Tweede Kamer wil graag strengere regels voor uitzendbureaus, maar vraagt ook allerlei uitzonderingen

Dat er strengere regels voor uitzendbureaus moeten komen om misstanden met arbeidsmigranten tegen te gaan, daar is een meerderheid van de Tweede Kamer het wel over eens. En ook over de vorm ervan: het kabinet-Schoof wil een ‘toelatingsstelsel’, waarbij uitzendbureaus periodiek aantonen dat zij voldoen aan alle normen rond bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden en goede huisvesting. Nieuwe uitzendbureaus betalen een waarborgsom van 100.000 euro.

Toch zijn er nog allerlei zorgen en twijfels over de uitwerking, bleek in het Tweede Kamerdebat over dit wetsvoorstel van minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken, NSC). Dit debat was drie weken geleden al begonnen, maar omdat de Tweede Kamer het niet redde binnen de gereserveerde tijd, werd het dinsdagavond afgerond.

Coalitiepartijen VVD en BBB zijn bang dat het optuigen van nieuwe controlerende instanties leidt tot bureaucratie en hoge kosten voor ondernemers. Oppositiepartijen als GroenLinks-PvdA en SP zijn juist bang dat de wet niet ver genoeg gaat. En dat malafide ondernemers trucs kunnen verzinnen waarmee arbeidsmigranten uitgebuit kunnen blijven worden. Zo vreest Mariëtte Patijn (GroenLinks-PvdA) „een waterbedeffect naar andere vormen van flexwerk, zoals schijnzelfstandigheid”.

Waar de Tweede Kamer het wel weer over eens was: het duurt allemaal veel te lang. Al in 2020 adviseerde een commissie onder leiding van oud-SP-leider Emile Roemer in 2020 om een vergunningsplicht voor uitzendbureaus in te voeren. En de Arbeidsinspectie waarschuwt al jaren dat ze niet in staat is om het grote aantal uitzendbureaus in Nederland, meer dan 20.000, effectief te controleren.

Het vorige kabinet begon dit wetsvoorstel te schrijven en wilde het op 1 januari 2025 laten ingaan. Die datum werd herhaaldelijk uitgesteld en nu is er helemaal geen deadline meer. Invoering voor 2028 lijkt in ieder geval niet haalbaar.

De rekening naar ondernemers

Minister Van Hijum wil ook vaart maken, zei hij. „Deze wet treedt geen dag later in werking dan mogelijk.” Maar dit is een vergaande wet, legde hij uit, waarbij de overheid ingrijpt in een commerciële markt. „Dit moet niet alleen snel, maar ook zorgvuldig gebeuren.”

Zo moet er een compleet nieuwe overheidsinstantie worden opgetuigd met 200 voltijdbanen, die gaat bepalen of uitzendbureaus toegang tot de markt krijgen en behouden. De kosten daarvan zijn voor de uitzendbureaus en volgens VVD’er Thierry Aartsen dreigt daarmee een almaar uitdijende bureaucratie te ontstaan.

Oorspronkelijk zouden de gemiddelde kosten per uitzendbureau een kleine 500 euro bedragen, zei Aartsen, maar de nieuwste schattingen gaan uit van meer dan 2.000 euro. „Je kunt niet oneindig de rekening naar ondernemers blijven sturen.” Maar Van Hijum wilde niet, zoals de VVD’er vroeg, beloftes doen over de maximale kosten per ondernemer. Het kabinet wil óók geen onnodig hoge kosten, zei hij, maar door nu al een maximum in de wet te zetten kan er straks ook te weinig geld blijken te zijn voor een functionerend systeem.

Geen uitzonderingen

Ook op andere wensen van de Tweede Kamer wilde Van Hijum niet ingaan. Veel partijen vinden dat de wet nog te weinig bijdraagt aan een correcte inschrijving van arbeidsmigranten bij hun gemeente. Gemeenten hebben vaak slecht zicht op arbeidsmigranten en situaties van uitbuiting en overbewoning.

Uitzendbureaus moeten goede inschrijving „bevorderen”, heeft Van Hijum recent aan zijn wetsvoorstel toegevoegd. Maar die eis wordt niet gehandhaafd, tot onvrede van een groot deel van de Kamer. Don Ceder (ChristenUnie): „Dit is toch het schoolvoorbeeld van de tandeloze tijger?” Volgens de minister is handhaving hiervan zo complex, dat het de invoering van de wet nóg verder zou vertragen.

Van Hijum ziet ook het uitzonderen van allerlei sectoren niet zitten, waar de afgelopen maanden flink voor gelobbyd is. De ChristenUnie en SGP vragen een uitzondering voor sociale werkplaatsen, BBB, NSC en SGP voor mbo-leerwerktrajecten, de VVD voor de beveiligingsbranche en Denk voor betaalde topsport. Maar ook dat maakt de wet complexer en moeilijker te handhaven, zei Van Hijum. „En het creëert ontwijkingsroutes voor malafide ondernemers.”

Dinsdag stemt Tweede Kamer over de wet, die waarschijnlijk op een ruime meerderheid kan rekenen, en over de wijzigingen die Kamerleden hebben voorgesteld.

Volgens NSC-Kamerlid Ilse Saris verdient haar partijgenoot Van Hijum wel „een lintje”, in verwijzing naar asielminister Marjolein Faber (PVV) wier positie nu onder vuur ligt, voor deze „eerste wet die migratie beperkt en reguleert”.