Oranje sluit roerige week af met vier punten, maar lijkt nog niet klaar voor EK

Een zwaarbevochten 2-2 tegen Duitsland en een moeizame overwinning tegen Schotland. Het Nederlands vrouwenelftal heeft een roerige week, waarin het vooral was gegaan over de aanstaande vertrek van bondscoach Andries Jonker, met vier punten afgesloten in de eerste twee wedstrijden in de Nations League.

Jonker en zijn speelsters beweren dat het gedoe over het vertrek van de bondscoach de stemming in de ploeg en de concentratie op het veld niet negatief heeft beïnvloed. „Vooral de media waren daar mee bezig”, zei Jonker dinsdagavond na afloop van de uitwedstrijd in Glasgow op een online persconferentie. „Na donderdag heb ik de speelsters er niet meer over gehoord.”

Onrust over Jonkers vertrek of niet, het Nederlands vrouwenelftal lijkt nog niet klaar te zijn voor het belangrijkste toernooi dit jaar: het EK voetbal in juli in Zwitserland. Ondanks een zware loting – met Frankrijk en vice-wereldkampioen Engeland in de poule – zijn de ambities onverminderd hoog: Oranje speelt om Europees kampioen te worden.

Het trainingskamp voor de eerste reeks in de Nations League was vorige week maandag begonnen met een opmerkelijke persconferentie in Zeist, waar Jonker en aanvoerder Sherida Spitse voor het eerst reageerden op het besluit van de KNVB, eind januari, om het contract van Jonker na het EK niet te verlengen.

De irritatie spatte bij beiden van het gezicht. Jonker was graag nog twee jaar doorgegaan. Recordinternational Spitse benadrukte haar goede band met de trainer en zei het „persoonlijk jammer” te vinden dat hij niet mag blijven. Andere bepalende speelsters, onder wie de aanvallers Lineth Beerensteyn en Vivianne Miedema, spraken zich een paar dagen later in dezelfde bewoordingen uit.

Opgaande lijn even weg

Het is lastig vast te stellen of het vertrek van Jonker de sfeer in de ploeg daadwerkelijk niet heeft aangetast. Afgaand op het spel in de twee wedstrijden die volgden, is de opgaande lijn die de Oranjevrouwen in het najaar hadden laten zien niet echt doorgezet.

Vooral tegen de Verenigde Staten wist Nederland begin december het spel te spelen dat Jonker graag ziet: aantrekkelijk, aanvallend, in hoog tempo. Nederland, met veel nieuwe spelers in de selectie, maakte grote indruk op het best aangeschreven elftal ter wereld – al ging de wedstrijd in Den Haag met 2-1 verloren.

De wedstrijd van afgelopen vrijdag in Breda tegen Duitsland – de nummer 3 op de FIFA-wereldranglijst – stond daarmee in scherp contrast. Nederland speelde rommelig, was slordig in de passing, de verdediging oogde kwetsbaar en de weinige kansen die Oranje creëerde werden nauwelijks benut. Het was aan twee bevliegingen van Beerensteyn te danken dat Nederland het sterke Duitsland op 2-2 wist te houden. Daarmee was het team niettemin tevreden. „Een terechte uitslag”, oordeelde Jonker.

Geen verslapping

En nee, hij zag niet in dat zijn aanstaande vertrek en de vele vragen en speculaties daarover in de media, het povere spel had beïnvloed. Dat kon hij aflezen uit data die de technische staf van alle speelsters bij trainingen en wedstrijden over fysieke inzet bijhoudt. Van verslapping was in de afgelopen dagen volgens Jonker absoluut geen sprake. „De wedstrijd tegen Duitsland staat qua inspanning in de top 3 van alle wedstrijden onder mijn leiding.”

Over de wedstrijd tegen Schotland dinsdagavond, in een vrijwel uitgestorven Hampden Park, had Jonker nog geen data kunnen zien. In die wedstrijd leken de speelsters een stuk minder geconcentreerd. Veel kansen, met name in de eerste helft, werden niet benut. En de ene kans die de op papier veel zwakke Schotten kregen ging er prompt wél in. De nipte 2-1 zege, opnieuw met een grote rol voor aanvaller Lineth Beerensteyn – ze maakte het eerste doelpunt en was betrokken bij het tweede – zorgt in elk geval voor een redelijke start in de Nations League: vier punten uit twee wedstrijden.

Experimenteren of bouwen?

Het EK is al in juli, maar van een vaste basiself is nog geen sprake. Tijd om daarmee te experimenteren, heeft bondscoach Jonker niet. Hij lijkt ook nog te twijfelen of hij nu met aanstormend, jong talent wil werken of toch weer zal terugvallen op de oude garde. Vrijdag tegen Duitsland probeerde hij het jonge duo Veerle Buurman en Caitlin Dijkstra uit in het hart van de verdediging. Dat liep niet goed. Dinsdagavond koos Jonker voor routiniers als Dominique Janssen en Sherida Spitse. Is hij nog aan het experimenteren? Of zijn dit soort wisselingen onderdeel van een doorwrocht bouwplan?

Dat laatste, zei Jonker dinsdagavond. „Alles staat in het teken van het EK, maar ik moet wel uitvissen welke speelsters op bepaalde posities het beste klikken met elkaar. Dat zag je nu bij de verdediging. En straks zal ik op dezelfde manier gaan zoeken wat het ideale middenveld is.” De zoektocht naar de ideale opstelling wordt bemoeilijk door blessureleed waar veel speelsters die van vaste waarde zijn mee kampen.

Is topscorer Vivianne Miedema juist net weer teruggekeerd, viel middenvelder Daniëlle van de Donk tegen Duitsland juist weer geblesseerd uit. Ook wacht Jonker nog altijd op de terugkeer van Victoria Pelova en Damaris Egurrola. Tot die tijd heeft hij gelegenheid om nieuwe talenten uit te proberen, zoals de pas 19-jarige middenvelder Wieke Kaptein.

Begin april speelt Nederland de volgende reeks wedstrijden in de Nations League, thuis en uit tegen Oostenrijk.