‘Heer waargenomen in het chalet terwijl hij op de bank zit.’ (3 nov 2023, 9.09 uur)
‘Waargenomen dat mevrouw bezig is het gevallen blad op het veldje voor het chalet te verzamelen.’ (4 nov, 9.35 uur)
‘…voor het chalet met de hond aan de riem.’ (6 nov, 9.15 uur)
‘…terwijl ze aan tafel zit in het chalet.’ (8 nov, 13.01 uur)
‘…in de keuken van het chalet.’ (14 nov, 8.03 uur)
„Dan moeten die handhavers dus hier hebben gestaan”, zegt Jaap Jongeneel (85), die vanaf de vlonder bij zijn eigen huis naar binnen probeert te gluren. „Jaaa, als je goed kijkt misschien… Daar de spiegels, daar de keuken.” Maria Jongeneel (76): „Maar je kan mij toch niet aan tafel zien zitten?”
‘…dat er licht brandt in het chalet.’ (22 jan 2024, 12.55 uur)
‘… dat de gordijnen geopend zijn.’ (8 maart, 12.55 uur)
‘…terwijl ze in de woonkamer tv aan het kijken is.’ (21 maart, 19.30 uur)
Het echtpaar wist al wel, via de groepsapp, dat er handhavers op het vakantiepark rondliepen. Spiedend over de paden, turend vanuit hun auto bij de ingang van het park – eerst een zilverkleurige Kia, later een Volvo – om te controleren of mensen er tegen de regels in permanent zouden wonen. Maar dat ze 36 dagen lang waren geobserveerd, soms meermaals, daar kwamen Jaap en Maria Jongeneel pas achter toen ze vorig jaar van de gemeente een brief ontvingen. „Onze toezichthouder heeft een rapport opgesteld waaruit blijkt dat…”

Een totale schok. Ook omdat ze kennelijk waren achtervolgd tot aan het station van Coevorden – ‘om vervolgens om 8.50 uur het perron op te lopen’ (5 maart) – en ze de handhavers zelf nooit hadden opgemerkt. Ja, éénmaal, toen Maria de hond uitliet en ze dacht ‘oh, dat zijn ze’ waarna ze zelfs van hen nog een filmpje had gemaakt – ‘mevrouw maakt een foto/filmpje van ons’ (22 mei, 8.35 uur).
Gewist. Stom natuurlijk. Maar jemig, het echtpaar is niet zo juridisch onderlegd. Jaap en Maria Jongeneel hadden gewoon bedacht hier in hun ruime chalet met uitzicht op de recreatieplas samen de laatste fase van hun leven door te brengen. „In rust.”
Grootse plannen
‘De verborgen parel’, prijkt op de toegangspoort naar vakantiepark Ermerstrand in het Drentse Coevorden. Een parel, dat is het, verborgen in het groen. Honderden houten chalets gelegen aan het Ermermeer, een uitgestrekte recreatieplas met strandjes, een waterskibaan, een viseiland en een paintballeiland te midden van bos en heide. De ‘Billabong van Drenthe’, aldus een vakantiesite.
Je vindt de parel door vanuit het zuiden op de N34 onder de rook van Emmen af te slaan bij Sleen/Erm. Rijdend over het grind waaruit het Ermermeer in de jaren zestig is ontstaan. En inmiddels kun je er zonnen en trouwen en beachvolleyballen en waterfietsen en uitstekend karpervissen. Joekels tot 25 kilo, schoon aan de haak. En oh ja, aan de overkant van de plas vind je nóg een vakantiepark, genaamd Ermerzand – met een z. Maar daar zijn de handhavers dan weer níét geweest.
De parel van Ermerstrand moet opgepoetst, vindt de gemeente. Niet dat er nou veel criminaliteit is of – zoals je over vakantieparken wel eens hoort – sneue types verblijven. Integendeel. Maar de gemeente wil af van de ruim dertig eigenaren die hun chalet zouden gebruiken als woning. Zij verhuren aan mensen die er voor langere tijd wonen vanwege werk of scheiding. Of ze wonen er zelf en hebben er zoals het echtpaar Jongeneel een paleisje van gemaakt, met vogelhuisjes, prieeltjes en weelderige tuinen. Deze groep woont er tevreden en ziet de parel liefst verborgen in z’n oester.
Maar de gemeente Coevorden heeft met Ermerstrand juist grootse plannen. Een luxe vakantieresort dat het toeristisch niveau van de hele omgeving optilt. Geen woningen maar jaarlijks honderdduizenden extra overnachtingen, daar zouden ook de lokale horeca en de lokale supermarkt en de lokale belastingkas en ja, heel Coevorden van profiteren. Gesprekken daarover met een grote vakantieparkinvesteerder zijn volgens de gemeente al langer gaande. En ook Vitale Vakantieparken (VVP), een project van de provincie om de kwaliteit van recreatieparken te verbeteren, ondersteunt het plan.
Alleen, het schiet niet op. Vanwege al die chaleteigenaren die permanent op het park wonen. Illegaal, volgens het bestemmingsplan. Want oorspronkelijk waren de chalets bedoeld als tweede woning en is alleen ‘recreatief gebruik’ toegestaan. De gemeente ging de afgelopen jaren met bewoners in gesprek en sommigen vertrokken, maar ook een flink deel bleef.
En zo keken ze maandenlang waar licht brandde en wie ’s ochtends zijn chalet verliet naar werk
In 2022 was er op het park een grote politieactie – door de gemeente „ophaaldag” genoemd, bewoners noemden het een „klopjacht” – waarbij op deuren werd geklopt en bewoners was gevraagd zich te identificeren. Daarna stuurde de gemeente handhavers naar het park om te controleren op illegale bewoning. Die mogen op grond van bijzondere bevoegdheden bewoners vragen stellen, documenten inzien en hun aanwezigheid nagaan.
En zo keken ze maandenlang waar licht brandde en wie ’s ochtends zijn chalet verliet naar werk. Waarna 33 chaleteigenaren per brief van de gemeente te horen kregen dat ze zes maanden tijd hadden om een andere woning te vinden. En wie daar niet aan had voldaan kreeg een last onder dwangsom opgelegd: 15.000 euro boete. Dat was vorig jaar.
De gemeente volhardde, maar de bewoners ook. De meesten zijn gebleven, desnoods ondergedoken in hun eigen chalet. Ze gaan de strijd aan, woedend en vol onbegrip. Want wilde de landelijke overheid niet juist het woningtekort aanpakken door bewoning op vakantieparken toe te staan? En waarom zit de gemeente hén zo op de huid terwijl de eigenaren met een gedoogbeschikking met rust worden gelaten?
En wat te denken van het recreatiepark aan de overkant van de plas? Ermerzand, dat in tegenstelling tot hun eigen park wél over toeristische voorzieningen beschikt, zoals een zwembad, een tennisbaan en minigolf, maar waar de gemeente met hulp van Vitale Vakantieparken de illegale bewoning juist wil legaliseren om er een ‘woonpark’ van te maken. Waarom daar wél?
Levensloopbestendig woonpark
Eerst maar eens die overkant, Ermerzand. „Als het mooi weer is loop ik zo vanuit m’n woonkamer het strand op”, zegt bewoner Ingrid Assen (56) turend naar de oevers van de recreatieplas. Zoals velen op het park heeft ze onlangs haar bungalow laten verbouwen. Glazen pui, strak en modern en alles in ‘parkstijl’ zwart en wit. Sommige van de 156 eigenaren – op 195 bungalows – hebben ook een nieuwe keuken ingebouwd. Veel bungalows zijn al uitgebouwd van 75 naar 100 vierkante meter en een deel zou ook schuttingen willen. Daarover zijn in de transitie-commissie, waar Assen deel van uitmaakt, de gesprekken nog gaande.

Jaap en Maria Jongeneel hebben vanuit hun chalet uitzicht op de recreatieplas.
Foto’s Siese Veenstra
Een ‘levensloopbestendig woonpark’ is hier het ideaal. En sinds het vakantiepark in aanmerking komt voor legale woonbestemming kunnen ze erover dromen. Wat te doen met het centrumgebouw? De recreatiezaal? Het restaurant? Het zwembad dat sinds 2019 niet meer onderhouden is? Je zou er een fitnessruimte in kunnen vestigen. Een zorgcentrum. Een yogacentrum. Een huisarts. Misschien zelfs een hospice. Maar elke keer zo’n lijkwagen voor je deur, dat zag toch niet iedereen zitten.
Nu de transitie aanstaande is zijn ook veel gepensioneerden uit het westen van het land geïnteresseerd. Die zien betaalbaar en gelijkvloers wonen in het Drentse groen wel zitten en inmiddels zijn ook de huizenprijzen op het park volgens de plaatselijke makelaar flink gestegen; het verschil met de chalets van Ermerstrand, aan de overkant, loopt in de tonnen.
En dat terwijl Ingrid Assen zo’n veertien jaar geleden ook maar per toeval hier was beland. Dankzij de kroeghouder van de dorpstoog wiens moeder nog een huisje in de verkoop had. „Goh is dat niet wat voor jou?”
Assen, opgegroeid in het naastgelegen Achterste Erm, kent de recreatieplas uit haar jeugd. Haar vader heeft in de jaren zestig nog geholpen met de grindafgraving. Jarenlang stond bij het Ermermeer alleen een friettent. De parken rondom de plas verrezen pas later en zijn altijd gescheiden werelden gebleven. Ermerzand lag dicht tegen de dorpskern van Erm aan en daar kwamen dankzij het zwembad en de speeltuin naast vakantievierders ook de buurtbewoners graag. Ermerstrand, aan de overkant, was vooral voor huisjesbezitters. Er stond niet eens een wipkip en je kwam er – als puber – vooral voor de strandjes. „Lekker afgelegen.” Fietsend, of zwemmend over de recreatieplas.
Maar toen Ingrid Assen het aanbod kreeg stond ze niet gelijk te springen. Wonen op een vakantiepark? „Ja, waarom niet”, werd gezegd. Een paar jaar „wonen op het kamp” en dan weer verder de woningmarkt op, iedereen deed het. Ze kende kinderen uit haar oude klas die waren opgegroeid op Ermerzand. Er streken werknemers neer van de fabrieken uit de buurt. En al waren de bungalows volgens het bestemmingsplan bedoeld als tweede woning met ‘recreatieve functie’, niemand die zich er druk om maakte. Permanente bewoning, hoorden ze, ook van makelaars, werd gedoogd. En de gemeente schreef elke nieuwe eigenaar zonder vragen in op het nieuwe adres. „En hier heeft u de folder van de huisarts…”
Sterker, toen Sleen nog een eigen gemeente was, vóór de gemeentelijke herindeling in 1998, liep je zo de kamer van de betrokken ambtenaar binnen en dan viel er nog wel eens wat te regelen. Op Ermerzand hebben 34 bewoners een persoonsgebonden gedoogbeschikking: die hoeven pas weg na overlijden. Sommigen kregen de beschikking bij de landelijke pardonregeling in 2003, toen de minister gemeenten aanspoorde permanente bewoners op vakantieparken duidelijkheid te bieden. En er zijn 43 eigenaren die een – overdraagbare – perceelsgebonden beschikking hebben bemachtigd. Al deze mensen wonen er nu dus óók permanent en hoeven niet weg.
Op Ermerzand hebben 34 bewoners een persoonsgebonden gedoogbeschikking: die hoeven pas weg na overlijden
Ingrid Assen heeft zo’n beschikking niet, maar zij heeft het geluk dat de gemeente haar park op de lijst vakantieparken plaatste in het rode kwadrant: een niet-vitaal park voor recreatie met slechte kwaliteit en weinig recreatief toekomstperspectief. Op zulke parken is amper toerisme en wonen al zo veel mensen permanent dat transformatie voor de hand ligt. Teruggeven aan de natuur is soms een optie. Huisvesting van zorgpatiënten, arbeidsmigranten. Of dus wonen. Van alle 420 vakantieparken in Drenthe zijn er zo’n twintig die voor de transitie naar woonpark in aanmerking komen.
Op Ermerzand zijn onder de eigenaren enkele verstokte ‘recreanten’ die het bestemmingsplan liever ongewijzigd zien, uit principe of omdat de WOZ omhooggaat als de bestemming wonen wordt. Maar de overgrote meerderheid is vóór transformatie. Natuurlijk. ‘Vitaal zijn’, hét streven in onze samenleving, is voor de vakantieparkbewoner niet het ideaal. En ook Ingrid Assen beseft dat ze boft.
Maar denk niet, zegt ze óók, dat zo’n status komt aanwaaien. Het plan voor de transformatie is al tien jaar geleden bedacht, ver vóórdat de provincie het project Vitale Vakantieparken begon. Het toerisme liep terug want de vakantieganger werd veeleisender. Die wilde luxe en comfort en daar kon Ermerzand met zijn gedateerde minigolf en te kleine zwembad met dolfijn-muurschildering niet aan voldoen. Geen wellness, geen arcade.
De verenigde bungaloweigenaren voelden de noodzaak een toekomstplan op te stellen. Ze hadden zich al georganiseerd met een eigen ophaaldienst voor vuil, glas en karton, een eigen riool-, wegen- en groenonderhoud en contracten voor gas, water en elektra en in 2015 kochten ze de grond van de gemeente, voor 2,6 miljoen euro. Inmiddels zetten zo’n veertig vrijwilligers verdeeld over vele werkgroepen zich in voor het park. Het centrumgebouw is naast biljart- en bridgeruimte ook vergaderruimte.
Zo’n transformatie van een park vereist een hoge organisatiegraad. En ook nu, zegt Assen, is het soms lastig iedereen mee te krijgen. Voor grote beslissingen is een meerderheid van stemmen nodig, ruim de helft van de 165 eigenaren, „zie die maar eens op een informatieavond bij elkaar te krijgen”.
De transformatie naar woonpark is nog niet rond maar het helpt dat er goede contacten zijn met de gemeente, met Vitale Vakantieparken en met de omgeving. Onder de eigenaren van Ermerzand zijn zo’n 65 leden van Dorpsbelangen, de vereniging die opkomt voor de lokale belangen van Erm. En inmiddels presenteert het park zich liever als nieuwe woonwijk van Erm dan als vakantiepark. Een wijk met ouderenvoorzieningen waar de hele gemeenschap van profiteert, „dat is het ideaal”.
En ja, ze is heus bekend met de perikelen aan de overkant. „Maar dat is gewoon een heel ander park”, zegt ze turend over de waterplas. „Appels en peren.”
Hobbesiaanse toestanden
„Ik ben er op het moment niet hoor.” Onder de toegangspoort van Ermerstrand, de parel aan de overkant, kijkt een bewoner schichtig om zich heen. Geen handhaver te bekennen dus hup, over de stille paadjes naar binnen bij een chalet waarvan de gordijnen gesloten zijn. „Officieel zijn we weg.” Verlicht door een kaars wacht haar partner. Best gezellig, dat scheelt. „Maar dat het moet…”
We moeten meterstanden doorgeven, anders krijgen we 1750 euro boete
Licht uit, gordijnen dicht en alleen ’s nachts naar buiten om kachelhout sprokkelen. Het stel heeft zelfs een andere auto overwogen, om de handhavers te misleiden die willen aantonen dat ze er permanent wonen. „Maar kijk” – zij toont een brief, doorgestuurd in de groepsapp – „nu wil de gemeente ook dat we de meterstanden doorgeven. En anders 1.750 euro boete.”
„En we doen niks verkeerd hè,” zegt haar man. „Dat is het ergst.”
Het type eigenaren op Ermerstrand verschilt niet met dat van de overkant. Er verblijven een gezin, een weduwnaar, een jongeman met autisme, gesteld op zijn rust, een gescheiden vrouw op zoek naar een ander huis. En ook hier veel pensionado’s. Sommigen, zoals dit stel, hebben alleen AOW, omdat ze lang in het buitenland hebben gewoond. Zij wilden kleiner wonen en gelijkvloers – „als ouwe lul moet je honderd keer naar die pisbak” – en zagen in dit chalet een betaalbaar alternatief voor de overspannen woningmarkt. Ze hadden net als Jaap en Maria Jongeneel begrepen dat je hier ondanks bestemming ‘recreatie’ prima kon wonen. Iedereen deed het. Overal. En had de gemeente in het verleden op dit park niet vaker met boetes gedreigd, tweemaal, maar nooit doorgepakt?

En ook aan deze kant van de waterplas wonen tientallen mensen met gedoogbeschikkingen. Ze hebben – net als de overkant – energiecontracten en de vuilophaaldienst geregeld in een eigen vve en ze wonen op eigen grond.
Maar verschillen met de overkant zijn er ook. De huisjes: die zijn op Ermerzand van steen en op Ermerstrand van hout. Dat betekent meer noodzakelijke aanpassingen om aan het bouwbesluit voor een woning te voldoen. En ook de eigendomsstructuur is anders: Ermerzand heeft één vve, maar onder de vlag ‘Ermerstrand’ vallen liefst twee chaletparken – Primo en Secundo – met eigen vve’s én een losstaand bedrijf dat eigenaar is van de achterste twee delen – Tertio en Outback.
Die eerste twee zijn volledig zelfstandige parken, bedoeld voor huisjesbezitters, nooit voor toerisme. De gemeente had ze dan ook in het rode kwadrant geplaatst: niet-vitaal en weinig toekomstperspectief. Maar in de achterste delen – Tertio en Outback, waar je onder meer kunt trouwen op het strand – zag de gemeente wél potentie en dat deel viel in het groene kwadrant. En gezien „de samenhang tussen de parken” en de „recreatieve waarde” van het hele gebied wilde de gemeente samen met de eigenaren tot „een plan” komen om de hele overkant vitaal te maken. Eén plan.
Alleen, krijg dat aan deze kant van het water maar eens voor elkaar. Want, en dat is misschien wel het belangrijkste verschil met de overkant: hier staan lang niet alle neuzen dezelfde kant op.
Coevorden had, zoals veel gemeenten, lange tijd weinig oog voor haar vakantieparken met als gevolg dat op Ermerstrand, laten we zeggen, wat Hobbesiaanse toestanden zijn ontstaan.
Arbeidsmigranten, op het achterste deel bij Tertio en Outback. Zo’n honderdvijftig, deels werkzaam in de vleesindustrie, die dagelijks met uitzendbureaubusjes heen en weer worden gereden. Bij een politiecontrole zijn er eens acht in één chalet aangetroffen. Er waren onderlinge vechtpartijen en ook een dode, geslagen met een fles wodka op zijn hoofd. Tot schrik van de bewoners op de rustige parken Primo en Secundo, die zich ook ergeren aan het achterstallig onderhoud op dat deel van het terrein.
Eén chaleteigenaar prijst het park aan als „echte hondencamping!”
En overal honden, op hun eigen parken. Viervoeters van – veelal Duitse – vakantiegangers die er recreëren omdat één chaleteigenaar op eigen houtje Primo en Secundo op vakantiesites aanprijst als „echte hondencamping!”. Waarop andere chaleteigenaren overal bordjes met ‘aangelijnd’, ‘opruimplicht’ en ‘verboden te poepen’ hebben geplaatst en sommigen ook camera’s omdat bepaalde vakantiegangers het presteren de hond net óm het hoekje van hun chalet te laten ontlasten. Nog los van alle geblaf dat je krijgt als je zoveel honden voor kort vakantiebestek hun plek in de nieuwe pikorde laat bevechten.

En toch was het ook op Ermerstrand jarenlang „zó gezellig”, zegt Maria Jongeneel op de bank in haar chalet. Je kende elkaar, hielp elkaar. Even op het raam kloppen als je de buurman een tijdje niet had gezien. Toen stonden de veldjes achterin ook nog vol met vakantiegangers. ‘Oma Camping’ op het voorste veldje hield een oogje op alle kroost en op het strand lag het handdoek tegen handdoek.
Maar de vaste bewonersgarde dunde uit, door vertrek en overlijdens, en de eigenaar van de campingveldjes achterin verwelkomde liever migranten dan vakantiegangers. En honden dus. Dat was weer een andere investeerder die via een bemiddelingsbureau op het park nu liefst 52 huisjes in de verhuur heeft – chaleteigenaren krijgen van de opbrengst een percentage. Met als gevolg dat tal van huisjes al zijn voorzien van 1,80 meter hoog hekwerk en daar kijken andere chaleteigenaren dan weer hoofdschuddend naar. Zoals ook naar al die pootafdrukken op het nu zo lege strand.
Saamhorigheid, dat is nooit de sterkste kant geweest van deze parel aan de overkant. Desondanks wisten de vve’s en de bv in 2019 onder de vlag ‘Ermerstrand’ een gezamenlijk toekomstplan te schrijven. Meer samenwerking, stond erin. En naast recreatie óok permanente bewoning toestaan. En drie ingangen, voor elk park één.
Maar dat was niet zoals de gemeente het voor zich zag.
Recreatieve waarde
Zoals de twee vakantieparken pal tegenover elkaar liggen, zo staan in het kantoor van Vitale Vakantieparken Drenthe ook de twee bureaus van hun projectleiders tegenover elkaar. In een voormalig planetarium aan de rand van het Dwingelderveld, veertig kilometer verderop.
De één, Gerben Rouwenhorst, buigt zich als transformatieadviseur over de niet-vitale parken zoals Ermerzand. De ander, Jan de Roos, is als ondernemersadviseur juist betrokken bij de kansrijkere parken zoals Ermerstrand. En al nodigt de immense koepel – diameter van 15 meter – uit tot een hemelse blik en grootse dromen, over de situatie op vakantieparken zijn ze behoorlijk nuchter.
In heel Nederland, zeggen ze, is door beleidsmakers decennia amper naar de parken omgekeken. Geen prioriteit, zegt De Roos. „Op veel gemeentehuizen zit hooguit een halve fte op toerisme en vrije tijd. Die gaat z’n tijd niet aan zulke parken besteden.” Met als gevolg, zegt Rouwenhorst, dat veel gemeenten nu met een „erfenis uit het verleden” zitten waar velen amper raad mee weten.
De twee komen op tientallen parken in de provincie en overal zien ze hetzelfde. Lappendekens van eigendomsrecht. Parken met meerdere bv’s en vve’s. Eigenaren die soms wel en soms niet een gedoogbeschikking hebben gekregen, afhankelijk van de welwillendheid op een gemeentehuis. En ja, soms ook criminaliteit en ondermijning. Drenthe is daarin geen uitzondering, alleen sluiten andere provincies liefst nog hun ogen voor de omstandigheden op hun parken. „Als je het niet ziet hoef je er ook niets mee.”
Vitale Vakantieparken Drenthe (VVP) is opgericht in 2018 in navolging van die op de Veluwe. Het provinciale actieprogramma richt zich op verzoek van gemeenten op „verbetering van de recreatieve functie” van hun parken. Maar bepaalde parken krijg je gewoon niet meer vitaal, zegt Rouwenhorst. „Daar is het aandeel permanente bewoners soms 100 procent.”
Maar om dan, zoals minister Mona Keijzer (BBB) wil, gelijk álle bewoning op álle parken te legaliseren? In potentie 140.000 huizen op 5.000 vakantieparken in het land. Rouwenhorst is daar absoluut niet voor. ‘Één park één plan’ is de slogan van VVP. Ofwel: duidelijkheid op maat. Dus niet, zoals Keijzer wil, álle parken één plan. „Dan mis je de historie die elk afzonderlijk park heeft doorgemaakt en lever je geen maatwerk.”
Bovendien, je wilt niet wéten wat een tijd en energie zo’n transitie naar woonpark kost. Alleen al op Ermerzand is Rouwenhorst al jaren met bewoners in gesprek. Eén aanspreekpunt, dat is belangrijk, „daar ontbreekt het op veel parken al aan.” En op Ermerzand is alle infrastructuur voor transitie aanwezig, maar wat te denken van al die parken in Drenthe zonder voorzieningen midden in het bos? „Hoe moet daar een ambulance op tijd komen?”
En, zegt De Roos, moeten we dan zomaar alle vakantieparken in Nederland opheffen? Bedenk eens wat dat zou betekenen „voor de leefbaarheid van het platteland”. Veel winkels, horeca en gemeenten zijn voor inkomsten afhankelijk van vakantieparken. Zeker in Drenthe, waar de zomerse toestroom van vakantiegangers het voorzieningenniveau in uitgestrekte, dunbevolkte gemeenten nog nét in stand kan houden. Een gemeente zoals Coevorden.
Want al heeft de gemeente best wat vakantieparken, veertien, een echt tóppark met een duidelijke „focus” ontbreekt. Terwijl de markt daar wel om vraagt, zegt De Roos. „Vroeger kwam jan en alleman op de camping, nu moet je investeren in één doelgroep.” Een park voor de ‘avontuurzoeker’, de ‘inzichtzoeker’, de ‘harmoniezoeker’, de ‘rustzoeker’. Een zwembad is niet eens altijd nodig, „als je maar kiest”.
Vroeger kwam jan en alleman op de camping, nu moet je investeren in één doelgroep
De twee zitten tegenover elkaar en zijn het heus niet altijd eens, maar over de potentiële vitaliteit van Ermerstrand hebben ze geen discussie gehad. Ze begrijpen dat de gemeente, die in 2015 voor al haar parken een toekomstplan heeft opgesteld, het park „gezien de recreatieve waarde” kansrijk acht voor een upgrade. Maar over de exacte plannen wil de gemeente „gezien de gesprekken” met een mogelijke investeerder nog geen mededelingen doen. En nee, het plan is niet iets met honden. En liever dus ook niet met permanente bewoners. Want de vakantieganger zou liever niet willen dat zijn buurman om zeven uur ’s ochtends naar z’n werk vertrekt.
Eerst poogde de gemeente met de chaleteigenaren op Ermerstrand een gezamenlijk toekomstplan te maken, maar toen ze er niet uitkwamen, schakelde de gemeente handhavers in. Een „lastige” boodschap, beseffen ook de projectleiders van Vitale Vakantieparken. Zeker als je eerst jarenlang hebt gedoogd. Dat leidt op tal van parken tot verwarring en verontwaardiging: „Waarom dan?” „Ik ben toch niemand tot last?” „Waarom hij niet?” Maar, zeggen ze ook, het blíjft een overtreding. „En dat weten bewoners.”
Op sommige parken lukt het daarna om er samen met de bewoners uit te komen, maar op veel parken ook niet. En de meeste gemeenten laten het er daarna alsnog bij zitten. Angstig om dóór te pakken. Ook omdat je je er als gemeentebestuur bij de bevolking niet bepaald populair mee maakt. „In die zin is Coevorden wel dapper”, zeggen de twee projectleiders. En een uitzondering.
‘Liggen verdorie wákker’
Dat gespied van de handhavers „kruipt in je hoofd”, zeggen de bewoners van Ermerstrand. Laatst nog vloog een drone over het park en ze dachten: het zal toch niet? En op de rotonde: rijdt die vent nou achter me aan? Het maakt paranoïde, sommigen ervaren fysieke klachten en meerdere bewoners vertellen dat ze sindsdien aan de slaapmedicatie zijn.
„We liggen verdorie wákker van die handhavers”, zeggen Jaap en Maria Jongeneel in hun chalet.
Het echtpaar voelt zich gesterkt door de recente ontwikkelingen. Zo oordeelde in november een onafhankelijke bezwaarcommissie van de gemeente dat permanente bewoning op Ermerstrand volgens het bestemmingsplan weliswaar illegaal is, maar dat de gemeente met haar handhaving onvoldoende rekening houdt met de landelijke discussie en met „de menselijke maat”. En half januari besloot het gemeentebestuur de handhaving deels te pauzeren, na een oproep van de minister om nu eerst landelijk te bepalen onder welke voorwaarden parkbewoners in aanmerking komen voor een persoonsgebonden beschikking.
Wonen zij niet juist precies zoals het kabinet het zou willen, vraagt Maria Jongeneel zich af. Dat liet ze laatst ook aan de handhavers weten, in een handgeschreven brief. Dat Jaap en zij achttien jaar geleden beiden twee grote huizen achterlieten om samen in dit chalet kleiner te gaan wonen. En inmiddels verleent ze mantelzorg aan haar man, sinds een herseninfarct hem trof. En waar moeten ze dan heen? „Achteraan aansluiten in Ter Apel?”
