FMO-baas: ‘Gezonde resultaten zijn buffer tegen politieke argumenten’

Het voelt bijna ongemakkelijk. De wereld van de internationale hulp brokkelt in hoog tempo af. Er wordt in Nederland fors bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. In de VS wordt er met grof geweld gehakt in de miljarden die hulporganisatie USAID wereldwijd spendeert. Grote Amerikaanse en Canadese banken keren een belangrijke klimaatsamenwerkingsalliantie (de Net-Zero Banking Alliance) de rug toe. En midden in dat geweld maakt in Den Haag ontwikkelingsbank FMO deze maandag recordwinsten over het afgelopen boekjaar bekend.

Michael Jongeneel, sinds september 2021 bestuursvoorzitter bij de Haagse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO), is er zelf ook een klein beetje verrast over: „De wereld staat in brand, maar wij gaan goed”, zegt hij in een telefonische toelichting bij de jaarcijfers. De winst van de ontwikkelingsbank steeg vorig jaar naar 297 miljoen euro (tegen 65 miljoen in 2023). Maar belangrijker nog: in totaal werd er voor 3,8 miljard aan nieuwe investeringen gedaan, waardoor de totale portfolio aan projecten groeide tot 15,5 miljard (tegenover 13,2 miljard in 2023).

Jongeneel: „Tweeënhalf jaar geleden hebben we meer focus aangebracht in wat we willen bereiken. Onze doelen zijn helder: we willen in 2030 10 miljard investeren in het bestrijden van ongelijkheid, een van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Ook willen we nog eens 10 miljard investeren in de klimaatdoelen van de VN. Sinds we scherper kiezen welke projecten we langs die lijnen willen financieren, zijn we hard gegroeid.”

In de praktijk betekent het vooral dat FMO niet meer investeert in bijvoorbeeld medische projecten en zich vooral toelegt op de agrarische sector, de financiële sector en hernieuwbare energie. Die draai heeft gewerkt, zegt Jongeneel: „We concurreren nu minder met andere ontwikkelingsmaatschappijen omdat we een hoop dingen niet meer doen. We zien zelfs dat we projecten toegeschoven krijgen van anderen, omdat we ons gespecialiseerd hebben.”

Geen normale bank

FMO is geen normale bank. De organisatie is voor 51 procent in handen van de rijksoverheid, maar staat wel op afstand. Het bedrijf heeft een banklicentie en kan geld ophalen op de kapitaalmarkten. De overheid biedt een staatsgarantie waardoor FMO kan investeren in projecten waar andere, commerciële banken afhaken. FMO heeft veel zusterorganisaties in andere landen en ook de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) valt onder dezelfde paraplu.

FMO investeert zowel rechtstreeks (vanaf de eigen balans) als via open fondsen waar anderen ook aan participeren. Vorig jaar richtte de bank bijvoorbeeld het SDG Loan Fund van 1,1 miljard euro op, dat zich richt op de agrarische sector, energie en de financiële sector, waar onder meer de Duitse verzekeraar Allianz en het Zweedse Skandia fors aan bijdragen. FMO staat samen met de private Mac-Arthur Foundation garant voor de eventuele eerste verliezen.

Maar deze vorm van ontwikkelingsfinanciering staat in toenemende mate onder druk, ziet ook Jongeneel. „In de VS staat onze zusterorganisatie DFC onder grote politieke druk, en dat geldt dus ook voor USAID. Dat is een slechte zaak, het hele veld van ontwikkelingsfinanciering wordt zo dunner. Ik had liever gezien dat het veld op sterkte bleef. Tegelijkertijd biedt die verschuiving FMO ook kansen om te groeien.”

Rationele financieringen

Jongeneel ziet het als zijn belangrijkste opdracht om aan te tonen dat de financieringen van ontwikkelingsprojecten economisch gezien rationele financieringen zijn. „Zo voorkom je dat je kwetsbaar wordt voor politieke argumenten.” De investeringen die FMO doet moeten dus economisch rendabel zijn én bijdragen aan de versterking van zowel het project waar het geld heen gaat als de Nederlandse samenleving. „Dat is de beste garantie om te kunnen blijven doen wat we willen en moeten doen.”

Als voorbeeld noemt Jongeneel een project waarbij FMO investeert in koffieplantages, een actueel thema gezien de hoge prijzen voor koffiebonen. „Op korte termijn is dat niet direct winstgevend, maar voor de boeren is het wel heel belangrijk. Zij krijgen ondanks de hogere prijzen op de wereldmarkt vaak helemaal niet extra betaald voor hun bonen. Wij ondersteunen projecten die de boeren helpen nieuwe manieren van verbouwen op te zetten, die klimaatbestendiger zijn zodat de oogst op peil blijft en de prijs niet torenhoog wordt. Dat is een project van de lange adem, maar uiteindelijk is dat beter voor de boeren, beter voor de Nederlandse consument en ook voor FMO is het een winstgevend project.”

Verbaasd over ommezwaai

Jongeneel, die voor zijn komst naar FMO jaren bij de duurzame bank Triodos en bij hulporganisatie Giro555 werkte, heeft met verbazing gekeken naar de ommezwaai bij een aantal Amerikaanse en Canadese banken op het gebied van duurzaamheid. Eind vorig jaar trokken de vijf grootste Amerikaanse banken zich terug uit de Net-Zero Banking Alliance. „Ik zou liegen als ik zei dat ik dat had zien aankomen”, zegt Jongeneel. „En ik begrijp het ook niet. Klimaatverandering is een reëel probleem, wat je er ook van vindt. En de wereld voorbereiden op die nieuwe werkelijkheid is gewoon business. Wij komen ervoor uit dat we die zaken doen. Maar het ligt gevoelig tegenwoordig. Ik heb de indruk dat ook die grote banken heus wel doorgaan met hun investeringen op de lange termijn, maar ze durven het niet hardop te zeggen. Zij worden afgerekend door hun aandeelhouders en die eisen op korte termijn hoge winsten. Dat sneeuwt de lange termijn soms onder.”