De ‘autohoofdstad van Canada’ kan niet zonder handel met de VS

Vrachtwagens denderen onophoudelijk over Huron Church Road in het Canadese Windsor, een kilometerslange zesbaansweg die recht afkoerst op de befaamde Ambassador Bridge naar de Amerikaanse stad Detroit. Gestaag volgen de ronkende eighteen wheelers de rijstroken onder een bord met de tekst ‘Bridge to U.S.A.’, alvorens de oude hangbrug te bestijgen.

De brug over de Detroit River vormt al bijna honderd jaar een cruciale handelsader tussen Canada en de Verenigde Staten. Het is de drukste grensovergang tussen de twee landen. Dagelijks passeert er voor meer dan 400 miljoen Canadese dollar (ongeveer 259 miljoen euro) aan goederen, onder meer voor de geïntegreerde Noord-Amerikaanse auto-industrie aan weerszijden van de grens.

Maar die intensieve handel staat onverwachts op losse schroeven, nu de Amerikaanse president Donald Trump een handelsoorlog is begonnen met beide buurlanden van de VS: dinsdag werd voor de meeste importen uit Canada en Mexico een heffing van 25 procent van kracht. Hoewel die donderdag weer gedeeltelijk voor dertig dagen is opgeschort, is vrijhandel in Noord-Amerika opeens geen vanzelfsprekendheid meer. In Windsor, dat zeer afhankelijk is van handel met de VS, is de toekomst onzeker.

„Ik maak me zorgen”, zegt Manpreet Singh, een jonge chauffeur uit de stad. In een enorme witte vrachtwagen met een rood esdoornblad voorop brengt hij een lading auto-onderdelen vanuit de Canadese provincie Ontario naar de Amerikaanse staat Michigan, vertelt hij bij een truckstop. „Allerlei onderdelen, voor transmissie, besturing, stoelen, van alles”, vertelt Singh. Ze gaan van Canadese onderdelenmakers naar assemblagefabrieken van de grote automakers in de VS, zegt hij.

De Ambassador Bridge die Windsor in de Canadese provincie Ontario en Detroit in de Amerikaanse staat Michigan met elkaar verbindt.

De autoproducenten besteden de productie van onderdelen uit aan een groot netwerk van toeleveranciers aan beide zijden van de grens, volgens het principe van ‘just-in-time-bevoorrading’: componenten worden niet opgeslagen, maar gaan direct naar de assemblagelijnen. Maar „met heffingen van 25 procent gaan ze onderdelen niet meer hier inkopen”, vreest Singh, die meerdere ladingen per week naar Michigan brengt voor een transportbedrijf. „Nu maken we genoeg uren om te overleven, maar we zijn afhankelijk van auto-onderdelen. Mogelijk komen er ontslagen. Dat zou mijn familie treffen. De gevolgen zullen groot zijn.”

Dat geldt voor het overgrote deel van het bedrijfsleven in en rond Windsor. Handel met de VS is de hoeksteen van de Canadese economie: ongeveer 78 procent van de exporten van het land gaat naar de zuiderburen. In 2023 ging het daarbij om 418 miljard dollar; Canada importeerde voor 354 miljard uit de VS. Windsor, bijgenaamd ‘de autohoofdstad van Canada’, wordt als grensstad hard geraakt door Trumps ontwrichting.

„Dit brengt ons in een zeer moeilijke positie”, zegt Ryan Donally, hoofd van de Kamer van Koophandel van de regio Windsor-Essex. Hij spreekt van een gevoel van verraad in de gemeenschap. „Ik begrijp niet waarom Trump zijn grootste economische bondgenoten de rug toekeert, terwijl hij handelsbanden met Rusland en anderen aanmoedigt.”

Fundament van economie

Een stabiel investeringsklimaat met vrije toegang tot de Amerikaanse markt is het fundament van de regionale economie – en die van Canada. Trump haalt dat fundament onderuit. Dagelijks komt het Witte Huis met nieuwe regels, aanpassingen en uitzonderingen. Woensdag kreeg de autosector een uitzondering van een maand, donderdag schortte Trump heffingen op een deel van de importen uit Mexico en Canada tot 2 april op. Volgende week moeten heffingen op staal en aluminium ingaan.

Donally vergelijkt de huidige situatie met de onzekerheid aan het begin van de coronapandemie. „We weten niet wanneer dit eindigt, we weten niet hoe ingrijpend de gevolgen zullen zijn en we weten niet hoe het elk bedrijf zal raken. Voor elke onderneming is het nu enorm moeilijk om plannen te maken.”

Dat beaamt Peter Gossmann, verkoopmanager bij Cavalier Tool and Manufacturing, een producent van stalen mallen voor plastic producten. In de fabriekshal van het bedrijf op een industrieterrein in Windsor staan machines te zoemen om precisie-mallen te maken, onder meer voor de productie van auto-onderdelen maar ook voor commerciële producten, van plastic bakken tot infrastructuur. Cavalier levert ze aan makers van die producten, overwegend in de VS.

We hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de grens eigenlijk niet bestaat

Jonathon Azzopardi
ondernemer

„We hebben al opdrachten verloren door de dreiging van de heffingen”, zegt Gossmann. „Nadat ze werden aangekondigd zijn de zaken fors vertraagd. Een aantal van onze afnemers heeft besloten op veilig te spelen.” Hij betreurt dat goede, langdurige handelsbanden door de regering-Trump worden verstoord. „Weinig landen hebben een band als Canada en de VS. Het is erg jammer dat mensen daarover aan het twijfelen worden gebracht.”

Gossmann hoopt dat de heffingen een tactiek zijn voor heronderhandeling van het USMCA-akkoord, de opvolger van het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA. Dat akkoord tussen Canada, de VS en Mexico werd in 2018 bereikt, tijdens Trumps eerste termijn, nadat het NAFTA-verdrag uit 1994 van hem op de schop moest. Er zou in 2026 opnieuw over worden onderhandeld, mogelijk kan dat nu al. „Hopelijk komen we hier doorheen.”

Maar als de heffingen permanent worden, zullen Amerikaanse afnemers één van twee dingen doen, zegt Gossmann: „Ze zullen of meer moeten betalen, of andere leveranciers zoeken. Dat kan het effect hebben dat Amerikaanse fabrikanten naar goedkopere producenten in het buitenland worden gedreven.” Dat kan Trumps bedoeling niet zijn, denkt hij. Cavalier koopt 40 procent van zijn materialen en componenten van Amerikaanse bedrijven, waaronder staal. „Het is eerlijke handel. Om het nu oneerlijk te maken is zeer verstorend.”

Geïntegreerde industrie

Dat geldt bovenal voor de auto-industrie. Die is in hoge mate geïntegreerd in Noord-Amerika. Canada en de VS werken samen aan autoproductie sinds hun ‘Autopact’ uit 1965, de kiem voor het vrijhandelsverdrag dat ze in 1988 sloten. Onderdelen, halffabrikaten en eindproducten steken vaak meermaals de grens over. Als daar elke keer een heffing van 25 procent overheen gaat, zouden voertuigen gemiddeld 4.000 tot 9.000 dollar duurder worden, becijferde de Anderson Economic Group (AEG). Dat druist in tegen de belofte van Trump om prijzen te beteugelen.

Trump wil dat autoproductie binnen de grenzen van de VS wordt gebracht. „We hebben hun auto’s niet nodig”, zei hij over Canada. Maar ook dat is ingewikkelder dan het lijkt. In de geïntegreerde opzet komen de beste en meest efficiënte producenten van elk onderdeel naar voren. De productieketens die daarbij gedurende tientallen jaren zijn opgebouwd, kunnen niet zomaar worden veranderd, zeker niet zonder prijsstijgingen. Bovendien zou het miljardeninvesteringen vergen om fabrieken te verplaatsen.

Bij een gigantische assemblagefabriek in Windsor van Stellantis, het voormalige Chrysler, zit de dagdienst erop. Personeel stroomt uit de poorten van het complex, aangeduid als ‘Windsor Chrysler Assembly’. Er worden minivans en Dodge Chargers gemaakt, zevenhonderd à achthonderd exemplaren per dag. Werknemers lopen naar het uitgestrekte parkeerterrein.

De Canadese premier Trudeau bezoekt een staalfabriek in Windsor.

De heffingen baren de medewerkers zorgen. „Ik begrijp niet waarom we niet dít doen naar de VS”, zegt JP Bonyai, een man met een baard en in een geel hesje, terwijl hij zijn middelvinger opsteekt. „Veel mensen op de werkvloer willen erover praten, maar het kan mij niet schelen. Ik kan er niets aan veranderen, wat er ook gebeurt.”

Veel mensen zijn gespannen, zegt Rob Johnstone, die al 29 jaar bij de fabriek werkt. „Ik ben niet voor de heffingen, ze gaan pijn doen. Trump speelt met de levens van mensen. Velen leven paycheck to paycheck, zij kunnen het zich niet veroorloven om zonder werk te zitten. Er gaan geruchten dat er binnen twee weken gedwongen ontslagen komen.”

Die geruchten gingen rond kort voordat het Witte Huis woensdag aankondigde dat de autosector voor een maand van de heffingen wordt uitgezonderd. Toplieden in de branche waarschuwden dat de autoproductie in korte tijd stil zou komen te liggen door de heffingen – een boodschap die kennelijk doordrong tot de regering-Trump. Die bleek toch terug te deinzen voor een dergelijke shutdown van een cruciale economische sector, die gepaard zou gaan met honderdduizenden ontslagen, van Michigan tot Tennessee. Al houdt het Witte Huis de dreiging in stand; officieel is het uitstel bedoeld om de automakers de gelegenheid te geven hun productieketens aan te passen.


Werknemer Paul Lachance maakt zich daar boos over. „Waarom doet hij dit? We hebben vrienden en familie in de VS, we brengen er veel tijd door, we gaan er uit eten of naar sportwedstrijden. Maar als Trump de heffingen doorzet, gaat dat deze gemeenschap schaden. Van de autofabrieken tot aan de restaurants, iedereen gaat eronder lijden.”

Onterecht, vindt hij, want Windsor is met Detroit door alle pieken en dalen van de autosector gegaan, van de financiële crisis tot de pandemie. De positie van Windsor als ‘autohoofdstad van Canada’ gaat terug tot het begin van de twintigste eeuw, toen autoproducent Ford er een fabriek bouwde. Daaromheen werd een gemeenschap gebouwd die nog altijd bekend staat als ‘Ford City’. Nu heeft Ford een fabriek voor motoren in Windsor.

Het gebied raakte, evenals Detroit, in verval na het vertrek van de eerste fabriek in 1960, maar wordt sinds tien jaar opgeknapt. Op de zijmuren van oude pandjes is graffitikunst verschenen, en er zijn bedrijven ingetrokken als een trendy koffieshop, een fietsenwinkel en een winkel voor vintage meubels. De heffingen „zijn moeilijk voor inwoners van Windsor, want we zijn zo close met Detroit”, zegt eigenares Lauren Potvin. „Het is beangstigend, want we weten niet wat de gevolgen zullen zijn.”


Lees ook

Canadese consument koopt liever alleen nog Canadees: ‘We moeten Amerika in de portemonnee raken’

Een supermarkt in Montreal. Meer Canadese consumenten boycotten Amerikaanse producten.

Buiten de oude kern van de stad maakt ook Jonathon Azzopardi zich zorgen. Hij runt Laval, een producent van gereedschappen en mallen. Achter het glas van een machine in zijn fabriekshal wordt de stalen mal voor een bumper gemaakt. Azzopardi levert 85 procent van zijn producten aan de VS. Voor nu wil hij de kosten van de heffingen zelf opvangen, om zijn relaties met klanten te behouden. Maar dat kan alleen als ze van beperkte duur zijn, zegt hij. „Tijd is de echte vijand.”

De ondernemer vat het handelsconflict persoonlijk op: zijn moeder kwam uit Detroit, zijn vader uit Canada. „Tientallen jaren lang hebben we er als gemeenschap alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat de grens eigenlijk niet bestaat”, zegt hij. „We hebben onze families, onze economieën, onze productieketens geïntegreerd. Nu worden we er abrupt aan herinnerd dat er wel een grens is, en dat we twee verschillende landen zijn.”