaan in. Hij stapt af van zijn geïmproviseerde 5-3-2-formatie zonder buitenspelers en brengt Mika Godts en Bertrand Traoré in. Het brengt niet meteen de gewenste verandering: Sparta komt zelfs dicht bij een doelpunt, een schot van Joshua Kitolano gaat maar net naast het doel van Pasveer.

Uiteindelijk heeft Ajax een penalty nodig om op voorsprong te komen. Verdediger Saïd Bakari raakt geblesseerd terwijl hij Kenneth Taylor neerhaalt in het strafschopgebied, waarna diezelfde Taylor in de 74ste minuut 0-1 maakt. Een paar minuten voor tijd plaatst Traoré een voor de voeten van Brobbey weggetikte bal met links in de hoek. Geen revanche voor Steijn, geen punten voor Sparta, dat als zestiende op de ranglijst de winterstop in gaat.

„Ik had wel het gevoel dat er meer in had gezeten”, zei Steijn na afloop. Hij had opnieuw „perspectief” in het spel van zijn ploeg gezien. Waar Farioli constateerde dat Ajax vaker ploegen treft die een uur lang blijven rennen tegen Ajax en vervolgens ‘op’ raken, vond Steijn dat dat Sparta niet had opgebroken. „Het is een moment van onoplettendheid waardoor er een penalty ontstaat.”

‘Warme omhelzing’

Ondanks de tegenvallende reeks resultaten is het volgens Steijn geen crisis bij Sparta. Bij zijn eerste periode in Rotterdam, in april 2022, stond de club met nog vier wedstrijden te gaan laatste. Uiteindelijk speelde Sparta zich veilig, mede dankzij Steijn. „Nu zijn er gelukkig meer wedstrijden te gaan”, zo zegt Steijn na de wedstrijd in de persruimte. „Maar er moeten wel punten gepakt worden. Dat doen de ploegen die rondom je staan ook.”

Aan het weerzien met Ajax houdt hij, afgezien van het resultaat, een goed gevoel over. „Dat je een warme omhelzing krijgt van spelers en stafleden betekent dat je op menselijk vlak een goede indruk hebt achtergelaten.” Van zijn periode bij Ajax heeft hij „lessen” meegenomen naar Sparta, bijvoorbeeld over de invulling van zijn staf, al wil hij niet ingaan op de vraag hoe hij het trainerschap nu anders invult. „Dat is iets interns”.

Op dat moment loopt Ajax-middenvelder Taylor langs, op weg naar de spelersbus. Hij draait zich nog even om naar Steijn en steekt zijn hand in de lucht. „Dag trainer”, zegt hij. „Dag Kenneth”, roept de coach terug.


Het vrouwelijke sporthart? We weten er bar weinig van

De geheimen van het sporthart: ik schreef er vier jaar geleden een stuk over met collega Enzo van Steenbergen. In relatief korte tijd waren meerdere bekende sporters getroffen door een acuut hartprobleem, soms met de tv-kijker als getuige. Een deel werd direct goed behandeld, maar een aantal sporters overleed ter plekke of liep blijvende hersenschade op.

Destijds had ik nog geen verhoogde interesse voor ontwikkelingen in de vrouwensport, dus stond ik er geen moment bij stil dat er niet één vrouw zat tussen de voorbeelden die we noemden: voetballers Daley Blind, Miklós Fehér, Michael Jansen, Marc-Vivien Foé, Abdelhak Nouri en Antonio Puerta. Wielrenners Michael Goolaerts en Daan Myngheer. Zwemmer Dale Oen. Basketballer Michael Ojo.

De van oorsprong Noorse cardioloog Harald Jorstad vertelde ons dat hij sinds 2019 met tweehonderd Nederlandse topsporters aan een uitgebreid hartonderzoek werkt: inspanningstesten, een hartecho, een mri-scan en cholesterol-prikken om aangeboren afwijkingen in de vetstofwisseling op te sporen. Ook sloeg hij bloed op in vriezers om genetische kaarten te maken van potentiële ziekteverwekkers.

Jorstad is in dienst van het Amsterdam UMC, maar werkt ook samen met nationaal sportcentrum Papendal en sportkoepel NOC-NSF. Zijn doel was om alle ruim achthonderd sporters met een topsportstatus „door de molen te halen”. Zo hoopte hij te voorkomen wat de Noorse zwemmer Dale Oen in 2012 overkwam. Die overleed tijdens een trainingskamp aan de gevolgen van een hartinfarct, veroorzaakt door een verstopte kransslagader. Tijdens hartcontroles was dat niet naar boven gekomen.

Mijn collega en ik hebben Jorstad destijds niet gevraagd of er verschillen zijn tussen de harten van mannelijke en vrouwelijke proefpersonen. En zo ja: of dat consequenties heeft bij fysieke inspanning. Heel eerlijk? Het kwam niet in me op. Pas een paar jaar later ontdekte ik dat het mannenlichaam in wetenschappelijk sportonderzoek de norm is, en dat dat kwalijke gevolgen voor vrouwen kan hebben. Ik schreef er een stuk over met als kop: ‘Vrouwelijke sporters zijn geen kleine mannen, dus is meer wetenschappelijk onderzoek nodig’.

Per toeval stuitte ik onlangs via de website van de Hartstichting op het verhaal van voormalig baanwielrenster Shanne Braspennincx. Ze vertelde dat ze zich in 2015 plaatste voor de finale van een toernooi in de VS, die later die dag verreden zou worden. Haar geluk was dat de regen tot afgelasting leidde, want ze voelde zich in de loop van de dag steeds slechter en kreeg ’s nachts „een raar gevoel” in haar linkerarm. In het ziekenhuis hoorde ze dat ze een hartinfarct had gehad. Haar kransslagader zat voor 99 procent dicht. Oorzaak: een fors verhoogd cholesterol.

Tijdens het lezen van haar verhaal moest ik denken aan het rijtje mannelijke topsporters dat mijn collega en ik hadden opgesteld. Waarom kon ik geen rijtje vrouwelijke topsporters bedenken? Betekende het dat sportvrouwen minder hartproblemen hebben? Dat ze die wel hebben, maar dat dat minder bekend is, omdat sportvrouwen minder in de schijnwerpers staan dan sportmannen? Is er specifiek onderzoek gedaan naar het vrouwelijke sporthart?

Ik zocht contact met Jorstad, om de vragen te stellen die ik destijds niet had gesteld. Maar voor ik dat deed belde ik met Braspennincx, die zes jaar na haar hartaanval olympisch goud won op de keirin in Tokio. En die, vertelde ze, behandeld wordt door Jorstad. Ze zei dat hij haar als „een unieke casus” beschouwt. En dat sportkoepel NOC-NSF het cardiobeleid heeft aangescherpt naar aanleiding van haar revalidatietraject. „Twintig jaar geleden zou een topsporter achter de geraniums zijn gaan zitten na een hartaanval. Nu is het advies: blijf bewegen. Ik voel me beter dan vóór mijn hartaanval.”

Sportmannen krijgen veel meer aandacht dan sportvrouwen, vindt ook Braspennincx. Bij lichamelijke klachten gaan artsen en wetenschappers er nog te vaak vanuit dat vrouwen kleine mannen zijn. „Terwijl onze klachten verschillen. Ik heb uren met mijn hartaanval rondgelopen. Komt dat doordat ik als vrouw – gewend aan ongesteldheidsklachten – een hogere pijngrens heb? Geen idee. Maar feit is dat beide geslachten recht hebben op een adequate behandeling. Het lijkt me verstandig dat er wordt bijgestuurd.”

Dat bijsturen is van heel recente datum, geeft Jorstad toe. „We beginnen er nu pas achter te komen hoe de harten van vrouwen zich aan lichamelijke inspanning aanpassen vergeleken met die van mannen.” Uit vorig jaar gepubliceerd onderzoek in drie Europese landen, waaronder Nederland, blijkt dat mannen negen keer zo veel kans hebben om te overlijden aan een hartstilstand bij sportbeoefening dan vrouwen. „Een gigantisch verschil”, zegt Jorstad.

Zijn vermoeden is dat mannen kwetsbaarder zijn voor „sommige zaken” dan vrouwen. Of dat vrouwen mínder kwetsbaar zijn voor sommige zaken dan mannen – het is maar hoe je het bekijkt. Over de oorzaak daarvan blijft het gissen, zegt Jorstad. Heeft het te maken met oestrogenen, de vrouwelijke hormonen? Wordt het hart van mannen meer belast omdat hun skeletspieren groter en sterker zijn? Doordat hun kransslagaders sneller dichtslibben? „Zeker weten doen we het niet.”

Aan Jorstads baanbrekende onderzoek met de Nederlandse topsporters doen inmiddels zevenhonderd olympiërs en paralympiërs mee, van wie bijna de helft vrouw. Zijn team onderzoekt hoe het doorsnee hart van een vrouwelijke topsporter eruit ziet, zodat hartproblemen voor deze groep beter kunnen worden opgespoord, en zodat iets niet onterecht als ‘afwijkend’ wordt bestempeld, omdat het afwijkt van de norm: een mannenhart. De eerste bevindingen worden over een paar maanden verwacht.

Aan zijn onderzoek doen meerdere vrouwelijke topsporters mee met „behoorlijke afwijkingen en hartziekten”, zegt Jorstad, als ik vertel dat het mij niet lukt een namenlijst van sportvrouwen met hartklachten samen te stellen. Ze bestaan dus wel, maar willen daar geen ruchtbaarheid aan geven. „Dat is hun goed recht.”


Bij Drop Shot zien ze hoe het Nederlandse badminton de laatste tien jaar steeds verder aftakelt

In de Nederlandse badmintonwereld is men liever niet openlijk kritisch, stelt Robert Hoogland, voorzitter van de oudste badmintonclub Drop Shot, opgericht in 1947. Zelf heeft de Hagenaar daar minder moeite mee. Hij vindt het stopzetten van de NOC-NSF-subsidie voor badminton een logisch gevolg van het „voortmodderende” beleid van de badmintonbond. „Potentiële olympische kandidaten zijn er amper, het Eredivisie-niveau daalt elk jaar. De bond ontwikkelt plannen en zet kerngroepen in, maar handelt er niet naar”, aldus Hoogland.

NOC-NSF verwacht dat Nederlandse badmintonners tijdens de komende twee Olympische Spelen in Los Angeles (2028) en Brisbane (2032) geen kans maken op een medaille. Daarbij moet de sportkoepel rekening houden met minder overheidsgeld door kabinetsbezuinigingen. Om die redenen gaf NOS-NSF afgelopen mei aan de badmintonbond het advies om maar geen begrotingsplan in te dienen voor de komende vier jaar.

Het negatief advies kwam als een „donderslag bij heldere hemel”, vertellen twee bestuurders van de badmintonbond in de podcast Badminton Inside. Ze hadden daarvoor naar eigen zeggen geen alarmerende signalen opgevangen. Ondanks het advies, besluit de bond om flink te lobbyen en wél een plan in te dienen.

Alle inspanningen ten spijt, laat NOS-NSF eind november weten dat de subsidiëring inderdaad stopt. Geen subsidie „scheelt een slok op een borrel”, stelt een bestuurder in de podcast. De begroting van de bond moet van negen naar drie ton worden teruggebracht. Daardoor dient onder meer de bondscoach door de bond zelf bekostigd te worden. Naar hulp voor individuele spelers wordt nog wel gekeken.

Boos en teleurgesteld

De badmintonbond is boos op en teleurgesteld in NOC-NSF, dat een nieuwe koers vaart. Voorheen waren resultaten uit het verleden leidend. Een aanpak die voordelig was voor de badmintonbond, volgens de bondbestuurders. Weliswaar won badmintonster Mia Audina in 2004 de enige Nederlandse medaille ooit, maar Nederlandse badmintonners waren er steevast bij op de Spelen. Tegenwoordig kijkt NOC-NSF vooruit en wordt aan de hand van data bepaald welke sport kansrijk is. De badmintonbond betwijfelt of nu al te voorspellen valt hoe spelers in 2032 gaan presteren.

Drop Shot-voorzitter Hoogland vindt dat de Nederlandse badmintonwereld sinds tien jaar financieel aftakelt. Tussen 2010 en 2022 daalde het aantal bondsleden van circa 59.000 naar 36.000. Dat ziet NOC-NSF „natuurlijk” ook, aldus Hoogland. Drop Shot kon een paar spelers „charteren” maar de meeste talenten kiezen voor het buitenland, omdat daar „nog wél” geld te verdienen is met badminton. Duitsland is populair, de Franse competitie doet het goed en wie écht kwaliteit heeft, vertrekt naar Denemarken. Daarna lonkt eventueel Azië, waar succesvolle badmintonners niet rustig over straat kunnen.

Hoogland (58) staat zaterdagmiddag aan de rand van het blauwe badmintonveld in het Haagse Sportcentrum Mariahoeve, vlakbij Paleis Huis ten Bosch. Om zijn nek hangt een rood-witte promotiesjaal uit 2019, toen de club na 25 jaar terugkeerde naar de Eredivisie. De zaal is nog leeg, maar anderhalf uur later treedt Drop Shot, dat derde (van de acht) staat op de ranglijst, aan tegen koploper Almere.

Geïmproviseerde VIP-tafel

De wedstrijdlocatie moet uitstralen dat er badminton op het hoogste nationale niveau wordt gespeeld, vindt Hoogland. Daarom proberen vrijwilligers een eredivisiewaardige ambiance te creëren in de afgehuurde sporthal. Om het speelveld staan reclameborden, er is een geïmproviseerde vip-tafel voor de hoofdsponsor en er knalt opzwepende muziek uit de geluidsinstallatie. Over het wedstrijddecor van sommige andere eredivisieclubs is hij minder te spreken. „Man, te sneu, ik zou er nooit een relatie mee naartoe nemen.”

Wie een kampioensteam wil smeden in Nederland, stelt de voorzitter, heeft aan 55.000 euro per jaar genoeg. Meer dan is begroot voor zíjn eerste team. Helaas weten zakenlui de weg naar het badmintonveld moeilijk te vinden in vergelijking met het voetbal, stelt Hoogland. Momenteel houden drie mkb’ers de boel bij Drop Shot overeind. „Onze club is vooral populair onder mensen in loondienst, die hebben geen onderneming.”

Een uur voor de wedstrijd roept hoofdtrainer Paul de Graaf (48) – zwarte trainingsbroek, blauwe trui – de spelers van Drop Shot bij elkaar. Een jongen en een meisje uit een lager team vallen in voor twee geblesseerden. Ze maken hun debuut in de Eredivisie. De jongen komt uit China, dus wisselt de trainer Engels en Nederlands af. „Almere is erg sterk, dus het wordt moeilijk om punten te scoren,” begint de trainer. „Moedig elkaar aan, geef aanwijzingen.”

Drop Shot-voorzitter Robert Hoogland: „De bond ontwikkelt plannen en zet kerngroepen in, maar handelt er niet naar.”

Foto Simon Lenskens

Het is lastiger geworden om spelers te motiveren, legt De Graaf uit als de bespreking is afgelopen en de spelers opwarmen. De badmintonbond bepaalde voorafgaand aan het huidige seizoen dat alleen de nummer één en twee uit de Eredivisie voortaan een finale spelen aan het eind van het seizoen. De play-offs kwamen te vervallen. Een geldkwestie, stelt de trainer, waardoor alleen nog Almere en het Haarlemse Duinwijck om de titel spelen.

Drop Shot gaf elk seizoen alles om de play-offs te bereiken, zodat er eventueel gestunt kon worden tijdens de drukbezochte finale. Maar toen plek twee halverwege het seizoen uit zicht raakte, besloot het clubbestuur om minder geld te steken in goede spelers. „Normaal speelden we keihard door met alles wat we hadden, maar nu maken we keuzes op basis van geld in plaats van teamgeest, prestaties en mooi badminton”, zegt de trainer.

De beslissingen van de badmintonbond en NOC-NSF zijn mentaal lastig te verkroppen voor zijn spelers, merkt hij. Maar ook thuis speelt de kwestie. De Graafs dertienjarige zoon zit in de nationale selectie onder vijftien en had een carrièrepad naar topsporttrainingscentrum Papendal uitgestippeld. „Die krijgt nu te horen: er is géén Papendal meer voor badmintonners”, vertelt De Graaf terwijl een powerballade door de zaal schalt.

Campingsport

Ondertussen worden grote trommels binnengebracht door beide ploegen, waar hard op geslagen wordt na elk behaald punt. „Veel mensen zien badminton als iets voor op de camping”, vertelt Drop Shot-badmintonster Kelly van Buiten (22). Maar in werkelijkheid is het een „hele snelle, explosieve sport voor slimme mensen.” Het draait om tactisch vermogen, techniek, het constant afwisselen van intensieve en lichtere inspanning, stelt ze. „Bij andere sporten is het belangrijk om helemaal kapot te gaan, maar bij badminton draait het ook om een slag naar de goede hoek, met de juiste snelheid. Dat maakt badmintonnen zo mooi.”

Voor Van Buiten ging badminton „écht boven alles”, maar afgelopen zomer stapte ze toch uit de Nederlandse selectie. De student Biotechnologie wilde een tweede bachelor, Gezondheid & Maatschappij, volgen. Nu traint ze ‘s ochtends en ‘s avonds en studeert ze tussendoor. „Ik ga liever helemaal dood op de baan, dan naar de kroeg.”

Tussen 2010 en 2022 daalde het aantal leden van de badmintonbond circa 59.000 naar 36.000.

Foto Simon Lenskens

Door het besluit van NOC-NSF heeft ze het gevoel dat de sportkoepel de badmintonsport „doodtrapt”, omdat het zonder subsidie heel moeilijk is om op topniveau te trainen. Nieuw talent moet zich nu zorgen maken om het regelen van een woonplek, trainingslocaties, toernooien, krachttrainingen.

Van Buiten regelt de financiële kant van haar sport zelf, omdat ze uit een gezin van drie komt en haar vader is overleden. Na een maand met Europese toernooien valt een rekening van drieduizend euro op de mat. Dat geeft stress, zegt ze. Het helpt dat ze bijklust als trainer, sponsors heeft en het krachthonk van de Wageningse universiteit mag gebruiken. „Sommige badmintonners krijgen ouders gelukkig zo gek om van hot naar her te rijden en alle rekeningen te betalen.”

Op de houten tribune kijken twee vrouwen toe hoe Van Buitens teamgenoot Iris van Leijsen zich opwarmt. Nicole van Leijsen uit Brabant is „altijd” aanwezig bij de eredivisiewedstrijden van haar dochter. In Den Haag of bij uitwedstrijden. Het besluit van NOC-NSF komt op het bord van ouders terecht, stelt ze. „Wij betalen alles. Vliegtickets, verblijf, toernooigeld.”

Hop hop hop

Iets na zessen komen de spelers het veld op. De voorzitter stelt spelers, trainers en scheidsrechters voor aan het publiek. Op en rondom de tribune klappen zo’n zestig toeschouwers hun handen stuk. Er is een aparte baan voor de acht heren en acht vrouwen van Drop Shot en Almere. Ze komen individueel of als tweetal achter elkaar in actie.

Maar niet voordat beide teams de koppen bij elkaar hebben gestoken voor een yell. „Hop hop hop, gooooo Drop Schot”, schreeuwt de Haagse thuisploeg. De tegenstander brengt daar „Wie zijn wij? Almere! Zwart en geel Almere! Een voor allen, allen voor Almere” tegenin. Naarmate de wedstrijden vordert wordt er steeds minder op de trommel van Drop Shot geslagen. De Haagse club verliest uiteindelijk kansloos met 0-8 van Almere en zakt naar de vierde plek.


Wielrenner Van der Hoorn over de lange revalidatie na zijn hersenschudding: ‘Liever mijn sleutelbeen gebroken, of mijn heup’

Een stoeprandje in de Ronde van Vlaanderen, op zondag 2 april 2023 – daarmee begon de ellende. Taco van der Hoorn probeerde vanuit het peloton mee te komen in de vroege vlucht, zijn specialiteit. Na zo’n honderd kilometer koers wilde hij een fietspaadje naast de weg opspringen om wat ruimte te creëren voor zichzelf. „Ik bleef haken met mijn voorwiel en viel face down. Ik had een diepe snee boven mijn rechteroog, tot op m’n schedel. Ze hebben zes of zeven hechtingen moeten zetten.”

Dit alles moesten ze hem later vertellen, want Van der Hoorn kon zich er niets meer van herinneren. Hij had een hersenschudding. En eentje die hem, zo zou blijken, extreem lang aan de kant zou houden: pas in augustus 2024, anderhalf seizoen verder, maakte hij zijn rentree in het profpeloton. Daartussen zaten zestien maanden van twijfel, herstel, terugslag, wanhoop, verwarring, tobben en nieuwe hoop. Een periode waarin hij zich geregeld afvroeg of hij ooit weer wielrenner zou worden.

Een hersenschudding is een bekend fenomeen in het wielrennen: met de sleutelbeenbreuk en de gebroken heup staat hij in de top-3 van meest voorkomende kwetsuren. Meestal gaat het snel over, maar bij sommige renners verloopt het herstel tergend langzaam en onvoorspelbaar. Taco van der Hoorn was een van die pechvogels. Vanuit zijn appartement in Andorra vertelt hij via een videoverbinding over de ingewikkelde, frustrerende revalidatie die hij doorliep – en zijn uiteindelijke terugkeer in het peloton, die hij begin oktober bekroonde met zijn eerste zege in twee jaar. „Misschien ben ik ook wel te streng geweest voor mezelf.”

Taco van der Hoorn (31) geldt als een bijzonder figuur in het peloton. Niet de sterkste coureur, wel slim, eigenzinnig en vindingrijk. Zijn grote voorbeeld: de Schotse renner -Graeme Obree, die in de jaren negentig tot twee keer toe het werelduur-record wist te verbeteren op een zelfgebouwde fiets met wasmachine-onderdelen. In het appartement in Wageningen dat Van der Hoorn jarenlang bewoonde met zijn beste vriend, baanwielrenner Jan-Willem van Schip, hing een poster van hun held aan de muur.

Taco van der Hoorn liep een hersenschudding op bij een val in de Ronde van Vlaanderen in 2023.
Foto Dirk Waem

Onorthodoxe blik

Van der Hoorn, die bewegingswetenschappen studeerde,bekijkt het wielrennen met een onorthodoxe blik: altijd op zoek naar tactische slimmigheden en marginal gains om zijn kansen in de koers te vergroten. Zo plakt hij de luchtgaten van zijn fietshelm af en koerst hij standaard met de armstukken van zijn tijdrijpak, ook als het warm is. Dat maakt hem, zo berekende hij, nét die paar tienden procent aerodynamischer. Zijn verhuizing naar Andorra, twee jaar geleden, paste ook in die filosofie: in de bergen ga je met meer plezier zeven uur trainen dan op winderige Hollandse dijken.

In 2021 won Van der Hoorn, in dienst van de kleine Belgische ploeg Intermarché-Wanty, een rit in de Giro d’Italia. Een jaar later liep hij op een centimeter na een Touretappe mis. De kasseienkoersen zijn de wedstrijden waarin hij het best gedijt: vooral als ze lang, afmattend en gelijkmatig zijn. Mee met de juiste ontsnapping en dan net zo lang ‘brommeren’ tot de concurrentie is uitgeput. Daarom hoopte Van der Hoorn na zijn val in Vlaanderen toch dat hij de week erna van start zou kunnen gaan in Parijs-Roubaix. „Ik bleef een paar dagen hoop houden, tegen beter weten in. Maar op maandag of dinsdag wist ik: dit gaat helemaal niet.”

Ik kreeg last van brain fog, kon me niet meer focussen. Mijn hoofd kon geen enkele belasting aan.

Van der Hoorn nam even rust en verlegde zijn doel naar de Giro, die begin mei van start ging. „We zijn toen de grens op gaan zoeken in wat mijn hoofd aankon. Dat ging al vrij snel mis. Toen ben ik best ver teruggezakt.”

Zolang Van der Hoorn rust hield, had hij nauwelijks klachten. Maar zodra hij een inspanning deed, ook al was het een lichte, begon het: mist in zijn hoofd, concentratieproblemen, hevige hoofdpijn. „Ik kreeg last van brain fog, kon me niet meer focussen. Als ik er niet aan toegaf, werden de klachten erger. Mijn hoofd kon geen enkele belasting aan.”

Donkere kamer

Dit was niet Van der Hoorns eerste hersenschudding. In 2017 liep hij er ook al eentje op – en die kostte hem een half jaar. „Ik heb toen wekenlang in bed gelegen in een donkere kamer, met podcasts en luisterboeken. Dat werkte alleen maar averechts. Je moet volgens de laatste inzichten juist snel weer zorgen dat je hersenen prikkels krijgen. Maar misschien heb ik het deze keer toch iets te veel gepusht.”

De maanden verstreken, het seizoen 2023 trok aan hem voorbij en herstel boekte Van der Hoorn nauwelijks. De hoofdpijn, de hersenmist – het werd niet minder. In september, een half jaar na zijn val, constateerde hij dat zijn lichaam eigenlijk nog precies hetzelfde reageerde op inspanning. „Toen ging ik voor het eerst denken: word ik nog wel beter?”

Al die tijd zat hij in Andorra. Niet helemaal in zijn eentje – een paar bevriende collega-renners wonen er ook – maar wel ver weg zijn familie en vrienden. Een beetje eenzaam was dat wel, zegt Van der Hoorn. Toch was teruggaan geen optie. „Als ik even in Nederland was, zag ik mijn vrienden ook alleen in het weekend. Doordeweeks moesten ze gewoon werken, dus daar was ik ook op mezelf.”

Rond de vorige jaarwisseling bereikte hij zijn absolute dieptepunt. Er speelden een aantal zaken in zijn privéleven, hij had geen energie om leuke dingen te doen met vrienden, twijfel en onzekerheid knaagden aan hem. „Door de stress kwamen mijn hersenen eigenlijk nooit aan rust toe. In december zakte ik wéér terug.”

Was dit het moment waarop je dacht: ik ga nooit meer terugkeren als wielrenner?

„Ja, ik dacht echt dat het klaar was. Toen ben ik gaan nadenken over een toekomst buiten het wielrennen. Bijvoorbeeld als trainer. Dat gaf ook rust, op een bepaalde manier.”

Hij heeft zichzelf „veel verwijten gemaakt”, zegt Van der Hoorn. „Dan vond ik dat ik fouten maakte in het herstel. Dat konden kleine dingetjes zijn. Klom ik over een hek terwijl ik rustig aan het wandelen was in de bergen. Dat bleek dan toch een te zware inspanning, en kreeg ik weer meer hoofdpijn. Dan dacht ik bij mezelf: lul, waarom heb je dat nou weer gedaan? Ik vroeg me telkens af wat ik nou fout deed. Waarom hadden andere mensen hier niet zo lang last van en ik wel?”

Was je dan niet te hard voor jezelf? Waarschijnlijk heb je gewoon pech gehad.

„Het is ook wel hard, maar dat zit ook een beetje in me. Voor een topsporter werpt hard zijn voor ook z’n vruchten af, bijvoorbeeld bij het bereiken van trainingsdoelen. Maar in zo’n revalidatieproces werkt het misschien wel averechts.”

Taco van den Hoorn (links) in de Ronde van Guangxi, oktober 2024.
Foto Cor Vos

Kermiskoers in Vlaanderen

Die zwarte dagen rond de jaarwisseling bleken uiteindelijk het begin van de weg omhoog. Van der Hoorn besloot met zijn fysiotherapeut een nieuw plan te maken om zijn klachtenpatroon te doorbreken. Stapje voor stapje de belasting weer opbouwen. „Eerst op de stadsfiets, ’s ochtends en ’s middags twintig minuten. Hier in de vallei, op en neer naar een koffietentje, want bergop was nog een te zware inspanning. Tussendoor twee keer slapen. En dan iedere week tien procent erbij.”

Langzaam, in het begin haast onmerkbaar, trad er verbetering op. Toen hij twee keer drie kwartier per dag aankon – we zitten in april 2024, een jaar na zijn val – begon Van der Hoorn er weer in te geloven. „Ik merkte dat ik weer controle kreeg over m’n klachten. Dat ik elke week iets meer kon doen. En toen ging het ineens heel snel, liep het exponen-tieel op. Kon ik weer zeven uur per dag op de fiets zitten.”

In juli was hij terug op zijn gebruikelijke – en tamelijk hoge – gemiddelde van 30 à 35 uur trainen per week. „Een tijdje was ik nog bang: gaat het wel écht lukken? Dus heb ik nog best lang gewacht met de buitenwereld te vertellen dat ik hersteld was.”

Op 13 augustus maakte hij voor het eerst sinds de Ronde van Vlaanderen zijn opwachting in het peloton. Oké, het was een kermiskoers in Vlaanderen, maar wat deerde dat? Hij was terug. „De eerste tien minuten was even wennen, maar daarna ging het eigenlijk weer als vanouds.” Daarna reed Van der Hoorn de ene wedstrijd na de andere. Hij wilde nog zo veel mogelijk koersen in wat resteerde van het seizoen. Bewijzen dat hij het nog steeds kon, want aan het einde van dit jaar liep zijn contract af.

Weg uit een kopgroep van vijf

De ultieme bevestiging volgde op 2 oktober. Van der Hoorn ging van start in de Elfstedenrace, een 200 kilometer lange koers in Friesland met een sterke bezetting. Het woei hard die dag, er ontstonden waaiers. Steeds meer renners moesten lossen, maar Van der Hoorn zat de hele dag vooraan. In de laatste kilometers reed hij weg uit een kopgroep van vijf en kwam solo over de finish in Leeuwarden – zijn eerste profzege in meer dan twee jaar.

„Mijn moeder stond aan de finish, die kon ik meteen een knuffel geven”, zegt Van der Hoorn. „Daarna ontplofte mijn telefoon met berichtjes.” Zijn beste vriend Jan-Willem van Schip zat op de fiets voor een trainingsrit toen hij nieuws van Van der Hoorns zege zag. „Die werd helemaal gek, stuurde me allemaal audioberichtjes.”

Inmiddels heeft Van der Hoorn een nieuw contract van twee jaar getekend bij Intermarché, zo werd deze week bekend. Hij is druk bezig met de planning van het komende seizoen. Dat zal voor hem al in januari beginnen, met de Tour Down Under in Australië. Daarna gaat hij in één keer door naar Colombia, voor een trainingskamp van drieënhalve week. „En vóór Down Under ga ik naar Nieuw-Zeeland, een trektocht maken met bagage. In m’n eentje. Kan ik 30 tot 35 uur trainen, maar op een iets relaxtere manier.”

Het was een tip die hij ooit meekreeg van zijn voormalige buurvrouw in Wageningen, oud-profrenster Annemiek van Vleuten. „Als je al wat langer in het fietsen zit en toch veel wil kunnen trainen, moet je het voor jezelf een beetje leuk maken. Dan zit je nog steeds met plezier elke dag zeven uur op de fiets.”

Waar Van der Hoorn nog allemaal van droomt nu hij terug is? Een Touretappe natuurlijk, zeker na die nipte bijna-zege 2022. Of een mooie semi-klassieker. Maar bovenaan zijn lijstje staat een „dikke uitslag” in Parijs-Roubaix, voor hem de belangrijkste koers van het jaar. „Als ik daar elke keer met de perfecte voorbereiding en het perfectie materiaal van start ga, moet het één keer mogelijk zijn om top-5 te rijden.”