‘Mijn Marokkaanse en Joodse identiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden’

‘In Canada was mijn afkomst niet iets waar ik dagelijks mee bezig was.” Roy Shukrun is een Marokkaans-Joodse historicus die geboren werd in Montreal, Canada. Hij verhuisde naar Nederland om aan de Rijksuniversiteit Groningen promotieonderzoek te doen naar de Marokkaans-Joodse identiteit.

„In Canada ben je vaak gewoon Canadees. Ik ging naar een gemengde school en had verschillende soorten vrienden. Ik groeide niet op in een geïsoleerde Joodse gemeenschap. In Nederland is dat anders. Mensen vragen me vaak: ‘Waar kom je vandaan?’ De focus op afkomst en identiteit is hier sterker.”

In 1945, na de Tweede Wereldoorlog, woonden er zo’n 300.000 Joden in Marokko. Dat was destijds de grootste Joodse gemeenschap in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Na de oorlog emigreerden Marokkaanse Joden massaal naar Frankrijk, Canada en de net opgerichte staat Israël. Zo ook de familie van Shukrun die vanuit Taza en Imintanoute, ten zuiden van Marrakech, naar Israël emigreerde en later naar Canada. Door deze migratie moest de gemeenschap haar identiteit opnieuw uitvinden. Wat betekent het om een Marokkaanse Jood te zijn?

Ging je daarom onderzoek doen naar de Marokkaans-Joodse identiteit?

„Dat begon eigenlijk een paar jaar geleden, nadat ik een jaar Engelse les had gegeven in Zuid-Korea. Hoewel het een geweldige ervaring was, voelde ik me voor het eerst echt ontheemd. Iedereen om me heen sprak dezelfde taal, kende dezelfde geschiedenis en had een gedeeld cultureel referentiekader. Ik daarentegen voelde me compleet losgezongen.

„In Korea merkte ik pas hoe weinig ik eigenlijk wist over waar ik vandaan kwam. En dus ging ik mijn familiegeschiedenis uitpluizen en mensen uit de Marokkaans-Joodse gemeenschap interviewen.”

Wat wilde je precies onderzoeken?

„Mijn familie is verspreid over meerdere landen: Canada, Israël, Frankrijk en Venezuela. Ik wilde begrijpen waarom dat was. En hoe hebben ze zich aangepast aan deze nieuwe landen? Hoe heeft die migratie hun identiteit beïnvloedt? Het was een manier om mijn eigen familiegeschiedenis te begrijpen, maar al snel ontdekte ik dat deze zoektocht veel breder was.”

„Het eerste wat me opviel was dat er niet zoiets bestaat als ‘dé’ Marokkaanse Jood. Voor veel Marokkaanse Joden begon hun Marokkaanse identiteit pas echt vorm te krijgen nadat ze het land hadden verlaten. In Israël bijvoorbeeld waren ze niet gewoon ‘Joods’, maar ‘Marokkaans-Joods’. In Canada identificeerden ze zich vaak als ‘Sefardisch’, wat weer een andere betekenis heeft. Het idee van ‘Marokkaans-zijn’ is dus iets dat zich buiten Marokko verder heeft ontwikkeld.”

Joden leefden al tweeduizend jaar in Marokko, waar ze diepgeworteld waren in de samenleving. Hoewel dat niet altijd rooskleurig ging door bijvoorbeeld uitsluiting in bepaalde beroepssectoren, verslechterde de situatie voor de Joden toen Frankrijk, dat Marokko in 1912 koloniseerde, zich in 1940 overgaf aan Duitsland. Frankrijk kreeg een pro-Duitse regering – het Vichyregime – en voerde een antisemitisch beleid in dat ook in Marokko moest worden opgevolgd. Zo golden er quota voor Joden in sommige beroepsgroepen, was er een avondklok, was handeldrijven op de markt verboden en moesten de Joden soms noodgedwongen terug naar de Joodse wijken, de mellahs, waar de omstandigheden erbarmelijk waren. „Ik heb geen Joodse of islamitische burgers. Hier zijn alleen Marokkanen,” zou sultan Mohamed V hebben gezegd toen de nazi’s in Europa Joden massaal naar concentratiekampen afvoerden. Moslims kregen de opdracht om voor hun Joodse ‘broeders’ te zorgen. Hoewel Mohammed V misschien geen anti-Joodse maatregelen wilde doorvoeren, had hij in het door Frankrijk gecontroleerde koloniale systeem weinig keus.

Tijdens de oorlog telde Marokko ongeveer twintig werkkampen waar Franse militairen onder meer uit Europa gevluchte Joden naartoe afvoerden. Maar ook Marokkaanse en Algerijnse nationalisten en Spaanse republikeinen zaten er gevangen. De beruchtste kampen bevonden zich in de steden Settat, Berguent en Boudenib, waar de gevangenen lange werkdagen maakten op weinig voedsel en vies drinkwater. „Toch was de situatie in Marokko over het algemeen beter dan in veel andere landen onder nazi-invloed”, zegt Shukrun. Na de oorlog telde Marokko ruim 250.000 Joden. Tegenwoordig wonen er nog maar tweeduizend Joden in Marokko, voornamelijk in Casablanca.

Als de situatie veel beter was, waarom vertrokken de Marokkaanse Joden dan massaal uit Marokko?

„Dit kwam door een combinatie van onzekerheid over hun toekomst, politieke ontwikkelingen en economische redenen. Ze zagen bijvoorbeeld wat er gebeurde met Joodse gemeenschappen in landen als Egypte, Irak en Algerije, waar Joden werden verdreven of vervolgd. In Marokko was er soms geweld tegen Joden, zoals de pogroms in Oujda en Jerada in 1948. Daarnaast werden er tussen 1956 en 1961 geen paspoorten verstrekt aan Joden, waardoor ze niet konden vertrekken . Dit voedde het gevoel van onvrijheid.”

De autoriteiten waren bang dat de samenleving en de economie zouden afbrokkelen als de Joden vertrokken. Maar in 1961 sloot de Marokkaanse overheid een deal met Israël en de VS. Marokko kreeg geld als de Marokkaanse Joden emigreerden naar Israël. Israël beloofde werk en woningen. Koning Hassan II wilde betaald worden, omdat hij „zijn mensen kwijtraakte” aan Israël. De Marokkaanse staat organiseerde het transport per boot en vliegtuig.

Shukrun: „Het was geen gedwongen uitzetting, maar veel Joden voelden zich wel onder druk gezet om te vertrekken.”

Hoe was de migratie naar Israël voor de Marokkanen?

„In Israël werden ze vaak in zogeheten ‘ontwikkelingssteden’ geplaatst, waar ze onder moeilijke omstandigheden een leven probeerden op te bouwen. Ze woonden in krotten, moesten tot twee kilometer lopen om water te halen en elektriciteit was schaars. In de eerste decennia werden ze vaak als minderwaardig gezien ten opzichte van de Europese Joden. De Marokkanen werden aangemoedigd om hun Arabische taal en gebruiken achter zich te laten. Dat was pijnlijk om te beseffen, want het betekende dat veel van hun tradities verloren gingen.

„Tegelijkertijd hebben de Marokkaanse Joden zich verzet tegen die marginalisatie en hebben ze hun cultuur en identiteit opnieuw vormgegeven, op hun eigen manier. Zo bleven ze Darija (Marokkaans-Arabisch) spreken en hielden ze de Marokkaanse tradities in ere. In Frankrijk en Canada konden ze zich beter integreren, vooral omdat ze al Frans spraken.”

In de loop der jaren hebben Marokkaanse Joden zich politiek en cultureel sterker gepositioneerd; tegenwoordig vormen ze een belangrijk deel van de Israëlische samenleving. In 2020 had de Israëlische regering tien ministers van Marokkaanse komaf.

In Marokko beschouwen de meeste Joden zichzelf niet als Marokkaans, buiten Marokko voelen ze zich juist wel weer heel Marokkaans

Hoe beïnvloeden de gebeurtenissen na 7 oktober de Marokkaans-Joodse identiteit?

„Toen de aanval op 7 oktober plaatsvond, was ik bijna klaar met mijn proefschrift. Ik besloot de namen van mijn familie om veiligheidsredenen eruit te halen en verzamelde verhalen over hoe Marokkaanse Joden hun identiteit koppelden aan de gebeurtenissen. Sommigen verlangden terug naar het samenleven in Marokko, anderen voelden juist afstand tot hun Marokkaanse ideniteit.

„Veel Marokkaanse Joden geloven dat hun Marokkaanse identiteit niet in strijd hoeft te zijn met hun Israëlische identiteit en dat ze hun achtergrond juist kunnen gebruiken om een betere toekomst te creëren, gebaseerd op gerechtigheid en dialoog. We moeten niet doen alsof Noord-Afrika altijd een perfecte, mythische plek van harmonie was, maar als we naar de geschiedenis van Marokko kijken, leren we dat samenleven voor Joden en moslims wél mogelijk is.”

En wat is die Marokkaans-Joods identiteit. Ben je daar achter kunnen komen?

„Ik kan niet zeggen dat er één Marokkaans-Joodse identiteit is; in Marokko beschouwen de meeste Joden zichzelf niet als Marokkaans, buiten Marokko voelen ze zich juist wel weer heel Marokkaans. Hun identiteit wordt gevormd door hun herinneringen aan Marokko, hun migratie-ervaringen en de manier waarop ze zich aanpasten aan hun nieuwe thuis.

„Een nationale Marokkaanse identiteit ontstond pas laat en was ook voor moslims lange tijd niet vanzelfsprekend. Dit gebeurde vooral in de twintigste eeuw, rond de tijd van de onafhankelijkheid, wat typisch is voor veel voormalige koloniën.

Maar wat betekent het om een Marokkaanse Jood te zijn?

„Voor mij is dat deel uitmaken van een diverse en eeuwenoude gemeenschap die over de hele wereld verspreid is. Het is het gevoel van meerdere thuislanden hebben. Je kunt andere Marokkanen of Marokkaanse Joden tegenkomen met wie je weinig gemeen hebt, maar ergens diep van binnen spreek je toch dezelfde ‘taal’.”

En dan de klassieke Hollandse vraag als het gaat om identiteit: voel je je meer Marokkaans of meer Joods?

Shukrun lacht. „Ik snap waarom je hem stelt, maar wat is het toch een stomme vraag. Mijn Marokkaanse en Joodse identiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben niet Joods zonder Marokkaans te zijn en niet Marokkaans zonder Joods te zijn. Het één bestaat niet zonder het ander.”


Hoe Musk en de Afrikaner lobby Trump bespelen

In een werkplaats voor crossmotoren in de administratieve hoofdstad Pretoria haalt de 38-jarige monteur Pieter Helberg een motoronderdeel uit de verpakking. Terwijl hij ze laat zien aan een klant bespreken ze de asielregeling die de Amerikaanse regering witte Zuid-Afrikaanse boeren sinds februari aanbiedt. Volgens president Donald Trump is deze groep immers het slachtoffer van „onrechtvaardige raciale discriminatie”.

Als voorbeeld van de vermeende discriminatie wijst Trump op een pas aangenomen landhervormingswet, die de door het ANC geleide regering zou inzetten om land te ‘confisqueren’. Meer dan 72 procent van de landbouwgrond is in handen van witte boeren, terwijl de witte bevolking slecht 7,3 procent van de gehele populatie uitmaakt. Naast de beschuldiging van discriminatie veroordeelt Trump de „agressieve positie” van Zuid-Afrika tegenover Israël, waartegen het een zaak heeft aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof vanwege vermeende genocide in Gaza.

De Zuid-Afrikaanse regering heeft echter nog nooit land onteigend zonder vergoeding. Ook de Verenigde Naties beoordelen dat onteigeningswet juridisch goed onderbouwd is en zien deze als een cruciale stap om de raciaal ongelijke verdeling van grondbezit – een voortvloeisel van apartheid – aan te pakken.

Afrikaners hebben nu veiligheid omdat we met relatief veel zijn. Wie vertrekt laat de achterblijvers in de steek

Pieter Helberg
monteur

In Helbergs conservatieve wijk Montana verwelkomen veel Afrikaners Trumps inmenging en het asielaanbod. „Ik ben blij met Trumps steun, maar als je naar de VS gaat moet je alles hier achterlaten”, zegt Helberg een witte Afrikaner die is opgegroeid op een boerderij ten noorden van Pretoria. „Afrikaners hebben nu veiligheid omdat we met relatief veel zijn. Wie vertrekt laat de achterblijvers in de steek.”

Pretoria heeft een hechte Afrikaner-gemeenschap, waarvan het merendeel afstamt van Nederlandse kolonisten. Helberg wacht vooralsnog af, maar over twee jaar wil hij de oversteek wagen.

Lees ook

Dertig jaar wachten op een stukje eigen land: de stroperige landhervorming in Zuid-Afrika

Links: Alzina Nkosi kijkt uit op de boerderij van haar familie nabij de industriestad Newcastle in de Zuid-Afrikaanse provincie Kwazulu-Natal. Rechtsboven: de boerderij van de familie Nkosi. Rechtsonder: Alzina’s zoon, Mbhekeni Nkosi, bekijkt het document van het Departement van Landhervorming gericht aan zijn landeigenaar.

Een aanzienlijk deel van de gemeenschap ziet zijn kans schoon om te vertrekken. Vlak na de bekendmaking van de hervestigingsregeling kwam een stortvloed van 20.000 informatieaanvragen binnen bij de Zuid-Afrikaanse Kamer van Koophandel in de VS, waardoor haar emailserver crashte. Naar schatting zouden 67.000 witte Zuid-Afrikanen overwegen om het land te verlaten.

Trumps asielregeling

Naast het asielaanbod hebben de VS alle financiële hulp aan Zuid-Afrika gestopt. De diplomatieke relatie is inmiddels verder verzuurd, toen Marco Rubio op X fors uithaalde naar Zuid-Afrika’s ambassadeur Ebrahim Rasool, en bovendien zijn komst afzegde voor een voorbereidende G20-top in Johannesburg. Volgens de Amerikaanse buitenlandminister is Rasool niet langer welkom in de VS. Rubio zette hem weg als een „racistische politicus die Amerika haat en een hekel heeft aan onze president”.

Het bericht ging gepaard met een artikel van het radicaal-rechtse medium Breitbart over een online lezing van Rasool, waarin de ambassadeur Trump onder meer verwijt een wereldwijde supremacistische beweging te leiden.

De witte bevolking is het slachtoffer van extreem anti-blank geweld en racisme

Afrikaner koepelorganisatie Solidariteit Beweging

De invloedrijke Afrikaner koepelorganisatie Solidariteit Beweging schrijft Trumps maatregelen deels toe aan haar lobby in de VS. De organisatie – die ruim 600.000 leden telt – is een felle tegenstander van de landhervormingswet en propageert dat de witte bevolking het slachtoffer is van „extreem anti-blank geweld en racisme”. De groep eist dat de Zuid-Afrikaanse regering de „discriminerende wetten” terugdraait.

„Solidariteit voelt aan dat veel landen op dit moment oren hebben naar verhalen van wit slachtofferschap,” analyseert Nicky Falkof, hoofd van het centrum voor diversiteitsstudies aan de Witwatersrand Universiteit in Johannesburg. „Ze zoeken hulp bij westerse populistische leiders met misinformatie-campagnes die hun vooroordelen over Afrika bevestigen.”

Hun ideeën krijgen gehoor in het Witte Huis, mede dankzij de aanwezigheid van gelijkgestemden. Zo heeft de in Pretoria geboren en opgegroeide Elon Musk, Trumps rechterhand en informeel hoofd van het pseudo-ministerie van Overheidsefficiëntie (DOGE), vergelijkbare denkbeelden over Zuid-Afrika.

‘PayPal maffia’

Daarnaast laat Trump zich influisteren door nog drie radicaalrechtse miljardairs die opgegroeid zijn in het voormalige apartheid-Zuid-Afrika. Samen met Musk behoort het trio tot een groep invloedrijke durfkapitalisten die hun eerste fortuin verdienden bij de internationale betaaldienst PayPal. Het blad Fortune doopte het gezelschap in 2007 om tot de ‘Paypal maffia’. Alle vier doneerden ze rijkelijk aan Trumps verkiezingscampagne.

Onder hen Peter Thiel: Trumps tech-man in Silicon Valley. Zelfs zonder een formele politieke positie heeft hij aanzienlijke invloed binnen DOGE. Meerdere hooggeplaatste werknemers binnen het ministerie zijn werknemers of oud-werknemers van Thiels techbedrijven.

Dan is er David Sacks, die Trump zelf zijn ‘AI en crypto-tsaar’ noemt en richtinggevend is voor het Amerikaanse beleid wat betreft AI en crypto-munten.

Op meer afstand van de Trump-regering staat Roelof Botha, de ceo van Sequoia Capital, ’s werelds op één na grootste investeringsmaatschappij van durfkapitaal. Zijn opa Pik Botha was buitenlandminister tijdens de apartheid.

Deze [Amerikaanse] oligarchen hebben een nostalgie van apartheid en bijbehorende ideeën over hoe het land eruit zou moeten zien

Nicky Falkof
hoofd centrum voor diversiteitsstudies Witwatersrand Universiteit

Omdat ze één voor één een apartheid-achtergrond hebben, maken zij het huidige democratische Zuid-Afrika tot doelwit van een persoonlijke oorlog, meent professor Falkof. „Deze oligarchen hebben een nostalgie van apartheid en bijbehorende ideeën over hoe het land eruit zou moeten zien. Daarin passen geen wetten die erop gericht zijn om de onder apartheid gecreëerde ongelijkheid tussen zwart en wit te verkleinen.”

De lobbyisten van Solidariteit Beweging halen juist nu hun banden met Washington aan. Een delegatie bezocht recent de VS om te spreken met „hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Trump-regering”. Ze eisen sancties tegen ANC-politici, de drijvende kracht achter de nieuwe wetgeving.

Volgens Jaco Kleynhans, hoofd internationale relaties van Solidariteit Beweging, die deel uitmaakte van de delegatie, verliepen die gesprekken „positief”. „Vertegenwoordigers van de VS zijn een onderzoek gestart naar de mogelijkheden om druk op politici uit te oefenen.” Om welke vertegenwoordigers het precies gaat wil Kleynhans niet zeggen.

Onderzoek naar hoogverraad

De lobbybeweging richt haar pijlen nu ook op de Europese beleidsmakers. Kleynhans is van plan om uiterlijk over twee maanden met een delegatie naar zeven Europese landen te reizen, waaronder Nederland. De delegatie zal ervoor pleiten dat ook Nederland druk op Zuid-Afrika zet om wetswijzigingen af te dwingen, bijvoorbeeld door het straffen van ANC-politici. Kleynhans is ervan overtuigd dat ze in Den Haag open zullen staan voor hun ideeën. „Nederland heeft een historische plicht om zich beter in te zetten voor onze problemen.”

De Zuid-Afrikaanse regering is niet gediend met de recente lobby-activiteiten omdat ze een „belemmering vormen voor democratische hervormingen”, aldus Chrispin Phiri, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken desgevraagd.

Volgens Phiri is het veelzeggend dat Trump juist Zuid-Afrika, dat de apartheid verslagen heeft, zo uitgesproken op de korrel neemt. „Het is moeilijk te ontkennen dat de maatregelen van Trump een racistische ondertoon hebben. Zuid-Afrika heeft in de grondwet vastgelegd dat het racisme tegengaat en ongelijkheid aanpakt. Trump vernietigt juist wereldwijd alles wat met diversiteit, gelijkheid en inclusiviteit te maken heeft.”

In zijn jaarlijkse ‘State of the Nation’ klonk president Cyril Ramaphosa strijdbaar. Hij verklaarde niet te willen toegeven aan de Amerikaanse druk. „We laten ons niet pesten.”

Gevoel van discriminatie

Maar veel witte Afrikaners zien juist Ramaphosa als de pester en Trump als een redder. Volgens onderzoeksinstituut Human Sciences Research Council voelt bijna de helft van alle Afrikaners – 47 procent – zich gediscrimineerd door de regering.

Afgelopen maand verzamelden 1.200 Afrikaners zich bij de Amerikaanse ambassade in Pretoria om hun waardering te tonen voor Trump. De demonstranten droegen petjes met de tekst ‘Make Afrikaners great again’ en op hun spandoeken stonden leuzen als ‘Wij danken God voor President Trump’ en ‘Weg met apartheid 2.0’. Samen zong het gezelschap ‘Die Stem’, het controversiële volkslied ten tijde van de apartheid.

Ook monteur Helberg is ervan overtuigd dat de regering hem benadeelt, vertelt hij vanaf zijn werkplaats. „Racisme tegen zwarten is voorbij, maar de regering discrimineert de witte minderheid nu met allerlei rassenwetten. Het is een soort omgekeerde apartheid.” Volgens Helberg zouden zwarte Zuid-Afrikanen „niet willen werken” en „alles gratis willen”.

De term ‘rassenwetten’, waar ook Trump aan refereert, is beladen. Het zijn vooral witte Zuid-Afrikanen die dit woord gebruiken om het transitieproces – maatregelen tegen de erfenis van apartheid – aan te vallen. Een van de gehekelde maatregelen is de wetgeving rond het Black Economic Empowerment-beleid (BEE), waarmee de overheid bij aanbestedingen voorrang geeft aan bedrijven met zwarte eigenaars en leidinggevenden.

Professor Falkof spreekt tegen dat Afrikaners daadwerkelijk het slachtoffer zijn van racisme. „Deze wetten geven een impuls aan de historisch benadeelde zwarte bevolking en zijn er niet op gericht om de witte Zuid-Afrikanen iets te ontnemen. De witte bevolking leidt nog altijd een gerieflijk leven dankzij de rijkdom die ze tijdens apartheid heeft vergaard.” Zo’n dertig jaar na de val van de apartheid ligt het inkomen van een wit gezin nog altijd bijna vijf keer zo hoog als dat van een zwart gezin.

Elon Musk en boerderijmoorden

Ook Musk heeft het gemunt op het BEE-beleid, mede vanwege zakelijke belangen. Musk wil met zijn satellietdienst Starlink toetreden tot de Zuid-Afrikaanse markt, maar heeft volgens de BEE-wetten een lokaal partnerbedrijf nodig dat in zwarte handen is. Dit bedrijf zou dan minstens 30 procent van de aandelen van de Zuid-Afrikaanse tak moeten bezitten. Musk weigert dit en eist een wetswijziging. Op X berichtte Musk begin maart dat zijn bedrijf geweigerd was in Zuid-Afrika, omdat hij „niet zwart” is, terwijl Starlink in werkelijkheid nooit een licentie heeft aangevraagd.

Al in 2023 schreef Musk op X dat er een „witte genocide” bezig is in Zuid-Afrika en dat „ze iedere dag witte boeren vermoorden”. Bij het bericht, dat hij afgelopen maand opnieuw deelde, plaatste Musk een video waarin oppositiepoliticus Julius Malema het anti-apartheidslied ‘Kill the Boer’ zingt tijdens een partijbijeenkomst. Musk richtte zich nadrukkelijk tot Ramaphosa: „Waarom zeg je hier niets over?”

President Ramaphosa nam krachtig afstand van de beschuldiging dat witte Zuid-Afrikanen worden vervolgd, en sprak van een „volledig vals narratief”. „We laten ons niet pesten” zei hij in zijn jaarlijkse ‘State of the Nation Address’ afgelopen maand.

Musks retoriek past in een bredere trend waarin witte Zuid-Afrikanen via misinformatie zoveel mogelijk mensen opzetten tegen Zuid-Afrika’s progressieve wetgeving. Het land worstelt met extreem hoge cijfers van gewelddadige criminaliteit, waaronder moorden. Onderzoek van het Inclusive Society Institute naar veiligheid in Zuid-Afrika laat echter zien dat boerderijbewoners geen hoger risico lopen om vermoord te worden dan andere Zuid-Afrikanen. Tussen 2020 en 2022 zijn jaarlijks meer dan 27.000 mensen vermoord, terwijl jaarlijks 56 boerderijbewoners het slachtoffer van moord waren.

Angstgevoel

Volgens Falkof zetten Musk en de lobby-organisaties het valse idee dat de regering de witte bevolking iets afneemt heel effectief in. „Ze creëren een angstbeeld dat Afrikaners bedreigd worden. En angst is een van de krachtigste middelen in de politiek. Uiteindelijk wil deze groep Afrikaners gewoon de macht terug.”

Het door de radicaal-rechtse hoek gevoede angstgevoel heeft duidelijk ook monteur Helberg bereikt. Hoewel niemand ooit een claim gelegd op zijn boerderijgrond en de indienperiode al vier jaar is verlopen, is hij als de dood voor de nieuwe landhervorming. „Het is een kwestie van tijd dat de regering mijn boerderijtje afpakt.”

Hij zegt klaar te zijn voor een confrontatie als de autoriteiten komen. „De boerderij is al tachtig jaar in de familie. We laten ons echt niet wegjagen. Dit zal uitlopen op een groot gevecht. En wij boeren hebben allemaal geweren.”


Econoom Célestin Monga: ‘Stoppen met hulp kan een kans voor Afrika zijn’

Onder Burkinezen is de herinnering springlevend. De iconische boodschap die de panafrikaanse revolutionair en president Thomas Sankara begin jaren tachtig voor een ongeduldig continent had, was gevat in zes woorden die achteraf tijdloos bleken te zijn: Celui qui vous nourrit, vous contrôle. Wie jou voedt, controleert jou. Vier decennia later, nu internationale hulpbudgetten voor Afrika in hoog tempo worden afgebouwd, klinkt het betoog van de panafrikaanse revolutionair als een wrange realiteit.

Ook Célestin Monga, een Kameroense econoom en hoogleraar aan Harvard, ziet hoe leiders van het Mondiale Zuiden de toekomst van hun landen in handen hebben gelegd van westerse vrijgevigheid en daarmee vaak strategie met liefdadigheid hebben verward. In een videogesprek wijst hij op een ongemakkelijke waarheid: „Hulp is zelden neutraal.” Nu de schijn van partnerschap steeds verder afbrokkelt, wordt dat pijnlijk zichtbaar. Want niet alleen hebben de VS vrijwel alle cruciale USAID-hulpprogramma’s stopgezet, ook Europese regeringen, gevoed door een rechtspopulistische golf, schalen hun ontwikkelingshulp af. Nederland snijdt 30 procent, en ook het Verenigd Koninkrijk (40 procent), Duitsland (50 procent), Frankrijk (25 procent) en België (25 procent), voeren aanzienlijke bezuinigingen door.

„De brutaliteit van deze bezuinigingen is onmiskenbaar.” Voor Monga zijn ze een nieuw bewijs dat er in internationale betrekkingen „geen morele principes bestaan”. Met ervaring als adviseur bij Wereldbank en ondervoorzitter van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) kent Monga de realiteit van binnenuit. Voor hem voelen Sankara’s waarschuwingen over afhankelijkheid, de verborgen kosten van westerse leningen en de illusie van vrijgevigheid actueler dan ooit. Afrika, dat worstelt met schulden, werkloosheid en de druk van de wereldmarkt, lijkt verweesd achter te blijven. Maar waar sommigen een definitief verval zien, herkent Monga een keerpunt: Afrika wordt immers gedwongen zijn eigen toekomst te herdefiniëren.

Want als Afrika zijn eigen koers wil bepalen, betoogt Monga, is de eerste stap niet méér hulp, maar juist bevrijding ervan. Gerichte investeringen in industrialisatie, infrastructuur en lokaal ondernemerschap moeten ervoor zorgen dat Afrikaanse landen zelf de regie over hun ontwikkeling krijgen. Voor hem is dit geen monetaire crisis, maar een ideologische. „De mensen in Soedan, Kameroen of Kenia zouden hun frustratie moeten richten op hun eigen leiders. Trump was vier jaar president, zijn temperament, beoordelingsvermogen en wereldbeeld waren voor iedereen zichtbaar. Ook dit zat eraan te komen. Als Afrikaanse leider bereid je je op zulke realiteiten voor. Je hebt een Plan B, een Plan C.”

Waarom is de belofte van Afrikaanse onafhankelijkheid nooit echt ingelost?

„Het hulpsysteem, dat kort na de onafhankelijkheidsgolf eind jaren vijftig werd opgetuigd door het Westen, leidde tot afhankelijkheid. Ik noem het een soort ‘hulpverslaving’, waarbij landen te veel leunen op buitenlandse steun. Rijke landen wisten dit en behielden onder meer via financiële instellingen invloed door hulpbudgetten en leningen te koppelen aan voorwaarden: ‘Je hebt je land slecht beheerd, dus krijg je geld, maar je gaat wel ons beleid volgen.’

„Koloniale machten plaatsten bovendien leiders op sleutelposities die onafhankelijkheid tegenwerkten. Veel West-Afrikaanse landen bleven vastzitten aan de Franse munt en leiders die pro-Frans en anti-onafhankelijkheid waren.

„Andere nationalistische leiders maakten economische fouten. Ze misten het inzicht dat landen als China en Vietnam later wel hadden: dat ontwikkeling begint met arbeidsintensieve industrieën. Een uitzondering was Habib Bourguiba in Tunesië, die zijn land losmaakte van de Franse munt en begreep hoe cruciaal een nationale munt is. Die externe controle en interne fouten stond werkelijke economische onafhankelijkheid in de weg.

„Vandaag is het netto-effect van de hulp verwaarloosbaar. Afrika ontvangt jaarlijks ongeveer 50 miljard dollar aan hulp. Dat bedrag is minder dan 10 procent van de Afrikaanse export, die met ongeveer 610 miljard dollar per jaar best laag is. Elk jaar stuurt de Afrikaanse diaspora meer geld naar huis dan westerse regeringen in zogenaamde hulp verstrekken. Ikzelf stuur bijvoorbeeld 20 tot 30 procent van mijn inkomen terug naar mijn gemeenschap. Moet je je voorstellen. Deze informele ondersteuningsnetwerken betekenen meer voor Afrika dan officiële ontwikkelingshulp ooit heeft gedaan.”

De weggevallen hulp heeft wel kinderen naar school gebracht, cruciale gezondheidszorg geboden en zou op dit moment levens redden.

„Dat is waar, maar hulp legitimeert indirect slecht bestuur. Als een land een begroting heeft van 1 miljoen dollar en 200.000 dollar aan hulp ontvangt, zullen ze zichzelf op de borst kloppen dat een school of ziekenhuis werd gebouwd. Maar wat gebeurt er met de resterende 800.000 dollar? Vaak wordt dat geld besteed aan corruptiebestrijding, militaire uitgaven of andere prioriteiten. Stel dat een land tien mensen in nood heeft en de Nederlandse hulp drie van hen redt door zorg en onderwijs te bieden. Dat is mooi. Maar als diezelfde hulp afhankelijkheid in stand houdt en we de overige zeven verliezen, hebben we dan werkelijk iets bereikt?

De Kameroense econoom Célestin Monga is een uitgesproken criticus van het mondiale economische systeem en betoogt dat het Afrika gevangen houdt in een cyclus van afhankelijkheid.
Foto Sophie Park

Dus Afrikaanse landen moeten Donald Trump en consorten dankbaar zijn voor het meedogenloos stopzetten van ontwikkelingshulp?

„In theorie, ja. Het schrappen van hulp zou Afrikaanse leiders kunnen aansporen tot meer zelfredzaamheid. Maar helaas mist het merendeel van de huidige leiders legitimiteit en visie. In plaats van deze situatie als een kans op verandering te benutten, smeken ze achter de schermen waarschijnlijk juist om de hulp in stand te houden. Op dit moment zijn mensen in Afrika boos, en mensen in het Westen zijn hulpmoe. Westerse belastingbetalers hebben jarenlang geld gestuurd zonder veel zichtbare impact. Het is moeilijk om solidariteit in stand te houden wanneer frustratie de boventoon voert.”

Is het werkelijke probleem niet dat kapitaalkrachtige landen niet inzetten op echte economische rechtvaardigheid?

„Ja, de geschiedenis heeft bewezen dat wachten op westerse welwillendheid zinloos is. Het grootste probleem met het huidige systeem? Hoe internationale instellingen intellectuele controle behouden over Afrikaanse beleidsvorming, onder het mom van voorwaarden. De Wereldbank en het IMF leggen noodlijdende landen beleidsmaatregelen op onder het voorwendsel dat dit de terugbetaling garandeert en toekomstige crises voorkomt. Maar keer op keer is bewezen dat deze maatregelen niet werken.

Lees ook

Ontwikkelingshulp wordt vaker een business opportunity

Ontwikkelingshulp wordt vaker een  business opportunity

„Een ander probleem zijn simpelweg slechte ideeën. Stel je voor: iemand uit Washington, die nauwelijks iets weet over een Afrikaans land, verblijft daar twee weken en dicteert vervolgens het economische beleid. Als je de rapporten van de Wereldbank en het IMF van 10, 20 of zelfs 50 jaar geleden terugleest, zie je dat ze dezelfde aanbevelingen doen. Van privatiseringen tot bezuinigingen en het inkrimpen van de arbeidsmarkt. Met beloften die nooit worden waargemaakt.

Neem Ghana. Het wordt vaak geprezen als een succesverhaal, maar het heeft in totaal 17 structurele aanpassingsprogramma’s met het IMF ondertekend. Zeventien! En toch ging het in 2020 failliet.”

Wordt de schuldencrisis in Afrika en zijn afhankelijkheid in stand gehouden door instellingen als de Wereldbank en het IMF?

„Er is een zekere mate van cynisme. Bij de Afrikaanse Ontwikkelingsbank (AfDB) is de hand van de Wereldbank voelbaar. Als vicepresident en hoofdeconoom [van 2016 tot 2019] ben ik geschrokken van de invloed van de Wereldbank en het IMF. Ik wilde beleidsideeën aandragen die afweken van wat de Wereldbank deed. Maar westerse vertegenwoordigers van de raad van bestuur verwierpen dat systematisch. Een van de bestuursleden zei zelfs: ‘Ik begrijp niet waarom we hier een hoofdeconoom nodig hebben. Je zou gewoon moeten kopiëren wat het IMF en de Wereldbank aanreiken.’ Zíj bepalen waar het geld naartoe gaat, vaak op basis van politieke overwegingen in plaats van economische noodzaak. De zelfreflectie ontbreekt compleet. Niemand neemt een stap terug en vraagt: moeten we deze landen niet zelf hun pad laten bepalen?”

Heeft de Afrikaanse Ontwikkelingsbank het in zich om de rol van instellingen als het IMF en de Wereldbank voor Afrika over te nemen?

„Met de juiste ideeën, ja. Nu is AfDB een bleke kopie van de Wereldbank, maar met minder geld en invloed. Want het echte probleem is niet alleen geld, het is kennis. De AfDB kan niet op tegen de leningen van de Wereldbank, maar kan wel vooroplopen met ideeën die specifiek zijn afgestemd op Afrika. Daarom moeten westerse landen binnen de Wereldbank intellectuele ruimte vrijmaken.

„Neem de valutareserves. Veel Afrikaanse landen houden hun exportinkomsten nog steeds in het buitenland, vanwege koloniale overeenkomsten, vaak tegen negatieve reële rentevoeten. Maar door daar een punt van te maken bij hun politieke leiders, vertellen Afrikaanse centrale bankiers mij, dreigen zij hun baan op het spel te zetten. Zonder intellectueel leiderschap zal de AfDB een kleinere versie van de Wereldbank blijven.”

Als afhankelijkheid een keuze is, hoe kiest Afrika dan eindelijk voor zichzelf?

„Als Afrikaanse leiders hun eigen agenda niet doordrukken bij het IMF en de World Bank blijven ze afhankelijk van externe besluitvormers. Wie zichzelf serieus neemt, zou niet zestig of zeventig jaar lang om kleine bedragen smeken.

„In het verleden konden koloniale machten hun Afrikaanse leiders letterlijk uitkiezen. Vandaag de dag is die mate van politieke controle niet langer vanzelfsprekend. Kijk naar landen als Mali, Burkina Faso en Niger, waar militaire regeringen Franse en Amerikaanse troepen uitgewezen hebben, wat een hernieuwde assertiviteit laat zien. In Tsjaad heeft de president onlangs Franse militairen het land uitgezet na een diplomatiek conflict. Het toont dat Afrikaanse leiders wel degelijk macht hebben. Ze moeten die alleen combineren met geloofwaardige langetermijnstrategieën.”

Maar is het niet naïef te denken dat Afrikaanse leiders zich kunnen losmaken van een systeem dat zo is vormgegeven om hen klein te houden?

„Nee, dat denk ik niet. Bombastische kritiek op het Westen betekent niets als die niet gepaard gaat met tastbare verbeteringen. Als leiders geen visie tonen blijft de afhankelijkheid bestaan. Stel dat slechts tien Afrikaanse leiders een goed onderbouwde beleidsnota presenteren aan wereldleiders waarin ze uitleggen waarom het huidige systeem zowel Afrika als het Westen schaadt. Alleen dat zou het narratief al kunnen veranderen. De Afrikaanse Unie zou hierin het voortouw moeten nemen.

„De realiteit is dat westerse landen geen baat hebben bij Afrika’s onderontwikkeling. Problemen in Afrika, zoals terrorisme, conflicten en ziekten, hebben onvermijdelijk gevolgen voor Europa en daarbuiten. Ebola heeft geen visum nodig om te reizen. Talrijke studies tonen aan dat rijke landen juist aanzienlijk zouden profiteren van investeringen in Afrika, via de verkoop van apparatuur, technologieoverdracht en economische groei. Het probleem is niet dat deze ideeën naïef zijn, het probleem is dat er geen politieke wil is om ze uit te voeren.”

Dus Afrikaanse leiders beseffen niet welke macht ze hebben?

„Nee, precies. Sterk leiderschap kan dit systeem uitdagen. Maar ze worden opgeslokt door kortetermijnuitdagingen. Veel Afrikaanse leiders verspillen hun eerste regeringsjaren aan symbolische gevechten, politieke afrekeningen en beleid afbreken van voorgaande regeringen in plaats van de dringende economische uitdagingen aan te pakken.

„Er zijn de hoge ambtenarensalarissen. Maar in minstens 18 Afrikaanse landen slokken hoge veiligheidsuitgaven 30 tot 40 procent van de begroting op. In sommige landen is dat zelfs meer dan de helft! Focus eerder op werkgelegenheid, om politiek draagvlak te creëren en stabiliteit te waarborgen. Afrikaanse leiders leren ook onvoldoende van de geschiedenis. Chili en China zijn opgebloeid omdat ze economische stabiliteit voorrang gaven.”

Maar er is toch meer nodig dan wat u noemt sterk Afrikaans leiderschap?

„Ja, westerse beleidsmakers horen die wederkerige afhankelijkheid te begrijpen en moeten inzien dat het openen van hun markten voor Afrikaans geproduceerde goederen in hun eigen belang is. Afrika heeft toegang tot wereldmarkten nodig.

„Als westerse landen Afrika echt willen helpen, zou het openen van hun markten een revolutie betekenen. China begrijpt dit en overweegt handelsovereenkomsten om Afrikaanse export te vergemakkelijken. Als de G7 hetzelfde zou doen, zouden de economische en veiligheidsvoordelen enorm zijn. Leiders van vandaag zouden zichzelf moeten afvragen: wat heeft nu werkelijk zin? Waar heeft íedereen baat bij?”


Musk en Milei maaien met gepimpte motorzagen, deze Argentijn maakte ze

Temidden van alle opvallende dingen die Elon Musk dezer weken doet en roept, haalde hij met één optreden dit jaar wereldwijd het nieuws. Op de conservatieve jaarmarkt CPAC in Washington hield de techmiljardair vorige maand een glimmende motorzaag boven zijn hoofd en riep: „Arrrhh! Dit is de kettingzaag voor de bureaucratie! Kettingzaaaaag!” Naast hem glunderend de man die hem dit met aluminium en brons gepimpte werktuig cadeau gaf: de Argentijnse president Javier Milei.

Milei’s gift aan Donald Trumps informele ‘bezuinigingsminister’ was voor Mariano ‘Tute’ Di Tella, maker van de glimmende machine, een nieuw persoonlijk artistiek hoogtepunt. „Ik ben al sinds mijn dertiende geobsedeerd door dit soort machinerie”, vertelt de 45-jarige kunstenaar over de telefoon uit de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. „Ik verzamel ze, knap ze op en ben ze gedurende de jaren verder gaan versieren. Het neemt een steeds hogere vlucht.”

Mariano ‘Tute’ Di Tella
Foto privéarchief

Musks optreden op CPAC vormde de definitieve internationale doorbraak van de kettingzaag als rechts-libertair machtssymbool. De zelfverklaarde anarcho-kapitalist Milei veroverde eind 2023 het presidentschap met een campagne waarin hij veelvuldig met een motorzaag zwaaide. Murw geslagen na twee decennia chronische crisis, zag een ruime meerderheid van de Argentijnen wel wat in de ‘schoktherapie’ waarmee de excentrieke buitenstaander beloofde de staatsfinanciën eindelijk op orde te brengen.

Dat hebben ze geweten. Met ingrijpende bezuinigingen op onder meer pensioenen, subsidies en ambtenaren bereikte Argentinië vorig jaar voor het eerst deze eeuw een begrotingsoverschot. De torenhoge inflatie is tot bedaren gekomen, de koers van de peso gestut en de economie trekt weer aan. De Argentijnen verarmen, maar Milei blijft in peilingen populairder dan de oppositie.

Lotsbestemming

Ook Di Tella was gecharmeerd van de excentrieke libertaire kandidaat toen die in 2022 campagne begon te voeren met een kettingzaag. „Ik zag Milei op een truck staan en een motorzaag aanzwengelen. Maar ik vond ook dat het ding geen identiteit had. Het was een gewone machine.” Dus toen hij eenmaal gekozen was, besloot hij een bijzonder exemplaar voor de president te maken.

Hij werkte er zes weken aan. Het werd een exemplaar met een gouden zaagblad, waarin hij in het Spaans de tekst ‘De krachten van de hemel’ graveerde. Na enige maanden wachten, was hij welkom in het Casa Rosada, het presidentieel paleis. „Ik nam de metro, samen met mijn zoon, tien haltes en toen nog vijf blokken lopen. Ik gaf hem aan de agenten bij de ingang, die hem door de scanner haalden. Toen ik hem uit de hoes haalde, waren ze heel verbaasd hoe prachtig hij was.”

Lees ook

Milei’s ‘anarcho-kapitalistische’ schoktherapie voor Argentinië heeft effect

Javier Milei, de president van Argentinië, praat met de pers tijdens de World Economic Forum in Davos.

Di Tella ontmoette Milei niet, maar toen hij eenmaal thuis was, kreeg hij al foto’s binnen. „De zaag stond midden op de vergadertafel, met het regeerprogramma erbij.” Voor hem was zijn kunstwerk toen pas op zijn plek, zegt hij licht geëmotioneerd. „Dit was de lotsbestemming van deze machine. Het plaatje was compleet. Ik was op de goede weg, het doel werd bereikt. Ik kon eindelijk een identiteit geven aan dit symbool.”

De woordvoerder van Milei benaderde Di Tella begin dit jaar om ook een exemplaar voor Musk te maken. En inmiddels heeft hij al laten weten dat hij ook een zaag gaat fabriceren voor Musks politieke baas en Milei’s geestverwant, president Donald Trump. „Ik kan daar nog niks over loslaten, maar hij gaat héél bijzonder worden.”

Hedendaagse hooivork

Hoewel Di Tella daarmee volop meegaat in Trumps en Musks sloop van het Amerikaanse overheidsapparaat, zou hij het jammer vinden als de kettingzaag enkel en alleen met bezuinigingen geassocieerd wordt. „De zaag staat voor heel veel verschillende dingen. Voor mij leert hij de wereld dat we de alom aanwezige decadentie kunnen stoppen. Je ziet hem nu overal waar mensen alle zonden en hun politici zat zijn.”

In zijn eigen land maakt Di Tella zich niet zozeer zorgen over de economie: de alleenstaande vader met een zoon van tien heeft twee banen waarvan hij nét kan rondkomen. „We doen niks spectaculairs. We kunnen soms uit eten en één keer per jaar op vakantie. Maar wie wil werken, kan in Argentinië overleven.”

Een motorzaag zaait angst en een beetje respect, want hij is krachtig, shockeert en is een beetje gevaarlijk

Hij is zelf veel meer bezig met de onveiligheid op straat, het gebrek aan onderlinge wellevendheid of de waardeloze hedendaagse muziek. „Je hoeft maar twee minuten video’s te kijken op TikTok en je ziet waar we als mensheid aanbeland zijn.” Voor Di Tella bieden zijn zagen „de hoop dat de mensheid nog te redden is”.

De kettingzaag is een soort hedendaagse hooivork, beaamt hij. „Inderdaad. Het is een symbool van het helemaal beu zijn. Van werkelijk protest. Van zeggen: dit kan toch niet. Een motorzaag zaait angst en een beetje respect, want hij is krachtig, shockeert en is een beetje gevaarlijk, maar dat betekent ook dat je hem serieus moet nemen, niet?”

Alvorens aan de zaag voor Trump te beginnen, legt hij de laatste hand aan een exemplaar dat hij Excalibur heeft gedoopt. Deze gaat hij, voor het eerst, ook verkopen. Minstens een miljoen dollar wil hij ervoor krijgen, dat hij volledig zal doneren aan onderwijs en zorg in Argentinië, zegt hij. „Want de zaag kan ons ook beter maken. Hij kan tot binnenlandse verbetering leiden. We kunnen niet altijd maar de politici de schuld blijven geven. De schuld moet verdeeld worden. We zijn zelf ook verantwoordelijk.”


De avocadoboeren van Mexico vrezen voor de dag dat Trump zijn tarieven invoert

De groene heuvels, zo ver als het oog reikt, steken af tegen de gortdroge akkers die er als een verkleurd tafellaken voor liggen. Over een hobbelige zandweg, die als een slang door het landschap kronkelt, raast de pick-uptruck van Antonio Ayala, avocadoboer uit de bergen van de Mexicaanse staat Michoacán. Een brede stofwolk daalt langzaam neer op de groene bladeren van de avocadobomen aan weerszijden van de weg.

Het hart van de avocado-industrie, zo wordt Michoacán genoemd. Avocado’s die mede door de vulkanische grond van zeer hoogwaardige kwaliteit zijn. De grootste afnemer zijn de Verenigde Staten: zo’n 85 procent van de vruchten gaan naar de noorderburen. De importheffingen van 25 procent, die de Amerikaanse president Trump als een zwaard van Damocles boven de Mexicaanse economie laat hangen, zouden hier op alle mogelijke manieren keihard gevoeld worden.

„Van hun guacemole blijft niet veel over!”, lacht Ayala hardop. Als de VS tarieven invoeren op Mexicaanse producten, zullen er minder avocado’s geëxporteerd worden, voorspelt hij. „Iemand moet die heffingen betalen. De Amerikanen gaan dat niet doen. De transporteurs ook niet. Dus komt het op het bord van de avocadoboeren terecht.”

Ayala heeft een avocadoplantage van drie hectare. De periode waarin een avocado groeit tot er geoogst kan worden, duurt minstens een jaar, zegt Ayala. Een boer kan ervoor kiezen om de vruchten een paar maanden langer te laten hangen, bijvoorbeeld als de marktprijs niet goed is. „Dat is wat nu gebeurt. Er is veel onzekerheid in de sector. De prijs voor een kilo avocado’s is al 15 pesos gedaald. Dat is heel veel voor ons.”

„De regering moet meer doen om ons te beschermen”, vervolgt hij. „Wij zijn een van de belangrijkste industrieën voor de Mexicaanse economie. De onzekerheid die de Amerikaanse regering met zich meebrengt moet opgevangen worden door de Mexicaanse regering. Maar die blijven stil.”

Ayala geeft nog eens gas en zet koers richting Uruapán, de stad van waaruit dagelijks vrachtwagens vol avocado’s de lange tocht naar de VS maken. In het spoor van de voortrazende truck van Ayala vallen een paar rijpe vruchten van de bomen.

Avocado-oogst in San Gabriel, Jalisco.
Foto Medios y Media/Getty Images

Rollercoaster

Het invoeren van importheffingen op Mexicaanse producten is een wapen waar Trump constant mee dreigt. Op de dag van zijn aantreden beloofde de Republikeinse president tarieven van 25 procent op alle producten die vanuit buurlanden Mexico en Canada naar de VS werden geëxporteerd. Het is een schending van het vrijhandelsakkoord USMCA, nota bene door Trump zelf onderhandeld en ondertekend in zijn eerste termijn.

In februari kondigde Trump aan deze tarieven met dertig dagen uit te stellen, om Mexico de kans te geven met tastbare resultaten te komen op het gebied van migratie en de smokkel van fentanyl. De Mexicaanse autoriteiten stuurden tienduizend militairen naar de grens, namen recordhoeveelheden fentanyl in beslag, leverden tientallen drugsbazen uit en zorgden ervoor dat het aantal illegale oversteken naar de VS daalde tot het laagste punt in jaren.

Het bleek niet genoeg: op 4 maart werden de heffingen alsnog ingevoerd, om ze een dag later weer in te trekken en uit te stellen tot begin april.

Het is een rollercoaster die grote impact heeft op de Mexicaanse economie, zegt Gabriela Siller, hoofd economische analyse bij de Mexicaanse bank BASE. „We zien dat de buitenlandse investeringen afnemen. De dreigementen van Trump zorgen ervoor dat investeerders afwachten wat er gaat gebeuren. In plaats van 1,5 procent zal de economie dit jaar met slechts 0,8 procent groeien, verwachten we.”

We zijn ieder jaar meer gaan exporteren naar de VS. Wij hebben ze de machtspositie gegeven die ze nu uitbuiten

Gabriela Siller
hoofd economische analyse Mexicaanse bank BASE

In 2024 exporteerde Mexico voor ruim 505 miljard dollar naar de VS, 83 procent van de totale export van het land. Het onderstreept hoe enorm afhankelijk Mexico is van de VS. Een afhankelijkheid die Siller een erfenis van vorige regeringen noemt. „[Claudia] Sheinbaum zit er pas sinds eind vorig jaar. Maar de vorige regeringen hebben niets gedaan om te economie te diversificeren. Er is amper werk gestoken in het aanhalen van banden met Europa en andere afzetmarkten”, zegt ze. „Sterker nog, we zijn ieder jaar meer gaan exporteren naar de VS. Wij hebben ze de machtspositie gegeven die ze nu uitbuiten.”

Siller benadrukt dat de Mexicaanse regering hierdoor geen andere optie heeft dan toegeven aan de soms buitensporige eisen die de regering-Trump stelt. Toch vraagt ze zich af of de heffingen over een maand, zoals aangekondigd door de VS, wél ingevoerd gaan worden. „Ook voor de VS zorgen deze heffingen voor inflatie en minder groei. Maar Trump zal dit wapen blijven gebruiken.”

Werknemers sorteren avocado’s bij een inpakfacililteit in Uruapan, Mexico.
Foto Armando Solis/AP

Miljoenen kilo’s naar de VS

Met 90 hectare avocadobomen is Los Lobos in Uruápan een van de grootste plantages in deze streek. Verder in de bergen van Michoacán hebben de eigenaren nóg twee plantages, met samen nog eens 110 hectare aan avocadobomen. In de nabijgelegen streek Jalisco wordt ook land opgekocht om avocado’s te planten. Avocado’s zijn, ondanks de huidige onzekerheden, een winstgevend product met een grote afzetmarkt: in 2024 exporteerden Mexicaanse boeren ruim 120 miljoen kilo avocado’s naar de VS, ter waarde van ruim 3 miljard dollar.

Vandaag wordt er volop geoogst. Mannen staan onder de bladeren van de avocadobomen, ze hebben schorten om waaraan buidelzakken zijn gebonden. Met lange stokken met visnetten aan het uiteinde trekken ze de avocado’s die rijp genoeg zijn tussen de takken naar beneden. De bladeren ritselen, soms is een doffe smak te horen als een avocado op de grond valt.

Met zijn armen gekruist kijkt Juan José Tamillo, landbouwingenieur op de plantage, goedkeurend toe hoe volle zakken geleegd worden in kratten, en vervolgens door twee man naar een vrachtwagen worden gesjouwd.

„Eerlijk gezegd maak ik me niet zo’n zorgen”, zegt Tamillo. „Avocado’s worden overal ter wereld het groene goud genoemd. Mensen eten ze overal. Als de VS onze avocado’s niet willen hebben, dan zoeken we toch andere markten?” Voor zijn ogen worden de deuren gesloten van de vrachtwagen, die inmiddels tot de nok gevuld is met kratten. „Het probleem is alleen de afstand. De avocado’s die hier geoogst worden, liggen binnen 40 uur op het bord van een Amerikaan in Texas of Californië. Als we naar Europa, India of Dubai exporteren, zullen de vruchten minder vers aankomen.”

Tamillo komt uit Uruapán. Hij stuurde landbouwkunde op de plaatselijke universiteit en heeft nooit iets anders gedaan dan met avocado’s werken. „De uitdaging zit hem in de afzetmarkt. Omdat wij naar de VS exporteren, wordt er van ons geëist dat de kwaliteit in alle opzichten hoog is.” Tamillo vertelt dat Amerikaanse inspecteurs de plantage meerdere keren per jaar bezoeken. Wie zonder heffingen naar de VS wil exporteren, als onderdeel van het nog altijd geldende USMCA-akkoord, moet voldoen aan de eisen van de Amerikaanse markt.

Foto Justin Sullivan/Getty

Als de mannen met de schorten en lange stokken in het kielzog van de vrachtwagen zijn vertrokken, begint Tamillo zachter te praten. „Deze jongens komen hier uit de streek, die betalen we per dag. Als we de avocado’s niet meer kwijt kunnen, bijvoorbeeld omdat de VS niet meer winstgevend zijn door de heffingen, zullen die jongens het als eerste voelen. Want als wij er niet aan verdienen, moeten we mensen gaan ontslaan.”

Hij wijst naar de stofwolk die de weggereden vrachtwagen heeft achtergelaten. „Zo werkt het altijd. Uiteindelijk worden de mensen die het minste verdienen het hardst geraakt.”

‘We doen alles wat ze vragen’

In de verte rijdt de vrachtwagen het terrein af. De volgende stop is Aztecavo, een fabriek op een steenworp afstand van de plantage. Het bedrijf specialiseert zich in het verpakken van avocado’s, waarna de dozen, met namen als Toscana Avocado’s en Green Goddess, opnieuw in vrachtwagens worden geladen. De chauffeurs rijden vervolgens de 1.100 kilometer naar de vestigingen van supermarkten Walmart en Costco aan de Amerikaanse kant van de grens.

De avocado’s die deze dag op plantage Los Lobos zijn geoogst, zijn hier zojuist aangekomen. In een gekoelde hal staan mannen en vrouwen te wachten, mondkapjes en haarnetjes op. Met zaklampen wordt een eerste check gedaan, om te kijken of er geen vliegen of wormen tussen de vruchten zitten. Een paar avocado’s worden opengesneden voor een extra controle. Met steekwagens worden de kratten naar een enorme machine gereden.

Foto Boris van der Spek

Sebastián Velasco, voorman bij Aztecavo, is zichtbaar trots dat zijn bedrijf naar de Amerikaanse markt mag exporteren. „De controles hier zijn streng. Op het gebied van hygiëne moeten wij aan alle eisen voldoen.” Hij wijst naar een aantal dozen, eveneens stampvol met avocado’s, die verderop in een hoek staan opgesteld. „Die daar voldoen niet. Die worden gebruikt voor de Mexicaanse markt.”

Velasco laat zien hoe overgebleven bladeren met de hand van de avocado’s worden geknipt. „Vrouwenwerk, want die hebben een fijnere motoriek.” Vervolgens rollen de avocado’s door een machine die twintig foto’s per seconde maakt van de vruchten. Beschadigde vruchten vallen automatisch door een luik. Vruchten die te klein zijn, vallen eveneens af. Aan het eind van de band vallen de avocado’s in de Amerikaanse supermarktdozen. „Goed hè?!”, lacht Velasco. Dan, serieuzer: „Wij houden ons aan alle voorschriften voor de export, doen alles wat de Amerikanen van ons vragen. Waarom zou je ons dan importheffingen willen opleggen?”

Iedere dag komen mensen vragen of ze over een paar maanden nog wel een baan hebben

Sebastián Velasco
Aztecavo

Hij wijst naar de volle dozen. „Iedere dag vertrekken er wel honderd vrachtwagens uit Uruapán, met duizenden kilo’s aan avocado’s, naar de VS”, zegt Velasco. Volgens hem zorgen de berichten uit de VS voor onzekerheid binnen het bedrijf. „Iedere dag komen mensen vragen of ze over een paar maanden nog wel een baan hebben. En iedere dag moeten wij ze weer vertellen dat we niets kunnen beloven. We weten niet wat de tarieven voor impact hebben op deze industrie. Maar dat ze ons zullen raken, en daarmee heel Uruapán, dat is zeker.”

Velasco begint op te sommen. De vrouwen in het bedrijf, vaak alleenstaande moeders. De mannen die hele gezinnen moeten onderhouden. De bussen waarmee personeel elke dag wordt opgehaald en weggebracht. De stalletjes buiten de fabriek, waar de werknemers in de pauze hun taco’s halen. De vrachtwagenchauffeurs die naar de VS rijden. „Zelfs de restauranthouders en de autoverkopers hier in Uruapán zullen het merken als de avocado-industrie hier wordt getroffen.” Dan, met een zenuwachtige lach: „Willen ze in Nederland onze avocado’s niet hebben?”


‘De roofdierstaten zijn terug, maar de aantrekkingskracht van oorlog is kleiner dan in 1914’

‘Voor mij is de grote vraag nu of de Verenigde Staten samen met Rusland en China tot de grote imperialistische roofdierstaten van de 21ste eeuw gaan horen.”

De vraag was hoe de nieuwe wereldorde eruit gaat zien. En Bruno Tertrais, adjunct-directeur van de Parijse Fondation pour la recherche stratégique (FRS) en een van de bekendste geopoliticologen van Frankrijk, slijpt hem meteen bij. Het lijkt erop, zegt hij, dat de wereld richting een nieuw tijdperk van neo-imperialisme drijft. Een tijdperk gedomineerd door roofdierstaten. Roofdierstaten slokken andere staten op, als het ze om wat voor reden ook uitkomt. Ze beschouwen bepaalde grenzen als „kunstmatig”, precies het woord dat de Amerikaanse president Trump afgelopen weken meermalen gebruikte voor de grens met Canada. Roofdierstaten handelen, net als de Sovjet-Unie destijds, volgens het dictum „Wat van mij is, is van mij. Wat van jou is, is onderhandelbaar”.

Tertrais ziet de VS onder Trump die kant opgaan. Trump, zegt hij, heeft iets van Jozef Stalin, die eens in India op reis was en een landkaart onder ogen kreeg. „Wat is dat daar?” vroeg Stalin, en wees naar het eiland Ceylon, het huidige Sri Lanka. „Dat is een onafhankelijke staat”, legden de Indiërs uit. En Stalin vroeg: „Waarom?”

Toch schort Tertrais zijn oordeel over Trump als neo-imperialist nog even op. In een week waarin de Amerikaanse president over aller hoofden heen een akkoord met de Russische president Poetin probeerde te sluiten over Oekraïne, en Trump de Europese Unie heeft aangeduid als de voornaamste tegenstrever van zijn land – zelfs nu nog zegt Tertrais dat het hem niet helemaal duidelijk is waar Trump heen wil.

„We hebben een heleboel verklaringen van Trump gehad en een hele hoop importheffingen”, zegt hij in zijn Parijse kantoor vol boeken. „Maar Trump heeft op buitenlands-politiek gebied nog weinig gedaan dat onomkeerbaar is. Hij zegt dat hij Groenland en het Panamakanaal wil hebben, en dat hij Canada bij de VS wil inlijven. Maar hij heeft geen daad bij woord gevoegd. Nog niet, althans. Hij kan landen gaan dwingen om een deel van hun grondgebied af te staan. Hij kan de NAVO verlaten of opblazen. Hij kan vertrekken uit de Verenigde Naties. Hij kan besluiten om een bondgenoot niet te verdedigen. Maar zolang hij dit allemaal heeft gezegd en niet gedaan, heeft hij nog geen Rubicon overgestoken.”

Trump wil Obama overtroeven, door ergens vrede te stichten, of wat ervoor doorgaat. Maakt niet uit hoe

Is het feit dat Trump een stuk aardiger is voor autocraten als Xi en Poetin dan voor Amerika’s bondgenoten, geen duidelijke indicatie?

„Het is waar dat hij bondgenoten grof behandelt. Maar hij heeft ook importheffingen tegen China uitgevaardigd. En hij heeft gezegd dat hij sancties tegen Rusland niet uitsluit. Ook wat dat betreft kan er nog van alles gebeuren. Wat Trumps endgame is, weten we niet. Als hij al een endgame heeft. Wat voor hem het allerbelangrijkste is, lijkt mij, is zijn ego. Amerika is voor hem vooral een instrument dat hij gebruikt ter meerdere glorie van zichzelf. Zijn uiteindelijke doel is volgens mij vooral dat hij de Nobelprijs voor de Vrede wil krijgen. Hij zegt altijd dat hij als president om twee redenen vrede wil en geen oorlog. De eerste reden is dat Obama de Nobelprijs heeft gekregen. Voor niks, vindt Trump. Hij wil Obama overtroeven, door ergens vrede te stichten, of wat ervoor doorgaat. Maakt niet uit hoe. De tweede reden is dat hij zegt dat oorlog slecht is voor business.”

Dat verklaart toch niet waarom hij Europa slecht behandelt? Waarom zegt hij bijvoorbeeld dat de Europese Unie is opgezet „om de VS te naaien”?

„Wij zijn verreweg het makkelijkste doelwit. Op militair gebied heeft Europa de VS nodig, althans nog een tijdje. Hij heeft een groot probleem met onze defensiebezuinigingen in het recente verleden. Daar maakt hij een groot nummer van.”

Behandelt Trump zijn bondgenoten niet net zo respectloos als Poetin de zijne gebruikt, op de Kaukasus bijvoorbeeld? Sommigen zeggen: ze doen allebei aan koloniale uitbuiting.

„Daar zit zeker iets in. Poetin en Trump persen allebei landen af in hun eigen invloedssfeer. Afpersing is voor allebei hun favoriete speeltje. Poetin doet het koelbloedig, Trump juist heetgebakerd. Van Poetin weten we dat hij terugverlangt naar het Russische rijk. Naar de negentiende eeuw, toen het een van ’s werelds grootmachten was. Soms denk ik dat ook Trump daar naar terugverlangt. De wereld begint steeds meer te lijken op Europa in de negentiende eeuw. Multipolair, met een paar grootmachten die gevaarlijk tegen elkaar opboksen en die kleinere landjes binnen hun invloedssfeer totaal aan zich onderwerpen.”

Europa moet flink opschalen, er zit niets anders op. Iedereen begrijpt dat nu

Die rivaliteit was destijds zo hevig dat ze zich ontlaadde in 1914. In de Eerste Wereldoorlog.

„Ja. Maar dat is nu anders. Ten eerste zijn bevriende landen veel afhankelijker van elkaar dan ze in de negentiende eeuw waren. Ze drijven meer handel, werken meer samen. Ten tweede zijn er nu kernwapens. Dat begrenst in hoge mate wat supermachten kunnen doen. Die vangrail had je in de negentiende eeuw niet. Dus ik ben geneigd om te zeggen: het risico op een nieuw 1914 is kleiner. De aantrekkingskracht van oorlog is kleiner dan toen.”

Bestaat ‘het Westen’ nog?

„Moeilijk te zeggen. En ik weet niet of het nog een zinvol begrip is. Het idee van ‘het Westen’ is Trump te enen male vreemd.”

Is het Westen voor iemand die zo geobsedeerd is door macht, niet een hefboom, waarmee hij zichzelf en de VS mondiaal extra gewicht kan geven?

„Het Westen als hefboom voor Trump? Nee, dat zie ik niet. Biden zag de NAVO wel als hefboom, zeer zeker. Via de NAVO was Amerika de leader of the free world. Maar Trump denkt heel anders dan Biden. We kunnen onze rationele redeneringen, en die van Biden, niet op Trump loslaten.”

Is Trump niet rationeel? Hij wil toch business-deals doen?

„Hij is wel rationeel, maar zoiets moet je altijd in samenhang zien met het doel dat iemand heeft. Trump wordt graag gezien als onvoorspelbaar. Hij wil anderen constant op het verkeerde been zetten. Dat deed hij bijvoorbeeld met Noord-Korea, tijdens zijn eerste presidentschap. Noord-Korea was jarenlang geïsoleerd geweest, en Trump stapte er gewoon op af: hi! Dat ontregelde de Noord-Koreanen. Trump werd eens gevraagd of hij Taiwan zou verdedigen tegen een Chinese aanval, en toen antwoordde hij: president Xi laat het wel uit zijn hoofd om Taiwan aan te vallen, ‘want hij weet dat ik fucking crazy ben’. Weinig geruststellend voor de Taiwanezen, maar het is een vorm van afschrikking.”

Aan de rand van de Amerikaanse invloedssfeer liggen Oekraïne, Israël en Taiwan. In alledrie wordt de Amerikaanse macht nu getest, achtereenvolgens door Rusland, Iran en China. Waarom verdedigt Trump Israël wel, Oekraïne niet en doet hij vaag over Taiwan?

„Ik deel jouw visie. Maar Trump niet. Trump ziet dit niet als drie ‘buitenposten’ van westerse macht. Nogmaals, dat interesseert hem helemaal niets. Daarom behandelt hij ze allemaal anders.”

Op het Amerikaanse ministerie van Justitie hangt sinds kort het nieuwe officiële portret van Trump.
Foto Nathan Howard/Reuters

Hoe moet Europa met deze president omgaan? Negeren? Tegengas geven?

„Dat hangt ervan af. Op sommige terreinen kun je meebewegen, bij voorbeeld op defensiegebied, en op andere niet, zoals importtarieven of digitale regulering. Het is lastig om precies te bepalen wat we moeten doen, omdat Trump van alles roept maar concreet nog niet zoveel doet, behalve een handelsoorlog tegen ons ontketenen en ons negeren. Wat zeker is: Europeanen zijn slecht voorbereid op zo’n type president. Zoiets hebben ze nooit eerder meegemaakt. De Verenigde Staten stonden aan de wieg van de Europese integratie. Al zijn er altijd meningsverschillen geweest en hebben we altijd andere belangen gehad, er was altijd op zijn minst een basis van welwillendheid. Die lijkt verdwenen.

„De Fransen zijn het best voorbereid, moet ik zeggen. Niet alleen omdat zij een van de meest serieuze legers en veiligheidsdiensten van Europa hebben. Maar ook omdat het traditioneel altijd voor meer onafhankelijkheid van de Verenigde Staten heeft gepleit. Dat wortelt in onze politieke cultuur. In 2018 pleitte president Macron al voor meer Europese soevereiniteit, voor minder afhankelijkheid van bepaalde grootmachten. Dat maakte Trump destijds razend. Die wilde niet in hetzelfde vakje gestopt worden als Xi en Poetin.”

Dat waren nog eens tijden.

„Zeg dat wel. Macron zei ook dat de NAVO ‘hersendood’ was. Hoewel die uitspraak uit zijn verband is gerukt – Macron doelde daarmee op Turkije en de VS die in Syrië tegenover elkaar stonden, en dat dat niet goed was – heeft die opmerking wel veel Europeanen wakker gemaakt. Nu, met al Trumps uitlatingen van afgelopen weken, is wel duidelijk dat Macron een punt had.

Eurosceptici die lang riepen dat de EU door de CIA is opgericht zijn nu compleet in de war

„Ik denk dat Europa op defensiegebied echt een bladzij heeft omgeslagen. We moeten flink opschalen, er zit niets anders op. Iedereen begrijpt dat nu. We gaan een kwantumsprong maken, anders wordt Trump boos. 3 procent, 4 procent, 5 procent, voor Trump is het waarschijnlijk nooit genoeg. We moeten hem vast zien te pinnen op een vast percentage, zodat hij het elastiek niet steeds verder kan oprekken. Een vast percentage kun je halen en dan kan hij victorie kraaien. Daar draait alles om, dat Trump weer kan scoren.”

5 procent is niet nodig, zeggen experts.

„Dat denk ik ook: ‘spending better’ is belangrijker dan ‘spending more’. En de meeste Europese landen halen 5 procent absoluut niet.”

Europese regeringsleiders die steeds meer samendoen, pro-Europese demonstraties in Rome laatst – is Trump een opsteker voor de Europese integratie?

„Ja nou! Er komt een soort Europees patriottisme op. Hetzelfde zie je in Canada en Mexico gebeuren. In Frankrijk zijn nationalistische eurosceptici die lang hebben geroepen dat de Europese Unie door de CIA is opgericht compleet in de war. Ze weten niet meer wat ze moeten geloven. Want nu beweert Trump ineens dat de EU juist is opgezet om de VS een hak te zetten. Vicepresident JD Vance zegt dat niet Rusland of China het grote probleem is voor Washington, maar Europa. Een prachtig geval van cognitieve dissonantie.”

Sommige eurosceptische politici moffelen hun bewondering voor Poetin weg.

„Als ik hen was, deed ik hetzelfde. De meeste burgers steunen Oekraïne, niet Rusland. Ze voelen instinctief: we worden belaagd door Rusland en nu ook door Amerika. Als twéé grootmachten ons onderuit willen halen, blijven we alleen overeind als we het samen doen.”


Een presidentieel decreet, een rechter die dit blokkeert en drie vliegtuigen die doorvliegen

Zaterdag zette de regering-Trump 238 Venezolaanse migranten uit naar El Salvador. In dat Midden-Amerikaanse land werden ze in witte uniforms en met de handen en voeten geketend met veel machtsvertoon een extra beveiligde gevangenis ingejaagd. De regering-Trump negeerde met hun uitzetting hoogst vermoedelijk een gerechtelijke uitspraak. Wat gebeurde er dit turbulente weekeinde precies?

Vrijdag 14 maart

Ergens vrijdag tekent president Trump een decreet waarin hij de internationaal opererende Venezolaanse criminele gevangenisbende Tren de Aragua aanmerkt als terreurorganisatie die de VS zou zijn binnengevallen. Met een beroep op de Alien Enemies Act, een oorlogswet uit 1798, verordonneert hij dat elke Venezolaan vanaf 14 jaar oud versneld, zonder toegang tot een rechter, meteen uitgezet mag worden.


Zaterdagmiddag 15 maart

Vanaf 15u10 laat uitzettingsdienst ICE in de zuid-Texaanse grensstad Harlingen drie vliegtuigen van haar vaste chartermaatschappij GlobalX warmdraaien voor vertrek naar Midden-Amerika. Uitzettingsvluchten in het weekeinde zijn ongebruikelijk.

15u51: Trumps decreet verschijnt op de site van het Witte Huis. Burgerrechtenbeweging ACLU en de linkse nieuwsorganisatie Democracy Forward zijn gealarmeerd en stappen naar de rechter om het inroepen van de Alien Enemies Act tijdelijk te dwarsbomen.

De bussen waarmee de uitgezette Venezolanen naar de gevangenis in San Salvador werden vervoerd.
Foto perssecretariaat El Salvador via Reuters

17u00: Hun spoedzaak dient voor een rechtbank in hoofdstad Washington. Na ongeveer twintig minuten schorst rechter Boasberg en geeft de advocaten van het ministerie van Justitie tot 18u00 om uit te zoeken of er al vluchten onderweg zijn of op punt van vertrek staan.

17u26 en 17u45: twee ICE-vluchten (6143 en 6145) stijgen op uit Harlingen en werken met twee verschillende vluchtplannen, zowel voor San Salvador, de hoofdstad van El Salvador, als Comayagua, in buurland Honduras.

18u05: Justitie meldt aan Boasberg niets over de ICE-vluchten.

18u47: Boasberg doet verbaal uitspraak: hij blokkeert uitzetting onder de Alien Enemies Act en beveelt daarbij expliciet dat óók vluchten die reeds in de lucht zijn rechtsomkeert maken. Dit vanwege „informatie – door de regering niet weersproken – dat er momenteel vluchten aan het vertrekken zijn”.

Zaterdagavond

Ook nadat deze uitspraak om 19u26 in schrift gepubliceerd is, vervolgen de ICE-vluchten hun reis. Om 19u36 landt vlucht 6143 in Honduras. Om 19u37 vertrekt ook nog een derde vlucht (6122) uit Texas. En om 20u07 en 21u46 landen respectievelijk vlucht 6145 en 6122 in Honduras. Ongeveer twee uur, kort voor en veertig munten na middernacht, later vertrekken uit Comayagua twee vluchten met nieuwe nummers (6144 en 6123) en zetten koers naar San Salvador. Daar landen ze ongeveer twintig minuten later, om 0u06 om 1u04.

De uitgezette Venezolanen, kaalgeschoren, na aankomst in de Cecot-gevangenis in San Salvador.
Foto perssecretariaat El Salvador via Reuters

Zondagochtend

De Salvadoraanse president Nayib Bukele, die al jaren toenemend als alleenheerser regeert, deelt om 7u46 een bericht uit de rechtse The New York Post op zijn X-account. De kop van de Amerikaanse tabloid luidt: ‘Federale rechter gebiedt uitzettingsvluchten met vermeende Venezolaanse bendeleden terug te keren naar de VS’. Bukele schrijft erbij: ‘Oeps, te laat’ inclusief smiley die huilt van het lachen. De Amerikaanse minister Marco Rubio (Buitenlandse Zaken) deelt dit bericht.

Lees ook

Wanhopige moeders herkennen uitgezette Venezolanen. ‘Francisco had wat tatoeages, maar maakt hem dat een crimineel?’

Mirelys Cacique López zag haar zoon Francisco op beelden vrijgegeven door het perssecretariaat van de president van El Salvador. Hij zit volgens haar op de tweede rij, vierde van links - ze herkende hem aan zijn oren en de vorm van zijn hoofd.

Om 8u13 deelt Bukele videobeelden van migranten die de streng-beveiligde Cecot-megagevangenis ingejaagd worden. Onder de noodtoestand die de autoritaire Bukele bijna drie jaar geleden afkondigde, worden hier niet alleen tienduizenden bendeleden gedetineerd, maar ook onschuldige burgers. Bukele: „Vandaag zijn 238 leden van de Venezolaanse criminele bende Tren de Aragua aangekomen in ons land en onmiddellijk naar Cecot gebracht voor de periode van een jaar (te verlengen). De VS betalen een lage prijs voor hen, maar een hoge voor ons.”

Rubio bedankt Bukele via een X-bericht voor zijn „hulp en vriendschap”. President Trump en het Witte Huis delen de beelden van de geketende Venezolanen, wier hoofden na binnenkomst meteen kaalgeschoren worden, later die zondag ook op sociale media.

https://www.youtube.com/watch?v=o1txFTIch4A

Maandag

Het ministerie van Justitie verstrekt tijdens een zitting aan rechter Boasberg geen feitelijke informatie over de ICE-vluchten. De namen van de uitgezette migranten worden niet vrijgegeven, zodat niet onafhankelijk vastgesteld kan worden of alle uitgezette migranten daadwerkelijk (veroordeelde of aangeklaagde) bendeleden zijn.

Trumps ‘grenstsaar’ Tom Homan geeft een interview aan Fox News waarin hij de Venezolanen ‘terroristen’ noemt. Hij stelt dat de ICE-vluchten sowieso „al boven internationale wateren waren”, toen Boasberg zijn uitspraak deed. „Het maakt mij niets uit wat rechters denken.”


In Ischgl is de après-ski weer net zo druk als voor corona, maar het Oostenrijkse dorp is wel gekwetst

Terwijl de laatste fanatiekelingen door de dikke papsneeuw onderaan de piste ploeteren, ziet het pleintje aan de voet van de berg al zwart van de mensen. Gekleed in bontgekleurde skipakken dansen ze – voor zover de skischoenen dat toelaten – op de après-skimuziek die uit de speakers schalt. Wie geen plek onder een barluifel heeft weten te bemachtigen, houdt zijn helm op tegen de regendruppels.

Even verderop is het terras van het Kitzloch, een van de populairste après-skigelegenheden van het Oostenrijkse Ischgl, stampvol. Achter een haag van ski’s en snowboards genieten de wintersporters van een pul bier of een Aperol Spritz. Van veraf zijn de eerste woorden Holla ladi jadi jodi jäh van het nummer Ischgl-Fieber al te horen. Binnen heb je je ellebogen nodig om bij de bar te komen.

Dat was precies vijf jaar geleden heel anders. Nadat een barman van het Kitzloch op 7 maart 2020 een bezoek aan de plaatselijke dokter bracht omdat hij zich niet lekker voelde en terugkwam met een positieve coronatest, stond het dorp binnen een paar dagen op zijn kop. Terwijl het Kitzloch die avond draaide met personeel uit andere barren, werd het volledige personeel getest en door de politie onderworpen aan bron- en contactonderzoek. Iedereen bleek besmet. Op 9 maart moest het Kitzloch zijn deuren sluiten, twee dagen later gevolgd door alle andere horecagelegenheden in het dorp, dat bekendstaat als het „Ibiza van de Alpen”.

Op 13 maart kondigde toenmalig kanselier Sebastian Kurz een volledige quarantaine af voor de omringende skidorpen en het dal. Die maatregel kwam als een grote verrassing voor alle reizigers én lokale autoriteiten. Duizenden wintersporters uit heel Europa vertrokken in paniek, stonden urenlang vast op de enige weg naar beneden en namen het virus mee naar huis. Volgens de Oostenrijkse omroep ÖRF zijn ruim 11.000 besmettingen naar het skidorp te herleiden. Ischgl, en het Kitzloch in het bijzonder, kwam bekend te staan als dé coronabrandhaard van Europa.

Bernhard Zangerl, de 30-jarige in Ischgl geboren en getogen eigenaar van het Kitzloch, vraagt zich nog altijd af waarom zijn dorp zoveel aandacht kreeg. Natuurlijk zijn er veel mensen besmet geraakt in Ischgl, vertelt hij aan een houten tafel op de bovenverdieping van zijn après-skibar, maar dat moet ook gebeurd zijn in tientallen andere skigebieden in Europa, of tijdens het carnaval in Duitsland, dat ongeveer tegelijkertijd plaatsvond.

Niemand wist hoe ze het virus moesten bestrijden, iedereen deed maar wat

Andreas Steibl
voormalig directeur toeristenbureau

„In februari keken we naar de beelden uit China, waar in razend tempo ziekenhuizen werden opgebouwd. We verwachtten wel dat het virus naar Europa zou komen – met de miljoenen mensen die iedere dag reizen kon het niet anders – maar dat het virus er al zo snel was, en dat we zo zwaar getroffen werden, hadden we niet voorzien”, zegt Zangerl. Zodra bekend was dat de barman van het Kitzloch corona had, heeft hij geprobeerd zo verantwoordelijk mogelijk te handelen. „Maar we waren natuurlijk geen experts, we wachtten op de autoriteiten voor duidelijke instructies.”

Lees ook

Hoe het ‘Ibiza van de Alpen’ een nationale schandvlek werd

Toen de Oostenrijkse regering op 13 maart een totale quarantaine voor Ischgl en andere skidorpen  afkondigde, vluchtten duizenden toeristen in paniek weg.

Fout na fout

Een maand nadat het populaire wintersportdorp op slot ging, stelde het Oostenrijkse OM een onderzoek in naar de vraag of landelijke, regionale of lokale autoriteiten strafbaar hebben gehandeld in Tirol. Zo zouden IJslandse politici de regionale autoriteiten in Tirol al op 5 maart gewaarschuwd hebben dat een groep vakantiegangers uit Ischgl terugkeerde met corona. Maar met die waarschuwing werd niets gedaan, ook Zangerl wist niets van de besmette IJslandse toeristen. Ook werd Ischgl internationaal verweten laks te hebben gehandeld uit economisch eigenbelang. Bernhard Zangerl en zijn vader moesten als eersten naar Innsbruck voor een verhoor.

Foto’ ’s Sean Gallup/Getty Images

In oktober 2020 werd het rapport gepubliceerd. In Ischgl was fout na fout gemaakt, concludeerden de onderzoekers. Zo gingen de liften „vanuit epidemiologisch oogpunt” te laat dicht, werd er onjuist gecommuniceerd over de IJslandse toeristen – de Tiroler regering publiceerde in die beslissende week in maart een verklaring dat de groep waarschijnlijk niet in Ischgl besmet was – en waren er communicatieproblemen tussen de federale en de deelstaatregering over de overhaaste quarantaine en de chaotische leegloop van het dorp die daarop volgde.

Van „druk door derden op de verantwoordelijken” – ondernemers die maatregelen zouden hebben willen uitstellen om hun eigen kas te spekken – was echter geen sprake, stelden de onderzoekers. En hoewel verantwoordelijken tot aan bondskanselier Kurz fouten hebben gemaakt, spraken de onderzoekers de autoriteiten in het district Landeck en de deelstaat Tirol vrij van strafrechtelijk handelen. Naar vijf personen werd apart onderzoek gedaan, maar ook daar kwam geen aanklacht uit voort.

Niemand wist hoe ze het virus moesten bestrijden, iedereen deed maar wat

Andreas Steibl
voormalig directeur toeristenbureau

Het onderzoek en de reputatie van Europese brandhaard hebben vijf jaar later hun sporen achtergelaten. De inwoners van Ischgl ervoeren alle media-aandacht voor hun dorp in West-Tirol als onterecht. Burgemeester Werner Kurz, een van de vijf onderzochte personen, wil er niet meer over praten. De persvoorlichter van de gemeente mailt: „Ischgl is ten onrechte bestempeld als het broeinest van Europa, een beeld dat niet strookt met de werkelijkheid. Op dat moment woedde de pandemie al volop in Italië en waren daar veel besmettingen bevestigd. Vijf jaar na het uitbreken van de pandemie kijkt onze regio naar de toekomst. We zijn daarom NIET beschikbaar voor interviews over gebeurtenissen uit het verleden.”

‘Kort gesprek’

Die opvatting delen veel inwoners van Ischgl. De directeur van de skischool waarschuwt bij het openen van de deur van zijn werkkamer dat het „een heel kort gesprek” gaat worden. Hij heeft afgesproken dat alle communicatie over de coronaperiode via de gemeente verloopt. Bij de skiverhuur en de liften klinkt hetzelfde geluid. Een medewerker van het informatiepunt midden in het dorp zegt niet meer te mogen vertellen dan dat de afgelopen winter „een heel mooi seizoen is geweest”.

Andreas Steibl snapt wel waar dat vandaan komt. Tot 2022 was hij directeur van het toeristenbureau in het dorp en moest hij „de menigte journalisten” die zich in maart 2020 voor het bureau ophield te woord staan. „Ischgl werd verweten bewust fout en onverantwoordelijk te hebben gehandeld, uit financieel belang. Dat heeft de bewoners gekwetst. Niemand wist hoe ze het virus moesten bestrijden, iedereen deed maar wat, dat gold hier ook. Maar daar was geen kwade opzet bij.”

Het wintersportseizoen in Ischgl, dat vanwege de hoge bergtoppen tot zo’n 2.800 meter normaal gesproken doorloopt tot begin mei, kwam op 13 maart 2020 abrupt ten einde. Zangerl, toen zelf ook positief getest, moest snel schakelen. „We hadden een groep werknemers uit zo’n vijftien verschillende landen, veel van hen wilden blijven.” Daarna werd een grote logistieke operatie op poten gezet: de koks zouden dagelijks voor iedereen koken, de mensen in quarantaine moesten drie keer per dag een maaltijd krijgen, sommige zieken hadden zorg nodig. „Als horecamensen zijn we gewend negen of tien uur per dag te werken, stilzitten is niks voor ons. Iedereen was blij dat we iets te doen hadden.”

Gelukkig hebben deskundigen ongelijk gekregen. Zodra alles weer mocht, zijn mensen de coronamaatregelen snel vergeten

Bernhard Zangerl
eigenaar Kitzloch

Hoewel veel Oostenrijkers hoopten dat de liften het seizoen daarna weer aan zouden gaan, bijvoorbeeld door de bergdorpen een paar weken te sluiten en zo ‘op te schonen’, werd de winter van 2020-2021 een verloren seizoen. In Oostenrijk, Frankrijk en Italië bleven de pistes leeg. In Zwitserland, zo dichtbij Ischgl dat wintersporters bovenop de berg dutyfree kunnen winkelen, waren de liften wel open. Dat was frustrerend, vertelt Zangerl. „We bevonden ons in dezelfde situatie: waarom kon alles daar dan wel open en bij ons niet? Dat was onbegrijpelijk.”

Lees ook

Zon, sneeuw, maar de lift staat stil

Cortina d’Ampezzo in Italië.

De 1.600 inwoners van Ischgl, dat jaarlijks zo’n 1,4 miljoen toeristische overnachtingen telt, waren tot elkaar veroordeeld. Een gekke maar ook bijzondere periode, herinnert Zangerl zich. „We hadden de hele vallei voor onszelf. We hebben veel gewandeld en op de familieboerderij gewerkt. Het was waardevol om zoveel tijd met mijn familie door te brengen, dat hoorde ik ook van veel anderen, maar ik hoop dat het nooit meer gebeurt.”

Het wintersportseizoen in Ischgl loopt vanwege de hoge bergtoppen tot zo’n 2.800 meter normaal gesproken door tot begin mei.
Foto Imago/Volker Preußer via Reuters

Drukte kunnen de horecagelegenheden in Ischgl goed gebruiken. Zangerl, die samen met zijn familie onder meer een hotel, drie restaurants en twee bars runt in het dorp, had in maart 2020 niet meteen financiële stress, vertelt hij. „Het was vanaf het begin duidelijk dat de overheid zou bijspringen als zij besluit dat de bar dicht moet. We kregen compensatie voor de salarissen en konden zo iedereen in dienst houden.” Maar naarmate de skiliften langer stilstonden, namen de zorgen toe. Dankzij de overheidssteun bleven de hotels, restaurants en skiliften overeind, maar het vet is wel van de botten.

De winter van 2021-2022 noemt Zangerl „verschrikkelijk”. „Er waren toen strenge regels: sluiten om 22.00 uur, allemaal een mondkapje op en je mocht alleen naar binnen als je een negatieve test kon laten zien bij de ingang.” Dan blijft er niet veel over van de après-ski, zegt de bareigenaar met een zucht.

Lees ook

‘Goedkope’ Nederlandse skileraar blijft gevraagd in Oostenrijk

Nederlanders die in Oostenrijks skigebied  werken, hebben te maken met coronabeperkingen.

In de seizoenen daarna kwam het toerisme mondjesmaat weer op gang, maar dit is weer het eerste normale seizoen, zegt Zangerl. Mensen durfden weer ver vooruit te boeken. Al wordt volgens Zangerl pas in mei duidelijk of de bezoekersaantallen en de omzetten bij die van het laatste pre-corona seizoen in de buurt komen. De drukte in de Dorpsstraat, waar voorbijgangers zelfs in deze niet-vakantieweek moeten oppassen geen ski’s in hun gezicht te krijgen, duidt op een hoog aantal toeristen. Net als de rijen voor de skiliften, die soms plek bieden aan wel tachtig mensen.

Spatschermen voor de kassa

De inwoners van Ischgl hadden er rotsvast vertrouwen in dat de toeristen terug zouden komen. Andreas Steibl besloot na zijn werk als hoofd van het toerismebureau zelfs een hotel te openen in het hart van het dorp. Vorig jaar kwam daar een hotel vlak buiten Ischgl bij.

Gelukkig hebben deskundigen ongelijk gekregen. Zodra alles weer mocht, zijn mensen de coronamaatregelen snel vergeten

Bernhard Zangerl
eigenaar Kitzloch

„Deskundigen zeiden dat veel coronagebruiken zouden blijven, bijvoorbeeld de mondkapjes of de afstand. Sommigen zeiden zelfs dat mensen niet meer naar bars en clubs zouden willen gaan”, zegt Zangerl. „Gelukkig hebben zij ongelijk gekregen. Zodra alles weer mocht, zijn mensen de maatregelen snel vergeten. Als je nu rondloopt of in de bar bent, zie je geen ander gedrag dan voor corona.”

Niets in het dorp doet inderdaad meer aan corona denken, op één uitzondering na: de spatschermen voor een deel van de kassa’s in de supermarkt op zo’n tweehonderd meter van het Kitzloch. Toch zullen Ischgl en corona voor altijd verbonden blijven, zegt Zangerl. „Het is onderdeel van de geschiedenis geworden, ook van het Kitzloch.”


Wanhopige moeders herkennen uitgezette Venezolanen. ‘Francisco had wat tatoeages, maar maakt hem dat een crimineel?’

Na het laatste gesprek met haar zoon Francisco, eind vorige week, was Mirelys Cacique López (44) al plannen aan het maken welk lievelingsgerecht ze voor hem zou klaarmaken zodra hij terug was in Venezuela. Francisco wist dat hij uitgezet zou worden: hij was illegaal in de VS. En stiekem was moeder Mirelys wel blij om hem na zes jaar eindelijk weer in haar armen te kunnen sluiten.

Een dag later kreeg ze, in afwachting van een bericht over Francisco’s aankomsttijd, bijna een hartverzakking toen ze online beelden zag die verspreid werden door president Nayib Bukele van El Salvador. Tussen ruim tweehonderd uit de VS gedeporteerde Venezolaanse mannen, gekleed in het wit, geboeid, en met het hoofd naar beneden voortgeduwd door zwaar bewapende en gemaskerde bewakers, herkende ze haar 24-jarige zoon. „Zijn gezicht was niet goed te zien, maar ik weet honderd procent zeker dat hij het was. Ik herkende hem aan zijn oren en aan de vorm van zijn hoofd”, vertelt ze via de telefoon vanuit haar woonplaats Maracay.

Mirelys López klinkt wanhopig, verdrietig en boos tegelijk. Ze weerspreekt dat alle Venezolaanse mannen die afgelopen weekeinde onder een deal tussen de Amerikaanse regering-Trump en Bukele werden uitgezet naar de beruchte megagevangenis Cecot (afkorting voor ‘terroristenbeperkingscentrum’) allen leden zouden zijn van de Venezolaanse criminele bende Tren de Aragua.

„Francisco was dat zeker niet”, zegt ze stellig. „Francisco werkte als kapper in Chili en Peru en is daar bij familie gaan wonen voor zijn opleiding. Hij is vorig jaar naar de VS getrokken. Hij was daar illegaal, maar had eerst een tijdelijke asielstatus als Venezolaan, totdat Trump aantrad en met zijn jacht op migranten begon.”

Francisco Garcia Casique in 2024 in de Verenigde Staten waar hij werkte als kapper. Zijn familie herkende hem op de beelden uit El Salvador ook aan de tatoeages op zijn onderarm.
Privéfoto

Ze is niet de enige wanhopige moeder. Via appgroepen, en met hulp van advocaten en mensenrechtenorganisaties, hebben meer Venezolaanse families die net als López zonen of geliefden herkenden op de beelden, de krachten gebundeld. Het is voor Mirelys López volstrekt onduidelijk wat haar zoon heeft misdaan en waarom hij nu vastzit in El Salvador. „Wat zijn de aanklachten? Nog nooit is hij in aanraking geweest met politie. Hij had wat tatoeages, maar maakt hem dat een crimineel? Hij heeft niets met de Tren de Aragua te maken maar wordt nu als een soort slaaf ontvoerd en afgevoerd naar de hel,” zegt ze geëmotioneerd.

Nadat Trump kort na zijn aantreden Tren de Aragua al als terroristische organisatie bestempelde, beriep hij zich vrijdag ook nog op de Alien Enemies Act uit 1798. Door de inzet van deze zelden gebruikte oorlogswet, kan iedere Venezolaan boven de 14 jaar die illegaal in de VS verblijft, uitgezet worden.

Lucratief voor El Salvador

Voor president Bukele – die in El Salvador een keihard beleid voert tegen drugshandel en bendeleden en zijn strengbeveiligde megagevangenis als schrikbeeld inzet – is het naast een prestigekwestie ook lucratief om de Venezolanen op te sluiten. Zijn presidentiële kantoor verspreidt al jaren propagandafilmpjes waarin veronderstelde bendeleden in Cecot met harde hand worden opgesloten.

Nu heeft hij deze beelden ook voor Trump kunnen produceren, in ruil voor Amerikaanse sympathie en 6 miljoen dollar uit Washington. Trump kan met de video binnenlands de aandacht vestigen op de Tren de Aragua, die in een paar jaar tijd is uitgegroeid tot een machtige criminele organisatie in de Amerika’s.

Lees ook

Het ‘cynische’ verdienmodel achter Trumps migratiecrisis

Het  ‘cynische’ verdienmodel achter Trumps migratiecrisis

Ontstaan in de gevangenis

Volgens de Venezolaanse onderzoeksjournalist Ronna Risquez, zelf woonachtig in de VS, hangt de snelle groei van Tren de Aragua (Aragua-trein) sterk samen met de humanitaire en economische crisis in Venezuela, die tussen 2015-2020 een ware exodus veroorzaakte. Risquez, onder meer gespecialiseerd in misdaad en eerder betrokken bij een groot onderzoek naar de Panama Papers, schreef in 2023 een boek over Tren de Aragua.

Protest tegen de uitzetting van ruim 200 Venezolaanse migranten uit de VS naar El Salvador, in de Venezolaanse hoofdstad Caracas op woensdag 18 maart.
Foto Ronald Pena R/EPA

De criminele groep ontstond rond 2014 in de Tocorón-gevangenis in de deelstaat Aragua aan de kust van Venezuela. „Met trein wordt in deze context de organisatie bedoeld. Kartels gebruiken die uitdrukking om de verbondenheid te benadrukken”, zegt ze.

Oprichter Hector Guerrero Flores zat een lange gevangenisstraf uit voor meerdere moorden en drugshandel en het lukte hem steeds meer controle te krijgen over medegevangen, waardoor zijn aanzien binnen het detentiecomplex groeide. „Hij perste medegevangenen af, of gaf ze gunsten. Flores had de mogelijkheid om met de buitenwereld te communiceren, hij kon dus opdrachten en bevelen geven die buiten de gevangenis werden uitgevoerd, en werd zo steeds machtiger.”

Soms verbleef hij een tijdje buiten de gevangenis, maar als het daar te gevaarlijk werd, zat hij veiliger in de gevangenis met alle luxe. „Er was een dierentuin, een nachtclub, familieleden van de gevangenen woonden in het complex, er waren restaurants en er was zelfs een bank”, vertelt Risquez.

Mannen hoeven soms alleen maar een tatoeage te hebben of afkomstig te zijn uit de deelstaat Aragua en ze zijn de klos

Ronna Risquez
onderzoeksjournalist

Voor haar boek wist ze diep door te dringen binnen het kartel en interviewde ze verschillende topfiguren. Voor directe betrokkenheid van het regime van president Nicolás Maduro met de bende, waarop Trump in zijn decreet wijst, is volgens haar geen keihard bewijs. Wel was de invloedrijke politicus Tareck El Aissami gouverneur van Aragua ten tijde van de groeiende macht van het kartel in de gevangenis. Later was hij een tijd minister van Binnenlandse Zaken (en vicepresident). „Hij was verantwoordelijk voor de gevangenissen, en dus ook voor de functionarissen die niet ingrepen toen de Tren steeds meer macht kreeg in de gevangenis.”

Toen in 2023 de gevangenis werd ontruimd en Maduro elfduizend agenten stuurde voor die klus, zaten er tussen de vijf- en zevenduizend bendeleden in de gevangenis. „Guerrero sloeg op de vlucht en is sindsdien spoorloos”, zegt Risquez. Trumps retoriek dat Maduro de gevangenisdeuren opzettelijk openzette opdat criminelen vertrokken richting de VS, is op die ontruiming gebaseerd. De organisatie had toen al haar tentakels uitgestrekt naar de rest van Zuid-Amerika, waar ze samenwerkt met lokale bendes zoals de PCC in Brazilië en de ELN in Colombia.

Myrelis Casique López en haar zoon Francisco zes jaar geleden voordat hij uit Venezuala vertrok.
Privéfoto

De exodus als verdienmodel

De vlucht van pakweg acht miljoen Venezolanen was voor de Tren de Aragua een nieuwe bron van inkomsten en legde de basis voor haar macht. Veel vluchtelingen hadden niet de juiste documenten om via de reguliere routes te reizen en maakten gebruik van illegale grensovergangen, die gecontroleerd werden door leden van de Tren de Aragua.

Meer recentelijk gebeurt dat via de levensgevaarlijke jungle-achtige Darién-kloof tussen Colombia en Panama, waar de kartelleden ook de macht hebben weten te grijpen. Vluchtelingen moeten de drugsbende betalen, in ruil voor veiligheid. Vrouwen worden onderworpen aan gedwongen prostitutie en afpersing en migranten moeten drugs transporteren naar andere landen; zo is er een netwerk ontstaan van mensenhandel en uitbuiting.

„Doordat miljoenen Venezolanen terechtkwamen in verschillende landen in de regio, lukte het Tren de Aragua zich razendsnel internationaal uit te breiden”, zegt Risquez. Zelf verliet ze haar land ook; ze vestigde zich uiteindelijk in de VS, waar ze nu werkt aan een heruitgave van haar boek.

Lees ook

Een presidentieel decreet, een rechter die dit blokkeert en drie vliegtuigen die doorvliegen

De door ICE gecharterde vliegtuigen waarmee de door de VS uitgezette Venezolanen aankwamen op het internationale vliegveld van El Salvador in San Luis Talpa.

Een aantal moordpartijen en overvallen van wooncomplexen in de VS wordt toegeschreven aan Tren de Aragua. „Vanaf 2020 is er een steeds sterkere aanwezigheid in de VS gekomen, hoewel het onbekend is hoe groot ze in werkelijkheid zijn, omdat Trump bij elke criminele daad de Tren de Aragua de schuld geeft. Er is een ware klopjacht geopend. Mannen hoeven soms alleen maar een tatoeage te hebben of afkomstig te zijn uit de deelstaat Aragua en ze zijn de klos”, aldus Risquez. Ze benadrukt dat leden van Tren de Aragua, in tegenstelling tot bijvoorbeeld leden van de MS-13-bende uit Midden-Amerika, geen specifieke tatoeagecultus hebben.

Tatoeages herkend

Ook voor haar zoon Francisco zijn het hoogstwaarschijnlijk zijn tatoeages geweest waardoor hij nu opgesloten zit in El Salvador, vreest Mirelys Cacique López. „Na de eerste beelden is mijn andere zoon Sebastián online naar meer beelden gaan zoeken. We herkenden Francisco ineens ook bij het binnengaan van de gevangenis, doordat zijn tatoeages deels te zien waren: een kroon en een roos.”

Ze heeft haar hoop nu gevestigd op de Venezolaanse autoriteiten of op hulp van mensenrechtenorganisaties. „Venezolanen zijn vogelvrij in Amerika. Voor mij is dit een puur racistisch regime dat dit uitvoert, anders zou dit nooit zo gebeuren.”


Beijing is boos over de verkoop van ‘Chinese’ havens in Panama

Als de Hongkongse miljardair Li Ka-shing had gedacht zichzelf van een kopzorg te verlossen door zijn havenactiviteiten aan het Panamakanaal te verkopen, heeft hij zich lelijk misrekend.

Deze maand maakte het conglomeraat CK Hutchison – formeel geleid door de zoon van de 96-jarige Li – bekend alle belangen in havens buiten China en Hongkong te verkopen aan een consortium geleid door de Amerikaanse vermogensbeheerder Blackrock. Behalve om twee havens in Cristóbal en Balboa, aan beide uiteinden van het Panamakanaal, ging het om activiteiten in nog eens 41 havens, verspreid over 22 andere landen. Daaronder is de containerterminal van ECT op de Rotterdamse Maasvlakte.

Lees ook

Twee ‘Chinese’ havens aan het Panamakanaal worden Amerikaans

De haven van Balboa, aan de ingang van het Panamakanaal, is door de Hongkongse exploitant aan het Amerikaanse BlackRock verkocht.

Volgens CK Hutchison ging het om een puur „commerciële transactie”. Toch lijkt de deal – ter waarde van ruim 21 miljard euro – moeilijk los te zien van uitspraken van de Amerikaanse president Donald Trump, die beweert dat China de belangrijke vaarroute tussen de Atlantische en Grote Oceaan beheerst. Trump vierde de voorgenomen verkoop dan ook als een eerste stap om het Panamakanaal „terug te pakken”. Een anonieme betrokkene zei tegen zakenkrant de Financial Times dat CK Hutchison „besefte dat dit een politiek hoofdpijndossier was”.

Maar als Li zaterdag de Hongkongse Ta Kung Pao heeft opengeslagen, zal hij zich hebben gerealiseerd dat deze hoofdpijn niet met een paracetamolletje verholpen is. „De grote ondernemers die schitteren in de annalen van de nationale geschiedenis, zijn als grote generaals, die standvastig en dapper het nationale belang beschermen”, schreef de China-gezinde krant in een vlammend commentaar. Zij „richten hun kompas op de sterren van het moederland, en delen het lot van hun volk”.

Het artikel somde een reeks van deze helden op. Zoals Zhang Jian, die eind negentiende eeuw een katoenfabriek begon in Nantong en zo mede aan de wieg stond van de industrialisering van het toen nog „arme en zwakke” China. En ook was daar Ren Zhengfei, oprichter van elektronicagigant Huawei, die met „heroïsche acties” de „technologische soevereiniteit van de Chinese telecomindustrie” heeft verdedigd toen het bedrijf werd getroffen door Amerikaanse sancties. De 96-jarige Li Ka-shing, met een geschat vermogen van ruim 34 miljard euro de rijkste man van Hongkong, hoort in dit rijtje niet thuis, is de boodschap.

Tussen twee vuren

Het commentaar werd nog dezelfde dag integraal overgenomen op de website van het Bureau voor Hongkongse en Macaose Zaken in Beijing. Dat gebeurde ook met een eerder artikel waarin „volkomen begrijpelijke” afwijzende reacties van Chinese internetgebruikers werden aangehaald op de deal. Die zou onder Amerikaanse druk tot stand zijn gekomen en een gevaar vormen voor de Chinese scheepvaart en voor China’s wereldwijde infrastructuurproject, de ‘nieuwe zijderoute’. CK Hutchison zou nog eens goed over de verkoop na moeten denken.

Volgens analisten probeert Beijing op deze manier druk op Li uit te oefenen om de verkoop af te blazen. Dat is niet eenvoudig, volgens Lau Siu-ka, verbonden aan een Hongkongse denktank. „Hij zit tussen twee vuren en kan het nooit goed doen”, citeert de South China Morning Post hem. Vasthouden aan de verkoop brengt CK Hutchison in conflict met China, waar het grote financiële belangen heeft. Blaast het de deal wel af, dan loopt het juist gevaar door mogelijke Amerikaanse strafmaatregelen.

Ook voor Beijing zelf is het voorzichtig manoeuvreren, denkt Lau. Als het beeld ontstaat van een politieke ingreep in een zakelijke overeenkomst, schaadt dat volgens hem het investeringsklimaat in Hongkong. „Dat zal Beijing niet willen.”

Een andere mogelijkheid is dat Beijing de verkoop juridisch aanvecht. Aangezien de activiteiten van CK Hutchison in China en Hongkong buiten de deal vallen, is onduidelijk of dat mogelijk is.

Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken wilde op vragen daarover tijdens een persconferentie dinsdag niet ingaan. „Laat me benadrukken dat China in algemene zin sterk gekant is tegen […] economische dwang, hegemonie en treiterij”, zei ze slechts.