Mijn zoontje (7) zit in bad een heel verhaal te spelen. Heerlijk, denk ik. Losgeweekt. Een moment in de eigen fantasiewereld, geen schermpjes, geen druk van buitenaf. Dan hoor ik hem met helder stemmetje zijn verhaal afsluiten: „En als je dit verhaal leuk vond, abonneer je dan op mijn kanaal! Like en subscribe, en vergeet vooral niet je reactie in de comments achter te laten!”
Janneke Abdulaziz-Boterenbrood
Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via [email protected]
Op de Olympische Spelen is een gouden medaille meer waard dan een zilveren, maar in het oude Egypte was zilver kostbaarder dan goud. Dat kwam omdat het minder vaak dan goud in pure vorm in de natuur te vinden is, maar met behulp van vuur uit zijn omgeving verlost moet worden.
Zilver manifesteert zich meestal in erts, in combinatie met een ander metaal, vooral lood. In de antieke wereld ontwikkelde men, waarschijnlijk al in het vierde millennium voor Christus, een methode om het zilver hieruit los te maken: cupellatie. De zilvermix werd verhit tot ongeveer 1.000 graden Celsius, zodat de onedele metalen een reactie met de lucht aangingen en oxideerden. Het zilver dat achterbleef in de pan kon tot sieraad worden gemaakt, of in plakjes als betaalmiddel worden gebruikt.
Dat laatste gebeurde al lang voordat zilver vanaf 600 voor Christus tot munten werd gemaakt. In de Bijbel bijvoorbeeld koopt Abraham een begraafplaats voor zijn Sarah, en weegt ter betaling een bepaalde hoeveelheid zilver af.
De kleine restjes lood die bij het proces van cupellatie in het zilver achterbleven, maken het voor archeologen nu mogelijk om te achterhalen waar hun opgegraven zilver vandaan komt. Elk gebied heeft namelijk zijn eigen ‘handtekening’ als het gaat om de verhouding waarin loodisotopen in de grond voorkomen. Wie het lood-isotopenpatroon in een zilveren munt kan vaststellen, weet dus waar het gedolven is.
Op deze manier zijn archeologen erin geslaagd vast te stellen welke mijnen op welk moment het meeste zilver produceerden. Daardoor kunnen ze ook veranderende politieke machtsverhoudingen en handelsstromen beter in kaart brengen.
Een aardig voorbeeld daarvan geeft een artikel uit Journal of Archaeological Research van juli vorig jaar. De auteurs beschrijven hierin de ‘zilvergeschiedenis’ van de Levant – het huidige Syrië, Libanon en Israël – tussen 1700 en 600 voor Christus, de periode van de Late Bronstijd en IJzertijd. In de Levant bevonden zich geen zilvermijnen, dus kooplieden moesten hun zilver van ver halen. Aanvankelijk kwam het uit Griekenland, laten de isotopen zien, daarna Anatolië, toen Sardinië en uiteindelijk zelfs uit Spanje, waar de Feniciërs, een volk van handelaars uit Libanon, kolonies hadden.
Tegenwoordig is zilver niet meer in gebruik als betaalmiddel, maar de populariteit van het soepele metaal is onverminderd groot. In 2024 kwam er ongeveer 23.000 ton uit ’s werelds zilvermijnen. Behalve in juwelen belandt deze oogst vooral in elektronica, omdat zilver bijzonder goed stroom geleidt. In elke mobiele telefoon, computer of televisie zit zilver.
Een dun laagje pasta
Ook bij groene energie speelt zilver een belangrijke rol. In een gemiddeld zonnepaneel zit 20 gram zilver, in de vorm van een dun laagje pasta. Als licht het paneel raakt komen elektronen vrij uit het silicium, en de goede geleider zilver maakt hier een bruikbare elektrische stroom van. De verwachting is dat door de groei van zonne-energie in 2030 20 procent van alle jaarlijks gewonnen zilver naar deze bedrijfstak gaat.
Niet álle zilver komt overigens uit de grond. Onderzoekers slagen er sinds enige tijd in zilvernanodeeltjes uit planten te extraheren. Deze deeltjes lijken veelbelovend als het gaat om de bestrijding van bacteriën, schimmels, virussen en zelfs kankercellen.
Het blijft toegestaan om asielzoekers vast te houden in het detentiecomplex bij Schiphol. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State woensdag opnieuw in hoger beroep geoordeeld. Met deze uitspraak trekt de hoogste bestuursrechter een andere conclusie dan de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Amsterdam), die eind januari juist had geoordeeld dat het opsluiten van een asielzoeker „van meet af aan onrechtmatig” is.
De zaak draaide om een man die op 1 januari 2025 vanuit de Taiwanese hoofdstad Taipei op Schiphol is aangekomen, waar hij direct asiel heeft aangevraagd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) plaatste hem vervolgens in het Justitieel Complex Schiphol (JCS), een detentiecomplex waar ook strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen verblijven. Kern van de zaak was of het deel waar asielzoekers verblijven voldoet aan Europese eisen voor asielopvang, meer specifiek de regels voor een „speciale bewaringsaccommodatie”.
Asielzoekers mogen in principe niet worden opgesloten, juist omdat ze om internationale bescherming tegen vervolging hebben gevraagd. Uit de Europese Opvangrichtlijn volgt dat asielzoekers die toch worden gedetineerd, moeten worden gescheiden van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen. Ook moeten asielzoekers in de buitenlucht kunnen rondlopen.
Strafregime
Drie rechters van de rechtbank Amsterdam besloten het JCS in januari te bezoeken, om zelf na te gaan onder welke omstandigheden asielzoekers die niets hebben misdaan worden vastgehouden. Uit deze zogeheten schouw bleek dat de twee groepen vreemdelingen elkaar kunnen tegenkomen. Zij konden op sommige plekken met elkaar communiceren, ondanks een muur die de twee delen van het detentiecomplex van elkaar scheidt.
Nog erger vonden de rechters dat asielzoekers tussen 22.00 uur en 08.00 uur worden opgesloten, verplicht in een tweepersoonscel moeten verblijven en alleen onder begeleiding naar buiten mogen. Dit alles leek volgens de rechters te veel op een strafregime. Ook zagen zij geen goede reden voor het afpakken van mobiele telefoons en de beperkte toegang tot het internet.
Lees ook
Raad van State: Oekraïeners onterecht vastgezet op Schiphol
Europese regels
De Raad van State oordeelde eerder al dat het complex bij Schiphol in lijn is met Europese regels. Voor de uitspraak van woensdag zag het geen reden om net als de rechtbank Amsterdam zelf bij het JCS te kijken, omdat de feiten die de rechters in hun uitspraak presenteerden niet werden betwist door minister Marjolein Faber (PVV) van Asiel en Migratie.
Zij besloot eind januari in hoger beroep te gaan tegen de rechtbankuitspraak. Zo vond de minister dat de rechtbank onvoldoende rekening heeft gehouden met het gegeven dat bepaalde maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat asielzoekers „ongeoorloofd vertrek[ken]”, nog voordat de IND heeft kunnen beslissen of een asielzoeker Nederland binnen mag. Ook zou personeel er alles aan doen om te voorkomen dat de twee groepen vreemdelingen elkaar kunnen tegenkomen in gangen of trappenhuizen.
De Raad van State beaamt dat de delen waar asielzoekers en strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen verblijven identiek zijn. Maar beide groepen worden wel degelijk aan andere beperkingen onderworpen, schrijft de Raad. Veroordeelde vreemdelingen mogen slechts één uur per dag luchten, tegenover de 13,5 uren die asielzoekers krijgen. Dat beide groepen elkaar bij „falend toezicht” kunnen tegenkomen, maakt niet dat het JCS niet meer voldoet aan Europese eisen.
Het innemen van mobiele telefoons is volgens de Raad noodzakelijk voor de veiligheid van het personeel van het detentiecomplex. Wel krijgt minister Faber op één punt huiswerk mee: de beperkte toegang tot het internet is „een aandachtspunt” waarvoor zij „een oplossing moet bedenken”.
Het kabinet moet als verantwoordelijke overheid eindelijk een begin maken met „vergaande maatregelen” ter bestrijding van de Amerikaanse rivierkreeft, en het moet tientallen miljoenen euro’s vergoeden die waterbeheerders inmiddels hebben gemaakt om de „onacceptabel groot geworden” schade die het dier veroorzaakt te bestrijden. Daarnaast moet het de kosten vergoeden die waterbeheerders komende jaren maken om verdere schade te voorkomen.
Lees ook
Bestrijding van de rivierkreeft eindigt altijd in de keuken
Dat schrijft het Hoogheemraadschap van Delfland woensdag in een brandbrief aan staatssecretaris Rummenie (Landbouw en Natuur, BBB). Het Hoogheemraadschap poogt al jaren „in gesprek” te komen met het ministerie, maar zonder resultaat, schrijven de watermanagers. Als „enige beheersmaatregel” heeft het ministerie kreeftenbevissing door de beroepsvisserrij met selectieve vangtuigen mogelijk gemaakt. „Deze beheersmaatregel is in geen enkel opzicht effectief gebleken.”
Ook in een recente brief van staatssecetaris Rummenie over de „contouren van een actieplan” tegen invasieve exoten „ontbreekt een concrete aanpak”, aldus de brandbrief. Ook gesprekken tussen de staatssecretaris en de Unie van Waterschappen hebben „onvoldoende zicht’’ op maatregelen. „Dat geeft ons geen vertrouwen”, aldus het Hoogheemraadschap.
Explosieve toename
De populatie Amerikaanse rivierkreeften is in het gebied Delfland sinds 2010 „explosief toegenomen en dreigt alleen maar groter te woerden”, schrijft het bestuur van het hoogheemraadschap. De rivierkreeft richt „grote ecologische schade” aan en heeft daarmee een „negatief effect” op de waterkwaliteit, de aangelegde waternatuur en de biodiversiteit. „Daarnaast graven rivierkreeften in oevers en veroorzaken daarmee schade aan onze kades en waterkeringen”, aldus de brief.