‘Travis, hoe voel je je?” vraagt Jason Kelce aan zijn jongere broer. Het is eind januari, het weekend ervoor hebben de Philadelphia Eagles en Kansas City Chiefs – het team van Travis Kelce – zich geplaatst voor de Super Bowl, de finale van het American Footballseizoen. De broertjes Kelce praten met elkaar via een videoverbinding voor de opname van hun podcast New Heights.
„Ik voel me goed man, het leven is fantastisch,” zegt Travis Kelce. Lachend probeert hij de juiste woorden te vinden. „Ik heb vaak een gebroken hart gehad, en er waren een hele hoop momenten dat het leven niet zo mooi was, maar op dit moment geniet ik gewoon van deze droom.”
Deze zondag kan Travis Kelce geschiedenis schrijven in het Caesars Superdome in New Orleans: als de Kansas City Chiefs daar voor de derde keer op rij de Super Bowl winnen, zijn ze het eerste team in de American Footballcompetitie NFL dat dat lukt. Kelce is een van de belangrijkste spelers van de ploeg en wordt gezien als een van de beste spelers ooit op zijn positie; die van tight end, een aanvallende speler die punten moet scoren, maar ook verdedigend werk moet kunnen opknappen.
Toch is de 35-jarige Kelce bij meer mensen bekend als iemand anders: de vriend van popster Taylor Swift. In de VS is hij samen met zijn broer Jason een beroemdheid; ze speelden met hun teams tegen elkaar in de Super Bowl van 2023 – voor het eerst dat twee broers elkaar treffen in de finale van de NFL. Hun podcast New Heights heeft 2,5 miljoen abonnees. In 2024 tekenen de broers een deal van 100 miljoen dollar met Amazon. Jason wordt uitgeroepen tot ‘People’s Sexiest Man van 2023’. Travis Kelce trad de afgelopen jaren op in programma’s als Saturday Night Live en The Tonight Show.
Sportheld en cultureel fenomeen, het ‘vriendje van’ en de beste ooit, Travis Kelce is het allemaal. Maar het ging hem lang niet altijd voor de wind in zijn leven. Wie is Travis Kelce?
Trainen in de achtertuin
Travis Michael Kelce (1989) groeit op met zijn twee jaar oudere broer Jason en ouders Donna en Ed in Cleveland Heights, Ohio. Zijn vader werkt als salesvertegenwoordiger in de staalindustrie, zijn moeder als bankier. Sport staat centraal tijdens de jeugd van de gebroeders Kelce. Op de middelbare school spelen ze American football, honkbal, lacrosse en basketbal. De achtertuin wordt omgedoopt tot het ‘Kelce Sportcomplex’, waar de broers trainen met én tegen elkaar. „Als kind betekende het alles voor me om Jason in iets te kunnen verslaan,” vertelt Travis in de documentaire Kelce, die in 2023 uitkwam.
Ouders Donna en Ed doen alles om de kinderen hun passie na te jagen; ze blijven er zelfs voor bij elkaar, zo blijkt later. Ze scheiden nadat Travis en Jason zijn afgestudeerd. „Als we uit elkaar waren gegaan, was het een logistieke nachtmerrie geworden om de kinderen te krijgen waar ze moesten zijn,” zegt Ed in de documentaire.
Voor Jeffrey Rotsky, zijn coach op de middelbare school, is het al meteen duidelijk dat ‘Trav’ bijzonder is. „Vanaf het moment dat ik hem ontmoette, dacht ik: wow”, vertelt hij telefonisch. „Hij is de enige atleet die ik ooit heb gehad”, zegt Rotsky aan de telefoon, waarna hij een lijst met namen opnoemt van spelers die ook de NFL gehaald hebben, „die op het hoogste niveau football én basketbal én honkbal had kunnen spelen.” Travis is extreem competitief, maar moet leren hoe hij met zijn talent en passie zijn team meetrekt, in plaats van boos of gefrustreerd te worden als iets niet lukte, vertelt Rotsky.
Jason Kelce (in het groen) met zijn jongere broer Travis . Foto Cooper Neill / Getty Images
Na zijn middelbare schooltijd krijgt Kelce een sportbeurs bij de Universiteit van Cincinnati, waar zijn broer Jason dan al studeert. Maar na een gewonnen wedstrijd in New Orleans test Kelce in 2010 positief op het gebruik van marihuana. Hij verliest zijn beurs en wordt uit het footballteam gezet. Een toekomst als profspeler lijkt ver weg.
Kelce heeft het geluk dat zijn broer in de buurt is. Jason zorgt dat Travis bij hem intrekt. Kelce werkt het jaar dat volgt in de bouw en bij een callcenter om zijn collegegeld te kunnen betalen. „Jason is de grote broer waar Travis tegen opkijkt,” zegt coach Butch Jones, die Kelce destijds uit het team zette. „Hij is degene die ervoor heeft gezorgd dat Travis het heeft gered.”
Sprintjes over de Seine
Het is ook Jason Kelce die er met een telefoontje naar coach Jones voor zorgt dat zijn broertje kan terugkeren in het American footballteam van de universiteit. Jones stelt strenge voorwaarden: Travis moet goede cijfers halen en mag geen enkele les missen. Ook krijgt hij een nieuwe positie: hij is niet langer quarterback, de spelmaker van het team die de bal gooit, maar een tight end, een speler die de bal vangt en verdedigend werk verricht.
Zich bewust van zijn tweede kans, werkt Kelce hard aan zijn cijfers. „Ik heb nog nooit iemand zo zien veranderen als Travis,” zegt Jones. „Die verandering kwam echt van binnen, want het zat altijd al in hem. Hij is erg flamboyant, houdt ervan om een good time te hebben, maar hij ging om met de verkeerde mensen.”
Door zich sterk vast te bijten in zijn nieuwe rol, ontwikkelt Kelce zich stormachtig als tight end. Jones herinnert zich de dag dat hij ex-militairen uitnodigde om zijn spelers te trainen in leiderschap. „Na achttien uur kwam het hoofd van de organisatie naar me toe: ‘Je gaat dit niet leuk vinden om te horen, maar de leider van het team is Travis Kelce.’” Met zijn doorzettingsvermogen en hardheid ontwikkelt Kelce zich tot een van de beste universiteitsspelers, mede dankzij zijn grootte (1,96 meter lang, 113 kilo), snelheid en spelinzicht.
Kelce speelt met rugnummer 87, het geboortejaar van zijn broer Jason. Foto Perry Knotts/Getty Images
In 2013 selecteren de Kansas City Chiefs hem voor een profcontract, opnieuw na een goed woordje van zijn broer Jason, die toen ook in de NFL speelde. Maar in zijn eerste profseizoen speelt Kelce nauwelijks door een knieblessure. Ook daarna gaat het moeizaam; een gebrek aan discipline, geeft Kelce later zelf toe.
Pas na een hoop een-op-eengesprekken met coach Andy Reid hervindt Kelce zijn focus op de sport. En als de Chiefs een paar jaar later quarterback Patrick Mahomes selecteren, wordt een berucht duo geboren. Kelce en Mahomes vormden al snel een band die als ‘telepathisch’ wordt beschreven. Mahomes door zijn gave om het veld te scannen en bijna perfect te gooien, Travis door de ruimte op te zoeken en de bal te vangen. In december verbreekt Kelce het record van meeste receiving touchdowns voor de Chiefs.
De tandem Kelce-Mahomes stuwt de Chiefs in 2019 voor het eerst naar de overwinning in de Super Bowl. Kampioenschappen in 2023 en 2024 volgen. Toewijding en discipline zijn intussen de eigenschappen geworden waarmee Kelce zich onderscheidt; bij een bezoek aan de Fashion Week in Parijs in 2019 trekt hij na het zien van modeshows midden in de nacht nog sprintjes over de bruggen over de Seine om fit te blijven.
Kelce wil altijd winnen. Bij de Super Bowl beukt hij zijn coach Andy Reid bijna omver als hij niet wordt opgesteld. Reid kan het wel waarderen, zegt hij tegenover ESPN na de – uiteindelijk gewonnen – finale. . „Hij wil gewoon helpen zijn team te winnen.”
Voicemail
Hoewel er een uitgekiende marketingmachine rond Kelce is opgetuigd, blijft het zijn eigen verdienste dat hij zoveel mensen aanspreekt. Het innerlijke kind mag dan getemd zijn, maar de speelsheid zit in hem, zegt coach Butch Jones. Kelces vrolijke karakter en loyaliteit maakt ook dat coach Rotsky hem als een zoon beschrijft. Hij vertelt dat toen zijn vader overleed, Kelce als eerste oud-speler op de stoep stond. De mensen die Kelce om zich heen heeft verzameld, kent hij al jaren; zijn managers van de universiteit, zijn persoonlijke chef is een vriend van de basisschool. Op video’s van zijn podcasts draagt hij petten van het merk Homebred, opgezet door jeugdvriend Aric Jones.
Op zijn telefoon heeft Kelce nog steeds een voicemail van coach Jones staan, stammend uit zijn tijd op de universiteit van Cincinnati. „Daarin zei ik dat hij twee uur had om in mijn kantoor te verschijnen, anders was ik er klaar mee,” zegt Jones. Volgens hem luistert Kelce er voor wedstrijden naar, om zichzelf eraan te herinneren van hoe ver hij is gekomen.
Het was een goede week voor vrouwen in de sport. De rechtszaak tegen Luis Rubiales, de oud-voorzitter van de Spaanse voetbalbond, is begonnen. Hij moet zich voor het hooggerechtshof verantwoorden voor de kus die hij Jennifer Hermoso, een van de sterspeelsters van Spanje, ongewenst op haar mond duwde toen ze wereldkampioen was geworden met haar team. Het heeft heel veel moeite gekost om ervoor te zorgen dat Rubiales daar niet mee weg zou komen – en hij komt er niet mee weg. Uitstekend.
Waar maakt Hermoso zich druk om, wordt nog steeds geroepen. Een kus. Een doodsimpele kus op een moment van grote vreugde, en daar stond Spanje wekenlang voor in de fik. Daar wordt nu een rechtszaak van negen dagen aan gewijd, en er wordt zelfs een celstraf van tweeënhalf jaar wegens aanranding geëist. Om een kus. Laat die arme Rubiales met rust. Die man is al genoeg gestraft.
Ik keek naar de Netflix-documentaire #SeAcabó (“#HetIsKlaar” – bindende kijktip), waarin het hele verhaal van het Spaanse vrouwenelftal uit de doeken wordt gedaan, en ging steeds meer het tegenovergestelde denken. Laat Rubiales met pek en veren door de straten van Madrid marcheren. En niet alleen hij. Ook zijn kompanen bij de voetbalbond. En vooral zijn maat, de ex-bondscoach Jorge Vilda, die zijn speelsters behandelde alsof ze zijn eigendom waren. Ze moesten hem vertellen met wie ze afspraken, hij controleerde hun tassen, en kwam ’s avonds laat naar hotelkamers als speelsters al in bed lagen.
Tegelijkertijd waren de meest basale trainings- en leefomstandigheden niet voor elkaar voor de vrouwen (en wel voor de mannen) en was er geen visie. Daarbij lukte het Spanje nooit verder te komen dan de eerste ronde van een groot toernooi, terwijl het elftal toch bestond uit speelsters van absolute wereldklasse.
Toen de vrouwen zelf, in aanloop naar het WK van 2023, beleefd vroegen om verbetering van een paar minimale zaken, werd Rubiales woedend. Hij duldde geen kritiek van de vrouwen, en lanceerde een mediacampagne vol leugens tegen de „zeurende kleine meisjes”, met alle ad hominems aan het adres van de speelsters in het bijzonder en vrouwen in het algemeen van dien. Een misselijkmakend verhaal van machtsmisbruik van de bovenste plank, om de vrouwen het zwijgen op te leggen.
Ze lieten zich niet het zwijgen op leggen. Ze wonnen ondanks alle tegenwerking van Rubiales het WK. Maar wie eigende zich de overwinning toe, met plotselinge peptalks („wie heeft hier de grootste eierstokken?”) aan vrouwen om wie hij zich nooit bekommerde, met een wereldwijd uitgezonden graai in zijn eigen kruis en een gedwongen kus op de mond van Hermoso? Juist. Rubiales. Door hem, de fantastische voorzitter, door zijn daadkracht en visie, en door zijn investeringen in het Spaanse vrouwenvoetbal was dit gelukt.
De kus was niet het begin, maar het midden van een oerlelijke geschiedenis. De kus gaat niet om twee paar lippen op elkaar, maar om macht. En om misbruik daarvan. Ze waren er klaar mee, de Spaanse vrouwen, en ze zijn opgestaan, om niet meer te gaan zitten. Het beheerste wekenlang het wereldnieuws. Ik hoop vurig dat de voetbalsters door een pittige uitspraak van de rechter nog eens de wereld over gaan. Omdat er in deze tijd van Trump en zijn vreselijke decreten ook plekken zijn waar vrouwen wél gehoord en gezien worden. Waar hun rechten niet ingeperkt worden, maar waar hun stem luider dan ooit klinken mag.
Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.
Het niveau van de legendarische kampioenenkweker Arie Lagendijk, daar kan trainer Thomas Duivenvoorden wel aan tippen. Zegt Gert Verdoes, type cultuurdrager en onder meer krijtlijnentrekker bij de Katwijkse amateurclub Quick Boys. „Natuurlijk, dat was een andere tijd.” Geen videoanalyse toen, „Arie had alles in zijn hoofd.” Dat de vergelijking alleen al gemaakt wordt hier in de commissiekamer op sportpark Nieuw Zuid, fraai gelegen in de duinen van Katwijk aan Zee, zegt wel wat.
In zijn tweede seizoen heeft Duivenvoorden Quick Boys andermaal tot voorbij de jaarwisseling gebracht in de KNVB-beker. Weer wacht AZ, weer in Alkmaar. Nu in de kwartfinale, donderdagavond. Vorig seizoen, in de achtste finale, was een sensatie een strafschoppenserie verwijderd. „D’r waren momenten”, zegt Verdoes, „dan speelde je AZ echt weg.” Het werd 3-3. „Wij voetbalden ons zo onder die druk uit”, zegt Jan Guijt, de stadionspeaker. „Dat is toch die hand van de trainer.”
Buiten heeft het eerste van Quick Boys zojuist tactisch getraind. Dat begint met wat ze hier de ‘tactische wandeling’ noemen. Duivenoorden doceert zijn selectie over drukzetten van de tegenstander en opbouwen. De bal rolt amper. Het is 9 januari, er staat een striemende wind en de spelers rennen niet. Duivenvoorden heeft het over tegenstander De Treffers. „Heel belangrijk element: is het een pressieploeg, ja of nee?” En dan prent hij zijn jongens in wat er in de opbouw moet gebeuren.
Thomas Duivenvoorden na de zege op sc Heerenveen in de achtste finales van de KNVB-beker. Foto Koen van Weel / ANP
Hoogste trainersopleiding
Duivenvoorden (38) is de rijzende ster onder de amateurtrainers. Beter gezegd: de semi-profs. Zelf heeft hij zijn baan, als zakelijk adviseur bij ING, ervoor opgegeven. Alles is op het voetbal gericht, voor zover het dat niet al was. Hij was volgens ESPN gewild als coach van Jong Ajax, maar is inmiddels vastgelegd door De Graafschap; ook in de Eerste Divisie. Eerst als assistent. Hij volgt vanaf juni de hoogste trainersopleiding, waar elk jaar een select groepje coaches voor wordt toegelaten.
Quick Boys, tweede in de tweede divisie, versloeg in de beker eredivisieclubs Almere City, Fortuna Sittard en sc Heerenveen. De laatste na een keeperwissel bij de Friezen die trainer Robin van Persie niet zei te betreuren. Duivenvoorden noemde dat achteraf „de goden verzoeken.” Quick Boys won met 3-2, weer een stunt. Al houdt hij niet van het ‘frame’ „schattige amateurtjes die stunten”, zei hij in AD. „Laten we eerlijk zijn, bij Quick Boys spelen ook niet de lokale schilders en stukadoors.”
Hij gelooft heel erg in herhalen, week in week uit
Middenvelder Leonard de Beste, toevallig wel schilder, staat op de steiger als hij zijn telefoon opneemt. Hij speelde ook, als invaller, tegen AZ vorig jaar. „Dat was heel mooi, maar wat me bijstaat is dat we niet blij waren met die 3-3. Je komt om te winnen, we zijn geen attractie.”
De Beste speelde aanvallend bij de blauw-witten van Quick Boys, maar bloeide op bij buurclub FC Rijnvogels waar hij „per toeval” controlerend op het middenveld ging spelen, een vondst van toenmalig Rijnvogels-coach Duivenvoorden. Die nam De Beste anderhalf jaar geleden mee naar Quick Boys, een niveau hoger. Terug naar het grootste podium in de voetbalgekke Bollenstreek.
Co Adriaanse als inspirator
Ook Duivenvoorden komt uit de regio, uit Noordwijkerhout. Dat hoor je. Als tiener begon het al te kriebelen als trainer, in de jeugd van VVSB. Volgens Huig Hoek, technische commissie FC Rijnvogels, „komt er vanaf dag één wel iets bijzonders binnen” met Duivenvoorden. Hoek volgde hem al een tijd, bij clubs in en rond de Bollenstreek. Na een gesprek van 2,5 uur werd Duivenvoorden vastgelegd, twee jaar later promoveerde Rijnvogels naar de derde divisie.
„Hij belde altijd na training als ik die eens gemist had”, zegt Hoek. „Dat kon zo drie kwartier worden. Maar alles wat je moet weten wist je dan.”
In het AD haalde Duivenvoorden Co Adriaanse aan, een inspirator. Die zei eens dat je in een team de trainer moest herkennen, zoals je de schilder in zijn werk ziet. Hoe herken je een ‘Duivenvoorden’? „Dat er bij voorzetten altijd vijf mensen in de zestien van de tegenstander zijn”, zegt Hoek. „Bij andere trainers zijn dat er dan drie, bijvoorbeeld. En hoe vaak wint hij niet met 5-1, dat er vijf verschillende doelpuntenmakers zijn. Hij wil nooit afhankelijk zijn van één spits.”
Quick Boys viert een doelpunt tegen sc Heerenveen in de achtste finales van de KNVB-beker. Foto Koen van Weel / ANP
Duivenvoorden zocht bij FC Rijnvogels een coach om hém te coachen. En wilde daar volgens Hoek zelfs salaris voor inleveren. Dat hoefde niet. Oud-werkgeversvoorman Niek Jan van Kesteren, oud-voorzitter bij Rijnvogels en commissaris bij de KNVB, hoorde ervan en polste oud-profcoach Han Berger bij de voetbalbond. Die spart sindsdien met Duivenvoorden. Ook de doorgewinterde Ron Jans (coach FC Utrecht) zoekt hij graag op. Die blinkt uit in iets waar Duivenvoordens kracht naar eigen ziggen niet ligt: als vaderfiguur een speler uit de put praten.
Middenvelder De Beste kan inmiddels lezen en schrijven met zijn coach. „We worden met heel veel info de wedstrijd ingestuurd”, zegt hij. „Dat is omdat we ook jongens hebben die dit pas een half jaar of anderhalf jaar ervaren op deze wijze. Hij gelooft heel erg in herhalen, week in week uit. Op een gegeven moment wordt het je eigen inzicht.”
Dat herkennen ook de clubmannen bij Quick Boys. „Wij kijken bijna alle trainingen, je weet niet wat je meemaakt”, zegt Guijt. Oh wee als je niet uitvoert wat er is besproken. Verdoes: „Er ontgaat hem helemaal niets.”
Over zijn zegegebaar hoefde Mathieu van der Poel niet lang na te denken. Zeven vingers stak hij in de lucht, ook nog even met gekruiste armen voor de finishfoto. Opnieuw een wereldtitel veldrijden, zijn zevende sinds 2015, een evenaring van het record van de Belgische legende Erik De Vlaeminck uit 1973. „Toch wel speciaal”, sprak hij na afloop bij de NOS. Gaat hij het record volgend jaar al verbeteren in het Zeeuwse Hulst? „Dat weet ik nog niet. Eerst nog even van deze wereldtitel genieten.”
Vader Adrie van der Poel, zelf wereldkampioen in 1996, had het tien jaar geleden bij de eerste wereldtitel van zijn zoon in het Tsjechische Tabor al gezien. „Alsof hij in de speeltuin rondrijdt”, becommentarieerde senior destijds. Net twintig was het wondertalent toen en hij loste daarmee Erik De Vlaeminck af als jongste wereldkampioen veldrijden. Ook toen al streed hij tegen Wout van Aert, die dat WK veel pech had en zichzelf nog „de beste man in koers” noemde.
Daar kon zondag op het zware parcours in het Noord-Franse Liévin geen sprake van zijn, dat wist Van Aert zelf ook. Niet voor niets nam de Belg op de finishlijn symbolisch zijn pet af. Pas op het laatste moment, vorige week na de wereldbeker in Maasmechelen, had hij besloten om toch aan het WK mee te doen. Donderdag deed hij nog een zware training: 9,3 kilometer rennen („character building”, noemde hij het op Strava), dan op de crossfiets 73 kilometer door het bos en als ‘toetje’ nog 60 kilometer op de wegfiets met 42 kilometer per uur achter de brommer. Maar tegen Van der Poel was zondag geen kruid gewassen.
Lees ook
In mijnwerkersstadje Liévin jaagt Van der Poel op ruim vijftig jaar oud WK-record
Geplande aanval
Direct na de start reed de Nederlandse kopman weg bij de rest, hij domineerde van start tot finish. Op de streep had hij 45 tellen voorsprong op Van Aert en meer dan een minuut op diens landgenoot Thibau Nys, die Joris Nieuwenhuis (vierde) van het brons hield. Zijn vroege aanval was gepland, vertelde Van der Poel na afloop. Zaterdag zag hij land- en ploeggenoot Tibor del Grosso hetzelfde doen en zijn wereldtitel bij de beloften prolongeren. „Daar had ik gezien dat je het beste meteen voorop kunt gaan rijden om zo veel mogelijk risico te vermijden. Ik heb de kop gepakt en kon daarna mijn ding doen. Dat geeft vleugels, neemt een stukje stress weg ”
Op het technisch lastige en door de modder zware parcours hield hij zijn rondetijden vlak als een topschaatser op de tien kilometer. Hoewel de renners tussen een imposante mensenmassa op de zonovergoten heuvels vaak van de fiets moesten, bleef zijn gemiddelde snelheid boven de 22 kilometer per uur. Door een lekke band ging alleen de derde ronde tien seconden langzamer. „Daarna ben ik ietsje voorzichtiger gaan rijden.” Toch vergrootte Van der Poel zijn voorsprong snel weer tot boven de minuut. Verend liep hij de zware trap op, technisch perfect stepte hij met één been over de schuine passages en koos hij precies het juiste spoor in de afdaling.
‘Acrobaat op de fiets’
Met zijn uitzonderlijke technische vaardigheid deed Van der Poel eer aan de man die hij in Liévin evenaarde. Ook Erik De Vlaeminck, wereldkampioen in 1966 en van 1968 tot en met 1973 was „een acrobaat op de fiets”. Zijn broer Roger De Vlaeminck – bijgenaamd monsieur Paris-Roubaix na vier zeges in de Franse klassieker en wereldkampioen veldrijden in 1975 – vertelde in aanloop naar het WK bij de NOS geëmotioneerd hoe bijzonder zijn in 2016 op 70-jarige leeftijd overleden broer was. „Hij kon zeker vijf kilometer rijden over een tramspoor” en „springen over een ladder van een centimeter of dertig”. Zoals Van der Poel op de weg kilometers lang in het gootje kan rijden of spectaculaire sprongen maakt in het veld.
In zijn ‘speeltuin’ doet de wereldkampioen wat hij wil. Zelfs een gebroken rib, vlak na kerst in Loenen, hield hem dit seizoen niet tegen. Acht keer gestart, acht keer gewonnen. En dan is het veldrijden nog ondergeschikt aan zijn ambities op de weg. Zijn volgende wedstrijd? „Normaal gesproken zal dat Parijs-Nice of Tirreno zijn.” Daar wil hij zich optimaal voorbereiden op de klassieker Milaan-Sanremo, hoewel hij er vorig juist voor koos om geen voorbereidingswedstrijd te rijden.„Maar het jaar dat ik Sanremo won (2023), heb ik dat wel gedaan.”
Rond 19.30 uur dinsdagavond stopt er een busje bij de hoofdingang van het Philips Stadion. Twee mannen in Liverpool FC-outfit stappen uit. Voor de een, de in Eindhoven geboren oud-PSV’er Cody Gakpo, voelt het als thuiskomen. In een eetcafé in het stadion staat nog altijd een ‘Broodje Gakpo’ op de kaart, met gemarineerde kip, bacon, gekookt ei en mayonaise. Voor de ander, Liverpool-coach Arne Slot, is het zijn eerste weerzien met een Nederlandse club sinds zijn overstap van Feyenoord vorige zomer.
Even later zitten ze in een zwarte bureaustoel voor een zaal vol met camera’s en journalisten. De Liverpool-selectie is een half uur eerder met een Airbus A320 op Eindhoven Airport geland. In een veelbelovend seizoen, is de ploeg op weg naar wedstrijd nummer 35, woensdagavond tegen PSV in de Champions League. Liverpool is koploper in de Premier League, lijstaanvoerder in de Champions League en nog actief in twee nationale bekertoernooien.
De komst van de sterren van Liverpool FC, door PSV-coach Peter Bosz gezien als „de beste ploeg van de wereld van dit moment”, is iets waarnaar wordt uitgekeken in Eindhoven. Een groepje jongens kijkt vanachter een hek met grote ogen naar de felrode spelersbus – met het ‘You’ll Never Walk Alone’ in witte kapitalen – die ’s middags parkeert aan de Frederiklaan. Dan nog zonder spelers, er worden alleen spullen uitgeladen. Het team trainde overdag nog in Liverpool.
De hoop was dat ze woensdag te zien zouden zijn – de sterspelers. Maar vrijwel alle basiskrachten krijgen rust, onder wie topscorer Mo Salah, aanvoerder Virgil van Dijk en middenvelder Ryan Gravenberch. Gakpo wilde wel graag mee, omdat hij tegen zijn oude club speelt.
Slot trapt een balletje met een van zijn assistenten tijdens de training dinsdag in Liverpool. Foto Paul Ellis / AFP
Bournemouth-uit belangrijker
In het achtste en laatste groepsduel van de Champions League staat er bijna niets meer op het spel voor Liverpool. Doordat het alle wedstrijden won, is het al zeker van plaatsing voor de achtste finales. Of zij nu als eerste of tweede eindigen in de groepsfase, maakt volgens Slot niet uit. Bournemouth-uit, komende zaterdag, is veel belangrijker voor de titelstrijd in de Premier League. „Ik kijk nu met schuin al naar die wedstrijd”, zegt Slot.
Zijn selectie voor het duel met PSV bestaat voornamelijk uit reserves en jeugdtalenten. Het is voor Liverpool niet meer dan een veredeld oefenduel in een lang, zwaar seizoen. Eerder op de dag sprak de Amerikaanse PSV-spits Ricardo Pepi (op dat moment nog niet bekend met de vele afwezigen bij Liverpool) over de aantrekkingskracht van de wedstrijd. „Als kind droom je ervan om tegen dit soort teams te spelen”, zei Pepi, die woensdag in de basis begint. „We willen de wereld laten zien hoe goed we zijn.” PSV is nagenoeg zeker van de tussenronde, maar om ieder risico uit te sluiten wil Bosz minimaal gelijkspelen.
Met Slot treft hij een geloofsverwant van progressief, aanvallend voetbal. Vorig seizoen waren de vier confrontaties tussen het PSV van Bosz en het Feyenoord van Slot fraaie, intense wedstrijden. Twee keer won Bosz, één keer Slot, één keer werd het gelijk. Dus ja, tóen wist hij de code van Slot te kraken, zegt Bosz desgevraagd. Dan voorzichtig: „Nu moet dat blijken.”
Slot vorige week tijdens het Champions League-duel tegen Lille op Anfield. Foto Paul Ellis / AFP
Hij ziet gelijkenissen in de speelwijze van dit Liverpool en het Feyenoord van vorig seizoen. In de veldbezetting, in tactische varianten van de aanvalsopbouw, in de rol van de ‘meevoetballende’ keeper en in hoe Slot een overtal op het middenveld wil creëren. „Of dat nou de spits is die hij laat uitzakken of de rechtsback die de vierde middenvelder wordt. Je ziet echt zijn hand.”
Bosz weet hoe lastig het is om in een buitenlandse competitie je weg te vinden als nieuwe coach. Tijdens zíjn eerste klus bij een Europese topclub, Borussia Dortmund, werd hij snel ontslagen na slechte resultaten. „Je moet er meteen staan, er moet meteen gepresteerd worden”, zegt Bosz over zijn landgenoot. „Dat is wat hij doet. Ongekend.”
Populariteit
Het succes stuwt de mondiale populariteit van Liverpool. Onlangs bleek uit onderzoek van marktonderzoeker Nielsen dat Liverpool dit seizoen wereldwijd de best bekeken Premier League-club is (op tv). Er is een run op wedstrijdkaartjes. Een niet-clublid betaalt al snel honderden ponden voor een thuisduel. In Nederland is ook er veel vraag naar tickets, zegt Kim Olthof, voorzitter van de Nederlandse fanclub van Liverpool FC (320 leden). Zij ontvangen tientallen verzoeken per maand, maar krijgen als officiële fanclub slechts vijftig kaartjes per seizoen toegewezen.
Olthof, in het dagelijks leven receptioniste, hoopt dezer dagen Slot en zijn Nederlandse stafleden Sipke Hulshoff en John Heitinga te ontmoeten. Ze is naar eigen zeggen „die-hard” Liverpool-fan sinds haar negende. In mei staat haar bruiloft gepland in stadion Anfield, nadat ze in 2023 al een aanzoek deed op het trainingscomplex van de club. Slots voorganger Jürgen Klopp en diens assistent Pepijn Lijnders regelden dit voor haar.
Hoewel ze geen kaartje voor PSV-Liverpool heeft, verblijft Olthof dinsdag en woensdag met haar verloofde in Eindhoven. Ze gaan met andere Liverpool-fans in de Ierse pub in de binnenstad het duel kijken. En de ontmoeting met Slot? Dinsdagavond lukte het niet om een praatje te maken op het vliegveld. Olthof: „We gaan nu kijken of we een drankje kunnen doen in het spelershotel.”
Brian Priske ondergaat de vragen stoïcijns, woensdagavond laat in de Kuip. Bayern München is net met 3-0 verslagen door Feyenoord. Een ongekend resultaat, waarmee plaatsing voor de tussenronde van de Champions League zeker is. Maar dat lijkt bijzaak in de perszaal. Het gaat vooral over de positie van Feyenoord-coach Priske, nadat zo’n vijf uur voor de wedstrijd via het Deense voetbalblad Tipsbladetwas uitgelekt dat de clubleiding van plan is hem na het duel te ontslaan.
Wat opvalt is de berusting bij Priske. De houding van de 47-jarige Deen, sinds juni 2024 coach van Feyenoord, is lastig te plaatsen. Is dit zijn beschaafde kant, waarmee hij de reputatie van gentleman heeft verworven? Of legt hij zich al neer bij een gedwongen vertrek? De trainer zegt „respect” te hebben voor een mogelijk ontslag. „Als iemand over mij beslist, dan is het zo.”
Het vertrek van Priske staat in die uren vrijwel vast, nadat ook De Telegraaf woensdagavond had gemeld dat Bayern-thuis zijn „laatste duel” is. Zijn opvolger, Sjachtar Donetsk-coach Marino Pusic, zou al in beeld zijn. Vrijwel alle media hinten op het ontslag. „Priske gaat eruit met een knal”, koptVoetbal International na de spectaculaire zege.
Zo’n twintig uur later, donderdagavond 20.00 uur, ziet Feyenoord zich gedwongen een verklaring te sturen naar journalisten. „Hoewel ik er geen gewoonte van wil maken om te reageren op verhalen en geruchten”, stelt clubdirecteur Dennis te Kloese „wil ik graag bevestigen dat Brian de hoofdtrainer is van Feyenoord.”
Hoe belandde clubleiding en coach in deze merkwaardige, chaotische situatie? Wat zegt het over het functioneren van directeur Te Kloese? En hoe gaat Feyenoord verder met de beschadigde trainer Priske?
‘Niet over één nacht ijs’
Ze hebben er „vele maanden” voor uitgetrokken. Een opvolger voor Arne Slot, de coach die na drie succesvolle seizoenen bij Feyenoord naar Liverpool FC vertrekt. Er is tijd. Eind april 2024 is intern al bekend dat Slot de stap maakt, twee maanden voor de voorbereiding op het nieuwe seizoen begint. „In de zoektocht naar een nieuwe trainer zijn we bepaald niet over één nacht ijs gegaan”, zegt Te Kloese half juni in een persbericht waarin de nieuwe coach wordt gepresenteerd.
Meerdere trainers zijn „intensief” gevolgd. Het opvolgen van Slot, een van de beste Nederlandse trainers in decennia, is niet eenvoudig. Op technisch vlak was hij in bijna alles bepalend. Het is aan Te Kloese om die overgang goed te leiden. Het is voor het eerst dat hij een hoofdtrainer zoekt bij Feyenoord. Slot werd binnengehaald door technisch directeur Frank Arnesen, die in 2022 vertrok. Te Kloese is sindsdien zowel technisch als algemeen directeur. Een ongebruikelijke dubbelrol. Nu Slot weg is, wordt er nadrukkelijker naar hem gekeken voor het technisch beleid
Te Kloese komt uit bij Brian Priske. Een vriendelijke Deense oud-prof die net voor het tweede jaar op rij landskampioen is geworden met Sparta Praag. Hij maakt spelers „beter”, staat voor „aanvallend” voetbal en behaalt daarmee ook „resultaten”, zegt Te Kloese. Hem losweken bij Sparta Praag is niet eenvoudig, Feyenoord betaalt volgens een Deens medium een afkoopsom van 1,7 miljoen euro. Dat het vertrouwen in Priske groot is, blijk uit het driejarige contract dat Te Kloese hem geeft.
Pragmatischer dan Arne Slot
Wat weinig mensen weten, is dat er dan intern al grote twijfel bestaat over de keuze voor Priske, blijkt uit gesprekken die NRC met betrokkenen voerde. Hoewel Te Kloese naar buiten toe hoog opgeeft over het selectieproces, vinden sommigen intern de zoektocht „een aanfluiting”.
Dat een data- en innovatieanalist die pas een jaar eerder overkwam van RKC Waalwijk dit belangrijke proces leidt, zorgt binnen de club voor vraagtekens. Er wordt op gewezen dat de clubleiding in de analyse had moeten zien dat Priske op belangrijke onderdelen verschilt van Slot.
Priske staat weliswaar ook voor hoge intensiteit, fel druk zetten en aanvallend voetbal. Maar de manier waarop, is anders. Waar Slot ‘klassiek’ 4-3-3 hanteert, speelde Priske bij Sparta Praag met drie centrale verdedigers en aanvallend ingestelde wingbacks. Eerder 3-4-3 dus.
In het spel aan de bal is hij pragmatischer dan Slot, die onder alle omstandigheden vasthoudt aan positiespel. Priske kan ‘directer’ spelen, soms met lange ballen. En waar Slot in zijn coachingstijl vrij directief is met gedetailleerde instructies, hanteert Priske een meer vrije aanpak, waarin spelers zelf invulling mogen geven aan hun rol op het veld.
Die veranderingen hoeven geen probleem te zijn – mits de werkwijze aanslaat. Maar al vanaf de voorbereiding loopt het stroef. Priske implementeert in de zomer zijn nieuwe speelstijl, wat veel trainingstijd vergt. De vraag is of Te Kloese ervan doordrongen was dat Priske de speelwijze zou aanpassen. De door hem samengestelde selectie is niet ingericht op het spelsysteem van Priske.
Na een paar wedstrijden wordt duidelijk: het loopt niet. Opvallend is dat Te Kloese begin september in een interview bij Rijnmond suggereert dat hij Priske adviseerde terug te grijpen op de oude formatie. Priske doet dat, na een teleurstellend gelijkspel in het eerste competitieduel tegen Willem II waarin Feyenoord weinig kansen creëert. Ook spelers pleiten voor het oude spelsysteem van Slot. Dat duidt erop dat de technische strategie aan de voorkant niet goed was afgestemd onder leiding van directeur Te Kloese.
Rommelige start
Dit zorgt voor een rommelige start. Wat Priske niet helpt, is dat Te Kloese pas laat vervangers haalt voor invloedrijke basisspelers, verdediger Lutsharel Geertruida en controleur Mats Wieffer. De laatste wordt opgevolgd door de offensief ingestelde middenvelder Hwang In-beom, een directe versterking. Maar verdedigend brengt hij aanzienlijk minder duelkracht dan Wieffer. Dat Feyenoord veel tegendoelgoals krijgt, komt mede hierdoor.
Een ander probleem, is de samenwerking tussen spelersgroep en technische staf. „Spelers hebben vraagtekens bij de assistenten en hoe trainingen worden gegeven”, zegt een bron binnen Feyenoord half augustus al tegen NRC. Priske neemt twee assistenten mee, de Deen Lukas Babalola (27) en de Zweed Björn Hamberg (39), die onder meer bij Chelsea werkte.
Als veldtrainer hebben zij relatief weinig ervaring, zegt een andere ingewijde. Zij hebben „moeite” om de spelersgroep „te raken” in de trainingen, ziet hij. Het gezag van een technische staf is cruciaal. Dat overwicht had hun voorganger, Sipke Hulshoff, onmiskenbaar. Hulshoff, gezien als een van de beste veldtrainers in Nederland, ging met Slot mee naar Liverpool.
Priske koos met succes voor een zeer defensieve tactiek tegen Bayern. Feyenoord won met 3-0. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP
Minder op het netvlies, maar niet minder belangrijk, is het vertrek van Ruben Peeters. De fysieke trainer gaat eveneens mee in het kielzog van Slot. Liverpool wil hem graag: hij maakte bij Feyenoord niet alleen spelers fitter, maar was ook belangrijk bij het voorkomen van blessures. Een ander belangrijk lid van de performance-afdeling, Leigh Egger, vertrekt in het najaar.
Fitheid was jarenlang de sleutel in het veeleisende, progressieve aanvalsspel van Feyenoord. Hierdoor won de club vaak nog in de slotfase. Onder Priske gebeurt dat nauwelijks – de power ontbreekt vaak in de laatste tien minuten.
Problematisch zijn ook de vele blessures. „Ik snap het niet”, zegt Priske bijna radeloos bij ESPN na het wegvallen van opnieuw een speler, vorig weekend tegen Willem II. „Het is echt niet normaal wat er gebeurt op dit moment.” De communicatie over blessures verloopt soms warrig.
‘De Wolf eruit, of ik eruit’
Binnen de staf rommelt het. Er is geen klik tussen assistent John de Wolf en de Scandinavische stafleden, bevestigt een ingewijde na berichtgeving in andere media. Priske zou de toegevoegde waarde van De Wolf niet zien. Volgens De Telegraaf stelde de coach in gesprek met Te Kloese dat de assistent moet vertrekken – ‘De Wolf eruit, of ik eruit’. Kort na de zege op Bayern afgelopen woensdag, is te zien dat De Wolf zich niet mengt in het feestgedruis met stafleden. De oud-verdediger, Feyenoords ‘cultuurbewaker’ in de staf, wil desgevraagd niet reageren.
Dat de clubleiding aankoerste op een vertrek van Priske (en niet De Wolf), wordt door ingewijden gezien als een politieke keuze. De Wolf ligt als ‘clubicoon’ goed bij de harde kern. En hij heeft de steun van ‘voetbaltechnische’ commissaris Sjaak Troost, als noeste oud-verdediger net als De Wolf het toonbeeld van de gecultiveerde Feyenoord-mentaliteit.
Daarbij maakt Priske zich ook niet populair door als eerste keeper voor de Duitser Timon Wellenreuther te kiezen, boven de blessuregevoelige ‘clubjongen’ Justin Bijlow. De keuze pakt slecht uit, Wellenreuther gaat meerdere keren in de fout en Bijlow keert terug in het doel. Het helpt de rust in de kleedkamer niet.
Ondanks alle moeilijkheden presteert Feyenoord goed in de Champions League: dertien punten uit zeven duels, tegen zes uit zes onder Slot vorig seizoen. Het laat zien dat het pragmatisme van Priske werkt in Europa. Zo verdedigend als Feyenoord woensdag speelde, met 16 tegen 116 Bayern-aanvallen, zou onder Slot nooit gebeuren. Maar onder Priske werkt het wel.
Geen tactische oplossingen
In de Eredivisie loopt het minder. Dat komt door de gebrekkige ontwikkeling van het positiespel, waar Feyenoord veel aan de bal is. Wanneer het spelbeeld daar soms om vraagt, komt Priske niet met tactische oplossingen – waar zijn voorganger wel die gave had. Het leidde mede tot een achterstand van negen punten op de tweede plek, die recht geeft op een Champions League-ticket. Ook na het optreden tegen Bayern, blijft de vraag hoe Priske ligt bij de spelers. Gevraagd naar het mogelijke ontslag, namen spelers het woensdagavond niet openlijk voor hem op.
Zo werden de scheidslijnen duidelijk, maar koos Te Kloese er voor om alles bij het oude te laten. Pr-technisch was het ingewikkeld voor de clubleiding om Priske na een sensationele zege te ontslaan. En zijn afkoopsom, vijf miljoen euro volgens VI, is bijzonder veel voor Feyenoord. Bovendien: er lag geen pasklaar plan voor een opvolger. Donderdag spraken Te Kloese en Priske „uitgebreid” over hun „visie”. Daarna besloten ze door te gaan. Ook De Wolf blijft – al is niet duidelijk hoe die twee nu met elkaar verder moeten.
Priskes positie blijft wankel, na een week met een fraaie zege maar ook veel verliezers. Een ontslag kwam er dan wel niet – een steunbetuiging bleef ook uit.
Na drie kwart wedstrijd kan hij de frustratie niet langer onderdrukken. Viktor Gyökeres, een van de gevaarlijkste spitsen van Europa, zit op het Eindhovense gras, heft moedeloos zijn armen en laat ze tussen zijn voeten ploffen. Weer een duel, wéér van de bal gezet. Als hij opkijkt, ziet de aanvaller van Sporting Lissabon nog net de naam op het rood-witte shirt van de schuldige: Flamingo. Alweer.
Ryan Flamingo (22) glimlacht bijna verlegen als hij eraan wordt herinnerd, die oktoberavond in de Champions League. De verdediger van PSV zit deze ijskoude en stormachtige januariochtend in de kantine van de Herdgang, het sportcomplex van de club. Hij is net klaar met trainen, de voorbereiding voor de tweede seizoenshelft is in volle gang. Een blok waarin PSV nog speelt om het kampioenschap, de beker én de volgende ronde van de Champions League.
Een halfjaar zit Flamingo nu bij PSV, dat deze dinsdag een cruciaal Europees duel speelt tegen Rode Ster Belgrado. De wedstrijd tegen Sporting was pas zijn tiende voor de club. Vooraf was veel aandacht uitgegaan naar de Zweed Gyökeres. De man die honderd miljoen euro moet kosten. Die bij vlagen ongrijpbaar lijkt voor verdedigers, en in de voorgaande veertien maanden 54 keer scoorde voor zijn club. Vaker dan Erling Haaland, vaker dan Kylian Mbappé.
Vanaf de eerste minuut hadden de fysieke duels uitgevochten. Soms botsten Flamingo en Gyökeres zo hard met de schouders tegen elkaar dat ze allebei omvielen. Voortdurend zocht Sporting in de opbouw de sterke, snelle, balvaste spits, vrijwel steeds was Flamingo nét iets sneller, harder, feller. Na negentig minuten bleef Gyökeres steken op twee aannames in het vijandige strafschopgebied en één geblokt schot. Tegenover zestien keer balverlies.
Eén-op-één spelen
Het zijn dit soort krachtmetingen waar Flamingo als rechter centrale verdediger naar kan toeleven, zegt hij. Zeker bij PSV, dat onder trainer Peter Bosz achterin vaak één-op-één speelt. Zonder vrije laatste man is er geen ruimte om fouten te maken en is het zaak een tegenstander „echt uit te schakelen”, aldus Flamingo. „Ik kan daar wel van genieten, als je man helemaal níks meer kan.”
Lees ook
Sportief succes brengt financieel succes, ziet PSV, maar de club blijft afhankelijk van transfers
Zulke confrontaties bereidt hij met de staf uitgebreid voor. Samen analyseren ze dan de voorhoede van een tegenstander, smeden ze een plan van aanpak. Gaat de spits het duel aan, of juist veel diep? Hoe probeert hij vrij te lopen? Het liefst zou Flamingo ook een keer zo’n plannetje maken voor Mbappé. „Die is zó snel en kan zo veel dingen goed, dat lijkt me echt een uitdaging. En Haaland ook, een grote spits die altijd ready is voor het doel.”
Tegelijkertijd beseft Flamingo dat hij als verdediger van PSV veel vaker spitsen treft die lang niet van wereldniveau zijn. In zulke wedstrijden is PSV de favoriet en kan de koploper door een moment van onderschatting of slordigheid achterin een nieuwe landstitel verspelen. Die duels zijn „misschien nog wel belangrijker” dan wedstrijden tegen Sporting of PSG, zegt hij. „Dus dan moet je éxtra geconcentreerd zijn.”
Foto Hedayatullah Amid
Italiaans verdedigen
Half verscholen onder de mouw van Flamingo’s felgroene trainingspak zijn nog net de zwierige letters van de tatoeage op zijn onderarm zichtbaar. Roberto, de naam van zijn vader. „En aan de binnenkant staat die van mijn moeder.” Hij is er nog niet over uit of hij nog meer tattoo’s wil. „Ze moeten wel iets betekenen.” Hij wil er achteraf geen spijt van krijgen.
Bij zijn ouders is dat ondenkbaar, zegt hij. Zijn vader, moeder en tante noemt hij de belangrijkste mensen in zijn leven én voetballoopbaan. Vader Roberto, een bekende vechtsporttrainer die jarenlang kickbokskampioen Alistair Overeem begeleidde, leerde hem „het harde gedeelte”. De discipline om altijd keihard te werken voor wat je wilt. Zijn moeder en tante brachten hem „het sociale” en het „lief zijn” bij.
Niet dat zijn vader hem ooit dwong, zegt hij meteen daarna. Als jong ventje had hij zelf al de droom om voetballer te worden. „Als ik niet had gewild, zou hij me nooit pushen. Maar omdat hij wist hoe graag ik de top wilde halen, leerde hij me dat je er dan ook alles voor moet doen. Dus ook gaan trainen als het regent en je even geen zin hebt.” Op zijn dertiende ging hij al met zijn vader mee naar de sportschool, om te werken aan zijn kracht en uithoudingsvermogen.
Met voetballen begon hij op zijn zesde. Flamingo groeide op in Bussum en speelde zijn eerste wedstrijden bij de lokale club BFC, destijds een vijfdeklasser. Al snel werd zijn talent zichtbaar. Als jongen van acht liep hij hier al op de Herdgang stage bij PSV. „Mijn vader of moeder reed me dan helemaal hierheen. Heel speciaal, want ik vond PSV altijd al een mooie club.”
Toch besloot hij een aanbod af te slaan. Zijn ouders wilden niet weg uit Bussum en zagen het niet zitten om hun zoon al zo jong bij een gastgezin onder te brengen. Zijn jeugdopleiding doorliep hij vanaf zijn elfde daarom dicht bij huis, bij Almere City FC, waar Flamingo al snel met jongens speelde die een of twee jaar ouder waren. Hij knikt richting het trainingsveld en grijnst. „Uiteindelijk is het toch nog goedgekomen.”
Foto Hedayatullah Amid
Hartje coronapandemie
De route die hij in de tussentijd doorliep is vrij ongewoon. Net negentien jaar oud verhuisde Flamingo naar Noord-Italië, om zijn voetbalopleiding af te maken bij de beloften van US Sassuolo. Het was eind 2020, hartje coronapandemie, en bij Almere was het voorgaande voetbalseizoen voortijdig afgebroken. Toen dat voor de tweede keer gebeurde, begon Flamingo te vrezen voor zijn ontwikkeling. Hij wilde blijven spelen en in Italië gingen de competities wel door.
Voor het eerst was hij op zichzelf aangewezen. Flamingo woonde in het Noord-Italiaanse stadje in een flatje met een teamgenoot die vrijwel alleen Italiaans sprak. Dat vond hij „niet heel eng ofzo”, zegt hij nu. „Toen ik negen was, vloog ik al in mijn eentje naar Miami, toen mijn vader daar woonde voor wedstrijden. Ik heb ook niet echt heimwee en voel me snel ergens thuis.”
In Italië leerde hij, beter dan elders, de kunst van het verdedigen, zegt Flamingo. „Dat is heel belangrijk daar, de nul houden.” Bij Sassuolo konden ze hele trainingen eraan besteden. Dan speelden ze situaties na om uit te leggen hoe verdedigers moeten lopen en dekken. Zulke trainingen waren „slomer” dan in Nederland, waar de nadruk volgens hem veel meer ligt op positiespel. „Dat deden we in Italië soms niet eens.”
Om die reden heeft hij nu ook de hulp van Winston Bogarde ingeschakeld, de loeisterke verdediger die rond de eeuwwisseling naam maakte bij Ajax en FC Barcelona. Om de paar weken spreken ze af, om beelden terug te kijken van zijn laatste wedstrijd. Bogarde legt hem dan uit wat er beter had gekund. „Hij is nooit tevreden, ook als je goed speelt, is hij kritisch.”
Na anderhalf jaar keerde hij terug naar Nederland, omdat een plek in het eerste elftal er niet meteen inzat. Hij werd door Sassuolo verhuurd aan Vitesse, waar hij meteen basisspeler werd. Aanvankelijk wilde hij daar nog een jaar blijven, maar vanwege de bestuurlijke onzekerheid in Arnhem werd dat op het laatste moment toch FC Utrecht. Nog voordat zijn eerste seizoen daar was afgelopen, klopte PSV aan, dat Flamingo voor vijf jaar vastlegde.
‘Beter aanpassen aan veranderingen’
Vijf jaar, vijf verschillende clubs – het was niet altijd uit eigen keuze, maar Flamingo kan er ook de voordelen van inzien. „Ik denk dat ik me daardoor beter kan aanpassen aan veranderingen.” Hij kan snel contact leggen met een groep, maakt makkelijk vrienden. Tegelijkertijd wil hij nu wel eens wat langer bij één club blijven, en om de prijzen meedoen. „Met onze kwaliteiten moeten we gewoon kampioen worden en de KNVB-beker winnen.”
Onder Peter Bosz kan Flamingo zich bovendien voor het eerst op één positie toeleggen. Bij vorige clubs werd regelmatig met hem geschoven, van centraal achterin naar verdedigend op het middenveld – en een enkele keer ook rechtsback. Nu is zijn plek duidelijk: centraal achterin. „Dat vind ik wel fijn, ik denk ook dat het beter is dan steeds wisselen.”
Foto Hedayatullah Amid
Het nadeel van die positie, zeker als je één-op-één speelt: als iets fout gaat, is het meteen ook heel zichtbaar. Dat overkwam hem bijvoorbeeld bij zijn debuut, in augustus tegen Feyenoord om de Johan Cruijff Schaal (4-4, PSV verloor na penalties). Door zwak ingrijpen was Flamingo toen verantwoordelijk voor drie van de vier tegendoelpunten. Na afloop twijfelden clubvolgers en analisten over hem: was hij niet te licht voor het hoge niveau in Nederlandse en Europese topduels?
Van zulke opmerkingen probeert hij zich zo veel mogelijk af te sluiten. Want het topvoetbal is een „best harde wereld”, vindt hij. „Je kan tien wedstrijden heel goed spelen en iedereen heeft het over je. Maar één slechte wedstrijd en je bent meteen ook de slechtste speler.” De beste manier om jezelf daartegen te beschermen is volgens hem om niet te veel terug te blikken. „Of ik nou goed heb gespeeld of slecht, ik probeer meteen de knop weer om te zetten.”
Duels met topspitsen
Het maakt de voetbalwereld ook een haastige, merkt Flamingo. Toen hij als jongetje droomde van een leven als prof had hij gedacht dat hij het bewuster mee zou maken, het succes, de duels met topspitsen. „Maar je hebt niet echt tijd om te denken: wat is het mooi allemaal. Soms denk ik dat ik er meer van zou moeten genieten, maar dat is lastig als je alweer bezig bent met de volgende wedstrijd. Dat komt denk ik pas na mijn carrière, dat je die wedstrijden terugkijkt en denkt: wow.”
Flamingo speelde tot dusver meer dan iedere andere speler van PSV. Sinds Sporting is alle kritiek verstomd en zingen de fans in Eindhoven zijn naam, zoals ze ook deden in Utrecht, waar de carnavalshit „Ferry de Roze Flamingo” elke week van de tribunes schalde. Slippertjes maakt hij tot dusver zelden, alleen tegen SC Heerenveen half december, toen PSV verloor nadat hij een simpele bal verspeelde.
Zulke wedstrijden zul je hebben, had Bogarde hem op het hart gedrukt toen ze elkaar kort daarna spraken. „Je kan niet altijd goed spelen, zei hij, maar je kan er wel alles voor doen.” Want dat is óók een gevolg van topwedstrijden zoals die tegen Sporting. „Daarna verwachten mensen dat je altíjd zo speelt. Die wedstrijd meteen daarop, dat is misschien wel de moeilijkste.”
Aan weerszijden van Broadway, de duurste straat in Noordwest-Engeland, staat dat paardrijden verboden is. Vermoedelijk om te voorkomen dat mensen over de hoge heggen en muren van de miljoenenvilla’s naar binnen kunnen gluren. Geen doorgaande weg, staat er ook in kapitalen. Wie toch probeert door te steken, stuit halverwege op een verroest hek met de mededeling no access.
Veel blijft verborgen in de weelderige laan, met een gemiddelde huizenprijs van omgerekend 3,8 miljoen euro. Een kijkje nemen via Google Street View kan niet, de app is hier afgeschermd. En hoewel Broadway aan een drukke hoofdweg grenst, is het een private road.
Op een stille, doordeweekse middag houdt een beveiliger de wacht, terwijl verderop een collega patrouilleert. Loop een eindje en je komt, bij nummer vier, langs een landhuis dat voor 10,9 miljoen euro te koop staat. Gebouwd in een stijl – arts and crafts – die volgens de brochure „overal” in de buurt te zien is.
Het zijn dit soort exclusieve straten die Hale, een rijkeluisplaatsje vijftien kilometer ten zuiden van Manchester, aantrekkelijk maakt voor voetballers in de Premier League. Formeel is het geen gated community, maar het heeft wel de kenmerken. Vrijwel overal hangen borden met waarschuwingen dat woningen zwaar beveiligd worden. Bij de residentie waar Erik ten Hag, voormalig coach van Manchester United, tot voor kort woonde staat: ‘honden op patrouille’. Ernaast afbeeldingen van waakhonden.
<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Paardrijden is verboden in Broadway, een dure straat in Hale.
Foto Joel Goodman
” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Paardrijden is verboden in Broadway, een dure straat in Hale.
Paardrijden is verboden in Broadway, een dure straat in Hale. Halverwege Broadway staat een hek met de mededeling dat toegang niet mogelijk is.
Foto’s: Joel Goodman
Hale ligt in de buurt van diverse Premier League-clubs
Deze regio, met de plaatsjes Hale, Bowdon en Hale Barns, wint de afgelopen jaren aan populariteit onder voetbalmiljonairs, vertellen lokale makelaars. En niet alleen bij de twee clubs uit Manchester – United en City. Ook spelers en trainers van Liverpool FC en stadsrivaal Everton kiezen vaak voor deze omgeving, onder wie Liverpool-coach Arne Slot. Evenals spelers van Aston Villa, Wolverhampton Wanderers (regio Birmingham) en zelfs Leicester City, op 150 kilometer. Zij zijn, schreefThe Athletic in 2023, rivalen op het veld maar buren daarbuiten.
Dat voetballers in specifieke stadsdelen of randgemeenten wonen, is niet uitzonderlijk. Bekend is dat veel Feyenoord-spelers een appartement hebben op de Kop van Zuid in Rotterdam. Wat Hale (17.000 inwoners) en omgeving bijzonder maakt, is dat spelers van diverse clubs ernaartoe trekken. Zeker zestig spelers en coaches wonen in de mini-driehoek Hale, Bowdon en Hale Barns, vertelt Bobby Shahlavi van makelaarsbedrijf Gascoigne Halman in zijn kantoor in Hale. Kijk je breder in de regio, dan zijn het er nog meer.
Hoe is Hale en omgeving uitgegroeid tot ‘hub’ voor de elite van het Engelse topvoetbal? Hoe alomvattend is de beveiliging? En hoe ziet het leven van de moderne prof er hier uit wanneer zij de luxe villa’s verlaten?
Fietsen en lopen verboden
Als je niet beter weet, lijkt Hale een doorsnee Engels plaatsje, onder de rook van Manchester. Met buslijn X5 die ieder uur over Hale Road dendert. Kijk iets langer, en je ziet in de dwarsstraten langs diezelfde hoofdweg enorme huizen, beveiligingscamera’s, verbodsborden. Bij Brooks Drive, een ‘privéstraat’ in Hale Barns, mag vrijwel niks: niet lopen, niet fietsen, niet rondhangen, geen honden, niet harder rijden dan tien mijl per uur, geen ‘drop-off’ voor school.
Het is deze privacy die Hale en omgeving aantrekkelijk maakt voor beroemdheden – naast voetballers wonen er ook artiesten en tv-sterren. De basis daarvoor werd begin vorige eeuw gelegd, vertelt Shahlavi, terwijl hij naar een kaart uit 1936 loopt. Rijke industriëlen uit de toenmalige industriestad Manchester kochten hier stukken land en bouwden vrijstaande huizen voor zichzelf, legt hij uit.
In Broadway in Hale zijn veel verbodsborden te vinden, hier wordt voorbijgangers gevraagd niet op het gras te lopen. Foto Joel Goodman
„Daardoor is er een hoge dichtheid aan grote huizen met tuinen”, zegt Shahlavi, als hij naar de ruime kavels wijst. Historisch zijn de stadscentra van Manchester en Liverpool volgens hem minder in trek onder rijken, waar dat in Londen wel het geval is. Hoewel de binnensteden opgeknapt zijn, vestigen spelers zich nog altijd aan de rand van Manchester en Liverpool.
Alex Ferguson speelde daar een belangrijke rol in. De Manchester United-coach, actief van 1986 tot 2013, spoorde zijn spelers aan een huis in de buurt te kopen. Dit zou helpen bij hun loyaliteit aan de club, zegt Shahlavi, sinds 1996 makelaar aan de zuidkant van Manchester. „Dat moest hen aanmoedigen om een vrouw en kinderen te krijgen en zich te settelen.” Van de succesvolle United-lichting uit de jaren negentig verbleven veel spelers in de omgeving, onder wie David Beckham.
„Er is veel ruimte, veel natuur”, zegt trainer René Meulensteen, die jarenlang bij United werkte, onder meer als assistent onder Ferguson. De club stimuleerde hem om aan de zuidrand van Manchester te zoeken toen hij in 2001 begon. Vrijwel iedere club heeft tegenwoordig iemand in dienst die helpt bij de huisvesting van spelers en contact heeft met makelaars.
Meulensteen koos voor Wilmslow – samen met het nabijgelegen Alderley Edge en Prestbury ook wel ‘Golden Triangle’ of de ‘Footballer Belt’ genoemd. United-aanvaller Marcus Rashford woont „een paar blokjes verderop”. Meulensteen is nooit meer verhuisd.
Beveiligingscamera’s bij een villa in Broadway, met een gemiddelde huizenprijs van 3,8 miljoen euro de duurste straat in Hale en heel Noordwest-Engeland. Foto Joel Goodman
<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Een beveiligingsbedrijf patrouilleert in Brooks Drive, een ‘privéstraat’ in Hale Barns waar je volgens dit bord niet mag lopen of fietsen.
Foto Joel Goodman
” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Een beveiligingsbedrijf patrouilleert in Brooks Drive, een ‘privéstraat’ in Hale Barns waar je volgens dit bord niet mag lopen of fietsen.
<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Veel woningen in Hale worden beveiligd door een commercieel bedrijf.
Foto Joel Goodman
” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Veel woningen in Hale worden beveiligd door een commercieel bedrijf.
Een beveiligingsbedrijf patrouilleert in Brooks Drive, een ‘privéstraat’ in Hale Barns waar je volgens dit bord niet mag lopen of fietsen. Veel woningen in Hale worden beveiligd door een commercieel bedrijf.
Foto’s: Joel Goodman
Met zijn golden retriever gaat Meulensteen vaak lang op pad in de buurt. „Je kan elke dag een andere route kiezen, met prachtige wandelgebieden, landschappen, mooie dorpjes.” Ander pluspunt is dat scholen in de regio „erg goed” zijn, zegt Shahlavi. Veel spelers bleven er na hun carrière wonen, onder wie voormalig United-aanvoerder Roy Keane, die een villa in Hale heeft.
Is dit het Beverly Hills van het topvoetbal? „Ja, je kunt zeker parallellen trekken”, zegt Shahlavi. „Al hebben we geen palmbomen.” En het weer zit ook niet altijd mee.
Geblindeerde autoramen
Hale ligt strategisch. Bijna op loopafstand van het internationale vliegveld van Manchester – maar buiten het zicht en gehoor van de vliegroutes van de start- en landingsbanen. De stadions en trainingscentra van United en City liggen op zo’n half uur rijden, mits het verkeer meezit. Naar Liverpool is het – voor Slot en aanvoerder Virgil van Dijk – een rit van zo’n vijftig minuten. Prettig voor de (vele) Nederlandse spelers, trainers en stafleden in de regio: er gaan per dag zo’n twintig vluchten tussen Schiphol en Manchester Airport.
Afgelopen decennia groeide de Premier League uit tot de rijkste competitie ter wereld met een omzet van zo’n 7 miljard euro. Die kapitaalkracht is terug te zien in het straatbeeld van Hale. In uitgaans- en winkelstraat Ashley Road is het makkelijk scoren voor autospotters – een Bentley, Porsche of McLaren is nooit ver weg. Minpunt is dat door de geblindeerde ramen eigenaren lastig te herkennen zijn.
<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Makelaarskantoren domineren Ashley Road, de hoofdstraat in Hale.
Foto Joel Goodman
” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Makelaarskantoren domineren Ashley Road, de hoofdstraat in Hale.
<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Een van de restaurants (Victors) in de hoofdstraat van Hale.
Foto Joel Goodman
” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Een van de restaurants (Victors) in de hoofdstraat van Hale.
Makelaarskantoren domineren Ashley Road, de hoofdstraat in Hale.
Foto’s: Joel Goodman
Makelaarskantoren domineren de straat, naast hippe restaurants, koffietentjes, boetieks en kappers. „Er zijn er te veel van ons”, grinnikt makelaar Jackie Atkins van Hale Homes. „Veel van de normale kledingwinkels zijn verdwenen.” Die ontwikkeling komt niet alleen door de komst van rijke voetballers, denkt zij. „Zij brengen zeker geld mee, maar het was al een welvarende omgeving. Plekken veranderen, nu zitten er wijnbars.”
Voetballers verdwijnen hier in de anonimiteit van het dagelijks leven – even weg uit hun bestaan in de schijnwerpers. In de bubbel van welvaart voelen rijken zich op hun gemak onder elkaar, zegt Shahlavi. „Als ze met een Lamborghini de hoofdstraat oprijden, vallen ze niet per se op. Voor ons is dat normaal in dit dorp.” Al kan het ook anders, Ten Hag reed ongestoord zijn rondje op zijn elektrische fiets.
De huur die voetballers betalen ligt grofweg tussen de 25.000 en 35.000 euro per maand
De financiële groei van de Premier League stuwt de lokale huizenmarkt, merkt Shahlavi, die zich op het hogere segment richt. Waar in het verleden alleen de twee of drie bestbetaalde spelers van een club zich een dure woning konden veroorloven, kunnen wisselspelers en jonge talenten dat nu ook. De opkomst van Manchester City, met oliegeld uit Abu Dhabi, versterkt die ontwikkeling. Shahlavi: „We hebben spelers gehad die al op hun achttiende tekenden voor de koop van hun woning.”
De meeste spelers en coaches kiezen voor huur, zegt Shahlavi. Voor buitenlanders is dat praktischer. En door de grilligheid van het voetbal moeten ze soms snel weer verhuizen.
Bovendien kan koop bij een kort verblijf fiscaal ongunstig uitpakken: bij aanschaf van een miljoenenvilla ben je al snel een paar ton kwijt aan onroerendgoedbelasting. De huursom die voetballers doorgaans betalen, ziet Shahlavi, ligt omgerekend grofweg tussen de 25.000 en 35.000 euro per maand.
Een boete wordt uitgeschreven voor een illegaal geparkeerde Bentley in de hoofdstraat van Hale. Foto Joel Goodman
Inbraakgolf
Een groeiende kostenpost is de beveiliging. De buurman van het makelaarskantoor van Shahlavi, is niet toevallig Benchmark Security. Binnen turen medewerkers naar grote schermen met bewakingsbeelden, buiten duiken hun bedrijfswagens met logo overal op. De aandacht voor beveiliging is toegenomen nadat er een paar jaar geleden een inbraakgolf was, waarbij vooral woningen van voetballers werden beroofd.
Begin 2022 kreeg de Nederlander Tahith Chong, destijds onder contract bij Manchester United, volgens Engelse media een mes op zijn keel gezet door criminelen die juwelen, horloges en designertassen ontvreemden. Andere slachtoffers waren onder anderen Kevin De Bruyne, Paul Pogba, Victor Lindelöf en hun families. Spelers werden door hun clubs geadviseerd geen vakantiefoto’s te plaatsen op social media tot ze weer thuis zijn.
Vaak is er extra beveiliging rond het huis als spelers op pad zijn voor een uitwedstrijd. Woningen zijn voorzien van een panic room of safe room, een veilige schuilplaats met beveiligde lijnen zodat de politie kan worden ingeschakeld. Ook veelgebruikt is geofencing, een onzichtbare, virtuele omheining die de woning bewaakt met hulp van camera’s en bewegingssensoren. Sommige voetballers kiezen voor traditionelere methoden en huren voormalige soldaten van de Britse elite-eenheid SAS in.
Dat de beveiliging in de buurt op hoog niveau is, maakt Hale en omgeving geschikt voor voetballers, zegt Shahlavi. De maatregelen ogen bijna systematisch, met hoge hekken, bewakingscamera’s en de vele commerciële beveiligingsbedrijven. „Het is heel belangrijk voor ze”, zegt Shahlavi. „Voetballers voelen zich daardoor prettiger”
Meulensteen heeft daar zijn twijfels bij. Hij krijgt geen goed gevoel bij de zware beveiliging – maar zag de omgeving op dat vlak wel veranderen. „Als je elke keer weer achter dat hek moet om je veilig te voelen, en weinig contact hebt met buren, is dat ook niet alles”, zegt hij. „Je wordt een beetje een gevangene van je eigen bekendheid en rijkdom.”
Als Soorma Hockey Club op het felblauwe astroturf de score opent tegen de Odisha Warriors (eindstand 2-1), schiet vuurwerk de lucht in. In het hockeystadium bij de universiteit van Ranchi, een stad in het oosten van India, heerst deze woensdagavond sowieso opwinding onder het publiek. Dat kon hier gratis naar binnen om de wedstrijden bij te wonen van de eerste Hockey India League (HIL), de professionele hockeycompetitie voor vrouwenteams in het Zuid-Aziatische land.
Een debuut-editie klinkt misschien bescheiden, maar er lopen op dit veld enkele van de grootste sterren van het internationale hockey rond. De Nederlandse international Freeke Moes scoort later het enige doelpunt van de Warriors. Samen met Yibbi Jansen, wereldspeelster van het jaar 2024, en Michelle Fillet speelt ze tegen Maria Verschoor. Alle vier wonnen afgelopen zomer Olympisch goud.
De Indiase vrouwenteams zijn verder aangevuld met sterspeelsters uit het buitenland, zoals ook de teams die uitkomen in de Indiase mannencompetitie in een veiling bieden op internationals. De mannen-HIL, die zeven jaar stillag, staat te boek als lucratief voor hockeyers die zich in de winterstop van de Europese competities inschrijven om geveild te worden. En dit seizoen kunnen ook de vrouwen profiteren. Ranchi is twee weken lang (tot 26 januari) hun speelstad.
Veiling
De spelersveiling is een bekend gegeven in de Indiase topsport. Veel sportclubs zijn in feite nationale (nuts)bedrijven, of franchises die internationaal sportteams bestieren. Het bieden op gewilde spelers begon in het cricket, waar de Indiase nationale competitie geldt als de sterkste ter wereld en de bond als een van de machtigste. In de vorige edities van de HIL voor mannen werden de spelers ook per veiling ingelijfd door de teams. Al in het allereerste seizoen in 2012 werd met enorme bedragen gesmeten. De Indiër Sardar Singh (omgerekend bijna 61.000 euro), Duitser Moritz Fürste (58.000) en de Nederlanders Jaap Stockmann (53.000) en Teun de Nooijer (ruim 51.000) verdienden jaarsalarissen.
De internationale sportmedia keken dan ook reikhalzend uit naar die gekte. Voor de Indiase superster Harmanpreet Singh werd omgerekend 85.000 euro neergelegd. Maar bij de vrouwen vielen de bedragen beduidend lager uit dan verwacht. Een factor was waarschijnlijk de beperkte omvang van deze eerste editie: er doen maar vier teams mee, en dus waren er ook maar weinig partijen die elkaar zouden opbieden. De vrouwenteams hadden een lager budget dan de mannen. Ze mochten maximaal acht buitenlandse speelsters aankopen. Middenvelder Yibbi Jansen is de bestbetaalde niet-Indiase hockeyster: zij verdient 29 ‘lakh’ roepies, omgerekend ruim 30.000 euro. Opvallend was dat voor de andere Oranje-speelsters, allemaal ook Europees en Wereldkampioen, niet meer dan het startbedrag van zo’n 10.000 euro werd betaald.
Yibbi Jansen is de bestbetaalde niet-Indiase hockeyster in de Indiase competitie.Foto Hockey India League
In de weken na de veiling trokken meerdere internationals zich terug voor definitieve deelname, onder meer vanwege het speelschema – bij sommige clubs begon de voorbereiding voor Kerst – blessures of omdat de financiële compensatie tegenviel. Voor Verschoor was het geld niet de enige reden om mee te doen. „Het gaat ook om de ervaring”, vertelt ze een dag voor het duel tegen haar Nederlandse collega’s. „En dat bedrag is al veel geld, als je er naar los naar kijkt.”
Haar besluit zich in te schrijven voor de HIL-veiling leidde eerder wel tot opgetrokken wenkbrauwen bij volgers van het Nederlandse hockey. Voor de wintersport had ze juist een speelpauze ingelast, naar eigen zeggen voor mentale rust. Ze miste de laatste wedstrijden van haar club Amsterdam en stelde toen in een verklaring behoefte te hebben „zelf [te] kunnen bepalen over mijn agenda”.
De Indiase competitie valt in het staartje van die zelfgekozen rustperiode. Het toernooischema zit ramvol wedstrijden. Maar op het veld voelt het anders, legt Verschoor uit in het spelershotel van Soorma. Het samenspelen met de Indiase teamgenoten en onder meer een Australische, Argentijnse, Belgische en Duitse speelster, levert volgens haar een losser spel op. „Het heeft iets grappigs dat je met zo veel nationaliteiten in een team speelt. Ik ben zo aan het Nederlandse hockey gewend.”
In Nederland voelt het spel volgens Verschoor „soms iets te gestructureerd. Bijna dichtgetimmerd.” Datzelfde geldt ook wel voor het speelschema, de wisselwerking tussen presteren voor de club en het Nederlands elftal. „Als ik nu op trainingskamp zou zijn met het Nederlands team, dan zou dat heel anders zijn. Het gaat me niet alleen om de fysieke arbeid, ik wilde juist wat mentale ruimte en afstand hebben van de omgeving waar ik al zo lang in zit.”
Twaalf jaar, verduidelijkt Verschoor, speelt ze in het Nederlands tophockey. Ze haalt een hand door haar bos krullen. Op één pols prijken de Olympische ringen; de andere handpalm liet ze een aantal dagen terug met traditionele Indiase henna versieren. „Dit is zó iets anders, dat geeft me juist energie. Ook al is het nog steeds hockey.”
Yibbi Jansen met haar teamgenoten van Odisha Warriors.Foto Hockey India League
Haar eigen club AH&BC (Amsterdam) is voorzichtig positief, stelt bestuurslid Dennis Dijkstra. Tijdens de wintersport van de Nederlandse profteams trainen spelers door of spelen in de zaal. Deelname aan de HIL kan een alternatief zijn, „mits de voorwaarden goed zijn: ze moeten niet overbelast raken en goed voor zichzelf zorgen.” Zes spelers – mannen en vrouwen – doen nu mee aan HIL.
Het gaat de Nederlandse club niet om de ontwikkeling van het Indiase hockey. „Maar het is wel goed als de sport ook elders in de wereld aandacht krijgt, en zo groeit.” Daarvoor is een merknaam nodig. De spelersveiling kan bijdragen aan de appeal van de profcompetities. „Wat ik mooi vind is dat het geld direct naar de spelers en de speelsters gaat. Het is een transparante aanpak. Met de veiling gaat het erom wie met gelijke middelen de beste teams samenstelt. Dat is een mooi spel.” Amsterdam verdient niets aan de Indiase competities.
Nieuwe doorstroom
De Indiase oud-speelster Rani Rampal (30) vindt de meerwaarde van de nieuwe vrouwencompetitie overduidelijk. „Indiase speelsters zouden zonder een clubcompetitie nooit zo dicht bij de wereldtoppers komen”, zegt Rampal, nu mentaal begeleider bij Soorma Hockey Club. Dat team, dat traint in de noordwestelijke deelstaat Punjab, wordt gefinancierd door een bedrijvenconglomeraat met een speciale sporttak. Dat pompt geld in lokale sportinitiatieven voor de emancipatie van vrouwen en burgers uit achtergestelde groepen.
In India geldt hockey als een sport die uitblinkers kansen biedt op een goede toekomst. Spelers worden opgeleid in ‘academies’ van bedrijven of overheden. In deze structuur ontbrak een platform voor reguliere wedstrijden op niveau. Rampal: „Er zit een gat tussen de academies en het nationale Indiase team. Bij het Europese hockey ontwikkelen speelsters zich juist bij de clubs.” In haar stem klinkt bewondering door; zo zou zij het ook wel willen in India. „Als de HIL groeit, kan dat ook zorgen voor doorstroom naar het nationale elftal.”
Rampal is een grootheid. De aanvaller maakte vanaf haar veertiende deel uit van het Indiase nationale team, tot ze in 2024 stopte. Precies voor het begin van de eerste vrouwencompetitie, vertelt ze. „Dat besluit deed pijn, ja. Maar soms zijn dingen gewoon niet voor jou bestemd. Nu kan ik mijn ervaring wel inzetten voor de jongere speelsters. Mijn droom draag ik aan hen over.”
Anders dan zijzelf hebben de jongere Indiërs nu de kans om van dichtbij te leren van internationals in de HIL: „Niet alleen door als tegenstanders tegen ze te spelen. Maar ook door hen technische dingen te vragen. Of te zien hoe zij zich mentaal voorbereiden.”
Sommige Indiase hockeysters „gingen al op hun elfde uit huis voor de academies”, weet Maria Verschoor nu uit gesprekken met Rampal en haar Soorma-teamgenoten. Ze is onder de indruk van die levensverhalen.
Is dit nieuwe perspectief dat ze daardoor krijgt, iets wat de bond en de clubs thuis misschien ook als ervaring zouden moeten meewegen als spelers toestemming vragen voor zo’n uitstapje? Het is nog te vroeg om te zeggen of ze de HIL zo manier wil aanprijzen, zegt ze. Voor zichzelf vindt ze het de uitstap en de bijverdiensten waard. Zij neemt na de HIL-wedstrijden een week vakantie, en is op tijd bij haar club Amsterdam als het Nederlandse seizoen in maart hervat wordt. „Het is altijd een gesprek, over het schema van een speler. Maar als het iets normaler wordt dat het kán, ook als je misschien een trainingskamp mist… Het kan je als speler weer nieuwe energie geven. Misschien kom je ook weer met andere ideeën terug.”
Paniek in mijn vriendinnengroep op Oudjaarsdag: dit was de laatste dag waarop je je kinderen met terugwerkende kracht een dubbele achternaam kon geven. Dus van de vader én de moeder. Ging in op 1 januari 2024, en het gold een jaar lang: kinderen geboren na 2016 mochten (tegen betaling van een niet eens zo groot bedrag) de extra achternaam erbij.
Een paar van mijn vriendinnen wilden dat eigenlijk regelen, maar hoe gaat dat in een gezin met jonge kinderen: achter sommige dingen zit nu eenmaal niet dezelfde druk als achter eten geven, in bad stoppen en naar school brengen. En toen was het ineens 31 december en was er nog maar en paar uur tijd om de juiste formulieren in te vullen.
Mijn kinderen hebben het afgelopen jaar mijn achternaam erbij gekregen. We hadden bij geboorte gekozen voor de achternaam van hun vader, omdat ik ‘de Vries’ saai vind. Ik dacht dat ik het niet zo belangrijk vond dat ze niet mijn naam zouden dragen, maar het emotioneerde me toch toen de formulieren van de burgerlijke stand terugkwamen en daar ook mijn naam aan de namen van de kinderen was toegevoegd. Ik had niet meer als enige in het gezin een andere achternaam, we hoorden nu echt bij elkaar – ja, zo’n kinderlijk gevoel gaf dat.
Naast mijn vriendinnen deed ook het veldrijden me de laatste weken nadenken over achternamen. Daar rijdt Mathieu van der Poel rond, die zijn vader Adrie (wereldkampioen veldrijden en winnaar van zes klassiekers en twee Touretappes), het hele wielrennen en eigenlijk de mensheid zelf inmiddels ver is ontstegen met zijn buitenaardse talent. Maar ook Thibau Nys, de 22-jarige zoon van Sven Nys, crosst door de modder.
Vader Sven is de ongekroonde keizer van België, een levende legende op twee wielen, en van zijn zoon wordt minstens hetzelfde verwacht. Hij is goed op weg: hij is Europees kampioen, vorig weekend werd hij Belgisch kampioen, en hij rijgt de ereplaatsen in de cross en op de weg aan elkaar. Het is bewonderenswaardig hoe cool hij ermee omgaat, maar ik heb me al zo vaak afgevraagd hoe het moet zijn om door de nalatenschap van je vader onder een vergrootglas te liggen. Want ook als Thibau zestiende wordt, staan er paginagrote analyses in de krant. Dat geldt niet voor andere veldrijders.
Vanaf het eerste moment dat Thibau zijn voetjes in het veld zette, gonsde het: daar is de kleine Nys. De zoon van. En dat geldt niet alleen voor hem. Hoe lastig moet het wel niet zijn om Maxim Gullit te heten, Jordi Cruijff of Ruben Kluivert? Het geeft ook voordelen in „het wereldje”, deuren gaan sneller open, je ouders weten „hoe het werkt”. Maar altijd die ogen op je. Heeft hij hetzelfde talent? Nooit onbevangen een balletje trappen. Lost hij de belofte in, en zo niet, wat dan?
Onlangs kwam ik een oud-topsporter tegen die me vertelde dat ze voor hun kinderen bewust de achternaam van de moeder hebben gekozen. Zodat ze zonder verwachtingen van anderen hun eerste schreden in de sport – en de rest van het leven – konden zetten. Ik vind dat mooi. Wat een cadeau geef je je kinderen daarmee: de eerste indruk is onbetaalbaar, en door deze keuze is die eerste indruk is een schone lei.