„Zijn hier geen geheim agenten van de Keniaanse regering aanwezig?”, vraagt een schichtige jongere vlak voor het gesprek met koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Maar in de ontspannen ambiance van de woonkamer van de Nederlandse ambassadeur in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar dinsdagochtend tien jongeren het koninklijk paar ontmoeten, verdampt de spanning snel.
„Mijn stem spreekt redelijkheid uit, geen hoogverraad”, begint woordkunstenaar Steve Biko (33). „De heersers van Kenia die ons behoren te beschermen, vermoorden ons. Maar we hebben geen vrees meer.”
We proberen jongeren te activeren tegen de regering, misschien vormen we later een politieke partij en neemt Gen Z de macht over
De koning maakte er geen geheim van dat zijn bezoek omstreden is. „We weten dat er twintigduizend petities zijn verstuurd om ons bezoek af te gelasten. Maar dit is een staatsbezoek, van het ene aan het andere land. Als je niet komt, keer je Kenia de rug toe.” Waarna Máxima beloofde de woorden van de tien jongeren te zullen overbrengen aan de Keniaanse autoriteiten.
Joshua Okayo (29) liet de uitnodiging van de Nederlandse ambassade voor een ontmoeting met het koninklijke paar aan zich voorbijgaan. „Het staatsbezoek legitimeert de schending van mensenrechten in Kenia”, zegt hij. „De koning schudt de hand van de Keniaanse president William Ruto en daar kleeft bloed aan. Sommigen van ons noemen degenen die wel met de koning spraken verraders.”
Willem-Alexander tijdens de welkomstceremonie bij State House.Foto Remko de Waal / ANP
Aalsmeer
Okayo is een van de meest zichtbare leiders van Gen Z, de aanduiding van zowel een generatie (geboren tussen 1995 en 2010), als van een protestbeweging in Kenia. Hij werd daags na een massabijeenkomst van Gen Z in juni ontvoerd en gemarteld door een nationale veiligheidsdienst. Meer dan zestig betogers werden geveld door politiekogels.
Die repressie brengt de koning in een spagaat. Hij arriveerde met een handelsdelegatie van vijftig zakenlieden en drie ministers; Nederland is de grootste handelspartner van Kenia in de EU, vooral vanwege de bloemen die dagelijks uit het land naar Aalsmeer worden gevlogen. „Dit bezoek gaat om geld verdienen, niet om mensenrechten”, sniert Okayo. „Een halfuurtje met jongeren praten is slechts een dekmantel.”
In Kenia is met de opkomst van Gen Z een nieuw hoofdstuk in zijn politieke geschiedenis geopend. Gen Z verscheen vorig jaar in beeld met een demonstratie waar tienduizenden mensen aan deelnamen, niet alleen in Nairobi maar door het hele land. Aangevoerd door creatieve digital natives protesteerden de jongeren tegen hogere belastingen en hekelden ze de corruptie van de politieke klasse die schaamteloos zichzelf verrijkt. De jongeren organiseren zich niet op basis van tribale afkomst, zoals gebruikelijk in de Keniaanse politiek. Ze zijn partijloos en opereren zonder leiders.
De regering van president William Ruto wist aanvankelijk geen raad met dit nieuwe verschijnsel. Ze stuurde het leger de straten op en huurde relschoppers in om bijeenkomsten van Gen Z te verstoren. Toen de golf van jeugdig verzet aanhield, begon de regering kopstukken te ontvoeren, te doden en te martelen. Ontvoeringen vinden inmiddels niet meer plaats, maar een aantal jongeren is nog steeds zoek.
De koning en koningin brachten op uitnodiging van president Ruto een driedaags staatsbezoek aan Kenia.Foto Remko de Waal / ANP
Democratie
Gen Z is niet de eerste generatie die ageert tegen machtsmisbruik. Kenia is een relatief vrij land, maar geen goed ontwikkelde democratie. Willy Mutunga (1947), voormalig activist en opperrechter, spreekt over een terreurbewind in Kenia. „Sinds de onafhankelijkheid in 1963 vinden hier schendingen van de mensenrechten plaats. Dat is niets nieuws”, zegt hij. Onder vorige dictaturen arresteerden de machthebbers politici en activisten en, hoewel onder valse voorwendselen, brachten ze hun met aanklachten voor de rechters. „Voor Ruto is de grondwet een ongemak, hij houdt zich niet aan uitspraken van gerechtshoven. Door de ontvoeringen maakt hij duidelijk aan Gen Z dat als ze nog een keer een opstand beginnen, ze worden gedood.”
Ze waren jong, onbevreesd en overal. Maar onder druk van de repressie protesteren de Gen Z-leiders sinds enkele maanden weer vooral van achter hun computers. Hoe wijdverbreid de roep voor afgelasting van het koninklijke bezoek precies is, valt daarom moeilijk in te schatten. De jongeren zetten hun verzet tegen Ruto voort in kleine gemeenschappen. „Ons actiemodel noemen we bullshit politiek”, vertelt activist Okayo. „We bezetten kantoren van corrupte volksvertegenwoordigers en laten hun telefoons vollopen met berichten. Zo proberen we jongeren te activeren tegen de regering, misschien vormen we later wel een politieke partij en neemt Gen Z de macht over in Kenia.”
Gen Z is deel van de opkomende middenklasse, met heel andere belangen dan het overgrote straatarme deel van de jeugd
Andere jongeren hebben zich afgekeerd van Gen Z. „Het zijn verwende kinderen”, schampert de sociaal werker Robert Ochola, zelf van de generatie van vóór de eeuwwisseling. „Je kunt mensen niet onderverdelen op basis van hun leeftijdsgroep, maar wel op basis van klasse. En Gen Z is deel van de opkomende middenklasse, met heel andere belangen dan het overgrote deel van de jeugd dat straatarm is. Je ziet nu al dat sommigen van Gen Z zich laten omkopen door de corrupte politieke klasse. Zo is het altijd gegaan in Kenia.”
De tien jongeren komen opgelucht en tevreden van het gesprek met het koninklijke paar. „We zijn geen verraders geworden door dit gesprek met de koning. We doen het voor ons vaderland”, zegt een van de jongeren. Maar in de vijandige omgeving van de Keniaanse politiek voelen ze weer angst. „We maken ons zorgen wat er met onze aanbevelingen voor beter bestuur gaat gebeuren.”
Koning Willem-Alexander bezoekt Thogoto Forest en maakt onder meer kennis met deze Keniaanse.Foto Remko de Waal / ANP
Lees ook
Keniaanse influencers grijpen staatsbezoek Willem-Alexander aan als politiek drukmiddel
Het verkorten van de tandartsenopleiding van zes naar vijf jaar gaat toch niet door. Dat schrijven de ministers Fleur Agema (Zorg, PVV) en Eppo Bruins (Onderwijs, NSC) aan de Tweede Kamer. Het omstreden plan, afkomstig van het vorige kabinet, stuitte op veel weerstand van de opleidingen en de tandartsen. Die vrezen dat het voorstel ten koste gaat van de kwaliteit.
In hun brief schrijven de bewindslieden dat „de verkorting van de opleidingsduur pas op een veel later moment leidt tot extra opleidingsplaatsen” en daarmee niet past bij de „urgentie” van het vorige kabinet om snel meer tandartsen op te leiden.
Het verkorten van de opleiding was bedoeld om geld vrij te maken om extra tandartsen op te leiden en zo het tandartsentekort tegen te gaan. Nederland telt nu zo’n 10.200 tandartsen. Over tien jaar is 42 procent gestopt: gemiddeld 428 per jaar. De meesten gaan met pensioen.
Eerst zou de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek moeten worden gewijzigd, waarna dan pas in het studiejaar 2033-2034 extra plekken op de opleidingen mogelijk worden.
Lees ook
Steeds meer tandartsen voeren een patiëntenstop in: ‘Mensen kunnen nergens terecht’
Gratis
Nu al hebben veel tandartsen een patiëntenstop ingevoerd, dat zal komende jaren alleen maar meer gebeuren. Pas afgestudeerde tandartsen willen vaak parttime werken. Tegelijkertijd neemt de vraag juist toe. De bevolking groeit, oudere mensen houden langer hun eigen gebit, de aandacht voor tandzorg voor kinderen is toegenomen – die komen dus ook vaker langs. Tot achttien jaar is de tandarts gratis.
Het vorige kabinet wilde het aantal opleidingsplekken laten stijgen van 259 naar 345, dat worden er nu 290. Het Capaciteitsorgaan, dat het kabinet adviseert over de benodigde opleidingsplekken tandheelkunde, had die 345 als minimum geadviseerd. Eind 2025 komt het Capaciteitsorgaan met een nieuwe raming, dan wordt gekeken of het aantal plaatsen moet worden uitgebreid. In de brief roepen ministers Agema en Bruins de opleidingen op tot dat moment mee te denken over het oplossen van het tekort.
Met het besluit van Agema en Bruins lijkt ook de komst van een extra tandartsenopleiding bij het Rotterdamse Erasmus MC van de baan. Er is minimaal een vijftigtal plekken nodig voor een levensvatbare opleiding, terwijl dat aantal nu blijft steken op 31. Nieuwe studenten onderbrengen bij bestaande opleidingen is dan goedkoper.
Lees ook
Steeds meer tandartsen voeren een patiëntenstop in: ‘Mensen kunnen nergens terecht’
De beantwoording van verzoeken tot openbaarmaking van overheidsinformatie verloopt opnieuw trager. Met 188 dagen is de gemiddelde termijn in 2024 twaalf dagen toegenomen ten opzichte van 2023. Al jaren duurt de beantwoording gemiddeld ruim een halfjaar, terwijl de wettelijke termijn in de Wet open overheid uiterlijk 42 dagen is.
Dat blijkt uit onderzoek van non-profitorganisatie Open State Foundation in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en het Instituut Maatschappelijke Innovatie. Het gaat om Woo-besluiten die in 2024 werden gepubliceerd op de sites van ministeries. Het aandeel dat buiten de termijn wordt beantwoord, ligt afgelopen vier jaar – sinds Open State dit bijhoudt – rond de 83 procent.
Het ministerie van Justitie en Veiligheid spant dit keer de kroon met 299 dagen, terwijl Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met 99 dagen opnieuw het snelste is. Eerdere jaren was het ministerie van Financiën het langzaamst. Serv Wiemers van Open State heeft met Financiën gesproken, vertelt hij. „Ik kan niet zeggen dat dat effect heeft gehad, maar de wil was er wel.” Wiemers hoopt dat ministeries ijveren om niet de slechtste van de klas te worden.
Boerenbedrijven
De scores van de onder het kabinet-Schoof ingerichte ministeries Asiel en Migratie, Volkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening en Groene Groei en Klimaat werden nog onder de departementen gevoegd waar ze uit voortkomen, respectievelijk: Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.
Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur publiceerde in 2024 de meeste Woo-besluiten: 378 (Financiën is tweede met 255).
Het aandeel aanvragen dat buiten de termijn wordt beantwoord, ligt afgelopen vier jaar rond de 83 procent
Landbouwminister Femke Wiersma (BBB) heeft onlangs nog verzoeken tot openbaarheid over milieugegevens in relatie tot boerenbedrijven stilgelegd, omdat die de privacy in het geding zouden brengen. Experts hebben kritiek op deze inperking. De Woo-verzoeken kwamen van onder meer NRC en milieubeweging MOB – bekend van rechtszaken op het gebied van het stikstofdossier – en dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier.
Voor het eerst heeft Open State ook uitvoerig naar lokale overheden gekeken. Gemeentes werden steekproefsgewijs bekeken, waarbij Amsterdam eruit sprong in positieve zin. De beantwoordingstermijn is ruim gehalveerd afgelopen jaar, van 137 dagen naar 63.
Lees ook
Het lukt ministeries maar niet om verzoeken van burgers sneller te behandelen
Sneller
Het beeld van hoe de provincies presteren, is compleet op Overijssel na. Groningen (190 dagen) is de langzaamste. Gelderland antwoordt, ondanks een driemaal hoger aantal Woo-besluiten dan alle andere provincies, relatief snel na een gemiddelde 66 dagen. Alleen Limburg (63 dagen) is sneller.
Open State merkt op dat Overijssel geen overzichtelijke lijst van Woo-besluiten publiceert, waardoor de termijn niet is te berekenen. Wiemers zegt dat deze informatie ook niet is verstrekt. Desgevraagd verwijst Overijssel naar het Woo-portaal, dat door Wiemers „een moeilijk doorzoekbaar ratjetoe” wordt genoemd.
Lees ook
Landbouwminister Wiersma wil niet dat informatie van boerenbedrijven openbaar wordt: verzoeken stilgelegd
Europol ziet de werving van jongeren via sociale media voor het uitvoeren van zwaar geweld als een nieuwe en ernstige dreiging.
Dat blijkt uit het vierjaarlijkse dreigingsbeeld over georganiseerde misdaad dat de Europese politiedienst op dinsdag 18 maart 2025 presenteert. Andy Kraag, sinds oktober 2024 hoofd van het European Serious and Organised Crime Centre van Europol, betitelt deze vorm van ‘dienstverlening’ in de onderwereld als violence as a service.
„Door de manier waarop opdrachtgevers de uitvoerders van zeer ernstige misdaden als afpersing, ontvoering en moord werven, blijven ze vaak buiten schot”, aldus Kraag. „De jongeren die het vuile werk voor criminele kopstukken uitvoeren, lopen wel grote risico’s”, vertelt hij. Meestal kennen deze jongens hun opdrachtgevers niet en realiseren ze zich de consequenties van hun misdaden niet, aldus Kraag: „Ze krijgen ook zelden het geld dat hen is beloofd.”
Tieners als wegwerpartikel
De jongeren, soms nog maar veertien of vijftien jaar oud, moeten volgens Kraag worden gezien als dader én slachtoffer, en worden heel vaak gepakt. „Nadat ze hun opdracht hebben uitgevoerd, hebben ze geen idee wat ze moeten doen.”
En opdrachtgevers keren zich genadeloos tegen uitvoerders als die hun taak niet goed hebben volbracht. „Ze beschouwen deze kinderen als wegwerpartikelen. En die lopen grote risico’s op chantage of gewelddadige repercussies”, vertelt Kraag.
De maatschappelijke gevolgen kunnen volgens Kraag niet worden onderschat. „Niet alleen de uitvoerders zelf, maar ook hun familieleden, buren en vrienden kunnen het doelwit worden van repercussies. Dat is een van de redenen waarom we deze nieuwe praktijk zien als een belangrijke dreiging van de georganiseerde misdaad voor Europese burgers.”
Gijzeling om gestolen wiet
Vijf gegijzelde mannen, hun armen en benen met tiewraps vastgebonden aan de stoel waar ze op zitten, halen opgelucht adem als de Duitse politie op dinsdagavond 25 juni 2024 een afgelegen loods net buiten Keulen binnenvalt. Dr ie van hen werden vier uur lang vastgehouden en mishandeld door een drietal belagers.
Onder voortdurende bedreiging werden hun neus en mond afgedekt met plastic folie, zodat ze niet konden ademen: „Jullie gaan dit niet overleven”, kregen de mannen te horen. Ze werden ernstig verwond met een stalen kabel, waarmee ze op hun hoofd en lichaam werden geslagen.
Een van de slachtoffers werd meerdere keren gewurgd, zo vertelt hij de Duitse politie: „Ik dacht dat ik zou stikken.” Daarna werd hij zo hard in zijn maag gestompt dat hij flauwviel.
En als in de drugshandel problemen ontstaan, lijkt extreem geweld nog het enige middel van communicatie
Als de politie binnenvalt, heeft deze man geen sokken meer aan: de folteraars hebben gedreigd met nagels uittrekken en tenen afsnijden.
Om dat dreigement kracht bij te zetten, werd hij in een arm gesneden met een machete, een kapmes met een lemmet van bijna veertig centimeter, dat de politie in de loods heeft gevonden.
„Waar is mijn geld?”, bleef een van de belagers in het Engels vragen. Hij kreeg telefonische instructies van een vermoedelijke opdrachtgever, zo blijkt uit een aanklacht van de Duitse justitie die door NRC is ingezien. „Waar is mijn geld? Waar zijn die 3 miljoen?”
Dat bedrag verwijst naar een partij wiet die enkele dagen eerder uit dezelfde loods is gestolen. De drie mishandelde mannen moesten de drugs bewaken. Een van hen moet de boel hebben verraden, concluderen de eigenaren van die wiet.
Lees ook
‘Crimineel geld zit in de haarvaten van onze economie en corrumpeert aan alle kanten’
Om te achterhalen wie die verrader is, worden drie Nederlandse mannen ingehuurd. Het gaat om geboren Amsterdammers van 29, 23 en 20 jaar, de twee jongste werden eerder veroordeeld in Nederland voor zware mishandeling en verboden wapenbezit.
Ontvoeringen rond Keulen
Blijkens de Duitse aanklacht hebben de drie niets met de opgeslagen drugs te maken. Ze zijn vlak voor de mishandeling via sociale media geworven voor „werk” en enkele uren voor de gijzeling vanuit Amsterdam naar Duitsland gereden in een zwarte Volkswagen Golf, die later bij de loods wordt aangetroffen.
De diefstal van de wiet en de ontvoering markeren het begin van een zeer gewelddadige periode in en rond Keulen met aanslagen en nog meer ontvoeringen tot gevolg. Dat geweld leidde tot grote onrust onder de bevolking.
Het is volgens Kraag van Europol een typisch voorbeeld van crime as a service. „Het begint bijna altijd met drugshandel. En als in dat milieu problemen ontstaan, lijkt extreem geweld nog het enige middel van communicatie”, aldus Andy Kraag.
Het is een trend die volgens Kraag in Zweden is begonnen en zich als een olievlek door Europa verspreidt. Het geweld komt vaak voort uit armoede, werkloosheid en drugshandel in gesegregeerde achterstandswijken van Zweedse steden waar veel mensen met een migratieachterstand wonen.
Lees ook
Nog nooit werd zoveel cocaïne onderschept in de havens van Rotterdam, Antwerpen en Vlissingen
‘Gamification van geweld’
Uit strafrechtelijke onderzoeken blijkt dat de uitvoerders van aanslagen met vuurwerkbommen in Nederland en uithalers van cocaïne in de havens van Antwerpen en Rotterdam, veelal op dezelfde manier worden geworven. Dat proces begint vaak via sociale media als Snapchat, Telegram of Discord, een chatapp.
Daarop worden door daders filmpjes vertoond van de dreigingen die ze uitvoeren, met vuurwerk of wapens. Ze maken die filmpjes zelf met een telefoon of een camera op het lichaam.
Kraag: „Deze jongeren maken die filmpjes als bewijs voor hun opdrachtgevers. We noemen dit de gamification van ernstig geweld. Een bepaalde groep jongeren vindt dit helaas geweldig.”
En daar zit het risico. „Deze filmpjes hebben ook als doel nieuwe uitvoerders te werven”, legt Kraag uit. „Ze worden vaak gepresenteerd in de stijl van de filmpjes van online influencers die aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Dat zie je bijvoorbeeld aan de taal en emoji’s. Met jongeren die belangstelling hebben voor een opdracht, wordt vervolgens een op een gecommuniceerd via direct messaging.”
Dan begint een proces dat Kraag omschrijft als grooming, vergelijkbaar met slachtoffers van gedwongen prostitutie. „Het verloopt subtiel, in eerste instantie wordt heel vriendelijk gedaan en krijgen jongeren geld en goederen beloofd. Als ze eenmaal hebben toegezegd en zich realiseren wat echt van ze wordt verwacht, kunnen ze niet meer terug. De ronselaars zijn genadeloos.”
Huurmoordenaars
Voorbeelden genoeg van dit rekruteren, vertelt Kraag. Zo werd in januari van dit jaar een vijftienjarige jongen uit het Noord-Hollandse Hoorn aangehouden in de Duitse stad Hamburg.
Nadat de jongen een vermeende Tsjetsjeense maffiabaas had geprobeerd neer te schieten, werd hij door handlangers van de man zelf neergeschoten en mishandeld. Later werd de jongen gearresteerd.
In de Zuid-Franse stad Marseille is vorig jaar oktober een vijftienjarige jongen vanuit de gevangenis door een 33-jarige drugscrimineel aangezocht om een explosief te plaatsen bij de woning van een rivaal. Toen de jongen door handlangers van de rivaal werd betrapt, werd hij neergestoken en levend in brand gestoken.
Om de dood van deze jongen te wreken, huurde de gedetineerde drugsbaas nogmaals iemand in. Dit keer een veertienjarige tiener die de opdracht kreeg om de rivaal te vermoorden.
Hij liet zich met de taxidienst Bolt naar de plaats brengen waar het doelwit verbleef. Omdat de 36-jarige taxichauffeur niet wilde wachten, schoot de jongen hem dood. Toen hij zijn opdrachtgever om hulp vroeg, tipte deze de politie, die de jongen heeft gearresteerd.
Niet alleen de uitvoerders zelf, maar ook hun familieleden, buren en vrienden kunnen het doelwit worden van repercussies
„Iedere vader of moeder die dit soort verhalen hoort of leest, kan zich gewoon niet voorstellen dat een tiener dit soort dingen kan doen,” aldus Kraag. „En toch is het in veel grote Europese steden de realiteit. Daarom hebben we deze praktijk als een ‘cruciale dreiging’ omschreven in het vierjaarlijkse dreigingsbeeld over georganiseerde misdaad.” Volgens Kraag vergt dit Europese probleem een Europese systeemaanpak. „Met diverse getroffen Europese landen zijn inmiddels de eerste afspraken hierover gemaakt.”
Lees ook
‘Crimineel geld zit in de haarvaten van onze economie en corrumpeert aan alle kanten’
De N206 bij Leiden-Zuid voert een gestage stroom auto’s van en naar de A4. Aan die N-weg wordt gewerkt, een metershoge machine is bezig gaten in de zware kleigrond te boren. Nog dichterbij, aan een sloot, staat een bosje waarvan een deel gekapt is. Aan de overkant van die sloot zijn juist nieuwe bomen geplant, stevig verankerd met een rubberen band aan twee houten palen.
De aanplant vormt het hart van het ‘dierenvoedselbos’. Het idee komt van Charlotte Icke-Lemmens (74), die in de buurt woont. „Toen ik tweeënhalf, drie jaar geleden hoorde over de uitbreidingsplannen voor de wegen hier in de buurt, dacht ik niet aan het lawaai of de drukte, maar wat het betekent voor de dieren”, vertelt ze in de serre van haar huis.
Ze zag dat er een faunatunnel zou komen, onder de weg door, van het naburige park Cronesteyn naar het weiland achter haar huis. Maar dat was volledig begroeid met raaigras, waar bijna geen enkel dier zich thuis voelt. „De egels, de padden, de mollen, de insecten, die vinden dat niet leuk.”
Dat moet anders, vond Icke-Lemmens. „Ik ben naar de gemeente gegaan met het idee voor een dierenvoedselbos.” Een dierenvoedselbos, ze heeft de term zelf bedacht, is een bos of bosje dat zo aangenaam mogelijk ingericht is voor dieren, zegt ze. Het moet ze rust, veiligheid en voedsel bieden.
Ieder bos biedt dat wel, voor grotere en kleinere dieren, maar bij het dierenvoedselbos is dat expliciet het doel. Er moeten, als Icke-Lemmens het voor het zeggen zou hebben, zo min mogelijk mensen komen. Bij de opening van ‘haar’ bos in juli vorig jaar zei ze tegen de bezoekers: dit is de laatste keer dat jullie hier zijn.
Zelf komt ze er af en toe, ook met vrijwilligers, nu er nog van alles wordt aangelegd en geplant. Het dierenvoedselbos ligt achter de achtertuin van Icke-Lemmens. Het is een vrij smalle strook, waarvan een groot deel is beplant met zo’n tweehonderd fruitboompjes die nu zo’n drie tot vier meter hoog zijn: mispel, wilde appel, wilde kers, wilde peer. Aan het eind, dichter bij de N206, komen hogere bomen als eiken en populieren. Naast en onder de bomen zijn struiken en hagen geplant waarin bloemen, bessen en noten zullen groeien.
Graafbijenburcht en insectenhotel.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer
Slangenkuil
In het gebiedje van 8.000 vierkante meter (iets groter dan een voetbalveld) zijn volop aantrekkelijke plekken voor dieren. Op een paar leistenen kunnen lijsters slakkenhuizen stukslaan. Een ‘slangenkuil’, een diepe kuil met mest en takken, wordt een broedplaats voor de eieren van ringslangen en hazelwormen. Hoge bomen zullen nestgelegenheid bieden voor een buizerd. Er zijn ‘hotels’ voor insecten en egels. Salamanders en padden kunnen schuilen onder dakpannen, andere dieren zitten liever in takkenrillen, stapels dode takken.
In het vroege voorjaar oogt het gebied nog kaal. De bomen zijn klein, er zitten nog geen bloemen of vruchten aan. Je zal er nu geen dieren zien, behalve een watervogel in de aangrenzende sloot. Pas over een paar jaar, wanneer de bomen groter zijn en de faunatunnel is aangelegd, zal blijken hoe populair dit bosje wordt voor dieren. Zeker is wel dat er veel meer fruit- en notenbomen staan dan in een gemiddeld Nederlands bos, dat kan vogels, insecten en knaagdieren aantrekken.
Er is geen nulmeting gedaan van de soorten en aantallen dieren. „Dat kan altijd nog in het weiland hiernaast”, zegt Icke-Lemmens. Daar is niets aangeplant en de verscheidenheid aan dieren is er buitengewoon laag. Niet alle biodiversiteit is trouwens direct zichtbaar, zegt ze. „Als je hier vroeger een schop in de grond stak, gebeurde er niks. Als je nu een schop in de grond steekt, dan friemelt het van het leven. Ik zie per week nieuwe diersoorten.”
Alle dieren zijn hier welkom. „Ik ben een romanticus, ik zwijmel niet alleen bij een veld vol vlinders, maar ook als ik pissebedden zie”, zegt Icke-Lemmens, die ooit in de directie van Noorder Dierenpark Emmen zat. Zelfs aan de oorwormen is gedacht: hun onderkomens zijn terracottapotjes gevuld met stro, die omgekeerd in de bomen hangen.
Louise Vet, emeritus hoogleraar ecologie aan Wageningen University and Research, is „best enthousiast” over het initiatief in Leiden, zegt ze desgevraagd. „Alles is beter dan een kale of versteende omgeving”, zegt ze. Ze vindt het een mooi voorbeeld van de aanleg van een gevarieerder landschap, „met flora waar fauna op zal reageren”. De oppervlakte is beperkt, maar belangrijk is dat het in verbinding komt te staan met andere gebieden waar dieren zich thuis voelen. Alle grond moet „biodiverser” worden, zegt Vet, voorzitter van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. „Als je grond hebt, dan heb je daarin een rol te spelen.”
Kapcompensatie
Icke-Lemmens was in principe bereid het dierenvoedselbos zelf te betalen, via haar stichting Icke-Lemmens. Maar dat hoefde niet. De provincie Zuid-Holland bleek op zoek naar gebieden als compensatie voor de bomen die gekapt worden bij de uitbreiding van de weg tussen Katwijk en de A4. „Daarvoor zijn gigantische aantallen bomen gekapt”, zegt Icke-Lemmens.
De gemeente Leiden stelde de grond beschikbaar. Het hoogheemraadschap betaalde de aanleg van een natuurvriendelijke oever, 11.000 euro. Fondsen subsidieerden de aanschaf van materialen voor vrijwilligers. En veel mensen werkten belangeloos mee. Haar echtgenoot, sterrenkundige en kunstenaar Vincent Icke, maakte tekeningen voor de website en hij timmerde de kisten waarin het gereedschap ligt opgeslagen.
Amfibiënhotel en Hooiruiter.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer
Andere initiatieven
Vlak bij het huis van Icke-Lemmens zijn twee stukjes bos in aanleg die ook min of meer als ‘dierenvoedselbos’ bedoeld zijn. Bij de horecagelegenheid Tuin van de Smid, in park Cronesteyn, is een weiland beplant met hulst en berken in rechte lijnen en daartussen andere bomen en struiken. Het moet een ‘vogelvoedselbos’ worden, zegt Antje Kuijt, leider van ‘team tuin’ van De Tuin van de Smid. Welke vogels zich hier gaan settelen, weet ze niet precies. Volledige rust zullen dieren hier niet krijgen. Een deel van het perceel is bestemd voor een minicamping, pal ernaast staan een sauna en een hot tub.
Nog een derde stuk ligt achter een bed and breakfast aan de Vliet, en is ook een deels tot bos omgevormd weiland. Dat loopt uit op een haag richting de A4 en dichter bij die snelweg nog een wat voller bos. Ook hier zijn meer fruit- en notenbomen die voedsel zullen gaan bieden aan dieren.
Ook in Park Hitland, tussen Nieuwerkerk aan den IJssel en Capelle aan den IJssel, is in december een klein dierenvoedselbos aangelegd: 2.500 vierkante meter met vruchtdragende bomen en struiken. Het idee kwam van bewoners, vertelt wethouder Rik van Woudenberg (D66) van de gemeente Capelle aan den IJssel. Toen het ging over de toekomst van het gebied viel de term voedselbos, waarbij onduidelijk was of het om de mensen- of de dierenvariant ging. Gekozen werd voor dieren, zegt Van Woudenberg, dat was eenvoudiger te realiseren, ook „gezien de investeringen”. Een dierenvoedselbos is goedkoper en makkelijker te beheren dan een voedselbos voor mensen. Hier oogsten de dieren bijvoorbeeld zelf.
Van Woudenberg voorziet dat over een paar jaar, als de bomen en struiken wat gegroeid zijn, hier „natuurvoorlichting” aan kinderen kan worden gegeven. Volledige rust zullen dieren ook hier niet vinden, in het recreatiegebied met een parkeerterrein, volkstuinen en een speeltuin in de buurt. Van Woudenberg ziet het bos als een stap in de ontwikkeling van wat eens een eenvormig gebied was, „met één soort boom”, naar een plek waar natuur en recreatie meer samengaan.
Lees ook
Waarom Nederlandse bermen ineens zo wild en fleurig zijn
Kleine fauna
Voor deze dierenvoedselbossen geldt: uitgewerkte ecologische plannen met streefsoorten zijn er niet. Charlotte Icke-Lemmens heeft de Universiteit Leiden gevraagd of die wil onderzoeken wat er op het terrein gebeurt. De universiteit verwees haar door naar een commercieel ecologisch bureau. Daar steekt ze voorlopig geen energie en geld in.
In Park Hitland richten ze zich op kleine fauna, zegt wethouder Rik van Woudenberg. „Hazen, konijnen, egels, muizen, insecten, bijen en vlinders en vogels uit het bos ernaast die hier wat extra voedsel kunnen vinden.”
Voordat Jaaike Brandsma in maart 2007 vanuit Almere naar Afghanistan afreisde, had ze tegen familie en vrienden geroepen: „Ik kom liever dood terug in een kist dan dat ik een been moet missen.” Vijf maanden later kwam de destijds negentienjarige Brandsma terug zonder linkerbeen, verloren na een zelfmoordaanslag door een Afghaanse tiener op de bazaar van de stad Deh Rawod. De jongen had een Afghaanse politiepost willen opblazen; het been van Brandsma was ‘collateral damage’.
Brandsma (inmiddels 37) was ‘hartstikke blij’ dat ze nog leefde, zei ze bij terugkomst tegen dezelfde familie en vrienden. Haar commandant, eerste luitenant Tom Krist, had beduidend minder geluk en overleed kort na de aanslag, net als negentien Afghanen op de markt.
Jaarlijks bezoekt Brandsma het graf van Krist, samen met haar twee jonge kinderen van negen en zes. Dan komen de verhalen weer los. Ooit vertelde Brandsma haar oudste waardoor ze haar been verloor. Haar zoon vond ze daar te jong voor. „Die denkt dat ik een been ben kwijtgeraakt door een fietsongeluk, een verhaal dat hij zelf heeft verzonnen.” Binnenkort, als hij zeven jaar wordt, vertelt ze hem de waarheid. „Dan leg ik uit dat er een heel kwade meneer was die een bom liet afgaan, waardoor veel mensen doodgingen. Mamma had geluk dat ze ‘alleen maar’ een been kwijtraakte.”
Slagveld
NRC belde met Brandsma en vier andere veteranen -– in totaal drie vrouwen , twee mannen – uit de krijgsmacht. Hoe kijken zij met hun – soms ingrijpende – ervaringen op het slagveld aan tegen een Europese militaire macht in Oekraïne? De VS hebben daarom gevraagd, of eigenlijk, die geëist, mocht het komen tot een bestand in Oekraïne. Het kabinet-Schoof houdt de deur open voor Nederlandse deelname. Later deze week overleggen Europese landen er weer over onder leiding van de Britse premier Keir Starmer.
Is Oekraïne een Nederlands soldatenleven – of soldatenbeen – waard? En wat verwachten de veteranen van de politiek die de loodzware taak heeft hierover te beslissen?
Drie van de vijf gesprekspartners zijn ronduit positief over een mogelijke Nederlandse deelname, al zeggen ze acuut dat „uiteraard niemand oorlog wil”. „Maar”, zegt Niels Roelen de majoor die achttien jaar geleden vijf maanden in Afghanistan diende, er meteen achteraan: „We moeten wel. Poetin is sinds hij aan de macht is elke vier à vijf jaar een ander land binnengevallen – elke keer zogenaamd om de Russische bewoners te beschermen.”
Een bullebak als Poetin moet je als bullebak behandelen, anders gaat hij steeds verder
Na de aanval op Oekraïne zal Poetin niet stoppen, verwacht Roelen. „Zodra Poetin duidelijk wordt dat Amerika ons niet zal steunen in een confrontatie met de Russen, kijkt hij tot hoever hij kan gaan. Daar zullen ook onze ongeveer driehonderd militairen in Litouwen mee te maken krijgen. Dan komt het heel dichtbij.”
Toegegeven, Oekraïne is geen lid van de NAVO, zegt Siem Kersten, die in 1979 zes maanden als dienstplichtige in Libanon diende en veel later voor zware PTTS werd behandeld, dus er zijn geen bondgenootschappelijke verplichtingen. Maar die formele werkelijkheid gold vooral tot de Russische inval, februari 2022, vindt hij. „Inmiddels zijn we veel Europese topconferenties verder waar president Zelensky bij was. Zijn land is nog Europeser geworden dan het al was.”
Ook het gevoel van westers falen over Oekraïne speelt bij de overwegingen van Kersten een rol. „We hebben ons als Europa al veel te veel in slaap laten sussen over de ware aard van Poetin. Een bullebak als hij moet je als bullebak behandelen, anders gaat hij steeds verder. Daar hoort een Europese krijgsmacht bij, met Nederland erin.”
Lees ook
Zij dienden veertig jaar geleden in de VN-vredesmissie in Libanon. ‘Meer nog dan toen voel ik me machteloos’
Vakantiehuis
Jaaike Brandsma reed kort na de Russische inval, in februari 2022, samen met dorpsbewoners in een bus naar Oost-Polen. „In ons dorp Bathmen was een hulpactie op touw gezet voor Oekraïense vluchtelingen.” Zelf haalde ze in Polen een moeder, haar zus en twee kinderen op. „Die hebben we anderhalf jaar lang in een vakantiehuis van ons opgevangen”, vertelt ze.
Brandsma is onder de indruk van zowel de veerkracht als de vechtlust van de Oekraïners, „waar wij nog wat van kunnen leren”. Over eventuele Nederlandse militairen op Oekraïense bodem, zegt ze: „Als je ziet hoeveel de bevolking in Oekraïne zelf al heeft gegeven en hoeveel slachtoffers daar zijn gevallen, dan vind ik dat zij onze steun dubbel en dwars verdienen, ook militair. Maar uiteindelijk beslist de politiek daarover.”
Twee andere veteranen geven geen antwoord op de vraag of de Oekraïense veiligheid ook de Nederlandse dient, zoals het kabinet steeds stelt. „We hebben het hier zo geregeld dat de politiek op dit soort belangrijke vragen antwoord geeft”, zegt Mariëlle Winnubst (61). Als kapitein-vlieger bestuurde Winnubst dertig jaar lang Chinooks en Alouette III transporthelikopters in onder meer Kosovo, Cambodja en Irak.
„Ik kan het te weinig overzien”, zegt veteraan Ingelise Roelen (zus van Niels) die als trainer actief was in Mali in 2015 en Afghanistan in 2008. Ook was ze in Oekraïne in 2014, toen geneeskundige troepen de lichamen van de slachtoffers van de ramp met de MH17 vanuit het oostelijk deel repatrieerden naar Nederland.
Korea
Aanmerkelijk indringender wordt het gesprek wanneer het gaat over militaire slachtoffers tijdens missies en de rol van de politiek daarbij. Ja, waarschijnlijk zullen militairen sneuvelen, denken ze allemaal. Misschien wel meer dan bij eerdere militaire missies naar het buitenland, zoals naar Korea (1950-1953, 123 gesneuvelden), Afghanistan (2002-2022, 25 doden), Irak (2003-2009, 2 doden) en Bosnië (1992-2011, 16 doden).
„De kans op slachtoffers ligt waarschijnlijk hoger dan in Uruzgan”, denkt de Afghanistan-veteraan Niels Roelen die in directe confrontaties met Taliban – schietpartijen, hinderlagen – de dood in de ogen zag. En: nee, de politiek zal hierover niet heel open zijn naar het publiek, verwachten de veteranen. „Dat was in 2006 ook niet zo toen wij naar Uruzgan gingen”, aldus Roelen. Maar militairen wisten beter: „Op de kazernes was de vraag niet of, maar hoeveel mensen zouden sneuvelen.”
Als je ziet hoeveel de bevolking in Oekraïne al heeft gegeven, verdienen ze onze steun dubbel en dwars – ook militair
Behalve de agressieve houding van de Russen, is het aanmerkelijk verzwakken van de veiligheidsgaranties van de Amerikanen een grote risicofactor, vindt Roelen. Hij denkt terug aan de Amerikaanse luchtsteun waarop hij en zijn mannen konden rekenen in benarde situaties in Uruzgan. „Decennialang waren de VS de vriendelijke overbuurman die een handje hielp. Nu heeft een groep onberekenbare gekken het daar voor het zeggen.”
Libanon-ganger Siem Kersten is optimistischer dan Roelen en pleit voor meer zelfvertrouwen van Europa. Ook hij houdt ernstig rekening met doden onder Nederlandse militairen als die onderdeel zouden uitmaken van een ‘bestandsmacht’. „Maar als we een stevige legermacht op de been kunnen brengen, zullen de Russen misschien terugschrikken, en kan het aantal slachtoffers beperkt blijven.”
‘Popelen’
Hoe kijken militairen aan tegen de risico’s voor henzelf tijdens een mogelijke Oekraine-missie? Willen ze vechten of worden ze kopschuw? De veteranen krijgen uit hun omgeving verschillende signalen. Siem Kersten uit Wijk bij Duurstede kent „een overbuurjongen in actieve dienst die staat te popelen om mee te doen. Hier hebben we toch voor getraind, zegt hij steeds. En zo zijn er wel meer.” Afghanistan-veteraan Niels Roelen ziet onder zijn volgers op LinkedIn iets anders. „Daar zitten militairen tussen die zeggen niet ‘getekend’ te hebben voor een oorlog in Oekraïne. Zij twijfelen dus.” Die twijfel zou kunnen leiden tot hun voortijdig vertrek uit de krijgsmacht, aldus Roelen.
De huidige situatie doet hem denken aan de situatie in 1989, bij de val van de Berlijnse Muur. „Toen schakelde de krijgsmacht over van een klassieke Koude Oorlogssituatie, waarbij de verdediging van het eigen grondgebied vooropstond, naar vredesmissies in verre landen. Daar wilde ook niet iedereen aan meedoen.”
Oud-helikoptervlieger Marielle Winnubst herkent deze observatie. „Zelf ben ik van de generatie die opgeleid werd voor verdediging van het grondgebied van West-Europa in de Koude Oorlog”, vertelt ze. „Maar ineens werd gesproken over uitzending naar Irak.” Dat leidde in de kazernes en op vliegbases tot indringende gesprekken over leven en dood.
Op de kazernes was de vraag niet of, maar hoeveel mensen zouden sneuvelen
Winnubst herinnert zich drie soorten geluiden: „Er waren militairen die zeiden: ‘Ik ben alleen bereid te sterven voor mijn vader, moeder, kinderen, mijn vrouw. Ik sneuvel dan in de hoop dat zij een goed leven hebben’. Anderen zeiden dat ze bereid waren voor hun land te sterven. Dat laatste gevoel wordt actueler nu het gevaar voor Nederland dichterbij komt.”
Maar voor de meerderheid die meedeed aan de missie naar bijvoorbeeld Irak gold toch vooral: „We gaan mensenlevens redden. In Irak deden we dat door de genie te ondersteunen in hun werk voor de duizenden gestrande Koerdische vluchtelingen. Bijvoorbeeld door medicijnen, waterpompen maar ook artsen te vervoeren in onherbergzaam gebied.” Ook Winnubst was daar gevoelig voor. „Ik weet nog goed dat ik thuiskwam en tegen mijn ouders zei: ‘Ik heb nou eens niet een tientje op Giro 555 gestort. Nee, ik heb me kapotgewerkt en zelf ervoor gezorgd dat er waterpompen kwamen’.”
Belangrijker nog dan deze overwegingen, zegt Winnubst, is „een groot gevoel van loyaliteit”. Zowel aan de politiek als mede-militairen. „Als de politiek zegt; je gaat, dan ga je, ook naar Irak. Maar je doet het minstens zoveel ook voor elkaar als groep. Je traint samen, je werkt samen, vaak onder moeilijke omstandigheden. Als puntje bij paaltje komt, kun je niet zeggen: ‘Toedeloe, jullie komen er wel uit, hè?’”
Lees ook
Veteranenombudsman kritisch over trage uitkering van letselschadeclaims: ‘Ronduit onbehoorlijk van Defensie’
Eerlijkheid
De grote loyaliteit van de militairen vergt even grote zorgvuldigheid en eerlijkheid van de politici die beslissen over deelname, vinden de veteranen. Juist daarover bestaan echter twijfels. Winnunbst vindt dat politici te achteloos omsprongen met de veiligheid van het land. „Het was niet slim om de krijgsmacht zo uit te hollen”, zegt ze afgemeten.
Ingelise Roelen, onder meer actief in Mali en Afghanistan, wil graag de politiek vertrouwen, zegt ze, maar kan om één ding niet heen: „Eigenlijk zijn we gewoon met alles veel te laat. We moeten in Europa binnen een paar jaar achterstallig onderhoud aan onze veiligheid van maar liefst 35 jaar inhalen en heel veel beslissingen in korte tijd nemen!” Toevallig adviseert Roelen overheden in crisismanagement en geeft er les in. Eén ding weet ze daarbij zeker: „Het kan niet anders dan dat onder zulke enorme tijdsdruk fouten gemaakt worden, in dit geval fouten die mensenlevens gaan kosten.”
Ook Libanon-veteraan Siem Kersten baart de immense tijdsdruk zorgen. Daardoor groeit de kans dat militairen ergens in worden gerommeld, zo leert zijn ervaring uit 1979. „Als dienstplichtige hoefde ik helemaal niet naar Libanon. Maar ik bleek een slim opgestelde vragenlijst van Defensie te hebben ingevuld. Daarin werd gevraagd of ik dingen voor de Verenigde Naties wilde doen, ergens waterputten slaan of zo. Blijkbaar had ik toen ‘ja’ aangevinkt. Wist ik veel?”
Kersten hoopt daarom op meer eerlijkheid en transparantie door politici dan destijds en pleit uitdrukkelijk tegen gedwongen stationering in Oekraïne.
Haat
Tja, transparantie. Ingelise Roelen kauwt op het woord. Hoe transparant, vraagt ze zich af, kun je zijn over oorlog, dood, haat en vernietiging tegen Nederlanders die nu (nog) leven in een wereld van vrede, orde, liefde en welvaart? Als actief dienend militair en moeder van twee dochters van veertien en twaalf leefde Roelen in twee werelden. De moeder, nog steeds reservist in Schaarsbergen, waakt er voor die twee werelden niet al te veel met elkaar te vermengen.
Roelen voelt zich bevoorrecht dat ze daar niet toe gedwongen wordt, zoals mede-veteraan Jaaike Brandsma van wie de handicap indringende vragen opriep bij haar kinderen. „Mijn meiden zijn met heel andere dingen bezig”, zegt Roelen, „bijvoorbeeld met de vraag hoe ze hun hairglow zo goed mogelijk kunnen laten shinen. Ik laat ze daar graag mee bezig zijn.”
Mariëlle Winnubst (61)Dertig jaar met heli’s werken
Na een loopbaan als dolfijnentrainer begon Mariëlle Winnubst in 1986 een opleiding op de Luchtmacht Officiersschool. In 1992 protesteerde ze bij de leiding toen geen vrouwelijke piloten mee mochten met de eerste buitenlandse missie na de val van de Muur en belandde vervolgens in het tweede detachement dat naar Irak ging. Winnubst vloog daarna Alouette III- en Chinook-helikopters gedurende dertig jaar op missies in Irak, Cambodja en Kosovo. Met de heli’s werden terreinverkenningen uitgevoerd en troepen en materieel vervoerd. Ze is nu parttime verbonden als trainer en adviseur aan de krijgsmacht.
Siem Kersten (64)Gekidnapt in Zuid-Libanon
Siem Kersten in 1979 als dienstplichtige patrouilles in Zuid-Libanon. Hij raakte verzeild in beschietingen tussen Israëlische legereenheden en islamitische strijdgroepen. Ook werd hij drie dagen gekidnapt door een gewapende groep die – vermoedelijk – gelieerd was aan het Israëlische leger. Dertig jaar na zijn diensttijd werd hij behandeld voor PTSS. Kersten woont in Wijk bij Duurstede en is installateur. Tevens is hij bestuurslid van de Stichting Veteranen voor Libanon.
Ingelise Roelen (49)MH17-slachtoffers repatriëren
Ingelise Roelen, zus van Niels, had een achtergrond als fysiotherapeut. Na een militaire opleiding werd ze in 2007 pelotonscommandant in Havelte. In 2008 trainde ze in Afghanistan militairen van het regeringsleger. In 2014 hielp ze lichamen van slachtoffers van de MH17-ramp in Oekraïne repatriëren. In 2015 was ze als Hoofd Operationele Personeelszaken verbonden aan de Nederlandse missie in Mali. Nu is Roelen reservist, trainer en docent in het verlenen van zorg en crisismanagement.
Niels Roelen (51) Commandant, vocht in Uruzgan
Niels Roelen.Foto privéarchief
Niels Roelen, van 1994 tot 1998 opgeleid op de Koninklijke Militaire Academie in Breda en broer van Ingelise, bekleedde leidinggevende functies zoals pelotonscommandant binnen de landmacht. In de zomer van 2007 diende hij vijf maanden in Afghanistan (Uruzgan) waarbij Roelen betrokken was bij vuurgevechten met Talibanstrijders. Na terugkeer in Nederland werd hij compagniecommandant, docent, publicist en schreef hij boeken over zijn militaire loopbaan.
Jaaike Brandsma (37)Invictus Games en Gewonde Soldaat
Brandsma, destijds negentien, was in 2007 drie maanden chauffeur en gewondenverzorger bij het 42ste Pantser Infanteriebataljon in Deh Rawod, Afghanistan. Nadat een zelfmoordaanslag haar had verwond, bleef ze in de krijgsmacht. Ze is nu (parttime) brigade zorgcoördinator bij de 11de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen. Brandsma is oprichter van De Gewonde Soldaat, een stichting die de belangen behartigt van gewonde militairen. Ze initieerde deelname van Nederland aan de Invictus Games, internationaal sportevenement voor militairen en veteranen die gewond raakten tijdens hun diensttijd.
Politicoloog Alyt Damstra (41) maakt zich zorgen. Ze volgt het nieuws over de Verenigde Staten en ziet hoe daar rechters, wetenschappers en media onder druk worden gezet door populistische politici. „Die situatie is niet te vergelijken met Nederland”, zegt de bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. „Maar ook hier zijn de verhoudingen aan het verschuiven.”
Er is sprake van groeiende „wetenschapsweerstand”, stelde Damstra in februari in haar oratie bij het aanvaarden van de leerstoel kennis en strategische beleidsadvisering. Ze onderzoekt hoe kennis doorwerkt in beleid. „Ik kijk naar de relatie tussen wetenschap en politiek, en dan in het bijzonder naar adviesraden die een verbindende schakel zijn tussen die twee werelden.”
U werkt ook voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een van de adviesraden waarover uw onderzoek gaat. Gaat dat wel samen?
„Deze leerstoel is juist ingesteld in samenspraak met de WRR. Het sluit nauw aan bij eerdere onderzoeksprojecten die ik aan de universiteit deed. Ik heb mij sinds mijn promotie in 2020 beziggehouden met kennis, en dan vooral de weerstand ertegen. Door digitale technologie kunnen we ons dag en nacht informeren, de enige grens is onze eigen aandachtsspanne. En toch worden we er niet veel wijzer van.
„Sterker, rond gepolitiseerde vraagstukken zien we dat breed gedeelde wetenschappelijke inzichten het afleggen tegen alternatieve feiten. Met collega’s van verschillende Europese universiteiten onderzocht ik deze knowledge resistance en de rol die sociale media hierin spelen. Op een kanaal als X kan iedereen een eigen boodschap de wereld in sturen zonder redactionele verificatie of journalistieke interventie.
„Bij de WRR werkte ik de afgelopen jaren aan een advies over media in onze democratie. Dat advies, Aandacht voor media, kwam in oktober uit. Hierin pleiten we voor nieuw mediabeleid dat nauwer aansluit op het door big tech gedomineerde mediasysteem. Die omgeving moet beter gereguleerd worden en dat kan ook, zowel op Europees als nationaal niveau. Als hoogleraar ga ik nu kijken naar het functioneren van adviesraden binnen de context van wetenschapsweerstand. Alles komt erin samen.”
De boodschap die minister Faber uitdroeg is dat advisering niet belangrijk is maar wel heel tijdrovend
U typeerde in uw oratie het werk dat wetenschappelijke adviesraden doen als ‘evenwichtskunst’. Wat maakt hun werk moeilijk?
„Ja, de kunst is om onafhankelijk te opereren maar toch met advies te komen dat aansluit op de vragen die bij politici en beleidsmakers leven. Daar is dan weer verbinding voor nodig en we zien steeds vaker dat die niet vanzelfsprekend aanwezig is. Dat maakt die evenwichtskunst lastiger.
„Denk aan wat er gebeurde met het advies van de Raad van State over de asielplannen van minister Faber. De Raad van State stelde dat de minister haar wetsvoorstellen beter niet kon indienen bij de Tweede Kamer, omdat ze niet zorgvuldig genoeg waren voorbereid. Daarop reageerde de leider van de grootste regeringspartij, de PVV, met: de minister hoeft zich niks van die ongekozen bureaucraten aan te trekken. Dat brengt de Raad van State in een precaire positie. Het risico bestaat dat fundamenten van onze democratische rechtsstaat gepolitiseerd raken, zoals we ook bij wetenschap zien.
„Wat ook van belang is: de Adviesraad Migratie was niet door de minister om advies gevraagd, terwijl die raad wel die wettelijke taak heeft. De minister had maar een beperkt aantal organisaties de gelegenheid gegeven te reageren op haar asielplannen, en dat moest ook nog binnen een week. De boodschap die Faber daarmee uitdroeg is dat advisering niet belangrijk is maar wel heel tijdrovend.”
Lees ook
Ongrijpbaar voor haar ambtenaren, onbereikbaar voor de buitenwereld: minister Faber opereert ‘volstrekt ongebruikelijk’
Hoe problematisch is het als beleidsmakers zich niets meer aantrekken van adviesraden?
„De samenleving staat voor enorme opgaven, wetenschappelijke kennis is onmisbaar voor de aanpak daarvan. Adviesraden zijn belangrijk omdat ze die kennis kunnen omzetten in input voor beleid. Tegelijkertijd mag het nooit zo zijn dat adviesraden het beleid bepalen. Het is aan de politiek om keuzes te maken, om de afweging tussen belangen en waarden te maken.
„Tijdens de coronacrisis zagen we dat de adviezen van het Outbreak Management Team leidend werden en politieke belangenafweging naar de achtergrond verdween. De wetenschap kwam daardoor onder vuur te liggen.”
Is de positie van adviesraden daardoor blijvend geschaad?
„Corona is wel een katalysator geweest voor het wantrouwen tegen wetenschappelijke instituten. Vooral rond vraagstukken die de samenleving raken, waar mensen recht tegenover elkaar staan – en dat zijn er steeds meer, denk aan stikstof, migratie, vaccinatie – zie je dat de wetenschap het politieke strijdtoneel wordt ingetrokken.
„En hoe groot de wetenschappelijke consensus ook is, online zijn er altijd alternatieve zienswijzen te vinden die zeggen dat het toch anders zit. Waarbij handig gebruik wordt gemaakt van het feit dat wetenschappelijke kennis nooit af is. De onzekerheid die inherent is aan wetenschappelijk onderzoek vormt dan een bruikbaar haakje voor twijfel.
„Onderzoek en advies kunnen bovendien gebruikt worden om tijd te winnen. Tijd waarin nog geen moeilijk politiek besluit hoeft te worden genomen. Het RIVM wijst al meer dan tien jaar op een verband tussen geitenboerderijen en longaandoeningen. Het kabinet schakelt nu de Gezondheidsraad in om nogmaals te onderzoeken hoe dit precies zit, dit advies zou dan leidend moeten zijn. Terwijl het dringende advies om het gebruik van bestrijdingsmiddelen fors te verminderen, van diezelfde Gezondheidsraad, door het kabinet werd genegeerd. Dat suggereert dat een advies vooral telt bij politiek gewenste conclusies.”
De populistische politiek heeft een moeizame relatie met wetenschap, journalistiek en rechtspraak
Hoe kunnen kennisinstellingen en adviesraden zich weren tegen die politieke druk?
„De kunst is om richtinggevend te zijn zonder politiek te bedrijven, hoe gepolariseerd de omgeving ook is. De politiek moet de politiek blijven en de wetenschap de wetenschap. Adviesraden hebben daar een verbindende rol in. Zij moeten kennis ontsluiten en omzetten in handelingsperspectief.
„Probleem is wel dat er aan de politieke kant ook ontvankelijkheid moet zijn voor die adviezen. En die is er niet altijd, zeker niet op de meest gepolitiseerde dossiers. De populistische politiek die aan een wereldwijde opmars bezig is, heeft doorgaans een moeizame relatie met wetenschap, journalistiek en rechtspraak. Deze politici zijn er ongelooflijk goed in om de integriteit van die waarheidsvindende instituten in twijfel te trekken. En twijfel is een machtig wapen. Het is heel moeilijk om je te verweren tegen het verwijt dat je partijdig bent, of vooringenomen.”
Ziet u een oplossing?
„Er zijn andere manieren om doorwerking van kennis te realiseren. Als de regering niet ontvankelijk is, kan een rapport alsnog van grote waarde zijn voor het veld, voor departementen of voor de samenleving als geheel. Je hebt heel veel manieren waarop je je boodschap de wereld in kan brengen. Daarin moet je misschien vindingrijker worden.
„Ik vond het ook heel sterk wat de Adviesraad Migratie in december deed. Die bracht een brief aan minister Faber naar buiten met daarin de oproep om de deskundigheid van adviesorganen vooral niet terzijde te schuiven. En ze publiceerden vervolgens alsnog hun advies.
„Adviesraden moeten rolvast blijven en niet op de stoel van de politicus gaan zitten. Maar tegelijkertijd moeten ze onverminderd krachtig blijven analyseren en signaleren, juist bij groeiende weerstand. En dus de best mogelijke adviezen blijven geven.”
In Oud-IJsselmonde kijken de bewoners er al niet meer van op. Forenzen die op de vouwfiets of elektrische step de wijk binnenrijden, daar hun vervoersmiddel in de auto laden en wegrijden. Om het tafereel later op de dag te herhalen, dan in de omgekeerde richting. En wederom zonder langs een parkeermeter te hoeven.
Sinds in december aan de andere kant van de snelweg, onder de tunnel door, betaald parkeren is ingevoerd, ziet Anneke Janssen auto’s voor de deur die ze niet kan thuisbrengen. „Van mensen die dáár wonen en hier hun auto neerzetten. Of schoonmaakbusjes die opeens in de straat staan. Ik snap het wel”, zegt ze, „maar wij zijn er de dupe van.”
De betaalgrens deelt de Koninginneweg in Rotterdam-Zuid – een kilometerlange straat waar de Feyenoordvlaggen voor de ramen hangen – in tweeën. De gemeente voert overal binnen de ring betaald parkeren in. Deze buurt – verscholen achter een van de drukste stukjes snelweg van Nederland, de A16 bij de Van Brienenoordbrug – valt daar net buiten.
Wonder
En dus gebeurt daar precies wat de bewoners hadden voorzien. Het loopt op deze vrijdag tegen het eind van de middag en de auto’s staan op de stoep, in de voortuinen en op het pleintje bij de glasbak.
Janssen heeft haar Ford Focus zojuist achteruit een doodlopend straatje ingestoken. Ze heeft haar dochter opgehaald van de kinderopvang. „Het is volgens mij geen officiële parkeerplek, maar er staat geen bord dat het niet mag. In mijn eigen straat kan ik ’m niet meer kwijt.”
Geen wonder dat het hier drukker is geworden, vindt de buurtbewoonster. „Er is gewoon een lijn getrokken. Die kant wel, deze kant niet. Ze hadden het beter in de hele straat kunnen invoeren.”
Waterbedeffect
Het aantal betaalde parkeerzones in Nederland neemt een vlucht. In twee jaar tijd nam het aantal plekken waarvoor je moet betalen met een kwart toe, blijkt uit cijfers die EenVandaag opvroeg. Daarbij gaat het allang niet meer alleen om stadscentra en winkelgebieden, maar ook steeds meer om woonwijken aan stadsranden en in middelgrote gemeenten.
Gemeenten kunnen niet anders, menen ze. In minder dan tien jaar tijd kreeg Nederland ruim een miljoen auto’s erbij. Ruimte is schaars en zonder regulering slibben steden dicht. „Het draait altijd om het beheersbaar houden van gebieden”, zegt Giuliano Mingardo, stedelijk onderzoeker aan de Erasmus Universiteit. „Als het te druk wordt, moet je ingrijpen.”
Vrijwel overal gaat de invoering van betaald parkeren gepaard met een zogenoemd waterbedeffect. Automobilisten wijken uit naar aanpalende buurten waar ze wél gratis kunnen parkeren, waardoor daar de parkeerdruk oploopt. Tot bewoners gaan klagen, het gemeentebestuur besluit te handelen en ook in díé wijk betaald parkeren invoert.
Opzadelen
In Oud-IJsselmonde is men niet eensgezind. Enkele bewoners begonnen een petitie om de wijk bij de betaalde parkeerzone te voegen. „Vervelend dat het nodig is, maar ik heb ’m wel ondertekend”, zegt een man die niet met naam in de krant wil – in de buurtapp kan het volgens hem „best onvriendelijk worden”.
„Rond Feyenoord-wedstrijden stond de wijk ook altijd vol”, zegt hij. „Dat vind ik dan nog wel lollig. Maar als het de hele week door is, is het niet leuk meer.” En dus kan hij wel leven met parkeermeters. „Die paar tientjes vind ik het wel waard om niet iedere dag te hoeven zoeken waar ik mijn auto kwijt kan.”
Daar denken buurtgenoten anders over. Een tegenpetitie, die zich uitspreekt tégen betaald parkeren, heeft de andere petitie inmiddels ingehaald. De overlast is weliswaar verergerd, zeggen die ondertekenaars, maar er was altijd al te weinig parkeerplek. Hier ook betaald parkeren invoeren, zou bewoners alleen maar opzadelen met de kosten.
Het oude terrein van de Keilewerf langs de Keileweg en de Vierhavensstraat in Rotterdam ligt precies langs de grens tussen betaald of gratis parkeren. Foto Folkert Koelewijn
Melkkoe
De parkeermaatregel is, op z’n zachtst gezegd, niet populair. Bij raadgevende referenda in onder meer Amersfoort en Haarlem werd met grote meerderheden tegengestemd. „Niemand vindt het leuk om opeens te moeten betalen, dat is logisch”, zegt Mingardo. „Maar gemeenten doen het niet om mensen te pesten.”
Betaald parkeren is volgens hoogleraar transportbeleid Bert van Wee (TU Delft) voornamelijk gericht op de bezoeker. De bewoners zelf kunnen meestal voor een paar tientjes per maand een parkeervergunning aanschaffen. „Vergeleken met de prijs die anderen betalen, is dat niks. Je hebt het er met een paar uurtjes uit.”
Dat sommige automobilisten alsnog liever uitwijken, is volgens Mingardo onontkoombaar. „Als mensen hier moeten betalen, gaan ze nou eenmaal naar de straat erachter.” En, zegt hij, parkeerbeleid „is ook geen exacte wetenschap. Het blijft een beetje trial-and-error. Je kunt het nooit helemaal dicht regelen”.
Als het te druk wordt, moet je ingrijpen
Doorgaans is het een kwestie van tijd voor het beleid vruchten afwerpt, zegt Van Wee. „Van tevoren zien mensen vooral de nadelen. Daarna, blijkt uit alle onderzoeken, gaan mensen ook de andere kanten zien: er komen minder auto’s, het wordt leefbaarder. Dan worden mensen vaak veel positiever.”
In IJsselmonde is men nog niet overtuigd. „Ik merk zelf geen voordeel”, zegt Jan Slootweg vanuit de deuropening van zijn huis, pal aan de ‘verkeerde’ kant van de snelweg. „We zijn nu drie maanden onderweg en de parkeerdruk is niet afgenomen. Je straat regelmatig een paar straten verderop. Alleen moet je er nu voor betalen.”
Het oude terrein van de Keilewerf ligt precies langs de grens tussen betaald of gratis parkeren. Veel auto’s worden hier voor lange duur geparkeerd.Foto Folkert Koelewijn
In het Rotterdamse Schiebroek-Zuid bezuinigt een jonge moeder op vlees en cornflakes, terwijl een antroposofische postbode in de Archipelbuurt in Den Haag nooit met vliegvakantie gaat, om de dure boodschappen te kunnen betalen. In het Zeeuwse Kwadendamme laten kinderen de lolly’s liggen, en in Amersfoort-Vathorst ontdekt een man na een hartinfarct dat gezonde voeding duur is.
Dat we minder boodschappen krijgen voor hetzelfde geld, merkten de mensen die NRC sprak allemaal. Maar de concessies die zij doen verschillen.
NRC volgt in 2025 drie stadswijken en een dorp die min of meer representatief zijn voor Nederland. We worden kind aan huis in een negentiende-eeuwse wijk in Den Haag, een Vinex-wijk in Amersfoort, een dorp in Zeeland en een kwetsbare buurt in Rotterdam.
In januari vroegen we inwoners naar hun verwachtingen voor het nieuwe jaar en in februari naar hun noodpakket. Nu willen we weten: welke boodschappen doen mensen nu de prijzen nog altijd stijgen?
RotterdamSchiebroek-Zuid
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euro Koopwoningen: 47 procent Gemiddelde woningwaarde: 249.000 euro Grootste leeftijdsgroep: 25- tot 45-jarigen (29 procent van de inwoners)
In een rechte lijn loopt Clenise Mendes (28) naar een schap achterin. Ze grijpt een pak met twee rollen keukenpapier van de onderste plank. „Servetten”, zegt ze. „Die gaan bij mij altijd heel snel op.” Een paar stappen verder de flessen oranje sap op diezelfde plank, twee stuks. „Tropical. De kleine is daar dol op. Je kan het aanmaken met water.” Rikelme is vijf jaar. Alleen nog blikjes tonijn voor in de spaghetti, dan staat ze bij de kassa.
Eerst deed Clenise haar boodschappen eens per week, de hele stad ging ze ervoor af. Bij de „Afrikaanse winkeltjes” rond het Kruisplein in het centrum van Rotterdam kocht ze zonnebloemolie, rijst en melkpoeder. Nu ze zwanger is, winkelt ze in de straat waar ze woont. Bij supermarkt Mediteranee, „lekker dichtbij en ook niet duur”. Ze haalt alleen wat ze echt nodig heeft.
Foto Hedayatullah Amid
De cornflakes die Rikelme het liefst voor zijn ontbijt heeft, koopt ze niet meer. Ze ontbijten met boterhammen en thee. Voor het slapengaan drinken ze warme melk, gemaakt van de poeder. Geen toetjes meer, bijna geen vlees. Wel nog kip, maar minder. Alles werd duurder. „Ik kocht altijd van die kippenpootjes, nu alleen nog hele kip.” Afgelopen zondag kookte ze pasta met kip en tomatensaus. Maandag aten ze daar ook van en dinsdag kon het nog voor lunch. Ze heeft een uitkering en ook haar man heeft nu even geen werk. „Hij is net thuisgekomen uit Kaapverdië.” Voor de voedselbank komen ze niet in aanmerking, hoorde ze. „We komen wel rond hoor.”
Sinds woensdag vast ze, maar niet zoals veel mensen in supermarkt Mediteranee vanwege ramadan. Ze is van huis uit rooms-katholiek en toen ze op zichzelf ging wonen heeft ze zich erin verdiept. „We vasten veertig dagen. Doordeweeks eten we geen vlees, op vrijdag niets en in het weekend mag je het zelf weten. Daarna is het Pasen.” Ze bezoeken de Onze Lieve Vrouw van de Vrede-parochie, een plek waar Portugees sprekende katholieken samenkomen.
Hun huis is op driehoog, de woonkamer is licht en ruim, er zijn twee slaapkamers. Met sokken in slippers zit zij nu ontspannen op de bank, haar zoon springt vrolijk door het huis. Clenise ging jong het huis uit. „Ik had problemen thuis, dat was niet goed voor mijn mentale gezondheid.” Onder begeleiding leerde ze in een woning in Rotterdam-Zuid op eigen benen staan. Toen ze tijdens haar mbo-studie (helpende zorg en welzijn) zwanger raakte, kreeg ze een woning in Schiebroek-Zuid.
Blijft ze hier wonen, met haar man en kinderen? Als de baby een jongen is, wel. Dan deelt hij een kamer met Rikelme. Als het een meisje is, „kan je ze moeilijk bij elkaar leggen”. Ze zag woningen een paar metrohaltes verderop. Die zijn praktischer ingedeeld, zegt ze. En het is er rustig, „daar houd ik van”.
Den HaagArchipelbuurt
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 72.400 euro Koopwoningen: 54 procent Gemiddelde woningwaarde: 639.000 euro Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 64-jarigen (30 procent)
Postbode Antoon Bekken (62) is klaar met zijn dagelijkse ronde in de Archipelbuurt in Den Haag en nu doet hij boodschappen bij Odin in de Bankastraat, de biologische foodcoop. Er gaan winterwortelen in zijn karretje, koolrapen, uien, knoflook, allemaal onverpakt en op biologisch-dynamische wijze geproduceerd door boeren uit de buurt. Hé, de melk is bijna over datum, de met lactobacillus acidophilus aangezuurde volle melk van Demeter, en kost nu 25 procent minder dan de normale 2,95 euro voor een liter. Antoon Bekken neemt drie pakken en nee, hij is niet bang dat die melk straks bedorven is. „Die kun je over een maand nog drinken.”
Hij woont met een groepje oudere antroposofen in de voormalige Rudolf Steinerkliniek aan de rand van de Archipelbuurt. Bij een kopje kruidenthee in de gemeenschapskamer vertelt hij dat hij „zelfs weleens vegaburgers” koopt als die bijna over datum zijn, hoewel hij er niet van houdt, zo moeilijk vindt hij het als „kostbaar voedsel” wordt weggegooid. En zijn vrouw? „O, die eet mijn eten niet. Ze vindt het te vet. Zij houdt” – hij lacht alsof hij een grap vertelt – „van máger”. Haar boodschappen komen bij Albert Heijn vandaan en ze kookt elke avond haar eigen potje. Alleen hun brood delen ze, volkoren speltbrood van Demeter. „Aan twee sneden heb je genoeg, zo voedzaam is het.”
Voor Antoon Bekken (62) heeft gezond en met respect voor de natuur geproduceerd voedsel een „zeer hoge prioriteit”, waar hij graag voor betaalt. Foto’s Bart Maat
Een katholieke jeugd in Brabant, een opleiding tot botanisch analist in Wageningen, daarna zang aan het conservatorium in Den Haag. „Niet afgemaakt”, zegt hij. „Ik zat niet goed in mijn lijf. Ik wist niet wie ik was.”
Hij ging Rudolf Steiner lezen en euritmie (danskunst) doen in het antroposofische cultuur- en ontmoetingshuis in de Riouwstraat, om de hoek bij Odin. De vrouw met wie hij na lange jaren trouwde was zijn docent. En al die tijd verdiende hij zijn geld met schoonmaken, met werken in de natuurwinkel (toen nog geen Odin), met postlopen. Sinds vijf jaar doet hij dat fulltime en hij vindt dat „heel fijn”. Hij weet inmiddels ook wie hij is: een man voor wie gezond en met respect voor de natuur geproduceerd voedsel een „zeer hoge prioriteit” heeft en die er graag voor betaalt.
Bij Odin rekent hij voor zijn half gevulde karretje 139,33 euro af, inclusief 12,60 euro aan kooppunten en 15 procent ledenkorting. Oké, tussen de wortelen en knollen liggen potjes dagcrème en lotion van Dr. Hauschka – „voor na het scheren” – en die zijn niet goedkoop. De gedroogde mangoschijven van Horizon zijn ook niet goedkoop. „Maar ze hebben zo veel méér smaak dan die van Albert Heijn, ook de biologische!” En wat ook zo is: zijn vrouw en hij hebben geen auto. Aan vliegvakanties doen ze niet. Al gaat hij in juni wel met het vliegtuig naar Italië, want dan trouwt zijn neefje.
BorseleKwadendamme
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 36.400 euro Koopwoningen: 72 procent Gemiddelde woningwaarde: 317.000 euro Grootste leeftijdsgroep: 45- tot 65-jarigen (30 procent)
In het Zeeuwse Kwadendamme hebben ze in de week dat NRC langskomt carnavalsvakantie. Het is een van de eerste lenteachtige dagen van het jaar, en de kinderen stromen uit hun huizen. Overal zijn ze: in de bomen, op de voetbalveldjes, steppend over de stoep.
Op de parkeerplaats van de Spar van Tom Verbeek, „de Tom”, hangen de restanten van het carnavalsfeest nog in een buxushaagje. Confettislingers. Een groepje kinderen komt zonder ouders aangefietst. De achtjarige in een trainingspak van de lokale club heeft een losse euro in zijn broekzak. In zijn hand heeft hij nog een troef: een plastic tas met drankverpakkingen die hij inwisselt voor het statiegeld.
<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.
Foto Wouter Van Vooren
” data-figure-id=”0″ data-variant=”row”><img alt data-description="Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.
Rosa (20) en Ronald (22) wonen thuis en maken zich niet zo druk over de dure boodschappen.
Foto’s Wouter Van Vooren
Daar kiezen ze allemaal iets voor uit: blikjes cassis van het huismerk, een Milka-reep met biscuit en ook nog chocoladekoeken. Straks gaan ze voetballen, maar eerst eten en drinken ze alles op naast de schuifdeuren van de Spar.
Ze horen hun ouders weleens over de dure boodschappen, zeggen ze, maar zelf zijn ze ook gedupeerd. De lolly’s, daar draait het om. De „tongkleurende kauwgomknotsen” van Candyman Mac Bubble. Die kopen de kinderen van het Zeeuwse Kwadendamme nu dus veel minder. Vroeger deed je het zo: je nam een leeg blikje mee van huis en dat leverde je in, daar kreeg je 15 cent voor en daarmee kocht je een lolly. Alleen, ze zijn in prijs verhoogd, sinds kort kosten ze 25 cent. „Nu koop ik losse snoepjes”, zegt de jongen in het trainingspak.
De kinderen zijn bezig met de waarde van geld. Misschien is dat doordat er in deze omgeving veel klusjes voor ze zijn. Vanaf een jaar of dertien gaan sommigen al aan de slag in de alom aanwezige fruitteelt, of ze wassen vrachtwagens voor de transportbedrijven.
Twintigers Rosa en Ronald lopen hand in hand langs de schappen. Ze wonen thuis, maar werken wel al. Over geld maken ze zich voorlopig geen zorgen. Rosa (20) werkt met dementerenden en Ronald (22) is timmerman. „Je hoort mensen er wel over”, zegt Rosa, „dat alles meer kost”. Ronald merkt dat materiaal duurder is, dat hij meer moet vragen voor zijn werkzaamheden. Het koppel is onderweg naar Breskens voor een nachtje weg, en ze kopen nog snel een oplader –„vergeten”–, een fles wijn en Mentos.
Alle andere mensen die NRC spreekt in de Spar hebben wel iets in hun koopgedrag aan moeten passen vanwege de hogere prijzen. Velen gaan voor het gros van de boodschappen naar de verderop gelegen Lidl. Janneke van Gigch (40) ging daar altijd al heen, maar probeert dat om benzine te sparen nog hooguit eens per week te doen. „Scheelt toch weer.”
Janneke van Gigch (40) probeert maar eens per week naar de winkel te rijden – scheelt benzine. De dure grana padano-kaas hebben Sandra Claeijs (rechts) en haar vriendin weer teruggelegd. De dure grana padano-kaas hebben Sandra Claeijs (rechts) en haar vriendin weer teruggelegd. Foto’s Wouter van Vooren
Twee vriendinnen hebben de grana padano-kaas voor vanavond weer weggelegd. „Die kost 6 euro”, roept Sandra Claeijs verbaasd uit. In plaats daarvan hebben ze goedkope geraspte variant in hun mandje. „Ik ben meestal niet prijsbewust, maar nu wel.” Een andere klant eet haar pasta tegenwoordig zonder kaas.
Voordat Tom Verbeek filiaalhouder werd runde zijn vader de winkel bijna veertig jaar. Dat de keten hoge prijzen hanteert maakt het niet gemakkelijk, en dat hij sinds vorig jaar geen sigaretten meer mag verkopen kost inkomsten. Ja, hij maakt zich zorgen.
In deze kleine supermarkt komen mensen vooral nog als ze iets vergeten zijn, zegt een jonge vrouw met een bakje satésaus in haar hand. Sommige andere inwoners doen hun weekboodschappen wel hier, een daad uit gemeenschapszin. Een man met een fles witte wijn in de ene en een fles rosé in de andere hand – voor straks in de tuin – vindt dat dorpsbewoners het aan de winkel verplicht zijn om hier alles in te slaan. „Alleen van hier en daar een vergeten banaan gaan ze het niet redden.”
AmersfoortVathorst-De Laak
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger: 52.200 euro Koopwoningen: 64 procent Gemiddelde woningwaarde: 491.000 euro Grootste leeftijdsgroep: 30- tot 39-jarigen (29 procent)
„Let maar eens op de kop van de stellingen”, zegt Edo Sweijd (69), die in de Lidl in het gangpad richting uitgang op z’n gemakje de boodschappen van kar naar tas overhevelt. „Op de kop staan de verleidingen. Zout, zoet, alcohol. En de kunst is” – hij werpt nog een blik op het etiket van een zojuist aangeschaft pak rijstwafels – „om die te laten staan”.
Zijn volle boodschappenkar – „genoeg voor meer dan een week” – is er eentje om trots op te zijn. Bijna louter gezonde producten. Kip, prei, yoghurt, walnoten, havermout, mandarijnen. En twee flinke trays eieren, apart gezet. Voor ’s avonds op de bank. Hardgekookt. In plaats van een bakje chips. En néé, geen zout erop. „Dat is een killer.” Puur om ’s avonds toch nog wat te knabbelen te hebben. Net als die rijstwafel. „Heb je toch even dat geknaag.”
Sweijd loopt nu heel anders door de supermarkt dan een paar jaar geleden. Toen kon-ie al die verleidingen nog niet weerstaan. Friet, chips, bier. Dat signaal van ‘oh, de friet is ook zowat op’ kwam echt „van binnenuit”. Friet, minstens één keer per week. Want friet, „waar niet?” Zo’n 23 jaar geleden kwam hij als één van de eerste bewoners in Amersfoort-Vathorst wonen en toen wás er in deze nieuwbouwwijk alleen maar een frietkar. Pas later kwam de eerste supermarkt.
Maar twee jaar geleden „ging alles op z’n kop”. Sweijd was op weg naar zijn werk, hij was klusjesman en conciërge bij een huisartsenpraktijk. Maar hij voelde zich al niet zo lekker en eenmaal aangekomen wist hij: dit is pijn van de buitencategorie. „Alsof iemand een houten pen zó in mijn borstbeen wilde rammen.” De huisarts bestelde direct een ambulance en zei tegen Sweijd: ‘jij ondergaat op dit moment een hartinfarct’.
Edo Sweijd (69) probeert sinds zijn hartinfarct gezond te eten, maar dat is wel duurder, merkt hij.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer
In het ziekenhuis werd hij gedotterd. Hij kreeg een stent – „ik heb alles bij volle bewustzijn meegemaakt” – en al na drie dagen mocht hij het ziekenhuis verlaten. Maar toen begon het pas. Hartrevalidatie, coaches, een lotgenotengroep. „Bij zo’n groep besefte ik mijn geluk, want er zaten ook mensen die twee weken in coma hebben gelegen en opnieuw hebben moeten leren praten.”
Angst heeft hij niet gevoeld, maar Sweijd besefte wel: het roer moest om. „Vanwege hoge bloeddruk en dit” – wijzend naar zijn buik. Alles wat „fout” is ging de keuken uit. „Chips – ik hou van bolognese – eruit! De kist met bier – er uit!” Alle keukenkastjes moesten opnieuw ingericht en met hulp van een diëtist werkte hij samen met zijn vrouw aan een nieuwe leefstijl. En dat is experimenteren. Recepten delen met elkaar. Nieuwe menuutjes. „Alleen zou ik het niet trekken.”
Dat zouteloos eten was in het begin „verschrikkelijk” maar na zo’n drie weken ben je eraan gewend. „Als ik nu iets zoutigs eet is ’t: gádverdamme.” En Sweijd loopt nu heel anders door de winkel. Bij elk product kijkt hij naar de ingrediënten. En dan ziet hij: fabrikanten stoppen álles vol met suiker en zout. „Ik was ook met alcohol gestopt en dacht: dan maar 0.0. Maar nee, dat blijkt een suikerbom te zijn!”
Mínder eten, ook dat hoort erbij. En hij merkt het aan z’n lijf: de broek zit minder strak, hij voelt zich minder opgeblazen en er zijn wat pondjes af.
Maar wat Sweijd óók heeft geleerd: je mag jezelf af en toe best verwennen. Hij geniet van een boterham met hagelslag én pindakaas én sambal. „Taartje bouwen, zoet en scherp bij elkaar. Heerlijk!” . Een dikke plak kaas. „En kijk” – Sweijd pakt uit z’n tas een Leffe-biertje. Al die „foute dingen” propt hij in één dag: ‘foute zaterdag’. „Juist dat helpt me om gemotiveerd te blijven.”
Alleen, gezond eten is wel duurder. Voor deze boodschappen was Sweijd – hij checkt de bon – 114,24 euro kwijt. Een jaar geleden was hij voor dezelfde kar zo’n „85 à 90 euro” kwijt. „Je moet het maar kunnen ophoesten.” Zelfs in deze wijk, met veel tweeverdieners, hoort hij over de prijsstijgingen als gevolg van de inflatie de laatste tijd best veel geklaag.
Moshtag B. heeft „enorm veel spijt” van de brand en explosie aan het Haagse Tarwekamp eind vorig jaar. Dat er zes doden vielen, dat een achtjarig jongetje zijn vader, moeder en zus verloor en dat een deel van een appartementencomplex instortte en een ander deel tot de dag van vandaag onbewoonbaar is, het was allemaal niet de bedoeling. „Het is volledig uit de hand gelopen”, zei B. vrijdagmiddag tijdens de eerste zitting van de strafzaak tegen hem en drie andere verdachten. „Ik hoop”, zei hij, dat de nabestaanden „me op den duur willen vergeven”.
Tijdens de pro-formazitting bleek dat B. heeft bekend dat hij opdracht gaf om de bruidswinkel van zijn ex-vriendin in Den Haag in brand te steken. Hij zou wraak hebben willen nemen omdat ze volgens hem zou zijn vreemdgegaan. De twee mannen die hij daarvoor inhuurde zouden volgens het Openbaar Ministerie (OM) bijna tweehonderd liter brandstof door de winkel hebben uitgegoten. Dat staken ze vervolgens aan met zwaar vuurwerk.
Een van de brandstichters beroept zich op zijn zwijgrecht, maar zal later wel een verklaring afleggen
De dampen van de brandstof en het vuurwerk zouden vervolgens voor zó’n grote druk hebben gezorgd, dat om kwart over zes ’s ochtends een explosie volgde en het pand instortte. Direct ontstond een grote vuurzee. Een van de eerste politieagenten die de straat in kwam rijden zag „hevige rook”, las de officier van justitie diens verklaring voor. „De straat lag bezaaid met brokstukken en brandjes.”
„Dat het zo erg uit de hand zou lopen” was niet de bedoeling, zei een van de mannen die er door het OM van wordt verdacht de brand te hebben aangestoken. „Het is heel erg wat er is gebeurd”, aldus deze Ilias B. Hij is naar eigen zeggen nog steeds „geshockeerd”. De andere man die de brand zou hebben aangestoken was niet aanwezig. Hij beroept zich vooralsnog op zijn zwijgrecht, maar zal volgens zijn advocaat later wel een verklaring afleggen.
Jerrycans
Een derde aanwezige verdachte had gehoopt vrijdag vrij te komen, maar blijft net als de anderen in voorlopige hechtenis. Adil A. was volgens het OM betrokken bij de voorbereidingen van de aanslag. Om de ex-vriendin van Moshtag B. te raken, had hij bruidsjurken willen stelen en doorverkopen, aldus zijn advocaat. „Hij wilde niet kapotmaken, maar verdienen.”
Toen het plan bleek om de zaak in brand te steken, waar hij 1.500 euro voor zou krijgen, trok hij zich terug. Op zaterdag 1 december stonden de andere uitvoerders tevergeefs op Adil A. te wachten. Agenten hielden de twee staande en troffen in hun bus onder meer veertien jerrycans met benzine en zwaar vuurwerk aan. Ze kwamen weer vrij en reden een week later alsnog naar de Tarwekamp.
Wat daar vervolgens gebeurde, is moord, aldus het OM in de verdenking: het met voorbedachten rade doden van mensen. Onder de aanwezige advocaten van de verdachten klonk vrijdag verbazing over die verdenking, omdat de verdachten alleen de winkel zouden hebben willen raken.
Het duurt nog even voordat de rechter tot een conclusie komt: het onderzoek naar de brand en de explosie wordt naar verwachting in de zomer afgerond, waarna in het najaar de inhoudelijke behandeling van de strafzaak begint.
Lees ook
Na de explosies slapen sommige bewoners van de Tarwekamp nog met hun kleding aan