Een wijkagent van de Rotterdamse politie heeft een verdachte, die zich verstopte in de kruipruimte van zijn woning om aanhouding te voorkomen, opgesloten door het enige toegangsluik dicht te laten schroeven door een slotenmaker. Vervolgens werd de verdachte anderhalf uur in de ruimte achtergelaten.
De politieman, een agent van basisteam centrum van Rotterdam, kreeg in september de opdracht een man aan te houden die verdacht werd van schennispleging. De verdachte had geplast tegen de gevel van een woning en toen de bewoonster bezwaar maakte tegen het urineren, had hij de moeder en haar kind zijn geslachtsdeel getoond.
Toen de verdachte niet verscheen, is het luik dichtgemaakt met een paar schroeven
Toen de wijkagent bij de woning van de verdachte arriveerde, werd niet opengedaan. Met de hulp van een slotenmaker kwam de politie alsnog binnen. De agent zag een luik naar de kruipruimte openstaan en vermoedde dat de gezochte man zich aldaar had verstopt. „Een zoekslag met zaklamp en het roepen van de naam van de verdachte, sommerend dat hij tevoorschijn moest komen, leverden niets op”, zegt de politie Rotterdam. „Toen er niets te zien was en de verdachte niet verscheen, is het luik dichtgemaakt met een paar schroeven.”
De agent vermoedde dat de verdachte een telefoon had omdat hij hem eerder die dag had zien bellen. Enige tijd later belde de voortvluchtige man inderdaad 112 om te melden dat hij in de kruipruimte zat opgesloten. Hij werd later alsnog door de wijkagent bevrijd en aangehouden.
Lees ook
Pesten, seksisme, drank en discriminatie bij politie van Rotterdam-centrum
‘Ondoordacht’
Wegens „ernstig plichtsverzuim” is de politieman vorige week door de leiding van de politie-eenheid Rotterdam disciplinair bestraft. Er wordt 500 euro boete op het salaris ingehouden, laat een politiewoordvoerder weten. „Deze vorm van aanhouden is niet professioneel en ongewenst en past niet bij de politie die wij willen zijn”, aldus de woordvoerder.
Het opsluiten van een verdachte in een kruipruimte en de wijze waarop de politie deze zaak vervolgens heeft afgedaan, buiten de openbaarheid, stuit binnen de eenheid op veel kritiek. De agent, een van de zeventien wijkagenten in het basisteam, heeft zijn 250 collega’s op 25 september op aandringen van een leidinggevende een e-mail gestuurd. Hij schrijft begrepen te hebben dat „veel collega’s geschokt waren toen zij hoorden over mijn handelen en dat dit kennelijk nog steeds erg leeft op de werkvloer. Dit heb ik zeker niet zo gewild en dat spijt mij zeer”, aldus de agent.
Zoeken en het roepen van de verdachte, sommerend dat hij tevoorschijn moest komen, leverden niets op
Ook schrijft de wijkagent „ondoordacht” te hebben gehandeld. Hij had de kruipkelder afgesloten „met het doel de verdachte kort na het incident alsnog te kunnen aanhouden. Daarbij heb ik echter geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte door mijn handelen iets had kunnen overkomen. Gelukkig is dit niet gebeurd”.
Binnen de Rotterdamse politie is onenigheid ontstaan over de afhandeling. Sommige collega’s zeggen niet te begrijpen waarom de wijkagent niet wordt vervolgd wegens wederrechtelijke vrijheidsberoving. Dat is volgens de politie een besluit van het Openbaar Ministerie „dat een maatregel door de werkgever vond prevaleren boven strafrechtelijke vervolging”. De politietop achtte daarop „inhouding van een deel van het salaris een passende straf”.
Overbelast
Het OM in Rotterdam bevestigt dat in deze zaak de voorkeur is gegeven aan het „intern sanctioneren” door de politie. Dat past ook binnen het justitiële beleid om de overbelaste rechterlijke macht zo veel mogelijk te ontzien. Het OM geeft bovendien aan dat een rechter de agent waarschijnlijk ook een geldboete zou hebben opgelegd.
Afgelopen jaren is de Rotterdamse politie regelmatig in opspraak gekomen. In augustus 2024 werd via NRC bekend dat bij het basisteam centrum sprake is van een „sociaal onveilig werkklimaat” als gevolg van „slechte onderlinge omgangsvormen” en „falend leiderschap”. Die conclusie trok de politie na een extern onderzoek dat werd verricht na klachten van agenten over onder meer discriminatie, pesten en buitensporig geweld van politiemensen.
In september, een paar dagen na het incident met de wijkagent, presenteerde de politie Rotterdam een ‘plan van aanpak’ om te komen tot „een betere werkomgeving en veilige werkplek”. De politie kondigde onder meer aan „interne omgangsvormen te verbeteren en het leiderschap te versterken”.
Vorige maand is een nieuw sectorhoofd voor de stad Rotterdam aangesteld: Marc Roosenburg. Hij wil meer gelegenheid voor agenten om te „kunnen leren en reflecteren met elkaar door twijfels, fouten en dilemma’s” te bespreken. „We moeten gedrag begrenzen waar nodig, maar ook waarderen wat goed gaat. Want laten we niet vergeten dat dit team zich dag en nacht maximaal inzet voor de veiligheid van de stad.”
Traumatisch
De wijkagent reageert niet op vragen van NRC. Aan zijn collega’s schrijft hij dat „dergelijk handelen door mij niet meer zal gebeuren”. Hij mag van de leiding zijn baan als wijkagent in het centrum van Rotterdam blijven uitoefenen.
De zaak tegen de verdachte gevelplasser is door het OM geseponeerd, omdat hij door het traumatische opsluiten in de kruipruimte „al genoeg is gestraft”.
Lees ook
Onderzoek Arbeidsinspectie bij Rotterdamse politie naar onveilig werkklimaat na klachten. ‘Ongebruikelijk’, zegt vakbond
Op zijn wekelijkse persconferentie haalde toenmalig premier Jan Peter Balkenende (CDA) een ansichtkaart tevoorschijn. Het was vrijdag 4 oktober 2002, en de ministers van zijn eerste kabinet van CDA, LPF en VVD maakten al weken openlijk ruzie. Paul Rosenmöller, leider van GroenLinks, had gevraagd of er nog eenheid in het kabinet was.
Balkenende hield de ansichtkaart voor zich, zodat die goed in beeld kwam. Het was een potloodtekening van de Trêveszaal, waar het kabinet toen vergaderde. „Geachte voorzitter, In antwoord op de mondelinge vragen van g.a. Rosenmöller e.a. groeten wij u in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad.” De handtekeningen van de ministers stonden onder de tekst.
Twee weken later was het kabinet gevallen.
De ansichtkaart van Balkenende is niet vergeten in Den Haag. Een bewindspersoon van het kabinet-Schoof begint er uit zichzelf over, als het gaat over de eenheid van dít kabinet. Ook anderen blijken het zich te herinneren. Ze zien er een waarschuwing in: je kunt wel steeds zéggen dat er eenheid is, zoals Dick Schoof nu doet, maar wat heb je daaraan als kiezers alleen maar ruzie zien?
Vechtkabinet
Het kabinet-Balkenende I regeerde 87 dagen. Het kabinet-Schoof van PVV, VVD, NSC en BBB bestaat al acht maanden, en is er nog steeds. En ook verder gaat de vergelijking mank, zeggen bewindspersonen en mensen rond het kabinet. Balkenende I was een vechtkabinet, het kabinet-Schoof is dat niet, zeggen bewindspersonen. Maar, erkent iedereen, het gaat niet goed. Het onderlinge wantrouwen groeit, de sfeer verslechtert. De eenheid is weg. En het gezag van premier Schoof in het kabinet daalt hard.
De afgelopen week wordt in het kabinet gezien als een dieptepunt. Schoof en minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie, PVV) moesten in de Tweede Kamer over de zogeheten lintjesaffaire praten. Faber had geweigerd koninklijke onderscheidingen toe te kennen aan vijf voormalige vrijwilligers van het COA. Schoof en minister Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken, NSC) hadden toen getekend. Schoof en Faber moesten de Kamer uitleggen waarom dat niet in tegenspraak was met de eenheid van het kabinetsbeleid. Het leidde onder meer tot een motie van wantrouwen tegen Faber, die door een groot deel van de oppositie werd gesteund. Kwestie afgedaan. Maar in het kabinet is deze week woede en schaamte te horen over Faber, kritiek op Schoof, en zorgen over de interne verhoudingen. En in het kabinet klinkt het dat de positie van Marjolein Faber onhoudbaar is geworden.
Vorig jaar zomer sloten de leiders van vier rechtse partijen na een moeizame formatie een hoofdlijnenakkoord. De vier leiders, Geert Wilders (PVV), Dilan Yesilgöz (VVD), Pieter Omtzigt (NSC) en Caroline van der Plas (BBB) spraken af dat zij in de Tweede Kamer zouden blijven. Het kabinet, was de afspraak, zou min of meer uitvoeren wat zíj wilden. De partijloze premier, voormalig topambtenaar Dick Schoof, stelde zich dienstbaar op. Het regeerprogramma van het kabinet was niet veel meer dan een gedetailleerdere versie van de afspraken van de partijleiders.
Constructie
Die constructie had een nadeel voor het kabinet: de bewindspersonen, met name Schoof, hadden vanaf het begin weinig gezag. Maar het had ook een voordeel: ruzies werden vooral gevoerd tussen de partijleiders, die toch al een groot gebrek aan chemie hebben. Ze verwijten elkaar te lekken naar de pers, wantrouwen elkaar, denken dat anderen erop uit zijn het kabinet te laten vallen.
In het kabinet zélf gaat het er anders aan toe, werd lange tijd gezegd. Er heerste een collegiale sfeer. Er werd, zeker in het begin, veel gelachen. De twijfels van de buitenwereld hielpen juist voor die sfeer, zei minister Femke Wiersma (Landbouw, BBB) vorig jaar zomer nog: „Juist omdat het ter discussie wordt gesteld, denken wij: laten we die vier jaar dan ook maar gaan volmaken.”
Dick Schoof kreeg complimenten van bewindspersonen over de manier waarop hij werkte: als een procesmanager, een echte ambtenaar die risico’s al vroeg zag en handige formuleringen kon verzinnen. Hij organiseerde uitjes, waarbij partners en kinderen soms ook welkom waren. Een bewindspersoon herinnert zich hoe vrolijk het was toen ze op excursie naar de Haagse brandweer gingen, partners erbij. Er kwam een sportgroepje op vrijdagochtend, zoals de kabinetten voor hem dat ook hadden.
Weeffouten
Maar er zaten vanaf het begin al weeffouten in het kabinet. Die zetten de persoonlijke verhoudingen steeds meer onder druk. Een voorbeeld: iedere partij kreeg het min of meer alleen voor het zeggen over de voor die partij belangrijkste onderwerpen: voor de PVV is dat asiel en migratie, voor BBB landbouw, voor NSC binnenlands bestuur, en voor de VVD financiën. Dat werkte profileringsdrift van bewindspersonen in de hand en leidde tot ergernissen.
Nog een structurele fout: het ontbreekt aan een gezamenlijk verhaal, of een gedachte die de coalitie bindt. De vier coalitiepartijen zijn weliswaar allemaal rechts, maar verder lijken ze niet op elkaar. Dat betekent dat ministers niets hebben om op terug te vallen. Mede daardoor houdt de onervaren ministersploeg zich al vanaf het begin niet aan de eenheid van kabinetsbeleid, zoals voorgeschreven in artikel 45 van de Grondwet. Ministers en staatssecretarissen mogen volgens die regel in hun uitspraken niet afwijken van het beleid van het kabinet.
Op vrijdagochtend komen de ministers samen voor de ministerraad in het Catshuis, de statige ambtswoning van de premier in Den Haag. Veel van die vrijdagen verlopen op dezelfde manier: een minister is boos over iets wat het kabinet wil, zegt er niets van te weten, of wil „een stevig gesprek” met Schoof. Na enkele uren komen de ministers weer naar buiten en is de kwestie opgelost, of even weer gesust. Daarna mag Schoof in zijn persconferentie zeggen dat de sfeer nog altijd goed is, dat misverstanden zijn opgehelderd, dat de eenheid niet in gevaar is. Die rituele dans herhaalt zich bijna wekelijks.
Vicepremier Fleur Agema (Volksgezondheid, PVV) schond de eenheid binnen het kabinet al een paar keer. Zo was ze het niet eens met nieuwe bezuinigingen in de zorg, en met de 3,5 miljard euro die Schoof aan Oekraïne had beloofd. Over die belofte waren meer ministers ongelukkig, maar die hielden hun kritiek binnenskamers.
Solistisch
Minister Marjolein Faber bezorgt het kabinet grotere problemen. Haar gedrag is solistisch, zien kabinetsleden. Zo zei ze op een vrijdag, vlak voor de ministerraad, dat de Oekraïense president Zelensky „niet democratisch gekozen” is. Vorige week vrijdag was ze openlijk boos op Schoof, omdat die had geweigerd haar plannen om de spreidingswet in te trekken op de agenda van de raad te zetten.
De slechte sfeer tussen de vier Kamerfracties slaat steeds meer over op het kabinet. Het onderlinge wantrouwen van de vier fractievoorzitters is nu ook dáár te horen. Aan teambuilding wordt niet meer gedaan. Het sportclubje wordt nog maar door een paar ministers trouw bezocht: de ministers Caspar Veldkamp (Buitenlandse Zaken, NSC) en David van Weel (Justitie, VVD). Anderen komen zelden of niet.
In de onervaren kabinetsploeg (slechts twee bewindspersonen hebben bestuurlijke ervaring) groeien ergernissen. VVD’ers ergeren zich aan BBB’ers. PVV’ers aan VVD’ers en NSC’ers. Maar meestal ligt het aan de persoonlijke relatie, niet aan partijkleur. Zo liggen sommige PVV-bewindslieden, zoals staatssecretaris Ingrid Coenradie (Justitie) en minister Dirk Beljaarts (Economische Zaken), goed bij andere kabinetsleden.
In het kabinet is vooral de ergernis over Faber groot. Voor elke ministerraad mogen bewindspersonen actuele onderwerpen agenderen. Veel te vaak, wordt gezegd, gaat het over iets dat Faber heeft gezegd of gedaan. Haar grillige gedrag bepaalt het beeld dat kiezers van het kabinet hebben: een ruziënde club, die niets voor elkaar krijgt. Bewindspersonen vinden dat niet eerlijk. Waarom is er zo weinig aandacht voor hún plannen? Moeten zij de prijs betalen voor Fabers eigenzinnigheid?
Vorige maand raakten Marjolein Faber en Mona Keijzer (Volkshuisvesting, BBB) in conflict tijdens de vergadering. Faber wil dat statushouders sneller asielzoekerscentra verlaten en huisvesting krijgen, Keijzer wil de voorrang van statushouders op sociale huurwoningen juist afschaffen. Het leidde tot een ruzie in de ministerraad. Daarbij werd volgens aanwezigen niet geschreeuwd, maar het is zeldzaam dat conflicten in de ministerraad tot uitbarsting komen. Dat gebeurt eerder in de onderraden, vooroverleggen van groepjes bewindspersonen.
Toenemende irritatie bij Schoof
Aanwezigen in de ministerraad zien dat ook premier Schoof zich steeds meer aan Faber ergert, en dat hij haar wantrouwt. De irritatie over Faber is zo groot, dat hij deze week geen zin had, zo leek het, om haar te komen helpen in de Tweede Kamer. Vrijwel de hele oppositie had om Schoofs aanwezigheid tijdens het Kamerdebat gevraagd, omdat dat zou gaan over de eenheid van kabinetsbeleid, zijn portefeuille. Schoof kwam pas toen de oppositie er bij het begin van het debat nogmaals om vroeg. Tijdens het debat keek hij Faber nauwelijks aan.
In en rond het kabinet zien ze dat Faber alle aandacht naar zich toetrekt, maar vrijwel niets bereikt. Sommigen vermoeden hier een bewuste strategie van Geert Wilders achter: als haar asielplannen niet door de Tweede en Eerste Kamer komen, en daar rekent iedereen op, blijft het beeld hangen van een minister die wordt tegengewerkt, en die niet toegeeft onder druk. Bovendien: hoe meer het over asiel en migratie gaat, het onderwerp dat kiezers associëren met de PVV, des te beter is dat voor Wilders.
Toch leven ook in de PVV zorgen over Faber. Sommige PVV’ers hadden gehoopt dat het kabinet een succes zou worden, en dat de radicaal-rechtse partij zou bewijzen volwaardig te kunnen regeren. De val van het gedoogkabinet-Rutte I (VVD en CDA), waar de PVV van de andere twee partijen de schuld van kreeg, heeft de partij immers jaren achtervolgd. Door Marjolein Faber dreigt nu hetzelfde te gebeuren. Twee PVV’ers uit het kabinet namen deze week afstand van Faber: Fleur Agema en Ingrid Coenradie. Zij zouden de aanvraag voor de lintjes wél hebben getekend, zeiden ze.
Dick Schoof moet iets doen, vinden sommigen in het kabinet. Hij moet haar tot de orde roepen en desnoods ontslaan. Dat had zijn voorganger Mark Rutte in 2021 met Mona Keijzer gedaan. Zij was als staatssecretaris van Economische Zaken (namens het CDA) openlijk kritisch op het coronabeleid van het kabinet. Maar een ontslag is hoogst zeldzaam, en zou in dit geval vrijwel zeker de val van het kabinet betekenen.
Deze week is Marjolein Faber op vrijdagochtend als een van de eerste ministers aanwezig in het Catshuis. Ze heeft een moeilijke week gehad, zegt ze bij de ingang, maar ze houdt goede moed. Vanavond gaat ze biefstuk eten. De intrekking van de spreidingswet staat opnieuw niet op de agenda van de ministerraad. Ze had geen tijd de plannen verder uit te werken, zegt ze, door de twee debatten over de lintjeskwestie.
Kabinetsleden die de waarschuwing uit het verleden willen zien, kunnen de ansichtkaart van Jan Peter Balkenende bezichtigen. Die ligt nog altijd in het archief van de Tweede Kamer, zegt een woordvoerder.
De strijd om TikTok heeft zich afgelopen maanden op verschillende schaakborden tegelijk afgespeeld.
Eerst maakte de Amerikaanse politiek het lot van de populaire video-app tot een zaak van nationale veiligheid. Vervolgens werd TikTok een aantrekkelijke prooi voor vrienden van president Trump en technologie-investeerders met diepe zakken. En nu is het ook nog wisselgeld geworden in een van de grootste confrontaties in de handelsoorlog die Trump met zijn importheffingen heeft ontketend: de krachtmeting met China.
De media-gevoelige president voelt zich persoonlijk sterk betrokken bij de strijd om de app, die in de Verenigde Staten zo’n 170 miljoen gebruikers heeft. Zo opperde hij een dag voordat hij China trof met een importheffing van 34 procent (bovenop een eerdere heffing van 20 procent): „Misschien haal ik er wel een paar punten vanaf” als China ermee instemt dat TikTok in Amerikaanse handen komt. „Ik ben een flexibel mens.”
Het onderhandelen kon wat Trump betreft beginnen. Maar China hapte niet, althans niet meteen.
Het Chinese ministerie van Financiën liet vrijdag ijskoud weten dat het de nieuwe Amerikaanse heffing van 34 procent voor invoer uit China beantwoordt met een eigen, even grote heffing voor invoer van diensten en producten uit de Verenigde Staten. Over TikTok geen woord. En dat is belangrijk, want behalve ByteDance, het Chinese moederbedrijf van TikTok, moet ook de Chinese overheid instemmen voordat sprake kan zijn van een gehele of gedeeltelijke verkoop van TikTok.
Onzeker
De toekomst van de app is al sinds april vorig jaar onzeker. Toen kwam met steun van de Democratische en Republikeinse partijen een wet door het Congres die bepaalde dat TikTok vanwege „nationale veiligheidsrisico’s” uiterlijk 19 januari verkocht moest worden aan een Amerikaanse partij, en anders in de VS verboden zou worden. Minder dan 20 procent van de aandelen mocht nog in buitenlandse handen blijven.
Het motief voor die wet was tweeledig. Enerzijds bestond de vrees dat de China via TikTok de hand kan leggen op allerlei persoonlijke informatie van Amerikaanse gebruikers. En anderzijds dat China Amerikaanse gebruikers via TikTok kan beïnvloeden met propaganda en nepnieuws.
Buiten het Hooggerechtshof in Washington wordt een TikTok-filmpje gemaakt.
Foto Getty Images
Toen de deadline van 19 januari verstreek, was er over de verkoop van TikTok nog geen akkoord in zicht. Het bedrijf zette de app zelf kort op zwart, maar de volgende dag werd Donald Trump tot president geïnaugureerd. Per decreet verlengde Trump meteen de verkoopdeadline (tot deze zaterdag, 5 april), waarna de site, die minder dan een dag uit de lucht was geweest, weer functioneerde. Maar ook deze deadline verstreek voor er een akkoord over de verkoop van TikTok kon worden bereikt. Trump gaf zichzelf vrijdagavond een nieuwe deadline, over 75 dagen moet het rond zijn.
In zijn eerste termijn had Trump geprobeerd TikTok te verbieden, maar nadat hij in de laatste campagne veel steun op het platform had ondervonden, was hij TikTok gaan waarderen. Hij heeft er nu ruim 15 miljoen volgers.
Gretigheid
Inmiddels was duidelijk dat er bij Amerikaanse investeerders grote gretigheid bestond om de app van ByteDance over te nemen. Omdat er dankzij reclame-inkomsten veel geld mee te verdienen is, maar ook omdat er veel data mee te verzamelen zijn die gebruikt kunnen worden voor het trainen van kunstmatige intelligentie.
Meerdere partijen meldden zich volgens Amerikaanse media bij het Witte Huis. Van het begin af aan werd Larry Ellison genoemd, de oprichter van softwarebedrijf Oracle die een nauwe band met Trump heeft. In januari zei Trump in verband met TikTok en Ellison: „Ik wil graag dat Larry het koopt.” Samen met onder meer het grote investeringsfonds Andreessen Horowitz zou hij een bod hebben voorbereid. Maar ook technologiebedrijf AppLovin, Amazon en het grotendeels op porno gerichte platform OnlyFans zouden in de markt zijn.
TikTok-beroemdheid Mikayla Rowan maakt een video in een garage.
Foto Reuters
De regering-Trump leek zich in het TikTok-dossier vooral te hebben beziggehouden met de vraag welke Amerikaanse bieder haar voorkeur heeft, en onder welke voorwaarden een deal kon worden voorgelegd aan Bytedance. Dat bedrijf is in Beijing gevestigd en valt dus onder de Chinese wet. Ook al is zestig procent van de aandelen van Bytedance in buitenlandse handen (onder meer van Amerikaanse investeerders als General Atlantic, Susquehanna, KKR), verkoop van TikTok kan niet zonder dat de Chinese regering ermee instemt. Bytedance geldt als een van de belangrijke bedrijven op het gebied van kunstmatige intelligentie in China.
Volgens een in Amerikaanse media uitgelekt plan zou er een Amerikaanse tak van TikTok afgesplitst kunnen worden, waarvan Bytedance dan bijvoorbeeld 19,9 procent zou kunnen behouden. Het algoritme dat TikTok tot zo’n succes heeft gemaakt, zou in handen van Bytedance blijven, maar aan de Amerikanen worden geleased.
Maar wat dat precies zou betekenen, blijft tot dusver vaag. De cruciale vraag daarbij blijft: als China al met zo’n uitkomst akkoord gaat, wordt er daarbij wel genoeg rekening gehouden met het veiligheidsprobleem dat de vorig jaar aangenomen wet moest oplossen? Heeft China dan werkelijk geen greep meer op gegevens van Amerikaanse gebruikers, en op wat zij voorgeschoteld krijgen?
Een op de vijf werknemers van KLM overweegt te stoppen met zijn baan bij de luchtvaartmaatschappij. Vooral de mensen die werken in de grondafhandeling – bagage, platform, check-in van passagiers – ervaren zo’n hoge werkdruk dat ze ander werk willen.
Dat blijkt uit een enquête die vakbond FNV in februari hield onder 1.500 KLM-werknemers. Bijna twee van de drie medewerkers (63 procent) vindt de werkdruk op Schiphol (zeer) hoog, zegt de bond. Die druk is volgens hen dit jaar gestegen.
Dat een op de vijf KLM’ers zou willen vertrekken noemt de bond „zorgelijk” voor de best betalende luchtvaartmaatschappij van Nederland. In 2022 leidde een tekort aan grondpersoneel (bagagemedewerkers) tot chaos op Schiphol. KLM kampt nu nog steeds met tekorten, onder meer bij technisch onderhoud.
FNV hield eerder dergelijk onderzoek in de zorg: in 2023 zei 41 procent van medewerkers in de verpleeghuis- en thuiszorg dat ze ander werk willen. In ziekenhuizen overwoog 32 procent te stoppen.
In een reactie stelt KLM dat het bedrijf ook zelf onderzoek doet naar de werkdruk. „Die resultaten zijn overwegend positief, maar er is altijd ruimte voor verbetering”, meldt een woordvoerder. „Ons doel is om iedereen een gezonde, prettige en veilige werkomgeving te bieden.”
De KLM-woordvoerder vindt ook dat het wel meevalt met het personeelstekort – ook al noemde het bedrijf het afgelopen jaar een tekort aan met name piloten en technici een oorzaak van de slechte financiële resultaten. „De afgelopen jaren hebben we duizenden nieuwe collega’s aangenomen en de meeste bedrijfsonderdelen zijn nu goed bezet”, zegt ze. „Collega’s zeggen dat dit zijn vruchten afwerpt. Dat zien we ook aan de uitstroom: die is met 4 procent een stuk lager dan het landelijke gemiddelde van 15 tot 20 procent.”
Veiligheid
Meer dan de helft van de KLM’ers die FNV heeft bevraagd vindt dat de veiligheid tijdens het werk te lijden heeft onder de gestegen werkdruk. Het aantal collega’s dat uitviel vanwege ziekte is het afgelopen jaar toegenomen, stelt 56 procent.
„Ik merk dat ik vaker fouten maak”, onderschrijft een op de vijf werknemers een stelling in het onderzoek. Medewerkers benadrukken dat ze niet de indruk willen wekken dat de veiligheid niet op orde is, maar het vooruitzicht van nog meer werkdruk baart hen zorgen. „Op het gebied van veiligheid doet KLM het misschien wel het beste op Schiphol”, stelt Hacer Karadeniz, FNV-bestuurder luchtvaart, „maar de vrees is dat dit op sommige plekken onder druk komt te staan door maatregelen die de werkdruk alleen nog maar verhogen.”
Een medewerker zegt in de enquête: „Je hebt een taak nog niet afgehandeld of de volgende staat al weer in je handheld.” Hij bedoelt zijn mobiele werkcomputer. „Passagiers hebben een korter lontje dan vroeger”, zegt een ander. „Elke dag mensen tekort, geen ruimte voor verlof”, klaagt een KLM’er.
FNV komt met het onderzoek tijdens de onderhandelingen voor een nieuwe cao voor de pakweg 30.000 werknemers van KLM. De gesprekken met de tien bonden voor grond, cockpit, cabine, techniek en kantoor verlopen moeizaam.
Volgens FNV is twee van de drie medewerkers op dit moment ontevreden met z’n salaris. KLM zegt echter geen geld te hebben voor loonsverhoging. De financiële resultaten over 2024 waren „tegenvallend”, aldus KLM in maart. Het bedrijf vliegt nog niet op volle capaciteit, onder meer door te weinig beschikbare mensen.
Terwijl medewerkers nu al klagen over de werkdruk wil KLM dat werknemers nog harder gaan werken. In het kader van het herstelprogramma Back on track, dat KLM structureel 450 miljoen euro per jaar meer inkomsten moet bezorgen, wil de directie dat de ‘arbeidsproductiviteit’ 5 procent stijgt. FNV vreest dat dat neerkomt op ‘meer doen met minder mensen’.
Klopt niet, zegt de woordvoerder. „Het gaat om efficiënter, effectiever samenwerken – met het hele team meer werk verzetten in dezelfde tijd. Dit betekent niet dat elke collega harder moet werken, maar dat we slimmer gaan werken.”