Drie uur en zeventien minuten lang klinkt Narendra Modi bedachtzaam, vriendelijk en scherp. Het gesprek dat de Indiase premier voerde met Amerikaanse podcaster Lex Fridman, is een technisch hoogstandje. Tijdens het originele interview maakten de mannen gebruik van een vertaler; met hulp van AI spreekt de premier in de latere edits Hindi, Engels, Russisch en andere talen.
Modi’s optreden werd breed opgepikt – inclusief profielen van computerwetenschapper Fridman. Waar het in die drie uur over ging? Er kwam een breed scala aan onderwerpen voorbij, van een soort ‘India voor beginners’ en Modi’s bescheiden jeugd, tot India’s internationale positie in de wereld – het is zijn ambitie om van het land een wereldmacht te maken. Modi’s positieve uiteenzetting van de relatie met noorderbuur China en de noodzaak tot een productieve „gezonde competitie” te komen, krijgen vanuit Beijing een vriendelijke respons. Pakistan is dan weer totaal niet te spreken over Modi’s bewering dat het buurland al zijn pogingen tot „harmonieuze co-existentie” heeft afgewezen.
De interviewer lijkt controversiële punten aan te snijden – „ik moet natuurlijk wel” – maar vraagt niet kritisch door, bijvoorbeeld over Modi’s optreden tijdens beruchte rellen in 2002 in zijn thuisstaat Gujarat. Hij was destijds deelstaatminister en zijn regering wordt verweten onvoldoende te hebben ingegrepen in de dodelijke rellen tussen geloofsgemeenschappen. Modi neemt de tijd om uit te leggen hoe complex de situatie was, maar gaat amper in op zijn eigen optreden.
Dat tekent waaróm Modi ervoor koos met Fridman in gesprek te gaan, stelt journalist Nilanjan Mukhopadhyay. Hij schreef meerdere boeken over de Indiase politiek en een biografie over de premier. „Sommige podcasters staan bekend om hun diepgaande gesprekken met deskundigen, terwijl anderen, zoals Fridman, zich verre houden van alle controversiële onderwerpen”, staat er boven zijn opiniestuk op online platform The Wire. In het gesprek toonde Modi volgens Mukhopadhyay „zijn voorliefde om volledig de ruimte op te eisen die niet-journalisten hem bieden, omdat zij het bereik van hun show willen vergroten en niet omdat ze zich willen toeleggen op het verspreiden van nieuws, zoals journalisten wél doen.”
‘Softe’ Fridman
Daarom schiet de podcast een deel van het Indiase publiek in het verkeerde keelgat. Modi heeft amper omgang met de pers: sinds hij in 2014 premier werd is er geen traditionele persconferentie met Indiase media geweest. Kritische journalisten krijgen te maken met zware repressie. Toch stelt de premier tegenover Fridman: „Ik verwelkom kritiek, dat is van cruciaal belang in een democratie. Als het maar goed onderbouwd is.”
Wat een verrassende „ontdekking van de premier”, schampert de onafhankelijke website Newslaundry, die harde analyses over de Indiase politiek en media brengt. „Deze omarming van kritiek komt van een regering die ervan wordt beschuldigd de opruiingswetten onterecht in te zetten tegen activisten, kunstenaars en oppositiepolitici en verantwoordelijk te zijn voor de vrije val van India’s persvrijheid.” De perswoordvoerder van oppositiepartij Congress is op X al even vilein: „De man die vreest voor vragen van journalisten, voelt zich blijkbaar comfortabel bij een buitenlandse podcaster uit het rechtse media-ecosysteem.”
Volgens Congress gebruikt Modi de ‘softe’ Fridman om via de podcast de Amerikaanse president Donald Trump te paaien, door opmerkingen te maken over de „irrelevantie” van mondiale verbanden als de VN. Is Fridman in India onbekend, in de VS wordt hij in verband gebracht met de rechtse kring van podcasters rondom het Witte Huis. En inderdaad, Trump deelde op zijn eigen Truth Social een link naar de podcast.
Het is het ultieme blijehondenbeeld: het extatische gekwispel als je thuiskomt, of als je de voerbak vult. Maar soms kwispelt je hond ook in andere situaties. Als hij iets graag wil, bijvoorbeeld. Of als hij zich onzeker of bedreigd voelt. Hoe zit dat?
Een ‘waarom’-vraag is altijd tricky: doel je op de oorzaak (‘waardoor’) of op het doel (‘waartoe’)? Bij diergedrag zijn er zelfs víér mogelijke invalshoeken, schreef bioloog en latere Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen in 1963. Hoe werkt het gedrag, mechanistisch gezien? Hoe ontwikkelt het zich gedurende een leven? Waartoe dient het? En hoe is het geëvolueerd?
Er zijn veel dieren die kwispelen, bijvoorbeeld drinkende lammetjes, etende herten, geïrriteerde paarden en tevreden varkens. Kwispelkampioen zijn de hondachtigen. Vos, wolf en coyote: ze doen het allemaal. Maar de hoofdprijs gaat naar de hond.
Italiaanse biologen zetten in 2024 in Biology Letters bestaand kwispelonderzoek op een rijtje, volgens de systematiek van Tinbergen. Ten eerste het mechanisme. Het zijn vooral de kleine hersenen die het kwispelen aansturen. Die reguleren de motoriek, maar ook angst- en plezierreacties. Maar er gebeurt ook iets in de grote hersenen. Honden kwispelen namelijk asymmetrisch. Vaak is er een lichte afwijking naar rechts, aangestuurd vanuit de linkerhersenhelft. Dat gebeurt in reactie op iets positiefs. Ze kwispelen juist ietsje naar links in een onzekere of negatieve situatie, aangestuurd door de rechterhersenhelft. Hoe dat precies zit is niet bekend, maar duidelijk is wel dat honden die verschillende kwispels haarfijn kunnen onderscheiden, bij elkaar én bij robothonden. Ze vertonen bijvoorbeeld meer stress bij het zien van links- dan bij rechtskwispelaars.
Hondenpuppy’s beginnen met kwispelen als ze vier à vijf weken oud zijn, allereerst in reactie op iets fijns. Pas later wordt het genuanceerder. Wolvenpups daarentegen kwispelen bijna nooit. En volwassen honden kwispelen geleidelijk meer rechts dan links naarmate ze een persoon beter leren kennen.
Over de functie van het kwispelen zijn de conclusies niet eenduidig. Het gedrag dient in elk geval als sociaal signaal, naar honden of naar mensen. Een lage kwispel staat voor geruststelling, of goede bedoelingen. Als het hele achterlijf meebeweegt, duidt de lage kwispel op een lage status of volledige onderwerping. En een hoge kwispel duidt op opwinding, maar die kan zowel positief als negatief zijn. Voor ons blijft het vaak gissen.
Ten slotte de evolutie van het vele kwispelen. Vanaf circa 35.000 jaar geleden zijn mensen wolven gaan domesticeren. Dat heeft geleid tot de hondenkenmerken die we zo waarderen, zoals hun vriendelijkheid, werklust en ‘slimheid’. In tegenstelling tot wolven kunnen honden bijvoorbeeld een wijzende mensenvinger volgen. Het leidde ook tot uiterlijke kenmerken, zoals hangende oren, vlekken en een boller voorhoofd.
Waarschijnlijk is het vele kwispelen, net als de hangoren, ontstaan als bijeffect van de domesticatie, aldus de Italianen. Mensen hebben er niet bewust op geselecteerd, maar die eigenschappen blijken genetisch gelinkt aan gewenste gedragskenmerken (het ‘domesticatie-effect’). Ook de tamme zilvervossen uit het beroemde Russische domesticatie-experiment kwispelden veel, hoewel ze alleen waren geselecteerd op vriendelijkheid.
Maar, zo besluit het artikel in Biology Letters, misschien speelt daar wel iets doorheen. Het kwispelen appelleert aan onze menselijke voorkeur voor ritme en cyclische bewegingen. Die vinden we geruststellend. Misschien hebben we honden wel altijd onbewust als vriendelijker beoordeeld naarmate ze meer kwispelden, en woog dat mee in de fokselectie.
Dus wellicht luidt het antwoord op onze beginvraag óók wel: omdat mensen dat fijn vinden.
Sinagote leek me een echte levensgenieter. Al minstens tien jaar volgde ze voor het koud werd dezelfde route naar het zuiden. Een blauwe lijn toonde haar tocht op een landkaart: langs de Nederlandse en Belgische kust, dan even landen in Le Havre. „Na een korte stop vliegt ze verder”, klonk de voice-over, „en passeert ze de Unesco werelderfgoedlocatie van Mont Saint-Michel”.
Het scherm vulde zich met sprookjesachtige beelden van het Normandische getijdeneiland en de bijbehorende historische abdij. Als ze voorbij die toeristische trekpleister was, landde Sinagote in Séné – de gemeente waar ze naar vernoemd was. Daar deed ze zich tegoed aan brakwatersteurgarnalen. De meeste lepelaars vlogen nog een heleboel kilometers door naar Afrika: een lange, intenstieve tocht. Maar Sinagote niet. Sinagote overwinterde aan de Franse westkust.
De lepelaar in een roerige wereld (EO) was niet de meest enerverende documentaire denkbaar, maar bood wel een fijne, rustgevende afwisseling voor kijkers die woensdag even behoefte hadden aan iets anders dan Haagse debatten. Een gezonde afwisseling, zou ik ook wel durven zeggen. Er zit toch een grens aan het aantal keren dat je je premier kunt horen zeggen dat het meest recente kabinetsconflict „in de boezem van het kabinet is opgelost” voor je definitief doordraait (ik weet niet welke spindoctor die zin heeft bedacht, maar ik zou ’m gauw ontslaan).
Voor mij kwam die grens woensdag in een schrikbarend hoog tempo dichterbij, dus ik was erg dankbaar voor de lepelaars. En heel nieuwsgierig hoe zij hun roerige tijden doorkwamen, ook al zagen die er wat anders uit dan de onze. De witte vogels met hun kenmerkende lepelvormige snavels stierven in de jaren zeventig bijna uit „door vergiftiging met pesticiden, biotoopverlies en de jacht”. En dan waren er in Nederland ook nog eens steeds meer vossen om voor op te passen. Maar de Waddeneilanden bleken uiteindelijk een veilige broedplaats, en de lepelaar lepelde moedig voorwaarts. Uitsterven ligt inmiddels niet meer op de loer. Gelukkig maar, want daarom waren er nu veel mooie beelden beschikbaar van Sinagote die van haar welverdiende Franse vakantie genoot.
Scheuren
Wie na die beelden plaatsvervangend uitgerust op NPO 2 bleef hangen, werd even later door Nieuwsuur (NOS) weer met de neus op de eigen roerige tijden gedrukt. Toen Arjan Noorlander de weinig verrassende constatering deed dat „er toch scheuren beginnen te komen in het kabinet-Schoof” was ik al klaar om de tv uit te doen, maar het vervolg op die zin was toch wel frappant: „Waar je dat vooral aan merkt, is dat wij toch vrij makkelijk in gesprek kwamen met een flink aantal ministers vanuit het kabinet die wilden vertellen dat dat inderdaad het geval is.” Toch maar even blijven luisteren.
De politieke redactie had een rondgang gemaakt langs betrokkenen bij het kabinet en geanonimiseerde uitspraken van 25 bewindspersonen verzameld. Het leverde een item op vol quotes als „Ik was verbaasd dat ook bij BBB en PVV geen idee bestond hoe je politiek zaken voor elkaar moest krijgen”, „Femke pleegt obstructie”, „Schoof is geen natuurlijk leider” en „De sfeer is nu echt verzuurd”. En toch zat het kabinet er aan het eind van de dag nog steeds.
Het stak schril af bij wat ik eerder op de avond tussen de lepelaars had zien gebeuren. „Oek”, had Sinagote bij het naderen van de herfst tegen haar metgezellen gezegd, en dat betekende dat ze klaar was om te vertrekken. Het was een zacht geluidje, haar snavel ging er amper bij open, maar meer volume was er niet nodig om met de andere lepelaars te communiceren. Het overleg was snel gepleegd. Ze sloegen hun vleugels uit en zetten koers naar het zuiden. Als je een lepelaar bent voel je zelf ook wel aan wanneer het tijd is om te gaan.
Tuberculose, een ziekte die 19de eeuwse Europese dichters doodde, dacht schrijver John Green. En cowboys in het Wilde Westen. De hoofdpersoon in de videogame Red Dead Redemption 2 overlijdt aan tuberculose. Dat was ongeveer alles wat de Amerikaanse auteur van beroemde youngadultboeken zoals The Fault in Our Stars en Paper Towns over de ziekte wist. Tot hij in 2019, in het Lakka Government Hospital in Sierra Leone, een jongen ontmoet. Henry Reider.
Henry lijkt een jaar of negen, maar blijkt al zeventien te zijn. De jongen oogt opgewekt en energiek, maar is in werkelijkheid doodziek. Henry lijdt aan multiresistente tuberculose, een bacterieziekte die wordt veroorzaakt door Mycobacterium tuberculosis. De dokters in het ziekenhuis van het West-Afrikaanse land vrezen voor zijn leven.
Green voelt ongemak. „Ik was in Sierra Leone om een groot bedrag te schenken aan organisaties die zich daar inzetten voor de gezondheid van kinderen en moeders, en toch had ik geen idee dat tuberculose nog steeds de meest dodelijke infectieziekte ter wereld is”, zegt Green via een videoverbinding vanuit zijn woonplaats Indianapolis. „Toen ik Henry ontmoette, wist ik dat ik zijn verhaal moest vertellen.”
Wat zegt dat, dat u zo weinig over tbc wist?
„Dat we de ziekte in het rijke Westen praktisch onzichtbaar hebben gemaakt. Nog steeds krijgen in de Verenigde Staten zo’n 10.000 patiënten per jaar tuberculose, het is een infectieziekte die zich door de lucht verspreidt. Iedereen kan het krijgen. Sterker nog: een kwart tot een derde van de wereldbevolking raakt geïnfecteerd met tbc. Gelukkig hebben we de medicijnen en diagnostische apparatuur ontwikkeld om de ziekte op te sporen en effectief te behandelen. Het probleem is alleen, en dat ontdekte ik in Sierra Leone: we hebben die middelen niet eerlijk over de wereld verdeeld.”
Wanneer realiseerde u zich dat tuberculose ook een ongelijkheidskwestie is?
„Zodra ik mijn voet over de drempel van het Lakka Government Hospital zette. In mijn studententijd heb ik als aalmoezenier in verschillende kinderziekenhuizen gewerkt. Ik heb veel ellende gezien, maar ik zag nergens zulke zieke mensen als in Sierra Leone. Daar leerde ik dat tbc vooral vat krijgt op mensen met een zwak immuunsysteem door andere onderliggende problemen, zoals ondervoeding of onbehandelde hiv of aids.
„Van alle tbc-patiënten wereldwijd is de helft ondervoed. De Oegandese arts Peter Mugyenyi zei in 2000 in een voordracht over de onwil van het rijke Westen om de wereldwijde toegang tot hiv-medicatie te verbeteren ‘de medicijnen zijn waar de ziekte niet is, en de ziekte is waar de medicijnen niet zijn’. Precies hetzelfde geldt voor tbc. De ziektelast volgt het pad van onrecht en ongelijkheid dat wij ervoor hebben uitgestippeld.”
Henry lijdt aan multiresistente tuberculose. Zijn bacteriestam is resistent tegen de meest krachtige medicijnen tegen de ziekte. Door een gebrek aan testmogelijkheden in zijn land weet Henry dat lange tijd niet en wordt hij steeds zieker. Eenmaal in het Lakka Government Hospital, waar die resistentie wordt vastgesteld, is hij zijn leven nog steeds niet zeker.
In plaats van een goedwerkend middel tegen resistente tbc, bedaquiline, krijgt Henry een cocktail van medicijnen met nare bijwerkingen, die bovendien nauwelijks aanslaan. Waarom kreeg Henry die bedaquiline niet, vraagt Green zich af.
De ontmoeting met Henry gaf Green „een doel in zijn leven”. De auteur heeft lang geworsteld met wat hij ziet als de morele verantwoordelijkheid die bij zijn naamsbekendheid hoort: als Green iets zegt, dan luisteren miljoenen mensen. „Die megafoon komt met mijn werk, en ik houd van mijn werk. Nu heb ik iets zinvols gevonden om die megafoon voor in te zetten.” Samen met tbc-activisten wereldwijd vroeg hij aandacht voor tuberculosehulp in lage- en middeninkomenslanden.
Ik heb met eigen ogen gezien wat er kan gebeuren als activisten zich lang genoeg inzetten voor een betere wereld
En niet zonder succes. Het Amerikaanse conglomeraat Danaher verlaagde na aanhoudende druk van activisten de prijs voor een van zijn tbc-testen tot de kostprijs. Zonder zulke testen kunnen tbc-patiënten alleen gediagnosticeerd worden door hun speeksel onder de microscoop te bestuderen, een onnauwkeurige methode.
En farmaceut Johnson & Johnson zag af van de verlenging van het patent op bedaquiline. Het middel zou voor 130 Amerikaanse dollar per behandeling van zes maanden geproduceerd kunnen worden, maar Johnson & Johnson vroeg tot voor kort het dubbele. Green zette zijn naamsbekendheid in om de druk op het bedrijf op te voeren. In een bericht op Instagram verweet de auteur Johnson & Johnson zes miljoen mensen toegang tot het middel te onthouden, wat zou leiden tot „een stijging van het aantal resistente tbc-gevallen en honderdduizenden onnodige doden.”
Daarna deed Greens trouwe online fanschare, die hij zijn „nerdfighters” noemt, de rest. Onder de hashtag #patientsnotpatents verspreidden zij Greens boodschap. Wat tbc-activisten al jaren probeerden, lukte dankzij de megafoon van Green. De farmaceut zwichtte en beloofde het middel tegen de kostprijs te zullen ontwikkelen voor lage- en middeninkomenslanden. Het aantal patiënten dat daardoor in aanmerking komt voor het middel werd in een klap verdubbeld.
U schrijft in uw boek: het farmaceutische model moet op de schop.
„Het is nu lucratiever om een middel te ontwikkelen dat je wimpers sneller laat groeien, dan een middel tegen tbc. Behandelingen die nare ziektes de wereld uit helpen zouden prioriteit moeten krijgen boven de middelen die de rijken zich kunnen veroorloven.”
Uw boek gaat specifiek over tuberculose. Waarom?
„Opvallend aan tbc is dat het de meest dodelijke en oudste infectieziekte is die we kennen. Tuberculose heeft een enorme rol gespeeld in de geschiedenis van de mens, óók in het rijke Westen. In de 19de eeuw was tbc in Europa en de Verenigde Staten zo alomtegenwoordig, en trof het zoveel beroemde dichters, denkers en componisten, dat tbc werd beschreven als ‘de plaag van de witte man’, en ‘de ziekte van het meesterras, niet van het slavenras’, tegenwoordig ondenkbare beschrijvingen voor hoe artsen in de 19de eeuw de ziekte zagen.
„Het typische uiterlijk van iemand met tbc – bleek met rode blosjes en ingevallen ogen – werd nastrevenswaardig, een schoonheidsideaal voor vrouwen. Zij deden belladonna op hun oogleden en rode verf op hun lippen en wangen om er ‘consumptive chic’ uit te zien, naar de Engelse bijnaam van de ziekte, consumption.
„Dat veranderde in 1882, toen Robert Koch de bacterie ontdekte die tbc veroorzaakt. Juist de afwezigheid van tbc werd een teken van witte suprematie.
„Nog steeds leven grote delen van de wereld met die nalatenschap en maakt de ziekte zo’n anderhalf miljoen slachtoffers per jaar. Tuberculose is ook het verhaal van een wereld waarin we kíezen te leven. Dat verhaal wil ik vertellen.”
Tbc de wereld uit helpen is niet alleen een geldkwestie. U wilt de mensen in de westerse wereld ook in beweging krijgen voor deze zaak.
„Ja, want ik heb met eigen ogen gezien wat er kan gebeuren als activisten zich lang genoeg inzetten voor een betere wereld. Ik zag het bij hiv, bij malaria, bij tbc. De grootste uitdaging is wat ik het empathiegat noem. Als lijden dichtbij is, zijn we enorm genereus en compassievol, maar speelt het verder weg, dan worden we monsters. Voor een wereld waarin de pijn van iedereen even zwaar telt, moeten we ons leren vereenzelvigen met de pijn van mensen ver weg. We lossen problemen pas op als we die zien.”
Is dat realistisch, denkt u, dat empathiegat dichten?
„Het is ongelooflijk moeilijk. Ik loop dagelijks tegen de grenzen van mijn eigen empathie aan. Ik stuit op verhalen die ik niet écht tot me wil laten doordringen, omdat het mij persoonlijk stress oplevert.”
U kunt ook niet iedereen redden.
„Nee, maar wat betreft tuberculose is dit boek pas het eerste hoofdstuk, de lancering van een veel groter project.”
Heeft u al ideeën?
„Het meest urgent is de crisis die zich nú onder onze ogen afspeelt. De Verenigde Staten zijn lange tijd koploper geweest in de wereldwijde strijd tegen tbc, maar de regering-Trump wil bijna alle financiering voor tbc-hulp intrekken. Naar schatting zullen jaarlijks niet tien maar dertien miljoen mensen tbc oplopen en honderdduizenden mensen sterven als direct gevolg van deze beleidsmaatregel. Dat is ontmoedigend en vreselijk pijnlijk. Het is mijn prioriteit om te zorgen dat onze regering de ontwikkelingshulp voor tuberculose zo snel mogelijk weer opstart.”
De progressie van de afgelopen decennia komt nu tot stilstand, of brokkelt zelfs weer af
Bent u optimistisch?
„In het jaar dat ik afstudeerde, overleden per jaar twaalf miljoen kinderen al voordat ze vijf jaar oud waren. Afgelopen jaar waren dat minder dan vijf miljoen kinderen. Dat zijn geen cijfers die de voorpagina’s halen, maar ik vind dat wel de meest indrukwekkende prestatie die wij als mensen ooit hebben bereikt. In het geval van tbc hebben activisten tientallen jaren gevochten voor kleine verbeteringen, met resultaat. Het aantal tbc-sterfgevallen is de afgelopen 25 jaar met de helft afgenomen. In dat opzicht ben ik erg optimistisch.
„Maar vooruitgang is fragiel, en zeker niet vanzelfsprekend. De progressie van de afgelopen decennia komt nu tot stilstand, of brokkelt zelfs weer af. Ik heb het vermogen van mensen om dingen op te bouwen met eigen ogen gezien. Maar de afgelopen maanden heb ik ook gezien hoe snel mensen dat eigenhandig weer kunnen afbreken.”
Wat zegt het over de westerse wereld, dat we die progressie zo makkelijk weer inleveren?
„Ik ben er nog niet over uit wat er allemaal gebeurt. Ik begrijp het gewoon niet en ik ben verbijsterd. En het is ook niet zonder risico. Voor honderdduizenden mensen wereldwijd wordt nu hun tbc-behandeling onderbroken omdat de VS hun steun intrekken. Daardoor zal er meer resistente tbc circuleren. Dat is niet alleen een bedreiging voor arme landen, maar voor de hele mensheid.
„Maar ik vind het vooral onze morele verantwoordelijkheid om ons in te blijven zetten voor tbc in armere landen. In het westen profiteren we nog steeds van het kolonialisme dat ons hier rijkdom en welvaart heeft gebracht, over de ruggen van de landen die we hebben uitgebuit. Kijk naar Nederland: jullie voormalige kolonie Indonesië staat in de topvijf van landen met de meeste tbc-patiënten ter wereld. We zijn niet voorbij de geschiedenis, we zitten er nog middenin.”
Een bijeenkomst over een nieuw asielzoekerscentrum van maximaal 192 asielzoekers in de Noord-Brabantse gemeente Best is woensdagavond vroegtijdig beëindigd, nadat daar protesten uitbraken. Dat heeft Omroep Brabant gemeld. Bij de bijeenkomst in een sporthal waren zo’n honderdvijftig mensen aanwezig, zij hadden zich van te voren aangemeld. Daarbuiten probeerden nog een extra groep actievoerders via verschillende ingangen de hal in te komen, deels ook met hulp van binnenuit. Uiteindelijk braken ze twee keer de voordeur van de sporthal open.
De betogers gooiden met eieren en staken vuurwerk af, wat buiten al voor een onrustige situatie zorgde. Toen de actievoerders door de deur waren gebroken, staken ze ook in de hal van het gebouw vuurwerk af. Een van de activisten stak volgens Omroep Brabant na afloop van de bijeenkomst een vuurwerkbom af en werd vervolgens gearresteerd.
De aanwezigen binnen waren door de gemeente in vier groepjes opgesplitst, wat tot onvrede zorgde. Bewoners van de gemeente onderbraken de burgemeester Rianne Donders regelmatig. Uiteindelijk werd de bijeenkomst geschorst met als doel om de deelnemers uitleg te geven.
Burgemeester Donders kwam echter terug met een andere boodschap: ze kon de veiligheid niet langer garanderen door de onrust buiten de zaal. Vervolgens brak ze de bijeenkomst af. Volgens Omroep Brabant werd die aankondiging met „cynisch gelach” ontvangen door aanwezigen die door politieagenten en boa’s begeleid werden om het gebouw te verlaten.
Het is niet de eerste keer dat in Brabant geprotesteerd wordt tegen de komst van een nieuw asielzoekerscentrum. In Berlicum bekogelden actievoerders eind maart het gemeentehuis met eieren en vuurwerk. Ook werd een stapel autobanden in brand gestoken op de plek waar het azc zou moeten komen.
Muizen wassen elkaar. Meestal in twee- of drietallen. Een muis die gewassen wil worden gaat plat op de buik liggen met een wang tegen de grond. Een andere muis, die erop in wil gaan, likt dan eerst het kopje en de oren van de eerste muis en soms ook de rest van het lichaam. Vaak wast de gewassen muis daarna de wasser. Drietallen hebben vaak een wasser en twee gewassenen.
Zo hebben muizen nog veel meer sociaal gedrag waar ik niets van wist. Sommige muizen hebben een beste vriend(in). Bevriende muizen draaien als begroeting hun staarten snel even in elkaar. Een muis die wil rennen zit soms bij een bezet loopradje te wachten tot het vrij is. Een van de muizen die schrijver Eva Meijer in huis nam, draaide met de muizenhandjes mee om de snelheid van het draaiende looprad in te schatten voor ze erin sprong.
Meijer (persoonlijke voornaamwoorden hen/hun) adopteerde vanaf augustus 2020 drie keer een groepje vrouwelijke ex-laboratoriummuizen, in het kader van een project waarbij kleine proefdieren die niet in experimenten waren gebruikt, werden herplaatst bij particulieren. Het eerste groepje bestond uit tien rustige bruine moedermuizen, toen kwamen negen felle witte muizen en daarna nog eens zes timide witte muizen. Aanvankelijk had Meijer moeite de muizen binnen een groepje uit elkaar te houden, maar hen raakte al snel vertrouwd met de verschillende uiterlijke kenmerken en persoonlijkheden. Hen beschrijft ze in het roerend mooie (en mooi vormgegeven) boekje Muizenleven.
Eva Meijer is naast schrijver ook filosoof, beeldend kunstenaar en singer-songwriter en al die disciplines komen in dit boekje aan bod. Meijer heeft de muizen gefotografeerd en getekend en liedjes voor ze geschreven; een deel van die foto’s, tekeningen en liedteksten staan in Muizenleven. Hen heeft de liedjes ook voor de muizen gezongen en op de gitaar en de ukelele gespeeld, „want ze hielden wel van mijn stem”. Mijn eerste gedachte bij die zin was: o ja, hoe wéét je dat nou? Maar al snel geloofde ik het, want Meijer heeft écht goed naar de muizen gekeken en dan kun je, denk ik, weten wat een muis voelt zoals je vaak ook weet wat een ander mens voelt terwijl je niet diens hoofd in kunt.
Muizenleven beschrijft heel erg mooi gedrag en cultuur van de muizen die bij Meijer hebben gewoond (de laatste twee overleden op 18 maart 2023), en geeft daarnaast een goede introductie in niet-menscentrisch denken en de filosofie van dierenrechten en dierenbevrijding. Meijer neemt daarin een positie in die sommigen extreem zullen vinden. Hen schrijft bijvoorbeeld dat hen de muizen in Muizenleven in feite weer als proefdieren gebruikt door over ze te schrijven en misschien ook hun privacy schendt. Wie daarbij irritatie voelt, slikke die in en bedenke: dit is een boek dat het absoluut waard is om met dezelfde openheid en nieuwsgierigheid te lezen als die Meijer aan de muizen heeft gegeven.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu is in de nacht van woensdag op donderdag aangekomen in Hongarije om te praten met de Hongaarse premier Viktor Orbán, dat melden internationale persbureaus.
Het bezoek is omstreden, omdat het Internationaal Strafhof (ICC) in november 2024 een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd tegen de Israëlische premier op verdenking van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de oorlog in Gaza. Als ICC-lidstaat is Hongarije verplicht om Netanyahu te arresteren wanneer hij voet op Hongaars grondgebied zet.
Een dag na de aankondiging van het arrestatiebevel zei premier Orbán al Netanyahu uit te nodigen voor een bezoek aan zijn land en de Israëlische premier hierbij niet te laten arresteren. Dinsdag schreef de Hongaarse journalist Szabolcs Panyi op Bluesky dat Hongarije zich gaat terugtrekken uit het International Strafhof (ICC). Als Hongarije zich terugtrekt, zou het de enige EU-lidstaat zijn die niet bij het ICC is aangesloten.
Neem een licht koord of gewoon een touwtje, bind er een zwaar voorwerp aan zoals een sleutel of stevige moer en zwaai het zaakje boven je hoofd in het rond. Doe het eerst in gedachten. Vraag je af hoe en in welke richting de sleutel weg zal vliegen als je het touwtje loslaat. Neem dan op enige afstand van breekbare inboedel de proef op de som.
De sleutel volgt een raaklijn aan de draaicirkel, want dat is conform de eerste wet van Newton. Nadat het touwtje losraakte werkten er nog maar twee krachten op de sleutel: de zwaartekracht en de luchtweerstand en die hebben binnen de korte proefduur weinig invloed op de baan. De sleutel volhardt in de beweging die hij had toen het touwtje losschoot. In 1980 liet 83 procent van de terzake door psychologen ondervraagde psychologiestudenten weten ook wel zoiets verwacht te hebben, al meende 30 procent dat de wegvliegende sleutel een kromme baan zou volgen. Dat doet hij niet, hij volgt een rechte raaklijn. Het stond in Science.
Vreemd genoeg dacht maar 6 procent van de psychologiestudenten dat de sleutel in radiale richting zou wegvliegen, dus recht uit het cirkelcentrum. Dat was nu net wat de AW-redactie in eerste instantie aannemelijk leek: de kant op die de trekkracht in het touwtje steeds had geblokkeerd. Aan intuïtie heb je niets.
Vijfentwintig jaar na de touwtjesproef vroegen Amerikaanse psychologen aan Amerikaanse psychologiestudenten welke ballen uit een verzameling even grote plastic ballen het snelst naar beneden zouden vallen: de lichte of de zware. 39 procent van de studenten, waaronder vooral veel jongenspsychologiestudenten, antwoordde dat ze even hard zouden vallen. De hemel weet waarom, een normaal mens zou toch, net als Aristoteles, veronderstellen dat de zwaarste sneller vallen. De jongensstudenten vermoedden misschien een vuiligheidje of hadden een vage herinnering aan een uitspraak van Galilei.
In werkelijkheid vallen de zware ballen wel degelijk het snelst, de luchtweerstand heeft er naar verhouding net iets minder invloed op. Maar de luchtweerstand voel je natuurlijk niet als je de ballen in je hand hebt, het gewicht wel. Ook krijg je het snelheidsverschil niet makkelijk te zien, tenzij je de ballen van een zwak hellend hellend vlak laat rollen. Maar dan komt het effect van de luchtweerstand pas tot uiting als de helling voldoende lang is. Binnenskamers wordt het niets.
Middeleeuwse opvattingen
Een mens komt niet makkelijk door louter ondervinding tot juiste en nuttige inzichten, dat is de take home message die we hier alvast bekend maken. Het wordt ook vastgesteld in het aardige vakgebied dat ‘naïeve fysica’ is genoemd. Mensen die nooit natuurkunde-onderwijs kregen grossieren bij de verklaring van de wereld in misverstanden, foute veronderstellingen en middeleeuwse opvattingen en daar probeert die fysica wat systeem in te vinden. Het is een pijnlijk gezicht.
Het is dus met enige gêne dat de volwassene die wél natuurkunde-onderwijs kreeg vandaag terugdenkt aan die keer dat hij met zijn kinderen in bergachtig gebied een lange helling af fietste, zónder daarbij te trappen, en verrast werd door de waarneming dat hij aanmerkelijk sneller vooruitkwam dan de adolescenten. De verbazing ging zover dat er zelfs van fiets is gewisseld om te kijken of het daar misschien aan lag – het waren gewone stadsfietsen. Maar genoeg hierover!
Door zich breed te maken en zoveel mogelijk rechtop te gaan zitten, waarbij hij het stuur moest loslaten, kon de volwassene-voornoemd het tempo van zijn afdaling wat temperen. Tot hij het stuur weer haastig vast moest grijpen omdat het voorwiel van zijn fiets als een razende heen en weer ging zwabberen en er gevaar van ontsporing dreigde.
Shimmy heet dat, of speed wobble, en de doorsnee-stadsfietser kent het verschijnsel misschien uitsluitend van winkelwagentjes met een hysterisch voorwiel. Maar YouTube heeft veel voorbeelden van wielrenners en motorrijders die door een shimmy worden getroffen. Vooral voor motorrijders is het fenomeen levensgevaarlijk, zij noemen een fatale shimmy een tank slapper.
Op internet schort het niet aan tips om uit een gevaarlijke shimmy te raken. Zó groot is de angst voor de shimmy dat wetenschappers hun artikelen over de shimmy van de racefiets vaak met hoogst persoonlijke adviezen afsluiten: heel behoedzaam remmen en vooral vaart minderen door overeind te komen en de luchtweerstand te vergroten. Anderen raden aan uit het zadel te gaan en de horizontale framebuis tussen de knieën te klemmen. (Het sluiten van mond en ogen is niet nodig.)
Interessant is dat van een wielerpeloton dat aan een afdaling bezig is vaak maar één renner door een shimmy wordt getroffen. Dat is wel het voornaamste kenmerk van het fenomeen: de willekeur, een wielrenner wekt niet makkelijk op commando een shimmy op. Op zijn minst moet zijn snelheid boven de 45 km/u liggen, en dan nog is het wachten op de juiste verstoring die voorwiel en vork kan ‘aanslaan’. Die kan komen van een wegoneffenheid of een verplaatsing van de rijder.
De frequentie waarmee het voorwiel gaat zwabberen ligt bij bijna alle racefietsen rond de 7 hertz (zeven schommelingen per seconde), dat is te snel om er tegenin te kunnen sturen. De rijsnelheid heeft er geen invloed op, want het shimmyen is een resonantie-verschijnsel: de frequentie is een eigenschap van de combinatie frame en berijder. De trilling wordt door de kinetische energie van de fiets in stand gehouden.
Het lijkt wel zeker dat er frames zijn te ontwerpen die onder normale omstandigheden niet zullen gaan resoneren. Het onderzoek daaraan, zoals dat bij Google Scholar in beeld komt, is van een niveau dat zelfs veel niet-naïeve fysici te hoog zal zijn.
‘Maar gelóóft hij dat dan echt?” In verschillende varianten van cynisch tot hoogst verbaasd kregen Niels Drost en ik de afgelopen maanden deze vraag te horen. Wanneer? Elke keer, onherroepelijk en onvermijdelijk popte deze vraag op, direct in de discussiesessie na afloop van ons avondvullende college over het poetinisme en de aanloop naar de inval in Oekraïne. We lieten elke avond tal van voorbeelden de revue passeren, hoogstpersoonlijk op beeld en band uitgesproken en uitgedragen door Poetin himself. Zonder twijfel, Poetin heeft uren denk- en schrijfwerk in zijn leer van het poetinisme gemaakt, door hemzelf samengevat als de triade van ‘orthodoxie, nationalisme en autocratie’ – daarmee teruggrijpend op de basis die door tsaar Nicolaas I rond 1830 was gelegd.
En dan toch steeds weer die vraag. „Gelóóft hij dit allemaal echt?” Een echo daarvan hoorden we de afgelopen maanden in de vele commentaren en analyses over Trumps optreden op het wereldtoneel. Aanvankelijk nog wat relativerend, „het zal toch allemaal wel meevallen” (zie Maarten van Rossem in de Volkskrant). Daarna in toenemende mate geschokt en cynisch: „Trump is een fascist, een nazi, hij is gek geworden.” De vraag naar wat Trump, en vooral de mensen om hem heen, dan echt geloven, is daarmee beantwoord: doet er niet toe, want ontoerekeningsvatbaar (of ‘ziek’) en sowieso buiten de orde.
In verval raken
Wat we om ons heen in realtime zien gebeuren is de afbrokkelende cognitieve dissonantie van de aanhangers van onze liberale orde, in Nederland en daarbuiten, die dacht dat wat wij geloofden en meenden geen geloof was, maar een aangeboren default positie. Misschien niet het einde van de geschiedenis, maar dan toch ten minste de correcte uitkomst of de kern ervan. In die whiggish interpretation of history moest het altijd wel zo komen dat de mensheid vrijheid, zelfbeschikkingsrecht, mensenrechten, inclusiviteit en dialoog zou omarmen. Steven Pinker, een van die aanhangers, waarschuwde in 2011 in het in Nederland kritisch ontvangen The Better Angels of Our Nature al wel voorzichtig dat dat geloof in vooruitgang (door hem uitgedrukt in een lagere kans op geweld van mens tegen mens) precies dat was: een geloof dat gelovigen nodig heeft, en dat ook in verval kan raken. En Jürgen Habermas meende in 2022 in een genuanceerd essay, Ein neuer Strukturwandel der Öffentlichkeit, eveneens dat met de komst van de socials en de techgiganten er betonrot in de pijlers van dat liberale regime was gekropen. Maar toch. Het gelóóf in die orde bleef nog wel overeind.
Maar het rare is dat veel mensen in Nederland behoorlijk chagrijnig worden als je ze aanspreekt op het feit dat zij zelf altijd ook gelovigen zijn. Ook atheïsten moeten een leap of faith nemen om hun waarden en uitgangspunten te omarmen (zie Rik Peels, Leven zonder God). Omgekeerd zijn veel mensen ook blind voor het geloof dat anderen beweegt, als dat niet heel expliciet en sektarisch wordt uitgedragen. Ja, de christenen en de moslims die herkennen we inmiddels aan hun symbolen en retoriek, en die hebben we een ongemakkelijk plekje kunnen geven in de smalle marge van onze liberale tolerantiecultuur. Maar hoe kijken we aan tegen mensen die dingen geloven die zo raar en fantastisch zijn, dat het niet eens meer in ons denkraam past? En wat als die mensen niet zomaar onschuldige zeloten in een hoekje zijn, maar leiders en influencers van onze gebroken liberale en in toenemende mate multipolaire wereldorde?
Aan de kaak stellen
Dat brengt mij bij het punt van deze column: het is een luxe om te blijven zwelgen in onze geo-ideologische ongeletterdheid in een wereld die in toenemende mate door die ideologische winden van leer wordt aangedreven. Eerder al heb ik aangeschopt tegen de strategische ongeletterdheid, maar ik denk dat we toch nog een stap verder moeten gaan, en ook ons religieuze en ideologische analfabetisme aan de kaak moeten stellen. Want strategie is niet genoeg om de geopolitiek te verklaren (sorry, Rob de Wijk). De inval in Oekraïne was immers al niet rationeel of heel strategisch gedacht (zie Caroline de Gruyter). En Trumps grillige tariefpolitiek is dat al helemaal niet. Of tenminste, die acties en besluiten volgen niet de rationaliteit die de onze is, maar een rationaliteit die gedreven wordt door heel andere principes en uitgangspunten, onder meer de notie van een eeuwige, onverzoenlijke en metafysische strijd. En dat hebben we te weinig scherp onder ogen gezien.
Want weet u waarom de notie van de katechon voor Poetins buitenlandse beleid cruciaal is? Of waarom het idee van een koning Kores, een duizendjarig rijk (nee niet dat van Hitler!), en een manifest destiny zulke mobiliserende narratieven zijn voor de miljoenen white christian nationals die Trump in zijn binnenlandse en buitenlandse beleid tot het bittere einde zullen volgen? En om het nog obscuurder te maken: wat te denken van het longtermism van Peter Thiel? Het transhumanisme van Elon Musk? Of de dark enlightenment van Curtis Yarvin? We hadden het ons eerder kunnen afvragen, maar ik zal daar de komende tijd zeker op terugkomen, in colleges en geschriften.
Maar waarom moeten we dit weten, vraagt de licht cynische liberale lezer zich af. Want hoe weten we nu zeker dat Poetin, Vance c.s. dit allemaal echt geloven?
Het antwoord op die vraag is om meerdere redenen irrelevant. Niet ’t minst omdat die geo-ideologie allang van grote invloed is, wat wij er nu van denken of niet. De echte vraag is natuurlijk vele malen belangrijker: weet u nog waarin u zelf echt gelooft? Waartegen u ten strijde trekt? En waarom het waard is die strijd te strijden?
Beatrice de Graaf is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen in Utrecht.
In het eerste kwartaal van 2025 zijn de cao-lonen met 5,5 procent toegenomen ten opzichte van kwartaal één in 2024. Dat blijkt uit cijfers die het CBS donderdag heeft gepubliceerd. Ook de koopkracht nam, weliswaar in mindere mate, toe met 1,8 procent.
In de bedrijfstak informatie en communicatie stegen de lonen het meest met 9,6 procent. In verhuur en handel van onroerend goed, waar woningcorporaties ook onder vallen, bleven de lonen gelijk.
Bij particuliere bedrijven was de loonstijging net iets hoger dan bij gesubsidieerde instellingen, 5,7 procent tegenover 5,4 procent. Onder gesubsidieerde instellingen vallen onder andere niet-academische ziekenhuizen. De loonstijgingen liggen in die sector waarschijnlijk hoger dan je nu in de cijfers kan zien.
„Wij registreren pas als de inkt droog is”, aldus Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Het CBS neemt in de berekening dus alleen de lonen van getekende cao’s mee. Daardoor zijn een aantal voorgenomen en zeer recente loonsverhogingen niet in de cijfers van het CBS terug te zien.
Zo is er de afgelopen weken een aantal cao-overeenkomsten op hoofdlijnen gesloten. Eind maart is bijvoorbeeld afgesproken dat het loon voor apothekers van 2024 tot 2026 met 20 procent zal stijgen. Dat is het resultaat van een periode stakingen die in november 2024 begon. Voor medewerkers van ziekenhuizen is overeengekomen dat de lonen de komende twee jaar met 8 procent omhoog gaan. Deze resultaten worden binnenkort door de vakbonden aan hun leden voorgelegd. Gaan de leden akkoord, dan zullen de loonsverhogingen met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2025 ingaan.
Lees ook
Eindelijk krijgen apotheekmedewerkers meer loon: cao-akkoord bereikt
De vakbonden zijn tevreden over de loonstijgingen. „Over de hele linie zijn er stevige verhogingen geweest”, zegt CNV-voorzitter Piet Fortuin, „we zijn blij dat de apothekers een inhaalslag hebben kunnen maken en dat voor de meeste grote sectoren cao-overeenkomsten zijn gesloten. Ook is het goed dat de koopkracht van werknemers weer groter is geworden.”
Carolien Bijen, interim bestuurslid bij FNV, sluit zich hierbij aan: „We zien dat de boodschappen duurder worden dus vinden we het tijd voor koopkrachtverbetering. Ik denk dat het goed is dat werknemers er nu weer echt op vooruitgaan.”
De koopkracht en lonen nemen dus toe, maar wel in steeds mindere mate. Sinds het eerste kwartaal van 2024 groeit de koopkracht steeds iets minder hard ten opzichte van het jaar daarvoor. De groei van de cao-lonen is nog steeds hoger maar ook daar is sinds het derde kwartaal van 2024 een dalende trend te zien.
Een gesloten apotheek in Amsterdam. Enkele duizenden apotheken in het hele land waren dicht door een staking. Foto Ramon van Flymen