Mijn moeder zou afgelopen vrijdag 99 zijn geworden. Ik denk daarom nog even aan haar afscheid vier jaar geleden. Mijn jongste zoon maakte een lange wandeltocht en kon onmogelijk terugkomen, dus stuurde hij haar op haar eigen mobiel een app. Ik las hem voor en was ontroerd. „Lieve oma, we hebben elkaar nog gezien voordat ik op reis ging. Jij gaat nu ook een reis maken en zult gaan waar het mooi is en je opa terug zult zien.” Mijn diepgelovige moeder kijkt me aan en zegt: „Dat geloof je toch zeker zelf niet.”
Rian Los
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Terwijl de wereld zich wanhopig een houding tot de nieuwe leiding van de VS probeerde aan te meten, onderging Geert Wilders een uitgebreide ooglidcorrectie. Het nieuws werd groot gebracht in de nieuwsprogramma’s van de polderversie van Fox News, SBS6. Politiek verslaggever Merel Ek had hem tijdens het interviewen goed aangekeken en had de cosmetische verandering als eerste gezien. Geen wonder dat Geert na de pandoering van Zelensky in de Oval Office niet zo scherp als normaal had gereageerd. De pleisters zaten nog op de ogen en belangrijk nieuws mag binnen de PVV alleen worden gebracht door de absolute leider. Het bleef in eerste instantie bij een tweet die tussen wal en schip bleef hangen.
Van die andere patiënt, Pieter Omtzigt van NSC, kwam ook al weinig. Hij had zich op het moment dat de spanning wereldwijd opliep vastgebeten in de hoge prijzen in de supermarkten. Die wil juist nu in de Tweede Kamer supermarktinkopers gaan verhoren over de vraag waarom een lekker tussendoortje zoals de krentencracker Sultana in onze buurlanden tot wel 50 cent goedkoper is.
Geen wonder dat onze premier Dick Schoof bij de top in Londen zo’n verweesde indruk maakte. Hij wist nog niet wat hij allemaal moest vinden en hield het op de gebruikelijke loze toezeggingen waar ze aan het front helemaal niets aan hebben.
Gelukkig viel de toespraak van president Trump dinsdagnacht mee. Hij vindt dat de inwoners van Groenland zelf mogen beslissen over hun toekomst. De Groenlanders willen graag bij de VS worden gevoegd, alleen weten ze dat zelf nog niet.
In Nederland wordt ondertussen al druk gewerkt aan een eigen bataljon van het Europese leger. Bij Bar Laat mochten de eerste sneuvelbereide pubers zich voorstellen aan de mensen thuis.
Laten we hopen dat vicepresident JD Vance de beelden nooit in handen krijgt. De man is nieuw in mijn leven, maar heeft de twee keer dat ik hem bezig heb gezien al een onuitwisbare indruk gemaakt. De lompheid van Joachim von Ribbentrop is terug op het wereldtoneel en dit waren dan nog maar de eerste scènes. Zijn optreden slingerde me terug in de tijd. In het voorjaar van 2000 was er korte tijd een reality-format op SBS6 te zien waarin een groep grotendeels geschifte deelnemers in een touringcar van marktplein naar parkeerplaats werd vervoerd. Er was besloten om er een echte asociaal van bijna twee meter tussen te zetten die geen tegenspraak duldde en het ook niet kreeg omdat de rest bang voor hem was. Geen idee of hij nog leeft, maar ‘Seki’ legde precies het menselijk tekort bloot waar we nu dan onder dreigen te bezwijken. De oorlog krabbelt steeds nadrukkelijker aan de deur en wij zitten met politici als Henk Vermeer (BBB) die de geschiedenisboekjes gaat halen met de zin: „Waar er twee kijven hebben er ook twee schuld.”
Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.
In 1984 luisterde ik naar een problemenrubriek op KRO radio, gepresenteerd door Dieuwertje Blok.
Ik vond dat ik, 17 jaar oud, per brief Dieuwertje wel een advies kon geven. Vandaag kom ik thuis en vind ik in één moeite het lieve antwoord op een correspondentiekaart, 41 jaar niet in handen gehad:
„…..voor een intelligent programma houd ik mij aanbevolen, maar van zo’n radio rubriekje leer je een hoop, vooral hoe het niet moet. Blijf het toch nog even doen maar niet lang meer hoor.”
Geert Jan Elbrecht
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Ik vlieg met een budgetmaatschappij naar Schotland. Bij aankomst uitstappen via een trap en dan een flink stuk lopen. Bij de vleugel valt mij een ongezond ratelend geluid aan de motor op. Ik luister, loop door en ga dan toch terug. Ik ben geen techneut, maar dit klinkt echt niet goed. Wellicht kan ik een catastrofe voorkomen, dus waarschuw ik een van de gele hesjes die buitenstaan. Gewezen op de mogelijke luchtramp is zijn antwoord kort en bondig: „Sir, this type of airplane makes funny noises all the time.”
Hans van Dugteren
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Hier is het al heel erg lang historische grond, dankzij hunebedden D46 en D47 die ruim vijfduizend jaar geleden bijeen werden gestapeld. Eromheen ligt bouwgeschiedenisvan later datum: Angelslo. Die wijk werd in de jaren zestig uit de grond gestampt als onderdeel van wat de Open Groene Stad Emmen moest worden: stedelijke voorzieningen, ondergebracht in laagbouw met een dorps aanzien: platte daken en veel groen. In Emmen vond Niek de Boer het woonerf uit. Op sommige erfjes zit nu wat sleet, maar juist dan blinkt je ineens een vrolijk bloemig kastje tegemoet, vol boeken die ook wel op lentekleurigheid door de ballotage lijken te zijn gekomen.
Zo ook Hier ben ik, een roman van Jonathan Safran Foer uit 2016, die het eerste deel van zijn bestaan tien kilometer westwaarts beleefde, in de bibliotheek van Oosterhesselen. Alle gelukkige gezinnen van Emmen lijken, Tolstoj indachtig, op elkaar, maar het gezin in Hier ben ik (vertaald door Gerda Baardman en Tjadine Stheeman) is op geheel eigen wijze ongelukkig. Safran Foer is geweldig in het beschrijven van klein ongeluk, zoals in een scène waarin Jacob en Julia, onwetend onderweg naar hun scheiding, naast elkaar, maar geheel op zichzelf hun avondroutine uitvoeren. Hij wast met Cetaphil Daily Cleanser for Normal to Oily Skin (en gebruikt dan drie smeerseltjes, die allemaal bij naam worden genoemd). Zij kiest voor S.W. Basics Cleanser en daarna drie verschillende nachtcrèmes. De zalfjeskloof blijkt niet meer te overbruggen, zoals Safran Foer met zijn eigen knipoog naar Tolstoj schrijft: „Alle gelukkige ochtenden lijken op elkaar, net als alle ongelukkige, en daarom zijn die laatste ook zo diep ongelukkig: het gevoel dat dat ongeluk al eerder is voorgekomen.”
Ook bij daglicht drijven de echtelieden uiteen. Opvoeden blijkt in de eerste scène een splijtzwam. Jacob en Julia worden bij de rabbijn geroepen vanwege hun oudste zoon Sam. In de aanloop naar zijn bar mitswa is er op zijn lestafeltje een briefje vol seksistische en racistische woorden gevonden, inclusief, zo zegt Julia, ‘het n-woord’. („‘Staat er „het n-woord”?’ vroeg Jacob. ‘Of het echte n-woord’”). Julia gaat ervan uit dat de tekst inderdaad van hun zoon afkomstig is, Jacob verzet zich hevig tegen die gedachte.
De discussie over de mogelijke uitglijder van de zoon wordt voortgezet als Julia achter de wc-pot een telefoon vindt waarop Jacob hitsige tekstjes uitwisselt met een vrouwelijke collega. Hij verdedigt zich amechtig door te stellen dat het slechts woorden waren en dat er verder ‘niets’ was gebeurd. Geklets, vonnist zij: de woorden zijn de daden.
Safran Foer laat de verhouding tussen woord en daad in alle mogelijke vormen terugkeren in de roman – de titel verwijst naar de woorden waarmee Abraham zich bij God meldde om zijn zoon te offeren. Ook in het hele grote: de personages worden opgeschrikt door een aardbeving in Israël, wat voor alle buurlanden aanleiding is dat land binnen te vallen. Het levert voor de Joodse Amerikaan Jacob de vraag op of zijn levenslang met de mond beleden solidariteit met Israël betekent dat hij onder deze omstandigheden moet afreizen om het land met zijn lichaam te verdedigen. Safran Foer beschrijft het uitbreken van die oorlog in een reeks gefingeerde nieuwsberichten, waarin de ene na de andere grote mogendheid Israël als een baksteen laat vallen. Het geeft deze virtuoze echtscheidingsroman ineens op ander niveau een wrange actualiteit.
Wilt u het besproken exemplaar Hier ben ik hebben? Mail dan naar [email protected]; het boek wordt onder inzenders verloot, de winnaar krijgt bericht.
Op weg naar school staat de trein waar ik in zit stil bij een station. De vrouw tegenover me vraagt: „Kan jij even op mijn tas letten? Ik moet naar de wc.” Ik: „Natuurlijk, maar volgens mij is het niet de bedoeling dat je naar de wc gaat bij een station.” Verbouwereerd gaat ze terug zitten. Wat later komt een van mijn 6 VWO-leerlingen de trein in en komt bij ons zitten. Op het moment dat we het station uitrijden vraagt de vrouw: „Mag ik dan nu wel naar de wc?”, waarna ze wegloopt. Mijn leerling kijkt mij verbaasd aan en zegt: „Moeten echt iedereen dat eerst aan u vragen?”
Thomas Otte
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Het ‘gesprek’ in the oval office dreunde nog na, maar een groep van tientallen Oekraïners had al wel de juiste conclusie getrokken. Ze trokken zaterdag door Utrecht om hun dankbaarheid te tonen. De tocht ging van de Jaarbeurs naar het Domplein. Ze liepen met geel-blauwe vlaggen en deelden bloemen uit aan Utrechters. Tegelijkertijd lieten ze ook merken dat de Nederlandse les niet voor niets was geweest.
„Dank U wel!”
„Dank U wel!”
„Dank U wel!”
Een onder de voet gelopen volk beende door een autoluwe slagader van Utrecht, het ‘Dank U wel!’ ging door merg en been. Je hoorde de angst voor de toekomst, ze hadden goed opgelet bij de nieuwsuitzendingen: zodra de barmhartige helpers denken dat de dankbaarheid niet groot genoeg is ben je verloren. De factcheckers van CNN hadden maar liefst 33 bedankjes van Zelensky voor de Amerikaanse wapens gevonden, te weinig om door te dringen tot The Oval Office.
Dan maar de straat op, moeten de in Nederland verblijvende Oekraïners hebben gedacht, wellicht dat het blijft hangen in het collectieve geheugen. Ze konden maar beter zo hard mogelijk schreeuwen en er liefst zo vriendelijk mogelijk bij kijken zodat ook al onze Poetin-verstehers en Geert Wilders het maar konden horen. Onze steun, onze hulp, onze barmhartigheid: ze hadden het gezien. Ze waren ongelooflijk dankbaar, de dank-U-wel’s gulpten uit de monden.
Wij zijn de VS niet, we hebben nog net geen JD Vance, maar al wel een minister die niet weet dat Zelensky democratisch gekozen is, een publieke omroep die openlijk pro-Poetin is en de leider van de grootste regeringspartij weet nog niet precies waar hij staat, waardoor de goede verstaander het al wel kan vermoeden.
Zaterdag deelden ze bloemen uit en scandeerden ze dank-U-wel, over een paar weken komen ze misschien kruipend door de koopgoot op ons af om onze voeten te kussen. Alles opdat het ons niet kan ontgaan dat ze onze goedheid gezien, gevoeld en gewaardeerd hebben. Van alles wat we ze nog voor de voeten gaan werpen – dat ze maar terug naar daar moeten om te sneuvelen, dat ze voor onze hulp moeten betalen – vervalt het allerergste wat je ons kunt aandoen: ondankbaar zijn. Want wat heb je aan je ingebakken goedertierendheid als niemand het ziet? Helemaal niets.
Gisteren kwam Dick Schoof met een getekend gezicht terug van de top met Europese leiders in Londen. Hij had namens Nederland geen concrete toezeggingen voor Oekraïne gedaan. De Oekraïners zijn ons toch alvast maar dankbaar.
Marcel van Roosmalen schrijft op maandag en donderdag een column.
De hele week keek ik met extra veel aandacht naar het nieuws omdat ik het aftreden van onze migratieminister Marjolein Faber verwachtte. Niet omdat ze ooit met veel bombarie grootscheepse grenscontroles aankondigde en daarna nooit verder is gekomen dan zeven schele koddebeiers die af en toe een puber op een fatbike met zijwieltjes hebben aangehouden. Daar kan ze gewoon voor blijven zitten. Ook niet omdat ze met een gietijzeren standvastigheid om de week brieste dat we het „strengste asielbeleid ooit” zouden krijgen, terwijl later bleek dat haar slecht in elkaar geflanste houtje-touwtje-wetjes aan alle kanten rammelden en het nooit zullen halen in een gezond parlement. Dit hoort volgens Marjolein bij het spel.
Nee, het kwam door vorige week vrijdag toen ze geïnterviewd werd door de goedmoedige RTL-labrador Jaïr Ferwerda die haar wat schoolkrantvragen over Trump, Poetin en Zelensky stelde. Na wat gestotter en gestuntel liep ze radeloos weg om bijna meteen weer terug te keren bij de microfoon van Ferwerda. Nu met de mededeling dat Zelensky niet democratisch gekozen is. Daarna verdween ze in haar kringloopkloffie in het Catshuis waar ze waarschijnlijk door een aantal collega’s keihard is uitgelachen. Een aantal collega’s. Niet door iedereen omdat ik vrees dat een groot deel van dit tweedehands stuntelkabinet ook van mening is dat de Oekraïense president niet gekozen is. Wie ik daarvan verdenk? Die blonde Volendamse woonminister bijvoorbeeld. En Fleur schat ik in dit geval ook niet al te hoog in. Schoof zelf? Die moet eerst aan Geert vragen wat hij ervan mag vinden.
Maar Poetin had dat over de niet-democratische Zelensky zelf gezegd en Trump heeft dit op zijn eigen manier ook nog eens vrolijk de wereld in gepapegaaid. Dit soort wereldleiders zegt dit natuurlijk niet zomaar. En dan mag je dat als eenvoudige migratietroela uit een Hollandse polder best napraten.
Maar ze is dus door iemand gecorrigeerd en niet veel later stond ze bij dezelfde Jaïr te hakkelen dat ze zich vergist had. Natuurlijk was hij wel gekozen. En er waren geen verkiezingen geweest omdat Oekraïne in oorlog was. Dat had ze ook pas net gehoord.
Misschien vond ze dat best raar omdat er in die tussentijd in Rusland wel verkiezingen zijn geweest. Hele eerlijke verkiezingen zelfs. Poetin had die met een overgrote meerderheid gewonnen. Dus waarom kon het daar wel en in Oekraïne niet?
Maar goed, het was haar door wat slimmeriken uitgelegd en grootmoedig kwam ze vertellen dat ze een foutje had gemaakt. Daarmee was wat haar betreft de zaak klaar.
Wat haar betreft wel, maar snapt ze dan niet dat we hiermee een gigantische internationale flater slaan? Dat we inmiddels de risee van Europa zijn. Dat er keihard om ons gelachen wordt.
Niet een analfabete secretaresse of een lichtgewichtschoonmaakmevrouw deed deze uitspraak, maar een heuse minister die de grootste partij in dat landje vertegenwoordigt. Een volwassen vrouw die een eed heeft afgelegd bij een vriendelijk ogende spek- en bonenkoning van het voormalige aardgasstaatje dat barst van de poen. Dat vindt dat het op geopolitiek gebied gewoon mee mag praten in de grote, boze wereld. Deze minister, ik herhaal minister, heeft geen idee hoe die wereld in elkaar zit.
Het meest aandoenlijke was haar zielige lachje nadat ze bij Jaïr had staan blunderen. Toen leek ze even op een gestoorde patiënt die al jaren gedoogd wordt in het winkelcentrum. En haar zelfverzekerde blik toen ze het foutje kwam herstellen was ronduit meelijwekkend.
Ik vraag me hardop af: heeft ze geen vrienden die haar bij een kop zwarte filterkoffie uitleggen dat ze echt moet stoppen? Dat dit zielig is. Voor het land, voor haar kiezers, maar vooral voor haarzelf. Maar ook voor haar familie en de straat waarin ze woont.
En wat zegt Geert? Die wil in dit soort gevallen vaak graag zijn grote mond opentrekken en wat snoeiharde vragen stellen. Maar nu is het stil. Doodstil.
Gister schijnt Marjolein tegen een collega gezegd te hebben: „Maar Zelensky is wel Rusland binnengevallen.”
Neef Stein studeert in Berlijn. Zijn studiegenoot uit India maakt plannen om een vriend te ontmoeten die op een vrachtschip werkt. Binnenkort heeft hij een tussenstop in Zeeland. „That is in The Netherlands, right?” Neef Stein knikt en biedt aan zijn studiegenoot te helpen met het plannen van de treinreis naar Vlissingen. Twee weken later belt de studiegenoot in paniek vanuit de trein: „I only see: train goes, train goes. But where is it going?” Stein denkt even na en schiet dan in de lach. „Goes my friend, the next station is Goes!”
Simone Becker
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
In de plaatselijke supermarkt duw ik mijn karretje voort. Getooid in een lange jas en met een grote hoed op mijn hoofd, schuif ik langs de schappen. In de sauzen- en soepengang, kom ik naast een moeder met twee kleine kinderen te staan. Een jongen en een meisje van ergens tussen de 4 en 10 jaar. De jongste, het kereltje, zegt: „Kijk mam, een cowboy.”
Ad rem antwoord ik: „Ja, en heb jij misschien ook mijn paard gezien?” Waarop het meisje roept: „O mam, het is echt een cowboy!”
Jan van den Hoff
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]