‘Wij sturen mensen terug naar Duitsland, zij sturen ze weer naar ons’, zegt de marechaussee die de grens controleert

Het is een koude ochtend in maart. Op een parkeerplaats langs de A7, een paar kilometer van de Duitse grens, wachten vijftien marechaussees in dikke jassen tot hun collega’s, die op motoren rondrijden, voertuigen van de weg afplukken. Een busje met geblindeerde ruiten, een volgeladen taxi, een gehavende auto met twee jonge mannen erin.

De marechaussees zullen hier de hele dag staan. Inmiddels is het routine: drie keer per week houdt Brigade Oostgrens-Noord van de Koninklijke Marechaussee controles bij de Duitse grens, vandaag bij het dorp Bad Nieuweschans.

Sinds 9 december voert de marechaussee tijdelijke controles uit aan de Nederlandse binnengrenzen met Duitsland en België. Schengenlanden mogen zo’n ‘tijdelijke herinvoering van grenstoezicht’ toepassen voor een periode van maximaal zes maanden, mits sprake is van een ernstige dreiging voor de openbare orde. Dat is volgens minister Marjolein Faber (Asiel, PVV) het geval vanwege de hoge migratie, de mensensmokkel en druk op het asielsysteem.

We mogen nu mensen weigeren, alsof we op Schiphol staan

Een marechaussee

Deze vrijdag deelde minister Faber de tussentijdse resultaten van de tijdelijke grenscontroles. In de periode van 9 december 2024 tot en met 9 maart 2025 heeft de Koninklijke Marechaussee ruim veertigduizend personen gecontroleerd, van wie driekwart EU-burgers. Bij de controles werd 250 vreemdelingen de toegang tot Nederland geweigerd, dertig personen vroegen asiel aan. Minister Faber is te spreken over deze resultaten: ze verlengt de grenscontroles met drie maanden.

Voorheen werkte de marechaussee met steekproefsgewijze controles nabij de grens, via het Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Daarbij werden mensen niet geweigerd, ze waren al in het land. Wel konden ze via een Terugkeerprocedure worden overgeleverd aan de Duitse of Belgische autoriteiten. Dat gebeurde in dezelfde periode vorig jaar, waarin net zo veel mensen werden gecontroleerd, 150 keer.

Schengen

In Bad Nieuweschans is nog niemand geweigerd. Maar in de Flixbus – die rond twaalf uur arriveert – „zit er altijd wel iemand tussen,” zegt Mike Hofman. De persvoorlichter van de marechaussee bedoelt mensen zonder verblijfsvergunning of geldende asielaanvraag. Derdelanders, die geen geldige reden hebben om op Schengengrondgebied te verkeren, wordt de toegang geweigerd. Meestal worden ze direct teruggebracht naar Duitsland.

Op de parkeerplaats staan twee mobiele controleposten, marechausseebusjes en motoren. Drie rijstroken werden afgezet met pionnen. Verder is er niets. Zodra de marechaussees de zwaailichten van hun collega’s zien, die auto’s van de snelweg pukken, snellen drie man naar weerszijden van het voertuig. Raampje open, paspoort, kenteken, achterbak, eindbestemming, reden van de reis. Geen bijzonderheden? Dan mogen ze door. Zijn de papieren niet in orde, dan wordt de persoon teruggestuurd. Vraagt iemand asiel aan, dan wordt hij doorverwezen naar Ter Apel. Vandaag komt zo’n situatie niet voor.

De marechaussee heeft niet genoeg mensen om bij elke grensovergang te staan. Daarom ligt de nadruk op ‘risicoplekken’. „Informatiegestuurd werken”, noemt Hofman dat. Een collega: „Het is ook maar net wie beschikbaar is. We worden uit alle krochten van de brigade gehaald en ergens neergezet.” Of het nodig is om hier, op dit tijdstip, met dertig man te staan, betwijfelt hij.

Motorrijders van de marechaussee op de grens bij Eijsden, op de eerste dag van de grenscontroles.
Foto Remko de Waal / ANP

Nut

Soms verstrijken tien minuten zonder dat er een voertuig langskomt, soms komen er twee tegelijk. De meeste chauffeurs die de zwaailichten moeten volgen, blijken arbeidsmigranten uit de EU. Meestal twee mannen, kentekens uit Polen, Duitsland of Roemenië. Ze reizen van klus naar klus, werken een paar weken en trekken verder. „Hier in de regio is veel werk,” zegt een Poolse bestuurder. Dit patroon kennen de marechaussees. Een korte check en de mannen mogen door.

De marechaussees blijken verdeeld over het nut van de controles. „U vraagt, wij draaien”, zegt een van hen, verwijzend naar minister Faber. Een ander ziet het als het verleggen van het probleem: „Wij sturen mensen terug naar Duitsland, zij sturen ze weer naar ons.” Voorheen werkte hij mee aan de MTV, een systeem dat volgens sommigen prima functioneerde. „Eigenlijk is dit niet anders,” erkent Hofman, „behalve dat we nu meer mogen.” Een marechaussee knikt: „We mogen nu mensen weigeren, alsof we op Schiphol staan.”

De rechtbank Den Haag oordeelde op 21 januari 2025 dat het zonder meer weigeren of vasthouden van vreemdelingen die al op Nederlands grondgebied zijn, niet mag. Toch verklaarde het ministerie van Asiel en Migratie eerder ‘onverminderd door te gaan met de grenscontroles’. Volgens Hofman veranderden de instructies sindsdien niet.

Lees ook

Vreemdelingen bij tijdelijke grenscontroles wegsturen of vastzetten mag niet, oordeelt de rechter

Grenscontroles door de Koninklijke Marechaussee op de eerste parkeerplaats (Patiel) op de A2, vlak over de grens bij Eijsden.

Flixbus

Rond het middaguur rijdt een marechausseemotor de parkeerplaats op, gevolgd door een busje met Oekraïense inzittenden. Geen EU-burgers, maar zogeheten derdelanders. De marechaussee controleert de paspoorten, vraagt naar het reisdoel. „Family,” mompelt een vrouw achterin, haar blik naar de grond gericht.

In de controlepost, die voor het eerst vandaag niet als kantine fungeert, worden de documenten nagetrokken. Sommige paspoorten blijken al sinds 2008 verlopen. „Weet jij dit?” vraagt een marechaussee. Een ervaren collega schudt zijn hoofd. „Hier kunnen we niks mee. Oekraïners hebben een speciale status.” En zo rijdt ook dit busje door.

Om half twee is daar eindelijk de Flixbus. Zes marechaussees stappen de bus in. „Ist das immer so?” fluisteren twee blonde Duitse vrouwen die voorin zitten tegen elkaar. Ze reizen bijna nooit met de Flixbus, anders dan hun Roemeense achterbuurvrouw, die via een Erasmusbeurs in Groningen studeert. Ze zegt dat ze iedere keer wordt gecontroleerd als ze met de bus reist. „Ik snap wel dat het nodig is, vanwege terrorisme en zo. Maar ik wil gewoon naar huis”, zegt ze vermoeid.

„Niks te vinden vandaag”, zegt een marechaussee die enigszins teleurgesteld uit de bus stapt. „Ach, volgende keer beter”.

Lees ook

Jongeren in de Flixbus voelen groeiende onrust. ‘Wapens zijn niet de enige uitweg’

Elias El Rhoul (23) uit België.


Afgestompt en moedeloos voelen activisten zich, toch zijn de pro-Palestina protesten weer terug

In zeker acht verschillende Nederlandse steden zijn de afgelopen dagen mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen het hevige Israëlische geweld in Gaza. Ook waren er sit-ins op treinstations. De actiegroepen zijn op sommige plekken zichtbaar kleiner dan vóór 19 januari, toen het bestand inging. De stemming onder de deelnemers van de protesten is ook anders dan voor het bestand. Veel activisten voelen zich na de hervatting van de oorlog, die volgens mensenrechtenorganisaties kenmerken van een genocide vertoont, moedeloos. Ze zijn sceptisch over de beweegredenen van Israël, voelen zich „afgestompt”. Wat drijft de mensen die nog wél hun stem willen laten horen?

Carolin Aehling (36), woensdag, op de Dam in Amsterdam

„Het verscheurt je hart gewoon, hoeveel kinderen er worden vermoord. Mijn dochtertje is in september 2023 geboren, een maand voor de oorlog losbarstte. Toen zat ik thuis met haar, en zag ik alles gebeuren in het nieuws. Ik heb in het begin meegelopen met protesten en op het Museumplein gestaan. Daarna werden de protesten wat woester en ben ik niet meer gegaan, het voelde minder veilig.

„Ik voel dat ik afstomp. Elke keer wordt het alleen maar erger: hoeveel kinderen vermoord worden, hoe de zorg niet meer toegankelijk is. Ik ben zelf arts. Dinsdag werd ik opnieuw wakker geschud. Er was een pauze, en het gaat nu gewoon wéér door. Ik heb online opgezocht of ik ergens heen kon gaan, toen zag ik dit protest op de Dam. Ik wil iets doen, van me laten horen. Misschien om mijn eigen geweten gerust te stellen. Maar wat ga ik mijn dochter over vijftien jaar vertellen, als ze vraagt waar ik was op dit moment?”

Demonstranten op de Dam tijdens een pro-Palestijns protest, afgelopen woensdag.
Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

Sofie Doorman (30), woensdag, op de Dam in Amsterdam

„Ik protesteer al bijna tien jaar voor de bevrijding van Palestina. Eerst was dat met kleinere groepjes natuurlijk, sinds 7 oktober 2023 is het protest heel groot geworden. Sindsdien ben ik naar heel veel protesten gegaan, maar niet naar álle. Dat is te veel, ook mentaal.

„Sinds ik jaren geleden vrijwilligerswerk ging doen op de bezette Westelijke Jordaanoever, heb ik met een paar vrienden de stichting Ontmoet Palestina opgericht. We organiseren groepsreizen. Pas als je daar bent, zie je wat de onderdrukking betekent, en ook hoe mooi het daar is.

„Iedereen was al bang dat ‘fase twee’ van het bestand nooit zou plaatsvinden. Ik was er ook sceptisch over. Vandaag sta ik hier omdat ik wil laten horen dat ik het niet eens ben met de Nederlandse steun aan Israël. De protesten waren even gepauzeerd tijdens de wapenstilstand, maar nu staan we er weer met zo’n vijfhonderd man.”

Ramiro Gomes Monteiro (39), donderdag, sit-in voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag

„Ik zie deze week een enorme toename omdat weer eens heel duidelijk is geworden hoe één land zich niet aan de afspraken houdt. Daarbij zijn veel onschuldige slachtoffers in Gaza te betreuren. Ik vind dat de Nederlandse regering geen oog heeft voor de kant van Palestina en dat vind ik onrechtvaardig.

„Ik ben sinds vijf jaar werkzaam bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Sinds eind december 2023 heb ik maar een paar sit-ins gemist. Ik vind dat we elkaar als ambtenaren best mogen aanmoedigen. Demonstreren werkt. Ik merk bij ambtenaren die de zogenoemde carrièreladder willen beklimmen dat ze extra goed nadenken om zich bij de sit-ins aan te sluiten. Ik vind dat het onze ambtelijke plicht is om hierbij te zijn zodat we de overheid kunnen blijven aanspreken op het internationaal recht. Ik zit hier in ieder geval met een schoon geweten.”

Demonstratie, afgelopen dinsdag, bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag tegen het Israëlische geweld in Gaza.
Foto Laurens van Putten / ANP

Helena Sluijk (67), donderdag, protest bij station Zaandam

„Ik sta op straat met een ‘dode baby’ in mijn armen, die ik zelf heb gemaakt van witte doeken. Dat is heftig, maar anders lopen mensen gewoon voorbij. Ik zoek hun blik op. Dan dwing ik ze te kijken, je ziet ze nadenken.

„Elke dag huil ik om het leed van de Palestijnen. Ik vind het vreselijk dat het niet iedereen zo hard raakt als dat het mij raakt. Mensen kregen het idee dat het wel oké ging, maar dat is niet zo. Israël houdt zich helemaal niet aan de afspraken van het bestand. De grote meute ziet dat nu ook en wordt ‘wakker’. Ik ga bijna dagelijks de straat op. Toen ik laatst een gebroken been had, stond ik hier op krukken.”

Sijmen Mulder (37), donderdag, protest bij station Zaandam

„Het is erg om te zeggen, maar ik was de laatste tijd een beetje murw geslagen door de beelden die ik op Instagram zag van de vreselijkheden in Gaza. Nu demonstreer ik toch weer. Het beeld van een Palestijn die in oktober 2024 aan een infuus in een ziekenhuisbed lag en levend werd verbrand, greep me zo aan.

„Voor de genocide was ik niet zo bekend met de Palestijnse situatie, ik heb nu boeken vanuit verschillende standpunten gelezen. ‘Make war crimes illegal again’, staat op mijn bord. Als een ander land ter wereld zoveel burgers zou doden als Israël doet, hadden we het al lang naar het Internationaal Strafhof gesleept en platgelegd met sancties. Maar we accepteren het omdat het Israël is. Het hele idee van internationaal recht valt zo in het water.

„Ons protest verandert misschien niet direct iets, maar het maakt zichtbaar dat een deel van de Nederlanders het hiermee oneens is.”

Lees ook

Tienduizenden Israëliërs protesteren tegen regering: ‘Netanyahu heeft de poorten van de hel geopend’


Statushouders zitten vast op Rotterdamse cruiseferry: ‘Ik rook, slaap en wacht’

In een tweehonderd meter langgerekte hal rijden kinderen rond op kleine fietsjes. Ze volgen de gele lijnen van het parkeerdek. Aan de zijkant staan hun ouders in blauwe containers de was te doen. Ernaast staan twee tafelvoetbaltafels.

„Voor een stukje recreatie”, zegt locatiemanager Senait Teklezghi, die een rondleiding over het schip geeft.

Ze spreekt een van de spelende kinderen aan. „Moet jij niet naar school?”

De jongen kijkt haar onbetekenend aan. „I only speak Arabic”.

Teklezghi: „Arabic? Hmm.”

En weg is de jongen, de lift in.

De Silja is een van de grootste cruiseferry’s ter wereld. Volgens boekingwebsites staat het schip garant voor een ‘rimpelloze overtocht’ van Estland naar Finland, met zwembaden, sauna’s, clubs en à la carte-restaurants. Maar sinds het schip het onderkomen is geworden van 1.900 statushouders, is alle luxe verdwenen: het zwembad op het bovendek staat leeg en voor de parfumwinkeltjes hangen luiken. Gesluierde jonge meiden proberen vanaf de trappen het zwakke wifi-signaal op te vangen. Door de gangen lopen mannen in zwarte beveiligingsuniforms.

De vluchtelingen met verblijfspapieren die op de Silja zitten, hebben recht op een sociale huurwoning. Ze zijn gekoppeld aan gemeenten in heel Zuid-Holland. Maar door het woningtekort verblijven ze nog steeds op deze ‘doorstroomlocatie’ van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Door nieuw kabinetsbeleid zal het aantal statushouders in de opvang de komende jaren fors toenemen, waarschuwde het COA vrijdag. Minister Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) wil statushouders geen voorrang meer geven op sociale huurwoningen. Het gevolg is dat ze nog langer zullen moeten verblijven op plekken zoals de Silja.

Vluchtelingenkinderen uit Syrië spelen met een voetbaltafel op het parkeerdek van de Silja.
Foto Hedayatullah Amid

Rekentruc

Het schip meerde in 2023 aan in Rotterdam, na een opmerkelijke deal. Iedere gemeente moet, naar grootte, jaarlijks een bepaald aantal statushouders en asielzoekers plaatsen. Maar onder druk van de grootste coalitiepartij Leefbaar Rotterdam heeft het Rotterdamse college gezegd dat het nooit meer dan vijfhonderd asielzoekers wil opvangen. Om toch aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen, is met de Silja een rekentruc uitgehaald. Hoewel de bewoners zijn ondergebracht op een tijdelijke COA-opvang, telt een deel van de Silja-bewoners op papier mee als statushouders die in Rotterdam zijn gehuisvest – nog vóórdat ze een eigen woning hebben gekregen. Tegelijk telt de gemeente de Silja-plekken vanaf dit jaar ook mee als asielopvang, waardoor het meteen voldoet aan haar verplichtingen vanuit de Spreidingswet. Volgens de woordvoeder van de gemeente heeft het Rijk hiervoor toestemming gegeven.

Rotterdam gebruikte het schip ook nog voor een ander doel: om een asielzoekerscentrum in een buurgemeente te blokkeren. De Silja was alléén welkom als de plannen voor een azc in Barendrecht, tegen de rand van Rotterdam aan, voorlopig niet doorgaan. De provincie Zuid-Holland stemde in, en zo kwam het cruiseschip in 2023 in een afgelegen haventerrein in het westen van de stad te liggen.

Volgens Rotterdam loopt het er goed. Er zijn weinig incidenten, de statushouders zouden snel doorstromen en een „aanzienlijk” deel van hen kan vanuit het schip vervroegd beginnen met inburgeren en werken. Maar uit gesprekken met de bewoners zelf komt een ander beeld naar voren.

Gevangenis

De lift gaat omhoog naar de bovenste verdieping van het schip. Dek twaalf; de afdeling van het COA. Toen het schip tot 2022 nog op zee voer, zaten hier de conferentieruimtes en het dek om te zonnebaden. Nu zijn het kale spreekkamers, met Scandinavische plaatsnamen die in gouden lijstjes naast deuren hangen. Achteraan het dek zit het kantoortje van locatiemanager Senait Teklezghi. Ze begint te vertellen over de „uitdagingen” waar het COA voor staat om deze statushouders van onderdak te voorzien. Eigenlijk zouden ze met hun verblijfspapieren op zak al begonnen moeten zijn aan hun leven in Nederland. „Dat zeggen wij ook tegen ze”, zegt Teklezghi. „Ga niet wachten! Ga alvast werken en de taal leren.” Maar ze ziet dat het velen niet lukt vanaf het schip. Waarom dat is? Teklezghi laat een stilte vallen. „Ik denk dat de omstandigheden niet ideaal zijn.”

Op de kade voor het schip komt de Syrische Halil (19) aangefietst. Hij draagt een trainingsbroek met daaronder felgekleurde sneakers. Halil komt net terug van zijn werk bij een magazijn in Barendrecht, dumpt z’n tas en gaat met een vriend buiten zitten. De zon schijnt, dus zin om op zijn kamer te zitten heeft hij niet. Hij betaalt een paar honderd euro per maand voor zijn hut die hij deelt met een landgenoot – een ‘eigen bijdrage’ die werkende vluchtelingen moeten betalen voor hun opvang. De kamer is te klein voor twee, zegt hij. „Ik ga zo douchen en daarna weer naar buiten, tot ik mag eten. Als ik de hele dag op m’n kamer ga zitten voelt het als een gevangenis.”

Ik ga naar dek zes, roken, en weer terug. Roken, en weer terug. Dat de hele dag. ’s Avonds drogeer ik mezelf om te kunnen slapen

Madi

De cabine die de statushouders moeten delen, is daadwerkelijk kleiner dan een cel. Zo’n twee bij drie meter, er passen net twee bedden in. Ruimte om te draaien of spullen op te bergen is er nauwelijks. De meeste cabines hebben geen raam. In de gangen staan veel deuren open, voor betere wifi-ontvangst. Ze hebben lakens voor de deurpost opgehangen.

Halil heeft nog geluk: híj heeft overdag iets te doen. Voor de meesten die op de kade rondlopen geldt dat niet. Al is de werkgelegenheid groot, een baantje vinden zonder Nederlands of Engels te spreken, blijft lastig. Daarom is het zaak dat statushouders zo snel mogelijk beginnen met inburgeren, en de taal leren. Dat moet worden opgestart door de gemeente. Alleen is het gros van de statushouders gekoppeld aan gemeenten buiten Rotterdam, waardoor ze niet kunnen starten.

Het schip werd ooit gebruikt om reizigers te vervoeren tussen Estland en Finland.
Foto Hedayatullah Amid
Bewoners hebben lakens voor de deurposten van hun kamers opgehangen.
Foto Hedayatullah Amid

Bewoners van de Silja doden hun tijd op het schip als ze geen werk hebben.
Foto Hedayatullah Amid

Langer dan een jaar

„Ik heb de pech dat ik ben gekoppeld aan Albrandswaard”, zegt Yasim el Omar (21). Hij zit op de kade op zijn elektrische fiets. „Ik vraag de hele tijd aan Albrandswaard wanneer ik kan beginnen, maar ze zeggen dat ik eerst moet wachten tot ze mij een huis geven.” De andere statushouders op de kade zeggen hetzelfde: pas als ze een huis krijgen toegewezen, kan hun gemeente de inburgering opstarten.

De meeste bewoners zeggen al langer dan een jaar op het schip te zitten. Eerder waren met de gemeente Rotterdam afspraken gemaakt dat statushouders binnen zes maanden zouden doorstromen naar een woning. Die termijn wordt zelden gehaald, zegt Teklezghi.

De maximale verblijfstermijn is volgens Rotterdam vorig jaar „losgelaten”. „Er gelden nu geen harde uitstroomafspraken meer”, zegt de woordvoerder van wethouder Faouzi Achbar (Denk), die zelf geen interview wil geven over de locatie waarvoor hij politiek verantwoordelijk is.

Zolang ze niet doorstromen, moeten de statushouders zich op de Silja zien te vermaken. Elke dag is hetzelfde, zegt de Syrische veertiger Madi, die verderop aan de kade in het water staart. Ondanks zijn verblijfsvergunning „mag ik nog steeds niks in Nederland”. En nu in Syrië de situatie veranderd is, maakt hij zich zorgen of zijn gezin nog wel naar Nederland mag komen. Madi doet de hele dag niets anders dan wandelen naar dek zes – het dek waar je mag roken. „Ik ga naar dek zes, roken, en weer terug. Roken, en weer terug. Dat de hele dag. ’s Avonds drogeer ik mezelf om te kunnen slapen.”

Bij de vraag hoe zijn leven is, kijkt hij zijn vriend aan. „Pfff. Hij vraagt aan mij hoe mijn leven is.” Zijn ogen worden week.

Senait Teklezghi, locatiebeheerder van COA bij het grote vluchtelingenschip Silja Europa.
Foto Hedayatullah Amid

Kippensoep

‘Welcome to the grand buffet’, staat op het bordje naar het scheepsrestaurant. Locatieleider Teklezghi leest voor wat er vandaag op het menu staat. Kippensoep, verschillende salades, bonenstoofpot, couscous, calamari en geroosterde kip. „Best gevarieerd.”

Toch regent het klachten over het eten. Bewoners noemen de maaltijden „een verschrikking”, ze zouden er „ziek” van worden, gaan nog liever met honger naar bed. Verontwaardigd laten ze foto’s zien van recente maaltijden. Grote stalen bakken met daarin een bruine saus. Een grote pan met een wit laagje erin dat „bedorven melk” zou voorstellen. Een berg rijst „zo hard als steen”.

Twee weken geleden liepen de frustraties over het eten zo hoog op dat een groep bewoners uit het restaurant was opgestaan en naar de centrale trappenhal was gelopen. Ze schreeuwden om ander eten. Steeds meer mensen sloten zich aan en begonnen te roepen. Zo was er opeens een opstand op het schip uitgebroken – tegen de cateraar en het COA. De politie moest erbij komen.

Over het algemeen is het eten van goede kwaliteit, zegt de locatiemanager, „in die zin dat het niet bedorven is”

Teklezghi: „Ik ben daarna met een groep vertegenwoordigers van de demonstraten gaan praten. Ik heb ze gezegd dat dit niet de manier is om hun ongenoegen te uiten.” Maar helemaal ongelijk wil ze hen niet geven. „Het is niet zo dat de klachten nergens op gebaseerd zijn. Bepaalde dingen kunnen beter, daar ben ik heel eerlijk in.”

Maar „over het algemeen” is het eten van „goede kwaliteit”, zegt Teklezghi, „in die zin dat het niet bedorven is”.

„Als je maandenlang uit een gaarkeuken eet, dan is dat nooit lekker”, weet Timo Waarsenburg, de COA-woordvoerder die met de rondleiding meeloopt. „Het is wat het is. Dit is noodopvang.”

De statushouders kunnen niet kiezen voor een eigen maaltijd: hun leefgeld bedraagt 15 euro per week – niet genoeg om eten van te kopen. Wie eigen inkomen heeft uit werk, moet een bijdrage voor het verblijf betalen.

Ook daarmee hebben de statushouders op de Silja dubbel pech: hun status in Nederland zou ze recht geven op een uitkering, maar omdat ze nog steeds bij het COA verblijven krijgen ze die ook niet.

Regeltjes

Aan de paal naast de buffetschalen in het restaurant hangt een poster. ‘Het is verboden om eten mee te nemen naar de kamers. Water en een stuk fruit is toegestaan.’ Briefjes met regels, ze hangen overal in het schip. Osman Ali (18) schiet in de lach als hij erover begint. „Al die gekke regels”. Hij draagt een grijze trui van basketbalclub Chicago Bulls met daaronder hippe sneakers. Een van de regels is dat niemand op bezoek mag komen, behalve leden van je kerngezin. Als je het pasje van je kamerdeur vergeet, moet je wachten totdat een COA-medewerker je deur opent. Bewoners mogen de accu van een elektrische fiets niet op de kamer bewaren, vanwege brandgevaar.

Elke dinsdag is er een meldplicht voor de bewoners. Bij het verzaken ervan wordt hun leefgeld ingehouden – een andere regel waar veel statushouders gefrustreerd over zijn. Tijdens de rondleiding van de locatiemanager komt Hosain Alswis (27) er op zijn slippers bij staan. Hij tikt op zijn Google Translate-app een Arabisch berichtje, en laat de vertaling lezen op zijn telefoon. „Het is hier verschrikkelijk”, staat er.

Alswis is een van de Syriërs die nog niet kan beginnen aan inburgering, omdat hij aan een gemeente buiten Rotterdam is gekoppeld. Onlangs verloor hij zijn moeder in Syrië, het was een maandagavond. Alswis ging naar een vriend om te rouwen. De volgende dag was hij te laat terug voor de meldplicht. Als sanctie werd zijn leefgeld ingehouden. „Ik vertelde dat ik het vergeten was omdat mijn moeder was overleden”, vertelt Alswis. „En weet je wat ze zeiden? Dan hebben we een overlijdensakte of medisch rapport nodig als bewijs. Maar hoe moet ik aan een overlijdensakte uit Syrië komen?” Alswis liet een foto zien van zijn overleden moeder. „Maar ook dat geloofden ze niet.” Volgens het COA wilde de man ontheffing van zijn meldplicht, omdat hij naar de begrafenis in het buitenland wilde. En daar is nu eenmaal een bewijsdocument voor nodig.

Hosain Alswis (27) een vluchteling uit Syrië, is niet blij met de beperkte ruimte waar hij ongemakkelijk in kan slapen.
Foto Hedayatullah Amid

Beknotte vrijheid

De meldplicht en de daaraan gekoppelde sanctie maken bij meer statushouders emoties los. Het afstempelen zelf is een kleine moeite, al komt het soms slecht uit. Maar de meldplicht is voor hen uitgegroeid tot het symbool van hun beknotte vrijheid.

„Waaróm moeten wij elke week stempelen? We hebben toch verblijfspapieren? We zijn toch vrij?”, zegt Ali Allaf (28) die met een groep vrienden voor het restaurant rondhangt. Hij vluchtte op zijn zeventiende uit Syrië toen de oorlog uitbrak, leefde in tentenkampen in Libanon en Griekenland en kwam uiteindelijk in Nederland terecht. Allaf had uitgekeken naar het moment dat hij met een verblijfsvergunning eindelijk aan zijn leven kon beginnen. Dus is de frustratie extra groot dat hij nog steeds leeft op een vluchtelingenschip, met drie tassen vol kleren als enige bezit. „Je kunt hier alsnog niks zelf bepalen”, zegt Allaf. „Wat je eet, wanneer je de was doet, hoe je met je kamer omgaat: alles wordt hier voor je bepaald.”

Mohammad Ali Allaf, een vluchteling uit Syrië, is gefrustreerd over de uitzichtloze positie waarin zijn leven zich bevindt.
Foto Hedayatullah Amid

Onlangs was hij zijn frustraties niet meer de baas. Een COA-medewerker kwam naar zijn kamer en vertelde dat hij moest opruimen. „Ze zei: raap je spullen bij elkaar en berg ze op in een tas.” Allaf weigerde. „Ik woon hier, niet zij.” Daarna begon de medewerkster te schreeuwen, zegt hij. Volgens het COA gedroeg juist Allaf zich agressief en bedreigend. De locatiemanager gaf hem een ‘time-out’: hij mocht veertien dagen niet op het schip komen.

Daarna besloot Ali Allaf weer terug te keren; hij heeft nu eenmaal geen andere huisvesting. Maar de frustraties zijn nog net zo groot. „Ik ben een volwassen man. Maar soms wil ik huilen. Wat is er gebeurd met mijn leven, dat ik hier zit op mijn 28ste?”

Het COA doet zijn best, ziet Shelash Abdelaziz (59), een Syrische Koerd, maar ook dat kan weinig veranderen aan de situatie van de statushouders. „De meesten hier zijn gestresst, vooral de getrouwde mannen”, zegt hij. „Zij denken alleen: wanneer komt mijn gezin? Dan pas kan hun leven beginnen.” Ook hij wacht op de komst van zijn vrouw en twee kinderen. „Elke dag bellen we honderd keer”. Ondertussen probeert Abdelaziz zichzelf bezig te houden. Met wandelingetjes door de stad. De taal leren, het NOS Journaal kijken, het COA te helpen met vertaalwerk – in Syrië was hij docent Engels.

Ook Ali Allaf heeft inmiddels een bezigheid gevonden. Hij organiseert muziekavonden op de Silja. Op dek acht, de zaal van de voormalige ‘Moonlight Disco’, speelt Allaf elke vrijdagavond op zijn oed, een Arabisch snaarinstrument. Dan wordt er gedanst.

Tot tien uur ’s avonds. Daarna moet het stil zijn op het schip, zo schrijven de COA-regels voor.

Shelash Abdolazez is 59 jaar en een vluchteling uit Syrië. Hij wacht op de komst van zijn vrouw en twee kinderen. „Elke dag bellen we honderd keer”.
Foto Hedayatullah Amid
Voetballende kinderen zien dat hun bal in het water naast de kade is gevallen.
Foto Hedayatullah Amid


Langer thuis wonen, maar minder thuiszorg – kan dat?

Ze kreeg dinsdagavond de ene na de andere ziekenhuisverpleegkundige „op de lijn”, vertelt D66-Kamerlid Wieke Paulusma. Ze waren blij dat de bezuiniging van 165 miljoen euro op hun na- en bijscholing van de baan is. Maar tegelijkertijd voelden ze zich ook „superongemakkelijk en bezwaard” dat de bezuiniging nu bij hun collega’s in de wijkverpleging terechtkomt.

„Je hebt als minister maanden over een oplossing na kunnen denken, en dan kom je met dít”, zegt Paulusma. „In een tijd dat mensen langer thuis wonen, huisartsen ontzettend druk zijn en mensen voor palliatieve zorg de thuiszorg nodig hebben.”

Minister Agema (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, PVV) maakte dinsdag in een Kamerbrief bekend dat ze wil bezuinigen op het budget voor wijkverpleging, oftewel thuiszorg. Het is het alternatief voor een bezuinigingsplan uit december vorig jaar op opleidingen van zorgpersoneel in het ziekenhuis, zoals verpleegkundigen. Daarover ontstond veel commotie. Agema noemde die omstreden bezuiniging een „ongeluk”, de coalitiepartijen een „vergissing”. Een Kamermeerderheid riep Agema op een alternatief te zoeken. Dat heeft ze nu gevonden. Ze is „blij” met de oplossing, schrijft ze op LinkedIn.

Langer thuis

Toch is het een opvallende bezuiniging. Het vorige kabinet besloot juist dat ouderen langer thuis moeten blijven wonen – en dus meer thuiszorg nodig zullen hebben. In 2022 presenteerde toenmalig minister Conny Helder van Zorg (VVD) het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). De kern: ouderen moeten zelfredzamer worden, meer gebruikmaken van digitale zorg en ze krijgen zo lang mogelijk zorg aan huis. Wijkverpleging speelt in die ontwikkeling een essentiële rol.

Langer thuis wonen lijkt onontkoombaar door de dubbele vergrijzing (er zijn meer ouderen die ook steeds ouder worden). Veel ouderen willen het zelf graag, en het is ook nog eens goedkoper. Verzorgingshuizen zijn er nauwelijks meer, voor een plekje in een verpleeghuis is een wachtlijst van zo’n 25.000 mensen. Zorg aan huis kost minder dan in een verpleeghuis en thuis betaalt een oudere bijvoorbeeld gewoon zijn eigen hypotheek of huur.

Het huidige kabinet is niet afgeweken van deze langer-thuis-wonen-ontwikkeling, al loopt er ook een onderzoek naar de terugkeer van bejaardenhuizen, als een soort tussenvorm tussen thuis wonen en het verpleeghuis.

Geld dat voor de wijkverpleging bedoeld is, moet eigenlijk gewoon worden opgemaakt. Maar nu gaat het al een aantal jaar terug naar de schatkist en wordt het ook niet voor de zorg ingezet

Bianca Buurman
voorzitter van de beroepsvereniging voor verzorgenden en verpleegkundigen (V&VN)

Terug naar de schatkist

Toch vindt minister Agema de bezuiniging op de wijkverpleging „gerechtvaardigd”, omdat er „structureel” sprake is van „onderuitputting”. Met andere woorden: er wordt minder geld uitgegeven dan er beschikbaar is. Een woordvoerder van het ministerie van VWS spreekt dan ook niet over een bezuiniging maar over „realistisch ramen”. Van het potje van tussen 3,5 en 4 miljard euro per jaar blijft al een aantal jaar zo’n 800 miljoen over. Dat geld vloeit terug naar de schatkist.

Die onderuitputting komt door tekort aan personeel, maar ook omdat verpleegkundigen minder uren bij een oudere zijn omdat meer wordt gekeken naar wat mensen zelf kunnen. Onderuitputting ligt vaak gevoelig. „Die 165 miljoen is straks definitief weg”, zegt Paulusma van D66. Actiz, de branchevereniging van zorgorganisaties, schrijft op haar website dat Agema „de ouderenzorg en de wijkverpleging in de kou laat staan”. Volgens Actiz komt de onderuitputting niet omdat er te weinig vraag is naar wijkverpleging. Regelgeving zorgt er volgens hen voor dat er nu geen geld mag worden gestoken in bijvoorbeeld nieuwe technologie en opleidingen: „Daar is het geld dat nu wordt weggegeven voor bedoeld.” Kamerlid Julian Bushoff (GroenLinks-PvdA) spreekt over „ een rare volgorde”. „Kijk eerst of je dat geld kan gebruiken om meer mensen aan te nemen, het werk aantrekkelijker te maken, en voor medewerkers die niet goed rond kunnen komen. Dan zie je daarna wel of je nog steeds geld overhoudt – of niet.”

Bianca Buurman, voorzitter van de beroepsvereniging voor verzorgenden en verpleegkundigen (V&VN), heeft „een heel dubbel gevoel” over de besparing, zegt ze. „Geld dat voor de wijkverpleging bedoeld is, moet eigenlijk gewoon worden opgemaakt. Maar nu gaat het al een aantal jaar terug naar de schatkist en wordt het ook niet voor de zorg ingezet.” Ze is vooral opgelucht dat de besparing op de na- en bijscholing voor ziekenhuisverpleegkundigen van de baan is. Maar, zegt ze erbij, Agema moet ook geld gaan uittrekken voor verpleegkundigen en verzorgenden in de wijkverpleging, net als voor de ouderenzorg en de ggz, die nu helemaal geen structureel geld krijgen voor scholing. „De minister moet over de brug komen.”

Willen we een hele begroting van 110 miljard euro ophouden voor een bedrag van 165 miljoen euro?

Janny Bakker-Klein
lid Eerste Kamer (CDA)

Eerste Kamer aan zet

De VWS-begroting is inmiddels al goedgekeurd door de Tweede Kamer, maar met haar voorstel komt Agema wel de Eerste Kamer tegemoet. Die heeft nog altijd niet ingestemd met haar begroting, vanwege de onduidelijkheid over hoe die 165 miljoen bezuiniging wordt ingevuld. De begrotingsbehandeling staat nu op 1 april gepland. Het is de vraag of de senaat dan nog dwars gaat liggen. In februari liet een meerderheid van de Eerste Kamer in een debat al weten vooral snelheid te willen maken – ondanks de onduidelijkheid die er toen nog was over de alternatieve bezuiniging. „Onze verantwoordelijkheid is de begroting op tijd vaststellen. Laten we een beetje vaart maken”, zei senator Marian Kaljouw (VVD) toen. En Janny Bakker-Klein (CDA): „Willen we een hele begroting van 110 miljard euro ophouden voor een bedrag van 165 miljoen euro?”

Lees ook

Tweede Kamer draait onbedoelde bezuiniging op verpleegkundigen weer terug

Joost Eerdmans (JA21), Henri Bontenbal (CDA) en Mirjam Bikker (ChristenUnie) tijdens de onderhandelingen met de coalitiepartijen over de onderwijsbegroting.


Gemeenten: opvang van Oekraïners loopt vast door tekort aan plekken

De opvang van Oekraïners in Nederland loopt vast. Aan de vooravond van een debat, donderdag in de Tweede Kamer, luiden gemeenten en hulporganisaties de noodklok over het ontbreken van landelijke regie. Daardoor hebben de afgelopen weken verschillende Oekraïense vluchtelingen de nacht op straat moeten doorbrengen.

In Amsterdam werd twee weken geleden 45 Oekraïners de deur gewezen omdat de opvang helemaal vol was, een week geleden waren dat er 38. Het Rode Kruis zegt dat het aantal verzoeken om hulp van Oekraïners is verdubbeld van tweehonderd in december en in januari naar vierhonderd in februari. Een substantieel deel van die verzoeken komt van mensen die zichzelf hadden gemeld voor opvang, en soms wel door drie gemeenten werden weggestuurd voordat zij bij het Rode Kruis aanklopten. Alleen voor de meest schrijnende gevallen kan die organisatie soms enkele overnachtingen in een hotel regelen.

In brieven aan de Kamerleden zetten onder meer de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Vluchtelingenwerk en de vier grote steden nog eens apart uiteen wat de situatie is. De opvang voor Oekraïners, die een speciale status innemen binnen de categorie vluchtelingen, is de verantwoordelijkheid voor de gemeenten. Op dit moment worden er zo’n 94.000 Oekraïners in gemeentelijke voorzieningen opgevangen. In de eerste twee maanden van dit jaar kwamen er wekelijks gemiddeld 215 nieuwe vluchtelingen bij. Op dit moment zijn er in heel Nederland nog 35 plaatsen beschikbaar, zegt de woordvoerder van de Amsterdamse wethouder voor Opvang Rutger Groot Wassink.

Wachten op een bankje

Hij publiceerde deze week een eigen verklaring waarin hij zegt dat de geopolitieke ontwikkelingen ervoor kunnen zorgen dat gemeente de komende periode „misschien wel honderden of duizenden vluchtelingen uit Oekraïne een ‘NEE’ moeten verkopen”. Het Rode Kruis weet van achttien mensen die in februari de nacht op straat hebben moeten doorbrengen, zegt een woordvoerder. „Een vrouw die met een Flixbus uit Oekraïne was aangekomen, kon niet in de opvang terecht en heeft de hele nacht op een bankje voor onze deur gewacht tot we open gingen.”

De situatie is voor de gemeenten verergerd, schrijven de verantwoordelijke wethouders van de vier grote steden, doordat de normvergoeding voor de opvang van Oekraïners door het kabinet is verlaagd van 61 naar 44 euro per bed, per dag. Voor driekwart van de gemeenten liggen de kosten tussen de 55 en 60 euro. „Voor een stad als Den Haag betekent dit een tekort van 4 miljoen euro per jaar”, aldus de brief. De wethouders roepen het kabinet op om het normbedrag te verhogen tot het niveau waarop het de werkelijke kosten voor de gemeenten dekt.


In het Utrechtse grondstoffendepot staan stapels stenen en een wipkip klaar voor hergebruik

„Hé Bas, die rotonde-elementen, kan daar een vrachtwagen overheen?”

Bas van der Veer geeft een rondleiding door het grondstoffendepot van de gemeente Utrecht, als een bezoeker zijn oog laat vallen op de grote betonnen platen die in de halfopen loods op elkaar staan gestapeld. „Laten we daar straks over verder praten!”, roept hij enthousiast terug.

Als grondstoffenmakelaar houdt Van der Veer bij welk materiaal bij het dinsdag geopende depot op industrieterrein Lage Weide binnenkomt en er weer uitgaat. Hij weet waar elke oude straatklinker, prullenbak of speeltoestel ooit in de gemeente heeft gestaan of gelegen. Hij wijst naar een stapel leistenen: „Zijn hier fans van FC Utrecht? Deze tegels trokken supporters vorig jaar bij de rellen uit de grond, waarop de gemeente ze bij het stadion heeft weggehaald. Ze zijn erg duur, dus we kunnen een hoop geld besparen”.

Tot een jaar of tien geleden was het voor de gemeente gebruikelijk om bij de herinrichting van een straat of park alles te vervangen door nieuw materiaal. De aannemer kreeg het oude materiaal mee en mocht ermee doen wat hij wilde. Nu is hergebruik de norm, zegt de Utrechtse wethouder Susanne Schilderman (Circulaire Economie, D66). Maar omdat er tussen de aanleg van de ene straat en de andere veel tijd kan zitten, had de gemeente een terrein nodig voor tijdelijke opslag.

Utrecht is daarin niet uniek. Een groeiend aantal gemeenten opent soortgelijke depots, waar (bouw)materialen uit de openbare ruimte worden opgeslagen om opnieuw ingezet te worden. Zo beschikt Haarlem sinds vorig najaar over een ‘grondstoffenhub’, heeft Apeldoorn een ‘circulaire werf’ en kan Almere na de zomer een terrein van zo’n 5.000 vierkante meter gaan inrichten, laat een woordvoerder weten.

De ontwikkeling hangt samen met de kabinetsdoelstelling om de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair te maken, waarin alle reststoffen van afval en bouwmaterialen worden hergebruikt. In 2030 moet dat al 50 procent zijn, maar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) meldde eind februari dat de doelen juist steeds verder uit zicht raken. Sterker nog, het grondstoffengebruik is na de coronacrisis toe- in plaats van afgenomen.

Foto Merlin Daleman

Kosten besparen

Ook de komst van extra locaties voor recycling en opslag, zoals in Utrecht, staat landelijk onder druk. „Voor een nieuw depot of een papierafslag moet een terrein vallen in een ‘hoge milieucategorie’, omdat ze overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving”, legt Schilderman uit. Uit onderzoek in opdracht van werkgeversorganisatie VNO-NCW bleek eind 2023 dat een aantal gemeenten in het midden van het land juist besluit om die categorie af te schalen. Vaak is woningbouw de reden: als in de nabijheid een woonwijk verrijst, mogen de nieuwe bewoners geen last krijgen van industrieel lawaai of indringende geuren.

„Tegelijk moet zo’n opslag niet te ver buiten de stad liggen, want dan is weer veel transport nodig”, zegt Schilderman. Het eisenpakket maakt dat een gemeente als Leiden al jaren tevergeefs zoekt naar een locatie, waardoor het nog niet lukt om al het materiaal uit de openbare ruimte opnieuw te gebruiken. In Utrecht kreeg grondstoffenmakelaar Bas van der Veer naar eigen zeggen „grijze haren” van de zoektocht, en kon hij het bijna niet geloven toen de locatie in Lage Weide uiteindelijk beschikbaar kwam. Het depot ligt direct aan het Amsterdam-Rijnkanaal, waardoor zelfs vervoer van materialen over water mogelijk is.

De gemeente kocht het terrein in 2023 voor 20,3 miljoen euro aan. Volgens Schilderman ligt er een „goede business case”. Jaarlijks besteedt de gemeente gemiddeld zo’n 150 miljoen euro aan nieuwe grondstoffen voor de openbare ruimte, die samen goed zijn voor een file van vrachtwagens van de Domstad tot aan Barcelona. „Slecht voor de planeet, maar ook voor de portemonnee”, aldus de wethouder.

Of een depot daadwerkelijk geld bespaart, is volgens directeur Matthijs Haveman van het Utrechtse wegenbouwbedrijf D. Van der Steen overigens nog maar de vraag. De afgelopen jaren werkte het bedrijf aan de herinrichting van de Utrechtse binnenstad. „Vanuit bezuinigingsoogpunt moet je niet altijd aan hergebruik doen”, zegt Haveman. „Economisch is een nieuwe tegel bijvoorbeeld goedkoper. Het kost misschien 50 cent om zo’n tegel te maken, en je hebt in dat geval geen kosten voor een tussenopslaglocatie of transport van en naar die plek.”

Maar, benadrukt Haveman, duurzamer is het depot zeker. „Een nieuwe tegel heeft weer nieuw cement nodig. De betonindustrie is een van de meest vervuilende sectoren ter wereld. Ook moeten grondstoffen verscheept worden, wat extra bijdraagt aan de klimaatimpact. Ik denk dat 70 tot 80 procent van een betegelde straat opnieuw gebruikt kan worden.”

Foto’s Merlin Daleman

Geopolitieke ontwikkelingen

Volgens Schilderman kan hergebruik wél financieel uit als je ook de langere afschrijvingstermijn van het materiaal meeneemt. „In de praktijk kan een steen echt wel langer mee dan dertig of vijftig jaar.” Ze noemt nog een voordeel: door hergebruik is Nederland voor materialen minder afhankelijk van de wereldwijde toeleveringsketen, die door geopolitieke ontwikkelingen ernstig verstoord kan raken.

Niet elk Utrechts project in de openbare ruimte zal meteen volledig bestaan uit hergebruikt materiaal, erkent ze. Soms spelen andere belangen, zoals de nieuwbouwwijk die „goed moet staan in de brochure” en waar geen mengelmoes van oude stenen bij past, of herinrichtingen van de stad waar al jaren aan gewerkt wordt en waar afwijken van plannen niet mogelijk is.

In de toekomst hoopt grondstoffenmakelaar Van der Veer dat ontwikkelaars en architecten al voor hun ontwerp klaar is komen rondsnuffelen in het depot. „Misschien zien ze in een steen of balk weer een nieuwe toepassing”, zegt hij. „Want waarom zou je iets nieuw kopen, als je het oude nog kan gebruiken?”

Foto Merlin Daleman


Politie werkte mee aan een stichting die op grote schaal de wet overtrad, moet schadevergoeding van dik twee ton betalen

Achter de bordjes met ‘Winkeldieven betalen € 181’, die bij duizenden winkels in Nederland te zien zijn, schuilt een opmerkelijk verhaal over de Nationale Politie. Het is een verhaal waarin de politie privacywetten schendt, waarschuwingen daarover negeert en oud-agenten bevoordeelt. Woensdag voegde de rechtbank Den Haag hier een nieuw hoofdstuk aan toe door de Nationale Politie te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van 208.000 euro.

„Het is geweldig dat ik in het gelijk gesteld ben”, zegt directeur Rogier Bakker van Overlastregistratie Nederland, nu een jarenlange strijd tegen de politie definitief in zijn voordeel is beslecht. Nadat de Nationale Ombudsman het handelen van de politie als „onredelijk” en „niet behoorlijk” kwalificeerde en de rechtbank in een tussenvonnis onrechtmatig handelen van de politie vaststelde, heeft de rechter nu vastgesteld hoeveel dat handelen de Nationale Politie – en dus de belastingbetaler – kost.

Toch is Bakker woensdagochtend niet opgetogen. Hij was de afgelopen jaren dag en nacht bezig met de rechtszaak. „Gezien de tijd, het geld en de spanning die het mij opleverde voelt het ook als een pyrusoverwinning.”

Hoe kun je als politie nou meewerken aan een stichting die ermee instemt dat op grote schaal de wet wordt overtreden?

Mario Benschop
gepensioneerd privacyfunctionaris

Voor Bakker begint het verhaal ruim tien jaar geleden. Hij is dan voorzitter van de ondernemersfederatie van de Haagse binnenstad waar een project loopt tegen winkeldieven, vertelt hij in een gesprek in aanloop naar de uitspraak.

181 euro

Los van de strafrechtelijke aanpak door politie en justitie, kunnen dieven door winkeleigenaars ook civielrechtelijk worden aangepakt. Naast het opleggen van een winkelverbod, kunnen zij de kosten van een diefstal bij de dader in rekening te brengen.

De schade die een dief moet vergoeden bestaat onder meer uit de tijd die de ondernemer kwijt is aan de administratieve afhandeling en de observatie van de winkeldief. Voor deze ‘civiele aansprakelijkstelling’ hanteren winkels een standaard bedrag dat met bordjes als ‘Winkeldieven betalen € 181’ kenbaar wordt gemaakt.

Bakker komt als voorzitter van de ondernemersfederatie met de civiele aansprakelijkstelling in aanraking. „Het ging er enorm omslachtig aan toe”, memoreert hij. Na iemand betrapt te hebben, moest het personeel de winkeldief meenemen en met de hand een lijvig formulier invullen. „Ik dacht: ‘ik moet een app bouwen om dat proces voor ondernemers te vereenvoudigen’.” Overlastregistratie Nederland wordt geboren en richt zich als juridisch dienstverlener op de afhandeling van winkeldiefstallen.

Vrijwel alle winkels besteden het verhalen van de 181 euro op de winkeldief uit aan zo’n gespecialiseerde organisatie. Als Bakker in 2015 de markt betreedt zijn er twee anderen actief: Detailhandel Nederland en de Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA).

De laatste is grondlegger van de aanpak en met afstand de grootste. Het bedrijf wordt in 2006 opgericht door politieman Arie Jan van Os, die als agent zag „dat criminelen ongestraft wegkwamen en benadeelden met de schade achterbleven”, leert de ontstaansgeschiedenis.

Met Overlastregistratie Nederland krijgt SODA er een geduchte concurrent bij. „Ik wist mooie klanten binnen te halen zoals Dirk, Action, Zara, Dekamarkt, Vomar en Sligro”, vertelt Bakker. „Maar in 2016 begon ik plots klanten te verliezen aan SODA. Dat vond ik raar, mijn klanten waren tevreden maar toch gingen ze weg.”

De reden, zo ontdekt Bakker: de politie is de gegevens van alle gearresteerde winkeldieven van alle winkels in Nederland direct aan SODA gaan verstrekken. Onder het mom van een ‘pilot’ krijgt het bedrijf bijna drie jaar lang toegang tot de persoons- en adresgegevens van alle winkeldieven in Nederland. Naast die van de eigen klanten zitten daar dus ook winkeldieven tussen van klanten van Overlastregistratie Nederland, Detailhandel Nederland en van winkeliers die überhaupt nog geen juridisch dienstverlener in de arm hebben genomen.

Lees ook

Aanpak van winkeldieven stokt door gebrekkige medewerking van de politie

Winkeldieven die op heterdaad worden betrapt, betalen een vast bedrag van 181 euro voor de tijd die de afhandeling van de ontvreemding kost.

De klantenstroom van Overlastregistratie Nederland droogt op. Bakker, die een vast bedrag per aansprakelijkheidsstelling vraagt, moet geregeld maanden op gegevens wachten. Dit terwijl SODA, dat op basis van no cure no pay werkt, ze vrijwel direct ontvangt. Omdat SODA ook gegevens krijgt aangeleverd van bedrijven die nog geen klant zijn, zit het bedrijf ook op acquisitievlak gebakken. „Ik kon niet geloven wat er gebeurde”, vertelt Bakker. „Op zo’n manier persoonsgegevens verstrekken mag vanuit privacy-oogpunt helemaal niet.”

Klanten werven

Wettelijk mag de politie gegevens van een dader verstrekken aan de benadeelde van een strafbaar feit; die kan zo zijn schade verhalen. Daarvoor moeten die benadeelden, of hun juridisch dienstverleners, een schriftelijk verzoek bij de politie indienen.

Maar met de in 2016 gestarte ‘pilot Geautomatiseerde Verstrekking Winkeldiefstallen’ gaan alle winkeldiefstalgegevens direct naar SODA. Die automatische levering valt onder een project dat een jaar onder de vlag van het Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing – een publiek-privaat samenwerkingsverband van onder meer politie en bedrijfsleven – liep.

Uit documenten die onderdeel uitmaken van de rechtszaak tussen Overlastregistratie en de politie en die NRC inzag, blijkt dat de politie tijdens dat project klanten onder winkeliers werft voor SODA. Wijkagenten werken als ‘ambassadeur’ voor het bedrijf en moeten winkeliers bekend maken met de civiele aansprakelijkstelling en hen op het voordeel van een afhandeling via SODA wijzen.

De start van de pilot in 2016 luidt voor Bakker een jarenlang, slepend proces in. Hij dient een klacht in bij de politie en wijst erop dat de automatische levering van de persoonsgegevens van alle winkeldieven in Nederland een schending van privacywetgeving is en per direct moet worden gestaakt.

Hoofd van de eenheid Noord-Holland, die de landelijke portefeuille winkeldiefstal onder haar hoede heeft grijpt niet in

Bij de politie stuit hij echter op een muur. Hoofd van de eenheid Noord-Holland Liesbeth Huyzer, die de landelijke portefeuille winkeldiefstal onder haar hoede heeft en in 2017 toetreedt tot de landelijke korpsleiding, grijpt niet in.

Huyzer en een naaste medewerker, de landelijk coördinator ketensamenwerking, fiatteren de praktijk omdat zij een rol spelen bij de in 2012 opgerichte toezichthouder: de Stichting Directe Aansprakelijkstelling Aan Daders (DAAD). Die stichting, waar alleen SODA bij is aangesloten, heeft als doel dieven civiel aansprakelijk te laten stellen en het bewaken van de juridische kaders waarbinnen dat gebeurt. In de Raad van Toezicht, die geen probleem ziet in de automatische gegevensverstrekking, zit de coördinator ketensamenwerking van de politie. Huyzer zelf is volgens de stichting ‘meelezend lid’ van de Raad van Toezicht; daardoor wordt ze niet bij de Kamer van Koophandel geregistreerd.

Privacy-experts van de politie weten niet wat ze zien. „De politie was toeleverancier van alle winkeldiefstallen in heel Nederland naar een bedrijf en zat in de Raad van Toezicht die moest controleren of de gegevensverstrekking wel binnen de juiste juridische kaders plaatsvond”, zegt Mario Benschop, gepensioneerd privacyfunctionaris en hoofd coördinator van de privacydesk van de eenheid Noord-Holland.

Hij schrikt als hij de klacht van Bakker in 2017 onder ogen krijgt. „Hoe kun je als politie nou meewerken aan een stichting die ermee instemt dat op grote schaal de wet wordt overtreden?”

Benschop vindt het illustratief voor de lage prioriteit die bij de Nationale Politie aan privacy wordt gegeven. Intern, zegt Benschop, slaat hij alarm als hij de gang van zaken ontdekt. Los van het feit dat het niet is toegestaan om dadergegevens van winkels te verstrekken die niet eens bij SODA klant zijn, wijst Benschop erop dat de automatische lijsten vol fouten zitten.

Gegevensbeheer is niet waar de politie het allerbeste in is

Mario Benschop
gepensioneerd privacyfunctionaris

„Gegevensbeheer is niet waar de politie het allerbeste in is”, zegt Benschop. In het incidentregistratiesysteem van de politie, waar hij tien jaar functioneel beheerder van was, slopen in zijn tijd geregeld fouten omdat agenten alles handmatig en soms gehaast invoeren. Toevoegingen zoals ‘B’ bij een adres invoeren kon niet en dat zorgde voor problemen als meerdere winkels achter hetzelfde huisnummer schuilgingen. Benschop: „Als het gegevensbeheer zo slecht is, kun je dus zeker niet automatisch lijsten uitgeven.”

Volgens de oud-agent wordt pas eind 2018, anderhalf jaar nadat hij intern aan de bel trekt en de problemen ook toenmalig politiechef Erik Akerboom bereiken, met de onwettige automatisch verstrekking gestopt.

‘Belangenverstrengeling’

Bakker stapt ook naar de Nationale Ombudsman. Die bemiddelt tevergeefs tussen de politie en Overlastregistratie Nederland en Detailhandel Nederland (dat eind 2020 wordt opgeheven) en start vervolgens een onderzoek. Daarvoor spreekt de Ombudsman met vijf politiemedewerkers, onder wie Benschop. Zij wijzen de ombudsman op de nauwe verwevenheid tussen de politie en SODA, zo blijkt uit het onderzoeksrapport waarin de politiemedewerkers geanonimiseerd worden opgevoerd.

Ze vertellen de Ombudsman onder meer dat Niels van Os, zoon van oprichter Arie Jan, jarenlang voor zowel de politie als voor SODA werkte en tijdens het politiewerk reclame voor het bedrijf van zijn vader maakte bij politiecollega’s. Nadat deze „vermeende belangenverstrengeling” werd gemeld, moest Van Os voor een werkgever kiezen. Het werd SODA. Vorig jaar volgde hij zijn vader op als directeur.

Ombudsman Reinier van Zutphen constateert uiteindelijk in 2022 dat SODA „een stevige marktpositie heeft kunnen creëren” dankzij de volledige gegevenslevering door de politie, de dubbelrol van Niels van Os en de trage houding van de politie bij de aanpassing van de privacyschendende werkwijze. Het eindoordeel van de Ombudsman luidt dat de politie zich „niet behoorlijk” heeft gedragen en zich jegens Overlastregistratie Nederland „onredelijk” heeft opgesteld.

En hoewel er geen klacht over is ingediend constateert de Ombudsman dat er bij de verstrekking van winkeldiefgegevens veel fout gaat. Zo ontvangt Overlastregistratie Nederland gegevens van winkeldieven van SODA en andersom. Politiemedewerkers vertellen de Ombudsman dat de foutmarge 20 procent bedraagt – wat de politie ontkent. De Ombudsman concludeert dat „het zeer aannemelijk is dat de politie haar informatiehuishouding niet op orde heeft” en niet secuur omgaat met gevoelige informatie waardoor „privacyrechten van burgers in het geding kunnen komen”.

Machtige overheid

Na het rapport van de Ombudsman vraagt Bakker de politie om vergoeding van zijn gederfde omzet, die volgens hem in de miljoenen loopt. Omdat de politie niet meer dan 25.000 euro wil vergoeden, stapt hij naar de rechter. Woensdag stelde de rechtbank vast dat Bakker recht heeft op 173.408 euro schadevergoeding en zo’n 34.000 euro vergoeding van andere kosten.

Bakker houdt er vanwege onder meer zijn forse advocatenkosten onder de streep vrijwel niets aan over, vertelt hij. „Dit is heel teleurstellend. Het geeft voor mij aan dat je als burger tegen de machtige overheid niks in de pap te brokkelen hebt.”

De ondernemer, nog steeds actief met Overlastregistratie Nederland, hoopt dat de politie zich door de uitspraak laat aansporen de gegevens van winkeldieven eindelijk correct te verstrekken.

In januari onthulden NRC en de NOS dat die gegevensverstrekking sinds 2024 nagenoeg stil is komen te staan. Iedere individuele politie-eenheid is verantwoordelijk gemaakt voor de verstrekking en die eenheden leven hun plicht daartoe nauwelijks na. Het gevolg is dat tienduizenden winkeldieven nu ‘vrijuit’ gaan. In een reactie stelde de politie toen dat wordt gewerkt aan een ‘nieuw landelijk uniform proces’. Bakker is sceptisch. „Dat wordt al jaren gezegd. Vooralsnog is de winkeldief de lachende derde.”


Sporten tijdens de ramadan: ‘Knallen, een dadel eten en alhamdoulillah’

‘We beginnen met de warming-up”, zegt Elisa Deijkers. „Honderd keer links-rechts stoten, honderd keer uppercut, honderd keer trappen.” Zeven deelnemers aan de kickboksles beginnen op een bokszak te rammen. Het is de eerste keer deze ramadan dat de les voor vrouwen bij Monstergym in het Amsterdamse Osdorp doorgaat. Tijdens de eerste week van de ramadan was er te weinig animo.

„Ik vond dat eigenlijk niet heel erg”, zegt trainer Deijkers. „Ik vast zelf ook, dus kon ik vorige week wennen aan het nieuwe ritme.” Maar vanavond zijn de vrouwen er weer, al is het een kleiner clubje dan normaal. Sporten tijdens de vastenmaand, wanneer moslims van zonsopgang tot -ondergang niet eten of drinken, is niet makkelijk.

De vrouwen sporten in een afgeschermd gedeelte van de sportschool. Achter de zwarte schermen hebben ze privacy en kunnen vrouwen hun hoofddoek eventueel af doen tijdens het sporten. Gedurende de ramadan zijn de openingstijden verruimd tot 1 uur ’s nachts. Er hangt een groene slinger met de woorden ‘ramadan kareem’ (een gezegende ramadan). Ook mannen zijn deze avond aan het trainen. Het geluid van bokshandschoenen die ergens tegenaan stoten is de hele tijd hoorbaar.

Ramazan Tas deelt enkele stoten uit tegen de kussens die zijn trainer Andaman Daku om zijn handen heeft. Beiden vasten en hebben geen enkele moeite om te blijven sporten, vertellen ze. Sterker nog, je krijgt er energie van, zegt Daku. Tas: „Allah geeft je power.” Hij traint soms overdag, soms ’s avonds na het eten en past zijn schema nergens op aan. Dat is een uitzondering, de meeste mensen houden wel rekening met een lager energieniveau tijdens de vastenmaand.

<figure aria-labelledby="figcaption-0" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Versiering ‘ramadan kareem’ (een gezegende ramadan) in de sportschool Monstergym in het Amsterdamse Osdorp.

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-figure-id=”0″ data-variant=”row”><img alt data-description="Versiering ‘ramadan kareem’ (een gezegende ramadan) in de sportschool Monstergym in het Amsterdamse Osdorp.

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/19101029/data129543772-e55d8c.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-6.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-4.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-5.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-6.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-7.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/t9OpZPTrp4DfEtq_UuZpX91d84E=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/19101029/data129543772-e55d8c.jpg 1920w”>

<figure aria-labelledby="figcaption-1" class="figure" data-captionposition="icon" data-description="Trainer Andaman Daku (rechts) vast ook tijdens de ramadan, en zegt geen enkele moeite te hebben om te blijven sporten.

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-figure-id=”1″ data-variant=”row”><img alt data-description="Trainer Andaman Daku (rechts) vast ook tijdens de ramadan, en zegt geen enkele moeite te hebben om te blijven sporten.

Foto Dieuwertje Bravenboer

” data-open-in-lightbox=”true” data-src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-1.jpg” data-src-medium=”https://s3.eu-west-1.amazonaws.com/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/19101032/data129543760-b57855.jpg” decoding=”async” src=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-10.jpg” srcset=”http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-8.jpg 160w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-9.jpg 320w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-10.jpg 640w, http://nltoday.news/wp-content/uploads/2025/03/sporten-tijdens-de-ramadan-knallen-een-dadel-eten-en-alhamdoulillah-11.jpg 1280w, https://images.nrc.nl/Vg7TbG6BZWT6SQqYBdoFmS2eAzg=/1920x/filters:no_upscale()/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2025/03/19101032/data129543760-b57855.jpg 1920w”>

Foto’s Dieuwertje Bravenboer

Lees ook

Humor en zelfspot over de ramadan op de socials

Mahmut en Ali worden geïnterviewd door Nora Akachar Beeld NTR

‘Energie eruit knallen’

Personal trainer Omar Hassan ziet de ramadan als de ideale maand om af te vallen. Hij heeft een speciale work-out ontwikkeld voor zijn lessen en trainingen tijdens de vastenmaand bij Immersive Studio’s in Rijswijk, vertelt hij aan de telefoon. Hij raadt aan om vlak voor het eten te sporten. „Lekker de laatste energie eruit knallen en daarna aanvullen met de juiste voeding. Je leert zo je lichaam gas geven én net over je limiet heen te gaan. Terwijl je denkt dat je eronder zit”, zegt hij. „Knallen, een dadel eten en alhamdoulillah. (Alle lof zij aan Allah, red.)” Moslims verbreken het vasten over het algemeen met een dadel.

Makkelijk is het niet, sporten tijdens de ramadan zegt hij. Het is wat hem betreft ook niet de bedoeling om heel zwaar te gaan trainen. „Zie het als een onderhoudsmaand. Je moet niet te hard voor jezelf zijn. Als je normaal honderd kilo bankdrukken doet, doe dan nu zeventig kilo. Maar voeg wat extra herhalingen toe. Het vasten is bijna onmenselijk, verwacht dan niet dat je ook nog vol gas in de gym kan gaan.”

Elisa Deijkers houdt daar ook tijdens haar kickbokstrainingen rekening mee. „Ik zie nu dat ook de meest fanatieke meid het wat lastiger heeft”, zegt ze na een paar oefeningen. „Dat betekent dat het niveau te hoog is, dus ik ga de rest van de les daarop aanpassen.” Waar ze bij een volgende ronde normaal een minuut lang oefeningen moeten doen, wordt dat nu 40 seconden. En er volgen minder herhalingen.

Halve marathon

Afgelopen weekend liep Rotterdammer Abdelillah Ayad de halve marathon, tijdens de CPC Loop in Den Haag. „Het ging verrassend genoeg heel goed”, zegt hij aan de telefoon. De veertiger sport al sinds zijn twaalfde. „Ik ben tijdens de ramadan nooit gestopt met sporten. Op een gegeven moment went je lichaam eraan. Ik weet wat mijn lichaam aankan en luister naar de signalen. Ik zou zelfs een hele marathon kunnen lopen.”

Abdelillah Ayad liep de halve marathon: „Mijn broers en zussen verklaren me voor gek”

Ayad bereidt zich goed voor. „Ik werd extra vroeg wakker voor het gebed en om te eten. Ik at extra koolhydraten, zodat mijn lichaam het kon volhouden. Het voordeel was ook dat de loop dit jaar in de ochtend begon. Dan heb je nog wat energie.”

Alsof het al niet een prestatie was om tijdens de vastenmaand te rennen, liep Ayad ook nog een persoonlijk record: 1 uur, 27 minuten en 5 seconden. Na afloop had hij zeker dorst, lacht hij. „Toen het etenstijd was heb ik eerst een dadeltje gegeten en daarna gelijk water. De dag erna heb ik een klein rondje gelopen om te kijken hoe de benen voelden. En dat ging goed.”

Mensen in zijn omgeving vinden het maar niets, zegt hij. „Mijn moeder maakt zich altijd zorgen of het wel verstandig is. Mijn broers en zussen verklaren me voor gek.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Soepje en een loempia

Yasmina Aitali laat zich na de kickboksles op de grond zakken, met een mandarijntje in haar hand. „Lekkerste mandarijn ooit”, verzucht ze. Het was haar eerste sportles deze ramadan. „Dus het was wennen. Maar wel lekker.” Normaal sport ze drie tot vier keer per week, nu redt ze dat niet. „Je hebt toch andere prioriteiten, je gaat ’s avonds bijvoorbeeld bidden.” Ze vindt het wel belangrijk om te blijven sporten. Belangrijkste doel? Afvallen.

Tegenover haar is ook Ahlam Mezouari met een mandarijn aan het bijkomen van de les. „Ik had van tevoren niet veel gegeten. Een soepje en een loempia.” Aitali lacht: „Dan kun je nu naar huis om de andere loempia’s te eten.” Ook Mezouari blijft sporten omdat ze graag wil afvallen. „En het is ook wel lekker om na een lange dag alle frustratie er op een zak uit te boksen.”

Deijkers vraagt ondertussen aan de deelnemers wanneer ze de volgende les willen. Donderdag of vrijdag? Terwijl de vrouwen een voor een afscheid nemen en naar huis gaan, worden er afspraken gemaakt om binnenkort met zijn allen samen te eten tijdens een iftar, de maaltijd waarmee het vasten gebroken wordt. Deijkers zwaait de deelnemers uit: „Ik ben echt trots op jullie.”

Lees ook

Schoolexamens tijdens ramadan: hoe kan je vasten en toch je toetsen halen?

Vrijwilligers bereiden iftarmaaltijden in het clubhuis van zaalvoetbalvereniging Tigers Roermond. Die worden gratis thuisbezorgd. Ook vrijwilligers van een moskee en een jongerenvereniging doen mee.


Een monument kan niet ‘het verhaal van ons land vertellen’ als het is ingestort

Hoe de Wilhelminatoren in Valkenburg heeft kunnen instorten is nog niet opgehelderd. „Uit de subsidieaanvraag die in 2022 bij het Rijk ten behoeve van de Wilhelminatoren is gedaan bleek geen groot achterstallig onderhoud”, laat minister Eppo Bruins (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, NSC) weten. Wel was sprake van betonrot in het uitkijkplatform op de zesde verdieping. Om die reden zou de verdieping worden gerenoveerd, maar de vergunning daarvoor werd pas vorig jaar door de gemeente Valkenburg afgegeven. Een verband tussen de betonrot en de instorting is vooralsnog niet aangetoond.

De Wilhelminatoren, eigendom van de familie Geenen uit Valkenburg, is een van de bijna 62.000 rijksmonumenten in Nederland, variërend van kerken, historische buitenplaatsen en kastelen tot boerderijen, woonhuizen en molens. Ongeveer de helft daarvan is geen woonhuis. De vraag is hoe het gesteld is met de staat van deze monumenten. Zijn ze veilig?

Lees ook

Zomaar opeens heeft Valkenburg er met het instorten van de Wilhelminatoren nog een ruïne bij

Brandweer bij de Wilhelminatoren in Valkenburg, die is ingestort.

„We weten dat ongeveer 14 procent van alle gebouwde niet-woonhuismonumenten qua monumentale waarden in matige of slechte staat verkeert”, aldus minister Bruins. „Wat overigens niet betekent dat ze op instorten staan. Dat is meer dan we wenselijk vinden. Het percentage daalt al enkele jaren, maar in het bijzonder bij grote monumenten is er een knelpunt.”

Uit onderzoek van het ministerie blijkt dat er de komende tien jaar minimaal 2,2 miljard euro nodig is om die monumenten in een goede staat te brengen, en 700 miljoen euro om het percentage van ruim 14 procent te reduceren tot 10 procent, zoals sinds de jaren negentig als beleidsdoel geldt. Maar vermoedelijk zijn de kosten veel hoger, aangezien de beoordeling van de rijksmonumenten veelal gebeurt door een schouw van buitenaf. „De kosten voor bijvoorbeeld funderingsherstel, herstel van interne bouwdelen en interieurs blijven daardoor buiten beeld. Zeker bij grote objecten kan dit om aanzienlijke bedragen gaan”, schrijven de onderzoekers. De totale kosten belopen om die reden „ten minste 2,5 miljard”.

Frustraties over sloop

De eigenaar van een rijksmonument is verantwoordelijk voor de fysieke staat van het gebouw. Het Rijk ondersteunt deze eigenaren met subsidies en leningen met een lage rente. De gemeenten ten slotte, moeten zorgen voor naleving van de zogenoemde Erfgoedwet. Niet duidelijk is of dit altijd zorgvuldig gebeurt. Wel is er de afgelopen decennia meer aandacht bij gemeenten voor erfgoed ontstaan. „Er is frustratie over de sloop van monumenten in de jaren zeventig en tachtig. Gemeenten beseffen steeds vaker dat monumentaal erfgoed waardevol is en ook publiek trekt”, zegt Aryan Klein, directeur-bestuurder van de Stichting Monumentenwacht Limburg in Maastricht.

Monumentenwachten adviseren eigenaren over onderhoud en maken hen wegwijs bij het aanvragen van subsidies. Maar of gemeenten voortdurend in de weer zijn hun rijksmonumenten te controleren? „Durven gemeenten eigenaren aan te schrijven? En hebben ze inzicht of er sprake is van achterstallig onderhoud?”, vraagt Eefje van Duin, directeur-bestuurder van de Monumentenwacht in Drenthe, Flevoland, Friesland en Overijssel en tevens voorzitter van de Federatie Instandhouding Monumenten (FIM). „Als een monument verloedert, ligt het voor de hand om als gemeente de eigenaar daarop aan te spreken, maar dat is niet overal even gemakkelijk. Gemeenten hebben er ook niet altijd de capaciteit voor.”

Inspectie

Dat een gemeente ingrijpt, blijft bovendien niet altijd zonder gevolgen. Zo is de gemeente Wassenaar in een juridisch geschil verwikkeld met de eigenaar van de ernstig verwaarloosde villa Huize Ivecke, nadat de gemeente kosten had gemaakt voor de instandhouding en deze kosten verhaalde op de eigenaar. „Ik ben heel benieuwd welke kosten de rechter straks noodzakelijk acht voor de instandhouding van dit rijksmonument”, zegt Van Duin. „Vindt de rechter bijvoorbeeld enkele verflagen noodzakelijk of had een kloddertje ook wel volstaan?”

Een ander voorbeeld van actief ingrijpen, eind vorig jaar, was de onmiddellijke sluiting van de bibliotheek in het zeventiende-eeuwse Arsenaal in Coevorden. Dit nadat er grote scheuren in het pand waren aangetroffen bij een inspectie door de Monumentenwacht. De gemeente heeft herstelwerk laten uitvoeren en doet nu nader onderzoek.

Hoe moet een grote kerk een restauratie van 20 miljoen euro ophoesten als die 1 miljoen subsidie krijgt?

Eefje van Duin
Monumentenwacht Drenthe, Flevoland, Friesland en Overijssel

Kerk kan geld niet ophoesten

Gemeenten moeten dus toezien op naleving van de Erfgoedwet, maar periodieke inspecties zijn voor eigenaren niet verplicht. Wel kunnen de eigenaren zich abonneren op de Monumentenwacht en tegen gereduceerd tarief inspecties laten uitvoeren. Ook stellen provincies, die de subsidieregelingen uitvoeren, een inspectie veelal als voorwaarde om voor subsidies in aanmerking te komen. Maar zelfs met subsidies zijn sommige restauraties niet te betalen. Vooral niet, zegt Aryan Klein van de Limburgse Monumentenwacht, als een gebouw leeg staat. „Dat is het ergste wat een monument kan overkomen.”

Gebrek aan inkomsten speelt onderhoud en restauratie parten. Eefje van Duin: „Monumenten zijn belangrijk voor de identiteit van Nederland. Ze vertellen het verhaal van ons land. Maar hoe moet bijvoorbeeld een grote kerk een noodzakelijke restauratie van 20 miljoen euro ophoesten als zo’n kerk 1 miljoen subsidie krijgt?”

Jaarlijks besteedt Nederland ongeveer 200 miljoen euro aan erfgoed en monumentenzorg. Daarnaast wordt er voor een kleine 600 miljoen euro aan leningen met een lage rente uitgekeerd. Ook zijn er incidentele subsidieregelingen. Maar veel subsidieregelingen worden „overvraagd”, stelt Van Duin. Er loopt onderzoek naar de financiële tekorten bij onderhoud en restauratie van rijksmonumenten. „Afhankelijk van deze uitkomsten zullen we de politiek erop wijzen hoeveel meer geld er in de subsidiepotten zou moeten zitten.”

Lees ook

Rijksmonumenten bedreigd door verkrotting. ‘De eigenaar is officieel nooit op zijn vingers getikt’

Het in 1909 gebouwde villacomplex Het Hoompje in Sluis.


Een beladen staatsbezoek van de koning aan Kenia. ‘Dit gaat om geld, niet om mensenrechten’, zegt een activist

„Zijn hier geen geheim agenten van de Keniaanse regering aanwezig?”, vraagt een schichtige jongere vlak voor het gesprek met koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Maar in de ontspannen ambiance van de woonkamer van de Nederlandse ambassadeur in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, waar dinsdagochtend tien jongeren het koninklijk paar ontmoeten, verdampt de spanning snel.

„Mijn stem spreekt redelijkheid uit, geen hoogverraad”, begint woordkunstenaar Steve Biko (33). „De heersers van Kenia die ons behoren te beschermen, vermoorden ons. Maar we hebben geen vrees meer.”

We proberen jongeren te activeren tegen de regering, misschien vormen we later een politieke partij en neemt Gen Z de macht over

Joshua Okayo (29)
een van de Gen Z-leiders

De koning maakte er geen geheim van dat zijn bezoek omstreden is. „We weten dat er twintigduizend petities zijn verstuurd om ons bezoek af te gelasten. Maar dit is een staatsbezoek, van het ene aan het andere land. Als je niet komt, keer je Kenia de rug toe.” Waarna Máxima beloofde de woorden van de tien jongeren te zullen overbrengen aan de Keniaanse autoriteiten.

Joshua Okayo (29) liet de uitnodiging van de Nederlandse ambassade voor een ontmoeting met het koninklijke paar aan zich voorbijgaan. „Het staatsbezoek legitimeert de schending van mensenrechten in Kenia”, zegt hij. „De koning schudt de hand van de Keniaanse president William Ruto en daar kleeft bloed aan. Sommigen van ons noemen degenen die wel met de koning spraken verraders.”

Willem-Alexander tijdens de welkomstceremonie bij State House.
Foto Remko de Waal / ANP

Aalsmeer

Okayo is een van de meest zichtbare leiders van Gen Z, de aanduiding van zowel een generatie (geboren tussen 1995 en 2010), als van een protestbeweging in Kenia. Hij werd daags na een massabijeenkomst van Gen Z in juni ontvoerd en gemarteld door een nationale veiligheidsdienst. Meer dan zestig betogers werden geveld door politiekogels.

Die repressie brengt de koning in een spagaat. Hij arriveerde met een handelsdelegatie van vijftig zakenlieden en drie ministers; Nederland is de grootste handelspartner van Kenia in de EU, vooral vanwege de bloemen die dagelijks uit het land naar Aalsmeer worden gevlogen. „Dit bezoek gaat om geld verdienen, niet om mensenrechten”, sniert Okayo. „Een halfuurtje met jongeren praten is slechts een dekmantel.”

In Kenia is met de opkomst van Gen Z een nieuw hoofdstuk in zijn politieke geschiedenis geopend. Gen Z verscheen vorig jaar in beeld met een demonstratie waar tienduizenden mensen aan deelnamen, niet alleen in Nairobi maar door het hele land. Aangevoerd door creatieve digital natives protesteerden de jongeren tegen hogere belastingen en hekelden ze de corruptie van de politieke klasse die schaamteloos zichzelf verrijkt. De jongeren organiseren zich niet op basis van tribale afkomst, zoals gebruikelijk in de Keniaanse politiek. Ze zijn partijloos en opereren zonder leiders.

De regering van president William Ruto wist aanvankelijk geen raad met dit nieuwe verschijnsel. Ze stuurde het leger de straten op en huurde relschoppers in om bijeenkomsten van Gen Z te verstoren. Toen de golf van jeugdig verzet aanhield, begon de regering kopstukken te ontvoeren, te doden en te martelen. Ontvoeringen vinden inmiddels niet meer plaats, maar een aantal jongeren is nog steeds zoek.

De koning en koningin brachten op uitnodiging van president Ruto een driedaags staatsbezoek aan Kenia.
Foto Remko de Waal / ANP

Democratie

Gen Z is niet de eerste generatie die ageert tegen machtsmisbruik. Kenia is een relatief vrij land, maar geen goed ontwikkelde democratie. Willy Mutunga (1947), voormalig activist en opperrechter, spreekt over een terreurbewind in Kenia. „Sinds de onafhankelijkheid in 1963 vinden hier schendingen van de mensenrechten plaats. Dat is niets nieuws”, zegt hij. Onder vorige dictaturen arresteerden de machthebbers politici en activisten en, hoewel onder valse voorwendselen, brachten ze hun met aanklachten voor de rechters. „Voor Ruto is de grondwet een ongemak, hij houdt zich niet aan uitspraken van gerechtshoven. Door de ontvoeringen maakt hij duidelijk aan Gen Z dat als ze nog een keer een opstand beginnen, ze worden gedood.”

Ze waren jong, onbevreesd en overal. Maar onder druk van de repressie protesteren de Gen Z-leiders sinds enkele maanden weer vooral van achter hun computers. Hoe wijdverbreid de roep voor afgelasting van het koninklijke bezoek precies is, valt daarom moeilijk in te schatten. De jongeren zetten hun verzet tegen Ruto voort in kleine gemeenschappen. „Ons actiemodel noemen we bullshit politiek”, vertelt activist Okayo. „We bezetten kantoren van corrupte volksvertegenwoordigers en laten hun telefoons vollopen met berichten. Zo proberen we jongeren te activeren tegen de regering, misschien vormen we later wel een politieke partij en neemt Gen Z de macht over in Kenia.”

Gen Z is deel van de opkomende middenklasse, met heel andere belangen dan het overgrote straatarme deel van de jeugd

Robert Ochola
sociaal werker

Andere jongeren hebben zich afgekeerd van Gen Z. „Het zijn verwende kinderen”, schampert de sociaal werker Robert Ochola, zelf van de generatie van vóór de eeuwwisseling. „Je kunt mensen niet onderverdelen op basis van hun leeftijdsgroep, maar wel op basis van klasse. En Gen Z is deel van de opkomende middenklasse, met heel andere belangen dan het overgrote deel van de jeugd dat straatarm is. Je ziet nu al dat sommigen van Gen Z zich laten omkopen door de corrupte politieke klasse. Zo is het altijd gegaan in Kenia.”

De tien jongeren komen opgelucht en tevreden van het gesprek met het koninklijke paar. „We zijn geen verraders geworden door dit gesprek met de koning. We doen het voor ons vaderland”, zegt een van de jongeren. Maar in de vijandige omgeving van de Keniaanse politiek voelen ze weer angst. „We maken ons zorgen wat er met onze aanbevelingen voor beter bestuur gaat gebeuren.”

Koning Willem-Alexander bezoekt Thogoto Forest en maakt onder meer kennis met deze Keniaanse.
Foto Remko de Waal / ANP

Lees ook

Keniaanse influencers grijpen staatsbezoek Willem-Alexander aan als politiek drukmiddel

Protest in Nairobi tegen ontvoeringen van activisten, eind december vorig jaar.