CPB: lagere staatsschuld en groeiende economie, maar pas op

De boodschap is dubbel, woensdagochtend aan de Bezuidenhoutseweg bij het Centraal Planbureau. Ja, het gaat best goed met de economie en de koopkracht van Nederlanders. En ja, het tekort op de begroting van de minister van Financiën is minder groot dan eerder ingeschat, wat de minister wat meer lucht geeft. Maar nee, kabinet, dat is niet meteen een reden om meer geld uit te geven, wil het CPB ook duidelijk maken.

Vooral deel één zal politiek Den Haag goed nieuws vinden, gezien de grote investeringsopgaven die voorliggen bij het kabinet. Deel twee is een minder welkome boodschap, die zou betekenen dat het geld dat binnenkomt, niet per definitie meteen uitgegeven zou kunnen worden.

Wat constateren de rekenmeesters? In 2025 groeit de economie naar verwachting met 1,9 procent doordat huishoudens en de overheid meer uitgeven. Ook op langere termijn groeit de economie harder dan eerder gedacht, vooral omdat jongeren meer bijbaantjes hebben en ouderen langer blijven werken. Dat heeft waarschijnlijk weer te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en kabinetsbeleid waarmee ouderen gestimuleerd worden om te blijven werken.

Door de groeiende economie, maar ook doordat het kabinet niet al het geld uitgegeven krijgt dat ingeboekt staat, is het tekort op de Rijksbegroting minder groot dan verwacht. Extra bezuinigingen om het tekort onder de drie procent te houden, lijken daarom voor 2025 en 2026 niet nodig. Op de langere termijn groeit het tekort wel, want de uitgaven aan zorg en sociale zekerheid stijgen naar verwachting vanwege de vergrijzing.

Dat blijkt allemaal uit de economische vooruitzichten die het CPB woensdag presenteert. Die vooruitzichten vormen het startschot voor de onderhandelingen in kabinet en coalitie over de Voorjaarsnota. De nota is een update van de lopende begroting, maar vooral de belangrijkste vooruitblik op 2026 en de jaren erna. Uit de CPB-cijfers leert de minister van Financiën Eelco Heinen (VVD) welke financiële ruimte hij heeft.

Belangrijke winstwaarschuwing bij de voorspellingen is wel: met de grote geopolitieke schokken op het gebied van handel en internationale samenwerking is maar beperkt rekening gehouden. De nieuwe president van de Verenigde Staten, Donald Trump, dreigt met handelstarieven voor Europa en ziet zichzelf minder als militaire steunpilaar voor dit continent.

Hard op zoek naar geld

Dat het goed gaat met de economie is welkom nieuws voor dit kabinet. Dat is namelijk hard op zoek naar geld voor allerlei problemen en wensen. Van het stikstofbeleid tot het klimaatbeleid en van de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tot steun voor Oekraïne en extra uitgaven aan defensie. Een groeiende economie betekent ook: extra belastinginkomsten voor de overheid. Zo bezien heeft het kabinet ook extra geld om uit te geven, zou je kunnen denken.

Maar Pieter Hasekamp, directeur van het CPB, waarschuwt. „Het kabinet heeft niet per se meer geld te besteden”, zegt hij. De coalitie heeft namelijk afgesproken dat meevallers aan de inkomstenkant niet betekenen dat het kabinet automatisch meer kan uitgeven. Met meevallers wordt de staatsschuld afbetaald, is de regel, waarmee je tegenvallers in de toekomst kunt opvangen. En er is een reëel gevaar voor toekomstige tegenvallers, is de boodschap van het CPB. Denk aan mogelijke beleidskeuzes van Trump.

Maar of de coalitiepartijen het zien zitten om schulden af te betalen met het extra inkomen dat het kabinet naar verwachting int, is maar zeer de vraag. Extra inkomsten zijn meer dan welkom om politieke overeenstemming te bereiken voor de grote keuzes die het kabinet moet maken dit voorjaar. Alleen al defensie vraagt, weer vanwege Trump, op korte termijn waarschijnlijk om grote investeringen. Bovendien is de staatsschuld (42,2 procent) al historisch laag door meevallers in de afgelopen jaren.

Armoede neemt af

Drie van de vier coalitiepartijen vroegen de afgelopen weken in wensenlijsten voor de Voorjaarsnota aandacht voor de portemonnee van de Nederlander. Daarmee, zo blijkt uit de cijfers van het CPB, gaat het goed. De koopkracht stijgt in 2025 en 2026. De lonen stijgen namelijk harder dan de inflatie. En de armoede neemt af. CPB-directeur Hasekamp zegt daarom tegen het kabinet: „Als je naar volgend jaar kijkt, is er niet per se aanleiding om veel extra te doen.”

Daarbij is de winstwaarschuwing dan weer: als het kabinet niet méér uitgeeft dan het nu al heeft gepland, wordt de inflatie op termijn normaal. Maar als kabinet wél meer uitgeeft, kan dat de inflatie opjagen. Dat verhoogt de vraag naar personeel namelijk.

Over de ramingen van het Centraal Planbureau was de afgelopen maanden discussie in de coalitie. NSC-leider Pieter Omtzigt schreef met Tweede Kamerlid Folkert Idsinga een initiatiefnota waarin hij stelde dat het verwachte begrotingstekort te somber wordt ingeschat. Daardoor is bij het opstellen van plannen onnodig weinig geld te verdelen. Een expertgroep doet daar in opdracht van het ministerie van Financiën onderzoek naar en komt naar verwachting half maart met resultaten.

Het CPB heeft de ramingen nog eens onder de loep genomen en schrijft in zijn rapport alvast een eigen beschouwing. Belangrijkste: het CPB ziet dat het de groei van de economie onderschatte in de periode na de coronacrisis. Als de economie weer in rustiger vaarwater belandt, schrijven ze, zullen de ramingen weer trefzekerder worden.