De cornflakes zijn te duur geworden, en laat de geraspte kaas ook maar zitten

In het Rotterdamse Schiebroek-Zuid bezuinigt een jonge moeder op vlees en cornflakes, terwijl een antroposofische postbode in de Archipelbuurt in Den Haag nooit met vliegvakantie gaat, om de dure boodschappen te kunnen betalen. In het Zeeuwse Kwadendamme laten kinderen de lolly’s liggen, en in Amersfoort-Vathorst ontdekt een man na een hartinfarct dat gezonde voeding duur is.

Dat we minder boodschappen krijgen voor hetzelfde geld, merkten de mensen die NRC sprak allemaal. Maar de concessies die zij doen verschillen.

NRC volgt in 2025 drie stadswijken en een dorp die min of meer representatief zijn voor Nederland. We worden kind aan huis in een negentiende-eeuwse wijk in Den Haag, een Vinex-wijk in Amersfoort, een dorp in Zeeland en een kwetsbare buurt in Rotterdam.

In januari vroegen we inwoners naar hun verwachtingen voor het nieuwe jaar en in februari naar hun noodpakket. Nu willen we weten: welke boodschappen doen mensen nu de prijzen nog altijd stijgen?

RotterdamSchiebroek-Zuid

Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euro
Koopwoningen: 47 procent
Gemiddelde woningwaarde: 249.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 25- tot 45-jarigen (29 procent van de inwoners)

In een rechte lijn loopt Clenise Mendes (28) naar een schap achterin. Ze grijpt een pak met twee rollen keukenpapier van de onderste plank. „Servetten”, zegt ze. „Die gaan bij mij altijd heel snel op.” Een paar stappen verder de flessen oranje sap op diezelfde plank, twee stuks. „Tropical. De kleine is daar dol op. Je kan het aanmaken met water.” Rikelme is vijf jaar. Alleen nog blikjes tonijn voor in de spaghetti, dan staat ze bij de kassa.

Eerst deed Clenise haar boodschappen eens per week, de hele stad ging ze ervoor af. Bij de „Afrikaanse winkeltjes” rond het Kruisplein in het centrum van Rotterdam kocht ze zonnebloemolie, rijst en melkpoeder. Nu ze zwanger is, winkelt ze in de straat waar ze woont. Bij supermarkt Mediteranee, „lekker dichtbij en ook niet duur”. Ze haalt alleen wat ze echt nodig heeft.

Foto Hedayatullah Amid

De cornflakes die Rikelme het liefst voor zijn ontbijt heeft, koopt ze niet meer. Ze ontbijten met boterhammen en thee. Voor het slapengaan drinken ze warme melk, gemaakt van de poeder. Geen toetjes meer, bijna geen vlees. Wel nog kip, maar minder. Alles werd duurder. „Ik kocht altijd van die kippenpootjes, nu alleen nog hele kip.” Afgelopen zondag kookte ze pasta met kip en tomatensaus. Maandag aten ze daar ook van en dinsdag kon het nog voor lunch. Ze heeft een uitkering en ook haar man heeft nu even geen werk. „Hij is net thuisgekomen uit Kaapverdië.” Voor de voedselbank komen ze niet in aanmerking, hoorde ze. „We komen wel rond hoor.”

Sinds woensdag vast ze, maar niet zoals veel mensen in supermarkt Mediteranee vanwege ramadan. Ze is van huis uit rooms-katholiek en toen ze op zichzelf ging wonen heeft ze zich erin verdiept. „We vasten veertig dagen. Doordeweeks eten we geen vlees, op vrijdag niets en in het weekend mag je het zelf weten. Daarna is het Pasen.” Ze bezoeken de Onze Lieve Vrouw van de Vrede-parochie, een plek waar Portugees sprekende katholieken samenkomen.

Hun huis is op driehoog, de woonkamer is licht en ruim, er zijn twee slaapkamers. Met sokken in slippers zit zij nu ontspannen op de bank, haar zoon springt vrolijk door het huis. Clenise ging jong het huis uit. „Ik had problemen thuis, dat was niet goed voor mijn mentale gezondheid.” Onder begeleiding leerde ze in een woning in Rotterdam-Zuid op eigen benen staan. Toen ze tijdens haar mbo-studie (helpende zorg en welzijn) zwanger raakte, kreeg ze een woning in Schiebroek-Zuid.

Blijft ze hier wonen, met haar man en kinderen? Als de baby een jongen is, wel. Dan deelt hij een kamer met Rikelme. Als het een meisje is, „kan je ze moeilijk bij elkaar leggen”. Ze zag woningen een paar metrohaltes verderop. Die zijn praktischer ingedeeld, zegt ze. En het is er rustig, „daar houd ik van”.

chart visualization

Den HaagArchipelbuurt

Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 72.400 euro
Koopwoningen: 54 procent
Gemiddelde woningwaarde: 639.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 64-jarigen (30 procent)

Postbode Antoon Bekken (62) is klaar met zijn dagelijkse ronde in de Archipelbuurt in Den Haag en nu doet hij boodschappen bij Odin in de Bankastraat, de biologische foodcoop. Er gaan winterwortelen in zijn karretje, koolrapen, uien, knoflook, allemaal onverpakt en op biologisch-dynamische wijze geproduceerd door boeren uit de buurt. Hé, de melk is bijna over datum, de met lactobacillus acidophilus aangezuurde volle melk van Demeter, en kost nu 25 procent minder dan de normale 2,95 euro voor een liter. Antoon Bekken neemt drie pakken en nee, hij is niet bang dat die melk straks bedorven is. „Die kun je over een maand nog drinken.”

Hij woont met een groepje oudere antroposofen in de voormalige Rudolf Steinerkliniek aan de rand van de Archipelbuurt. Bij een kopje kruidenthee in de gemeenschapskamer vertelt hij dat hij „zelfs weleens vegaburgers” koopt als die bijna over datum zijn, hoewel hij er niet van houdt, zo moeilijk vindt hij het als „kostbaar voedsel” wordt weggegooid. En zijn vrouw? „O, die eet mijn eten niet. Ze vindt het te vet. Zij houdt” – hij lacht alsof hij een grap vertelt – „van máger”. Haar boodschappen komen bij Albert Heijn vandaan en ze kookt elke avond haar eigen potje. Alleen hun brood delen ze, volkoren speltbrood van Demeter. „Aan twee sneden heb je genoeg, zo voedzaam is het.”

Voor Antoon Bekken (62) heeft gezond en met respect voor de natuur geproduceerd voedsel een „zeer hoge prioriteit”, waar hij graag voor betaalt.
Foto’s Bart Maat

Een katholieke jeugd in Brabant, een opleiding tot botanisch analist in Wageningen, daarna zang aan het conservatorium in Den Haag. „Niet afgemaakt”, zegt hij. „Ik zat niet goed in mijn lijf. Ik wist niet wie ik was.”

Hij ging Rudolf Steiner lezen en euritmie (danskunst) doen in het antroposofische cultuur- en ontmoetingshuis in de Riouwstraat, om de hoek bij Odin. De vrouw met wie hij na lange jaren trouwde was zijn docent. En al die tijd verdiende hij zijn geld met schoonmaken, met werken in de natuurwinkel (toen nog geen Odin), met postlopen. Sinds vijf jaar doet hij dat fulltime en hij vindt dat „heel fijn”. Hij weet inmiddels ook wie hij is: een man voor wie gezond en met respect voor de natuur geproduceerd voedsel een „zeer hoge prioriteit” heeft en die er graag voor betaalt.

Bij Odin rekent hij voor zijn half gevulde karretje 139,33 euro af, inclusief 12,60 euro aan kooppunten en 15 procent ledenkorting. Oké, tussen de wortelen en knollen liggen potjes dagcrème en lotion van Dr. Hauschka – „voor na het scheren” – en die zijn niet goedkoop. De gedroogde mangoschijven van Horizon zijn ook niet goedkoop. „Maar ze hebben zo veel méér smaak dan die van Albert Heijn, ook de biologische!” En wat ook zo is: zijn vrouw en hij hebben geen auto. Aan vliegvakanties doen ze niet. Al gaat hij in juni wel met het vliegtuig naar Italië, want dan trouwt zijn neefje.

BorseleKwadendamme

Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euro
Koopwoningen: 72 procent
Gemiddelde woningwaarde: 317.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 65-jarigen (30 procent)

In het Zeeuwse Kwadendamme hebben ze in de week dat NRC langskomt carnavalsvakantie. Het is een van de eerste lenteachtige dagen van het jaar, en de kinderen stromen uit hun huizen. Overal zijn ze: in de bomen, op de voetbalveldjes, steppend over de stoep.

Op de parkeerplaats van de Spar van Tom Verbeek, „de Tom”, hangen de restanten van het carnavalsfeest nog in een buxushaagje. Confettislingers. Een groepje kinderen komt zonder ouders aangefietst. De achtjarige in een trainingspak van de lokale club heeft een losse euro in zijn broekzak. In zijn hand heeft hij nog een troef: een plastic tas met drankverpakkingen die hij inwisselt voor het statiegeld.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.

Foto Wouter Van Vooren

” data-figure-id=”0″ data-variant=”row”><img alt data-description="Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.

Foto Wouter Van Vooren

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-7.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/13100011/data129219658-9c036d.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-40.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-38.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-39.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-40.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-41.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/OOgLcdgp2ocjQXY2a6A8CaKdqhQ=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/13100011/data129219658-9c036d.jpg 1920w”>

Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.

Foto’s Wouter Van Vooren

Daar kiezen ze allemaal iets voor uit: blikjes cassis van het huismerk, een Milka-reep met biscuit en ook nog chocoladekoeken. Straks gaan ze voetballen, maar eerst eten en drinken ze alles op naast de schuifdeuren van de Spar.

Ze horen hun ouders weleens over de dure boodschappen, zeggen ze, maar zelf zijn ze ook gedupeerd. De lolly’s, daar draait het om. De „tongkleurende kauwgomknotsen” van Candyman Mac Bubble. Die kopen de kinderen van het Zeeuwse Kwadendamme nu dus veel minder. Vroeger deed je het zo: je nam een leeg blikje mee van huis en dat leverde je in, daar kreeg je 15 cent voor en daarmee kocht je een lolly. Alleen, ze zijn in prijs verhoogd, sinds kort kosten ze 25 cent. „Nu koop ik losse snoepjes”, zegt de jongen in het trainingspak.

De kinderen zijn bezig met de waarde van geld. Misschien is dat doordat er in deze omgeving veel klusjes voor ze zijn. Vanaf een jaar of dertien gaan sommigen al aan de slag in de alom aanwezige fruitteelt, of ze wassen vrachtwagens voor de transportbedrijven.

Twintigers Rosa en Ronald lopen hand in hand langs de schappen. Ze wonen thuis, maar werken wel al. Over geld maken ze zich voorlopig geen zorgen. Rosa (20) werkt met dementerenden en Ronald (22) is timmerman. „Je hoort mensen er wel over”, zegt Rosa, „dat alles meer kost”. Ronald merkt dat materiaal duurder is, dat hij meer moet vragen voor zijn werkzaamheden. Het koppel is onderweg naar Breskens voor een nachtje weg, en ze kopen nog snel een oplader –„vergeten”–, een fles wijn en Mentos.

Alle andere mensen die NRC spreekt in de Spar hebben wel iets in hun koopgedrag aan moeten passen vanwege de hogere prijzen. Velen gaan voor het gros van de boodschappen naar de verderop gelegen Lidl. Janneke van Gigch (40) ging daar altijd al heen, maar probeert dat om benzine te sparen nog hooguit eens per week te doen. „Scheelt toch weer.”

Janneke van Gigch (40) probeert maar eens per week naar de winkel te rijden – scheelt benzine. De dure grana padano-kaas hebben Sandra Claeijs (rechts) en haar vriendin weer teruggelegd.
De dure grana padano-kaas hebben Sandra Claeijs (rechts) en haar vriendin weer teruggelegd.
Foto’s Wouter van Vooren

Twee vriendinnen hebben de grana padano-kaas voor vanavond weer weggelegd. „Die kost 6 euro”, roept Sandra Claeijs verbaasd uit. In plaats daarvan hebben ze goedkope geraspte variant in hun mandje. „Ik ben meestal niet prijsbewust, maar nu wel.” Een andere klant eet haar pasta tegenwoordig zonder kaas.

Voordat Tom Verbeek filiaalhouder werd runde zijn vader de winkel bijna veertig jaar. Dat de keten hoge prijzen hanteert maakt het niet gemakkelijk, en dat hij sinds vorig jaar geen sigaretten meer mag verkopen kost inkomsten. Ja, hij maakt zich zorgen.

In deze kleine supermarkt komen mensen vooral nog als ze iets vergeten zijn, zegt een jonge vrouw met een bakje satésaus in haar hand. Sommige andere inwoners doen hun weekboodschappen wel hier, een daad uit gemeenschapszin. Een man met een fles witte wijn in de ene en een fles rosé in de andere hand – voor straks in de tuin – vindt dat dorpsbewoners het aan de winkel verplicht zijn om hier alles in te slaan. „Alleen van hier en daar een vergeten banaan gaan ze het niet redden.”

AmersfoortVathorst-De Laak

Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 52.200 euro
Koopwoningen: 64 procent
Gemiddelde woningwaarde: 491.000 euro
Grootste leeftijdsgroep: 30- tot 39-jarigen (29 procent)

„Let maar eens op de kop van de stellingen”, zegt Edo Sweijd (69), die in de Lidl in het gangpad richting uitgang op z’n gemakje de boodschappen van kar naar tas overhevelt. „Op de kop staan de verleidingen. Zout, zoet, alcohol. En de kunst is” – hij werpt nog een blik op het etiket van een zojuist aangeschaft pak rijstwafels – „om die te laten staan”.

Zijn volle boodschappenkar – „genoeg voor meer dan een week” – is er eentje om trots op te zijn. Bijna louter gezonde producten. Kip, prei, yoghurt, walnoten, havermout, mandarijnen. En twee flinke trays eieren, apart gezet. Voor ’s avonds op de bank. Hardgekookt. In plaats van een bakje chips. En néé, geen zout erop. „Dat is een killer.” Puur om ’s avonds toch nog wat te knabbelen te hebben. Net als die rijstwafel. „Heb je toch even dat geknaag.”

Sweijd loopt nu heel anders door de supermarkt dan een paar jaar geleden. Toen kon-ie al die verleidingen nog niet weerstaan. Friet, chips, bier. Dat signaal van ‘oh, de friet is ook zowat op’ kwam echt „van binnenuit”. Friet, minstens één keer per week. Want friet, „waar niet?” Zo’n 23 jaar geleden kwam hij als één van de eerste bewoners in Amersfoort-Vathorst wonen en toen wás er in deze nieuwbouwwijk alleen maar een frietkar. Pas later kwam de eerste supermarkt.

Maar twee jaar geleden „ging alles op z’n kop”. Sweijd was op weg naar zijn werk, hij was klusjesman en conciërge bij een huisartsenpraktijk. Maar hij voelde zich al niet zo lekker en eenmaal aangekomen wist hij: dit is pijn van de buitencategorie. „Alsof iemand een houten pen zó in mijn borstbeen wilde rammen.” De huisarts bestelde direct een ambulance en zei tegen Sweijd: ‘jij ondergaat op dit moment een hartinfarct’.

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-figure-id=”1″ data-variant=”row”><img alt data-description="

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-13.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/13100017/data129264590-1b9b32.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-63.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-61.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-62.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-63.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/de-cornflakes-zijn-te-duur-geworden-en-laat-de-geraspte-kaas-ook-maar-zitten-64.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/iLn6LVKgbmV3oOv1ZhmwcKsII8A=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/13100017/data129264590-1b9b32.jpg 1920w”>

Edo Sweijd (69) probeert sinds zijn hartinfarct gezond te eten, maar dat is wel duurder, merkt hij.

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

In het ziekenhuis werd hij gedotterd. Hij kreeg een stent – „ik heb alles bij volle bewustzijn meegemaakt” – en al na drie dagen mocht hij het ziekenhuis verlaten. Maar toen begon het pas. Hartrevalidatie, coaches, een lotgenotengroep. „Bij zo’n groep besefte ik mijn geluk, want er zaten ook mensen die twee weken in coma hebben gelegen en opnieuw hebben moeten leren praten.”

Angst heeft hij niet gevoeld, maar Sweijd besefte wel: het roer moest om. „Vanwege hoge bloeddruk en dit” – wijzend naar zijn buik. Alles wat „fout” is ging de keuken uit. „Chips – ik hou van bolognese – eruit! De kist met bier – er uit!” Alle keukenkastjes moesten opnieuw ingericht en met hulp van een diëtist werkte hij samen met zijn vrouw aan een nieuwe leefstijl. En dat is experimenteren. Recepten delen met elkaar. Nieuwe menuutjes. „Alleen zou ik het niet trekken.”

Dat zouteloos eten was in het begin „verschrikkelijk” maar na zo’n drie weken ben je eraan gewend. „Als ik nu iets zoutigs eet is ’t: gádverdamme.” En Sweijd loopt nu heel anders door de winkel. Bij elk product kijkt hij naar de ingrediënten. En dan ziet hij: fabrikanten stoppen álles vol met suiker en zout. „Ik was ook met alcohol gestopt en dacht: dan maar 0.0. Maar nee, dat blijkt een suikerbom te zijn!”

Mínder eten, ook dat hoort erbij. En hij merkt het aan z’n lijf: de broek zit minder strak, hij voelt zich minder opgeblazen en er zijn wat pondjes af.

Maar wat Sweijd óók heeft geleerd: je mag jezelf af en toe best verwennen. Hij geniet van een boterham met hagelslag én pindakaas én sambal. „Taartje bouwen, zoet en scherp bij elkaar. Heerlijk!” . Een dikke plak kaas. „En kijk” – Sweijd pakt uit z’n tas een Leffe-biertje. Al die „foute dingen” propt hij in één dag: ‘foute zaterdag’. „Juist dat helpt me om gemotiveerd te blijven.”

Alleen, gezond eten is wel duurder. Voor deze boodschappen was Sweijd – hij checkt de bon – 114,24 euro kwijt. Een jaar geleden was hij voor dezelfde kar zo’n „85 à 90 euro” kwijt. „Je moet het maar kunnen ophoesten.” Zelfs in deze wijk, met veel tweeverdieners, hoort hij over de prijsstijgingen als gevolg van de inflatie de laatste tijd best veel geklaag.


Hoofdverdachte Tarwekamp bekent en heeft ‘enorm veel spijt’ – volgens het OM was sprake van moord

Moshtag B. heeft „enorm veel spijt” van de brand en explosie aan het Haagse Tarwekamp eind vorig jaar. Dat er zes doden vielen, dat een achtjarig jongetje zijn vader, moeder en zus verloor en dat een deel van een appartementencomplex instortte en een ander deel tot de dag van vandaag onbewoonbaar is, het was allemaal niet de bedoeling. „Het is volledig uit de hand gelopen”, zei B. vrijdagmiddag tijdens de eerste zitting van de strafzaak tegen hem en drie andere verdachten. „Ik hoop”, zei hij, dat de nabestaanden „me op den duur willen vergeven”.

Tijdens de pro-formazitting bleek dat B. heeft bekend dat hij opdracht gaf om de bruidswinkel van zijn ex-vriendin in Den Haag in brand te steken. Hij zou wraak hebben willen nemen omdat ze volgens hem zou zijn vreemdgegaan. De twee mannen die hij daarvoor inhuurde zouden volgens het Openbaar Ministerie (OM) bijna tweehonderd liter brandstof door de winkel hebben uitgegoten. Dat staken ze vervolgens aan met zwaar vuurwerk.

Een van de brandstichters beroept zich op zijn zwijgrecht, maar zal later wel een verklaring afleggen

De dampen van de brandstof en het vuurwerk zouden vervolgens voor zó’n grote druk hebben gezorgd, dat om kwart over zes ’s ochtends een explosie volgde en het pand instortte. Direct ontstond een grote vuurzee. Een van de eerste politieagenten die de straat in kwam rijden zag „hevige rook”, las de officier van justitie diens verklaring voor. „De straat lag bezaaid met brokstukken en brandjes.”

„Dat het zo erg uit de hand zou lopen” was niet de bedoeling, zei een van de mannen die er door het OM van wordt verdacht de brand te hebben aangestoken. „Het is heel erg wat er is gebeurd”, aldus deze Ilias B. Hij is naar eigen zeggen nog steeds „geshockeerd”. De andere man die de brand zou hebben aangestoken was niet aanwezig. Hij beroept zich vooralsnog op zijn zwijgrecht, maar zal volgens zijn advocaat later wel een verklaring afleggen.

Jerrycans

Een derde aanwezige verdachte had gehoopt vrijdag vrij te komen, maar blijft net als de anderen in voorlopige hechtenis. Adil A. was volgens het OM betrokken bij de voorbereidingen van de aanslag. Om de ex-vriendin van Moshtag B. te raken, had hij bruidsjurken willen stelen en doorverkopen, aldus zijn advocaat. „Hij wilde niet kapotmaken, maar verdienen.”

Toen het plan bleek om de zaak in brand te steken, waar hij 1.500 euro voor zou krijgen, trok hij zich terug. Op zaterdag 1 december stonden de andere uitvoerders tevergeefs op Adil A. te wachten. Agenten hielden de twee staande en troffen in hun bus onder meer veertien jerrycans met benzine en zwaar vuurwerk aan. Ze kwamen weer vrij en reden een week later alsnog naar de Tarwekamp.

Wat daar vervolgens gebeurde, is moord, aldus het OM in de verdenking: het met voorbedachten rade doden van mensen. Onder de aanwezige advocaten van de verdachten klonk vrijdag verbazing over die verdenking, omdat de verdachten alleen de winkel zouden hebben willen raken.

Het duurt nog even voordat de rechter tot een conclusie komt: het onderzoek naar de brand en de explosie wordt naar verwachting in de zomer afgerond, waarna in het najaar de inhoudelijke behandeling van de strafzaak begint.

Lees ook

Na de explosies slapen sommige bewoners van de Tarwekamp nog met hun kleding aan

Een voorbijganger kijkt door het hek aan de Tarwekamp, vier dagen na de explosies.


Toezichthouders op AIVD bezorgd over werkwijze van inlichtingendienst

De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en de Commissie
van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) zijn bezorgd over de werkwijze van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Dat hebben ze in een vrijdag verstuurde brief aan minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) laten weten. De AIVD houdt zich bij onderzoeken naar de georganiseerde misdaad niet altijd aan de wet.

Zo zou de AIVD vooral in langer durende onderzoeken personen onrechtmatig als target aanmerken. Meerdere onderzochte personen – de toezichthouders schrijven niet om wie het gaat – zouden criminele activiteiten verrichten die niet (langer) duidelijk een ernstige dreiging voor de nationale veiligheid of democratische rechtsorde vormen. Dat de AIVD deze personen desondanks nauwlettend in de gaten blijft houden, noemen de toezichthouders „zorgelijk”.

De TIB en de CTIVD schrijven daarnaast dat binnen onderzoeken van de AIVD naar criminele netwerken „grote risico’s” bestaan op „sfeervermenging” tussen de terreinen van nationale veiligheid en opsporing. De AIVD zou meermaals (bijzondere) bevoegdheden inzetten om informatie over criminele organisaties te achterhalen, terwijl de politie door grootschalig strafrechtelijk onderzoek diezelfde informatie heeft. De AIVD zou in die gevallen de informatie via de politie moeten krijgen en geen eigen onderzoek moeten doen, schrijven de toezichthouders. Dubbele onderzoeken betekenen inbreuk op de grondrechten van een target, zoals het recht op een eerlijk proces.

Vernietigen gegevens

Als laatste vragen de toezichthouders in de brief om aandacht voor de verwerving en verwerking van vertrouwelijke informatie van advocaten. De AIVD zou communicatie hebben onderschept die onder bescherming van het verschoningsrecht valt, zonder dat de rechtbank van Den Haag daarvoor toestemming had verleend. De TIB en de CTIVD benadrukken dat de AIVD die gegevens „terstond” zou moeten vernietigen.

Beide toezichthouders hopen dat de punten uit de brief aan het ministerie worden meegenomen in de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv 2017), ook wel de ‘sleepwet’ genoemd. In die wet staat beschreven wat de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de AIVD zijn en hoe het toezicht daarop wordt geregeld.

Lees ook

In 2022 legde toezichthouder op de geheime diensten Bert Hubert zijn werk neer uit diepe onvrede met de nieuwe inlichtingenwet

Een toezichthouder op de geheime diensten zegt dat de nieuwe Inlichtingenwet veel te ver gaat.


Dankzij corona is het RIVM nu beter in staat om de volgende pandemie te voorspellen

Hij bestaat nog altijd, de pagina met coronacijfers op de site van het RIVM. Wie die afgelopen week bekeek, zag: er is een flinke golf sterfgevallen. Afgelopen januari en februari stierven 3.200 méér mensen dan het RIVM op basis van de bevolkingsopbouw had verwacht. Die extra sterfgevallen waren praktisch allemaal ouderen, blijkt uit data van het instituut: onder de 65 jaar stierven ‘maar’ 110 mensen meer dan verwacht, de rest van de zogenoemde ‘oversterfte’ kwam van 65-plussers. De oorzaak: niet het coronavirus, maar griep.

Het coronavirus is niet weg. Vorige winter was er een enorme besmettingsgolf – zelfs veel meer mensen raakten besmet dan in de golven tijdens de coronajaren. Dit jaar is dat anders: er lijken nooit eerder zo weinig besmettingen te zijn geweest in de winter, de tijd waarin luchtwegvirussen sneller rondgaan. Maar er was wél een zware griepgolf. Covid-19, de ziekte die wordt veroorzaakt door het coronavirus, wordt inmiddels geregeld overvleugeld door de griep (afkomstig van het influenzavirus).

Na Covid is bij het publiek het bewustzijn gegroeid hoe ernstig griep kan zijn

Susan van den Hof
RIVM

Dat laatste is de media niet ontgaan, signaleert Susan van den Hof, hoofd epidemiologie infectieziekten bij het RIVM: „Over de recente griepepidemie hebben we buitensporig veel vragen kregen.” Veel meer dan in 2018, toen er ook een ernstige griepepidemie heerste. „Na Covid is bij het publiek het bewustzijn gegroeid hoe ernstig griep kan zijn”, zegt Van den Hof. Het laat volgens haar zien dat er door de coronapandemie „echt meer aandacht is voor infectieziekten”.

Die aandacht „moet niet leiden tot onnodige angst”, benadrukt Van den Hof. „Wel is het goed dat het publiek beseft dat zo weer een nieuwe pandemie kan uitbreken – volgende week, of over dertig jaar.” Het klaarstaan voor zo’n uitbraak wordt in beleidsstukken „pandemische paraatheid” genoemd. Bij die paraatheid hoort dat de overheid een goed beeld heeft van de verspreiding en ernst van infectieziekten.

Monsters

Dat beeld heeft het RIVM tijdens de coronapandemie aangescherpt en aangevuld. Vóór corona leunde het op wekelijkse meldingen van huisartsen over patiënten met luchtwegklachten. Tijdens de pandemie kwamen daar tal van bronnen bij, zoals het grootschalig meten van virusdeeltjes in rioolwater, wat daarvoor beperkt gebeurde.

Die rioolmetingen geven een landelijk beeld: uit elke zuiveringsinstallatie (ruim driehonderd in het land) worden meerdere keren per week monsters van het water genomen. Het RIVM onderzoekt hoeveel virusdeeltjes die bevatten. Het resultaat wordt uitgedrukt in honderd miljard virusdeeltjes per honderdduizend inwoners. In de week van 17 februari – om iets te noemen – was dat getal 75. Tijdens de grote besmettingsgolf in december 2023 lag deze virusdeeltjesfactor op 4.343, het dubbele van de hoogste piek tijdens de coronacrisis.

Dit beeld wordt aangevuld met de zogeheten Infectieradar. Daarvoor vullen elke week ongeveer 11.000 mensen vragenlijsten in over hun gezondheid. Bij luchtwegklachten doen de meeste deelnemers een zelftest, waarbij ze wattenstaafjes (swabs) door hun neus of keel halen. Op verzoek van het RIVM sturen elke week maximaal tweehonderd willekeurig gekozen personen hun staafje naar het laboratorium. Sinds oktober 2022 worden de uitslagen ook opgenomen in de Infectieradar. Die laten bijvoorbeeld zien dat in de tweede week van januari van dit jaar het aantal mensen met influenza A (griep) bijna drie keer zo groot was als met Covid.

Dergelijke precieze observaties zijn te danken aan de coronapandemie, vertelt Van den Hof: „Toen konden ineens dingen die eerder niet konden.” Zo vlaste het RIVM al langer op gedetailleerde gegevens over mensen die met ernstige luchtwegklachten werden opgenomen in een ziekenhuis. „Dat kregen we jarenlang niet voor elkaar bij de ziekenhuizen”, zegt Van den Hof. „Tijdens Covid lukte het, omdat iedereen de noodzaak ervan inzag.”

Het RIVM moest er vaak wel hard aan trekken om de informatie te krijgen. Toen het testen bij de GGD’s vaart had gekregen, kreeg het RIVM wel de (positieve) meldingen binnen, maar niet de bijbehorende persoonsgegevens. „Die wilden we koppelen aan andere gegevens van het CBS, bijvoorbeeld om te zien in welke groepen Covid zich het snelst verspreidde”, vertelt Van den Hof.

Om daarvoor alsnog toestemming te krijgen, moest ze 25 brieven sturen aan evenzoveel GGD’s, met allemaal een eigen jurist: „Gekkenwerk natuurlijk.” Uiteindelijk kwamen deze gegevens van de GGD’s via een andere route bij het CBS terecht.

Piramide

Kort na de extreme besmettingsgolf in de winter van 2023-2024 werden sommige datarapportages gestopt. Het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, dat jarenlang had bijgehouden hoeveel covidpatiënten in de ziekenhuizen lagen, rapporteert sinds april 2024 geen ziekenhuiscijfers meer.

In de laatste cijfers kon je nog zien dat die besmettingsgolf van vorige winter maar een klein golfje opnames op de IC veroorzaakte. Er komt nu af en toe nog wel een coronapatiënt op de IC, maar zo weinig dat dit niet meer centraal hoeft te worden geregistreerd, stelt een woordvoerder.

Ook het RIVM krijgt geen gegevens meer uit de ziekenhuizen. Die vormen, net als rioolmetingen, vaccinatiegegevens en huisartsmeldingen, een stukje van de puzzel die het RIVM tijdens een pandemie moet zien te leggen. Zelf spreekt Van den Hof van de ‘surveillancepiramide’, die epidemiologen hanteren bij infectieziekten. Die loopt van alle mensen die de ziekteverwekker dragen – in de onderste laag van de piramide – tot de mensen die aan de ziekte overlijden, in de punt.

Deze piramide geeft niet alleen een bijna realtime beeld van de pandemie, maar maakt het ook mogelijk scenario’s te maken voor het verdere verloop. Tenminste, als alle lagen in het bouwwerk goed worden opgemetseld. En dat is volgens Van den Hof niet het geval, want de ziekenhuiscijfers ontbreken.

Bezuinigen

Deels heeft dat praktische oorzaken. Nederland telt bijna negentig ziekenhuizen, met verschillende ict-systemen. „De gegevens over opnames moesten veelal handmatig worden ingevoerd”, zegt Van den Hof. Dat is tijdrovend en ondoenlijk als je alle ernstige luchtweginfecties constant wilt volgen. „Daarom zou je die gegevens geautomatiseerd willen verzamelen uit elektronische patiëntendossiers”, zegt ze. „En de uitslagen uit het laboratorium heb je ook nodig, om te volgen welke ziekteverwekkers zorgen voor de opnames.”

Zulke wensen stuiten nu nog op juridische bezwaren, die de tweede verklaring vormen voor de ontbrekende gegevens. Door privacyregels is het in Nederland vaak niet toegestaan data te delen. „In vergelijking met veel andere landen is het zicht op infectieziekten hier helemaal niet zo slecht”, vindt Van den Hof. „Maar bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië kunnen data met belang voor de volksgezondheid gewoon worden verzameld en doorgegeven.”

In sommige landen kunnen data met belang voor de volksgezondheid gewoon worden verzameld en doorgegeven

Susan van den Hof
RIVM

Nederland werkt aan wetgeving die meer mogelijkheden biedt om gegevens te delen. „Het ziet ernaar uit dat we binnenkort de ziekenhuisdata zullen krijgen”, zegt Van den Hof. „Maar niet de patiëntengegevens, die je bijvoorbeeld nodig hebt om te monitoren hoe goed vaccins werken. Daarvoor is die wetswijziging nodig.”

Een complicatie is dat het kabinet 300 miljoen euro wil bezuinigen op de pandemische paraatheid. „Het RIVM zal extra moeten bezuinigen”, zegt Van den Hof. Mogelijk wordt de Infectieradar afgeslankt. „Maar dan wel op zo’n manier dat we die snel weer kunnen opschalen, als er een nieuwe pandemie uitbreekt.”

Lees ook

Hans Brug (RIVM) is bezorgd over bezuinigingen: ‘De doelen voor preventie halen we niet’

RIVM-directeur Hans Brug: „Als we substantieel iets willen veranderen, is langdurig samenhangend preventiebeleid nodig.”


GroenLinks en PvdA stemmen in juni al over fusie vanwege ‘rommelend kabinet’

GroenLinks en de Partij van de Arbeid gaan al op 21 juni stemmen over een mogelijke fusie. Dat schreven de partijbesturen donderdag in een persbericht. Daarmee is het beslismoment een jaar naar voren geschoven. Als de leden instemmen, zullen de besturen onder meer gaan werken aan de statuten, organisatiestructuur en een nieuwe naam. Halverwege 2026 zou de nieuwe partij statutair worden opgericht, verwachten de besturen.

Dat de partijen samengaan, is al langer vrijwel zeker. 79 procent van de achterban is voorstander, bleek uit een peiling van EenVandaag vorige maand. GroenLinks en PvdA hebben al een gezamenlijke fractie in de Tweede Kamer, Eerste Kamer, Europees Parlement en in negen van de tien gemeenten doen ze samen mee aan de verkiezingen van 2026. Timmermans, die de leiding heeft over de samenwerking GroenLinks-PvdA en die de leider wil worden van de nieuwe partij, zei eerder al dat de partijen een „point of no return” hebben bereikt in hun fusie.

Eén van de drijvende krachten achter de versnelling van de fusie is de instabiliteit binnen het kabinet-Schoof: „Dit radicaal-rechtse kabinet rommelt voort en kan elk moment omvallen”, aldus de partijbesturen. Als het kabinet valt vóór 21 juni, zullen de besturen „gelijk in een online referendum” voorleggen aan de leden of die een nieuwe partij willen.

Dat is geen ondenkbaar scenario, want ook op de dag dat GroenLinks en PvdA de versnelling aankondigen, ligt de coalitie met zichzelf in de clinch over een pijnlijk thema. PVV, NSC en BBB stemden vóór een motie die premier Dick Schoof opdraagt om zich te verzetten tegen de nieuwe Europese defensieplannen en bijbehorende uitgaven. Dat terwijl het electoraat is gealarmeerd door de Russische dreiging en de Amerikaanse president Donald Trump en juist méér Europese defensie-inzet wil.

Achter de schermen

Terwijl de coalitie verdeeld raakt door de geopolitiek, is het voor GroenLinks-PvdA juist een dankbaar thema. Timmermans is – in tegenstelling tot PVV-leider Geert Wilders – pertinent zeer kritisch op Rusland en Trump. Bovendien heeft hij ruime internationale ervaring als minister van Buitenlandse Zaken en Eurocommissaris. Als het kabinet valt en nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven met de geopolitiek als belangrijk thema, zou dat GroenLinks-PvdA goed uitkomen, klinkt het achter de schermen rondom de fractie.

Tot nu toe is de samenwerking tussen de partijen electoraal een beperkt succes. Timmermans was voor de verkiezingen in 2023 uit Brussel naar Den Haag gehaald om lijsttrekker te worden, in de veronderstelling dat GroenLinks-PvdA de verkiezingen zou winnen en hij premier zou worden. Het liep anders. GroenLinks-PvdA haalde 25 zetels en de PVV werd de grootste. Timmermans werd veroordeeld tot de oppositiebankjes, waar hij niet altijd zichtbaar was als oppositieleider. Nu de discussie in Den Haag draait om geopolitiek, is hij meer in zijn element, stellen betrokkenen.

Vorige week riep de actiegroep RoodGroen, die duizenden leden van GroenLinks en PvdA vertegenwoordigt, op tot een snelle fusie. Er klinken vanuit de Partij van de Arbeid ook tegengeluiden. Oudgedienden als Ad Melkert en Rob Oudkerk spreken zich uit tegen de fusie, omdat ze vrezen dat samenwerken met GroenLinks de grip op de arbeidersstem nog verder verzwakt. Maar hun slagkracht binnen de partijen is beperkt.

De besturen hopen ook dat andere „links-progressieve” partijen zich zullen aansluiten bij de samenwerking. De deur staat open voor „iedereen die staat voor groene en sociaaldemocratische waarden”.


Pro-Palestijnse activisten verstoren lezingen van een zelfverklaarde ‘Arabisch zionist’. Hoe liep het uit de hand?

Het had volgens de organisatie een „inspirerende lezing” moeten zijn van een Syrische activiste die eerst Hezbollah-aanhanger was en toen de kant van Israël koos – terwijl het volgens tegendemonstranten „zionistische propaganda” zou zijn. Wat Rawan Osman ging zeggen zou, afhankelijk van wie je het vraagt, ofwel „de vrede promoten”, ofwel „genocide rechtvaardigen”. De twee lezingen die Osman, die zichzelf „Arabisch zionist” noemt, woensdag in Nijmegen en donderdag in Maastricht gaf, werden verstoord en in de laatste stad vroegtijdig afgebroken.

Hoe ging het mis?

De lezingen werden eind februari aangekondigd door de Nederlandse tak van StandWithUs, een rechtse, pro-Israëlische belangengroep die met name in de Verenigde Staten actief is. Volgens Amerikaanse critici zou de beweging proberen om pro-Palestijnse geluiden op Amerikaanse universiteiten de kop in te drukken. Daarbij zou het onder meer insinuaties en beschuldigingen van antisemitisme als tactieken inzetten. In Nederland organiseert StandWithUs onder meer een beurs voor studenten. En het waren díe studenten, zegt een woordvoerder, die de lezingen van deze week organiseerden.

De boodschap voor koppige zionisten is duidelijk: we willen jullie hier niet!

Commentaar van pro-Palestijnse activisten op Instagram

Daarbij vermeldt de groep ook de exacte tijden en locaties waar de in Duitsland wonende Osman aan het woord moet komen – om veiligheidsredenen vrij ongewoon voor pro-Israëlische evenementen. „Iedereen is welkom”, schrijven de organisatoren erbij. Wel moeten geïnteresseerden zich aanmelden. Of zij ook gescreend worden, wil een woordvoerder niet zeggen.

Frisdrank en chips

In Delft is het maandagavond redelijk druk: er zijn behalve Joodse studenten, onderdeel van de recent opgerichte ‘Jewish Student Association’, ook oudere toehoorders op de lezing afgekomen. Volgens berichten op sociale media verloopt de „prikkelende lezing” vreedzaam en hebben de aanwezigen „zinvolle discussies”. Er is frisdrank en chips en na afloop borrelen de studenten verder met Osman in een café. In media is er geen aandacht voor: het is een lezing zoals er in universitaire zaaltjes zoveel gehouden worden.

Maar in Nijmegen en Maastricht is de sfeer in de dagen daarna anders. Beide universiteiten, schrijft StandWithUs in een statement, hebben de „afgelopen jaren vrijwel zonder restricties platform geboden aan radicale anti-Israël-docenten en -studenten”. In beide steden zijn bovendien pro-Palestijnse studentengroepen actief. In de dagen voor de lezingen roepen de studentengroepen op sociale media al op tot het verstoren ervan.

In de Nijmeegse collegezaal woensdag en een Maastrichts lokaal een dag later, zitten een handjevol mensen. Onder hen blijken ook pro-Palestijnse activisten, die, op het moment dat Osman begint, opstaan en pro-Palestijnse leuzen roepen, op een potje beginnen te slaan of een statement voorlezen. Ook stellen ze kritische vragen over de oorlog, waarop Osman onder meer antwoordt dat „Palestina niet bestaat”. Volgens demonstranten zou Osman daarnaast Palestijnen hebben vergeleken met apen en hebben gezegd dat „Arabieren verdienen wat ze krijgen”.

Op videobeelden die zowel de organisatie als activisten verspreiden op Instagram is te zien dat de demonstranten één voor één hun gang gaan en zich uitspreken tegen Osman. Sommigen kijken stil toe als er een medestander uit wordt gezet. Maar even later staan de activisten op en schreeuwen ze leuzen, waarna ook zij eruit gezet worden. In beide steden bonzen verder enkele tientallen mensen op de ramen. In Nijmegen proberen activisten de auto waarmee Osman vertrekt te belagen – pas als beveiligers ze wegduwen kan de auto wegrijden. In Maastricht wordt de lezing uiteindelijk vroegtijdig beëindigd.

Beelden van verstoringen

In een statement beschuldigt StandWithUs de Maastrichtse universiteit van „opzettelijke nalatigheid”. De universiteit zou gefaald hebben in het „opstellen van een adequaat veiligheidsplan” en er zouden te weinig politieagenten zijn ingezet. Met als gevolg dat er „opnieuw een omgeving [is] gecreëerd waarin Joodse en pro-Israël studenten en medewerkers onbeschermd worden gelaten en vogelvrij worden verklaard.”

Beelden van de verstoringen worden door de organisatie en Osman verspreid – haar verhaal krijgt een minder prominente plek. „Dit”, schrijft de organisatie erbij, „is wat er gebeurt als je een vredesactivist uitnodigt op een Nederlandse universiteit.” Organisatie, spreker en mensen die reageren zien er, net als sommige Kamerleden op X, het bewijs in dat Nederlandse universiteiten antisemitisch zijn.

Ook de pro-Palestijnse activisten delen filmpjes van de verstoringen op Instagram. Ze zijn erin geslaagd, schrijven ze er tevreden bij, om de lezingen van Osman te ontregelen: „De boodschap voor koppige zionisten is duidelijk: we willen jullie hier niet!” Een Nijmeegse demonstrant spreekt van een „grote overwinning: hier is geen ruimte voor op campussen”. Van beide kanten zijn de filmpjes duizenden keren bekeken.

Volgens StandWithUs ging het in Delft wel goed omdat demonstranten niet in de buurt van de zaal konden komen. Verder vindt de organisatie dat de universiteit het daar beter had georganiseerd. Ook, voegen ze nog toe, is de pro-Palestijnse beweging daar kleiner.

Lees ook

Universiteit van Amsterdam gaat uitwisselingsprogramma’s met Israël en China herzien

Demonstratie in 2024 van pro-Palestina demonstranten bij het Binnengasthuisterrein van de Universiteit van Amsterdam (UvA).


Universiteit van Amsterdam gaat uitwisselingsprogramma’s met Israël en China herzien

De Universiteit van Amsterdam (UvA) zal twee programma’s voor uitwisseling van studenten met Israël en China niet in de huidige vorm voortzetten. De universiteit wil garanties dat academische vrijheid en mensenrechten in de uitwisseling niet in het gedrang komen. Ook zal geen uitwisseling plaatsvinden met Hongaarse instellingen die nu onder EU-sancties vallen.

Dat heeft het UvA-bestuur donderdag bekendgemaakt, in reactie op een advies van een commissie die samenwerking met derden beoordeelt. De betrokken programma’s werden tot nu toe stilzwijgend verlengd.

Het gaat om de jaarlijkse uitwisseling van zo’n tien studenten met de Hebrew University in Jeruzalem en om Chinese promovendi die naar Amsterdam komen via de China Scholarship Council (CSC), die onderdeel is van het Chinese ministerie van onderwijs,

Bij de Hebrew University signaleert de adviescommissie risico’s voor schending van mensenrechten en de academische vrijheid. De universiteit verzorgt ook opleidingen voor het Israëlische leger. Voor hervatting zijn volgens het bestuur „risicodempende maatregelen” nodig. Welke dat kunnen zijn, moet nog worden uitgewerkt. „Ik ga daar nu niet over improviseren”, aldus UvA-rector Peter-Paul Verbeek donderdag in een toelichting op de maatregelen. De afspraak met de Israëlische universiteit liep tot augustus 2024.

In de praktijk zal het opschorten van de contacten voor studenten vooralsnog niet veel uitmaken, uitwisseling met Israël ligt sinds het begin van de Gaza-oorlog in oktober 2023 stil door een negatief reisadvies van Buitenlandse Zaken.

Wij willen niet dat onze studenten betrokken raken bij onethische zaken

Peter-Paul Verbeek
Rector UvA

Protesten

De Universiteit van Amsterdam werkte al langer aan een toetsingskader voor samenwerking met ‘gevoelige’ partijen, zoals de fossiele industrie. Dat kwam in een stroomversnelling door hevige protesten en acties van studenten en docenten na het begin van de Gaza-oorlog. Zij eisten het verbreken van de academische banden met Israël.

Rector Verbeek spreekt uitdrukkelijk niet van „sancties”. Hij zegt: „Het is niet onze taak een land te boycotten of een regering onder druk te zetten. Wij willen niet dat onze studenten betrokken raken bij onethische zaken. Om dat te voorkomen nemen we deze maatregelen.”

Het college van bestuur komt met een besluit over deze drie programma’s omdat die de hele universiteit betreffen. Over vier facultaire onderzoeksprojecten waar ook Israëlische instellingen aan deelnemen is apart geadviseerd aan de betrokken decanen. Die adviezen blijven vertrouwelijk, aldus Verbeek, omdat het onderzoeksgegevens betreft. Volgens de UvA is de strekking dat ze kunnen doorgaan mits „mitigerende” aanpassingen worden getroffen.

Opmerkelijk streng is het advies over eisen aan de komst van Chinese promovendi, nu enkele tientallen. Voortaan zou elke individuele aanvraag aan de adviescommissie van de universiteit moeten worden voorgelegd, om die te toetsen aan de regels voor samenwerking.

In de uitwisseling van promovendi met China bestaan volgens de adviescommissie risico’s voor „de academische vrijheid, kennisveiligheid, dataprivacy en de veiligheid van kandidaten”. Die risico’s werden al gesignaleerd door minister Dijkgraaf (onderwijs en wetenschappen) in het vorige kabinet. Ook kwamen berichten over intimidatie van Chinese studenten in het buitenland.

EU-sancties

Tot slot bevestigt de Amsterdamse universiteit dat die geen studenten zal uitwisselen met twee Hongaarse instellingen die de EU-sancties tegen het land hopen te omzeilen. De academische vrijheid in Hongarije staat al jaren onder druk.

Ook enkele andere Nederlandse universiteiten waren vorig jaar het toneel van anti-Israëlische protesten, die het bestuur noopten de banden met dat land te herzien. Volgens activisten is de Israëlische universitaire wereld nauw vervlochten met de onderdrukking van Palestijnen en met het oorlogsgeweld in Gaza.

De universiteit van Tilburg liet in januari weten de banden met Israël niet te zullen opschorten, in weerwil van het advies van een commissie, maar eerst het gesprek met de Israëlische partners te willen aangaan. Tegen dat besluit rezen nieuwe protesten. Volgens rector Verbeek liggen de standpunten van de UvA en Tilburg „dicht bij elkaar”. „Maar wij willen nu eerst zelf kijken welke voorwaarden we aan hernieuwing van deze programma’s verbinden.”

Lees ook

UvA had ‘geen effectieve de-escalerende reactie’ op studentenprotesten tegen Gaza-oorlog, maar ‘ontsporing was vermoedelijk niet te vermijden’

Politie ontruimt de barricades van pro-Palestinademonstranten, vorig jaar op 8 mei, bij het Binnengasthuisterrein van de UvA.Foto Wouter de Wilde


Inspectie onderzoekt signalen verwaarloosde minderjarige vluchtelingen in opvanggezinnen

Verwaarloosde en ondervoede vluchtelingenkinderen uit opvanggezinnen die plotsklaps op straat worden gezet. Jeugdbeschermers en oud-medewerkers stellen dat op zorgen en signalen over kindermishandeling niet altijd adequaat wordt gereageerd door voogdijinstantie Nidos. Dat meldt BNNVARA-onderzoeksprogramma Zembla donderdag.

Een woordvoerder van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) laat desgevraagd aan NRC weten dat er afgelopen najaar al is besloten om onderzoek te doen naar de Nidos-opvanglocaties. Het onderzoek werd ingesteld na meldingen over misstanden en incidenten, ook door de instantie zelf. Vorige maand is het onderzoek uitgebreid naar opvang in gezinnen door Nidos. „Daarna kwamen de vragen van Zembla, aldus de woordvoerder. „Dat sloot mooi aan.”

Zembla sprak met ongeveer veertig woonbegeleiders, docenten en (oud-)medewerkers en jeugdbeschermers van Nidos. Onder meer de screening van opvanggezinnen van kinderen met een verblijfstatus, en de controle op hun verblijf is niet op orde, aldus het onderzoeksprogramma.

De woordvoerder kan niet inschatten wanneer de onderzoeksbevindingen worden geopenbaard, omdat niet duidelijk is wat de beschikbare informatie en gesprekken met betrokkenen zullen opleveren. „Het onderzoek zal wel even duren”, aldus IGJ.

Lees ook

De gezondheid en ontwikkeling van duizenden asielkinderen wordt bedreigd door slechte opvang

De meeste asielkinderen hebben volgens vier inspecties onvoldoende toegang tot onderwijs en  gezondheidszorg, en een gebrek aan privacy en veiligheid.


Of corona een ‘stille ramp’ was voor jongeren, is steeds lastiger vast te stellen

Een middelvinger naar het onderwijs, reageren leraren in maart 2020 op Twitter, tegenwoordig X. Wie dat met de bril van nu leest, zal denken dat ze het hebben over de eerste schoolsluiting vanwege het coronavirus. Maar nee, het gaat over de beslissing van het kabinet op 12 maart 2020 om de basisscholen en middelbare scholen voorlopig open te houden, terwijl toenmalig premier Mark Rutte (VVD) die dag Nederlanders oproept om zo veel mogelijk thuis te werken. Kinderen zijn niet de groep met het meeste risico, zegt hij tijdens de persconferentie. Hogescholen en universiteiten moeten wel dicht.

Al gauw verschijnen allerlei online petities die oproepen om de scholen wél te sluiten, zoals ‘Sluitscholen.nu’ en ‘Sluit scholen en dagverblijven tegen het coronavirus’. Leraren en ouders maken zich zorgen over hun gezondheid en die van de kinderen.

Ik kwam pas nog een foto tegen waarop ik zo’n plastic spatscherm voor mijn gezicht had. Nu denk ik: deden we dat echt?

Anne-Ruth Bart (25)
Leerkracht

Ze krijgen vrij snel hun zin. Op 15 maart besluit het kabinet tot een schoolsluiting. De volksgezondheid is beter beschermd, maar al na krap een maand ontstaan zorgen over de gevolgen. Op 14 april schrijft NRC: „Na ruim vier weken thuisonderwijs is de stemming in veel huiskamers omgeslagen: de combinatie thuisonderwijs en werk is zwaar en kinderen missen de structuur van de klas en hun vriendjes. Ook zijn er zorgen over kinderen met wie leraren niet of nauwelijks contact krijgen.”

De zorgen worden gedurende de pandemie alleen maar groter, want uiteindelijk moeten scholen twee keer hun deuren langdurig sluiten. Die eerste keer duurt de sluiting ruim twee maanden voor basisscholen en ruim drie maanden voor middelbare. In december 2020 moeten ze wéér respectievelijk twee en drie maanden dicht. En in het schooljaar 2021-2022 wordt de kerstvakantie een week vervroegd. Buiten de schoolsluitingen wordt het onderwijs ook vaak beperkt, bijvoorbeeld doordat leerlingen soms niet allemaal tegelijk naar school mogen van het kabinet, leraren regelmatig thuiszitten met coronaklachten, en door corona-uitbraken in de school.

Studenten in het hoger onderwijs en het mbo zitten nog veel vaker thuis. Zij hebben het grootste gedeelte van de coronapandemie onderwijs op afstand. Er zijn wel periodes waarin ze volgens het kabinetsbeleid fysiek onderwijs mogen krijgen, maar dan geldt de anderhalve­metermaat­regel en die is voor onderwijsinstellingen lastig te handhaven.

Ook over studenten ontstaan steeds meer zorgen. Waar het bij basisschoolleerlingen en scholieren vooral gaat over onderwijsachterstanden, zijn de zorgen bij studenten vooral gericht op hun mentale welzijn.

In mei 2021 roept de toenmalige Kinderombudsvrouw, Margrite Kalverboer, in NRC op om middelbare scholen, mbo en het hoger onderwijs weer volledig te openen. Op dat moment zitten scholieren gemiddeld drie dagen per week thuis en krijgen studenten ongeveer één dag per week fysiek les. Kalverboer: „Er voltrekt zich een stille ramp. Over een jaar, of misschien pas over vijf jaar, zullen we zien wat we aangericht hebben met een coronabeleid dat totaal gefixeerd is op de ontwikkeling van het virus en weinig oog heeft voor kinderen.”

Zijn er vijf jaar later nog brokstukken te zien van die ramp?

1Onderwijsachterstanden

In mei 2020 voorspelde socioloog Thijs Bol in NRC dat de eerste schoolsluiting de toch al groeiende ongelijkheid tussen scholieren zou vergroten. Hij had net een vragenlijstonderzoek gedaan naar de mate waarin ouders hun kinderen hielpen bij hun schoolwerk in de maand april, tijdens de eerste schoolsluiting dus. Er was een groot verschil te zien. „Simpel gezegd: hoe hoger opgeleid de ouder, hoe beter het kind werd begeleid.”

Als het gaat om de effecten van de coronacrisis op de leercurve, zijn die het beste in kaart gebracht voor basisschoolleerlingen. Basisscholen zijn namelijk verplicht om bepaalde toetsen af te nemen voor het leerlingvolgsysteem. Middelbare scholen, mbo en het hoger onderwijs hoeven dat niet. Het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs (NCO) maakt gebruik van die toetsgegevens van basisscholen voor onderzoek naar de leergroei van leerlingen sinds het begin van de coronacrisis.

De voorspelling van Thijs Bol kwam uit. „In de zomer van 2020, na de eerste lockdown, zagen we echt schrikbarende cijfers”, zegt onderzoeksleider Carla Haelermans, hoogleraar onderwijseconomie aan de Universiteit Maastricht. „Gemiddeld genomen was in de gehele lockdown praktisch niks geleerd door de kinderen. En dat was het ergst bij kinderen van laagopgeleide ouders, in die groep gingen sommigen zelfs áchteruit.”

Bij metingen na een jaar en na anderhalf jaar corona was de vertraging iets ingehaald, maar waren de cijfers nog steeds „schrikbarend”, volgens Haelermans. En de kloof bleef.

Daarna gebeurde er iets opmerkelijks: na twee jaar, dus in het voorjaar van 2022, haalden leerlingen met laagopgeleide ouders hun achterstand sneller in dan leerlingen met hoogopgeleide ouders. Na drie jaar was dat nog steeds het beeld.

In de zomer van 2020, na de eerste lockdown, zagen we echt schrikbarende cijfers

Carla Haelermans
hoogleraar onderwijseconomie

Dat verschil, zegt Haelermans, komt mogelijk door het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) dat in 2021 in het leven werd geroepen om leerlingen en studenten met corona-achterstanden te steunen. In totaal stelde de overheid 8,5 miljard euro beschikbaar. Onderwijsinstellingen mochten zelf weten waar ze het geld aan uitgaven. Ze konden het bijvoorbeeld gebruiken voor bijles. Zo kwam het geld wellicht vooral terecht bij de ‘kwetsbaarste’ leerlingen. De subsidie mag nog worden besteed tot en met juli 2025.

Het laatste NCO-onderzoek uit december 2024 liet zien dat de kwetsbare leerlingen hun achterstand nog steeds sneller aan het inhalen zijn dan de andere leerlingen. Haelermans: „Maar hoe langer het geleden is, hoe moeilijker het is om de achterstanden nog alleen maar aan corona te wijten. Het liefste zou je een leerling daarom heel lang door de tijd volgen, maar dat kan niet omdat die op een gegeven moment naar de middelbare school gaat en dan niet meer op deze manier getoetst worden. Het zorgwekkende is dat uit internationaal onderzoek blijkt dat het in Nederland slechter gaat dan in andere landen, dus het zal niet alleen aan corona te wijten zijn.”

Vanuit het NPO verschijnt om de zoveel tijd een voortgangsrapportage. Uit de laatste, van december 2024, blijkt dat ook in de onderbouw op middelbare scholen nog steeds sprake is van een achterstand. In schooljaar 2023-2024 hadden leerlingen op Nederlands en rekenen-wiskunde een „aanzienlijk” lager vaardigheidsniveau dan in schooljaar 2018-2019.

Het rapport wijst ook op de gedaalde PISA-score. PISA is een internationaal onderzoek waarbij vijftienjarigen uit tientallen landen worden getest op leesvaardigheid en wiskunde. Volgens de voortgangsrapportage is de gedaalde Nederlandse score deels te koppelen aan de pandemie. „In landen waar scholen relatief kort (circa 20 weken deels of volledig) dicht waren, vinden onderzoekers een leerverlies van gemiddeld 4-6 maanden. In landen met een gemiddelde schoolsluiting is dit 7 maanden. Landen met de langste schoolsluiting (circa 110 weken deels of volledig) zien een leerverlies tussen de 9-12 maanden.”

Loes Vissers en Marjolein Lamers – beiden lerares op Daltonschool De Evenaar in Oss van respectievelijk groep acht en groep zeven – merken nog dat sommige kinderen in hun klas wat moeite hebben met „automatiseren” als het gaat om lezen en rekenen. „Dat betekent dat je bijvoorbeeld vlot sommen kunt maken en snel woorden ziet staan”, zegt Vissers. „Deze kinderen zaten tijdens corona in groep drie, maar we kunnen natuurlijk niet met zekerheid zeggen dat het door corona komt.” Ze zeggen dat ze verder niets meer merken van eventuele corona-achterstanden.

Ze zien wel dat kinderen digitaal handiger zijn geworden. „Maar van dat Teams-geluidje krijgen ze nu echt de kriebels”, lacht Lamers. „Laatst moest ik een leerling inbellen in de klas en toen zeiden ze: ‘Oh, juf, we kunnen het niet meer hóren!’” Vissers: „Ze waren destijds ook zó blij en dankbaar om weer naar school te mogen.”

2Mentaal welzijn

Studenten presteerden in het begin van de coronacrisis juist béter dan daarvoor. Ze behaalden meer studiepunten en zowel in het mbo als in het hoger onderwijs waren er minder studenten die voortijdig stopten met hun studie. „De winst van de eenzaamheid”, zo noemde Hans Schilderman, hoogleraar religie en gezondheid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, dat, november 2020, in NRC.

Door de coronamaatregelen waren studenten aan huis gekluisterd. De vraag of dat ook een blijvend effect heeft gehad op hun mentale welzijn, is lastig te beantwoorden. Onderzoeken wijzen dat niet eenduidig uit. Dat heeft mogelijk te maken met verschillende onderzoeksmethoden en verschillende definities van ‘mentale gezondheid’.

Volgens Jolien Dopmeijer, onderzoeker bij het Trimbos-instituut, hadden studenten het al voor de coronacrisis steeds moeilijker. Dat bleek uit metingen die onderwijsinstellingen vanaf 2012 zelf deden. De lockdowns lijken die problemen te hebben vergroot, zegt ze. Bij onderzoek van het Trimbos-instituut onder dertigduizend hbo- en wo-studenten in 2021 meldde meer dan de helft psychische klachten, zoals angst en somberheid. In een tweede meting, in 2023, leek de mentale gezondheid van studenten iets verbeterd. Die kwam weer meer op het niveau van voor corona.

Het had meer effect op mij toen de crisis was afgelopen

Hangwe Chang (24)
YouTuber en investeerder

Het RIVM begon in 2021 met grootschalig onderzoek naar de langetermijneffecten van corona. De onderzoekers keken daarbij niet specifiek naar studenten maar naar een brede groep jongeren van 12 tot 25 jaar. Omdat de metingen pas tijdens de pandemie begonnen, is daaruit niet af te leiden of hun mentale gezondheid voor corona beter was dan erna. „Wel was tijdens de laatste lockdown een dip te zien die na de opheffing van de maatregelen niet meer herstelde”, zegt projectleider Elske Marra.

Michel Dückers, bijzonder hoogleraar Crises, Veiligheid en Gezondheid aan de Rijksuniversiteit Groningen, die meewerkte aan het onderzoek, keek ook naar internationale langetermijnstudies. Daarin zag hij net als het Trimbos-instituut dat de mentale gezondheid van jongeren al jaren voor de pandemie verslechterde. De helft van deze internationale onderzoeken stelt dat deze trend tijdens corona doorzette, de andere helft stelt dat het niveau stabiel bleef.

Andere onderzoekers – zoals orthopedagoog Levi van Dam, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam – zien niet dat het vóór de coronacrisis bijzonder slecht ging met jongeren. „Een derde van de jeugd worstelt af en toe met mentale problemen,” zegt Van Dam, „maar dat is al decennialang zo.” Van Dam en promovenda Naomi Koning vonden bovendien geen significant effect in hun onderzoek naar de invloed van de coronamaatregelen op het mentale welzijn van jongeren. „Jongeren die kwetsbaar waren, hadden extra last van de coronatijd, maar het beeld dat een hele generatie depressief was, is veel te zwaar aangezet.”

De coronacrisis heeft jongeren geholpen makkelijker en meer over hun mentale problemen te praten, zegt Van Dam. „De mental health awareness and literacy, zoals dat heet, is toegenomen. Maar we zijn nog wel een beetje zoekende naar het juiste taalgebruik. Als ik nu zeg dat ik depressief ben, wat bedoel ik daar dan eigenlijk mee? Ben ik depressief volgens de criteria van de DSM-5, het handboek voor psychiatrie? Of ben ik gewoon een beetje depressed, zoals mijn dochters dat noemen.”

Ook Ruud Verhagen, studentenpsycholoog aan de Radboud Universiteit, betwijfelt of je kunt zeggen dat corona heeft gezorgd voor een mentale crisis onder jongeren. „Corona was natuurlijk schokkend, maar duurde relatief kort. De prestatiemaatschappij, individualisering en het idee dat het leven maakbaar is, zie ik als veel belangrijkere factoren.” Ook sociale media spelen volgens hem een rol. Studenten worstelen met verwachtingen, ziet hij. „Van de maatschappij, van zichzelf. Misschien heeft corona gezorgd voor een verdere toename van digitalisering en schermtijd en op die manier een extra duit in het zakje gedaan.”

Jongeren die kwetsbaar waren, hadden extra last van de coronatijd, maar het beeld dat een hele generatie depressief was, is veel te zwaar aangezet

Levi van Dam
orthopedagoog Universiteit van Amsterdam

Verhagen ziet onder de nieuwe generatie studenten een groep die de middelbare school niet heeft afgesloten met een regulier eindexamen. „Die hebben het gevoel een soort corona-diploma te hebben en daarom twijfelen ze meer aan hun eigen capaciteiten.” Er is ook een groep die al studeerde, maar lang online college heeft gehad. „Die zegt: ik heb niet alles uit mijn studentenleven kunnen halen.”

Een overblijfsel van corona is dat onderwijsinstellingen studenten meer mentale ondersteuning zijn gaan bieden. Op Zuyd Hogeschool, een hbo-instelling met twaalf locaties locaties in Heerlen, Sittard en Maastricht, is de NPO-subsidie onder meer ingezet voor extra studentenpsychologen en groepstrainingen op het gebied van welzijn. „We zagen de behoefte daaraan al voor corona toenemen”, zegt Kim Hulsen, teamleider coaching bij de dienst studentenzaken. Er zijn meer inloopspreekmomenten gekomen en op wc-deuren hangen QR-codes die als je ze scant, leiden naar een webpagina waarop je makkelijk een afspraak kunt maken.

3Gedrag

De coronacrisis veranderde het gedrag van kinderen en jongeren. Dat was vooral te merken vlak na het opheffen van de lockdowns en de schoolsluitingen. Carla Haelermans hoorde daar destijds „zorgelijke geluiden” over vanuit het voortgezet onderwijs, vertelde ze in een interview met NRC eind 2022. „Korte lontjes, meer vechtpartijen, minder doorzettingsvermogen… Ik zou het eerlijk gezegd niet gek vinden als we daar een nog grotere vertraging gaan zien.”

Caroline van Bommel ziet nog steeds een „sociale achterstand” bij basisschoolleerlingen. Ze coacht gepeste kinderen, geeft op scholen trainingen in sociale weerbaarheid en was tot voor kort zzp-lerares in het basisonderwijs. Dat over die sociale achterstand hoort ze ook van andere leraren. Die wordt wel ingelopen; het verschilt per kind hoe snel. „Maar het is echt nog een groot verschil met wat ik vóór corona zag. Ze hebben bijvoorbeeld moeite met het aangaan van vriendschappen en het oplossen van conflicten, doordat hun empathisch vermogen minder is ontwikkeld.”

Ze ziet ook dat kinderen het daardoor lastig vinden om gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal goed te lezen. „Er was bijvoorbeeld een leerling die tegen een andere leerling zei: ‘Kijk niet zo boos naar me!’ Maar die andere leerling was gewoon met een opgave bezig die hij lastig vond.”

Dat ziet Jan-Mattijs Heinemeijer – rector van het Mendelcollege, een school voor vmbo, havo en vwo in Haarlem – ook bij zijn leerlingen. „Kinderen zijn inderdaad minder goed geworden in gezichtsuitdrukkingen, maar daarvoor moet je ook gewoon vlieguren hebben gemaakt.” Hij denkt dus dat ze er wel weer overheen groeien.

Ik heb eigenlijk weinig last gehad van de coronacrisis. Mijn leven was als topsporter al heel geïsoleerd

Lisa Kruger (24)
Topzwemster

Vlak na corona zag hij meer „vandalisme” in de school. „De omgangsnorm was niet gezet. Voorheen keek je als brugklasser om je heen en dacht je: ah, dus zo gaat het hier. Tijdens corona kon dat niet. Het gaat inmiddels beter, maar we zijn nog niet helemaal terug op het oude niveau. Of het volledig te koppelen is aan corona weet ik natuurlijk niet.”

In de periode vóór corona zag je al heftigere incidenten op scholen, zegt Van Bommel, dus ze wil niet alles één op één aan corona koppelen. „Maar er is duidelijk meer spanning dan voor de lockdowns. Je zag en ziet bij jongens dat ze eerder gefrustreerd zijn en meer haantjesgedrag vertonen. Bij meisjes is er meer onzekerheid. Ze letten heel erg op elkaar en op elkaars reactie. Er wordt meer geroddeld.”

Jongere kinderen hebben vooral meer moeite met uitgestelde aandacht, volgens Van Bommel. „Als de juf zegt dat ze eerst zelfstandig moeten werken, willen ze gelijk naar de juf toe. Dat wordt wel iets minder, maar is nog niet weg.”

Op middelbare scholen en het mbo was al voor corona een stijging te zien in het spijbelen. Die trend zette verder door. Het langdurig verzuim is eveneens gestegen. Dat merkt ook Lia Veldhuis, verzuimcoördinator bij ROC Da Vinci in Dordrecht, een mbo-school met meerdere vestigingen. „We zien sinds corona meer psychische klachten. Sommige studenten die daar last van hebben vinden het moeilijk om naar school te komen.” Het is de taak van de verzuim- en zorgcoördinatoren op school om deze studenten te ondersteunen en te motiveren. Welke hulp nodig is, verschilt. Veldhuis: „Ik maak altijd een plan op maat. Soms helpt het om tijdelijk een aangepast rooster te geven. Dan zeggen we: kom anders eerst twee uur per dag naar school en bouw het op.”

De stichting ‘Lieve Mark’, die in coronatijd bij toenmalig premier Mark Rutte (VVD) meer aandacht vroeg voor studenten in het coronabeleid, maakte – en maakt – zich zorgen over het drank- en drugsgebruik. Deze stichting, een initiatief van bezorgde studenten, hield enquêtes onder meer dan zevenduizend medestudenten en zag daarin dat 40 procent van de studenten meer alcohol en/of drugs was gaan gebruiken in coronatijd. Groepsdruk speelde daarbij een rol, zegt voorzitter Martijn Janse. Volgens hem is het voor studenten sindsdien normaler geworden om drugs te gebruiken. In cijfers van het Trimbos-instituut is dat niet terug te vinden. Janse heeft wel een verklaring: „In dat onderzoek wordt gekeken naar alle studenten, ook thuiswonenden, maar het toegenomen drugsgebruik speelt vooral in studentenhuizen.”

Vapen is volgens het Trimbos-onderzoek wel populairder geworden onder studenten. En alcohol is „all time high”, zegt projectleider Dopmeijer. „We zagen tijdens corona geen opleving maar ook geen daling.”

Jongeren tijdens Corona
5 jaar geleden

Op de eerste zaterdag van 2018 portretteerde NRC achttien jongeren die dat jaar achttien zouden worden. Hoe ging het eigenlijk met die generatie van millenniumkinderen, op de drempel naar volwassenheid? Aan het begin van de coronacrisis werden vijf van hen opnieuw opgezocht, met de vraag hoe de coronacrisis hun leven beïnvloedde. Nu, vijf jaar verder, vragen we Anne-Ruth, Hanwe en Lisa weer hoe het met ze gaat.

Anne-Ruth Barth, Leerkracht (25)‘Nu denk ik: deden we dat echt?’

„Als ik terugdenk aan corona, voelt het surrealistisch. Ik was begin 2020 bezig met een opleiding tot pedagogisch-educatief begeleider en werkte vier dagen in de week als onderwijsassistent op een basisschool. Toen de school dicht moest, werd ik twee dagen in de week ingezet op de noodopvang voor kinderen. Ik kwam pas nog een foto tegen waarop ik zo’n plastic spatscherm voor mijn gezicht had. Nu denk ik: deden we dat echt?

„Ik ben nu bijna klaar met de pabo en werk vier dagen in de week op een school, groep 8. Niet meer in Gouda of Zoetermeer, waar ik toen woonde, maar in Middelharnis. Ik ben in 2022 getrouwd met mijn verkering van de middelbare school en verhuisd naar Stad aan ’t Haringvliet, een dorpje op Goeree-Overflakkee. We hebben een sociaal leven opgebouwd, onder andere via de kerk, met vrienden die we regelmatig zien. Dat heb ik in coronatijd gemist.

„Ik kan niet zeggen dat ik mentale problemen had, maar ik was wel vaak op mezelf aangewezen. Mijn ouders woonden ver weg, in Zeeland, en ik woonde in het begin in een bijna leeg studentenhuis, tot ik naar een eigen appartement verhuisde. Om de tijd door te komen vermaakte ik me met schilderen, lezen en puzzelen.

„In het begin van de coronacrisis was ik heel voorzichtig. Later ging ik twijfelen. Ik zag dat winkeliers het moeilijk hadden en mensen zich eenzaam voelden. Was dat het allemaal wel waard? Als je me nu vraagt wat mijn oordeel is, heb ik geen antwoord. Ik heb vooral geleerd niet meer zo snel een mening te hebben over alles.”

Hanwe Chang (24), YouTuber en investeerder‘Het gaat nu echt weer goed met me’

„Als ik op corona terugkijk, vind ik dat het mij makkelijk af ging. Ik had houvast, ik kon thuis werken aan mijn video’s. Het aantal volgers op mijn YouTube-kanaal explodeerde. Het had meer effect op mij toen de crisis was afgelopen. Ik bleef in die mindset zitten van werken, werken, werken, tot op het punt dat het niet meer gezond was. Het contact met mijn vrienden was vervaagd. Ik kon ook niet goed meer slapen. Mijn vader zag dat het niet goed met me ging, hij heeft me eruit geholpen.

„Sindsdien zie ik mijn vrienden weer en ben ik gaan focussen op hobby’s als gitaar spelen en boeken lezen. Vroeger uploadde ik drie keer week een video, nu alleen wanneer ik er zin in heb. Ik ben inmiddels investeerder, in aandelen en hotels. Toen ik op de middelbare school zat, was ik van plan hotelschool te doen. Dat is er nooit van gekomen, ik heb niet het idee dat ik dat nog moet doen.

Ik heb net met mijn ouders een nieuw hotel gekocht en mijn vriendin, die meedoet aan een Miss-verkiezing, een huwelijksaanzoek gedaan. Het gaat nu echt weer goed met me.”

Lisa Kruger (24), Topzwemster‘Talentontwikkeling heeft een tik gehad’

„Ik heb eigenlijk weinig last gehad van de coronacrisis. Mijn leven was als topsporter al heel geïsoleerd. Vóór corona zag ik mijn vrienden ook maar eens in de twee maanden.

„Het was natuurlijk wel heel erg schakelen toen de Paralympische Spelen in Tokio in 2020 werden verplaatst naar 2021. En ik moest door de lockdowns een manier vinden om tóch te trainen. Toen ben ik tijdelijk bij mijn opa en oma in Groningen gaan wonen, want daar kon ik mijn trainingsapparatuur kwijt. Dat was eigenlijk heel fijn. Ik krijg geen gevoel van isolatie als ik daaraan terugdenk. Ik kon hardlopen tussen de mooie weilanden van Noord-Groningen.

„Gelukkig mochten wij als topsporters vrij snel weer normaal trainen, maar dat gold niet voor een groep aanstormend talent dat toen nog niet in de top zat. We hebben wel het idee dat die door corona een tik heeft gehad qua talentontwikkeling.

„Ik zwem nog steeds. Bij de Spelen van Parijs vorig jaar heb ik twee bronzen medailles gehaald. Daarnaast ben ik afgelopen zomer begonnen aan een studie geneeskunde. Dat wilde ik al langer, maar omdat vóór corona hoorcolleges niet standaard werden opgenomen, was het niet te combineren met de topsport. In coronatijd werd het gebruikelijk om ze wel allemaal op te nemen, dus nu kan ik ze ‘s avonds na mijn trainingen terugkijken. Dat ik de topsport met mijn studie kan combineren, heb ik dus eigenlijk aan corona te danken!”


‘Westlandse methode’ zorgt voor grip op misstanden rond arbeidsmigranten. Waarom volgt de rest van Nederland niet?

„Arbeidsmigranten? Nee hoor, die huisvesten wij hier niet”, had de directeur van het uitzendbureau met droge ogen beweerd. Telkens als Anna Jansen-Gronkowska, senior beleidsmedewerker bij gemeente Westland, hem ernaar vroeg. „Nee, echt niet.” En dat dan twíntig keer, want met elke uitzender in de gemeente houdt ze nauw contact.

Maar toen in een pand in Westland eens brand uitbrak, stonden daarbuiten op de stoep toch echt een achttal arbeidsmigranten. Van diezelfde uitzender. Jansen-Gronkowska, strenge blik: „Dus toen heb ik de volgende dag de directeur bij mij geroepen. ‘Hoeveel migranten huisvest jij nog meer in onze gemeente? Vertel het, anders stuur ik nú handhavers naar jouw kantoor om de administratie op te halen’.”

De directeur had gezwegen. En toen, na een knikje van zijn advocaat: „Honderdtwintig.”

Maak de arbeidsmigrant zichtbaar, is de boodschap van ook wethouder Peter Valstar. „Door ze als gemeente te registeren. Dan kun je erbóvenop zitten. De regie houden. En bij misstanden: handhaven.”

„Registratie is zichtbaarheid”, beaamt Jansen-Gronkowska. In de gemeente Westland zijn uitzendbureaus al sinds 2011 verplicht hun arbeidsmigranten in te schrijven als inwoner in de Basisregistratie Personen; als eerste gemeente in Nederland.

En natúúrlijk, zegt uitzender Jan Willem van der Meer, willen zijn malafide branchegenoten zo’n registratie liever niet. „Dan kunnen ze worden gecontroleerd en dat kost ze geld. Moeten ze zorgen voor goede huisvesting, goede werkomstandigheden.”

Des te frustrerender, zegt het drietal, dat er na al die jaren nog altijd zo weinig gemeenten het Westlandse voorbeeld hebben gevolgd. Want zo houden de malafide uitzendbureaus vrij spel. Die huisvesten hun werknemers dan toch gewoon buiten de gemeentegrens? Tien man in een te kleine woning gepropt. „En dan dagelijks in busjes op en neer naar de Westlandse kas.”

Lees ook

Het Westland is economisch afhankelijk van arbeidsmigranten. Waarom werd Wilders hier toch de grootste?

Werknemers van House of Work aan het werk in een kas in Westland.

Papieren werkelijkheid

En zo klinkt onder het drietal in de Zuid-Hollandse kassengemeente wel meer verbazing over de landelijke aanpak van de problemen rond arbeidsmigranten. Zo hoorden ze woensdag de Tweede Kamer debatteren over een nieuwe wet die uitbuiting van arbeidsmigranten moet tegengaan. Maar of het de problemen oplost?

Het is, zeggen ze, alsof de beleidsmakers in Den Haag, amper tien kilometer verderop, leven in een papieren werkelijkheid. En dan wetgeving invoeren die niet strookt met de problemen die zíj dagelijks zien in de praktijk.

Het drietal zit voor de gelegenheid aan de koffie op het hoofdkantoor van uitzendorganisatie House of Work. Bezoekers aan de balie worden in zes talen welkom geheten. Inmiddels hebben de Bulgaren, Roemenen en Moldaviërs de Polen verdrongen. Anna Jansen-Gronkowska: „In Polen verdien je nu meer dan hier.”

Het tekent de ontwikkeling die arbeidsmigratie in Nederland de afgelopen decennia heeft doorgemaakt en waarvan het drietal getuige is geweest, ieder vanuit een eigen perspectief.

Wethouder Peter Valstar groeide op in ’s Gravenzande en leerde de migrant kennen toen hij als jongere lelies en tomaten plukte. „Zij kwamen wél opdagen op zaterdagochtend, terwijl ik met een kater in bed lag.” Zijn overburen waren Pools, zijn achterburen. Valstar is sinds vorig jaar wethouder economische zaken.

Jan Willem van der Meer zag als zoon van een tuinder met eigen ogen hoe schaalvergroting Westland ging domineren. In de jaren zeventig had elke tuinder nog gemiddeld een halve hectare, in de jaren negentig was zijn vader met twee hectare een van de grotere en nu is het gemiddeld glasareaal ruim vier. Van der Meer is operationeel manager van House of Work, een uitzendgigant die dagelijks drieduizend werknemers aan het werk heeft.

Anna Jansen-Gronkowska van gemeente Westland en Jan-Willem van der Meer van House of Work.
Foto Merlin Daleman

De Poolse Anna Jansen-Gronkowska vestigde zich in 1989 in Nederland, ontwikkelde in 2011 het registratiesysteem voor buitenlandse werknemers in gemeente Westland en is sindsdien zoals geen enkele andere ambtenaar in Nederland met het dossier verknoopt geraakt. Ze overlegt erover met ministeries, vakbonden, keurmerkorganisaties over arbeidsmigratie en minimaal eens per jaar bezoekt ze alle ruim dertig uitzendbureaus in haar gemeente om toe te zien op de omstandigheden.

„Verschijnt haar naam op het telefoonscherm van een directeur van een uitzendbureau” – Valstar glimlacht – „dan neemt-ie vrijwel zeker direct op”.

Jansen-Gronkowska: „En anders belt-ie gelijk terug.”

Tekort aan ‘handjes’

Slechte huisvesting, erbarmelijke werkomstandigheden. Dat zijn de problemen die arbeidsmigranten ervaren. En die zijn van alle tijden, óók in Westland.

Sla de kranten uit de jaren tachtig er maar eens op na. Toen heette de migrant nog ‘gastarbeider’ en de uitbuiter ‘koppelbaas’. In Westlandse kassen troffen controleurs Turkse en Marokkaanse werknemers aan die illegaal in Nederland verbleven en op matrasjes in de schuur sliepen. „Maar wat moeten we dán”, klonk het. „Niemand anders wil dit werk doen en we laten de tomaten toch niet verrotten aan de struik?”

Een tekort aan „handjes” is er in Westland altijd geweest, net als de trek van migranten die er hoopten geld te verdienen. Al in de jaren tachtig wisten Poolse werknemers de Westlandse kassen te vinden. Jansen-Gronkowska: „Het ging daar economisch slecht en ik kreeg telefoontjes van Poolse vrienden en kennissen die vroegen: ‘weet jij waar ik zou kunnen werken?’. Ik ging daar nooit op in, maar ik wist: Westland…”

Van der Meer: „De deur bij ons thuis werd echt plat gelopen.”

Zoals veel tuinders had zijn vader een bord aan de poort opgehangen met daarop ‘nie ma pracy’ (Pools) en ‘iş yok’ (Turks). Ofwel: ‘geen werk’. Want er was strikte handhaving. Het Westlands Interventie Team deed invallen bij tuinders en als ze illegale werknemers aantroffen, werden die op het vliegtuig terug gezet en kreeg de werkgever een flinke boete. „Simpel en doeltreffend”, klinkt aan tafel.

Een nieuwe golf arbeidsmigranten bereikte de Westlandse kassen toen in 2007 de Europese grenzen verder openden. In Polen was de werkloosheid hoog en ook universitair geschoolden kwamen naar Nederland om tomaten en paprika’s te plukken. Ideale werknemers, zegt Van der Meer, want ze werkten keihard en spraken Engels. In dat jaar opende ook ’s lands eerste ‘Polenhotel’, in Wateringen.

Bij sommige migranten was er vrees, die wilden niet. Anderen waren juist blij. ‘Eindelijk ben ik méér dan mijn sofinummer!’

Anna Jansen-Gronkowska
beleidsmedewerker gemeente Westland

Huisvesting, zegt Valstar, is in het dichtbebouwde Westland altijd een probleem geweest. En door de schaalvergroting alleen maar meer. Alleen een oneindige hoeveelheid handjes kon alle tomaten tijdig plukken. En ook toen trof het Westlands Interventie Team bij tuinders erbarmelijke leefomstandigheden aan. Dat was het moment, zegt Valstar, dat de gemeente de omstandigheden van arbeidsmigranten beter „in het snotje” wilde krijgen.

Inschrijvingssysteem

Westland vroeg Jansen-Gronkowska – met kennis van registratiesystemen en de Poolse taal – om een inschrijvingssysteem voor migranten te ontwikkelen. Niemand in Nederland had zoiets ooit gedaan. Op 15 juni 2011 was de eerste registratie een feit. Er volgden achttien inschrijfavonden in één jaar waarbij telkens tussen de tachtig en tweehonderd migranten langskwamen op het gemeentehuis. Het klantcontact per inschrijving had Jansen-Gronkowska weten te verkorten van een half uur tot één minuut; alles om de drempel zo laag mogelijk te houden. „Bij sommige migranten was er vrees, die wilden niet. Anderen waren juist blij. ‘Eindelijk ben ik méér dan mijn sofinummer!’”

Werkgevers en uitzendbureaus waren aanvankelijk minder blij. Die hadden ingestemd omdat ze anders voor elke werknemer toeristenbelasting moesten betalen, maar vonden het vooral gedoe. Van der Meer: „Moeten onze werknemers dan ook gemeentelijke belastingen betalen? Hoe zit het met auto’s op Pools kenteken? Wat te doen met werknemers die kort blijven of die we verplaatsen naar onze kassen in Zeeland?”

„Zelfs de vakbonden hebben nog voor het gemeentehuis staan protesteren”, zegt Jansen-Gronkowska. „Die vonden dat wij ons te veel bemoeiden met het privéleven van de migrant.”

Maar al snel zagen alle partijen de voordelen. Van der Meer: „De inschrijving bleek voor ons een goed moment om werknemers breder te informeren over de Nederlandse wet.” En de gemeente kreeg beter zicht op een groep die tot dan toe anoniem was gebleven.

Concurrentie

In Westland staan er momenteel zo’n 5.200 arbeidsmigranten als ingezetene geregistreerd, op een totaal van tussen de 12.000 tot 18.000 jaarlijkse werknemers. Seizoenwerkers, deels, blijkt uit de registratiecijfers. Een spaarpotje opbouwen en weer terug. Hoppers. En ook blijkt dat negenhonderd arbeidsmigranten al veertien jaar of langer in de gemeente wonen.

Arbeidsmigranten kunnen zich inschrijven bij het loket voor niet-ingezetenen van de gemeente Westland.
Foto Merlin Daleman

Het effect van registratie? Honderdvijftig controles op huisvesting in Westland voerde de gemeente het afgelopen jaar uit. Jansen-Gronkowska, trots: „Slechts twee incidenten”.

Maar zolang andere gemeenten níét registeren, weet drietal ook, blijft het effect op de markt minimaal. „Je controleert alleen de goede. Dat is het punt”, zegt Van der Meer. „Wij voldoen, net als die andere dertig uitzendbureaus in Westland, aan alle certificeringen. Maar dat geldt niet voor alle anderen…”

Want dat is een ander effect dat ze zagen na de invoering van het registratiesysteem: enkele malafide uitzendbureaus vertrokken uit de gemeente. Die vestigden zich elders. En daar kunnen ze hun gang gaan. Want al is inschrijving als ingezetene nu óók landelijk verplicht voor arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland willen blijven, in de praktijk schrijven ze zich amper in en controleren de meeste gemeenten daar niet op. En de minister wil nu een convenant sluiten met de bonafide werkgevers waarin ze een aantal zaken, zoals registratie, regelt. Jansen-Gronkowska: „Maar wat heeft dat voor zin? Het gaat juist om de boeven.”

Wil je begrijpen hoe zulke malafide bureaus denken, besef dan: in de sterk concurrerende tuinbouwsector tellen de kleinste marges. Uitzendbureaus krijgen opdrachten van tuinders in de grootte van honderdduizenden arbeidsuren en iedereen in Westland kent het minimumloon – veertien punt nul zes euro – uit het hoofd. Uitzendbureaus betalen hun werknemers bonussen voor plukopbrengst per kilo en sommige uitzenders, zoals House of Work, betalen mee aan de huisvesting.

Van der Meer met grote ogen: „Heb je al gehoord welke omrekenfactor nu klinkt?” De ‘omrekenfactor’, opgebouwd uit bruto uurloon en extra kosten zoals premies en vakantiegeld, bepaalt de concurrentiepositie van een uitzendbureau. Hoe hoger de factor, hoe méér het uitzendbureau doorrekent aan de tuinder die arbeidsuren inkoopt. Bonafide uitzenders zoals House of Work hanteren een omrekenfactor van rond de 1.95: de tuinder moet het bureau 28,5 euro betalen voor één arbeidsuur. „Ik hoorde nu bij sommige bureaus over 1.73! Dat is 2,5 euro per arbeidsuur minder!”

Arbeidsinspectie

En dus zijn de verleidingen groot. Zowel voor tuinders om in zee te gaan met goedkopere uitzendbureaus, als voor die bureaus om de kostprijs per arbeidsuur zo laag mogelijk te houden. Dus houden bureaus hun werknemers liever onder de radar en laten ze migranten wonen in gemeenten waar de registratieplicht niet wordt gehandhaafd. Sterker, sommige bureaus hebben van huisvesting hun primaire verdienmodel gemaakt. Die proppen niet vier maar ácht arbeidsmigranten in één woning en vragen vele honderden euro’s huur.

En ja, Westland wil niets liever dan huisvesting voor migranten binnen de gemeentegrens, zegt Valstar. „Ook om het aantal vervoersbewegingen te beperken. Alleen, krijg het maar eens voor elkaar.” Voor één voorziening loopt het vergunningstraject nu al zes jaar omdat omwonenden telkens bezwaar aantekenen. „Not in my back yard.”

Konden ze dáár op de departementen in Den Haag maar een oplossing voor bedenken, mijmert het drietal. Net als voor de geringe slagkracht van de Arbeidsinspectie, die van de minister meer bevoegdheden heeft gekregen maar amper menskracht heeft. En waarom heeft de minister nog altijd de gemeentelijke registratie van arbeidsmigranten niet verplicht?

Je wilt niet wéten, zegt Jansen-Gronkowska, hoeveel enthousiaste clubjes ambtenaren ze wel niet over de vloer heeft gehad. Hoe vaak het systeem wel niet als ‘best practice’ is genoemd. Maar nog altijd zijn er slechts enkele gemeenten die het Westlandse voorbeeld hebben gevolgd. „‘Bij ons in de gemeente hebben we geen arbeidsmigranten’, hoor ik dan.” „Ik begrijp het wel”, zegt Van der Meer. „Als je weet hoeveel je er hebt, dan moet je er iets mee.”

Lees ook

Ondernemers lopen binnen door uitbuiting van arbeidsmigranten op asielschepen

Asielboten van het Leger des Heils en het COA aan de Rijnkade in Arnhem.