Frédéric Gourier kijkt graag vooruit. En dat betekent dat de onderburgemeester van de Zuid-Franse stad Perpignan niet wil praten over de historische klap die de rechts-radicale partij Rassemblement National (RN) deze week te verduren kreeg. Maandag werd partijleider Marine Le Pen samen met 24 partijgenoten veroordeeld wegens verduistering van EU-geld. Onder hen is ook Louis Aliot, vicevoorzitter van de partij en burgemeester van Perpignan. Hij kreeg 18 maanden voorwaardelijk, waarvan zes met enkelband. plus een driejarig verkiezingsverbod, maar mag burgemeester blijven. Net als Le Pen gaat hij in hoger beroep.

„Monsieur Aliot is mijn werkgever, maar ook mijn vriend”, zegt Gourier, die al zestien jaar werkzaam is voor Aliot en diens portret boven zijn bureau heeft hangen. De onderburgemeester ontvangt in het partijkantoor in de wijk Moulin-à-Vent, waar veel RN-stemmers wonen. Het kantoor huist onder in een non-descript en goed bewaakt pand aan een brede boulevard. Al de hele week komen RN-stemmers hier samen om hun verbijstering over de uitspraak te delen en hun vervolgstappen te bespreken. „Wij kijken alleen nog vooruit”, verzekert een vrijwilligster.
„Er is een atoombom tegen ons gebruikt”, echoot Gourier de woorden waarmee Le Pen diepe verontwaardiging uitsprak over haar veroordeling tot vier jaar cel (waarvan twee voorwaardelijk en twee met enkelband) en een direct verkiesbaarheidsverbod van vijf jaar. „En wat doe je om een atoomdreiging tegen te gaan? Je gaat jezelf sterker maken. En dat is precies wat wij gaan doen. Wij gaan ons mobiliseren om te laten zien dat deze veroordeling onterecht is en politiek gemotiveerd.” Deze zondag heeft RN een grote bijeenkomst aangekondigd, waar Le Pen, Aliot en RN-kopstukken als Jordan Bardella zullen spreken. In andere steden gaan vrijwilligers de straat op om te flyeren en om mensen te vragen een petitie „ter bescherming van de democratie” te tekenen. „Het is beter als in Parijs honderdduizend mensen samenkomen, dan in iedere stad een paar honderd”, verklaart Gourier de partijstrategie.
Lees ook
‘Hoe uitzonderlijk is de veroordeling van Le Pen en wat zijn de gevolgen?’
Met bijna 120.000 inwoners is Perpignan, hoofdstad van de Pyrénées-Orientales, de grootste stad die door RN wordt bestuurd en een van de plekken waar de partij de afgelopen jaren bestuurlijke ervaring kon opdoen. Het nieuws van de veroordeling is in de stad dan ook hard aangekomen, vertelt Gourier, die tientallen telefoontjes met steunbetuigingen ontving. „Sommigen belden zelfs na middernacht, dat vond mijn vrouw minder leuk.” Hij vertelt over de hechte band van Le Pen met Perpignan, die ontstond in de tien jaar dat zij en de nu 55-jarige Aliot een relatie hadden. „Marine kwam hier graag. Hier kon ze gewoon de auto pakken. Dan ging ze naar de markt om met mensen te praten en bloemen te kopen. Cactussen en pioenrozen zijn haar favoriet.”
Polemiek
Dominique Cols is een van de verontwaardigde RN-stemmers in de wijk Moulin-à-Vent, waar Gourier de scepter zwaait. Ze heeft voor haar bejaarde moeder net een paar kranten gekocht op het pleintje bij haar huis. Op de voorpagina’s prijkt het portret van Marine Le Pen met vetgedrukte koppen die de polemiek weerspiegelen die haar veroordeling heeft veroorzaakt in Frankrijk. Cols, een zestiger, stemt al jaren op RN en is ontstemd over de uitspraak.
„Natuurlijk had Marine dat geld niet moeten gebruiken om haar partij vooruit te brengen”, zegt Cols. „Maar de wet is aangenomen ná de gepleegde feiten en dan telt het niet. Marine kon toch niet weten dat wat ze deed niet mocht? Tenminste, dat is wat ze zeggen op CNews.” Cols kijkt graag naar die Franse, radicaal-rechtse tv-zender. Daar komen al de hele week woedende RN-leden aan het woord die stellen dat de veroordeling een list is van „ultralinkse” tegenstanders om te voorkomen dat Le Pen in 2027 de presidentsverkiezingen wint. Dat Le Pen in het verleden voorstander was van strenge wetgeving voor politici die geld verduisteren – en hen zelfs voor het leven van politiek ambt wilde uitsluiten – zegt Cols niet te hebben gehoord. Op verduistering van publiek geld staat al Frankrijk al vele jaren een celstraf.

Ze helpt als vrijwilliger bij een dierenopvang en vindt dat Aliot goed werk doet. Ze kan goed met haar Syrische en Marokkaanse buren, maar zegt desondanks bang te zijn voor Noord-Afrikaanse migranten, over wie allerlei verhalen de ronde doen. Daarom is ze blij dat Aliot heeft gezorgd voor meer politie op straat. Radicaal of racistisch, facho zoals tegenstanders zeggen, vindt ze haar partij niet. „Wij willen een rechtvaardig land, waar Franse burgers waardig kunnen leven en waar migranten die zich misdragen het land uit kunnen worden gezet. Maar op dit moment is er in Frankrijk iets goed mis met de rechtspraak.” Zelf heeft ze als dochter van een militair op het Caraïbische eiland Martinique gewoond, een Frans departement. „Wij pasten ons aan. Maar als zij hier komen, verwachten ze dat wij ons aanpassen aan hen! Het is de omgekeerde wereld!”
Koloniaal verleden
Het Franse koloniale verleden wordt door RN in Perpignan trots gedragen. De stad telt een grote groep zogenoemde pieds-noirs: in Algerije geboren Franse kolonisten, die in 1962 na de bloedige Algerijnse oorlog naar Frankrijk trokken. Velen vonden onderdak in de wijk Moulin-à-Vent en stemden op het radicaal-rechtse Front National, de door Le Pens vorig jaar overleden vader Jean-Marie opgerichte voorganger van RN. Dat hij als soldaat vocht in de Slag om Algiers (1956-1957) voelde vertrouwd. Over de beschuldigingen dat Le Pen senior zich daar schuldig maakte aan marteling van Algerijnse burgers, wordt liever gezwegen.
Lees ook
deze necrologie van Front National-oprichte Jean-Marie Le Pen
Ook in het in 2012 met gemeentegeld geopende museum, dat gewijd is aan deze algérianistes, zijn referenties aan de Franse koloniale misdaden ver te zoeken. „Koloniseren is bevolken en waarde geven”, staat op een van de borden te lezen. In 2021 opende burgemeester Aliot in de tuin van het museum een monument met de namen van de Franse burgers die tijdens de Algerijnse oorlog vermist raakten. Over de honderdduizenden slachtoffers onder de lokale bevolking die omkwamen als gevolg van de Franse overheersing, wordt in het museum met geen woord gerept.

Ook viceburgemeester Gourier komt uit een gezin van pieds-noirs. Hij is trots op zijn afkomst en klinkt geërgerd als hem naar de wandaden van de Franse kolonisten wordt gevraagd. Hij houdt fel staande dat Algerije „een lege vlakte” was toen de Fransen er in 1830 kwamen. „Er waren moerassen en ziektes, verder niets.” De ziekenhuizen, wegen en scholen zijn volgens hem uitsluitend te danken aan de Franse kolonisten. In 2023 zei president Emmanuel Macron geen excuses te zullen maken voor de kolonisatie, die de Algerijnse president Abdelmajid Tebboune namens zijn volk zei te wensen.
In plaats van te discussiëren over misdaden, racisme of dekolonisatie wijst Gourier liever naar de goede werken die burgemeester Aliot volgens hem heeft verricht. Hij noemt de versterking van de politie en de renovatie van de vele krotwoningen in het historische centrum, waar de gitans, de Frans-Catalaanse zigeunergemeenschap, leven. Vervolgens laat hij zich in onversneden racistische bewoordingen over hen uit. „Als je daar rondloopt krijg je zo een pak yoghurt of een vieze luier op je hoofd. Die mensen hoef je niet wakker te maken om te stemmen. Natuurlijk doen wij er alles aan om hun situatie te verbeteren. Er is 130 miljoen euro voor stedelijke ontwikkeling. Maar het is lastig als je met mensen te maken hebt die niets willen.”
Onder de gitans in de wijk Saint-Jacques in het centrum van Perpignan klinken heel andere geluiden. Hier geen witgesausde huizenblokken zoals in Moulin-à-Vent, maar smalle straatjes met krappe woningen in bijzonder krakkemikkige staat. Openstaande deuren, sommige zonder ramen of sloten, bieden zicht op donkere kamertjes. Graffiti siert de met balken gestutte gevels van de gebarsten muren, waar aan lijntjes kleurig wasgoed te drogen hangt. Afval ligt op straat, maar er zijn dan ook nergens afvalcontainers te bespeuren.

Een vrouw plenst een emmer sop vanaf de tweede verdieping het raam uit. Het water landt net niet op madame Gimenez, maar zij schrikt er niet van. De vrouw zit gekleed in een vale jurk wijdbeens op een stoeltje op de smalle, aflopende stoep. Ze zit hier vaak buiten, zegt de veertiger, want ondanks dat iedereen elkaar kent in Saint-Jacques valt het leven in de wijk niet mee. „Onze huizen verkrotten, er is overal troep en veel kinderen gaan niet naar school. Maar de gemeente doet niets om ons te helpen. Ze beloven ons tijdelijke huisvesting, zodat zij onze woningen kunnen repareren. Maar wie vertrekt, mag niet meer terugkomen.”
Het nieuws volgt ze niet en de partij Rassemblement National kent ze maar vagelijk. Maar als mevrouw Gimenez hoort dat de burgemeester van haar stad is veroordeeld wegens verduistering van een paar miljoen euro, worden haar ogen groot. „Als je steelt, moet je naar de gevangenis. Zo simpel is dat.” Haar oude vader, die naast haar zit met een ziek, dichtgeplakt oog, knikt instemmend. „Alle politici stelen. Zo was het met Sarkozy en Fillon en zo is het nog steeds. Laat ze de gevolgen maar voelen.”
Diner
Lino ‘Nounours’ Gimenez (geen familie) heeft al eens in de gevangenis gezeten. De omvangrijke zestiger draagt een Ray-Ban pilotenbril boven een zwarte baard. Op slippers en in zwart joggingpak staat hij bij een groep buurtbewoners op een pleintje. Aan de overkant is een voorlichtingspunt voor drugspreventie, langs de auto’s scharrelen een paar buurtkippen. Hekwerk schermt een grote bouwput af, waar bouwvakkers met kranen bezig zijn een oud huizenblok te vervangen voor nieuwbouw.

Gimenez is een bekende naam in Saint-Jacques en geldt als de onofficiële woordvoerder van de gitans van de wijk. Al jaren maakt hij zich hard voor betere levensomstandigheden van de inwoners. Het was voor de gemeentelijke verkiezingen van 2020 dat hij plotseling een telefoontje kreeg van Louis Aliot, vertelt hij in een Algerijns café op het Place de Cassanyes. De markt is net afgelopen, op de terrasjes klinkt een mengelmoes van Noord-Afrikaanse talen, Frans en Catalaans. Opgeschoten jongens spelen een gokspelletje, oudere mannen in jeans en djellaba’s drinken thee. „Aliot vroeg me of ik met hem wilde dineren. Hij had me een voorstel te doen. Hij vroeg me of wij, de gitans, zijn kandidatuur voor het burgemeesterschap wilden steunen.”
In ruil voor hun stem zou Aliot de woningen in de wijk opknappen, afvalcontainers plaatsen en zouden inwoners winkeltjes mogen openen. Gimenez was helemaal klaar met toenmalig burgemeester Jean-Marc Pujol van het conservatieve UMP, van de in 2024 veroordeelde oud-president Nicolas Sarkozy. „Ik wilde van Pujol af, dus ging ik akkoord. Hoezo zijn wij te lui om te stemmen? Dankzij ons heeft Aliot gewonnen!”
De eerste drie maanden ging het goed. Maar al snel kreeg Gimenez door dat de burgemeester loze beloftes had gedaan om hun stemmen binnen te slepen. „Nu zijn we jaren verder en nog zitten we opgepropt in vervallen huizen, die we niet kunnen kopen omdat ze te slecht onderhouden zijn. Ze proberen ons de wijk uit te krijgen en onze huizen duur aan bobo’s uit Parijs te verkopen”, zegt hij kwaad. Gimenez ging verhaal halen en demonstreren, maar het haalde niets uit. De afbraak en verkoop van huizen gaat gewoon door en de levensomstandigheden verslechteren. Dat Aliot is veroordeeld, verbaast Gimenez niets. „Hij heeft ons gebruikt. Of ze nu links of rechts zijn, politici zijn niet te vertrouwen. Ze stelen en ze liegen zoals ze ademen.”
