Voor het Concertgebouworkest en zijn internationale reputatie is Klaus Mäkelä nu al de ideale chef

Hoe sluit je in klassieke concerten aan op het hier en nu? Hoe ‘actueel’ kunnen symfonieorkesten zijn? In de nieuwe seizoensbrochures van zalen, orkesten en ensembles, die veelal nu op de mat vallen, voel je die uitdaging terug in motto’s als „De traditie in perspectief plaatsen” (NTR ZaterdagMatinee) of „Met muziek als wereldtaal hoop geven op verdraagzaamheid en verbondenheid” (Concertgebouworkest).

En soms gaat het ook zomaar vanzelf. Het Koninklijk Concertgebouworkest eert deze week met drie concerten de pas overleden componiste Sofia Goebaidoelina door heruitvoering van haar meesterwerk Offertorium (1980-1986). Dat stond al op de rol voordat Goebaidoelina’s overlijden bekend werd, maar toeval maakt het eerbetoon niets minder raak.

Offertorium is vintage Goebaidoelina, zowel in de thematiek (spiritualiteit) als in de complexe opzet, waarin een thema uit Bachs Das Musikalisches Opfer wordt af- en opgebouwd. Het proces verloopt via eigenzinnige orkestrale samenklanken – soms hemels (celesta, harp), soms onderwaterachtig, soms aards brullend, en wordt in al die uitersten door toekomstig chef Klaus Mäkelä helder uitgelicht. In het middelpunt is violist Julian Rachlin de virtuoze en eigenzinnige solist. Hij vult de destijds voor violist Gidon Kremer gecomponeerde partij in met bewonderenswaardige alles-of-niets inzet en flexibiliteit van toon.

Muzikale ‘taal’

Ook typerend voor Goebaidoelina: de urgentie van haar muzikale ‘taal’. Die ademt een heilig moeten dat je meteen bespringt. Hoe verhoud je je tot zo’n meesterwerk wanneer je als componist de opdracht krijgt een werk te maken als voorprogramma? Componiste Seung-Won Oh (1969) liet zich in Spiri III: Sacred Ritual zonder verlies van eigenheid letterlijk door Offertorium inspireren, maar haar stuk doet met zijn grootse slagwerk- en kopereffecten en turbulentie ook terugdenken aan Calliope Tsoupaki’s sterke Another Day, eerder deze maand door het orkest in wereldpremière gebracht. Het mogen proeven van zulke dwarsverbanden – Oh en Tsoupaki zijn beiden oud-leerling van Louis Andriessen – is fascinerend én een verheugend gevolg van een van de mecenaatsfondsen van het orkest.

Na zo’n stevige eerste helft smaakt Schumanns innige Vierde symfonie bijna als een schuimdessert. Wat een feest is het in een stuk als dit de verbazingwekkend rijpe technische alleskunnerij van Klaus Mäkelä te zien, te horen en te voelen. Dragende basloopjes springen sonoor je oor in, waar het orkest prima zelf kan uitdrijven staat Mäkelä simpelweg stil – om meteen daarna weer energiek het voortouw te nemen. Wat zijn hoofd wil horen, kan zijn lichaam uitdrukken. Wat zou hij volgend jaar maken van Bachs Matthäus-Passion? Mäkelä is een toekomstige chef die bakken voorpret genereert.

Lees ook

Sofia Goebaidoelina was een van de belangrijkste Russische componisten na Sjostakovitsj

Componist Sofia Goebaidoelina in haar huis in het Duitse Appen, in 2021.


Arp Frique en Rocq-E Harrell over hun extravagante funk- en discoshow. ‘Als ik zo’n liedje zing, is het echt voor God’

Natuurlijk, we gaan over muziek praten, maar eerst trekt Arp Frique op verzoek van de interviewer een aantal dozen onder zijn bed vandaan. In zijn huis in Amstelveen heeft hij nergens anders plek voor de enorme hoeden die hij op het podium draagt bij zijn nieuwste, extravagante muziekproject. In de eerste doos zit een gele hoed met een vierkante rand van bijna een meter bij een meter. De tweede is wit, gedragen als een asymmetrisch achthoekig aureool. Er ligt ook nog een felgroene driehoekshoed, die onlangs in modeblad Mirror Mirror stond.

Hij ontwerpt ze zelf. Arp Frique (artiestennaam van producer Niels Nieuborg) begon er een jaar geleden mee en kwam in contact met Marianne Jongkind, de ontwerper die ook hoeden maakt voor het koninklijk huis. Zij tovert zijn kartonnen modellen om tot draagbare hoeden, Instagram zorgt voor de aandacht. Hij heeft nu een aanvraag liggen van modetijdschrift Harper’s Bazaar. „Dat schijnt best iets groots te zijn.”

Het is allemaal leuk, maar de belangrijkste plek voor de hoeden is het podium. De grote hoofddeksels passen naadloos bij de nieuwe gospel-, funk- en discoshow van Arp Frique & The Perpetual Singers. De hoeden zullen deze zomer meekleuren met het koor en de extatisch aanzwellende synthesizers op festivals als North Sea Jazz en op het hoofdpodium van het vermaarde We Out Here van de Britse muziekconnaisseur en dj Gilles Peterson.

Dus van de slaapkamer terug naar de thuisstudio in de woonkamer, waar het album The Gospel of Jesamy, dat deze week uitkomt, tot stand kwam. Tussen de zestien vintage synthesizers neemt ook zangeres Rocq-E Harrell plaats in haar favoriete knaloranje stoel waarin ze al zoveel uren met Arp Frique over muziek sprak. Ze is een vat vol verhalen over Diana Ross, Stevie Wonder en Aretha Franklin met wie ze in de Verenigde Staten Amerika werkte voordat ze in Nederland verzeild raakte.

De twee spreken ook veel over religie, wetenschap en passie. De liedjes over ‘Jesus’ en ‘The Lord’ die ze samen zingen, hebben een verschillende betekenis voor jehova’s getuige Rocq-E en de als arts opgeleide Arp Frique.

Je maakte eerder albums met Surinaamse en Kaapverdische funk en afrobeat. Waarom opeens gospel?

Arp Frique: „Ik kan uren zitten puzzelen op nummers, als een maniak. Dan zing ik het vaak zelf in, bij wijze van proef. Bij de nieuwe nummers hoorde ik direct dat ik veel meer vocalen nodig had. Een groot geluid, vooral voor de live-uitvoering. Ik hou enorm van klassieke gospel, maar als je dat goed wil doen, moet je iemand hebben die echt gelooft wat hij zingt.

„Ik kwam Instagram-filmpjes tegen van Brandon Delagraentiss, een Amerikaanse gospelzanger die blijkbaar gewoon hier in Nederland woont. Toen ik bij zijn koor kwam kijken viel me een vrouw op die zich kleiner maakte dan ze was. Na afloop zei Brandon: ‘Ja, dat is Rocq-E!’. Maar ik had geen idee wie ze was.”

Het zegt iets over de gescheiden werelden waarin ze werken. Rocq-E zingt al sinds de jaren tachtig in Nederland, vooral in theaterproducties en grote shows. Toen ze hier op tournee was met Diana Ross, werd ze verliefd op een man van de Nederlandse fanclub met wie ze een jaar later trouwde. Ze raakte ook bevriend met een andere Ross-fan: Ruth Jacott. En later ook met Gordon. Die twee introduceerden haar in de Nederlandse showbusiness.

In 1978, in Los Angeles, zong ze al met het Love Unlimited Orchestra van Barry White op het huwelijk van Aretha Franklin en acteur Glynn Turman. „Aretha bood aan om ons te managen, maar ze bleek niet zo’n goede manager. She’s a homegirl. Heel anders dan Diana, met wie ik dertien jaar werkte maar die altijd zakelijk en afstandelijk bleef. Aretha gaat gewoon thuis voor je koken. Ze had een witte piano die helemaal onder de nicotinevlekken zat. Maar haar stem… Goddelijk, ik heb er geen ander woord voor.”

Ben je grootgebracht met gospel?

Rocq-E: „Ik kende de oude gospel van mijn oma, maar dat vond ik toen heel ouderwets. Het waren de meiden van het koor van Diana Ross die me echt in de kerkmuziek introduceerden. Ze gaven me cassettebandjes en toen raakte ik geobsedeerd. Maar ik was altijd al heel religieus. Met mijn moeder bestudeerde ik de bijbel en geloof zal altijd een heel belangrijk deel van mijn leven zijn.”

Op dit album staan funk- en discoliedjes met teksten als ‘I’m looking for the Holy Ghost’ en ‘I call on Jesus!’, maar die zijn geschreven door iemand die dat zelf niet gelooft.

Arp Frique: „Dat is niet helemaal waar, ik geloof wel in een creator, ik hang alleen geen religie aan. Maar ik snap je vraag. Gospel betekent letterlijk het verspreiden van de goede boodschap. Er is echt veel aan te merken op de kerk als instituut. Kijk naar de geschiedenis, hoe het gebruikt wordt om mensen te onderdrukken. Ik snap mensen die anti-religie zijn heel goed. Maar als ik liedjes schrijf, wil ik vooral positieve energie overbrengen.”

Je had ook ‘The Lord’ kunnen vervangen voor ‘my baby’, zoals de eerste soulzangers dat ooit deden. Maar je kiest voor expliciete gospel.

Arp Frique: „Het zit er allebei in, ook meer abstracte teksten. Maar inderdaad, er is bijvoorbeeld een nummer over de Holy Ghost, als onderdeel van de heilige drie-eenheid.”

Rocq-E: „Voor mij is dat alweer anders. Jehova’s Getuigen geloven niet in de drie-eenheid. Voor ons is de Heilige Geest de kracht van God.”

Arp Frique: „Oh? Kijk, dat vind ik super interessant. Mij gaat het om de gemene deler: ik weet dat Rocq-E en ik op veel punten min of meer hetzelfde vinden. Voor mij is ‘God’ ook natuur, of de wetenschap. In de details verschillen we.”

Rocq-E: „Het waren juist die expliciete gospelteksten die me hebben overgehaald om mee te doen met dit project. Door deze muziek bereiken we mensen die normaal nooit naar een kerk zouden gaan. Na ons allereerste optreden in een club in Leiden, met allemaal jonge mensen, kon ik urenlang niet slapen. Ze waren zo gretig en enthousiast. Wisten zij wat ze meezongen? Ik denk het niet. Iets in mijn spirit zegt dat het een signaal is om door te gaan met dit project.”

Wat maakt gospel tot zulke extatische muziek?

Rocq-E: „Toch die boodschap. Als ik zo’n liedje zing, is het echt voor God.”

Arp Frique: „Het heeft ook te maken met harmonieën. Als twee mensen in harmonie zingen is dat geweldig, en als er een derde bij komt, krijg je een akkoord. Dat is iets magisch, of ja, goddelijks. Dat lukt alleen als je er echt in gelooft. Er zit een theatrale kant aan gospel.”

Rocq-E: „Precies. En daarom moet je live niet bang zijn om groot uit te pakken. Het maakt mij niet uit of dat met funk, disco en gekke hoeden is. Ik kan niet wachten tot we deze songs een keer met een koor van twintig man kunnen zingen.”

Single ‘Elena’

The Gospel of Jesamy van Arp Frique & The Perpetual Singers komt 28 maart uit.


De titanenband van Wayne Shorter stoomt ook na zijn dood onverminderd door, nu met Ravi Coltrane

Klassiekertje: de band wil beginnen als zo’n typisch telefoonpingeltje luid door de zaal van het Muziekgebouw in Amsterdam klinkt. Gegrinnik, een naarstig gezoek natuurlijk naar dat verdraaide mobieltje. En John Patitucci aarzelt niet: hij speelt direct het melodietje na op zijn bas. Pianist Danilo Pérez herhaalt en adopteert het, voegt akkoorden toe, er komen speelse roffels van Brian Blade bij, en de band is vertrokken. Steeds groter wordt het motiefje, als een rimpeling in het water. Dan hoekiger en steviger.

Het is een spontane insteek die de Amerikaanse saxofonist en jazzvernieuwer Wayne Shorter, beslist zou bevallen. Shorter overleed twee jaar terug. Zijn band, sinds 2000 Shorters eigen akoestische superkwartet met pianist Danilo Pérez, bassist John Patitucci en drummer Brian Blade, stoomt door in zijn naam, met steeds andere bekende saxofonisten.

Dit was zijn ‘working band’, een team uiterst behendige jazztitanen die immer samen op tournee organisch samenspel ontwikkelden en elkaar kon opdrijven als een frisse wervelwind. Shorter was er als origineel schepper de motor van. Tot op late leeftijd was hij een eigentijds stilist en een ongrijpbare jazzkunstenaar met abstracte aanwijzingen als ‘Geef het meer paars’. Of de aanwijzing dat akkoorden ‘meer water’ nodig hadden – maar wel ‘schoon water’.

‘The legacy of Wayne Shorter’ klinkt deze tournee met de eveneens Amerikaanse saxofonist Ravi Coltrane, die als geen ander weet hoe zwaar het erfgoed van een grote jazznaam drukken kan. Als zoon van een welhaast jazzgod, John Coltrane, en spelend op dezelfde instrumenten, tenor- en sopraansaxofoon, viel er in zijn eigen jazzcarrière altijd veel extra te bewijzen. Meedoen aan tournees die zijn vader eren? Liever niet.

Een eigen verhaal

Dus is het dit concert boksen tegen twee schaduwen, zou je kunnen denken. Maar dat maakt het allemaal veel te zwaar. Want als er iets opvalt is het hoe Ravi Coltrane met zijn uiterst bescheiden geluid op de tenor, die hij zittend rechts langszij houdt, een plek heeft gevonden in deze band. Het is ronduit een warm onthaal met vele collegiale omhelzingen. Coltrane is er thuis als een verloren zoon die misschien niet de scherpste jazz neerzet, maar juist in zijn kalme tred zijn eigen verhaal mag vertellen.

Het is deze avond vooral weer goed vast te stellen hoe ongekend goed het trio met hun speciale gast samenspeelt. Blind elkaar vinden en vooral interessant: hoe ze elkaar voeden met spannende ideeën. Dat levert smakelijke droomjazz op – van niets naar iets.

Vooral uit de koker van pianist Danilo Pérez komen melodische voorzetjes op meestal de vleugel en soms op zijn synthesizer, waarmee een breed lachende Brian Blade, wat een meesterdrummer toch, dan creatief aan het kokkerellen slaat, aangevuld met fantasievol geplukte invallen van Patitucci. Het speelplezier spát ervan af, de aanmoedigingen naar elkaar toe zijn niet van de lucht. Mooi toch, na zoveel jaar.

De solo’s zijn ondergeschikt aan het impressionistisch en intuïtief samenspel. Een dwingend groepsgeluid met felle clusters en dan weer een rustigere flow, met Shorters klassieker ‘Witch Hunt’ als besluit. Het is minder weerbarstige poëzie dan de grootmeester zelf bracht, maar allemaal zeer genietbaar.


‘Geen woning, geen kroning!’ Sta je als bezoeker opeens zelf met een betonschaar in je hand te schreeuwen

‘Hoe laat is het?”, schalt het door een leeg pand in de Staatsliedenbuurt van Amsterdam. Ik kijk vragend naar mijn horloge, totdat er wordt geschreeuwd: „Solidariteit! Als we vragen hoe laat het is, antwoord je met: solidariteit!”

Ik krijg een leren jas en een doos vol bollen wol en breipennen in mijn handen gedrukt. Gehuld in dezelfde leren jassen en gewapend met een betonschaar stormen vier acteurs het zojuist ‘gekraakte’ pand binnen. Het is aan mij om de meegebrachte huisraad naar binnen te brengen en samen met de spelers de kraak succesvol te laten verlopen.

Tijdens een van de laatste repetities van OWN THIS SHIT ben ik het enige publiek. Niet alleen vandaag, maar bij elke voorstelling krijgen bezoekers een actieve rol. Theatergezelschap YoungGangsters vertelt er een anarchistische punkverhaal over kraken, maar bovenal over collectief activisme mee. Samen met het publiek ‘kraken’ de acteurs leegstaande panden in Amsterdam, Groningen en Nijmegen; steden waar vorige eeuw de krakersbeweging actief was – geheime locaties, waar kaartverkopers bericht over krijgen.

Mini-samenleving

Regisseur Annechien de Vocht (43) ziet in haar omgeving dat het steeds moeilijker is om samen een vuist te maken, „terwijl er voor mijn gevoel een grote, stilzwijgende massa is die allemaal dezelfde machteloosheid voelt.”

Tegen het decor van een gekraakte woning laten de makers zien wat de kraakbeweging van de jaren tachtig voor stond. Grote groepen krakers verzetten zich in de vorige eeuw tegen de woonparadox: er was woningnood, maar tegelijkertijd ook veel leegstand. „Bewoners van een kraakpand vormen eigenlijk een mini-samenleving, een laboratorium om nieuwe manieren van samenleven uit te proberen”, vertelt De Vocht. Dat anarchisme en die do it yourself mentaliteit wilde ze ook in OWN THIS SHIT.

Dat blijkt al tijdens de eerste huisvergadering. Inmiddels hebben we het pand toegeëigend door spandoeken op te hangen en meubels een nieuwe plek te geven. De vergadering begint rustig, iedereen lijkt eensgezind over de anarchistische mentaliteit. Totdat er discussie losbreekt. Een pot voor boodschappengeld, het douche- en kookrooster: zijn dat niet te veel regels, terwijl we ons juist tegen regels keren? De blikken richten zich op mij. „Wat vind jij daarvan? Het is toch belachelijk.”, zegt een van de personages. Hij voegt toe: „Ik wil geen waarde toekennen aan dingen die alles categoriseren en een hiërarchie toebrengen aan de wereld.” Uiteindelijk stemmen alle bewoners toch in met de huisregels.

Het is het eerste van de vele meningsverschillen die uiteindelijk ook worden opgelost. Daarmee willen de spelers een duidelijke boodschap overbrengen: „De mini-samenleving faalt af en toe, maar daarna kun je weer hoopvol opstarten en als collectief iets bereiken”, zegt De Vocht.

De huisvergaderingen leiden vaak tot discussies.

Foto Roger Cremers

Niet lullen maar poetsen

„Geen woning, geen kroning!”, schreeuwt acteur Marius Mensink (37) met een baksteen in de hand, verwijzend naar het kookpunt van de krakersrellen tijdens de inhuldiging van koningin Beatrix. Zijn medespelers vallen hem bij en gebaren naar mij om mee te doen. Na een korte aarzeling schraap ik mijn keel en roep ik mee. Maar de krakers spreken ook af om geen thee te drinken, vanwege de vermeende dwangarbeid van Oeigoeren in de thee-industrie, een kwestie die erg van nu is. De Vocht: „We spelen alsof we in de vorige eeuw zitten, maar met het bewustzijn van deze tijd.” Ook de woningnood is actueel: „Er heerst een enorme wooncrisis en jongeren weten niet altijd hoe ze in actie kunnen komen.”

Toch ziet De Vocht ook grote verschillen met de jaren tachtig als het om kraken en collectief activisme gaat: „In de jaren tachtig was het sociale vangnet groter. Je kon langer studeren en in die tijd ontdekken waar je voor stond. Individualisme speelt nu een grotere rol in onze kapitalistische samenleving. We moeten hard werken om de huur te betalen en hebben nauwelijks tijd voor activisme.”

Mensink sluit zich hierbij aan: „Maatschappelijk nemen we elkaar voortdurend de maat en oordelen we over elkaar, waardoor het gezamenlijke gevoel versplintert. Eigenlijk gaat de voorstelling over niet lullen, maar poetsen. Er wordt veel gepraat, maar activisme is ook gewoon doen.”

Interactie met publiek

Het publiek kan tijdens OWN THIS SHIT dus niet anoniem blijven toekijken. Directe aanspraak met de acteurs, rondlopen over het decor en het actief verplaatsen van attributen: het geeft me een ongemakkelijk gevoel als toeschouwer. Maar eenmaal in de scènes werkt het wel: ik voel me deel van de voorstelling.

Volgens acteur Mensink brengt het niet alleen mij, maar ook de acteurs een bepaald ongemak: „Ik voel me nog bloter. Het dwingt me transparant te blijven, als ik met iemand uit het publiek praat en daarna weer een scène instap.”

Met de actieve rol van het publiek hopen De Vocht en Mensink de bezoekers aan het denken te zetten over samen in actie komen. Mensink: „We leven in een tijd die vraagt om activisme. Ik hoop dat het mensen kan aansporen om op zoek te gaan naar het collectieve verhaal.” De Vocht knikt instemmend: „Activisme heeft lang gevoeld als iets wat ver van mensen afstaat. Met Trump aan de macht en de verrechtsing van Nederland leven we in een veranderende wereld. Dat komt voor iedereen dichtbij. Hopelijk stopt het gesprek niet nadat de voorstelling ten einde is, maar start het juist weer op.”

De voorstelling OWN THIS SHIT van YoungGangsters is vanaf 26 maart t/m 25 mei 2025 te bezoeken in Amsterdam, Groningen en Nijmegen. De première vindt plaats op zaterdag 5 april in Groningen. Info: younggangsters.com
De bewoners van het kraakpand zingen activistische liederen.

Foto Roger Cremers


In Ahoy moet Art Rotterdam groter worden dan ooit

Voor het eerst in 26 jaar vindt Art Rotterdam niet plaats in Rotterdam Noord. De belangrijkste beurs voor hedendaagse kunst, die deze vrijdag voor publiek opent, is verhuisd van de Van Nelle Fabriek naar Rotterdam Ahoy ‘op Zuid’.

Reden: de grote hal van de Van Nelle Fabriek waar elk jaar onder de titel ‘Prospects’ zo’n honderd startende kunstenaars exposeerden, was niet meer beschikbaar.

De verhuizing biedt voordelen, lees je op de site van de beurs. Niet alleen is er (meer) plek voor Prospects, de enorme ruimte van het evenementencentrum biedt ook plaats aan onderdelen als Sculpture Park, Intersections (grootschalige werken) en Projections (videokunst). Wegens ruimtegebrek werden die secties de afgelopen jaren niet tijdens iedere editie geprogrammeerd.

Er zijn meer veranderingen. Zo duurt de beurs vanaf nu drie dagen in plaats van vier. Ook is de datum verschoven, van februari naar eind maart.

En wat je een nadeel zou kunnen noemen: Ahoy heeft niet de uitstraling van de monumentale Van Nelle Fabriek, een kunstwerk op zich. ‘Zuid’ is een heel ander stadsdeel dan ‘Noord’: armer, achtergebleven.

Maar dat oordeel is óók een kwestie van beeldvorming, vindt curator Houcem Bellakoud van Unity in Diversity Rotterdam, hij woonde er zelf. „Dit deel van de stad heeft een negatieve lading, maar dat is niet terecht. Er komt ook veel creativiteit vandaan – waar we samen aan bouwen.”

Gedroomde toekomst

Twee weken vóór de opening van Art Rotterdam zitten we met z’n vieren in de studio van mediakunstenaar Pedro Gil Farias: twee curatoren van Unity in Diversity Rotterdam, de tweede is Jeanthalou Haynes, Pedro Gil Farias en de verslaggever. Unity in Diversity Rotterdam ondersteunt jonge kunstenaars, de stichting zorgt ervoor dat ze kunnen exposeren en organiseert regelmatig evenementen. Op verzoek van Art Rotterdam schreef Unity in Diversity Rotterdam een open call uit, een oproep aan jonge kunstenaars om een ‘verbindend kunstwerk’ te ontwerpen over ‘een gedroomde toekomst’.

Jeanthalou Haynes, ook zij woonde er: „Zuid verdient meer erkenning, daarom wilden wij andersom kijken: jullie tellen mee, vergeet niet om te dromen. En wat we tegelijk wilden: verbinding maken tussen wat zich buiten en wat zich binnen afspeelt, tussen woonwijken en kunstbeurs.” Houcem Bellakoud: „Ongehoorde stemmen een plek geven is ons main doel. Door kunst en cultuur willen we eenheid creëren.”

Er kwamen een stuk of veertig inzendingen. Pedro Gil Farias stuurde het idee in voor Echoes of Us, een interactief geluidskunstwerk. Het werk is – voor zover je van beeld kunt spreken – in de studio te zien in de vorm van vijf aan het plafond gehangen, doorzichtige deurgordijnen van golfplaat. Op elk van die platen is een speakertje bevestigd, waardoor je als je tussen de golfplaten doorloopt steeds de droom van een inwoner hoort: een woordkunstenaar, een restauranteigenaar, een straatmuzikant, een jongerenwerker. Op foto’s aan de muur, ze hangen er nu nog niet, zijn op de beurs straks ook hun gezichten te zien.

De fragmenten zijn kort, twintig tot dertig seconden. Ze worden op de beurs afgewisseld met de dromen van bezoekers: aan de buitenste golfplaat hangt een microfoontje waar je een eigen droom kunt inspreken. Pedro Gil Farias: „Ik heb vaker participatory installations gemaakt, installaties waar mensen aan deelnemen. En ik ben erg geïnteresseerd in hoe steden functioneren, het verband tussen verschillende stadsgebieden. Voor mij was de oproep een combinatie van die twee dingen.” De golfplaten staan voor muren waar je doorheen kunt kijken, ook zou je kunnen zeggen dat ze stedelijk aandoen. Jeanthalou Haynes: „Ik zie het werk als een urban dreamcatcher, we vangen collectieve dromen.”

Nieuwe perspectieven

Echoes of Us zal op Art Rotterdam te zien en te horen zijn in de DHB Art Space – ook die ruimte is er voor het eerst. En vernoemd naar een nieuwe sponsor, de sinds 1992 in Rotterdam gevestigde spaarbank DHB. Art Rotterdam kent van oudsher een stuk of dertig sponsors, ‘partners’ worden ze genoemd, de belangrijkste zijn Nationale Nederlanden, Droom en Daad en, sinds dit jaar, hoofdsponsor DHB Bank.

Op de 17de verdieping van de kantoortoren aan het Weena waar DHB zijn hoofdkantoor heeft, heb je rondom zicht op de stad. Voorbij de Erasmusbrug zie je bij helder weer Ahoy liggen. Het is casual friday, CEO Okan Balköse heeft zijn stropdas afgedaan, die hangt over een houten rekje naast zijn bureau.

DHB is in 1992 opgericht in Rotterdam. Waarom is zijn bank nú sponsor geworden? Okan Balköse: „Dat hebben we besloten toen we hoorden dat ze gingen verhuizen. We dachten: laten we meehelpen, we wilden iets doen voor de stad waar we al zo lang zitten. Dus hebben we contact gezocht.” Zijn bank, zegt hij, „is een bank voor mensen die willen sparen om hun plannen te laten uitkomen.” En op een bepaalde manier doet kunst dat ook, vindt hij: „Kunst laat je nieuwe, andere perspectieven zien.”

In het zaaltje waar we deze vrijdag zitten, kozen Art Rotterdam en DHB Bank voor in de eigen kunstruimte uit een short list van drie uiteindelijk voor Echoes of Us. Waarom speciaal dit kunstwerk? „We wilden sowieso een jong talent ondersteunen. En Echoes of Us geeft dromen letterlijk een stem, het wordt in drie dagen tijd een droom van mensen samen. Na afloop van de beurs gaan we naar de dromen luisteren die zijn ingesproken. Daar ook iets mee doen – dat is het plan.”

Het moet een langlopend partnerschap worden, zegt hij. „Ik ga veel naar kunstbeurzen. Naar Miami, Art Basel. Deze beurs is kleiner, maar ik hoop dat we hem groter kunnen maken. Mijn droom is dat Art Rotterdam premier league wordt.”


Ziekenhuisseries kijken met dokters: ‘Het lijkt alsof bijna iedereen op een Spoedeisende Hulp óf depressief is óf PTSS heeft’

Patiënten die een ‘flatline’ hebben – een platte streep op de hartmonitor – en vervolgens dankzij een elektrische schok met een defibrillator opnieuw een hartslag krijgen. Het komt vaak voor in films en series die spelen op een Spoedeisende Hulp (SEH). En is in het echt totale onzin. Defibrillators brengen een hart dat chaotisch klopt weer in een normaal ritme, maar herstellen geen hartstilstand.

Yara Basta (SEH-arts in het Flevoziekenhuis in Almere) was dus prettig verrast dat dit beruchte foute filmcliché niet voorkomt in The Pitt. Ze noemt de serie, die sinds kort te zien is op HBO Max en medisch personeel volgt op een extreem drukke, fictieve Spoedeisende Hulp in Pittsburgh, de beste en meest realistische ziekenhuisserie die ze kent. „De hoeveelheid beslissingen die hoofdpersoon Dr. Robby (Noah Wyle) op een dag moet nemen, voelt heel erg herkenbaar. En hoe dit hem aan het einde van een dienst steeds moeilijker valt, omdat hij al duizenden keuzes heeft moeten maken”, legt Basta uit.

The Pitt is slechts één van de nieuwe series die spelen op een Spoedeisende Hulp: recentelijk verscheen ook Berlin ER op Apple TV+ en binnenkort volgt Pulse op Amazon Prime Video. Wat zijn eigenlijk favoriete ziekenhuisseries van artsen die zelf werken op een SEH en wat valt hen op als ze kijken?

Lees ook

De ziekenhuisserie is terug, in een viezer en echter ziekenhuis

Scene uit ‘Pulse’, met Willa Fitzgerald, Chelsea Muirhead en Sophie Chan. Foto Netflix

Medische soap

Riemke Mars, in opleiding tot spoedeisendehulp arts in het UMC Groningen, tipt The Resident, een serie over een fictief ziekenhuis in Atlanta (Netflix). „Omdat daar heel erg de nadruk wordt gelegd op het teamgebeuren.”

Als student keek Mars, net als Basta, wel eens naar een ‘medische soap’ als Grey’s Anatomy, maar bij het terugzien stoorde ze zich heel erg aan de suggestie dat de dokters alles zelf doen. „Ze zijn tegelijkertijd én anesthesist, én chirurg, én spoedeisendehulparts, en doen ook nog het werk van verpleegkundigen en ondersteunend personeel.”

Ook in The Resident is de hoofdrolspeler een arts. „Maar daarnaast heeft ook iemand die we in Nederland een physician assistant (PA) zouden noemen, een grote rol en gaat het veel over het management van het ziekenhuis”, legt Mars uit. „Je werkt op een Spoedeisende Hulp echt als team, een goede samenwerking is heel belangrijk.”

Dat er ook „fijne interacties” in The Resident zitten, bevalt Riemke Mars zeer; in medische series ligt de focus toch vaak vooral op behoorlijk getroebleerde artsen. Ook in de afleveringen die ze zag van The Pitt hebben de personages een erg cynische kijk op het leven en hun werk. „Het lijkt daar alsof bijna iedereen op een Spoedeisende Hulp óf depressief is óf PTSS heeft.” Werken op een SEH kan inderdaad echt zwaar zijn, en mogelijk bestaat er in de VS meer cynisme onder artsen door het gezondheidssysteem daar. Maar in de eerste afleveringen van The Pitt is het volgens haar wel „buitengewoon dramatisch” gesteld met de geestelijke toestand van de hoofdpersonen.

Emotie van de zorg

De bekendste serie met een medische misantroop en cynicus in de hoofdrol is en blijft natuurlijk House, over de geniale arts House die medische mysteries oplost. Het type serie dat de gesproken artsen wél graag volgden toen ze nog studeerden. „Maar nu kan ik er echt niet meer naar kijken”, zegt David Baden (SEH-arts in het Diakonessenhuis in Utrecht). Deels door het horkerige gedrag van House, maar vooral door „de zweem van realisme die de serie ademt, terwijl het totaal niet klopt. Dat zie je bijvoorbeeld ook in Grey’s Anatomy”.

De aandoeningen van de patiënten bestaan meestal echt, stelt Baden, „maar hoe House diagnoses stelt is volstrekt onlogisch. Hij prikt bijvoorbeeld bloed en bedenkt dan dat het een bepaalde aandoening is. Vervolgens blijkt zijn aanname foutief én gaat hij meteen opnieuw bloedprikken. Zo werkt een diagnose stellen dus niet, dan sluit je na een keer prikken juist een heleboel uit. House is een geniale arts, maar kan geen bloeduitslagen lezen?”

Baden geniet meer van een komedieserie als Scrubs, over enkele jonge artsen in een fictief Amerikaans ziekenhuis. Volgens hem is duidelijk dat wat de personen doen medisch gezien „ridicuul” is, maar emotioneel klopt de serie wel. „Dat je jezelf bijvoorbeeld te veel kan verliezen in een patiënt en denken dat jij de oplossing moet zijn voor het lijden van iemand anders.” Ook toont die serie via uitvergrotingen de extreme kanten van bepaalde figuren in het ziekenhuis. „Zoals een hoofdarts als Dr Cox, die zichzelf een god waant.” Ook M*A*S*H was volgens Baden zo’n serie die goed de vinger legt op de „emotie van zorg” en liet zien hoe zinloos oorlogsgeneeskunde kan voelen. „Bij een serie als House. is de emotie niet zo belangrijk, daar gaat het vooral over de puzzel. Maar vervolgens blijkt die puzzel onzin.”

Wat missen deze artsen eigenlijk in medische series, behalve dan dat je bij een hartstilstand wél moet reanimeren, maar niet moet defibrilleren? Misschien zou ook wat vaker aan bod mogen komen dat geneeskunde mensenwerk is, denkt Yara Basta. En dan bedoelt ze niet nog meer soapachtig drama of intriges, maar eerder „wat bijvoorbeeld het effect is van enorme drukte in een wachtkamer op artsen, of hoe zaken soms per ongeluk verkeerd aflopen of per ongeluk juist helemaal goed.”

Riemke Mars: „Misschien dat wij niet overal antwoord op hebben. Veel series geven mensen het idee dat als we maar hard genoeg zoeken, we altijd ontdekken wat er aan de hand is. Dat is gewoon niet zo.”


‘Bach is een Molukker! Het is maar dat u het weet’

Daar zit je dan als journalist. Op de agenda een interview met wie ook alweer? Oh ja, een altviolist die bijklust als piccolo en je eerst voortdurend ontglipt. En waar ben je eigenlijk? Je hebt ingecheckt bij de Tulip Inn in Overveen, maar je ontwaakt – geruis in je oren – in de Bach Suite van het Waterval Hotel in het Duitse Zwarte Woud. Nou ja, dat wil het driekoppig personeel je in elk geval doen geloven. En dan spoken er ook nog andere beelden door je hoofd. En – druk je iedereen op het hart: „Ik heb een deadline!”

‘Je’, dat is Noraly Beyer, die op het podium staat als min of meer zichzelf in de absurdistische voorstelling Hoezo Bach?!. Voormalig Journaal-presentator Beyer heeft het even niet meer. Ze probeert haar hoofd boven water te houden, door de gebeurtenissen om haar heen samen te vatten in nieuwsbulletins. „En dan het weer. Windkracht is vandaag niet van toepassing.”

Verwarrende tijden

Tussendoor wil ze van altviolist en piccolo Esther Apituley weten wat Johann Sebastian Bach er in hemelsnaam toe doet in deze verwarrende tijden. „Je bent toch Moluks? Wat moet je met hem?”, vraagt Beyer. „Bach is de oorsprong en de bestemming”, werpt Apituley tegen. „Hij is stem van het verleden en echo van de toekomst, tegelijkertijd tijdloos en altijd nieuw. Bach is een Molukker!” Beyer opent er haar volgende bulletin mee: „Op de Molukken wordt gefeest. Eindelijk gerechtigheid. In Bachs geboortestad Eisenach zijn rellen uitgebroken.”

Hoe wapent de mens zich tegen de huidige grillen op het politieke wereldtoneel? Het antwoord van politici is meer geld uitgeven aan defensie. Maar je kunt je – wat de voorstelling Hoezo Bach?! doet – evengoed harnassen met een vleugje absurdisme en heil zoeken bij de oude toondichter uit Leipzig. Zijn werk heeft door de eeuwen heen niets ingeboet aan schoonheid en betekenis. Dat bewijzen onder meer de vernuftige bewerkingen van Apituley voor haar altviool, voor de elektrische gitaar van Marnix Dorrestein en de basgitaar van Xander Vrienten: de twee andere fris acterende en musicerende hoofdpersonages in Hoezo Bach?!.

Aria

Een aria uit de Matthäus-Passion in de vorm van een Nederlands levenslied hier, een gitaarriff daar. Of de Prelude en Fughetta a capella voor drie zangers in Swingle Singers stijl op ba-ba-ba-ba-ba en ten slotte natuurlijk Ba-ch. Punt.

De fascinatie van Apituley voor de Duitse componist begon met een muzikale rol in de voorstelling Frau Bach van actrice Yvonne van den Hurk twee decennia geleden. Tien jaar daarna was er Bach en Bleekwater, de ontmoeting tussen de altviolist en een schoonmaakster. En nu dan Hoezo Bach?!. In het hart van deze drie voorstellingen staat telkens haar „Bijbel”: de Chaconne, een monument van menszijn. Apituley laat met haar eigenzinnige speelsheid en humor andermaal horen en zien dat Bach bij een gezond levenspatroon hoort.


Als mensen een kat kunnen aaien, vergeten ze het leed van de wereld

‘Je mag lekker naast Bob gaan liggen. Maar niet óp Bob’, staat er op een bordje naast het leukste kunstwerk op de expositie Schattig en kattig in het museum voor modern realisme More in kasteel Ruurlo. ‘Bob’ is een enorme kat van textiel, zeker twee meter lang, die opgekruld op een kleed ligt. De Braziliaanse kunstenares Elen Braga, die in België woont en werkt, heeft de rode kater ‘handgetuft’ – tuften is met bundeltjes wol (tufts) een tapijt maken, of in dit geval: een aaibare poes. Veel museumbezoekers in Ruurlo gaan – met de bijgeleverde plastic schoenbeschermers aan – met Bob op de foto. Het heeft iets knus – ware het niet dat de ogen van de kat vervaarlijk rood of groen oplichten. En dan is er nog het kleed, ook ontworpen door Braga, waarop je met Bob ligt.

Dat is alles behalve knus – daarop is de wereldbrand uitgebeeld. Rampen als een atoombomontploffing, oorlog, vulkaanuitbarstingen. Mensen zijn geneigd de ellende in de wereld even te vergeten als ze een kat aaien of bekijken (al of niet online), daarover lijkt dit kunstwerk te gaan. „Niets is zo heerlijk als met de deur op slot met een kat op de bank zitten”, schrijft NRC-columniste Japke D. Bouma in de ‘bezoekersgids’- folder bij de expositie die als mini-catalogus dienst doet. Nu leven we in hondse tijden – grimmig van je afbijten en mensen afblaffen zijn zowel in het sociaal verkeer als op het wereldtoneel in de mode. Dat verklaart wellicht de behoefte aan extra kattentroost, in de vorm van een kleine golf aan poezenkunstexposities in Nederland op dit moment. Ook in het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard en het Museum van de Geest in Amsterdam is kattenkunst te zien.

De expositie Schattig en kattig in Ruurlo laat in zo’n 25 kunstwerken zien hoe verschillend hedendaagse kunstenaars de kat in hun werk verbeelden, op schilderijen, wandkleden, in een video, met opgezette katten en tekeningen. Ook het (twintig jaar geleden omstreden) tasje van kattenbont is te zien, dat kunstenares Tinkebell maakte van – naar eigen zeggen – haar eigen kat. Het is dus niet alleen maar zoetelieve poezeligheid die de tweede verdieping vult van het museumkasteel, dat op de eerste verdieping de onheilszwangere schilderijen van de Nederlandse ‘magische realist’ Carel Willink permanent toont. (Zijn beroemde schilderij Wilma met kat is overigens in Museum Arnhem te zien).

Zwarte kat

De variëteit van de moderne kattenkunst is de troef van deze kleine inspirerende expositie. Er zijn moderne kattenportretten in veel verschillende schilderstijlen te zien. De Koreaans-Britse kunstenares Minyoung Kim schilderde in realistische stijl een zwarte kat die als een James Bond door een vensterruit springt, maar Pim Blokker penseelde juist heel losjes, vluchtig maar raak, een kat onder een paraplu. Hollandse zenkunst. Intieme en huiselijk taferelen bieden vijf werken van kunstenaars zoals C.A. Wertheim en Maeve van Klaveren, die zichzelf met hun eigen kat afbeeldden.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Minyoung Kim, Wash up, 2023. ” data-figure-id=”0″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Minyoung Kim, Wash up, 2023. ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120234/data129617872-224590.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-7.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-5.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-6.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-7.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-8.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/OeRSTtm4Tvea29T_UlnqEANFzyE=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120234/data129617872-224590.jpg 1920w”>

Minyoung Kim, Wash up, 2023.
Enari Gallery Amsterdam

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Michael Kirkham, Bad Luck Fluffy, 2010. ” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Michael Kirkham, Bad Luck Fluffy, 2010. ” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120236/data129617845-da21bd.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-11.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-9.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-10.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-11.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-12.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/xw-jVVxZb0ELp9DisT_Br43_7Fo=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120236/data129617845-da21bd.jpg 1920w”>

Michael Kirkham, Bad Luck Fluffy, 2010.
Galerie Gerhard Hofland

Een groot, kleurig en mooi gestileerd wandkleed van Koen Taselaar toont katten uit de kunsthistorie van India tot Nederland in een decor van kattenhuizen geïnspireerd op het ontwerp van de Italiaanse architect Aldo Rossi voor een begraafplaats in Modena, waarmee ook de religieuze, rituele verering van katten wordt aangestipt. Merkwaardige katachtige objecten zijn er ook, onder meer van Ahn Taewon die digitaal vervormde katten van beschilderd acrylhars maakt. Die hebben iets verontrustends, net als de zwartwit getekende horrorstrip over de dood van de zwarte kat Fluffy, door Michael Kirkham.

Hoogtepunt in Ruurlo is de video The Basement die Erik van Lieshout in de kelders van het museum de Hermitage in Sint Petersburg maakte. Bij wijze van kunstproject probeerde Van Lieshout in 2014, het jaar dat Rusland de Krim binnenviel, de leefomgeving te verbeteren van de tientallen katten die in de kelders van het museum leven, ooit aangesteld als muizenvangers. We zien in zijn vrolijk chaotische video hoe hij kunst en leven wil vermengen. In de museumkelders timmert hij een ‘kattenhotel’ met zijn team en de vrijwilligers die voor de katten zorgen. Hij ruimt kattenpoep en -pies op, en maakt een ‘portrettengalerij’ van de Hermitage-katten in hun kelders.

In Amsterdam, waar in het de voormalige Hermitage-museumdependance tegenwoordig ook het Museum van Geest over kunst en mentale gezondheid gevestigd is, is ook een troostrijk bedoelde katten- en dierenkunstexpositie: Animal Therapy. De tekeningen die de excentrieke negentiende-eeuwse Britse kattenillustrator Louis Wain maakte in een psychiatrische inrichting zijn bijzonder, maar gaan verloren in de zee van ander, amper verwant werk, voornamelijk outsider-kunst over allerlei dieren. De expositieruimte is bovendien een sombere betonnen kelder. Daardoor verlang je naar het moment dat Erik van Lieshout binnenkomt om de ruimte om te toveren in een enorm kattenhotel voor Amsterdamse zwerfkatten.

Maeve van Klaveren, Eating Grapes in a Striped Room, 2023.
Particuliere collectie Haarlem

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="below" data-description="Ralf Kokke, Poopoo, 2023.” data-figure-id=”1″ data-variant=”grid”><img alt data-description="Ralf Kokke, Poopoo, 2023.” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-3.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120230/data129617854-3d5e91.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-19.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-17.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-18.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-19.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/als-mensen-een-kat-kunnen-aaien-vergeten-ze-het-leed-van-de-wereld-20.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/y4ALLjAsSIIq47yQdKHNNRaf3lk=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/24120230/data129617854-3d5e91.jpg 1920w”>

Ralf Kokke, Poopoo, 2023.
Particuliere collectie


Een gouden engeltje als statement? Trumps nieuwe decoraties voor het Witte Huis

Slechts twee weken zit er tussen, maar het verschil is onmiskenbaar: bij de dramatische ontmoeting in het Oval Office tussen de Amerikaanse president Trump en de Oekraïense president Zelensky eind februari, is de voorkant van de schoorsteenmantel nog relatief karig. Maar als Trump er half maart met een lachende NAVO-secretaris-generaal Rutte zit, is er ineens een groot gouden krullend ornament op aangebracht die als een glimmende trofee tussen hen in blinkt.

Het is elke keer weer even met de ogen knipperen, als er nieuwe foto’s uit het Oval Office komen. De politieke krachtmetingen op de voorgrond krijgen alle aandacht, maar op de achtergrond, aan de muren, op de schoorsteenmantel en de bijzettafeltjes, vindt ondertussen een heel eigen schouwspel plaats.

In de twee maanden van Trumps tweede presidentschap heeft het interieur van het Oval Office een gestage transformatie ondergaan. De precieze aantallen zijn niet bekend, maar CNN kwam al met een berekening van ‘drie keer meer schilderijen aan de muur’, en vooral: heel veel meer nieuwe gouden beeldjes, gouden spiegellijsten en zelfs gouden cherubijntjes (engeltjes), die Trump bij ieder bezoek hoogstpersoonlijk vanuit Mar-a-Lago in Florida naar het Witte Huis meebrengt – alle in een ondefinieerbare, historisch ogende stijl. De president blijkt zelfs een plan te hebben om een nieuwe balzaal te laten bouwen, geïnspireerd op de spiegelzaal van Versailles.

Maar: waarom doet Trump dat eigenlijk? Of beter gezegd: waarom juist nu? Want zeker, Donald Trump heeft zich altijd al graag met goud laten omringen, maar in vergelijking met 2016 is zijn stempel op het design in het Witte Huis nu beduidend fermer.

Sommige critici zien in Trumps gouden spulletjes daarom al zijn nieuwe monarchistische ambities weerspiegeld: dit is niet de stijl van een president, maar van een ‘koning’, zoals CNN een anonieme Witte Huis-medewerker citeert. Het nieuwe goud wordt ook graag vergeleken met de grandeur die Poetin en andere dictatoren graag om zich heen verzamelen. Of men meent er een referentie naar Lodewijk XIV in te ontwaren, de Zonnekoning die zijn gasten heel bewust met een verblindende gouden rijkdom probeerde te imponeren.

Het historisch ogende goud staat als een trofee van een nieuwe Gilded Age op de schoorsteenmantel

En natuurlijk, het is onmiskenbaar dat hier een beproefde strategie wordt toegepast: met gouden pronkstukken de gasten onder de indruk brengen, en via de camera’s de rest van de wereld. Maar voor inspiratie hiervoor hoeft Trump niet naar het oude Europa of het hedendaagse Rusland te kijken. Zijn gouden boodschap op de schoorsteenmantel sluit naadloos aan bij een cruciale periode in de moderne Amerikaanse cultuurgeschiedenis: de late 19de eeuw, de Gilded Age, de tijd van puissant rijke olie- en industriebaronnen en hun gooi naar de politieke macht.

De Trumps en Musks van rond 1900 hadden heel veel geld en heel veel macht, maar ze waren ook naarstig op zoek naar een eigen stijl om die macht zo duidelijk mogelijk uit te kunnen dragen. Amerika zelf had die nog niet, dus gingen de nieuwe rijken op koopjacht in Parijs, het toenmalige centrum van de cultuur, waar een breed scala aan neohistorische stijlen in de mode was: neorococo, neobarok en andere in goud gegoten suggesties van een roemrijk verleden. Veel Franse kunstenaars begonnen zelfs speciaal voor de Amerikaanse markt te produceren, en kisten vol vergulde tierelantijnen, nóg glimmender en glanzender dan hun Europese originelen, zijn in die jaren uit Europa naar de nieuwe mega-villa’s aan de Amerikaanse oost en westkust verscheept.

Marble House, Vanderbilt Mansion: een van de huizen van de steenrijke familie Vanderbilt, gebouwd in 1892, Newport, Rhode Island

En nu? Eigenlijk had de geëxalteerde Gilded-Age-stijl al lang vergeten moeten zijn. In de decennia na 1920 heeft het modernisme met verbeten ijver geprobeerd dit verleden uit te wissen, de neostijlen waren voor de kunstwereld decennialang het hoogtepunt van slechte smaak. Maar vooral in de VS is de stijl nooit helemaal weggeweest; Trumps interieur in Mar-a-Lago (oorspronkelijk gebouwd in 1924-27) is er het bekendste voorbeeld van.

Nu lijkt er een nieuwe fase aangebroken. In zijn eerste termijn hield Trump zich nog enigszins aan de traditionele gedegenheid in het Oval Office, maar de toenemende ijver waarmee hij zijn gouden spulletjes nu naar het Witte Huis verplaatst voelt als een statement: het historisch ogende goud als uithangbord van een nieuwe Gilded Age; als een gouden trofee om de nieuwe politieke invloed van de hedendaagse Amerikaanse megarijken te onderstrepen.

En hoezo slechte smaak? Goede smaak is gewoon dat wat híj op de schoorsteenmantel zet, lijkt Trump te denken; niet wat die vervelende cultuurelite zegt dat het zou moeten zijn. Hoe gek dat ook klinkt, hij zou er zomaar ineens gelijk in kunnen krijgen – al is het met een omweg. Want als er maar genoeg foto’s van Trumps gouden engeltjes om de wereld gaan, wordt het vanzelf wel weer ergens mode.


Je verlaat Dag in de Branding met Beethoven in je hoofd, maar Klaas de Vries in je gedachten

Je hebt van die concerten waar de muziek in de concertzaal achterblijft zodra je het gebouw verlaat, en er zijn concerten die je meeneemt naar huis, waar je onderweg nog op blijft kauwen. In de laatste categorie viel de slim geprogrammeerde opening van het Haagse festival Dag in de Branding, afgelopen vrijdagavond.

Niet dat de muziek nou zo gemakkelijk mee te neuriën was of na te fluiten op straat – integendeel. De avond werd gedomineerd door twee monumentale orkestwerken van componisten Klaas de Vries (80) en György Kurtág (99). Muziek uit vergelijkbaar hout gesneden: atmosferisch, expressief geladen, vaak abrupt van stemming wisselend. Een bomvol notenbeeld dat klinkt als het noorderlicht in muzikale gedaante. Met een duidelijke vorm, maar definieer ’m maar eens.

In Kurtágs Stele gaan kruipende noten over in een chaotische zwerm strijkers. Pulserende akkoorden geven een gevoel van vervreemding. Dirigent Chloe Rooke reisde speciaal naar Boedapest om haar benadering van het stuk samen met de Hongaarse componist aan te punten. Met brede, heldere slag leidde ze vrijdag het Residentie Orkest, voor de gelegenheid met conservatoriumstudenten uitgebreid tot 115 musici, overtuigend door de bedwelmende partituur.

Juist door die benodigde megabezetting is het werk zelden te horen, maar er werd vanavond toevallig tóch al groots uitgerukt, vanwege een wereldpremière van Klaas de Vries, gastcurator van deze festivaleditie. Voor zijn compositie Cada instante – elk moment – nam hij een gedicht van Jorge Luis Borges als vertrekpunt. Op papier een verklanking van het idee dat élk moment álles kan zijn: de krater van de hel, maar ook de wateren van het paradijs. Op het podium meer dan honderd musici.

Een mysterieuze cimbalom

In het drie kwartier durende Cada instante worden een soort muzikale tableaus opgetuigd, waarin instrumentengroepen de ene keer samen optrekken, en dan weer kakofonisch door elkaar heen schieten. In de stille uitklank van elk tableau doemen telkens weer nieuwe mogelijkheden op voor het volgende. Het klonk vrijdagavond als een reeks parallelle universums, waarin je steeds een hele andere invulling hoorde van één en hetzelfde moment.

In de fantasierijke orkestratie was het soms even speuren om thuis te brengen wat je hoorde. Ah, een zachtjes roffelende xylofoon over tremolo’s in de altviolen. Of de mysterieuze tokkel van een cimbalom – verwijzend naar de Oost-Europese klanktaal van Kurtág. De Vries heeft een voorkeur voor de allerlaagste timbres van het orkest, zoals bastrombone en contrabasklarinet.

Daarom is het jammer dat de akoestiek van concertzaal Amare zo slank en streng blijft klinken. Zelfs de elf (!) contrabassen in het stuk van Kurtág konden de orkestklank maar beperkt van warmte voorzien. Vooral een paar storende details werden uitvergroot: het werkelijk ónophoudelijke gehoest, of de hoge hakken van iemand die tijdens een fluisterzachte passage over de hele lengte van het balkon naar de uitgang stiefelde.

Beethoven tussendoor

Voor piano is de zaal een stuk genadiger, bleek uit het soepele en gevoelige spel van Hannes Minnaar in Beethovens Vierde pianoconcert. Slimme zet om dat stuk tussen de twee eigentijdse orkestreuzen in te plaatsen. De herhaalde akkoorden van Beethovens opening voelden ineens aan als bedachtzame echo van de pulsaties in Stele. En met de indrukwekkende solocadens, speciaal door De Vries gecomponeerd, werd alvast vooruitgeblikt naar Cada instante. Rooke gaf de in Beethoven uitgedunde strijkersgroep van het Residentie Orkest een mooi wakker en glanzend geluid mee.

Een megabezetting in Amare, Den Haag. Foto Anne Reitsma

Op weg naar huis blijven Beethovens catchy melodietjes van voor de pauze nog nazingen in je hoofd, maar wel met de dubbele bodem van het gedicht van Borges erachteraan. Elk moment kan alles zijn. De muziek van Beethoven als meerdere mogelijkheden naast elkaar: de piano rolt een motiefje uit, het orkest gaat er telkens nét een beetje anders mee aan de haal. Een concert dat tot nadenken prikkelt.