De bedrijven die kunstmatige intelligentie ontwikkelen, brengen Wikipedia in gevaar. Die noodkreet slaakte de Wikimedia Foundation, het moederbedrijf van de populaire online encyclopedie in een dinsdag gepubliceerd blog.
Het probleem komt voort uit de snelgroeiende populariteit van Wikipedia en van de zustersite Wikimedia Commons, waar beeld, geluid en video te vinden zijn. Maar het zijn niet in de eerste plaats ménselijke gebruikers die sinds afgelopen jaar massaal de websites van Wikimedia bezoeken en daarmee de infrastructuur zwaar belasten. Het zijn bots.
Deze computerprogramma’s worden door ontwikkelaars van AI ingezet om automatisch het internet af te grazen en zoveel mogelijk data te verzamelen voor het trainen van hun zogeheten grote taalmodellen (LLM’s). Die taalmodellen vormen de basis van systemen als ChatGPT van Open-AI, die in reactie op vragen tekst kunnen voortbrengen, en steeds meer ook beeld en geluid.
De reusachtige, door vrijwilligers bijeengebrachte collecties van Wikipedia en van Wikimedia Commons bevatten een schat aan betrouwbare informatie en zijn voor iedereen gratis te gebruiken. Dat maakt ze voor AI-bedrijven tot een aantrekkelijke bron voor hun systemen.
Andere dynamiek
De inhoud van Wikimedia, schrijven de drie auteurs in hun blog, was altijd een belangrijk onderdeel van de resultaten die mensen te zien kregen in zoekmachines. „Die leidden op hun beurt gebruikers weer naar onze websites. Maar met de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) verandert de dynamiek.”
De automatische systemen van de AI-bedrijven overspoelen de websites van Wikimedia, maar de chatbots vermelden vervolgens vaak niet waar ze hun informatie vandaan hebben – en ook als ze dat wél doen, levert het Wikimedia relatief weinig bezoekers op. Het grootschalige bezoek van de bots aan de websites vormt een zware belasting van de infrastructuur: het verkeer van de bots neemt veel ‘bandbreedte’ in beslag, waardoor vertraging optreedt voor iedereen – ook voor menselijke gebruikers.
Onze inhoud is gratis, maar onze infrastructuur niet
„Onze infrastructuur is erop gebouwd om bij bijzondere gebeurtenissen een plotselinge toename van menselijke bezoekers te kunnen opvangen”, stelt Wikimedia. „Maar de hoeveelheid verkeer die we krijgen door bots die het internet afschrapen is ongekend en brengt grote risico’s en kosten met zich mee.”
Risico’s omdat de technici van Wikimedia hun handen vol hebben aan het accommoderen van het grootschalige bezoek van bots, die hun honger naar data komen stillen. Daardoor hebben de technici minder tijd om bij onverwachte grote gebeurtenissen ook nog het extra menselijk bezoek aan de websites soepel te laten verlopen.
De extra kosten komen door de noodzaak meer technisch personeel in te zetten en bovendien meer bandbreedte beschikbaar te maken. „We erkennen dat het hele internet gebruikmaakt van onze inhoud, maar het moet wel gebeuren op een manier die voor ons vol te houden is”, aldus Wikimedia. „Onze inhoud is gratis, maar onze infrastructuur niet.” De Wikimedia Foundation wordt bijna volledig gefinancierd door donaties.
Server dichtbij
Wikimedia maakt gebruik van datacenters verspreid over de wereld, om zijn gebruikers snel te kunnen bedienen. Als bijvoorbeeld een artikel op Wikipedia vaak door een gebruiker of groep van gebruikers wordt opgevraagd, wordt de inhoud opgeslagen op een server dicht bij die gebruikers, zodat het snel geleverd kan worden. Artikelen die zelden opgevraagd worden, blijven op een centrale server staan. Worden ze toch een keer opgevraagd, dan moet het verzoek eerst helemaal naar dat datacenter ‘reizen’, en het artikel vervolgens weer terug naar de gebruiker, wat meer tijd en geld kost.
Menselijke gebruikers vragen vaak dezelfde artikelen op, bijvoorbeeld omdat de onderwerpen in het nieuws zijn. Maar de bots van de AI-bedrijven zijn geïnteresseerd in álle content, dus ook de minder populaire pagina’s, waarvoor ze vaak naar de centrale servers geleid moeten worden, „wat het voor ons duurder maakt”, aldus Wikimedia. Zo „verstikken de AI-bots Wikipedia”, schrijft technologie-columnist Casey Newton in zijn nieuwsbrief Platformer.
Lees ook
De stichting achter het idealistische Wikipedia nam een commerciële afslag
Net als voor nieuwsbedrijven speelt ook voor Wikipedia het probleem dat de AI-bedrijven zich snel ontwikkelen tot concurrerende bronnen van informatie. Naarmate het gebruik van chatbots voor het verzamelen van informatie verder ingeburgerd raakt, dreigt de gewoonte om te rade te gaan bij nieuwswebsites en Wikipedia allengs in onbruik te raken. „Op den duur ontstaat het risico dat de AI-bots ervoor zorgen dat een bezoek aan websites als Wikipedia niet meer nodig is”, schrijft Newton, „en dat Wikipedia zelf niet meer voortgezet kan worden.” Waarmee de bots dan de bron hebben opgedroogd waar ook zij zelf uit drinken.
Eind jaren zestig bogen vier antroposofen zich over de vraag hoe geld duurzamer zou kunnen worden aangewend. Er was een hoogleraar fiscaal recht bij, een econoom, een managementadviseur en een bankier. Ze keken ook naar grond, met name landbouwgrond. Die zou geen koopwaar moeten zijn, vonden ze. Dat zou leiden tot speculatie en prijsverhogingen, en daardoor tot ongezonde praktijken bij het verbouwen van voedsel. „Grondverkoop is gif voor de economie”, schreef een van hen.
Vanuit dat idee werd in 1978 de stichting BD Grondbeheer opgericht. Officieel heet die stichting Grondbeheer Biologisch Dynamische Landbouw. Deze vorm van landbouw is als het ware de agrarische tak van de antroposofische beweging, zoals de vrije scholen daar de onderwijstak van vormen. BD-landbouw is biologisch, zonder gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen – maar gaat verder dan dat. De BD-boer houdt bijvoorbeeld rekening met de veronderstelde invloed van hemellichamen op de vruchtbaarheid van de aarde. De producten, met het Demeter-keurmerk, worden vooral verkocht in natuurwinkels.
Stichting BD Grondbeheer zou met ‘schenkgeld’, zoals de antroposofen donaties noemen, grond verwerven en die voor altijd, tegen een lage pacht, beschikbaar houden voor deze vorm van landbouw. Eenmaal verworven terreinen zouden nooit meer verkocht worden. Inmiddels zijn er tal van idealistische grondfondsen, zoals Land van Ons en Lenteland, maar Grondbeheer was de eerste.
Decennialang bleef de omvang van Grondbeheer bescheiden. Door een groeispurt, na de overname van het bekende biologisch-dynamische complex Loverendale, kwam de organisatie afgelopen jaren in diepe problemen. Voorzitter Kees van Biert zoekt nog steeds financiële ondersteuning.
Verwerking van de oogst op Loverendale Ter Linde.
Foto Walter Herfst
Landbouwgrond als asset
Uit de werkgroep van antroposofen kwam uiteindelijk ook de Triodos Bank voort. Dit werd de financiële tak van de antroposofische beweging. De geestverwanten BD Grondbeheer en Triodos hielden nauwe banden, al zouden die wel gaan knellen.
Toen de huidige voorzitter Van Biert in 2012 aantrad, had BD Grondbeheer zo’n tweehonderd hectare in bezit. Via schenkingen en legaten kwam jaarlijks zo’n 50.000 euro binnen, destijds genoeg om één hectare landbouwgrond te kopen. Dat terwijl een gemiddelde boerderij zeker dertig hectaren beslaat. Van Biert streefde naar groei om de duurzame landbouw te stimuleren.
Grond moet interessant worden voor grote beleggers, zoals pensioenfondsen, vond Van Biert. Hij had zelf een bedrijf opgezet dat adviseerde over de financiering van schepen, een branche waar miljoenen in omgaan en het, net als bij grond, gaat om langetermijninvesteringen.
Van Biert zet tijdens een gesprek in Driebergen uiteen wat hij voor ogen had: „Mijn droom was van grond voor bio-boeren een asset-categorie te maken.” Oftewel: duurzame investeerders zouden naast aandelen, obligaties en vastgoed duurzame landbouwgrond in hun portefeuille moeten hebben. Dat levert geen hoog rendement op, misschien 1 of 2 procent. Maar het bezit van duurzame landbouwgrond heeft een concrete, positieve impact op de bodem, de biodiversiteit en het voedselaanbod, en eten blijft altijd nodig. Dus het is een veilige belegging, is nog steeds de inschatting van Van Biert. Maar om interessant te worden voor grote beleggers, zou BD Grondbeheer wel moeten groeien.
Zolang die grote beleggers er niet waren, was er een andere mogelijkheid om sneller land aan te kunnen kopen: lenen van de bank. Dat BD Grondbeheer daar rond 2012 mee begon, kwam voort uit een bijzondere situatie. De gemeente Driebergen-Rijsenburg had plannen voor het terrein waar het kantoor van BD Grondbeheer en keurmerk Demeter gevestigd zijn. Daar zouden tachtig woningen moeten komen. Met een lening kon het landgoed worden aangekocht en behouden blijven voor de beweging.
Lees ook
Coöperaties die zelf grond kopen voor duurzame landbouw. ‘Ze zijn een aanjager
In de jaren daarna sloot BD Grondbeheer meer leningen af, steeds bij Triodos. Daar stond grond tegenover, de pacht van de boeren en inkomsten uit donaties van particulieren. Die donaties namen toe, naar een paar ton per jaar. De stichting ging daarnaast eeuwigdurende obligaties uitgeven. In de jaarrekening over 2017 schreef ze dat „gezien de goede relatie tussen BD Grondbeheer en Triodos Bank en gezien de situatie van voldoende onderpand” er vertrouwen was dat leningen van de bank steeds hergefinancierd zouden worden.
Op een biodynamische boerderij houden koeien hun hoorns.
Foto Walter Herfst
Natuurkrachten
Het jaar daarop kreeg Van Biert een belangrijk telefoontje, dat zou leiden tot overname van het roemruchte biologische landbouwcomplex Loverendale – en tot een groot risico voor zijn stichting. In het telefoongesprek werd duidelijk dat landbouwbedrijf Loverendale in Zeeland failliet dreigde te gaan. „Loverendale gaat verkocht worden aan de hoogstbiedende”, was de mededeling.
Loverendale heeft in de BD-wereld een bijna mythische status. Het is het oudste bedrijf uit die beweging in Nederland, met wortels die zowat rechtstreeks teruggaan naar Rudolf Steiner (1861-1925), de grondlegger van de antroposofie en van de biologisch-dynamische landbouw.
Aan de basis ervan stond Marie Tak van Poortvliet, dochter van een bekende politicus en antroposofe. Haar landerijen op Walcheren waren in 1926 de basis voor wat uitgroeide tot de stichting Loverendale, waar meerdere landbouwbedrijven onder vallen. Er werd vee gehouden, tarwe verbouwd, fruit geteeld, er waren tuinderijen. Monocultuur is uit den boze.
In die bijna honderd jaar heeft Loverendale het nodige meegemaakt. Eerst kwam de crisis in de jaren dertig, daarna de oorlog met de desastreuze gevolgen van de inundatie van Walcheren. Dat kwam onder water te staan doordat de geallieerden de dijken hadden gebombardeerd.
De jaren zeventig waren een bloeiperiode. Het Loverendale-brood dat in Zeeland werd gebakken, stond bij progressieve tijdgenoten in het hele land op tafel. Provo Roel van Duijn deed op de boerderij zijn idee op voor de Kabouterbeweging, geïnspireerd door het antroposofische geloof dat natuurkrachten verantwoordelijk zijn voor de groei van planten.
Rond 2017 werd het erg moeilijk. „Er waren iets te veel schulden om de exploitatie zoals we toen bezig waren rond te krijgen”, zegt Maria van Boxtel, toenmalig voorzitter van de stichting Loverendale, in een telefoongesprek. De schulden zijn aangegaan om te investeren, vertelt ze. „Je probeert dingen uit.” De locatie, tamelijk ver van de BD-klanten in de steden, bracht hoge kosten met zich mee. „Voor het transport van de melk naar de BD-melkfabriek, toen in Limmen, in Noord-Holland, moest je extra betalen. Dan levert de melk minder op dan nodig is.”
Van Biert is harder in zijn oordeel over de toenmalige bedrijfsvoering: „Sommige boeren hebben er een puinhoop van gemaakt. Je krijgt iets gratis, vervolgens lukt het een jaar niet, dat kan natuurlijk. Dan ga je naar de bank, geld halen, en dat ging van kwaad tot erger. Dat bedrijf is zich vol gaan lenen.”
Maar hoe de bedrijfsvoering ook was, het zou voor de biologisch dynamische landbouw een klap zijn als Loverendale zou verdwijnen.
De bioboerderijwinkel op Loverendale Ter Linde.
Foto Walter Herfst
Lijfrente
Na het telefoontje ging Van Biert met de bank – uiteraard Triodos – en andere betrokkenen spreken. Rond een van de bedrijven van Loverendale bestond een constructie waarbij de voormalige eigenaar het vruchtgebruik had gehouden. Dat werd gewaardeerd op 3 miljoen euro. „Ik ben met haar gaan praten en heb gevraagd of ze het wilde schenken. Dat wilde ze wel, als ze een lijfrente van ongeveer 20.000 euro per jaar zou krijgen. Daarna ben ik naar de bank gegaan en heb gezegd dat BD Grondbeheer de schulden van 5 miljoen euro zou overnemen, en nog 1 miljoen wilde lenen voor investeringen.”
Het totale bezit werd getaxeerd op 14,5 miljoen, dus het leek een zeer gunstige overeenkomst.
De Stichting Loverendale ging per 1 januari 2020 op in BD Grondbeheer. Van Biert was tevreden: hij had het grondbezit van de stichting in een klap met 165 hectare uitgebreid en een biologisch-dynamisch icoon gered. Van Biert: „Ik scoorde wel punten bij onze achterban, maar dat is ook wel nodig, want die moet die 5 miljoen aan donaties op tafel leggen.”
Grote rivier
Het eerstvolgende jaarverslag was jubelend: „Het jaar 2020 gaat waarschijnlijk de boeken in als het jaar waarin we van een klein beekje een grote rivier zijn geworden. Een vitaliserende waterader die voor vruchtbaar land gaat zorgen, voor huidige en toekomstige generaties.” Het verslag meldde ook de omvang van de schulden aan de bank: ruim 17 miljoen euro. Risico’s werden amper genoemd.
Een paar jaar later was dat wel anders. De rente, met name op de leningen voor Loverendale, was gestegen van 1,5 procent tot 5 procent. Op een lening van zo’n 6 miljoen euro scheelt dat nogal; de rente zou een grote hap nemen uit de begroting.
In mei 2024 luidde Van Biert de noodklok in een nieuwsbrief aan alle donateurs en op de website van BD Grondbeheer: „Als niemand bijspringt op dit dossier moeten we linksom of rechtsom een deel van onze landbouwgrond gaan verkopen.” Dat zou regelrecht indruisen tegen het doel van de stichting: grond voor altijd uit de handel halen.
Ook met de bank werden gesprekken gevoerd. De banden daarmee leken versterkt. Peter Blom, voormalig topman van Triodos, was voorzitter van de raad van toezicht geworden. Een ex-communicatiemedewerker van de bank was toegetreden tot het bestuur. In Aardpeer, een nieuw project om grond te verwerven via obligaties, werd samengewerkt met het Triodos Regenerative Money Centre, onderdeel van Triodos Bank. Aardpeer haalde miljoenen op voor boeren die biologisch of natuurinclusief werken.
Tot een voorkeursbehandeling leidde dat niet. Wat de leningen en de rente betreft, was de relatie zakelijk. Dat zegt Triodos nadrukkelijk in een summier commentaar omdat de bank geen informatie over klanten kan delen. De banden uit verleden en heden spelen „geen” rol, aldus Triodos.
Was het niet riskant een langetermijninvestering te doen met geld dat tegen een variabele rente is geleend? Van Biert zegt dat hij weinig keuze had. Toen Loverendale werd overgenomen, zaten deze leningen erbij. „We namen het lock, stock and barrel over.”
Ergens zal het geld vandaan moeten komen om de leningen af te betalen. Van Biert is de laatste om dat een probleem te vinden. „Ik ben met twee families in gesprek, die hebben het geld gewoon liggen om de leningen over te nemen.” Een vervolgactie is een publiekscampagne. Daarmee wacht BD Grondbeheer tot volgend jaar. Dan bestaat Loverendale honderd jaar, een mooi aangrijpingspunt voor publiciteit.
Van Biert kan verkoop van grond nog niet honderd procent uitsluiten, ook al gaat dat lijnrecht in tegen het principe van zijn stichting. „Je zou één keer kunnen zeggen: we hebben gedaan wat we konden om het te redden. Het is niet gelukt. Ik verwijt u niet dat u me niet geholpen hebt. Maar ik kan het niet mooier maken dan het is. Ik kan me voorstellen dat ik er één keer mee wegkom.”
Op Loverendale Ter Linde worden groente en fruit verbouwd en biodynamische snijbloemen geteeld.
Foto Walter Herfst
1 miljard
Van Biert en zijn stichting hebben wel lessen getrokken uit de gang van zaken rond Loverendale. De tijd van lenen om grond aan te kopen is voorbij. De band met Triodos wordt losser. Aankopen moeten gebeuren op basis van schenkingen of langlopende obligaties met lage rente, zegt Van Biert. Er is geld genoeg, denkt hij, bij vermogende families en „mannen die veel verdiend hebben op een manier waar ze eigenlijk zelf niet zo trots op zijn. Je bent toch geen knip voor je neus waard als je op de Zuidas werkt en niet ook een stukje landbouwgrond hebt? Dat moet het idee worden.”
Toen hij net was aangetreden, had Van Biert het binnenshuis weleens over de omvang die BD Grondbeheer zou moeten krijgen. Met 1 miljard euro aan bezit zou de stichting een serieuze speler zijn. Dat is het niet geworden. „Het is 50 miljoen”, zegt hij lachend.
Het wordt er voorlopig niet duidelijker op voor zelfstandig ondernemers en hun opdrachtgevers. Welk werk mag een zzp’er doen om als ondernemer te worden gezien, en wanneer moet diegene in dienst worden genomen? Het is een vraag waar politiek Den Haag al meer dan tien jaar mee worstelt. Opeenvolgende ministers probeerden hier meer duidelijkheid over te geven, tot nu toe vergeefs.
En nu liggen er zelfs twee concurrerende politieke voorstellen. Minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken, NSC) zal binnenkort het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) naar de Tweede Kamer sturen. Donderdag kwam daar een plan bij van Tweede Kamerleden van VVD, D66, CDA en SGP. Zij presenteerden een conceptversie van hun Zelfstandigenwet.
Beide plannen zijn bedoeld als oplossing voor hetzelfde probleem: schijnzelfstandigheid. Het inhuren van zzp’ers is soms aantrekkelijk voor werkgevers, omdat voor hen geen strenge ontslagregels gelden en ze niet doorbetaald hoeven te worden bij ziekte. Ook voor werkenden kan het ondernemerschap soms aantrekkelijker zijn. De vrijheid je tijd zelf in te delen en bepaalde belastingvoordelen kunnen opwegen tegen de opbouw van een pensioen en een vast salaris, of je ziek bent of niet.
Maar sommige soorten werk móéten door een werknemer in loondienst worden gedaan, bijvoorbeeld als diegene weinig vrijheid krijgt om de klus op zijn eigen manier of op een zelf gekozen tijdstip uit te voeren. Als een werkgever zo iemand toch als zzp’er laat werken, kan die door de rechter worden teruggefloten. Dan moet de medewerker met terugwerkende kracht alsnog in dienst worden genomen.
Het probleem is: in de wet staat niet glashelder waar de grens ligt tussen werk dat een zzp’er wel en niet mag doen. Er is een grijs gebied. Als rechters daarover moeten oordelen, kijken zij naar tal van omstandigheden. Naar de werkzaamheden zelf, en hoeveel vrijheid de werkende daarin krijgt, bijvoorbeeld. Maar ook naar de persoon die dat werk uitvoert en hoe ondernemend die is.
Het wetsvoorstel van Van Hijum probeert die rechterlijke uitspraken te vertalen in een aantal hoofdprincipes. Wie daaraan voldoet, zou niet bang hoeven te zijn dat een rechter hem/haar terugfluit. Maar dit plan geeft zzp’ers nog steeds „niet voldoende zekerheid”, schrijven de Kamerleden in de toelichting van hun eigen wetsvoorstel. Datzelfde oordeelde eerder ook kabinetsadviseur de Raad van State.
Zelfstandige centraal
De Kamerleden van VVD, D66, CDA en SGP claimen die zekerheid nu wel te geven. Het belangrijkste verschil: in hun voorstel is de persoon van de zelfstandige belangrijker. Van Hijums wetsvoorstel kijkt meer naar het type werkzaamheden dat een zzp’er mag verrichten.
Heb je meerdere opdrachtgevers, bepaal je zelf je tarief en heb je zelf een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en een pensioenpot geregeld? Dan zou je volgens het voorstel van VVD, D66, CDA en SGP eerder zekerheid moeten hebben dat je als zelfstandige mag werken. Ook is in hun voorstel „de wil” van de zzp’er belangrijker. Kies je bewust voor het ondernemerschap? Dan is dat een aanwijzing dat je ook echt ondernemer bent. Tegelijk wordt in hun voorstel óók gekeken naar de werkzaamheden zelf. Als je in roosterdiensten moet werken en niet zomaar vrij kan nemen, is dat een indicatie dat je tóch in dienst moet komen.
Kortom: ook in dit voorstel blijven meerdere criteria naast elkaar bestaan. Daarmee biedt het toch niet de duidelijkheid waar zzp’ers en opdrachtgevers zo naar snakken, denkt Johan Zwemmer, advocaat en universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. De criteria aan de hand waarvan moet worden bepaald dat het werk op zzp-basis kan worden verricht zijn in dit voorstel „vager dan in de huidige jurisprudentie en het wetsvoorstel Vbar”, en zullen net als in de huidige situatie geïnterpreteerd moeten worden door rechters.
Neem de vraag of iemand echt als zelfstandige wil werken. Hoe controleer je of een zelfstandige daarover de waarheid spreekt? „Je hebt ook niet zoveel keuze. Op het moment dat je een inkomen nodig hebt en alleen werk kan krijgen als zelfstandige, dan zeg je dat je dat wilt,” zegt Zwemmer.
Grote verschillen met België
De vier Kamerleden lieten zich inspireren door Belgische wetgeving. Maar volgens arbeidsrechtdocent Zwemmer zijn beide systemen niet zomaar te vergelijken. In België is het verschil tussen zzp’ers en werknemers minder groot. Zo is er daar voor zzp’ers automatisch een pensioenregeling en een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid, waardoor zelfstandigen duurder zijn voor werkgevers. Ook is het verschil in fiscale behandeling van een zzp’er en een werknemer minder groot dan in Nederland. En het vaste contract is in België juist minder ‘vast’. Daardoor maakt het voor werkgevers minder verschil of zij bepaald werk door een zzp’er of een werknemer laten doen.
In een debat over de zzp-regels donderdag In de Tweede Kamer kreeg het voorstel kritiek, van onder anderen minister Van Hijum. Hij betwijfelde dat het alternatieve plan „daadwerkelijk gaat leiden tot meer duidelijkheid”.
Van Hijum vindt vooral dat de vier partijen een te grote rol toekennen aan de ‘wil’ van de zzp’er en opdrachtgever. Zolang de omstandigheden van het werk bepalen of je zzp’er kunt zijn, is dat gemakkelijker vast te stellen, aldus de minister. Als intenties belangrijker worden, kan in theorie elke soort werk door een zzp’er gedaan worden. En dat zou een „fundamentele herziening van het arbeidsrecht” zijn, zei Van Hijum. „Je zet daarmee de deur open naar het type arbeidsrelatie waarin je niet meer beschermd bent door ontslagrecht, geen loon bij ziekte hebt en geen WW-rechten opbouwt.”
VVD-Kamerlid Thierry Aartsen, een van de schrijvers van het alternatieve voorstel, werd door coalitiepartner NSC ervan beschuldigd een afspraak uit het hoofdlijnenakkoord te hebben geschonden. Daarin staat dat het kabinetsvoorstel ‘Vbar’, dat al onder Rutte IV werd bedacht, wordt „voortgezet”. „Afspraak is afspraak”, zei NSC-Kamerlid Ilse Saris. Ook PVV’er Maikel Boon „schrok” ervan „hoe makkelijk” Aartsen „over afspraken heen stapt”.
Maar volgens Aartsen is er niets aan de hand. Hij is simpelweg kritisch over de plannen van Van Hijum. „Het staat ons vrij om betere ideeën in te brengen.”
In het eerste kwartaal van 2025 zijn de cao-lonen met 5,5 procent toegenomen ten opzichte van kwartaal één in 2024. Dat blijkt uit cijfers die het CBS donderdag heeft gepubliceerd. Ook de koopkracht nam, weliswaar in mindere mate, toe met 1,8 procent.
In de bedrijfstak informatie en communicatie stegen de lonen het meest met 9,6 procent. In verhuur en handel van onroerend goed, waar woningcorporaties ook onder vallen, bleven de lonen gelijk.
Bij particuliere bedrijven was de loonstijging net iets hoger dan bij gesubsidieerde instellingen, 5,7 procent tegenover 5,4 procent. Onder gesubsidieerde instellingen vallen onder andere niet-academische ziekenhuizen. De loonstijgingen liggen in die sector waarschijnlijk hoger dan je nu in de cijfers kan zien.
„Wij registreren pas als de inkt droog is”, aldus Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom bij het CBS. Het CBS neemt in de berekening dus alleen de lonen van getekende cao’s mee. Daardoor zijn een aantal voorgenomen en zeer recente loonsverhogingen niet in de cijfers van het CBS terug te zien.
Zo is er de afgelopen weken een aantal cao-overeenkomsten op hoofdlijnen gesloten. Eind maart is bijvoorbeeld afgesproken dat het loon voor apothekers van 2024 tot 2026 met 20 procent zal stijgen. Dat is het resultaat van een periode stakingen die in november 2024 begon. Voor medewerkers van ziekenhuizen is overeengekomen dat de lonen de komende twee jaar met 8 procent omhoog gaan. Deze resultaten worden binnenkort door de vakbonden aan hun leden voorgelegd. Gaan de leden akkoord, dan zullen de loonsverhogingen met terugwerkende kracht vanaf 1 februari 2025 ingaan.
Lees ook
Eindelijk krijgen apotheekmedewerkers meer loon: cao-akkoord bereikt
De vakbonden zijn tevreden over de loonstijgingen. „Over de hele linie zijn er stevige verhogingen geweest”, zegt CNV-voorzitter Piet Fortuin, „we zijn blij dat de apothekers een inhaalslag hebben kunnen maken en dat voor de meeste grote sectoren cao-overeenkomsten zijn gesloten. Ook is het goed dat de koopkracht van werknemers weer groter is geworden.”
Carolien Bijen, interim bestuurslid bij FNV, sluit zich hierbij aan: „We zien dat de boodschappen duurder worden dus vinden we het tijd voor koopkrachtverbetering. Ik denk dat het goed is dat werknemers er nu weer echt op vooruitgaan.”
De koopkracht en lonen nemen dus toe, maar wel in steeds mindere mate. Sinds het eerste kwartaal van 2024 groeit de koopkracht steeds iets minder hard ten opzichte van het jaar daarvoor. De groei van de cao-lonen is nog steeds hoger maar ook daar is sinds het derde kwartaal van 2024 een dalende trend te zien.
Een gesloten apotheek in Amsterdam. Enkele duizenden apotheken in het hele land waren dicht door een staking. Foto Ramon van Flymen