Versimpelingen in Europa: de groene plannen worden door Brussel flink teruggesnoeid

De Europese Commissie heeft haar koers gewijzigd, onder invloed van een rechtse politieke wind. Woensdag zette de Commissie haar nieuwe plannen uiteen, die de concurrentiekracht van het Europese bedrijfsleven de komende jaren sterk moeten verbeteren. De ‘groene’ regeldruk moet daarbij fors omlaag.

Het omvangrijke maatregelenpakket waarmee Brussel klimaatneutraliteit in 2025 nastreefde, bekend als de Green Deal, is volgens de nieuwe Commissie „te gecompliceerd”. De Clean Industrial Deal, een groot industrieplan, gevolgd door een omnibuspakket met daarin verschillende versoepelde duurzaamheidswetten, staan voor nieuw politiek elan. „Een simpeler en sneller Europa”, belooft de Commissie.

Het is de bestuurlijke vertaalslag van het alarmerende concurrentierapport van de Italiaanse oud-premier Mario Draghi, op initiatief van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Het klimaat redden? Als het even kan, graag. Maar niet meer omdat Brussel in de ban is van reguleringsdrift. En niet ten koste van de concurrentiepositie met hoofdzakelijk de VS en China. De groene plannen worden in de eerste omnibuswetten flink teruggesnoeid. Daarmee hoopt Europa tegemoet te komen aan het internationale bedrijfsleven. Maar lang niet alle bedrijven zijn blij met het afzwakken van de duurzaamheidsregels.

De wet over verantwoord maatschappelijk ondernemen, de ‘Corporate Sustainability Due Diligence Directive’ (CSDDD), ook wel de antiwegkijkwet genoemd), wordt hervormd. Net als de richtlijn voor duurzaamheidsrapportages: de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). En de wet over groene taxonomie, waarin is vastgelegd welke investeringen als duurzaam mogen worden beschouwd, en welke niet. De Europese Commissie stelt dat de vereenvoudiging van duurzaamheidsregels en daarmee gepaard gaande EU-investeringen, samen meer dan 6 miljard euro aan administratieve  lastenverlichting opleveren. „Mét behoud van het anker in de doelstellingen van de Green Deal”, stelt Eurocommissaris Maria Luís Albuquerque (Financial Services) woensdag.

Vrijwillige norm

Waar gaat het precies om? Kijkend naar de duurzaamheidsrapportages wordt de rapportageplicht (die al vanaf dit jaar geldt voor bedrijven vanaf 250 werknemers en beursgenoteerde bedrijven) met zo’n 80 procent verminderd. Als het aan de Commissie ligt, geldt de verantwoording over klimaat- , duurzaamheids- en sociaal beleid slechts voor ondernemingen met meer dan duizend werknemers (en een omzet van meer dan 50 miljoen euro). Voor andere bedrijven stelt de Commissie een vrijwillige norm voor. „Bedrijven zullen die norm blijven volgen”, vermoedt Albuquerque. „Omdat consumenten dit van hen verwachten.”


Lees ook

Lang niet alle bedrijven zijn blij met versoepeling groene Europese regels

Het hoofdkwartier van de Europese Commissie in Brussel. Foto Nicolas Tucat/AFP

De antiwegkijkwet, die pas in 2027 in werking treedt, moet gefaseerd gaan gelden voor de allergrootste bedrijven in Europa ( vijfduizend om mee te beginnen, met een jaarlijkse netto omzet van meer dan 1,5 miljard euro). Ook hoeven bedrijven straks geen uitgebreid onderzoek in de toeleveringsketen te doen. Weten hoe het ervoor staat bij de directe toeleveranciers volstaat. Zijn er misstanden? Breken met toeleveranciers is daarbij niet nodig, de samenwerking opschorten moet wel. In plaats van een jaarlijks onderzoek, moeten bedrijven elke vijf jaar met een onderzoek op de proppen komen. Aansprakelijkheidsbepalingen verdwijnen, en daarmee de minimumboete van 5 procent op de jaaromzet voor bedrijven die geen schone waardeketens hebben. De taxonomieregels zullen niet gelden voor bedrijven met een omzet lager dan 450 miljoen.

Het MVO Platform, dat zich inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, noemt het „stuitend” dat de Commissie al binnen een jaar, en nog voor werkelijke implementatie, haar eigen regels „ondermijnt” en „drastisch afzwakt”.

Europarlementariër Lara Wolters (GroenLinks-PvdA) noemt de voorstellen „een klap in het gezicht voor mensenrechten en milieu”. Wolters stond te boek als de ‘kartrekker’ in het Europarlement bij de antiwegkijkwet, nadat de dodelijk ramp bij de textielfabriek in Bangladesh Europa tien jaar eerder had wakker geschud. Wolters: „Beweren dat de versimpeling van wetgeving een verbetering is, is een simplificatie van de werkelijkheid. Dit is zwabberbeleid dat onduidelijkheid veroorzaakt en waarden laat verwateren.”

Partijgenoot en milieuwetenschapper Bas Eickhout, die in 2019 nog jubelde over de ‘Europese klimaatverkiezingen’, valt haar bij: „Dit simplistische beleid helpt fossiele bedrijven alleen maar straffeloos te blijven doen waar ze mee bezig zijn.” Hij is sceptisch over het concurrerende potentieel van de voorgestelde hervormingen.

De VVD gaat daarentegen mee in de versimpelingsretoriek. De rapportages over duurzaamheid en mensenrechten in de toeleveringsketen van bedrijven zijn volgens Europarlementariër Jeannette Baljeu „een onmogelijke opgave, zeker voor het midden- en kleinbedrijf”. Ze vervolgt: „Terwijl de Verenigde Staten dereguleren, zadelt de Europese Unie bedrijven op met stapels papierwerk.”

Gerben-Jan Gerbrandy, vicevoorzitter van de Europese liberalen, vindt dat de Commissie „doorschiet” in de vereenvoudiging. „Waar ze in de VS en Argentinië met een kettingzaag door de overheid gaan, blijft Europa de plek waar we de waarde moeten zien van verantwoord ondernemen”, stelt hij.

Binnenskamers heerst er onvrede in Brussel over de pennenstreken door de duurzaamheidsverplichtingen, door plannen waar jaren aan is gewerkt door Europa én het bedrijfsleven. Waar de industrieplannen, de Clean Industrial Deal, lijken te worden gesteund door de lidstaten en het Europarlement, kunnen de versimpelingsplannen rekenen op flink debat.